Journalist Tijs van den Brink volgde Animal Rights gisteren, tijdens de opening van het jachtseizoen, voor het programma NieuwLicht, een thema-uitzending over de jacht. Zondagavond 4 november om 22.40 uur wordt het programma uitgezonden op NPO2.
Update: Het item is inmiddels uitgezonden en [hier ](https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/453901/Nieuwlicht.html?fbclid=IwAR3zzDA09ki91MN86QeEBeO9uYOmh3x4tj3UVHVjtS4a7XBFSjLjMA8Qvx4)terug te kijken.
Tijs ging met de [hunt saboteurs](https://www.animalrights.nl/de-hunt-saboteurs-van-animal-rights) van Animal Rights mee om jagers te zoeken in de Hoeksche Waard in Zuid-Holland. Jessica Smit: “We zijn uiteindelijk 3 jachtpartijen tegengekomen en hebben verschillende hazen weten te redden. De jagers hebben geen enkel schot gelost terwijl wij aanwezig waren.”
In het programma NiewLicht, een thema-uitzending over de jacht, komen voor- en tegenstanders van de jacht aan het woord. Jessica Smit: “Ons standpunt is simpel: we kunnen nergens het morele recht aan ontlenen om andere dieren te doden. Er wordt in Nederland veel te makkelijk naar het geweer gegrepen. Wilde dieren moeten de kans krijgen om in vrijheid te leven en te sterven, zonder bemoeienis van de mens.”
Vanaf 15 oktober is het [jachtseizoen ](https://www.animalrights.nl/vermaakjacht-plezierjacht-hobbyjacht)voor jagend Nederland geopend. Konijnen, hazen, fazanten, eenden en duiven worden aan flarden geschoten voor het amusement van een kleine groep jagers. Naar schatting zijn er in 2017 zo’n 300.000 dieren gedood. Animal Rights wil dat de plezierjacht in Nederland onmiddellijk wordt verboden en dat wilde dieren zoveel mogelijk met rust worden gelaten.
Kom [op zaterdag 20 oktober om 13:00uur ](https://www.animalrights.nl/protest-tegen-plezierjacht-killing-fields-hoeksche-waard)naar onze demonstratie tegen de plezierjacht aan het Waleplein 2 in Strijen. Stichting Fauna4Life en de Partij voor de Dieren hebben zich inmiddels aangesloten. [Klik hier](https://www.facebook.com/events/1115563778604769/) voor het Facebookevent.
Er wordt in Nederland veel te makkelijk naar het geweer gegrepen.
De Partij voor de Dieren heeft Kamervragen aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gesteld over de vele dierproeven die plaatsvinden voor de intensieve veehouderij. 1 Het gaat om tienduizenden proefdieren die jaarlijks worden gebruikt. Animal Rights campagneleider Robert Molenaar bestudeerde deze experimenten: “Het gaat om kalfjes die alleen in een te kleine box worden vastgebonden zonder stro, gezonde biggetjes van 7 dagen oud die opzettelijk ziek worden gemaakt en kippen die na de test de nek wordt gebroken.”
De dierproeven worden jaarlijks uitgevoerd door universiteiten, commerciële proefdiercentra en voederbedrijven. Volgens Animal Rights worden de experimenten gedaan zodat meer dieren de erbarmelijke condities in de intensieve veehouderij kunnen overleven, terwijl het juist deze condities zijn die dieren ziek maken.
Frank Wassenberg, Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren:
“De vee-industrie is een onhoudbaar systeem. Het is onacceptabel dat dierproeven ertoe leiden dat dieren nòg verder worden aangepast aan die houderij. We moeten de vee-industrie afbouwen; daar hebben we geen dierproeven voor nodig.”
“Het gaat ook om dierproeven die ernstig dierenleed veroorzaken,” aldus Molenaar. “Zo worden kippen geïnfecteerd met E.coli om te kijken hoe lang het duurt voordat de dieren bezwijken. In een vaccintest voor de (straks verboden) bontsector worden duizenden nertsen en muizen blootgesteld aan botulisme. De dieren sterven aan algehele verlammingsverschijnselen en benauwdheid.”
Minder belastend maar zeer ongewenst is de dierproef van de Universiteit van Wageningen waarbij twee groepen varkens met elkaar worden vergeleken: de ene groep wordt gehouden in een zeer hygiënische ruimte, de andere groep in een met mest besmeurde stal. De dieren in de vieze stal worden ook nog eens geïnjecteerd met een stof dat 12uur lang koorts opwekt.
