BESTRIJDINGSAANVRAGEN KONIJNEN GESTEGEN ONDANKS RODE-LIJST STATUS

Animal Rights deed onderzoek naar de bestrijding van konijnen in Vlaanderen. Deze dieren worden nog steeds onder het mom van schadecontrole of faunabeheer gedood. Na evaluatie van de gegevens hebben we ontdekt dat de bestrijdingsaanvragen over een periode van vier jaar met bijna 15 procent toegenomen zijn. ‘Een negatieve evolutie.”, aldus Legon, campagnecoördinator bij Animal Rights, “En dat terwijl de soort met een afnemende populatietrend kampt.”.

De bestrijdingsaanvragen zijn drie opeenvolgende jaren (2018-2019-2020) gestegen met in totaal 20,8 procent van 125 tot 151 aanvragen. De afgelopen twee jaar zijn de aanvragen weer licht gedaald tot 143. Daarmee zijn het aantal bestrijdingsaanvragen op vier jaar tijd nog steeds gestegen met bijna 15 procent of tot 555 bestrijdingsaanvragen, zegt Legon, campagnecoördinator bij Animal Rights.

Belangrijk hier is om te onthouden dat één zo’n aanvraag toegekend kan worden voor verschillende percelen én kan gelden tot het einde van het kalenderjaar waarop de melding betrekking heeft. Als we [weten](https://www.animalrights.be/hazen-en-konijnen-op-de-rode-lijst-jacht-gaat-gewoon-door) dat de soort op de Rode Lijst staat en de afschotcijfers -die de best beschikbare indicator voor de populatietrend en densiteit van het konijn vormen- afnemen, dan is deze stijging angstaanjagend.

Dat er een lichte daling bestaat wil niet zeggen dat het overal de goede richting uitgaat. Uit onderzoek blijkt dat de bestrijdingsaanvragen de laatste vier jaar in bijna elke provincie zijn gestegen, ook in 2021. Enkel in West-Vlaanderen is er een opmerkelijke daling te merken. Daar daalde het aantal aanvragen van 25 tot 5, ofwel een afname met 80 procent. Als we de daling in West-Vlaanderen uit het totaalplaatje schrappen, komen we uit op een stijging van wel 38 procent! In Vlaams-Brabant is de hoogste stijging te spotten, daar verdriedubbelde het aantal aanvragen bijna van 11 naar 31. Het absolute aantal aanvragen is doorheen de jaren dan weer het hoogst in de provincie Antwerpen (36,4 procent van het totale aantal aanvragen).

Ook de stad Antwerpen zelf maakt zich schuldig aan het grootste aantal absolute aanvragen, gevolgd door Turnhout en Mechelen (provincie Antwerpen), Vilvoorde (Vlaams-Brabant), Riemst (Limburg) en Beveren (Oost-Vlaanderen). Als we rekening houden met de oppervlakte van de steden, gemeenten en dorpen dan zijn (opnieuw) Vilvoorde en Mechelen, Sint-Genesius-Rode (Vlaams-Brabant), Zelzate (Oost-Vlaanderen) en Zwijndrecht (provincie Antwerpen) de -deze keer niet te feliciteren- koplopers.

Dat West-Vlaanderen een daling kent in bestrijdingsaanvragen is daarom nog geen teken dat er ook daadwerkelijk minder konijnen zijn gedood. Konijnen zijn namelijk ‘jachtwild’ en worden intensief bejaagd tijdens de plezierjacht en bijzondere jacht. Een hoger aantal slachtoffers dat voor het plezier is gedood, kan resulteren in minder bestrijding. Je zou verwachten dat slachtoffercijfers d.m.v. bestrijding, plezierjacht en bijzondere jacht apart bijgehouden worden, zeker voor een diersoort met een negatieve populatietrend. Maar dat is dus niet zo: er geldt geen afzonderlijke rapportageplicht.

Legon: “Wij stellen ons ernstige vragen bij de manier waarop er omgegaan wordt met dieren die zich op de Rode Lijst bevinden. Het doel is om ze juist van die lijst te krijgen en dan is het bijhouden van afzonderlijke cijfers een must.”.

