INMIDDELS DRIE MILJOEN VOGELS ‘GERUIMD’ OP COMMERCIËLE BEDRIJVEN

Sinds de uitbraak van de huidige vogelgriepepidemie zijn er ruim drie miljoen vogels gedood op commerciële bedrijven. Animal Rights roept op om de geruimde stallen niet meer te vullen voordat er een structurele oplossing is gevonden om de vogelgriep tegen te gaan.

Ook kolonies wilde vogels sterven massaal ten gevolge van de vogelgriep. In het Zeeuwse natuurgebied Waterdunen zijn duizenden dode grote sterns gevonden.

VERGASSEN, VERVANGEN EN WEER VERGASSEN

We moeten per direct stoppen met het vullen van ‘geruimde’ stallen.

Campagnecoördinator Anna krijger

De huidige vogelgriepuitbraak is de grootste sinds 2003. Sinds het begin van deze epidemie in de herfst van vorig jaar zijn er al meer dan drie miljoen vogels gedood op commerciële bedrijven.1 Een einde aan de vogelgriep is nog lang niet in zicht. Animal Rights roept op tot een onmiddellijke stop op het vullen van ‘geruimde’ stallen met nieuwe dieren.

Campagnecoördinator Anna Krijger: “De situatie is even bizar als eenvoudig. Stallen worden na ruiming weer gevuld met nieuwe dieren die vervolgens weer vergast worden als er een nieuwe besmetting wordt geconstateerd. Hier moet per direct een einde aan komen.”

Ook met wilde vogels gaat het slecht. In het Zeeuwse natuurgebied Waterdunen zijn duizenden dode grote sterns gevonden die zijn overleden aan gevolgen van de vogelgriep. De kolonie op Texel in natuurgebied De Petten is ook hard getroffen: van de zevenduizend grote sterns in het gebied zijn er ongeveer drieduizend dood gevonden.2

De situatie beperkt zich niet tot Nederland. Meerdere landen in Noord-Europa hebben te maken met deze extreme uitbarsting van de vogelgriep: in Frankrijk en Engeland zijn ook duizenden dode vogels gemeld. Natuurmonumenten noemt de signalen uit binnen- en buitenland ‘zeer verontrustend’.3

NEDERLAND: GROOTSTE PLUIMVEESCHUUR VAN EU

Nederland heeft de hoogste pluimveedichtheid van de Europese Unie. Volgens het CBS waren er vorig jaar alleen al zo’n 99,9 miljoen kippen in Nederland. Het vogelgriepvirus kan zich hierdoor razendsnel verspreiden. Volgens viroloog Thijs Kuiken van het Erasmus MC is op termijn de belangrijkste maatregel het aantal veebedrijven en de hoeveelheid dieren per onderneming omlaag brengen.4

Dit adviseerde Kuiken eind vorig jaar al, toen de situatie nog lang niet zo ernstig leek als nu het geval is. Dit toont aan dat de bereidheid om de vogelgriep structureel aan te pakken nihil is. Dat dit levensgevaarlijk voor dieren is, bewijst het bizarre getal van drie miljoen vergaste dieren. Maar ook de volksgezondheid staat op het spel: vogelgriep is een zoönose en kan dus overspringen van dier op mens en omgekeerd.

MINDER KIPPEN, MINDER LEED, MINDER STIKSTOF

De kippenindustrie is goed voor zo’n 9% van de huidige stikstofuitstoot.5 Dat is weliswaar een stuk minder dan de 57% die de ‘koeienindustrie’ op zich neemt, maar in het licht van de huidige stikstofcrisis toch aanzienlijk. Het niet blijven vullen van stallen die ‘geruimd’ zijn, is in eerste instantie in het belang van de dieren. Maar daarnaast zal het terugdringen van het aantal dieren ook bijdragen aan een afname van de stikstofuitstoot. Vooral in gebieden met een enorme pluimveedichtheid, zoals de Gelderse Vallei, kan er een enorme stap in de goede richting gezet worden.

Animal Rights is van mening dat geen enkel dier zou hoeven lijden voor genot of gemak van de mens. Een einde aan de intensieve (pluim)veehouderij is dan ook de enige structurele en ethisch juiste oplossing.

VOGELGRIEPBESMETTINGEN IN 2021

Vanaf oktober 2021 duiken nieuwe besmettingen met hoog pathogene vogelgriep op in Nederland. Het betreft een nieuwe virusintroductie, die waarschijnlijk door trekvogels naar Nederland is gekomen.

Hoog pathogene vogelgriep commerciële pluimveebedrijven:
Ysselsteyn: Kalkoenen – 64.000 – H5N1 – 20/12/2021
Den Ham: Vleeskuikens- 80.000 – H5N1 – 17/12/2021
Vinkeveen: Leghennen – 10.000- H5N1 – 21/11/2021
Tzum I: Vleeskuikens – 122.500 – H5N1 – 14/11/2021
Lutjegast: Leghennen – 48.000 – H5N1 – 08/11/2021
Zeewolde III: Vleeseenden – 21.000 – H5N1 – 05/11/2021
Zeewolde II: Vleeseenden – 10.000 – H5N1 – 04/11/2021
Grootschermer I: Vleeskuikens – 107.000 – H5N1 – 30/10/2021
Zeewolde I: Leghennen – 36.000 – H5N1 – 26/10/2021

Hoog pathogene vogelgriep grotere hobbyhouders:
Parrega: Particuliere eigenaar – 200 – H5N1 – 03/11/2021
Assendelft: Kleinschalige houderij – 190 – H5N1 – 01/11/2021

Stal- en mestongelukken België 2020

Dieren die hun leven opgesloten in stallen doorbrengen eindigen doorgaans in het slachthuis. Sommige dieren sterven een vroegtijdige dood door ziekte en het gebrek aan individuele medische zorg, maar ook uitvallende ventilatiesystemen, stalbranden, transportongelukken en stalverzakkingen zijn gruwelijke gebeurtenissen die kunnen plaatsvinden tijdens het korte bestaan van dieren in de vee-industrie.