[Bekijk hier de 9 voorbeelden](https://www.animalrights.nl/9-voorbeelden-van-dierproeven-voor-de-intensieve-veehouderij) van dierproeven voor de intensieve veehouderij.
Uit de dierproef-aanvragen blijkt dat de huisvesting van de proefdieren lang niet altijd voldoet aan de wet. Zo worden in de proefboerderijen van Schothorst Feed Research in Lelystad als onderdeel van de proef kippen 12 dagen lang op een kale rooster geplaatst. Ook koeien, kippen en runderen worden in kleinere ruimtes gehouden dan wettelijk voor proefdieren is toegestaan. Bovendien worden proefdieren regelmatig apart gezet en krijgen ze geen beddingmateriaal.
Molenaar: “Veel van dit soort dierproeven worden uitgevoerd in gangbare fokkerijen. Deze voldoen niet aan de Wet op de dierproeven maar toch wordt dit toegestaan.”
Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, wil dierproeven afbouwen en Nederland koploper maken op het gebied van dierproefvrij onderzoek. Volgens Animal Rights kan de minister grote stappen zetten door de onethische dierproeven voor de intensieve veehouderij aan te pakken.
We moeten de vee-industrie afbouwen; daar hebben we geen dierproeven voor nodig.
Veel van dit soort dierproeven worden uitgevoerd in gangbare fokkerijen. Deze voldoen niet aan de wet op de dierproeven maar toch wordt dit toegestaan.
INTERVIEW – Sjaak Kuijpers is 16 jaar geleden gestopt met jagen. Nu komt hij met hart en ziel op voor de in het wild levende dieren en is sterk anti-jacht. In plaats van het geweer gaat hij nu op jacht met fotocamera en verrekijker.
[Interview – via Fauna4Life.](https://fauna4life.nl/in-gesprek-met-ex-jager-sjaak-kuijpers/)
Daar gaat een enorm traject aan vooraf. In de jaren ‘80 werd ik benaderd door jagers uit mijn directe omgeving om de jachtcursus te gaan volgen. Men was druk bezig met het realiseren van de oprichting van een WBE (Wild Beheer Eenheid). Ik wist niet eens wat het was. Omdat ik werkzaam was in het onderwijs kon men wel een goede kracht gebruiken om een ‘werkplan’ samen te stellen. Ik ging de cursus doen en slaagde met lof. Niet moeilijk als je de examenvragen zo kon kopen van een schietinstructeur. Iedereen in het Brabantse en Limburgse deed het. Fraude dus.
En eerlijk… ik raakte bezeten van jagen, gehersenspoeld door de cursus: de jachtpassie brak in mij los. Ik liep mee in een jachtcombinatie, werkte mij op tot bestuurslid van het Jachtplatform en KNJV. Ik werd heel veel uitgenodigd voor jachtpartijen, mede door de kwaliteiten van mijn eerste jachthond, een Engelse springer spaniël. Na een paar jaar kwam bij mij toch wel de twijfel bovendrijven.
Men sprak alsmaar over wildbeheer, maar het hield niets anders in dan jagen, schieten en daarna veel eten en drinken. Wildbeheer was dus eigenlijk gewoon een ander woord voor plezierjacht. De werkelijkheid werd verdoezeld. Vooral onder druk van de publieke opinie die zeer kritisch was op het woord ’jagen’. Ik stelde hierover diverse malen zeer kritische vragen tijdens vergaderingen. Dat werd mij allerminst in dank afgenomen. Ik kreeg een telefoontje van de voorzitter van de WBE: “Sjaak, stop met die vervelende vragen. Wildbeheer is niks meer dan jagen, jagen en nog eens jagen.” De man sprak de waarheid.
Voor mij betekende dit een kentering. Ik nam mij voor heel diep in de jachtwereld te duiken en er alles over te weten te komen, geïnspireerd door de boeken uit mijn jeugd ‘Arendsoog’ en ‘Witte Veder’. Deze hadden mij geleerd dat je er lid van moet worden en er een hele tijd bij moet blijven als je veel van een bende wilt leren. Door veel aanwezig te zijn op allerlei jachtpartijen en vergaderingen, tot in de hoogste kringen, werd mij duidelijk dat het hier ging om niets meer dan een schietsport op dieren en veelal op massaal uitgezette fazanten.
Het uitgraven van jonge vossen, gepaard gaande met enorm dierenleed, was mij tevens een doorn in het oog. Ook ik werd in mijn jachtcombinatie meegesleurd met deze praktijken. Tot ik er helemaal genoeg van kreeg en dit kenbaar maakte in niet mis te verstane termen. De breuk was geboren en deze was onherstelbaar. Ik schreef kritische stukken over de jacht in het Eindhovens Dagblad en de ’secretaris’ van de jachtclub maande mij te stoppen met deze vorm van vrije meningsuiting omdat dit ’het aanzien van de WBE zou schaden en verpachting van de gemeentelijke gronden in gevaar zou brengen.’