Animal Rights pleit voor een voor de burger overzichtelijk en makkelijk raadpleegbaar afschotoverzicht. Het moet voor de samenleving transparant zijn hoe er met wilde dieren wordt omgegaan. Op termijn willen we natuurlijk dat er helemaal geen afschot meer is, want wilde dieren zijn individuen met recht op leven en welzijn die hun plaats verdienen in de natuur.

Bestrijding wordt niet gecategoriseerd onder jacht zoals dat bij de plezierjacht en de bijzondere jacht het geval is. Enkel wanneer er al ernstige schade is aangericht, kan er overgegaan worden tot het bestrijden van de betrokken diersoort. Wel moet de getroffen grondeigenaar of -gebruiker kunnen aantonen dat hij vooraf de juiste preventieve maatregelen heeft genomen om die schade te voorkomen.1 In theorie kan er enkel overgegaan worden tot bestrijden als deze maatregelen onvoldoende bescherming bieden. Animal Rights merkt echter op dat er in de praktijk regelmatig sprake is van het nemen van (een) schijnmaatregel(en) om toch maar zo snel mogelijk over te gaan tot het doden van deze dieren, die enkel maar hun natuurlijk gedrag uiten.

Campagnecoördinator Legon: “Er kunnen altijd conflicten ontstaan tussen mensen en wilde dieren, maar het ontnemen van levens mag nooit de oplossing zijn. Er moet veel meer onderzoek komen naar de kwaliteit en opvolging van preventieve maatregelen, zodat deze niet enkel halvelings genomen worden met oog om meteen te kunnen gaan knallen.”

  1. ↩

RAAD VAN STATE: STAGHOUWER MOET ANIMAL RIGHTS ANTWOORDEN OVER DESTRUCTIEBEDRIJF RENDAC

Animal Rights is in het gelijk gesteld! De Raad van State bepaalde woensdag dat minister Staghouwer (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) binnen zes weken gegevens van ‘destructiebedrijf’ Rendac openbaar moet maken. 1

Levende dieren tussen de kadavers

Rendac, het enige bedrijf in Nederland dat kadavers en dierlijk restmateriaal ophaalt, zou aan veehouders hebben gemeld dat er ook levende dieren tussen de aangeboden kadavers gevonden worden. Animal Rights wil weten of dat klopt en heeft een Wob-verzoek gedaan om de gegevens hierover in te zien.

Volgens Animal Rights vallen deze gegevens onder ‘milieu-informatie’ en moeten ze daarom bekend gemaakt worden. Daar was minister Staghouwer het niet mee eens, maar de Raad van State stelde Animal Rights in het gelijk. Goed nieuws dus!

Als een boerenbedrijf levende dieren ‘dumpt’ tussen overleden dieren dan is dat een potentiële bron van dierziekten en dus een gevaar voor de volksgezondheid. Hiermee ontstaat ‘hinder’ en ‘schade’ aan het milieu en dus vallen deze gegevens inderdaad onder ‘milieu-informatie’, zo oordeelde de Raad van State. De minister heeft zes weken de tijd om te antwoorden.

Animal Rights vraagt al jaren aandacht voor deze lugubere en dieronterende ‘gewoonte’: het is namelijk al veel langer bekend dat veehouders levende dieren (die mogelijk zwak of ziek zijn) tussen de kadavers van soortgenoten achterlaat.

  1. ECLI:NL:RVS:2022:1432 ↩︎

HET COUPEREN VAN VARKENSSTAARTJES

“Varkens worden geboren met een staart, maar als je in een stal of transporttruck kijkt zou je dat bijna vergeten,” zegt Animal Rights campagnecoördinator Els Van Campenhout. Wanneer varkens zich vervelen of stress ondervinden, als er competitie om voer is, ze ziek of ontevreden zijn over het voedsel of het stalleefklimaat, dan kunnen ze dit uiten door elkaar te bijten. Dit gebeurt vooral in de staart – en in mindere mate de oren – soms tot bloedens toe.

