MEER GELD VOOR MINDER PROEVEN

Minister van Engelshoven laat in een Kamerbrief weten dat het [BPRC](https://www.animalrights.nl/bprc) opnieuw meer geld krijgt. Nu stroomt er 750.000 euro per jaar extra naar het apentestcentrum om de gevolgen van minder inkomsten uit dierproeven te vergoeden. [Vorig jaar ](https://www.animalrights.nl/minister-betaalt-te-dure-huishouding-bprc)werd ook al 1,45 miljoen euro subsidiegeld toegezegd, bovenop de basissubsidie van 9,6 miljoen euro.1

Animal Rights oprichter Robert Molenaar snapt er niks van: “Het BPRC heeft een veel te dure huishouding. Het apentestcentrum zou eigenlijk fors moeten inkrimpen maar bedelt met succes bij de overheid. Ongelooflijk dat de minister hier in trapt!”

1:Reactie op de brandbrief van Animal Rights over het vogelgriepvirus in het Biomedical Primate Research Centre (BPRC)

De minister besloot in 2018 dat het BPRC flink kleiner moet worden: minder apen en minder proeven. Minder dierproeven betekent ook minder Europees subsidiegeld. Het BPRC weigert te bezuinigen en nu moet de minister bijspringen.

Molenaar: “Het BPRC is een bodemloze put, een moreel verwerpelijk laboratorium en voegt op wetenschappelijk vlak niets toe. Animal Rights blijft strijden voor sluiting van het apentestcentrum.”

Op woensdag 30 juni om 13uur organiseert Animal Rights een [protestactie voor de poort van het BPRC in Rijswijk](https://www.facebook.com/events/3790749474386697/).

WREDE BOTOX-TESTS OP MUIZEN GAAN DOOR ONDANKS DIERPROEFVRIJE TESTS

Animal Rights, lid van de European Coalition to End Animal Experiments (ECEAE), roept het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) op om de LD50-test op muizen uit de Europese regelgeving te schrappen. De ECEAE zal van 21 tot 26 juni in heel Europa een actieweek houden om te protesteren tegen het feit dat muizen nog steeds voor deze wrede dierproeven worden gebruikt.

Update: Sinds december 2022 is Sloan gestopt met de productie van Botox-product Neurobloc!

Al tien jaar alternatief

Er zijn tien jaar verstreken sinds de eerste fabrikant van botulinetoxineproducten (algemeen bekend als botox) wettelijke goedkeuring kreeg voor een proefdiervrije test. Na Allergan zijn twee andere mondiale bedrijven, Merz en Ipsen, in 2015 en 2018 overgestapt op dierproefvrije tests.

Voortdurende protesten van de ECEAE en anderen hebben de fabrikanten Allergan, Merz en Ipsen ertoe overgehaald gebruik te maken van op cellen gebaseerde tests, die de meeste van hun dierproeven vervangen. Sommige proeven van deze bedrijven worden echter nog steeds op muizen uitgevoerd.

Ontzettend veel leed

Het bacteriële gif wordt af en toe voor medische doeleinden gebruikt, maar is vooral bekend om zijn cosmetische toepassing om lijntjes en rimpels in het gezicht tijdelijk te verminderen. Elke batch botox wordt getest met de omstreden vergiftigingstest LD50 (letale dosis), waarbij verschillende doses botulinum toxine in het abdomen van muizen worden geïnjecteerd om de dosis te vinden die de helft van de dieren doodt.

Dit gaat gepaard met afschuwelijk lijden voor de dieren, die langzaam stikken door spierverlamming terwijl zij volledig bij bewustzijn zijn. In Europa worden naar schatting 400.000 muizen per jaar aan deze wrede dood onderworpen.

Botox-test dient verboden te worden

Een fabrikant die nog steeds de wrede LD50-test gebruikt, is Sloan Pharma. In 2019 kreeg het bedrijf een licentie om LD50-tests uit te voeren op 46.800 muizen in Duitsland.

De Europese Farmacopee die de batchtesten van botoxproducten regelt, staat een aantal proefdiervrije testmethoden toe, maar ook de LD50-test op muizen is nog steeds toegestaan. De ECEAE roept de regelgevende instantie EMA op de test op muizen uit de Farmacopee te schrappen.

Jen Hochmuth van Animal Rights: “Het is onaanvaardbaar dat gevoelige dieren nog steeds aan een kwellende dood worden onderworpen voor een product dat op grote schaal voor cosmetische doeleinden wordt gebruikt, ondanks het feit dat er niet-dierlijke technologieën beschikbaar zijn.”