Ik richt mij momenteel specifiek op de ecologische processen die zich afspelen in onze natuur en die telkens verstoord worden. De zelfregulatie komt nog zelden aan bod. De intensieve landbouw in het voor- en najaar is hierbij vaak van doorslaggevende betekenis. Het omploegen, het maaien met cyclomaaier, de overtollige mest die geïnjecteerd wordt, waarbij alle nesten van bodembroeders worden vernietigd, enzovoort. Het zijn slechts een paar voorbeelden. Vervolgens leggen de jagers de schuld van de achteruitgang van weidevogels ten onrechte bij de vos.
Daar komt als klap op de vuurpijl nog bij dat jagers de gehele natuur enorm verstoren en uit balans brengen. Vooral de jacht op predatoren, waaronder met name de vos, is een ramp voor het ecosysteem, maar wordt door de jachtwereld juist met opzet uitgevoerd. Denk aan de ecologische relatie vos-konijn: de vos wordt zoveel mogelijk vervolgd, waardoor de konijnen in aantal kunnen toenemen en schade kunnen aanrichten. De jager staat vervolgens klaar om de konijnen af te knallen.
Jagers zijn altijd gebaat bij schade, want ze claimen daarbij een belangrijke taak te vervullen. Niets is minder waar, het gaat bij de jacht om het genot van het schot. Plezierjacht onder het mom van ’wildbeheer’. Door mij gekenschetst als: beheer door wilden. Een van mijn hoofddoelen is het kenbaar maken aan het grote publiek van de illegale praktijken en de leugens rondom ‘jagerstaken’. Ik werk daarbij samen met natuurfotograaf Harry Kuypers.
De sociale media bieden veel mogelijkheden om het publiek te bereiken. Er is nog veel onwetendheid op het gebied van de jacht.. Toen een paar jaar geleden Omroep Brabant een reportage maakte over de illegaliteit bij de jacht in Deurne en omgeving, stond de jachtwereld op zijn kop. En terecht, daar werd duidelijk wat er zich allemaal afspeelt in deze verborgen wereld. Het uiteindelijke doel is om de plezierjacht (wilde eend, fazant, haas, houtduif, konijn) volledig te laten verbieden. En dat kan als alle natuurorganisaties dezelfde kant uitkijken. Hun argumenten zijn immers veel sterker dan de schietargumenten van de jachtwereld.
Het beleid met betrekking tot beheer en schadebestrijding zou niet moeten worden bepaald door de provinciale FBE (Faunabeheereenheid). Dit is een door jagers gedomineerde organisatie. Voor de vorm (en wettelijk verplicht) participeren natuurgerichte organisaties, die bij stemming altijd tekort schieten en er eigenlijk voor Jan met de korte achternaam bijzitten. Door de verantwoordelijkheid neer te leggen bij de FBE ontstaat de situatie dat de slager zijn eigen vlees keurt. De leerling slager (de natuurorganisatie) mag meekijken, maar heeft geen inbreng. Volledig mislukt overheidsbeleid, aangewakkerd door met name CDA en VVD.
Ook richten Harry en ik ons op de praktijk. Wij kijken met verrekijker en fototoestel vanaf de openbare weg bij jachtpartijen; geven plaatsen waar eenden worden gevoerd door aan de Omgevingsdienst. Ook verwijderen we de mais, die overvloedig is uitgestrooid in voerkuilen voor de reeën, geven onze ogen goed de kost bij fazanterieën en dienen ’WOB-verzoeken (Wet openbaarheid van bestuur) in tegen illegale hoogzitten. Daarnaast zijn wij nog met enkele zaken bezig waar ik op dit moment niets over kan zeggen, maar die zeer actueel zijn zodra de fazantenjacht van start gaat in oktober.
Dat is een zeer goede vraag. Ik woon in de gemeente Deurne, ‘Jachtdorp Deurne’. De naam zegt voldoende. Van oudsher werd hier veel gestroopt, uit traditie en gewoonte, maar ook vaak uit armoede. Toen dit niet meer nodig was, zijn de stropers omgetoverd tot jagers en vervolgens tot wildbeheerders. Illegale praktijken hebben hier jaren de overhand gehad en dat gaat er niet uit in één generatie. Veel jagers hebben dan ook een stropersverleden. Illegaliteit komt hier dus veel voor, maar niet alleen in de Peel. Als voorbeeld noem ik de zwijnenproblematiek.