Varkens bijten dus vooral staarten omdat ze als intelligente dieren een hoge onderzoeksbehoefte hebben waaraan in de overbevolkte, duistere, prikkelarme stallen niet voldaan wordt. Ze richten hun onderzoeksdrift vervolgens op ongewenste objecten zoals de uitstekende lichaamsdelen van hun medegevangenen. Nu er steeds meer wordt aangedrongen op handhaving van het verbod op couperen, probeert men aan de onderzoeksbehoefte te voldoen met afleidingsmateriaal zodat varkens minder in hun hokgenoten geïnteresseerd zijn.

Lichamelijke integriteit is een belangrijk (dieren)recht en daarnaast tast amputatie het welzijn aan. Toch worden in de gangbare varkenshouderij de staartjes van biggen routinematig op zeer jonge leeftijd gecoupeerd om de kans op staartbijten op latere leeftijd te verkleinen.

Volgens onderzoek van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) behoudt slechts 1% van de gangbare biggen het krulstaartje. 


Het routinematig couperen is echter bij EU-wet verboden. Volgens de Europese richtlijn 2008/120/EG inzake de bescherming van het welzijn van varkens en in het Nederlandse Besluit diergeneeskundigen, artikel 2.3 mag het verwijderen van een deel van de staart bij biggen, mits:

1°. het dier niet ouder is dan vier dagen;

2°. kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd, en

3°. getroffen maatregelen, waaronder het aanpassen van omgevingsfactoren of beheerssystemen, waarbij de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking worden genomen en die dienen ter voorkoming van staartbijten en andere gedragsstoornissen, niet werkzaam zijn gebleken;

De wet stelt dus dat pas tot couperen mag worden overgegaan wanneer andere maatregelen om staartbijten te voorkomen – zoals het aanpassen van de omgeving, bijvoorbeeld met stro, of de bezetting – onvoldoende werken.
Toch is stro in bijna geen enkele reguliere varkensstal te vinden en krijgen de varkens zelden meer ruimte dan wettelijk vereist.

Het Koninklijk besluit van 15 mei 2004 betreffende de bescherming van varkens in varkenshouderijen zegt in Hoofdstuk 1 – algemene voorwaarden: “Het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden mogen niet als routineregel worden uitgevoerd, maar alleen wanneer bepaalde kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd. Voordat tot deze ingrepen wordt besloten, moeten maatregelen worden om staartbijten en andere gedragsstoornissen te voorkomen, de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking genomen. Hiertoe moeten ontoereikende omgevingsfactoren of beheerssystemen worden aangepast.”

En verder lezen we: “De slagtanden van beren mogen worden ingekort om verwonderingen bij anderen dieren te voorkomen of om veiligheidsredenen.”

Een staart bevat tot in het uiteinde perifere zenuwen. De ingreep is een amputatie en onmiskenbaar pijnlijk en kan leiden tot chronische (fantoom)pijn door zenuwwoekeringen in het staartstompje. Tegen dergelijke neuroma’s helpen pijnstillers, mochten die al toegediend worden, vaak niet. Iedere keer dat het stompje tegen een stang of hokafscheiding aankomt kan dat pijn opleveren.

Couperen geeft ook kans op infecties. Als het couperen gebeurt met een koud mes of schaar, zoals in de [Animal Rights undercoverbeelden](https://www.animalrights.nl/animal-rights-undercover-hart-van-de-varkensindustrie) uit Nuenen, is de kans op infecties groter, gebeurt het met een heet mes dan wordt de wond dichtgeschroeid en is de kans hierop kleiner.

Tijdens het couperen krijsen en verzetten de biggetjes zich. Ze worden snel weer rustig omdat ze als prooidier van nature geen aandacht mogen trekken. 
Door amputatie vervalt de sociale, communicatieve functie van de staart en wordt het recht op vrije expressie van het dier aangetast; ook de praktische functie van de staart om vliegen weg te jagen wordt een gecoupeerd varken ontnomen.

