PODCAST: EN WE GAAN VERDER!

In 2020 begon Animal Rights een podcast. In onze podcast bespreken wij verschillende onderwerpen die direct of indirect met dieren en dierenrechten te maken hebben. In 2021 gaan we door! Luister de podcast op [Spotify](https://open.spotify.com/show/1KSCoJfF9c7wc6habflHeF), [Soundcloud](https://soundcloud.com/animalrightspodcast) en [Itunes](https://podcasts.apple.com/nl/podcast/animal-rights-podcast/id1521635407?l=en).

Bekijk [hier](https://www.animalrights.nl/animal-rights-podcast) het overzicht van onze vorige podcasts.

Als gevolg van de corona-maatregelen is het een tijdje rustig geweest rond de Animal Rights podcast. Maar Konrad en Jan staan te popelen om weer met de microfoons op pad te kunnen!
In deze uitzending blikken ze terug op de podcasts die ze tot nu toe hebben gemaakt en denken na over onderwerpen waar ze zich dit jaar op zullen storten.

SPECIESISME

De Nederlandse grondwet zegt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
In België staat er iets vergelijkbaars: “Het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen toegekend moet zonder discriminatie verzekerd worden.”

De overgrote meerderheid van de inwoners van de Lage Landen zijn echter van deze “rechten en vrijheden” uitgesloten en worden allesbehalve “gelijk behandeld.” We hebben het dan natuurlijk over de dieren, vrij en in gevangenschap. De reden waarom aan hen zelfs de meest basale rechten worden onthouden, is dat ze behoren tot een andere soort dan Homo sapiens. De term voor deze vorm van discriminatie is speciesisme, of soortdiscriminatie.

Speciesisme is het verschil in behandeling of morele consideratie van individuen gebaseerd op hun soort-lidmaatschap.

Ter bescherming van individuele inwoners wordt in de meeste landen de lijst van eigenschappen waarop niet gediscrimineerd mag worden als maar langer. Naast de in de grondwetten genoemde categorieën gaat het dan bijvoorbeeld om: handicap/invaliditeit/medische toestand, (nationale) afkomst/oorsprong/etniciteit, leeftijd, seksuele geaardheid/gerichtheid/voorkeur, geslachtsidentiteit/-uitdrukking, veteranenstatus/militaire dienst, religie/gezindte, huidskleur, huwelijkse staat, zwangerschap/bevalling, genetische informatie, etc.

‘Soort’ komt in dit rijtje op geen enkele plek op aarde voor.

Speciesisme is, net als racisme, seksisme en andere vormen van discriminatie, een geloofssysteem waarin degenen met macht een grens trekken tussen hen en de minder machtige ‘anderen’ om de uitsluiting of het gebruik van die ‘anderen’ te rechtvaardigen.
Dit geloof in de menselijke superioriteit, maar ook de verheffing van de ene diersoort boven de andere, wordt gebruikt om het exploiteren van andere wezens als, bijvoorbeeld, testsubject, entertainment, kledingstuk, of voedselingrediënt te rechtvaardigen.

Vroeger ontkende de mens dat andere dieren [pijn kunnen voelen](https://www.animalrights.nl/ja-vissen-voelen-pijn) – en angst en vreugde – en dat ze hun eigen behoeftes, interesses en belangen hebben onafhankelijk van het nut voor de mens. Nu weten de meeste mensen beter, maar passen ze deze nieuwe realisatie nog steeds niet toe in hun omgang met andere dieren.

Sinds Darwin weten we dat er biologisch gezien geen essentieel verschil is tussen mensen en andere dieren. Waarom zou er dan een moreel verschil bestaan?

Rationeel weten de meeste mensen wel dat ze ook dieren zijn, maar ze vinden het moeilijk te bevatten dat er geen moreel-relevante reden is om andere dieren anders te behandelen dan mensen in overeenkomstige situaties. Mensen worden vanaf hun geboorte geconditioneerd om te oordelen over andere diersoorten gebaseerd op arbitraire menselijke meningen en voorkeuren, of de waarde en het nut die deze dieren voor hen vertegenwoordigen.

En het is zo eenvoudig: Geen enkel individu is iemand anders bezit; geen enkel individu is een middel tot een bepaald doel; behoren tot een bepaalde soort is geen morele factor.

Speciesisme tegengaan is vaak niet ingewikkelder dan de rechten van anderen respecteren en hen in hun waarde en met rust laten.
Voor mensen betekent dat dat we ons bij al onze acties moeten afvragen wat het effect daarvan is op de anderen en vermijden hen schade te berokkenen, zover als mogelijk is.