Ieder zwijn in Utrecht krijgt de kogel

Ieder everzwijn dat in Utrecht de provinciegrens over wandelt, krijgt de kogel. Dat heeft de provincie vorig jaar augustus besloten. De dierenbelangenorganisaties Fauna4Life en Animal Rights tekenden bezwaar aan en stappen nu naar de rechter. De organisaties: “De provincie hanteert een nulstandbeleid. Dat wil zeggen dat er geen enkel zwijn in de provincie mag leven en dat ieder zwijn dat zich aan de verkeerde kant van de grens begeeft, wordt afgeschoten. Dieren houden zich niet aan door mensen gemaakte grenzen. Zwijnen horen gewoon in Nederland thuis, ook in de provincie Utrecht.”

NULSTAND IS GEEN BELANG

Hoewel wilde zwijnen volgens de wet behoren tot de beschermde diersoorten, zijn deze dieren maar op enkele plekken in Nederland welkom: op de Veluwe in Gelderland en in Nationaal Park de Meinweg in Limburg. Buiten deze gebieden zou er geen sprake zijn van een leefgebied voor wilde zwijnen en geldt een nulstand. Dit is beleid van de rijksoverheid en vastgelegd in de rijksnota Jacht en Wildbeheer uit 1992. Deze nota is inmiddels bijna 30 jaar oud.1

De zogeheten nulstand is geen in de wet genoemde reden of belang. “Een nulstand kan nooit een op zichzelf staand doel zijn. Het wilde zwijn is in Nederland wettelijk gezien een beschermde diersoort en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen provincies”, zegt Pauline de Jong van Fauna4Life.

ADVIES INTERNE COMMISSIE GENEGEERD

Een toestemming tot afschot kan alleen worden gegeven als dit nodig is. Zo moet er bijvoorbeeld sprake zijn van belangrijke schade en moet worden aangetoond dat alternatieve maatregelen niet werken. “In Utrecht is geen sprake van schade, want elk zwijn wordt aan de grens gedood. Het is ook volstrekt ongeloofwaardig dat geen enkel zwijn in Utrecht zou kunnen leven”, zegt Jessica Smit van Animal Rights.

De interne adviescommissie van de provincie Utrecht is ook niet overtuigd van de noodzaak van het afschot. Zij adviseert nader onderzoek te doen naar mogelijke schade en naar gebieden in Utrecht waar zwijnen kunnen leven. Dat lijkt de dierenbelangenorganisaties een prima idee, maar de provincie houdt voet bij stuk en legt dit advies naast zich neer.

GENOEG RUIMTE IN UTRECHT

2Al in 2010 werd de kansenkaart ‘Wilde Zwijnen in Nederland’ gepresenteerd door De Zoogdiervereniging, ARK Natuurontwikkeling en Alterra – Wageningen Environmental Research. Uit dit onderzoek naar geschikte leefgebieden blijkt dat in tientallen natuurgebieden in Zuid-, Midden- en Oost-Nederland plek zou kunnen zijn voor everzwijnen. Op de kansenkaart staan gebieden die allemaal spontaan kunnen worden gekoloniseerd door deze dieren.

NAAR DE RECHTER

Animal Rights en Fauna4Life stappen samen naar de rechter. De organisaties stellen dat het nulstandbeleid, zoals dat door de provincie wordt gehanteerd, wettelijke gezien helemaal niet mogelijk is. De organisaties: “Iedereen heeft het over het verbinden van natuurgebieden, maar als puntje bij paaltje komt wordt de natuurlijke migratie van diersoorten bruut beperkt. Het nulstandbeleid moet van tafel en dat gaan we aan de rechter voorleggen.”


  1. Tweede Kamer, (1992). Nota Jacht en Wildbeheer. ↩︎
  2. Zoogdiervereniging, ARK Natuurontwikkeling en Alterra, (2010). Kansenkaart wild zwijn. ↩︎

EUROPEES PARLEMENT BEZORGD OVER WILDVANGST VAN APEN OP MAURITIUS

Animal Rights is deel van een coalitie van dierengroepen in Europa en Mauritius (Action for Primates, One Voice, Progress Science Mauritius), die een [internationale campagne leidt om zich te verzetten tegen de uitbreiding en de vangst van wilde apen voor dierproeven](https://www.animalrights.be/mauritius-laat-wildvangst-van-apen-en-uitbreiding-van-apenfokkerij-toe). Wij zijn de leden van het Europees Parlement dankbaar dat zij gehoor hebben gegeven aan onze bezorgdheid en zijn verheugd over het feit dat zij vragen hebben gesteld aan de Europese Commissie.