Stalverzakkingen zijn een onderbelicht probleem waar Animal Rights licht op werpt.

  1. 7 februari Poperinge (West-Vlaanderen): 7 varkens zijn uit een mestput gehaald door de brandweer. Bron: Nieuwsblad
  2. 2 maart Alveringem (West-Vlaanderen): 7 varkens zijn ‘gered’ nadat zij 5 uur vast hebben gezeten in een mestput. De vloeibare mest moest eerst overgepompt worden, alvorens de varkens er uit gehaald konden worden. Bron: HLN
  3. 19 april Schuiferskapelle (West-Vlaanderen): 1 koe is door een rooster gezakt. De brandweer weet haar te ‘redden’. Bron: HLN
  4. 5 mei Diksmuide (West-Vlaanderen): de roosters boven de beerput van een varkensstal in. 6 varkens stortten naar beneden, waarvan 3 in de beerput overleden zijn. De andere 3 zijn levend uit de beerput gehaald, maar worden als ‘niet meer geschikt voor consumptie’ beschouwd. Bron: HLN
  5. 27 mei Ieper (West-Vlaanderen): de brandweer heeft 10 varkens uit een beerput gehaald. De beerput in de stal was 1,80 meter diep en voor veertig centimeter gevuld met mest. Bron: HLN
  6. 12 juni Westrozebeke (West-Vlaanderen): de brandweer heeft 5 varkens uit een beerput gehaald. Voor zover duidelijk hebben allen de val overleefd. Bron: KW
  7. 19 juni Gerkenberg (Limburg): 60 varkens zijn door een stalvloer gezakt. Hoeveel dieren de brandweer levend uit de mestput heeft kunnen halen, is niet duidelijk. Bron: Nieuwsblad
  8. 20 juli Moorslede (West-Vlaanderen): de brandweer is uitgerukt uit om 10 varkens die door de stalvloer zijn gezakt eruit te halen. De veehouder heeft voordat de brandweer arriveerde een deel van de mest afgepompt. Er wordt geen melding gemaakt of er dieren overleden zijn. Bron: HLN
  9. 1 september Dentergem (West-Vlaanderen): de brandweer is er in geslaagd 5 zeugen uit de beerput te halen. Bron: HLN

Weidevogels en predatie

Weidevogels zijn geliefde bewoners van het Nederlandse landschap. Niet voor niets is de grutto in 2015 verkozen tot Nationale Vogel. 1 Het is algemeen bekend dat het niet goed gaat met de weidevogels in Nederland. Predatoren, zoals vossen, maar ook kraaien krijgen hier vaak de schuld van. Animal Rights vindt dit onacceptabel en pleit voor échte duurzame oplossingen, zonder een aantal diersoorten als zondebok aan te wijzen en vervolgens intensief te bejagen.

Lees ook:

Weidevogels in Nederland

Elke vogel die broedt in weilanden en op akkers is een weidevogel, ofwel boerenlandvogel. Omdat deze definitie zo breed is, bestaan er veel verschillende soorten weidevogels. In totaal zijn er ongeveer 26 soorten en deze zijn te onderscheiden in twee categorieën: primaire en secundaire weidevogels. De eerste categorie broedt vooral op het grasland en de tweede in mindere mate. 2

Steltlopers horen grotendeels tot de primaire weidevogels. Dit is een verzamelnaam van verscheidene vogelfamilies. Hieronder vallen de kievit, grutto, tureluur, wulp, scholekster, kemphaan en watersnip. Deze worden door veel mensen als de “echte” weidevogels aangemerkt. Andere vogelsoorten, zoals eenden en zangvogels, vallen ook in de categorie primaire weidevogels, zoals de zomertaling, kuifeend, veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart. 3

Vogels die ook vaak in andere landschappen broeden, behoren tot de categorie secundaire weidevogels. Voorbeelden hiervan zijn de meerkoet, wilde eend, patrijs, kluut, torenvalk en visdief.

Hoe leven weidevogels?

Weidevogels leggen hun eieren in graslandgebieden en brengen hun jongen hier ook groot. Ze broeden ongeveer vanaf maart tot en met juni, de broedduur is tussen de 20 en 28 dagen. De eieren liggen vaak in een zelfgemaakt nest of een ondiep kuiltje omringd door vegetatie. Ze leggen de eieren het liefst op plekken met voldoende beschutting, dus in hoog gras.

