aug 17, 2020
Op 7 juli 2020 is gefilmd hoe bij Nertsenfokkerij de Ruiter B.V., gevestigd aan de Scheiweg in Gemert, met een visnet, [een nerts levend uit een afvalcontainer werd gevist.](https://www.animalrights.nl/levende-nerts-bij-afval-gegooid-tijdens-ruiming) Het dier had even daarvoor een poging tot [vergassing](https://www.animalrights.nl/nertsen-corona-tijdlijn-2020) overleefd. In het Brabants Dagblad wordt een dag later verslag gedaan van de gebeurtenis en bevestigt een woordvoerder van de NVWA dat de nerts nog leefde na de (mislukte) vergassing en dat de werkinstructies zijn aangepast.
”We hebben daarom de werkinstructies voor het ruimen van de dieren aangepast. Er gaan nu
minder nertsen tegelijk in de vergassingskist, waardoor we nog beter controleren of alles juist
verloopt.”
In een tweet van 8 juli 2020 bevestigt de NVWA nogmaals dat de nerts de vergassing heeft overleefd en dat voortaan “aanzienlijk minder dieren” tegelijkertijd in de vergassingskisten mogen.
De gebeurtenissen van 7 juli 2020 en de uitlatingen van de NVWA zijn voor Animal Rights en Bont
voor Dieren reden de NVWA te verzoeken om handhavend op te treden.
De kern van de bestaande wetgeving is dat bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten ervoor dient te worden gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.
De Europese ‘Verordening inzake de bescherming van dieren bij het doden’ zegt specifiek over koolstofmonoxide vergassing: “De dieren worden afzonderlijk in de bedwelmingsruimte binnengebracht, waarbij ervoor wordt gezorgd dat een dier pas binnengebracht wordt als het vorige dier bewusteloos of dood is.”
Ook de [Welzijnscommissie Dierziekten](https://www.animalrights.nl/de-onzin-van-een-welzijnscommissie-nertsenruimingen) is blijkbaar niet van de Verordening op de hoogte. Ze zegt: “Afhankelijk van de leeftijd en het gedrag van de pups werden deze gelijktijdig met de moeder of kort daarna in de gasbox geplaatst.”
Animal Rights en Bont voor Dieren stellen op grond van de uitspraken van de NVWA vast dat in strijd met de Europese Verordening inzake de bescherming van dieren bij het doden, meerdere nertsen tegelijk in de vergassingsinstallatie zijn vergast, de dood bij tenminste één dier niet onmiddellijk of na bedwelming is ingetreden en tenminste één dier vermijdbaar en onnodig leed is aangedaan.
Daarom verzoeken Animal Rights en Bont voor Dieren de NVWA om handhavend op te treden tegen betrokkenen, waaronder in ieder geval Nertsenfokkerij de Ruiter B.V., gevestigd aan de Scheiweg 100 in Gemert.
“We zijn benieuwd hoe de NVWA om zal gaan met haar eigen rol van toezichthouder bij deze ‘ruiming’,” zegt Animal Rights campagneleider Erwin Vermeulen.
[vimeo:https://vimeo.com/443310731]
Op 20 juli proberen de ministers in een Kamerbrief de schade te beperken. 1 Ze schrijven:
“Om de onrust te beperken tijdens het doden worden dieren samen in een gasbox geplaatst.
In principe dienen de dieren volgens Europese Verordening (EG) nr. 1099/2009 van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden, afzonderlijk in de bedwelmingsruimte worden binnengebracht en gedood. De verordening biedt echter ook ruimte om in noodsituaties af te wijken van deze voorschriften. Het doden van nertsen en hun pups ter bestrijding van Sars-CoV-2 is aan te merken als een dergelijke noodsituatie. Dit ook, omdat het dodingsproces aanzienlijk langer zou duren als elke nerts individueel gedood wordt, wat niet wenselijk is met het oog op volks- en diergezondheid. Bij het legen van de gasboxen wordt gecontroleerd of er nog dieren tekenen van leven vertonen. Zeer incidenteel kwam dit voor, waarna dieren onmiddellijk werden teruggeplaatst in een andere reeds met koolmonoxide gevulde gasbox.”