Animal Rights wil dat alle dieren in Nederland, wild en in gevangenschap, als (staats)burgers, (rechts)personen en ingezetenen erkend worden en [grondwettelijk verankerde rechten krijgen](https://www.animalrights.nl/dierenrechten-de-grondwet).

Beëindig speciesime!!!

MAG JIJ JE ALS VEGANIST TEGEN CORONA LATEN VACCINEREN?

Mag jij je als veganist tegen corona laten vaccineren? Dat is een vraag die we tegenwoordig veel gesteld krijgen. Animal Rights zet het hier op een rijtje.

Een van de definities van veganisme is een levenswijze waarbij voor zover als praktisch haalbaar is, wordt afgezien van alle vormen van diergebruik. Vaccins zijn (nog) niet dierproefvrij en het productieproces is niet altijd vrij van dierlijke ingrediënten.

Vaccins zijn dus een van de uitzonderingssituaties waarbij het momenteel voor veganisten nog niet mogelijk is om het gebruik van dieren te vermijden, omdat er geen vegan alternatieven beschikbaar zijn. Iedere veganist moet hierin zijn eigen afwegingen maken.

Lees ook het algemeen [Animal Rights standpunt over vaccinatie](https://www.animalrights.nl/vaccins-en-veganisme)

Laat hierover geen verwarring bestaan, dierproeven waren niet doorslaggevend voor het vermeende succes van de ontwikkeling van coronavaccins. Dierproeven voor de ontwikkeling van vaccins werden uitgevoerd omdat ze verplicht waren vanwege verouderde wetten en niet omdat ze onmisbaar en noodzakelijk zijn. In feite is het tegenovergestelde waar: de snelle ontwikkeling van COVID-19 vaccins is het laatste bewijs van hoe inefficiënt en onnodig dierproeven zijn.

Normaal is het verplicht dat alle kandidaat-geneesmiddelen eerst in een hele reeks proefdieren worden getest voordat de eerste studies bij mensen worden uitgevoerd. Aangezien de gebruikelijke dierproeven te lang durdeen in de huidige COVID-19-crisis, zijn sommige dierproeven ingekort, overgeslagen of gelijktijdig met de tests op mensen uitgevoerd. Zo werd het kandidaat-vaccin van Moderna pas op dieren getest nadat honderden mensen met de vaccins waren geïnjecteerd. De bedrijven wisten dat het virus dieren anders aantast dan mensen, dus het had geen zin om het acht tot tien jaar lang aan verschillende diersoorten toe te dienen.

Naast de ethische overtuiging zijn we bij Animal Rights van mening dat volledig van dierproeven afstappen de snelste en meest betrouwbare manier is om vaccins of medicijnen te realiseren. We moeten doorgaan met zorgvuldig, gereguleerd en wetenschappelijk onderbouwd onderzoek en proeven uitvoeren waarbij menselijke weefsels en cellen worden gebruikt.

We streven, zoals je van ons gewend bent, naar 100% vegan en dierproefvrije vaccins. Bij Animal Rights zijn we van mening dat iedere veganist hierin zijn eigen afwegingen moet maken. Tegelijkertijd moedigen we iedereen aan om voor hun eigen gezondheid en die van anderen te zorgen, zodat we samen en sterke stem voor veganisme en dierenrechten blijven.

KOUDEPROTOCOL REDT GEEN ENKEL DIER VAN VRESELIJKE DOOD

De Vlaamse pluimveeindustrie heeft samen met Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts een koudeprotocol vastgelegd. 1 Dat protocol moet – net zoals het hitteprotocol – dieren beschermen vanaf het moment dat ze ingeladen worden tot als ze aankomen in het slachthuis.

Een koude protocol voor de andere dieren is er niet in België. In Nederland is het koude protocol zo vaag verwoord dat men het net zo goed achterwege had kunnen laten.

1:https://www.benweyts.be/nieuws/koudeprotocol-moet-vermijdbaar-dierenleed-vermijden

Animal Rights schreef eerder al een artikel om aan te tonen dat [veel vleeskuikens de reis niet overleven bij lage temperaturen.](https://www.animalrights.be/extreme-temperaturen-zorgen-voor-dode-nederlandse-vleeskuikens-bij-aankomst-belgische-slachthuizen) Op 14 maart 2015 werden 8112 kippen uit Deurne, Noord-Brabant aangevoerd bij slachthuis Belki NV in Aalst bij temperaturen van 1 tot 6 graden. 367 van hen, ofwel 4,52%, kwam dood aan en nog eens 1,08% werd afgekeurd, “waarvan 0,48% wegens ziekte, vrnl. afwijk aan de luchtwegen.”

