GEEN EERLIJKE TELLING VAN DE SLACHTOFFERS VAN DE WETENSCHAP

Bij Animal Rights vermoeden we al langer dat het het aantal dieren dat in Belgische laboratoria sterft, ten minste twee keer zo hoog is als de jaarlijkse statistieken doen vermoeden. Onafhankelijk Brussels parlementslid Victoria Austraet heeft hierover voor Animal Rights schriftelijke vragen aan de Brusselse minister voor Dierenwelzijn Bernard Claerfeyt gesteld.1 Jen Hochmuth: “Voorlopig blijven we op onze honger zitten en moeten we tot 2023 wachten voor exacte cijfers in België, terwijl ons buurland Nederlands deze cijfers jaarlijks publiceert.”

Lees ook: [Het doden van overtollige proefdieren is een misdaad](https://www.animalrights.be/het-doden-van-overtollige-proefdieren-een-misdaad)

1: Chaque année, 12 millions d’animaux sont tués dans les laboratoires de l’UE sans avoir été utilisés

In 2020 heeft de Europese Commissie haar verslag gepubliceerd over de uitvoering van Richtlijn 2010/63/EU betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt in de lidstaten van de Europese Unie. In het verslag staat dat in 2017 in totaal 12 597 816 dieren in EU-laboratoria zijn gedood zonder dat zij in een procedure waren gebruikt.

Het lijkt erop dat van deze 12,6 miljoen dieren er ongeveer 6,5 miljoen “onnodig” zijn gedood: dieren die voor procedures zijn gefokt maar niet zijn gebruikt. De overige 6,1 miljoen dieren zijn bestemd voor de vorming en instandhouding van genetische lijnen. Er werd op gewezen dat deze dieren niet zijn opgenomen in de jaarlijkse proefdierstatistieken. Uit deze statistieken blijkt dat jaarlijks 10 miljoen proefdieren in de Europese laboratoria worden gebruikt. Voor Brussel ging het in jaar 2020 om 55 688 proefdieren.

Dit betekent dat het aantal dieren dat in laboratoria sterft in feite ten minste twee keer zo hoog zou zijn als de jaarlijkse statistieken suggereren.

De gegevens die in het vijfjaarlijks verslag van de Europese Commissie worden vermeld, zijn afkomstig van door de Lid-Staten verstrekte informatie. Dit betekent dat er ook cijfers moeten bestaan op het niveau van de verschillende gewesten in België.

Jen Hochmuth: “Het is ongelooflijk dat België deze informatie achthoudt terwijl ons buurland Nederland de cijfers van overtollige proefdieren gewoon jaarlijks publiceert.”

Gemiddeld worden er jaarlijks in Nederland ruim 430.000 proefdieren gedood zonder ooit te zijn gebruikt in een proef. Stichting Animal Rights vroeg in 2021 informatie op bij 13 universiteiten en medische centra naar het aantal proefdieren en stelde op basis daarvan een omvangrijk rapport op dat we overhandigden aan de Tweede Kamer.

Lees ook: [Dieren gedood in voorraad: overhandiging rapport aan de Tweede Kamer](https://www.animalrights.be/dieren-gedood-voorraad-overhandiging-rapport-aan-de-tweede-kamer)

Kunt u uitleggen waarom het aantal dieren dat is gedood zonder in het laboratorium te zijn gebruikt, niet wordt vermeld in de jaarlijkse statistieken van Leefmilieu Brussel?

Kunt u deze gegevens verstrekken voor de jaren 2018, 2019, 2020 en 2021 voor het Brussels Gewest?

Uit Europese cijfers blijkt dat er nog steeds meer dieren worden gedood zonder dat zij zijn gebruikt dan er dieren zijn die aan proeven worden onderworpen. Neemt u maatregelen om dit aantal te verminderen met het oog op de dierenbescherming?

De statistische gegevens die Leefmilieu Brussel jaarlijks publiceert, zijn voorlopig alleen gebaseerd op de cijfers over het gebruik van proefdieren die door de gebruikers van proefdieren bij de administratie worden ingediend; de andere gegevens hoeven slechts om de vijf jaar aan de Europese Commissie te worden meegedeeld.

De recente wijziging van het koninklijk besluit van 29 mei 2013 door een besluit van 20 februari 2022 vereist echter dat de gegevens over gedode en niet gebruikte dieren jaarlijks aan Leefmilieu Brussel worden meegedeeld.
De gegevens waarom u verzoekt, zullen in 2023 beschikbaar zijn als onderdeel van het uitvoeringsverslag over Richtlijn 2010/63, dat in het najaar zal worden gepubliceerd.