Al jaren wijs ik de provincie en gemeentes erop dat de plotselinge aanwezigheid van zwijnen geen toeval is. Hieraan is veel vooraf gegaan. Jagersverenigingen raakten grote schiettuinen kwijt, waaronder de Grote Peel, Leenderbos, de Rips. Dat was een enorme aderlating. In de wandelgangen werd er openlijk over gesproken hoe dit verlies moest worden aangepakt. Er verrees een schimmige oplossing aan de horizon. Het loslaten van zwijnen zou wel eens DE oplossing kunnen zijn om het verlies te compenseren en de gronden terug te krijgen.
Het provinciebestuur, met het CDA voorop, wees dit verhaal naar het rijk der fabelen en wilde geen DNA-onderzoek laten doen. Het zwijnenprobleem was geboren. Nu blijkt hoeveel gelijk ik had. Uit recent DNA-onderzoek in het Leenderbos is gebleken dat de oorsprong van de wilde zwijnen aldaar ligt bij een fokkerij uit Kortrijk. Dat had ik ze jaren geleden al kunnen vertellen. Bovendien bleken de zwijnen in de Peel afkomstig te zijn van een fokkerij, net over de Duitse grens. Nu vindt de provincie de zwijnen een probleem en gaat met alle belanghebbenden in gesprek. Als beloning krijgen de jagers het voorrecht van de drukjacht, die wettelijk verboden is.
Het natuurbeheer moet mijns inziens geheel beroepsmatig worden. Nu hebben hobbyisten, te weten jagers, te veel invloed op het beheer en ze zijn hiervoor niet capabel. Jagers willen waar voor hun duurbetaalde pachtgelden. Ze willen schieten, dat is hun hobby. Het beheer is slechts de noemer waaronder de plezierjacht plaatsvindt. Er is geen jagersclub te vinden in heel Nederland die zegt: “We zullen eens een paar jaar lang toekijken hoe de fauna zicht ecologisch ontwikkelt en daarna bezien of jagen wel een redelijk doel dient”. Dan zou ogenblikkelijk blijken dat deze ‘natuurbeheerders’ volkomen overbodig zijn, sterker nog: totaal ongewenst zijn.
Op dit moment keurt de slager zijn eigen vlees. Een goed voorbeeld hiervan zijn de reewildtellingen. Daar klopt helemaal niets van. Op de eerste plaats zijn reeën niet te tellen en op de tweede plaats zijn de tellingen volkomen dubieus. Ook wij telden vroeger de reeën aan de tap en bij elke pot bier werden het er meer. Geen haan die er naar kraaide. Er zouden professionele mensen in dienst genomen moeten worden. En al kost dat meer geld, dat mag geen probleem zijn. Voor een goed en verantwoord faunabeheer mag best een aanzienlijk bedrag worden begroot. Het gaat tenslotte om het welzijn van onze flora en fauna. We krijgen dan een veel eerlijker beeld en de jachtwereld kan het geweer (het beheersinstrument) naar het museum brengen.
De provinciale FBE zou per direct moeten worden ontbonden en het beheer zou bij professionals moeten worden gelegd. De Provinciale Landschappen, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheermoeten moeten hun doelstellingen herzien en geen verbindingen aangaan met WBE’s. Wild behoort aan niemand toe, het gaat in juridische termen om res nullius. Jagers denken over wild als zijnde HUN bezit. En juist daar gaat het fout.
Natuurorganisaties zouden informatie en kennis moeten uitwisselen. Deze kennis kan bijvoorbeeld op een centraal punt worden verzameld en van daaruit kan gerichte actie worden ondernomen. Nu zijn er mijns inziens nog te veel eilandjes, die te weinig samenwerken, waardoor waardevolle informatie verloren gaat en/of niet wordt benut. Als natuurorganisaties meer met elkaar gaan samenwerken, kan een enorm groot blok ontstaan met als doelstelling: de jacht zal en moet verdwijnen. Hiervoor moeten we gezamenlijk gaan tot het doel is bereikt.
—
[Interview – via Fauna4Life.](https://fauna4life.nl/in-gesprek-met-ex-jager-sjaak-kuijpers/)
Men sprak alsmaar over wildbeheer, maar het hield niets anders in dan jagen, schieten en daarna veel eten en drinken.
Het uiteindelijke doel is om de plezierjacht (wilde eend, fazant, haas, houtduif, konijn) volledig te laten verbieden.