Jen Hochmuth van Animal Rights: “Wij zijn verbijsterd over het feit dat er langstaartmakaken met vallen worden gevangen. Dit is een een grote stap terug in termen van dierenrechten, vooral nu er wereldwijd grote bezorgdheid bestaat over de vangst van wilde niet-menselijke primaten, vanwege de wreedheid en het lijden die het gevolg zijn van het weghalen van deze dieren uit hun natuurlijke habitat en uit hun sociale en familiegroepen.”

Mauritius is de belangrijkste leverancier van apen aan Europa voor onderzoek, met een export van vele duizenden per jaar. In 2020 werden er langstaartmakaken uitgevoerd naar de volgende EU-landen: Spanje (2.126), Frankrijk (1.027), Nederland (290) en Duitsland (29).

In een stap terug heeft de regering van Mauritius onlangs ingestemd met de uitbreiding van een inrichting waar langstaartmakaken worden gefokt. De eigenaar is van plan in deze fokinstelling in het wild gevangen dieren te gebruiken

De EU erkent dat de vangst van niet-menselijke primaten in het wild problemen oplevert op het gebied van dierenwelzijn, diergezondheid en ethiek, en heeft daarom besloten niet langer betrokken te zijn bij de vangst van apen in het wild voor wetenschappelijke en fokdoeleinden. Vanaf 2022 zal de EU het gebruik van niet-menselijke primaten voor onderzoek alleen toestaan als het gaat om nakomelingen van dieren die in gevangenschap zijn gefokt.

Recente ontwikkelingen op Mauritius wijzen echter op een hervatting van de handel in in het wild gevangen dieren voor fok- en exportdoeleinden, toen de regering van Mauritius in april de uitbreiding goedkeurde van een primatenfarm, Biosphere Trading Ltd, waardoor tot 1000 makaken in het wild gevangen mogen worden om te worden gebruikt voor fokdoeleinden.

Leden van het Europees Parlement hebben bij de Europese Commissie hun bezorgdheid geuit over de vangst van wilde langstaartmakaken in Mauritius. Dit nadat de regering van Mauritius onlangs toestemming heeft gegeven voor de uitbreiding van een primatenfokkerij met maximaal 1000 makaken die in het wild worden gevangen om te worden gebruikt voor de fok. Tot de leden van het Europees Parlement behoren Manuela Ripa, Guenther Sidl, Marie Toussaint, Anja Hazekamp, Francisco Guerreriro. Martin Buschmann, Eleonora Evi en Raphaël Glucksmann.

Manuela Ripa, lid van het Europees Parlement, verklaarde:
“De voorgenomen uitbreiding van het programma van Mauritius om wilde makaken te vangen is zeer alarmerend. Hiermee wil het land de fokinspanningen uitbreiden om de internationale markt – inclusief de EU – te kunnen voorzien van apen voor testdoeleinden. Dit zou kunnen leiden tot het op grote schaal commercieel vangen van wilde dieren, wat een grote tegenslag zou zijn voor de bescherming van de biodiversiteit en het dierenwelzijn.”

Raphaël Glucksmann, lid van het Europees Parlement, verklaarde:
“De Europese Unie heeft het voortouw genomen toen zij reeds in de jaren negentig het welzijn van dieren in haar verdragen heeft opgenomen. Zij deed dat opnieuw, op een praktische manier, toen zij in 2010 voorstelde om wetenschappelijke experimenten met wilde primaten te verbieden. Het verbod zou volgend jaar van kracht moeten worden, na al te veel lange jaren van voorbereiding.

Aangezien de meeste primaten die in de Europese Unie voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt, uit Mauritius komen, kunnen wij dit niet zomaar laten gebeuren. We mogen niet het risico nemen dat uit het wild gevangen makaken in de EU worden ingevoerd, ook al is dat nog een paar maanden legaal.

De vragen die door de Europarlementariërs aan de Europese Commissie zijn gesteld, luiden onder meer als volgt “Is het, gezien het feit dat de EU een datum heeft vastgesteld voor het beëindigen van het gebruik van in het wild gevangen primaten en nakomelingen van de eerste generatie voor onderzoek, niet ongerijmd dat de EU tegelijkertijd primaten importeert uit een land dat niet alleen een handel in in het wild gevangen dieren gedoogt, maar ook toestaat dat deze handel zich uitbreidt? Hoe zal de EU ervoor zorgen dat de uit Mauritius ingevoerde primaten werkelijk in gevangenschap worden gefokt of niet afkomstig zijn van boerderijen die betrokken zijn bij de export of het vangen van langstaartmakaken voor fokdoeleinden?”