Het is belangrijk op te merken dat “dieren die in het laboratorium zijn gedood zonder te zijn gebruikt” in een experiment een ander doel kunnen hebben gehad. Een dierproef is een procedure waarbij dieren pijn, lijden of angst kunnen ondervinden die gelijk is aan of groter is dan die welke veroorzaakt wordt door het inbrengen van een naald. Sommige dieren zijn gefokt als proefdieren, maar worden niet in een dergelijke procedure gebruikt. Dit zijn bijvoorbeeld dieren die worden gebruikt voor hun organen of weefsels of dieren die worden gebruikt voor gedragsonderzoek.

Het Brussels Gewest steunt de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven om het aantal gebruikte dieren drastisch te verminderen. De projecten Re-place en IC-3Rs kunnen worden aangewezen als instrumenten om onderzoekers bewust te maken en bij te dragen tot deze vermindering.

Lees ook: [Wat zijn de alternatieven?](https://www.animalrights.be/vervang-dierproeven/alternatieven)

VARKENS LIJDEN ONDER HITTESTRESS BIJ SLACHTHUIS VAN HOORNWEDER IN TORHOUT

Animal Rights filmde op donderdag 16 juni 2022 rond 11.30 uur varkens in een vrachtwagen bij varkensslachthuis Van Hoornweder in Torhout. De dieren stonden minstens 30 minuten in de hete zon te wachten. De buitentemperatuur was op dat moment opgelopen tot 26 graden. Op de beelden is te zien hoe de varkens schuimbekkend en oppervlakkig ademend in de hete vrachtwagen zitten. Zelfs tijdens hun laatste levensmomenten krijgen de dieren geen greintje mededogen: varkens krijgen zelfs geen verkoeling terwijl ze letterlijk op de dood wachten in de hitte.

Animal Rights campagnecoördinator Els Van Campenhout: “Terwijl mensen verkoeling zoeken en hun huisdieren daarbij in gedachten hebben, worden de vee-dieren bij de eerste hete zomerdagen van het jaar steevast vergeten. Deze dieren lijden hiermee nog eens extra voor ze gedood worden in het slachthuis. Terwijl de chauffeur in zijn geairconditionde cabine zit of koelere oorden opzoekt tijdens het wachten, zijn de varkens opgesloten in bloedhete metalen (doods)kisten. Als dit honden waren geweest, stond heel Vlaanderen op zijn kop.”

Op de beelden zien we hoe een varken de snuit tegen een ventilator duwt, die niet eens aanstaat. De varkens duwen hun snuitjes tussen de metalen stangen van de trailer in de hoop frisse lucht te vinden. De dieren liggen apathisch in hun eigen uitwerpselen in de stilstaande vrachtwagen. We zien verschillende schuimbekkende varkens en dieren die oppervlakkig en snel ademen. Dit zijn tekenen van hittestress.

Van Campenhout: “Het Vlaamse hitteprotocol dat in 2020 in werking trad, blijkt in de praktijk niets waard te zijn voor de dieren die gewoon op transport worden gezet in deze temperaturen en blijven lijden onder de hitte. Zelfs van enige verkoeling was hier geen sprake, terwijl het hitteprotocol dit wel voorschrijft.”


Het Vlaamse hitteprotocol dat Ben Weyts in de zomer van 2020 opstelde volgt de kleurcodes van het KMI. Volgens de website van het KMI gold op donderdag 16 juni code geel in West-Vlaanderen. Het hitteprotocol schrijft voor bij code geel dat dieren op koelere momenten van de dag vervoerd moeten worden naar de slachthuizen, ventilatie dient opgezet te worden en varkens eventueel verneveld kunnen worden.

Voor België had het KMI op 16 juni via haar website code oranje aangegeven. Dat betekent voor het hitteprotocol dat bovenop de geldende maatregelen voor code geel, daarbovenop de beladingsdichtheid met 10% naar beneden moet en er geen dieren getransporteerd mogen worden tussen 14u en 19u.

De meeste transporten gebeuren vóór 14:00 uur, dus dit is een doekje voor het bloeden volgens Animal Rights. Tegen 14:00 uur is de buitentemperatuur al bijna tot het maximum van de dag opgelopen. De dieren die tussen 11:00 uur en 14:00 uur nog op transport zitten krijgen het dus het hardst te verduren. Het hitteprotocol houdt daarmee geen rekening.