Dit is niet alleen een poging om een wetsovertreding van de nertsenvergassers, NVWA en overheid goed te praten het is ook een klinkklare leugen. In Altforst (gemeente West Maas en Waal) werd een besmetting vastgesteld op vrijdag 14 augustus. Op zaterdag 15 augustus startte de ‘ruiming’. Omdat dit een groot bedrijf is met 15.000 moederdieren die ieder 5 a 6 jongen geworpen hebben in april en mei, werd de massamoord niet in één dag afgewerkt. Vervolgens werd op 16 augustus de zondagsrust in acht genomen en gaan de vergassers en overheid op maandag 17 augustus weer verder met de ‘klus’. Dit is dus in de verste verte wat tijdsdruk betreft geen noodsituatie. Met het excuus “omdat het dodingsproces aanzienlijk langer zou duren als elke nerts individueel gedood wordt, wat niet wenselijk is met het oog op volks- en diergezondheid”, liegen ministers Schouten en De Jonge de Tweede Kamer en de Nederlandse bevolking opnieuw keihard voor!
Op 10 september beroepen de ministers in antwoord op Kamervragen 2 zich opnieuw op de denkbeeldige noodsituatie:
“Voor het bedwelmen en doden van dieren met koolmonoxide volgt de hoofdregel uit artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (PB L 303), in samenhang met onderdeel 5 van tabel 3 van hoofdstuk I en onderdelen 9.2 en 9.3 van hoofdstuk II van bijlage I bij deze verordening:
Er wordt te allen tijde visueel toezicht op de dieren uitgeoefend.
De dieren worden afzonderlijk in de bedwelmingsruimte binnengebracht, waarbij ervoor wordt gezorgd dat een dier pas binnengebracht wordt als het vorige dier bewusteloos of dood is.
De dieren blijven in de bedwelmingsruimte totdat zij dood zijn. De dieren worden conform bovengenoemde voorschriften een voor een in de box geplaatst.
Artikel 1, tweede lid, van deze verordening bepaalt evenwel dat hoofdstuk II van de verordening, waar artikel 4 onderdeel van uitmaakt, niet van toepassing is op het doden van dieren in noodsituaties buiten een slachthuis of in situaties waarin de naleving van deze voorschriften een onmiddellijk en ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van mensen zou meebrengen. Het doden van nertsen ter bestrijding van Sars-CoV-2 is aan te merken als een dergelijke noodsituatie. Zou elke nerts individueel moeten worden gedood volgens de hoofdregel, dan zou het bestrijdingsproces aanzienlijk langer duren, wat niet wenselijk is met het oog op de bescherming van de volksgezondheid. Ook dan is het overigens zaak het welzijn van het dier zo min mogelijk te benadelen.”
1:https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/20/kamerbrief-stand-van-zaken-sars-cov-2-bij-nertsen
2:https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/20/kamerbrief-stand-van-zaken-sars-cov-2-bij-nertsen
Op 29 oktober 2020 wijst de NVWA, zoals verwacht, het handhavingsverzoek af, verwijzend naar de uitleg die ze al hadden voorgekookt in bovengenoemde Kamerbrief en antwoord op Kamervragen. Animal Rights maakt natuurlijk bezwaar tegen dit besluit.
Gronden bezwaarschrift tegen overtreding van diverse regels die gelden voor het doden van nertsen:
Tijdens de op 7 juli 2020 uitgevoerde ruimingsoperatie bij nertsenfokkerij De Ruiter B.V. te Gemert is afgeweken van de voorgeschreven handelswijze die volgt uit artikel 4 lid 1 van de Verordening:
“Artikel 4 Verdovingsmethoden.
1. Dieren worden uitsluitend gedood nadat zij zijn bedwelmd volgens de methoden en de desbetreffende specifieke toepassingsvoorschriften zoals beschreven in bijlage I. De
toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid wordt aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden.”