Er is geen jagersclub te vinden in heel Nederland die zegt: “We zullen eens een paar jaar lang toekijken hoe de fauna zicht ecologisch ontwikkelt en daarna bezien of jagen wel een redelijk doel dient”
Animal Rights activisten trekken er sinds 2015 op uit om te demonstreren tegen de jacht en dieren in het veld te verdedigen. Vaak zijn we getuige van schokkende jachtmisstanden, onze onthullende beelden maken verborgen dierenleed zichtbaar. Een overzicht van ons beeldmateriaal.
Bekijk ook onze tijdlijn voor een overzicht van al onze acties.
Beelden 2020
In 2020 waren we door de coronamaatregelen minder in het veld aanwezig. Desondanks maakten we onderstaande beelden.
In 2019 zijn de acties tegen de jacht opgevoerd. We constateerden dat er van alles mis gaat bij de jacht in Reeuwijk. Filmden wederom onvoorstelbaar lijden van ganzen en vonden meermaals aangeschoten en met hagel doorzeefde ganzen.
Animal Rights filmde hoe een gans in Zuid-Holland wordt doodgeslagen.
Wij kregen videobeelden in handen, waarop te zien is hoe een jachthond wordt afgericht met een levende duif. Het dier hangt langdurig bij bewustzijn aan een touw en is duidelijk gestresseerd.
Animal Rights filmde hoe meerdere ganzen in Utrecht aan hun lot werden overgelaten. De ganzenjacht zorgt voor stress, angst, pijn en bij een slecht geplaatst schot: een langdurige doodsstrijd.
Dezelfde jager in Utrecht slentert naar een aangeschoten gans en breekt de nek van het dier.
Animal Rights filmde samen met Stichting Dierenrader hoe in de Krimpenerwaard een vogel als grof vuil werd weggegooid. Deze jager had duidelijk iets te verbergen.
Na de jacht op en rondom De Reeuwijkse Plassen worden er regelmatig gewonde dieren met hagel in het lijf of gebroken vleugels aangetroffen.
Animal Rights filmde in 2019 de doodsstrijd van een gans in De Reeuwijkse Plassen.
Beelden 2018
In 2018 waren we naast Zuid-Holland ook actief in Utrecht en Gelderland. We filmden hoe levende lokdieren worden ingezet tegen bij de jacht, om hun overvliegen soortgenoten te lokken en vervolgens af te schieten.
Animal Rights voerde in september 2018 voor het eerst én met succes actie tegen de jacht in Utrecht. Een jager poseerde met de doodgeschoten dieren.
Animal Rights filmde in juli 2018 hoe levende ganzen worden ingezet als lokmiddel tijdens de jacht. De dieren trekken overvliegende soortgenoten aan, die vervolgens worden neergeschoten.
Beelden 2017
Ook in 2017 filmden we vreselijk leed bij de jacht op ganzen en hazen.
Animal Rights filmde in november 2017 hoe een haas door een groep jagers werd opgejaagd, beschoten, door een hond achterna gezeten en uiteindelijk met zes klappen doodgeslagen.
Animal Rights heeft in 2017 de lijdensweg van neergeschoten ganzen vastgelegd in de Hoeksche Waard.
Beelden 2016
Tijdens onze eerste acties in de Hoeksche Waard in Zuid-Holland maakten we meteen vreselijke beelden.
Animal Rights heeft in de zomer van 2016 een jager in de Hoeksche Waard gefilmd die van dichtbij een aangeschoten Canadese gans executeert.
Animal Rights brengt in 2016 beelden naar buiten van de ganzenjacht in de Hoeksche Waard. Hierop is te zien hoe een gans uit de lucht wordt geschoten en vecht voor zijn leven.
In Nederland worden wilde dieren bij het minste of geringste gedood. Door middel van juridische procedures verzet Animal Rights zich hiertegen. We maken gebruik van de mogelijkheden die de wet ons biedt. Bij conflicten tussen mensen en wilde dieren wordt het geweer vaak aangedragen als enige juiste oplossing. Dat wil Animal Rights veranderen en juridische procedures helpen daarbij. Hieronder vind je een tijdlijn van onze juridische successen.
In 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierin zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet samengevoegd. Met de invoering van deze wet is het natuurbeleid in Nederland grotendeels gedecentraliseerd. Dit houdt in dat bevoegdheden omtrent natuurbescherming, jacht en schadebestrijding bij de provinciale overheden terecht zijn gekomen. Over dezelfde diersoort kan in verschillende provincies een besluit worden genomen met als gevolg dat besluiten en juridische procedures per provincie verschillen.