Een varken voelt zich comfortabel tot 18 à 20°C. Bij temperaturen boven de 20°C gaan ze sneller en oppervlakkiger ademen en lopen de hartslag en de bloeddruk op. Uiteindelijk worden ze sloom en lethargisch. Hitte leidt tot stress – al bij een temperatuur van 27°C, zelfs lager als de luchtvochtigheid hoog is – en hittestress kan leiden tot sterfte als gevolg van uitdroging, een verstoorde mineralenbalans, vergiftiging vanuit de darmen of hartstilstand.

Het is niet de eerste keer dat Animal Rights beelden publiceert van het slachthuis Van Hoornweder: in 2020 bracht Animal Rights undercoverbeelden naar buiten waarop te zien is hoe [varkens in het slachthuis opnieuw ontwaken na verdoving.](https://www.animalrights.be/animal-rights-openbaart-opnieuw-gruwelijke-beelden-uit-een-vlaams-slachthuis) Varkens leven zelfs nog nadat hun hals is doorstoken. [Ze komen schreeuwend bij, ondersteboven hangend aan een ketting in de slachtlijn](https://www.animalrights.be/animal-rights-openbaart-opnieuw-gruwelijke-beelden-uit-een-vlaams-slachthuis) en verdrinken levend in het broeibad.

Animal Rights heeft in 2020 samen met GAIA via hun advocaat, Anthony Godfroid, een klacht met burgerlijke partijstelling ingediend voor de feiten van dierenmishandeling die op beeld werden vastgelegd. Het gerechtelijk onderzoek inzake de klacht is nog steeds lopende.

De feiten die Animal Rights vastlegde op 16 juni 2022 van de varkens die staan te wachten in de brandende zon, worden toegevoegd aan deze bestaande klacht van 2020.

Ook in 2019 filmde Animal Rights hittestress bij slachthuis Van Hoornweder. Toen filmde de dierenrechtenorganisatie hoe afgedankte zeugen kreunden onder de hitte bij aankomst bij het slachthuis in Torhout. De dieren bleven ook tijdens de hittegolf gewoon aangevoerd worden bij het horrorslachthuis Van Hoornweder in Torhout. De dieren schuimbekten en schreeuwden het uit. Naast het ongelooflijk lijden onder hittestress is zo ook te zien hoe de melk nog uit de tepels spuit van de ten dode opgeschreven moeders.

“We moeten onszelf als beschaafde mens de eerlijke vraag stellen: waarom doet onze maatschappij er alles aan om honden een gruwelijke dood in een hete auto te besparen terwijl we stilzwijgend toekijken hoe varkens letterlijk wachten op de dood in bloedhete metalen kisten?” besluit Van Campenhout.

Er zijn vele heerlijke [plantaardige alternatieven](https://www.animalrights.be/vegan-barbecue-inspiratie) waarmee de dieren een miserabel bestaan en einde vol leed bespaard wordt. Animal Rights deelt via haar website tips voor een heerlijke plantaardige en daarmee ook [diervriendelijke](https://www.animalrights.be/vegan-barbecue-inspiratie) barbecue.

Animal Rights benadrukt dat dieren in de vee-industrie lijden vanaf de geboorte tot als ze in het slachthuis aankomen. Met hun noden, behoeften en het uiten van natuurlijke gedragingen wordt amper tot nooit rekening gehouden. Het vervoeren van dieren tijdens een hittegolf is een zoveelste onderdeel van hun lijdensweg. Animal Rights bracht hittestress de voorbije jaren in beeld bij verschillende grote slachthuizen in Vlaanderen en Nederland.

Animal Rights zal samen met GAIA op [donderdag 7 juli van 11.30 uur tot 13.00 uur demonstreren bij de poorten van slachthuis Van Hoornweder.](https://fb.me/e/91yearOh2) De organisaties doen dat naar aanleiding van de klacht die ze samen indienden tegen het slachthuis in 2020, nadat Animal Rights verborgen camerabeelden naar buiten bracht waarop te zien is hoe varkens mishandeld worden in het Torhoutse varkensslachthuis Van Hoornweder.

Animal Rights en GAIA eisen sinds het uitkomen van de beelden [de sluiting van dit slachthuis.](https://fb.me/e/91yearOh2)

TWEEDE KAMER SCHAART ZICH ACHTER PROEFDIEREN

Afgelopen week vond er een debat plaats in de Tweede Kamer rond het thema proefdieren. Een aantal Tweede Kamerleden, waaronder Frank Wassenberg (PvdD), dienden moties in die een belangrijke bijdrage zouden kunnen leveren aan de transitie naar proefdiervrije wetenschap. De meerderheid van deze moties werd afgelopen dinsdag aangenomen.