In bijlage I, voorschrift 9.1-9.3, worden regels opgesomd die gelden voor het bedwelmen van dieren middels koolstofmonoxide. Deze regels zijn op de volgende manieren overtreden:
“9. Koolstofmonoxide (zuivere bron of vermengd met andere gassen)
9.1. Er wordt te allen tijde visueel toezicht op de dieren uitgeoefend.”
Zoals u beschrijft in uw Kamerbrief van 10 september 20201 en zoals beschreven in het verslag van het Kameroverleg van 26 november 20202, controleert de NVWA in praktijk door middel van een steekproef of de nertsen snel het bewustzijn verliezen en vervolgens overlijden. Steekproefsgewijs visueel toezicht is niet ‘te allen tijde’ en dus is dit voorschrift overtreden.
“9.2. De dieren worden afzonderlijk in de bedwelmingsruimte binnengebracht, waarbij ervoor wordt gezorgd dat een dier pas binnengebracht wordt als het vorige dier
bewusteloos of dood is.
In uw brief van 10 september 2020 bevestigt u dat in de concrete situatie van 7 juli 2020, waarbij een levende nerts uit een afvalcontainer werd gevist, de NVWA niet voldoende tijd heeft genomen om te garanderen dat dieren bewusteloos zijn voordat ze onder andere dieren bedekt raken. U geeft toe dat het toezicht van de NVWA ‘helaas niet afdoende is gebleken’.
Tevens bevestigde de NVWA in een tweet van 8 juli 2020 dat er meerdere dieren tegelijk in de vergassingskisten werden gedaan en dat dit zelfs na het incident nog steeds gebeurde.
Hiermee staat onomstotelijk vast dat voorschrift 9.2 van Bijlage I van de Verordening is overtreden.
“9.3. De dieren blijven in de bedwelmingsruimte totdat zij dood zijn.”
De gefilmde en door u toegegeven situatie dat op 7 juli 2020 een levende nerts in de afvalcontainer werd aangetroffen, bevestigt eveneens de schending van voorschrift 9.3 van Bijlage I van de Verordening.
In uw besluit bevestigt u zelf ook dat de hierboven genoemde voorschriften tijdens de ruiming op nertsenfokkerij De Ruiter B.V. te Gemert op 7 juli 2020 zijn overtreden, maar stelt u ook dat de deze voorschriften van Bijlage I niet van toepassing zijn op de hier bedoelde ruiming. Dit is, volgens u, het geval omdat er sprake zou zijn geweest van een “noodsituatie”, in de zin van de Verordening. Als gevolg daarvan kon, volgens u, van de voorschriften in Bijlage I worden afgeweken. Bezwaarmakers bestrijden dit standpunt om de volgende redenen.
1. Er heeft zich geen “noodsituatie” in de zin van de Verordening voorgedaan
Artikel 2, aanhef en onder d van de Verordening definieert “het doden van dieren in noodsituaties”
als volgt:
“Het doden van dieren die zodanig gewond of ziek zijn dat dit met ernstige pijn of ernstiglijden gepaard gaat, terwijl er geen andere praktische mogelijkheid is om die pijn of dat
lijden te verlichten.”
Dit artikel is, zoals duidelijk uit de bewoordingen blijkt, in het leven geroepen om het dierenwelzijn te dienen. Ook volgens de considerans van de verordening kan alleen “wanneer met het oog op de diergezondheid het doden van dieren in noodsituaties vereist is en/of geen geschikte alternatieven voorhanden zijn om een optimaal welzijn voor die dieren te waarborgen”, er gesproken worden van een “noodsituatie” en aldus een situatie waarin op grond van artikel 1 lid 2 van de Verordening van de in casu overtreden voorschriften van Bijlage I kan worden afgeweken.