De gemiddelde weidevogel kan tussen de 7-18 jaar oud worden, als ze in een geschikt leefgebied opgroeien. De kwaliteit van het vogelgebied hangt af van de openheid, de mate van verstoring, de beschikbare hoeveelheid voedsel, predatie en weersomstandigheden. Ze leven vaak in groepen, zodat ze beter beschermd zijn tegen bedreigingen zoals kraaien, meeuwen, reigers en roofvogels. 4

Weidevogels eten vooral regenwormen en insecten die ze in de grond vinden

“Echte” weidevogels eten met name regenwormen en insecten die ze in de grond vinden. Net zoals andere trekvogels vliegen ze elk najaar naar zuidelijke streken. Tijdens deze trek stoppen ze om op kracht te komen op zogenoemde pleisterplaatsen. Hierna trekken ze verder naar de overwinteringsgebieden en hier blijven ze tot het voorjaar, om extra vet op te slaan en conditie op te bouwen. Deze plaatsen zijn van cruciaal belang voor de overleving van de populatie. 5

Terugloop sinds jaren ’60 door koeienexplosie

De jaarlijkse veranderingen in de broedvogelaantallen worden sinds midden jaren tachtig bijgehouden door Sovon Vogelonderzoek Nederland. Gemiddeld genomen zijn de weidevogelpopulaties sinds 1960 met 60-70% afgenomen. Dat komt neer op een verdwijning van 3,3 tot 5,7 miljoen broedparen binnen 50 jaar. 6

Sinds 1990 is een duidelijk meetbare daling van de grutto, scholekster, slobeend, veldleeuwerik en graspieper populaties te zien. Deze daling komt door de verandering in de veehouderij: er wordt o.a. vaker gemaaid. Door het kort houden van het gras verdwijnen allerlei bloemen en kruiden, omdat ze worden afgemaaid voor ze tot wasdom komen. Dat leidt tot het verdwijnen van vlinders en insecten, die belangrijk voedsel voor de jonge kuikens van weidevogels vormen. 7

“Al die koeien moeten kort gras eten. Dat gras moet eiwitrijk zijn zodat ze voldoende melk produceren”, zegt Kees de Pater van de Vogelbescherming. “Dat is de pest voor de weidevogels. Die zijn juist gebaat bij langer gras, en een wat onkruidrijk, ongelijk terrein. Dan kunnen ze goed nesten bouwen en hun jongen veilig grootbrengen.” 8

Terugloop van weidevogels sinds 1990 (bron: CBS)

Uit een analyse uit 2016 van Sovon Vogelonderzoek Nederland blijkt dat de belangrijkste achteruitgang van weidevogels te wijten is aan het gebrek aan broedsucces in de graslanden. Deze zijn vanuit weidevogelperspectief zowel in omvang als in kwaliteit sterk achteruitgegaan in Nederland.

Wat de omvang betreft is de totale hoeveelheid blijvend grasland sinds 1950 met bijna de helft (-566.000 hectare) afgenomen. Daar staat tegenover dat het aandeel tijdelijk grasland -dat minimaal een keer per vijf jaar geploegd en opnieuw ingezaaid of doorgezaaid wordt- juist sterk is toegenomen. Tijdelijk grasland is echter niet of veel minder geschikt als broedgebied voor weidevogels, omdat het overwegend bestaat uit monoculturen van Engels raaigras die intensief worden bemest en gemaaid. 9

Onnatuurlijk hoge weidevogelstand

Vroeger bestond Nederland grotendeels uit moerasbos en hoogveen, maar door de eeuwen heen veranderde het landschap in weilanden en akkers. Er is een duidelijke correlatie tussen de groei van de vroegere boerderijen en de verspreiding van grutto’s in Nederland.

Door de eeuwen heen veranderde het Nederlandse landschap in weilanden en akkers

Volgens bioloog Jaap Mulder zijn weidevogels in Nederland tot bloei gekomen in een periode dat er in de weidegebieden geen roofdieren waren, doordat de mens die door de eeuwen heen met alle mogelijke middelen heeft bestreden. Het hoogtepunt van de bloei vond plaats in de jaren vijftig en zestig toen de bemesting van de graslanden zo sterk was toegenomen, dat er voldoende van was om een hoge wormenstand te creëren. Deze hoge wormenstand is voor weidevogels van cruciaal belang. Afgezien van een gebrek aan roofdieren, waren er ook geen roofvogels, zoals havik en buizerd, in de open weidevogelgebieden. Door de beschermende maatregelen en veranderde inzichten, waardoor gif en klemmen werden verboden, zijn roofdieren langzamerhand weer in deze gebieden teruggekomen. In feite de natuurlijke situatie. 10

Predatie en de mens

Zowel vossen als kraaien krijgen vaak de schuld van het teruglopen van de weidevogelstand. Uit een analyse uit 2018 blijkt dat het zomaar doodschieten van één predator, zoals de vos, niet per definitie leidt tot hogere overleving van weidevogels. Het kan zelfs averechts werken. Er zijn namelijk meer dan 15 predatoren in Nederland actief die verantwoordelijk kunnen zijn voor de predatie van weidevogels en hun kuikens en eieren. Bijvoorbeeld de hond, steenmarter, buizerd, hermelijn, bunzing, reiger, ooievaar en egel. 11

De vos wordt, door jagers en boeren, vaak aangewezen als de grootste predator van weidevogels. Door deze veronderstelling wordt er in heel Nederland intensief op vossen gejaagd, met als excuus het bewaren van het evenwicht in de natuur of het beschermen van weidevogels. In de meeste gevallen is er geen deugdelijk onderzoek verricht naar de predatie en zijn de leefomstandigheden in weidevogelgebieden ondermaats.