De industrie claimt dat staartbijten naast economische schade – infecties kunnen leiden tot hogere sterfte, groeivertraging en afkeuring van het karkas in het slachthuis – ook leidt tot ernstige dierenwelzijnsproblemen vanwege de pijn, ontstekingen en verlammingen die door de wonden veroorzaakt worden.
“Dit kan natuurlijk nooit een excuus zijn om ledematen van dieren te amputeren,” zegt Van Campenhout. “Met couperen en vergelijkbare ingrepen worden dieren aangepast aan een manier van houden waarvoor ze van nature ongeschikt zijn.”

Bij een proef in Sterksel bleek dat bij het toepassen van alle beschikbare preventieve maatregelen, bij 2,5% van de dieren staartbijten nog steeds plaats vond (Van der Peet et al., 2016). De vraag werpt zich ook op of ter voorkoming van staartbijten bij een klein percentage van de dieren, het ethisch te verantwoorden is om alle dieren preventief te couperen.

Op 10 juni 2013 is de Verklaring van Dalfsen, een samenwerking van LTO, NVV, Dierenbescherming en diverse ketenpartijen, aangeboden aan (toenmalig) staatsecretaris Dijksma. De Verklaring geeft het routeplan naar stapsgewijs minder kort couperen van de biggenstaart en het op termijn verantwoord stoppen met couperen. Daar is in de afgelopen vijf jaar niets van terecht gekomen.

De Tweede Kamer heeft in 2013 en 2014 moties aangenomen waarin gevraagd wordt een einddatum vast te stellen waarop het staart couperen in Nederland beëindigd moet zijn.
Minister Schouten heeft in een brief aan de Tweede Kamer van 5 februari 2018 laten weten dat zij begin 2019 met de sector het gesprek aangaat over een reële einddatum om te stoppen met couperen; meer uitstel dus.

Animal Rights streeft niet naar symptoombestrijding, maar naar het einde van een industrie die dieren uitbuit en ze modificeert naar de menselijke behoefte en gemakzucht. We vragen iedereen om de morele afweging te maken of ze bij wil dragen aan dit systeem en roepen consumenten op om over te stappen op een plantaardig dieet.

Varkens worden geboren met een staart, maar als je in een stal of transporttruck kijkt zou je dat bijna vergeten

Met couperen en vergelijkbare ingrepen worden dieren aangepast aan een manier van houden waarvoor ze van nature ongeschikt zijn

3 REDENEN OM GEEN VARKENSVLEES MEER TE ETEN

Wij zetten 3 redenen op een rijtje om (varkens)vlees links te laten liggen.

Animal Rights doet al jarenlang onderzoek naar de levensomstandigheden van varkens in de varkenshouderij. De lijst van misstanden die we al zagen is lang: lijden onder hittestress in zowel de stallen als op transport, onthouden van medische zorg, creperen in de stallen, het vervoeren van zieke en kreupele dieren, mishandelingen tijdens het inladen tot systematische mishandelingen in de slachthuizen en het onverdoofd kelen van varkens die het uitschreeuwen terwijl ze ondersteboven aan de slachtlijn hangen.

Deze vreselijke industrie is volstrekt immoreel.

Varkens zijn intelligente dieren die recht hebben op leven. Recht op een leven dat vrij is van pijn, ongemakken en het onnodig gedood worden. Voor Animal Rights heeft élk dier recht op leven en welzijn. Animal Rights ziet slachten als het onnodig doden van dieren. Er zijn immers genoeg plantaardige alternatieven.

Het is helemaal niet nodig om (varkens)vlees te eten. Er zijn [fantastische producten op de markt om (varkens)vlees te vervangen.](https://www.animalrights.be/15-alternatieven-voor-varkensvlees) Om jou op weg te helpen hebben we [onze tips op een rijtje gezet.](https://www.animalrights.be/15-alternatieven-voor-varkensvlees)

HET TRIESTE BESTAAN VAN EEN VLEESVARKEN

Het bestaan van een varken in de varkenshouderij is intriest. Ze leiden een verborgen, miserabel bestaan in stallen op het platteland met als enige doel om te eindigen als ‘vleesproduct’. Gewoonlijk worden varkens in de industrie slechts 6 maanden oud en zijn het eigenlijk nog biggen als ze naar het slachthuis worden afgevoerd.