Uit niets blijkt dat van een dergelijke “noodsituatie” sprake was. Over het dierenwelzijn is in het gehele debacle nooit gesproken. Alle betrokkenen hadden alleen maar ook voor eventuele gevolgen voor mensen. Ook in uw besluit draait het allemaal om de gezondheid van en de veiligheid voor mensen. Een “noodsituatie” in de zin van de Verordening was eenvoudigweg niet aan de orde.
2. Er was geen een onmiddellijk en ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van mensen
Voor zover u van mening bent dat naleving van de dierenwelzijnsvoorschriften een onmiddellijk en ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van mensen zou meebrengen, iets waar u zich overigens niet expliciet op beroept in uw besluit, bestrijden bezwaarmakers dat van een dergelijke situatie sprake was.
• Niet is aangetoond dat bij naleving van de voorschriften, waarbij de ruiming wat langer zou duren, er sprake zou zijn van een onmiddellijk en ernstig risico voor de gezondheid of
veiligheid van mensen. Integendeel. U respecteerde bij de ruimingen zelfs de zondagsrust!
• Het RIVM heeft op basis van meerdere risicobeoordelingen geconcludeerd dat het risico op blootstelling aan SARS-CoV-2 buiten een besmette stal verwaarloosbaar is.
Bovenstaande omstandigheden maken duidelijk dat er geen sprake was van een onmiddellijk en ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van mensen zodat de vergassers zich hadden moeten houden aan de voorschriften in Bijlage I van de Verordening.
3. Actieplan
Op grond van artikel 18 van de Verordening dient u voorafgaand aan een ruimingsoperatie een actieplan op te stellen om te waarborgen dat aan de voorschriften van de verordening wordt voldaan. Bezwaarmakers vragen zich hier hardop af of een dergelijk actieplan er wel was. In uw brief van 10 september 2020 komt deze vraag namelijk aan bod en geeft u geen duidelijk antwoord. Wel noemt u een “interne werkinstructie” die wordt gebruikt bij ruimingen van nertsenbedrijven. Bezwaarmakers vragen u hen een afschrift van de “werkinstructie” en het in de Verordening bedoelde “actieplan” te doen toekomen en hun een termijn te stellen om daar, in het kader van de behandeling van dit bezwaarschrift, op te reageren.
U heeft ten onrechte niet besloten over de overtreding van twee bepalingen van het Besluit houders van dieren
Het handhavingsverzoek had hoofdzakelijk betrekking op de overtreding van de voorschriften uit de meermaals genoemde Verordening. Echter, het handhavingsverzoek noemt ook nadrukkelijk het overtreden van artikel 1.12 en artikel 1.13 van het Besluit houders van dieren. Deze twee artikelen hebben een zelfstandige betekenis naast de regels van de Verordening en het is evident dat beide regels zijn overtreden.
In uw besluit gaat u voorbij aan deze overtreding van deze twee voorschriften. Aangezien u dient te beslissen op grondslag van de aanvraag, is het besluit (ook) op dit punt onrechtmatig. Bezwaarmakers verwachten dat u in bezwaar alsnog een besluit neemt over deze twee overtredingen.
Slotsom
Bezwaarmakers concluderen dat er geen sprake was van een “noodsituatie” in de zin van de verordening en dat er geen sprake was van een een “onmiddellijk en ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van mensen”, zodat tegen het overtreden van voorschriften 9.1 – 9.3 van Bijlage I van de verordening dient te worden opgetreden. Daarnaast verwijten bezwaarmakers u niet te hebben besloten op het overtreden van twee dierenwelzijnsregels van het Besluit houders van dieren. Het bestreden besluit dient om al deze redenen te worden herroepen.
aug 17, 2020
Plant Power ontkracht argumenten tegen plantaardig eten. In dit artikel: ‘als we stoppen met het eten van dieren, dan worden we overspoeld door landbouwdieren’.