Lees ook:

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is het lastig te concluderen of predatoren een grote invloed hebben op de teruggang van weidevogels, omdat hun populaties zelf ook drastisch toenemen en afnemen. Soorten als buizerd, hermelijn, bunzing, vos, kraaiachtigen, blauwe reiger, ooievaar, maar bijvoorbeeld ook egels, hebben -naast veel andere prooien en aas- ook weidevogels op het menu staan. Omdat sommige soorten roofdieren toenemen en andere afnemen valt niet te zeggen of de druk hiervan op de weidevogelstand veranderd is. Weidevogels hebben een grotere kans te worden verschalkt door roofdieren als de beschutting door landbouwactiviteiten, zoals maaien, sterk wordt verlaagd. 12

Vossen krijgen vaak de schuld van het teruglopen van de weidevogelstand

Verliezen door natuurlijke vijanden zijn een normaal verschijnsel bij weidevogels. Sovon Vogelonderzoek concludeert: “(…)dat de toegenomen predatordichtheid vooral een probleem vormt in gebieden met een relatief lage habitatkwaliteit, terwijl in habitats waar de kwaliteit wel op orde is er kennelijk voldoende mogelijkheden zijn voor weidevogels om dit op te vangen.”

Ook volgens De Vogelbescherming is predatie zeker niet de belangrijkste oorzaak is van de kritieke weidevogelstand. De reden van de terugloop moet vooral worden gezocht in een afname van geschikte leefgebieden voor weidevogels. 13

Wat als er geen vossen zouden zijn?

De trend van de aantallen boerenlandvogels is dalend, terwijl verschillende predatoren juist in aantal toenemen. Onderzoeker Wolf Teunissen van Sovon Vogelonderzoek Nederland verdiept zich al jaren in de vraag naar oorzaak en gevolg. 14

“De toename van predatie blijkt eigenlijk alleen een probleem in broedgebieden van slechte kwaliteit. In kruidenrijke graslanden is het succespercentage van bijvoorbeeld gruttonesten nog vergelijkbaar met de jaren tachtig, toen er veel minder vossen rondliepen.

Op basis van de predatiekansen rekende Teunissen uit wat de effecten zouden zijn wanneer je één bepaalde categorie rovers zou kunnen uitschakelen. Wanneer hij de schade door eierrovende vossen uit de statistieken haalde, dan nog kwam het succes van een gemiddeld gruttonest niet boven de kritische drempel, die nodig zou zijn om de populatie op zijn minst stabiel te houden. Alleen door het elimineren van de predatie door vogels, kon Teunissen het theoretisch succes van een gruttonest boven de kritische drempel krijgen.

Helpt het bestrijden van predatoren?

Op sommige plaatsen in Nederland worden predatoren gevangen, of geschoten in de hoop dat hiermee minder weidevogels gegrepen worden. Overigens is dit alleen toegestaan bij de vos en de zwarte kraai, en in Friesland op proef met steenmarters. Het effect van vossenafschot lijkt beperkt te zijn. Een alternatief om legsels te beschermen is het afrasteren van gebieden. In broedgebieden waar een hek met schrikdraad omheen stond, ging slechts zeven procent van de legsels verloren door predatie, terwijl dit in controlegebieden 78 procent was, zo blijkt uit een onderzoek van Sovon Vogelonderzoek uit 2020. 15

In één gebied werden vossen voorafgaand aan, en tijdens het broedseizoen afgeschoten. Dit beperkte de predatieverliezen wel enigszins. Toch ging hier nog 63 procent van de legsels verloren. Veel meer dus dan in gebieden met een raster. Of dit door de uitvoering van het jachtbeheer ter plekke komt is onduidelijk.

Werk aan echte duurzame oplossingen

Voor de inrichting van weidevogelgebieden is het vooral belangrijk dat ze van voldoende omvang zijn. Een omvang van 250 hectare is een absoluut minimum, maar een gebied dat tien keer zo groot is, zou in de praktijk het minimum moeten zijn. Om het predatierisico binnen het kerngebied te beperken, kan dit gebied het beste worden uitgerasterd. Dat valt bij een omvang van minimaal 250 hectare niet mee. Toch is het belangrijk om een zo groot mogelijk gebied te omrasteren. Het broedgebied zelf moet voldoende variatie bieden voor de weidevogels. Een afwisseling van hoge en lage, open en gesloten vegetatie, bestaande uit een mengsel van grassen en kruiden, waardoor de vogels voldoende mogelijkheid hebben zich te verschuilen en voedsel te vinden voor de jongen. 16

Pas als aan die voorwaarden is voldaan, kan aanvullend beheer van predatoren een toegevoegde waarde hebben. In veel provincies worden alle eerste stappen overgeslagen en wordt meteen gegrepen naar het geweer. In plaats van dieren dood te schieten om andere dieren te beschermen, moet er volgens Animal Rights ingezet worden op duurzame en lange termijn oplossingen, waarbij de belangen van álle dieren worden meegenomen.

Vernatting

De belangrijkste maatregel om weidevogelgebieden te verbeteren is het verhogen van het waterpeil. Vochtig grasland is gunstig voor weidevogels, zeker voor grutto’s, kieviten, tureluurs en eenden. Als de grond vochtig is, dan zitten de wormen en insecten dichter bij het oppervlak en zijn ze beter te bereiken met als gevolg meer voedsel voor de weidevogels. Bij een lage waterstand zitten de bodemdieren te diep in de grond en komen de weidevogels er niet bij. Hun overlevingskans wordt ingrijpend gelimiteerd als ze maar over een beperkte voedselbron beschikken. 17

Betere bodemkwaliteit

Het onderscheid tussen intensief agrarisch land en natuur wordt steeds scherper. De laatste vijftig jaar is door de intensieve veehouderij het platteland overbemest geraakt. Er groeien weinig diverse soorten planten. Wegens het gebrek aan variatie, bevat de grond minder mineralen en zijn er steeds minder bodemdieren die tot voedsel van weidevogels kunnen dienen.