De Kamer nam maar liefst 7 moties aan die zouden kunnen zorgen voor echte verandering voor proefdieren. Zo wil ze het volgende:

in kaart brengen welke dierproeven geen tot weinig voorspellende waarde hebben1

de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie stimuleren en overbodige dierproeven verminderen2

een plan van aanpak om de transitie naar proefdiervrije innovaties te versnellen3

voorrang voor initiatieven die bijdragen tot een onmiddellijke daling van het aantal dierproeven4

een tijdpad om veiligheidstesten voor dierproeven te beëindigen5

binnen Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI) werk maken van het OMA-model6

knelpunten op de route van lab naar praktijk oplossen7

Ook een motie waarin wordt gevraagd om het aantal dieren dat wordt gedood in voorraad snel te verlagen werd aangenomen.8 Animal Rights publiceerde dit voorjaar [een rapport](https://www.animalrights.nl/dieren-gedood-voorraad-overhandiging-rapport-aan-de-tweede-kamer) waaruit blijkt dat ondanks eerder aangenomen moties, het aantal dieren gedood in voorraad niet structureel daalt. Nog steeds worden ruim ruim 430.000 proefdieren gedood zonder ooit te zijn gebruikt in een proef. Ook de herplaatsing van overtollige proefdieren blijft uitzondering.

Lees hier meer over het rapport[ “Dieren gedood in voorraad”](https://www.animalrights.nl/dieren-gedood-voorraad-overhandiging-rapport-aan-de-tweede-kamer).

De Tweede Kamer lijkt dus de kaart van proefdieren te trekken. Ook minister van LNV Staghouwer kon zich vorige week tijdens het plenair debat uitspreken over de ingediende moties.[Debat gemist. Plenair debat van 7 juni 2022.](https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/dierproeven-10) De minister zegt ambities te hebben, maar dat de Europese context het niet makkelijk maakt om te komen met concrete tijdsplannen. Ook verwijst hij naar de inspanningen die reeds worden gedaan in het kader van TPI en die het proefdierveld reeds levert.

De inspanningen die op dit moment al worden geleverd volstaan niet. Het aantal dierproeven is in Nederland de voorbije jaren niet structureel gedaald ondanks vele mooie woorden vanuit de politiek. Wij verwachten dan ook dat de minister nu echt werk maakt van het uitvoeren van de aangenomen moties.

Teken de (https://www.animalrights.nl/petitie-vervang-dierproeven) en roept de minister op tot actie!

  1. ↩
  2. ↩

200 kalfjes dood door stalbrand Streefkerk

In de nacht van woensdag 15 juni zijn er 200 kalfjes om het leven gekomen door een stalbrand in het Zuid-Hollandse Streefkerk. De dieren stonden in boxen en konden met geen mogelijkheid ontsnappen.

Een afschuwelijke dood voor 200 individuen

De brand brak rond 04.00 uit in een van de vier grote stallen in Streefkerk, in de Alblasserwaard. De brandweer wist te voorkomen dat de brand oversloeg naar de andere drie stallen, waar ook nog eens 1000 kalveren stonden. De dieren in de andere stallen bleven ongedeerd. De oorzaak van de brand is onbekend. 1

De brand betekent een tweede ramp in drie jaar tijd voor de dieren die worden gehouden door de familie Slingerland uit de Alblasserwaard. De dochter van de familie was ‘eigenaar’ van de kalveren die vannacht zijn omgekomen. De zoon van dezelfde familie was ‘eigenaar’ van 1500 varkens die in augustus 2019 omkwamen bij een grote stalbrand, iets verderop aan dezelfde weg in Streefkerk.

Animal Rights campagnecoördinator Anna Krijger: “Stalbranden zijn een van de gruwelijkste gevolgen van de intensieve (pluim)veehouderij. Vannacht zijn 200 voelende individuen een afschuwelijke dood gestorven. Er wordt in de berichtgeving met geen woord gerept over de kalfjes, alleen over de ondernemersfamilie. Terwijl de dieren natuurlijk de echte slachtoffers zijn.”

Stalbranden zijn schering en inslag

In mei van dit jaar was het totale aantal dieren dat in 2022 is omgekomen bij stalbranden vertienvoudigd ten opzichte van vorig jaar. Toen stierven er 25.000 kippen een gruwelijke dood in Varsen.