Mensen die bovenstaand argument gebruiken, lijken te denken dat het bestaan van grootschalige veehouderij een wetmatigheid is, ongeacht of mensen dierlijke producten consumeren. In werkelijkheid is het aantal gehouden dieren een kwestie vraag en aanbod. Niemand houdt voor zijn of haar hobby duizenden dieren opgesloten in donkere stallen. Veehouders doen dat, omdat ze er geld mee verdienen. Als niemand meer dierlijke producten aanschaft, loont het niet om dieren te houden. Een boer ‘investeert’ dan, maar krijgt er niets voor terug.
In een goed werkende markt wordt de veehouderij kleiner als mensen steeds minder dierlijke producten gaan consumeren. Helaas is dat niet altijd direct het geval. Er is nu al sprake van overproductie van dierlijke producten en dus doet de sector er alles aan om dierlijke producten te slijten. Grote zuivelbedrijven zoals FrieslandCampina proberen nieuwe markten aan te boren in Azië, hoewel een grote meerderheid van de bevolking daar intolerant is voor lactose. Het zijn wanhopige pogingen van een sector die geen toekomst heeft. De Europese Unie doet daaraan mee door reclame voor dierlijke producten te financieren.
Als iedereen die nog niet plantaardig eet van de een op andere dag besluit om voortaan plantaardig te gaan eten, zijn er inderdaad nog miljoenen dieren in de veehouderij. Mensen hebben ervoor gezorgd dat deze dieren leven. Ze hebben dieren gefokt. Zonder toedoen van de mens, zouden deze dieren er niet zijn. De dieren zijn gefokt op bepaalde eigenschappen en hebben daaronder te lijden: koeien geven veel meer melk dan natuurlijk is en kippen leggen veel meer eieren dan natuurlijk is. Daardoor krijgen deze dieren allerlei gezondheidsproblemen. Daarnaast zijn de dieren voor hun leven afhankelijk van mensen: voor hun voedsel bijvoorbeeld.
Het is daarom de verantwoordelijkheid van mensen om de dieren die er nog in de veehouderij zijn tot hun dood een zo goed mogelijk leven te geven. We moeten echter stoppen met verder fokken van deze dieren, want dat is niet in het belang van deze dieren. Als iedereen plantaardig eet, zullen de soorten die nu nog gefokt worden uitsterven. We zullen dus zeker niet ‘overspoeld’ worden door landbouwdieren. Het uitsterven van deze dieren is moreel gezien geen probleem, omdat soorten niet kunnen lijden. Bovendien vervullen deze soorten geen belangrijke rol in ecosystemen: ze zijn dus ook niet van belang voor het welzijn van andere individuen. Integendeel: de veehouderij zorgt voor vernietiging van natuur en is daarmee een bedreiging voor het welzijn van veel individuen. Als we door zouden gaan met fokken van veedieren, dan hebben de individuen van deze soorten wel te lijden. In een natuurlijke omgeving zouden ze nooit zijn ontstaan, maar door fokbeleid zijn er soorten ontstaan die afhankelijk zijn van mensen en lijden onder de eigenschappen waarop ze gefokt zijn. Dat is niet goed te praten.
aug 15, 2020
Vanaf vandaag tot en met 31 januari is het [jachtseizoen](https://www.animalrights.nl/plezierjacht-nederland) op eenden en konijnen geopend. Een jaarlijks terugkerend moment, waarna deze dieren weer moeten vliegen en rennen voor hun leven. Jessica Smit, campagneleider Animal Rights: “De zogeheten [plezierjacht](https://www.animalrights.nl/plezierjacht-nederland) is ons een doorn in het oog. Honderdduizenden dieren worden enkel voor het amusement van een kleine groep jagers aan flarden geschoten.”
Kom je jagers tegen in het veld? Kijk hier voor [zes tips tegen de jacht](https://www.animalrights.nl/wat-kan-jij-doen-tegen-de-jacht).
Het jachtseizoen is de periode, waarin ongehinderd op vijf diersoorten gejaagd mag worden. Deze dieren worden ook wel de wildsoorten genoemd. Het jachtseizoen op wilde eenden en konijnen begint op 15 augustus en loopt door tot en met 31 januari. Op 15 oktober is de “officiële” opening van het jachtseizoen. Vanaf dat moment mag er ook op hazen, fazanten en houtduiven geschoten worden.