Minder maaien en een open landschap

Veel predatoren schuilen in bosjes of bomen rondom weilanden. Door het creëren van een open landschap, vallen weidevogels minder snel ten prooi aan predatie. Weidevogels zoeken dekking in hoog gras, leggen hier hun eieren en brengen hun jongen groot. Als het gras te kort is, hebben de vogels minder beschutting en worden ze eerder opgejaagd door potentiële vijanden.

Accepteren of veranderen

Het landschap van 1960 is verdwenen. Die situatie is niet meer. De intensieve veehouderij blijft doorgroeien, met als gevolg dat het voor weidevogels steeds moeilijker wordt om te overleven. De meest extreme vorm van verarming lijkt nu wel te zijn bereikt met ‘akkers’ met uitsluitend Engels raaigras, waar geen insecten meer voorkomen die als voedsel dienen voor jonge weidevogels en andere dieren. 18 In plaats van dieren dood te schieten om andere dieren te beschermen, moet er ingezet worden op duurzame en lange termijn oplossingen, waarbij de belangen van álle dieren worden meegenomen.

Het lukraak doden van kraaien of vossen ter bescherming van weidevogels, heeft geen enkel nut als hun plaats wordt ingenomen door andere predatoren én als de landbouw door blijft produceren op de ingeslagen weg. Een veranderende natuurinclusieve landbouw, waarbij wordt geproduceerd met oog voor de omgeving, is de enige acceptabele oplossing om zowel weidevogels als hun predatoren te beschermen. Een einde aan de vee-industrie en de jacht is de beste garantie voor een natuur met wilde dieren in balans.


  1. Grutto verkozen tot nationale vogel ↩︎
  2. Kopse natuurvereniging – Weidevogels ↩︎
  3. Nederlandse Vogelbescherming – Factsheets weidevogel ↩︎
  4. Nederlandse Vogelbescherming – Factsheets weidevogel ↩︎
  5. A.J. Beintema, O. Moedt & D. Ellinger. “Ecologische Atlas van de Nederlandse weidevogels” ↩︎
  6. Sovon Vogelonderzoek, (2012). Factsheet aantallen boerenlandvogels over de laatste 50 jaar ↩︎
  7. NOS, (2015). “Weidevogels ernstig bedreigd door koeienexplosie” ↩︎
  8. NOS, (2015). “Weidevogels ernstig bedreigd door koeienexplosie” ↩︎
  9. Tilburg University, (2016). “Meadow birds and the European and international obligations of the Netherlands: A legal analysis” Pag. 7 ↩︎
  10. Fauna4Life, Interview bioloog Jaap Mulder: “Afschot vossen heeft weinig effect” ↩︎
  11. Sovon, (2018). Boerenlandvogels en predatie: een update van de huidige kennis. Pag. 23, 27 en 31 ↩︎
  12. CBS, (2015). Weidevogels in duikvlucht ↩︎
  13. De Vogelbescherming – Standpunt predatie weidevogels ↩︎
  14. Van der Wal, J. & Teunissen, W., Sovon Vogelonderzoek – “Boerenlandvogels en predatie: een update van de huidige kennis” ↩︎
  15. Sovon Vogelonderzoek, (2020). “Probleem predatie vraagt om maatwerk” ↩︎
  16. Sovon Vogelonderzoek, (2020). “Probleem predatie vraagt om maatwerk” ↩︎
  17. De Vogelbescherming – Factsheets weidevogels – vernatting ↩︎
  18. Fauna4Life, Interview bioloog Jaap Mulder: “Afschot vossen heeft weinig effect” ↩︎

Vossen in Nederland

De vos is een omstreden dier, enerzijds mooi en aaibaar, maar vaak ook afgeschilderd als sluw of schurk. Volgens Nederlandse wetgeving mogen vossen het hele jaar door worden gedood tussen zonsopkomst en -ondergang. Vaak ter bescherming van diersoorten die het minder goed doen in ons land, zoals weidevogels, of ter bescherming van kippenbedrijven met vrije-uitloop kippen.

Animal Rights vindt dat wilde dieren er bij horen in ons land en in principe zoveel mogelijk met rust moeten worden gelaten. Er is een landelijk hetze tegen de vos aan de gang. Voor jagers is de vos een slimme en opwindende jachtbuit, maar de vossenjacht gaat gepaard met veel leed en is bovendien niet effectief. Leeggevallen territoria worden vrijwel meteen weer opgevuld door andere nieuwe dieren.

Vossen in Nederland

De vos behoort tot de familie van de hondachtigen, is een roofdier en vooral in de schemer en ’s nachts actief. Een vos is een omnivoor en eet alles, het liefst konijnen en woelmuizen, maar ook gevallen fruit of bessen.

De wrede en zinloze jachtpartijen op vossen moeten zo snel mogelijk stoppen.

Jessica Smit, Animal Rights

In de jaren vijftig kwam de vos alleen voor in het zuiden en oosten van het land. In de jaren zestig werden gif en klemmen gebruikt om vossen te bestrijden, nadat dat werd verboden heeft de vos zich ook verspreid over de rest van Nederland. 1

Vossen leven overal waar voldoende dekking is, van polders, duinen en bossen tot aan de randen van dorpen en steden. De vos is slim en kan zich geweldig goed aanpassen, zowel in de stad als in bos en polder. De grootte van territoria in Nederland van variëren van 50 tot 900 hectare, afhankelijk van het voedselaanbod en de bestrijding die wordt toegepast.