Boeren lieten vorig jaar bij monde van koepelorganisatie LTO weten dat brandveiligheid in de stallen voor hen geen prioriteit had, dat werd namelijk “niet sexy” bevonden. Animal Rights vindt het ronduit schandalig dat er in deze termen over het leven en lijden van tienduizenden dieren wordt gesproken. Krijger: “Ondernemers in de veehouderij willen ons doen geloven dat zij van hun dieren ‘houden’. De nonchalance ten aanzien van hun veiligheid en welzijn spreekt echter boekdelen.”

Er is maar één duurzame oplossing voor een einde aan stalbranden, vogelgriep, misstanden in slachterijen en het stikstofprobleem: het beëindigen van de intensieve (pluim)veehouderij.


  1. Stalbrand Streefkerk ↩︎

DE VIJF GROOTSTE MYTHES UIT DE VLEES- EN ZUIVELINDUSTRIE

Er doen veel misverstanden de ronde over de vlees- en zuivelindustrie. In dit artikel zet Animal Rights de vijf grootste mythes op een rij en leggen we uit hoe het écht zit.

De eerste mythe. “Vleesvervangers en plantaardige zuivel zitten boordevol soja. Die soja wordt verbouwd in de Amazone en daar gaat ontbossing aan vooraf. Dat is slecht voor milieu, dier en mens. Je kunt dus maar beter vlees eten, dat is een stuk minder schadelijk.”

Het overgrote deel van de wereldwijde sojaproductie is bestemd voor veevoer, [niet voor menselijke consumptie](https://www.animalrights.nl/plant-power-ontkracht-het-regenwoud-wordt-gekapt-voor-soja-voor-veganisten). Volgens Kirsten Palland van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal gaat het om 90% van de sojaproductie: “De sterke stijging van de wereldwijde vraag naar soja komt vooral doordat de consumptie van vlees, zuivel en eieren al decennialang stijgt en de mondiale veestapel dus steeds groter wordt.”1

Voor 100 gram kaas is 20 gram soja nodig, voor een hamburger van 100 gram zo’n 45 gram. De sojaproductie is de afgelopen vijftig jaar bijna zeven keer zo hoog geworden.2 Dit heeft desastreuze gevolgen voor het Amazonegebied.

Ook onderzoekers van Our World in Data, die conservatievere schattingen doen, laten er geen twijfel over bestaan. Veruit het grootste deel van de sojaproductie is bestemd voor veevoer: volgens hen gaat het om 77%.3

Wie zich zorgen maakt over ontbossing kan dus beter direct soja eten dan het eerst aan een koe te voeren om vervolgens die koe op te eten. Overigens eten lang niet alle veganisten (veel) soja. Vleesvervangers worden bijvoorbeeld ook van peulvruchten of seitan gemaakt en de zuivelalternatieven van amandel en haver zijn ook erg populair.

1:Sojaproductie

2:Soja in dierlijke producten

3:Soja voor veevoer

De tweede mythe. “Zuivel is vast onderdeel van een gezond eetpatroon. Zo zit er bijvoorbeeld veel calcium in melk, dat hebben wij mensen nodig voor sterke botten. Je moet minimaal een glas melk drinken per dag.”

Koeien, schapen en andere zoogdieren geven pas melk wanneer ze een kind krijgen. Net als mensen. Die melk noemen we moedermelk en is bestemd voor het kind. Afhankelijk van het diersoort stoppen de nakomelingen na enkele weken of maanden met het drinken van de moedermelk. Net als bij mensen. Ze hebben geen moedermelk meer nodig en stappen over op vast voedsel.

De mens heeft geen moedermelk nodig van een andere diersoort. Volwassen dieren en mensen hebben sowieso geen melk ‘nodig’. De gezonde voedingsstoffen die melk bevat, zitten namelijk ook gewoon in andere producten. Een gevarieerd eetpatroon met voldoende (groene) groente, fruit, peulvruchten, noten en zaden, en granen is essentieel. [Ook kinderen kunnen prima zonder koemelk.](https://www.animalrights.nl/koemelk-ook-kinderen-hebben-het-niet-nodig#:~:text=Animal%20Rights%20publiceerde%20onlangs%20nieuwe,in%20de%20melkcarrousel%20te%20staan.) In Canada maakt zuivel inmiddels geen onderdeel meer uit van de aanbevolen ‘schijf van vijf’.4

En calcium? Dat zit ook in (groene) groenten zoals broccoli, spinazie en boerenkool. Eventuele tekorten, bijvoorbeeld bij ouderen, kunnen aangevuld worden met calciumtabletten. Zwangere vrouwen, kleine kinderen, sporters: al deze mensen wordt geadviseerd aanvullende vitaminen of mineralen te slikken, dat is de normaalste zaak van de wereld.