Jessica Smit: “Konijnen worden uit hun holen gejaagd met fretten en gevangen met netten of kooien, ze worden achterna gezeten met gefokte roofvogels en honden en uiteindelijk doodgeschoten met geweren. De plezierjacht is een grote gruwel die onmiddellijk moet worden verboden.”
In de herfst- en wintermaanden van 2018 zijn er bijna 300.000 dieren doodgeschoten. De meeste slachtoffers vallen onder de eenden. Het ging in 2018 om maar liefst 114.567 individuen.1 Het afschot is het hoogst in Noord-Brabant, Zuid-Holland en Noord-Holland. In Noord-Brabant sterft [één op de drie dieren in het jachtseizoen](https://www.animalrights.nl/e%C3%A9n-op-de-drie-dieren-sneuvelt-brabants-jachtseizoen).
1:De cijfers komen uit de jaarverslagen van de provinciale Faunabeheereenheden. De cijfers van Flevoland zijn nog niet meegenomen in dit overzicht.
Smit: “De cijfers zijn schrikbarend. In enkele maanden tijd zorgen een handjevol jagers voor de dood van honderdduizenden dieren. Animal Rights pleit al langer voor een volledig verbod op de plezierjacht. Het doden van dieren voor je plezier is een achterhaalde hobby wat ieder weldenkend mens zo snel mogelijk zal willen verbieden.”
Lees ook: [één op de drie dieren sneuvelt in Brabants jachtseizoen](https://www.animalrights.nl/e%C3%A9n-op-de-drie-dieren-sneuvelt-brabants-jachtseizoen)
In Nederland komen steeds minder eenden voor. Sinds 1990 is ongeveer 30 procent van onze broedpopulatie verdwenen. Het aantal overwinterende wilde eenden is sinds 1990 met 40 procent gedaald. Daarom is dit jaar door Sovon Vogelonderzoek en Vogelbescherming Nederland uitgeroepen tot het [Jaar van de Wilde Eend](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht-het-jaar-van-de-wilde-eend#fn:1).2
Animal Rights vindt het onvoorstelbaar dat de jacht op een soort die zo in aantallen achteruit loopt vandaag weer van start gaat. Bij een afnemende populatie lijkt het niet meer dan logisch om te stoppen met het bejagen van die populatie. Smit: “We moeten uit voorzorg stoppen met alles wat mogelijk gevaar oplevert voor de populatie. Dat houdt ook in een onmiddellijk verbod op de jacht.”
Lees ook: [ban de jacht in het Jaar van de Wilde Eend](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht-het-jaar-van-de-wilde-eend)
2:Sovon Vogelonderzoek, (2020). “Jaar van de Wilde Eend”
— — — —
Het doden van dieren voor je plezier is een achterhaalde hobby die ieder weldenkend mens zo snel mogelijk zal willen verbieden.
We moeten uit voorzorg stoppen met alles wat mogelijk gevaar oplevert voor de populatie. Dat houdt ook in een onmiddellijk verbod op de jacht.
aug 15, 2020
Animal Rights trekt aan de alarmbel over het grote aantal eenden dat jaarlijks in het [jachtseizoen](https://www.animalrights.nl/plezierjacht-nederland) wordt doodgeschoten. Vanaf vandaag tot en met 31 januari is het [jachtseizoen op eenden en konijnen weer geopend](https://www.animalrights.nl/eenden-en-konijnen-rennen-en-vliegen-voor-hun-leven). In Zuid-Holland liggen de afschotcijfers het hoogst. Vanaf 2016 t/m 2018 werden er bijna 75.000 wilde eenden gedood.1 “In Zuid-Holland zijn zowel de broedvogelstand als de winterpopulatie systematisch gedaald. In twintig jaar tijd zijn beide populaties gehalveerd.2 Hoe is het mogelijk dat vandaag de jacht gewoonweg van start gaat?”, vraagt campagneleider Jessica Smit zich af.