Hetze tegen de vos

Volgens de faunabeheerders (lees: jagers) in Nederland heeft de vos geen natuurlijk vijanden en nemen de aantallen gestaag toe. Volgens bioloog en roofdierspecialist Jaap Mulder gaat het argument dat vossen bestrijden nodig is ‘om het evenwicht in de natuur te bewaren’, niet op. Voor natuurbeheer is bestrijden van roofdieren in principe nooit noodzakelijk, de vos is samen met zijn prooisoorten geëvolueerd.

De natuurlijke vijand van de vos is de vos zelf.

De natuurlijke vijand van de vos is de vos zelf. Vossen zijn territoriale dieren. Dat betekent dat een gebied na een tijdje vol raakt en er niet meer vossen bijkomen. Dit blijkt ook uit het jachtverbod in Luxemburg op vossen, wat sinds 2015 geldt. Het verbod is in 2018 wegens succes verlegd. Er vond geen vossenexplosie plaats zoals door voorstanders van de jacht werd voorspeld, maar de aantallen bleven gelijk. 2

Een vossenpaar heeft een territorium, met een burcht, waarvan ze voornamelijk gebruik van maken in de voortplantingstijd. Daar blijven ze in principe hun hele leven, dat kan oplopen tot 8 jaar. Begin april worden 3 tot 7 jongen geboren, afhankelijk van de voedselvoorraad en de populatiedichtheid. Door bestrijding en eventuele verdunning van de populatie, neemt het aantal jongen in een worp toe. Het territorium kan immers groter worden, waardoor de vrouwtjes in een betere conditie komen. In een natuurlijk populatie daalt de grootte van de worp naar 3 tot 4 jongen. 3

Vooral jonge vossen vinden de dood

Volgens jagers is de vossenjacht in de maanden december tot maart het meest effectief, omdat dan de meeste dieren kunnen worden geschoten. Dit zijn echter vooral jonge dieren die nog rondzwerven: jonge vossen gaan in hun eerste herfst zwerven, op zoek naar een eigen territorium. Zonder eigen leefgebied kan een vos zich niet voortplanten. In deze maanden sterven veel eerstejaarsvossen helaas een natuurlijk dood. Deze sterfte is onzichtbaar. In de ogen van veel mensen is de enige dood van de vos het geweer. 4

Vooral jonge vossen vinden de dood.

Volgens bioloog en roofdierspecialist Jaap Mulder is “vossenbestrijding”, zoals deze nu plaats vindt, helemaal niet effectief: “Juist in de tijd dat al die jonge vossen rondzwerven, de herfst en winter, trekt de jager er op uit. Hij schiet vooral jonge vossen en ‘vervangt’ daarmee de natuurlijke sterfte, want hij haalt een aantal concurrenten weg voor de overblijvende vossen. Als hij een standvos schiet, wordt de lege plek soms al binnen een dag door zo’n zwerver opgevuld. In het gebruikelijk jachtseizoen kun je, vanwege al die zwervers, in een beperkt gebied zodoende veel vossen schieten zonder echt invloed op de populatieomvang in het volgende voorjaar te hebben. Een gedode vos is dus niet hetzelfde als ‘een vos minder’, want elke gedode vos betekent dat een andere kan overleven.” 5

Hoe zit het met de wet?

Vossen staan op de landelijke vrijstellingslijst. Dit betekent dat ze het hele jaar mogen met het geweer mogen worden gedood tussen zonsopkomst tot zonsondergang, zodra er schade dreigt aan flora en fauna. Naast het geweer mag er ook gebruik worden gemaakt van honden, kastvallen, vangkooien, lokvoer en lokgeluiden (art. 3.3 Regeling natuurbescherming). Het gebruik van honden om vossen uit hun holen te jagen is toegestaan vanaf 1 september tot 1 maart. Ook is de drijfjacht op vossen toegestaan.

Provinciale regelgeving

Naast bovengenoemde middelen geven de provinciebesturen vaak toestemmingen om vossen te doden met extra middelen. Voor de nachtelijke jacht op vossen met gebruik van kunstlicht en nachtkijkers is een aanvullende toestemming (een ontheffing) noodzakelijk. Zo verleende de provincie Zuid-Holland recentelijk nog een ontheffing om ’s nachts in natuurgebieden met kunstlicht en nachtkijkers op vossen te kunnen jagen.

Toegestane jachtmethodes

Op basis van landelijke en provinciale wetgeving zijn er verschillende jachtmethodes te onderscheiden. Deze worden hieronder kort toegelicht.

1) HELE JAAR DOOR MET GEWEER
De vos staat op de landelijke vrijstellingslijst. Dieren op deze lijst zijn aangewezen door de minister, omdat zij in het hele land belangrijke schade zouden aanrichten. Ze mogen het hele jaar door, tussen zonsopkomst en zonsondergang, met het geweer worden gedood.

2) JACHT MET AARDHONDEN
Aardhonden zijn speciaal gefokt voor de jacht op dieren die onder de grond leven. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om konijnen en vossen uit hun holen te jagen. Voorbeelden van aardhonden zijn de Teckel en Jack Russel. De jacht met aardhonden is toegestaan van 1 september tot 1 maart (art. 3.4 Regeling natuurbescherming). Het gebruik van deze honden zorgt voor veel stress en angst bij de dieren die uit hun holen worden gejaagd. 6

Een aardhond wordt gebruikt om een vos uit zijn burcht te jagen.