Jen Hochmuth: “Wij roepen de Europese Commissie op tot actie. Overeenkomstig met het hoge Europese ambitieniveau inzake dierenwelzijn moet zij ervoor zorgen dat er in Europa geen wilde primaten worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.”

IEDER ZWIJN IN UTRECHT KRIJGT DE KOGEL

Ieder everzwijn dat in Utrecht de provinciegrens over wandelt, krijgt de kogel. Dat heeft de provincie vorig jaar augustus besloten. De dierenbelangenorganisaties Fauna4Life en Animal Rights tekenden bezwaar aan en stappen nu naar de rechter. De organisaties: “De provincie hanteert een nulstandbeleid. Dat wil zeggen dat er geen enkel zwijn in de provincie mag leven en dat ieder zwijn dat zich aan de verkeerde kant van de grens begeeft, wordt afgeschoten. Dieren houden zich niet aan door mensen gemaakte grenzen. Zwijnen horen gewoon in Nederland thuis, ook in de provincie Utrecht.”

Hoewel [wilde zwijnen volgens de wet behoren tot de beschermde diersoorten](https://www.animalrights.nl/everzwijnen), zijn deze dieren maar op enkele plekken in Nederland welkom: op de Veluwe in Gelderland en in Nationaal Park de Meinweg in Limburg. Buiten deze gebieden zou er geen sprake zijn van een leefgebied voor wilde zwijnen en geldt een nulstand. Dit is beleid van de rijksoverheid en vastgelegd in de rijksnota Jacht en Wildbeheer uit 1992. Deze nota is inmiddels bijna 30 jaar oud.1

De zogeheten nulstand is geen in de wet genoemde reden of belang. “Een nulstand kan nooit een op zichzelf staand doel zijn. Het wilde zwijn is in Nederland wettelijk gezien een beschermde diersoort en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen provincies”, zegt Pauline de Jong van Fauna4Life.

1:Tweede Kamer, (1992). Nota Jacht en Wildbeheer.

Een toestemming tot afschot kan alleen worden gegeven als dit nodig is. Zo moet er bijvoorbeeld sprake zijn van belangrijke schade en moet worden aangetoond dat alternatieve maatregelen niet werken. “In Utrecht is geen sprake van schade, want elk zwijn wordt aan de grens gedood. Het is ook volstrekt ongeloofwaardig dat geen enkel zwijn in Utrecht zou kunnen leven”, zegt Jessica Smit van Animal Rights.

De interne adviescommissie van de provincie Utrecht is ook niet overtuigd van de noodzaak van het afschot. Zij adviseert nader onderzoek te doen naar mogelijke schade en naar gebieden in Utrecht waar zwijnen kunnen leven. Dat lijkt de dierenbelangenorganisaties een prima idee, maar de provincie houdt voet bij stuk en legt dit advies naast zich neer.

Al in 2010 werd de kansenkaart ‘Wilde Zwijnen in Nederland’ gepresenteerd door De Zoogdiervereniging, ARK Natuurontwikkeling en Alterra – Wageningen Environmental Research.2 Uit dit onderzoek naar geschikte leefgebieden blijkt dat in tientallen natuurgebieden in Zuid-, Midden- en Oost-Nederland plek zou kunnen zijn voor everzwijnen. Op de kansenkaart staan gebieden die allemaal spontaan kunnen worden gekoloniseerd door deze dieren.

2:Zoogdiervereniging, ARK Natuurontwikkeling en Alterra, (2010). Kansenkaart wild zwijn.

Animal Rights en Fauna4Life stappen samen naar de rechter. De organisaties stellen dat het nulstandbeleid, zoals dat door de provincie wordt gehanteerd, wettelijke gezien helemaal niet mogelijk is. De organisaties: “Iedereen heeft het over het verbinden van natuurgebieden, maar als puntje bij paaltje komt wordt de natuurlijke migratie van diersoorten bruut beperkt. Het nulstandbeleid moet van tafel en dat gaan we aan de rechter voorleggen.”

Het nulstandbeleid moet van tafel en dat gaan we aan de rechter voorleggen.

Het is ook volstrekt ongeloofwaardig dat geen enkel zwijn in Utrecht zou kunnen leven.