Animal Rights maakte een compilatie met undercoverbeelden die het trieste bestaan van een varken samenvatten in één minuut.

Lees ook: [Animal Rights undercover in het hart van de varkensindustrie](https://www.animalrights.nl/animal-rights-undercover-hart-van-de-varkensindustrie)

Een minuut lang volgen we biggen vanaf de geboorte tot het slachthuis. We zien hoe een big probeert te drinken bij de moederzeug die opgesloten ligt in een kraamkooi. De big raakt niet bij de tepels van zijn moeder. Tijdens de eerste levensweek worden de [staarten van de jonge biggen gecoupeerd, hoewel dit volgens de wetgeving niet mag.](https://www.animalrights.be/het-couperen-van-varkensstaartjes) Nog tijdens die eerste week worden [de tanden geslepen](https://www.animalrights.be/het-couperen-van-varkensstaartjes) om verwondingen aan de moederzeug te voorkomen. De biggen krijgen ijzerinjecties om bloedarmoede te voorkomen 1 vaccinaties en [antibioticum toegediend.](https://www.animalrights.nl/antibioticumgebruik-en-resistentie-de-vee-industrie) Daarnaast krijgen ze ook verplichte oormerken. Al deze pijnlijke handelingen gebeuren routinematig en zo goed als altijd zonder verdoving.

De [biggen worden van de moeders gescheiden](https://www.animalrights.be/stop-de-slacht/varkens) als ze zo’n drie tot vier weken oud zijn. Dan worden ze verplaatst naar hokken binnen het vermeerderingsbedrijf. Daar verblijven ze tot ze tien weken oud zijn, vanaf die leeftijd worden ze op transport gezet naar een varkensmesterij. Daar blijven ze tot ze de leeftijd van 26 weken bereiken en gaan ze naar het slachthuis.

1:Injectie met ijzerproduct bij biggen


Varkens zijn doorgaans slechts 26 weken of zes maanden oud wanneer ze gedood worden. De meeste dieren bereiken nooit de volwassen leeftijd van vijf jaar en worden geslacht wanneer ze eigenlijk nog biggen zijn. Varkens van nature wel 15 tot 20 jaar oud worden. “Varkensvlees is eigenlijk het vlees van jonge biggen,” zegt Animal Rights campagnecoördinator Els Van Campenhout.

In 2020 telde ons land 6.218.271 varkens: in Vlaanderen ging het om 5.833.063 varkens, in Wallonië ligt de varkensstapel veel lager met ‘slechts’ 385.203 varkens. 2 3

In 2021 werden meer dan 11.584.000 varkens geslacht in Belgische slachthuizen. Het meeste varkensvlees is bestemd voor de export. Het gaat daarbij om Europese landen. De grootste afnemers zijn Polen, Duitsland, Nederland, Tsjechië en Italië. In 2020 werd er in totaal 690.172 ton varkensvlees geëxporteerd naar het buitenland. 4

2:Cijfers 2020 varkens in België, Vlaanderen en Wallonië

3:ILVO cijfers veestapel

4:VLAM cijfers export varkensvlees

Varkens zijn intelligente dieren die recht hebben op leven. Recht op een leven dat vrij is van pijn, ongemakken en het onnodig gedood worden. Voor Animal Rights heeft élk dier recht op leven en welzijn. Animal Rights ziet slachten als het onnodig doden van dieren. Er zijn immers genoeg plantaardige alternatieven.

Animal Rights helpt via de campagne Plantpower mensen op weg met heel wat [concrete tips voor het vervangen van (varkens)vlees.](https://www.animalrights.be/15-alternatieven-voor-varkensvlees)