Op 17 februari 2016 worden 4080 ‘braadkippen’ afkomstig uit Yerseke afgeleverd bij [slachthuis Nollens in Kruishoutem.](https://www.animalrights.be/undercover-vleeskuikens-lijden-vlaams-slachthuis) 83 van de kippen zijn dood bij aankomst – dat is 2,03% – na een rit van twee-en-een-half uur bij een buitentemperatuur van -6 graden.

Op 18 januari 2016 is 2,20% van een ‘lading’ vleeskuikens uit Laren dood bij aankomst bij slachthuis Belki tijdens sterke vriestemperaturen.

Bij hetzelfde slachthuis, op dezelfde datum, maar een jaar later, komt 2,92% van vleeskuikens afkomstig uit Middenmeer dood aan in het slachthuis bij temperaturen onder het vriespunt.

Het koudeprotocol 2 stelt dat er bij extreme koude bijkomende maatregelen moeten geworden voor het laden, vervoeren en lossen van pluimvee. Daarbij zijn er richtlijnen voor de pluimveehouder, vangploeg, transportfirma, slachthuismedewerkers en de vertegenwoordiger van het FAVV.
Het protocol wordt opgedeeld in drie delen: afspraken voor als de temperatuur onder 5°C daalt, temperaturen onder 0°C en temperaturen vanaf -7°C. Extreme koude wordt in het protocol gedefinieerd als ‘de dagen met een voorspelde temperatuur van ≤ -7°C.’

Het opstarten van het protocol is de verantwoordelijkheid van de AWO (Animal Welfare Officer) van het pluimveeslachthuis en de planner van levende aanvoer. Vanaf dat het KMI extreme koude temperaturen voorspelt, moet de aanvoer- en slachtplanning aangepast worden.

De aanpassingen hebben betrekking op de bezettingsgraad van de pluimveetransporten, het gebruik van zeilen, ingekorte wachttijden, uitstellen van transporten langer dan 5 uur, en beschut lossen. De dieren moeten zoveel mogelijk uit de wind gehouden worden op elke mogelijke manier (vrachtwagen uit de wind parkeren, zeilen naar beneden,…)

Ben Weyts zegt dat er zal toegezien worden op de naleving van het protocol. Wie er precies zal toezien op het naleven van het protocol is niet duidelijk.

Het protocol werd opgesteld door het Nationaal Verbond Pluimveeslachthuizen en uitsnijderijen vzw (NVP) en Vereniging van Industriële Pluimveeslachterijen vzw (VIP – België) en gevalideerd door de Vlaamse Dienst Dierenwelzijn op 15/1/2021.

2: https://www.pluimvee.be/src/Frontend/Files/Core/CKFinder/files/protocol%20extreme%20koude%20versie1%2015012021.pdf

Net als in België vormt de Verordening (EG) Nr. 1/2005 van de Raad inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten (‘de Transportverordening’) In Nederland de belangrijkste wettelijke basis voor het reguleren van de condities tijdens transport van dieren. Samen met de nationale regelgeving uit de Wet dieren en de Regeling houders van dieren is er een raamwerk om tijdens extreme weersomstandigheden maatregelen te treffen. 3 Met betrekking tot koude is dit “raamwerk” echter zo vaag dat het net zo goed achterwege had kunnen blijven.

“Koude:
Het is lastiger om een eenduidige grenswaarde voor koude te definiëren. Vanwege de mogelijkheden die geconditioneerd transport kan bieden, is geen uiterste minimum temperatuur overeengekomen. Bij transporten die langer dan 8 uur duren, mag de temperatuur in de veewagen niet beneden het vriespunt komen. Bevriezing van de drinkwatervoorziening is een probleem dat bijzondere aandacht behoeft. Dit betekent dat er altijd drinkwater uit de drinknippels moet kunnen komen.

Een belangrijke beperkende factor bij koude wordt gevormd door de verminderde mogelijkheden voor een goede reiniging en ontsmetting (R&O). Door het bevriezen van de eenvoudige faciliteiten bij een veehouder is een correcte uitvoering van R&O niet mogelijk. De NVWA houdt, ook bij vorst, vast aan het uitgangspunt dat uitsluitend schone wagens de openbare weg op mogen.

In Europees verband is afgesproken dat buitentemperaturen onder 0 graden Celsius extra maatregelen rechtvaardigen om het dierenwelzijn tijdens transport te waarborgen.