3) KASTVALLEN EN VANGKOOIEN
De landelijke vrijstelling biedt de mogelijkheid om bij de jacht op vossen gebruik te maken van kastvallen en vangkooien (art. 3.3 Regeling natuurbescherming). Dit zijn nare kooien die vooral worden gebruik voor het vangen van jonge vosjes. Oude en ervaren dieren laten zich nauwelijks vangen in een kooi. Wanneer de jongen 3 weken oud zijn komen ze uit de burcht. De moedervos is vaak ergens rondom de burcht in de buurt. De kooi wordt in de ingang geplaatst en zodra de jongen vosjes naar buiten lopen komen ze vast te zitten.

Voor het gebruik van een kastval of vangkooi is geen jachtakte vereist. Iedere zot die toestemming heeft van de grondeigenaar mag dus een vangkooi gebruiken. 7

Jagers zeggen over het gebruik van de vangkooi het volgende: “Denk hierbij vooral aan dat de kooitjes goed vastgezet worden, want de oude vos zal ze proberen er uit te halen. Dus als je weet dat er vosjes inzitten kun je vooral vroeg in de avond gaan aanzitten, dit is beste kans om ook de moer direct te kunnen schieten.” 8

4) DRIJFJACHT MET HONDEN
Bij een drijfjacht loopt een groep jagers (de drijvers) in een linie met honden door een gebied, om de aanwezige dieren uit hun schuilplaatsen te drijven. Aan de andere kant van het gebied staat een volgende groep jagers klaar om de opgejaagde dieren dood te schieten. Soms wordt er met stokken op bomen geslagen. Activisten van Animal Rights waren in januari 2019 aanwezig bij een drijfjacht op vossen in Utrecht.

5) NACHTELIJKE VOSSENJACHT
Provinciebesturen kunnen de bevoegdheden van jagers nóg verder verruimen. Vaak geven zij ontheffingen die het mogelijk maken om ’s nachts met middelen zoals kunstlicht, restlichtversterkers en warmtebeeldkijkers kunnen jagen. In Flevoland vernietigde de rechter een ontheffing die de nachtelijke vossenjacht mogelijk maakte, omdat helemaal niet was aangetoond dat vossen überhaupt schade veroorzaken aan kippenbedrijven.

Waarom wordt de vos intensief bejaagd?

Het meest gebruikte argument voor de vossenjacht is de bescherming van weidevogels. Weidevogels zijn in de laatste decennia sterk in aantal achteruitgegaan. Dit proces lijkt zich de laatste jaren zelfs te versnellen. In de discussie over de mogelijke oorzaken hiervoor komt predatie regelmatig naar voren.

De belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van de weidevogels is het gebrek aan broedsucces in de graslanden die als broedgebied fungeren. Graslanden zijn vanuit weidevogelperspectief zowel in omvang als in kwaliteit sterk achteruitgegaan in Nederland. Wat de omvang betreft is de totale hoeveelheid blijvend grasland sinds 1950 met bijna de helft (-566.000 hectare) afgenomen. 9

Het gaat in Nederland slecht met weidevogels, zoals de Grutto.

Minstens zo belangrijk is dat de kwaliteit van het leefgebied van de weidevogels ernstig is aangetast door de intensivering van de landbouw, die grotendeels op maximale productie is gericht. Graslanden zijn ingericht met monoculturen van Engels raaigras die vroeg en vaak worden bewerkt met zwaar materieel, waardoor nesten, eieren en jonge vogels verloren gaan. 10

Meer dan vijftien predatoren in Nederland

Niet alleen de vos, maar ook andere predatoren zijn actief in Nederland. In totaal zijn ten minste 15 diersoorten geïdentificeerd als predator van weidevogelkuikens: elf soorten vogels en vier soorten zoogdieren. Op grond van de aantallen gevonden kuikens kwam predatie door vogels 2-4 keer vaker voor dan predatie door zoogdieren. Geen enkele soort was verantwoordelijk voor meer dan ca. 20% van de kuikenverliezen door predatie. 11

Uit een analyse uit 2018 blijkt dat het zomaar weghalen (doodschieten) van één predator, zoals de vos, niet per definitie leidt tot hogere overleving van weidevogels. Het kan zelfs averechts werken. Een belangrijke conclusie is dat de nestverliezen door predatie de afgelopen jaren lijken te zijn toegenomen, maar de verliezen door agrarische activiteiten zijn dat nog sterker. 12

Over de relatie tussen predatoren onderling is nog niet veel bekend. Zo blijkt uit dezelfde analyse uit 2018 dat de predatie op de Grutto in twee gebieden in Friesland en Midden-Groningen beperkt was, mede omdat er intensief op vossen werd gejaagd. Maar vervolgens werden alsnog vrijwel alle kuikens gepredeerd, in dit geval door de hermelijn, Bruine Kiekendief en buizerd. In een ander gebied (Aldeboarn) kwamen vossen door bejaging nauwelijks meer voor, maar werd de predatie overgenomen door de steenmarter. Die zorgde voor 60% van de kuikenverliezen. In het Nederlandse onderzoek zijn op Texel weidevogelkuikens gezenderd; een gebied zonder vossen. Het percentage vermiste kuikens was in dit gebied echter vergelijkbaar met dat in de gebieden op het vaste land, waar wel vossen voorkomen. 13

Over de relatie tussen predatoren onderling is nog niet veel bekend.