4:Geen zuiveladvies in Canada

De derde mythe. “Het is belangrijk dat we als land zelfvoorzienend zijn. Als de nieuwe stikstofplannen worden doorgevoerd, moeten we ons voedsel uit het buitenland halen. We willen toch niet afhankelijk zijn van Oost-Europa of China?”

Nederland is de grootste vleesexporteur van de EU, becijferde het CBS. Van de totale vleesexport van 8,8 miljard euro is 85% export van in Nederland geproduceerd of verwerkt vlees en 15% wederuitvoer of doorvoer. Ook in exportgewicht is Nederland de grootste exporteur. In 2020 werd 3,6 miljard kilogram vlees geëxporteerd.5

Van alle melk die we in Nederland verwerken, blijft ongeveer 35% in Nederland en is bijna twee derde bestemd voor de export.6

We kunnen dus gerust zijn: er wordt meer dan genoeg voedsel geproduceerd in ons land om alle Nederlanders mee te voeden, ook als de ‘veestapel’ een derde zal moeten krimpen vanwege de nieuwe stikstofregels.

5:Vleesexport Nederland

6:Zuivelexport Nederland

De vierde mythe. “In andere landen is het minder goed gesteld met het dierenwelzijn dan in Nederland. Wanneer er minder dieren in Nederland worden gehouden vanwege de nieuwe stikstofregels of wanneer de eisen voor dierenwelzijn verhoogd worden, dan gaat de productie naar het buitenland. Daar hebben dieren het veel slechter.”

In vergelijking met andere landen, vooral landen buiten de EU, zijn de dieren in de intensieve veehouderij in Nederland er minder slecht aan toe. Dit is natuurlijk geen enkel argument om de levens van de dieren hier niet te verbeteren. Ook in Nederland hebben dieren [een pijnlijk en kort bestaan in de industrie](https://www.animalrights.nl/eenden-geschopt-bij-de-nek-gepakt-doodgetrapt-en-doodgeslagen). Ook in Nederland zijn er [vreselijke misstanden in de slachthuizen](https://www.animalrights.nl/niet-eerder-gepubliceerde-beelden-slachthuis-gosschalk-ook-verdoofde-slacht-een-hel). Als wij voorloper worden op het gebied van stikstofbeleid en dierenwelzijn (of beter nog: dierenrechten) dan kan die ontwikkeling zich verspreiden door Europa en de rest van de wereld. Dit is al vaker het geval gebleken, bijvoorbeeld toen Nederland voorop liep in het legaliseren van het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht.

Op korte termijn kan de productie van dierlijke producten naar het buitenland worden verplaatst, maar op de langere termijn zullen andere landen zich juist aanpassen aan (onze) strengere regels. Nederland kan het goede voorbeeld geven.

De vijfde mythe. “Straks moeten we allemaal veganist worden. De overheid wil mijn stukje vlees afpakken.”

De Nederlandse overheid en de EU besteden miljoenen euro’s aan de promotie van zuivel- en vleesconsumptie.7 Door middel van [het verstrekken van schoolmelk](https://www.animalrights.nl/animal-rights-brengt-trieste-undercoverbeelden-uit-de-melkindustrie) worden kinderen gestimuleerd melk te drinken, ook dit wordt gesubsidieerd door onze overheid.8 Je zou juist kunnen zeggen dat we vooral worden gestimuleerd om niet plantaardig te eten. Het aantal Nederlanders dat dierlijke producten gebruikt is zeker 98% en dus de norm. Niemand wordt gedwongen om veganist te worden. Het staat je vrij om zelf na te denken over de toekomst van onze wereld en het leed dat we dieren aandoen.

Ook de ontwikkeling van kweekvlees zal eraan bijdragen dat consumenten in de toekomst vlees kunnen blijven eten waar het milieu en de dieren niet onder hoeven te lijden.

7:EU-subsidies zuivel en vlees

8:Overheid subsidieert schoolmelk

Animal Rights ziet ieder dier als een individu met recht op leven en welzijn. Daarom kiezen wij ervoor om plantaardig te leven. Ethiek is hierbij doorslaggevend; ook als de stikstofcrisis ooit opgelost is blijven we ons verzetten tegen het gebruik van dieren voor menselijk gemak of genot.