Zelfs bij ‘code rood’ zoals zondag 7 februari 2021 gaat alleen export naar het buitenland niet door:

“Code Rood:
In gebieden waar het KNMI vanwege extreme weersomstandigheden de code rood heeft afgegeven, vindt in de periode dat deze code van kracht is geen exportcertificering plaats. Uitgestelde keuringen worden verschoven, op voorwaarde dat de code rood dan is opgeheven.

3: https://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:MB6i7-sQfhUJ:https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/welzijn/publicaties/nationaal-plan-voor-veetransport-bij-extreme-temperaturen-2020/nationaal-plan-veetransport-bij-extreme-temperaturen-versie-2020-3.3a-15%2Bjuni-2020-toegankelijk.pdf+&cd=11&hl=en&ct=clnk&gl=pt&client=safari

De trieste realiteit is dat zowel het hitte- als het koudeprotocol geen enkel dier redt van een vreselijke dood in het slachthuis. De enige reden waarom dit protocol voor de industrie belang heeft, is de economische winst die gehaald wordt uit elk dier dat levend het slachthuis bereikt.

Animal Rights doet al jarenlang onderzoek naar de wreedheden van de intensieve veehouderij. De enige manier om niet bij te dragen aan deze gewetenloze industrie, is kiezen voor een plantaardige levensstijl.

EEN ROBUUSTE NATUUR IS HET BESTE WAPEN TEGEN INVASIEVE SOORTEN

Regelmatig komen berichten voorbij over de plaag die uitheemse kreeftjes zouden vormen in Nederlandse sloten en het gevaar dat dit met zich meebrengt. 1

Als muskusratten en kreeftjes een bedreiging voor de veiligheid van de Nederlandse waterkeringen vormen, is er wat mis met de dijken en kades en het waterbouwkundige vernuft bij de waterschappen.

Als ecologen nog steeds moeten verwijzen naar een lekje dat een jaar of twee geleden eens is ontstaan bij Kinderdijk, waar gegraven gangenstelsels van rivierkreeften en muskusratten elkaar ontmoetten, dan valt het gevaar op een volgende watersnoodramp waarschijnlijk nog wel mee.

Introductie
De rode Amerikaanse rivierkreeft werd in 1985 voor het eerst in Nederland gesignaleerd. De introductie gebeurde waarschijnlijk doordat iemand ergens in de natuur zijn aquarium leegde. Naast de rode zijn ook de gestreepte, de geknobbelde en gevlekte Amerikaanse rivierkreeft bezig aan een opmars.

Dit geeft meteen een van de belangrijkste oorzaken – en een eenvoudige oplossing – aan voor de introductie van exoten. We moeten onmiddellijk verbieden dat planten en dieren in ons land geïmporteerd, gekweekt, verkocht en gehouden worden die hier niet van nature voorkomen.

Als er een sterke populatie van de oorspronkelijke Europese rivierkreeft bestond, had het mogelijk zo’n vaart niet gelopen met de opmars van exoten, maar die hebben we praktisch uitgeroeid door watervervuiling.

Bestrijding is zinloos, robuuste natuur het beste wapen
Het volk in overheidsdienst ziet uitroeing door massamoord vaak als dé oplossing, hoe vaak ze daarin ook falen. Beroepsvissers met visrechten op schaaldieren krijgen vrijstelling om op de rivierkreeft te vissen. Maar de vissers hebben helemaal geen belang bij terugdringing van de kreeftenstand want dat gaat ten koste van hun broodwinning. Hoe dat werkt, weten we al sinds de commerciële muskusrattenvangers.

Bestrijding is dan ook volstrekt zinloos. Verspreiding moet worden tegengegaan, door een verbod op het houden van uitheemse soorten, en de waterkeringen moeten beter bestand gemaakt worden tegen gravende dieren.

Op de allereerste plaats, echter, is een sterke natuur het beste wapen tegen invasieve soorten. Er zijn genoeg natuurlijke vijanden voor deze kreeften, zowel onder vissen (snoek, (snoek)baars, karper, paling), als vogels (reigers, ooievaars, eenden, futen, kraaien, buizerds) en zoogdieren (vos, otter, nerts). Laten we hen tot bloei laten komen door ze meer en beter leefgebied te geven, jacht en vissen te verbieden en ze vooral met rust te laten!

1:https://www.gelderlander.nl/regio/rivierkreeft-de-nieuwe-muskusrat-in-gelderland~a125966b/