Lees ook: [eenden en konijnen rennen en vliegen voor hun leven](https://www.animalrights.nl/eenden-en-konijnen-rennen-en-vliegen-voor-hun-leven)
1:De cijfers komen uit de jaarverslagen van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland. In 2016 werden er 21.637 eenden gedood (20.970 in het jachtseizoen). In 2017 25.456 eenden (24.573 in het jachtseizoen) en in 2018 27.696 (waarvan 27.093 in het jachtseizoen).
2:FBE Zuid-Holland, (2017). “Faunabeheerplan jachtsoorten Zuid-Holland (2017-2023)”, Pag. 39.
De wilde eend is één van de bekendste watervogels in Nederland. De wilde eend is zo gewoon, dat we nauwelijks in de gaten hadden dat het er de laatste decennia langzaam steeds minder werden. Sinds 1990 is ongeveer 30 procent van de landelijke broedpopulatie verdwenen. Het aantal overwinterende wilde eenden is sinds 1990 met 40 procent gedaald.3
Naar schatting leven er zo’n 200.000 tot 300.000 broedparen in ons land. De afname van de broedpopulatie heeft zich in vrijwel alle landschappen voorgedaan. Alleen in stedelijk gebied lijkt de stand de afgelopen tien jaar stabiel. Bij een afnemende populatie, waarbij er voor de daling (nog) geen verklaring is, lijkt het niet meer dan logisch om te stoppen met het bejagen van die populatie. Ieder doodgeschoten dier is er immers één te veel.
3:Sovon Vogelonderzoek, (2020). Jaar van de Wilde Eend.
Smit: “Ook al wordt jachtdruk niet aangewezen als dé oorzaak van het teruglopen van de aantallen: het helpt in ieder geval niet. We moeten uit voorzorg stoppen met alles wat mogelijk gevaar oplevert voor de populatie.”
Lees ook: [ban de jacht in het Jaar van de Wilde Eend](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht-het-jaar-van-de-wilde-eend)
Voor drie jaar op rij zijn de meeste eenden doodgeschoten in de provincie Zuid-Holland. Opmerkelijk is dat wilde eenden helemaal geen schade aan landbouwgewassen veroorzaken. Volgens de Monitor Faunaschade van BIJ12, een organisatie die gegevens verzamelt voor de provincies, is er vanaf 2015 geen enkele schade uitgekeerd.4 Er zijn slechts twee schadebedragen bekend. In 2014 werd een bedrag van € 124,- uitgekeerd en in 2015 een bedrag van € 280,-.
Smit: “Jagers doen voorkomen dat de schade enorm zal toenemen als de jacht stopt, maar het grootste gedeelte van het jaar wordt er niet op eenden gejaagd en is er ook geen schade. Jagers hebben dan ook een rechtstreeks belang bij de jacht en zullen hun hobby niet zonder slag of stoot opgeven.”
4:BIJ12, De Monitor Faunaschade.
Animal Rights roept de provincie Zuid-Holland en andere provincie op de jacht op de wilde eend onmiddellijk stop te zetten. Smit: “Wij vinden het misselijkmakend dat elk jaar honderdduizenden dieren moeten sterven voor het genot van een kleine groep jagers en pleiten voor een volledig verbod op de plezierjacht in Nederland.”
Bekijk ons rapport: [20.000 handtekeningen](https://drive.google.com/file/d/1p-lDocI8bHo7VvdZ_E0ifNJewBJN_QQE/view) tegen de plezierjacht.
Eerdere beelden van de jacht op eenden.
Wij vinden het misselijkmakend dat elk jaar honderdduizenden dieren moeten sterven voor het genot van een kleine groep jagers.
Jagers doen voorkomen dat de schade enorm zal toenemen als de jacht stopt, maar het grootste gedeelte van het jaar wordt er niet op eenden gejaagd en is er ook geen schade.