Animal Rights betreurt dat het slecht gaat met de weidevogels in Nederland, maar vindt tevens dat de vos té vaak wordt aangewezen als zondebok, zonder enige deugdelijke onderbouwing. In de toestemmingen die provincies geven voor de (extra) jacht op vossen, wordt vaak niet eens genoemd hoeveel vossen er in het gebied aanwezig zijn en is er al helemaal niet duidelijk wie er precies verantwoordelijk is voor de predatie van weidevogels. Ontheffingen worden aangevraagd door jagers die genieten van de jacht op de vos en routinematig door de provinciebesturen verleend.

Alternatieven voor afschot

Zoals eerder aangegeven is het bestrijden van vossen om “natuurlijk evenwicht” te bewaren nooit noodzakelijk. Deze dieren zijn samen met hun prooidieren geëvolueerd en zullen zich door hun territoriumdrift aanpassen aan het beschikbare voedselaanbod.

Voor de bescherming van weidevogels is het vergroten en verbeteren van geschikte broedgebieden een belangrijk uitgangspunt. Het verhogen van het waterpeil en creëren van open landschappen, kan gezien worden als anti-predatorgedrag. Het verwijderen van struikgewas, vrijstaande bomen of hagen vergroot het beschikbare gebied voor de vogels en leidt tot een hogere dichtheid aan broedende vogels, wat op zichzelf weer de predatieverliezen kan verkleinen. Predatoren vinden hierdoor minder geschikt habitat en uitkijkposten. 14

Daarnaast kunnen rasters er voor zorgen dat dieren uit bepaalde gebieden blijven. Zo kunnen vossenwerende rasters er voor zorgen dat niet alleen vossen, maar ook katten en honden bepaalde gebieden niet kunnen betreden. Roofdieren kunnen niet onder de rasters door of over de rasters heen. 15

Tot slot

Animal Rights vindt dat wilde dieren er bij horen in ons land en in principe zoveel mogelijk met rust moeten worden gelaten. De heksenjacht op de vos is een bedroevende aangelegenheid. Telkenmale zijn wilde dieren de dupe van menselijk handelen, zoals het verdwijnen en achteruitgaan van leefgebieden. Animal Rights wil daarnaast dat er niet alleen naar soortenbehoud, maar ook naar de belangen van individuele dieren wordt gekeken. Elk dier is een individu, met recht op leven en welzijn.


  1. C. Janssen, 2015. Beestje van de week. Vos. Volkskrant 7 februari 2015 ↩︎
  2. Luxemburg verlängert Fuchsjagdverbot ↩︎
  3. Jaap Mulder, bioloog en roofdierspecialist. Bureau Mulder-natuurlijk – Vossenbeheer ↩︎
  4. C. Janssen, 2015. Beestje van de week. Vos. Volkskrant 7 februari 2015 ↩︎
  5. Jaap Mulder, bioloog en roofdierspecialist. Bureau Mulder-natuurlijk – Vossenbeheer ↩︎
  6. Wildbeheereenheid Susteren/Graetheide – Vossenjacht praktijk ↩︎
  7. Jagersvereniging – Is een kastval en vangkooi een toegestaan middel en voor welke diersoorten mogen deze dan gebruikt worden? ↩︎
  8. Wildbeheereenheid Susteren/Graetheide – Vossenjacht praktijk ↩︎
  9. Tilburg University, (2016). Meadow birds and the European and international obligations of the Netherlands: A legal analysis. Pag. 7 ↩︎
  10. Tilburg University, (2016). Meadow birds and the European and international obligations of the Netherlands: A legal analysis. Pag. 7 ↩︎
  11. Sovon, (2005). Predatie bij weidevogels; Op zoek naar de mogelijke effecten van predatie op de weidevogelstand ↩︎
  12. Sovon, (2018). Predatie-onderzoek weidevogels ↩︎
  13. Sovon, (2018). Boerenlandvogels en predatie, een update van huidige kennis. Pag. 27 en 31 ↩︎
  14. Sovon, (2018). Boerenlandvogels en predatie, een update van huidige kennis. Pag. 23 ↩︎
  15. Zeeuwse Courant – Raster in Sophiapolder bij Oostburg moet weidevogels beschermen tegen vossen ↩︎

Laat je grond uitkleuren!

Wilde dieren hebben onze hulp nodig! Elk jaar worden er in Vlaanderen meer dan 930.000 dieren gedood door jagers. Everzwijnen, kraaien, reeën, hazen, konijnen, fazanten, patrijzen, vossen en nog vele andere dieren krijgen de kogel. Animal Rights is principieel tegen de jacht. Dieren hebben recht op leven en welzijn. Ze verdienen het niet om voor het minste of geringste te worden afgemaakt.

Het belangrijkste wat je als individu kunt doen tegen de jacht is je eigen grond laten uitkleuren.

  1. Controleer of je grond is ingekleurd als jachtgebied:
  • Ga naar de Geopunt-website;
  • Zoek je adres op via de zoekbalk;
  • Klik rechts in het menu op Natuur en milieu > Jacht > Jachtterreinen om te zien of je grond is ingekleurd als jachtgebied
Klik rechts jachtterreinen aan.
  1. Vul het formulier in: Ga naar de website van de Vlaamse overheid en vul de uitklaring van jachtgebied via het e-loket in.
  1. Verzend je aanvraag: Voeg een kopie van het aanslagbiljet onroerende voorheffing toe als bewijs van eigendom. De aanvraag wordt elektronisch behandeld via de website van de Vlaamse overheid.

Contact voor hulp: Heb je hulp nodig? Contacteer ons via [email protected].

Lees hier meer info over wat je nog kunt doen tegen de jacht.