DEMONSTRATIE VOOR DE VERVROEGDE SLUITING VAN ALLE NERTSENFOKKERIJEN

Op maandag 8 juni organiseren Bont voor Dieren en Animal Rights vanaf 16:00 tot 18:00 uur [een protest op de Hofplaats in Den Haag bij de Tweede Kamer](https://www.facebook.com/events/1591395134375717/).

Woensdagmiddag heeft de minister besloten de [nertsenfokkerijen waar de afgelopen anderhalve maand corona is geconstateerd](https://www.animalrights.nl/ook-corona-besmetting-van-nerts-naar-mens) te ruimen. Tienduizenden onschuldige dieren worden gedood en kunnen (over enige tijd) vervangen worden door nieuwe dieren. Bont voor Dieren en Animal Rights eisen de vervroegde sluiting van alle nertsenfokkerijen [en hebben bezwaar ingediend tegen het ruimen](https://www.animalrights.nl/animal-rights-en-bont-voor-dieren-dienen-bezwaar-tegen-ruimen-nertsen).

Door dat [bezwaar](https://www.animalrights.nl/animal-rights-en-bont-voor-dieren-dienen-bezwaar-tegen-ruimen-nertsen) kan het ruimen van nertsenhouderijen vrijdag 5 juni nog niet beginnen, zoals aanvankelijk de bedoeling was. Animal Rights en Bont voor Dieren maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) om de ruimingen te schorsen.

De zaak zou eerst maandag dienen in het Paleis van Justitie in Den Haag. Het was niet mogelijk dit eerder te doen, omdat, volgens het CBb, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit niet in staat was donderdag al een volledig dossier in te sturen. De betrokken bedrijven bleken door de minister zelfs nog niet te zijn geïnformeerd. Later werd de zitting toch weer naar voren gepusht naar vrijdagmiddag 4 uur.
Volgens de dierenrechtenorganisaties geeft dit eens te meer aan hoe onzorgvuldig de overheid omgaat met de ruimingen, inclusief de besluitvorming. De voorzieningenrechter verbood dan ook het doden van de nertsen tot dinsdag.

Bont voor Dieren en Animal Rights eisten in april al [strengere controles door de NVWA](https://www.animalrights.nl/animal-rights-vraagt-om-striktere-controle-nertsenhouderijen), nadat bleek dat nertsen gevoelig zijn voor Covid-19. De dieren leven dicht op elkaar in kleine, smerige kooien. In de maanden april en mei vervijfvoudigde het aantal nertsen (door jongen) naar bijna 5 miljoen. Het was geen kwestie van of, maar wanneer er nog meer fokkerijen besmet zouden raken. De nertsenfokkerij is al verboden per 2024. Wij eisen vervroegde sluiting om de ruim 20 miljoen nertsen de komende 3,5 jaar een afschuwelijk lot te besparen. Dat is ook de enige maatregel die een herhaling van dit drama volgend jaar kan voorkomen.

Er wordt bij [de demonstratie](https://www.facebook.com/events/1591395134375717/) natuurlijk rekening gehouden met de corona voorschriften.

KUIKENTJES MASSAAL MISBRUIKT OM CORONA VERVELING TEGEN TE GAAN

Comité Dierennoodhulp, Een DIER Een VRIEND, Rechten voor al wat leeft en Animal Rights hebben vandaag aangifte gedaan bij de dierenpolitie i.v.m. overtreding van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren door het Knuffelkuiken te Hoogkarspel. Het Meldpunt kuikentjesmisbruik, een initiatief van Comité Dierennoodhulp, kreeg de afgelopen maanden diverse klachten binnen over kuikentjesmisbruik door het Knuffelkuiken. De melders, waaronder professor Marie-Jose Enders, vinden het stuitend dat kuikens onder het mom van de verveling door de corona-crisis tegen te gaan worden misbruikt. Volgens het Dagblad van het Noorden is er zelfs een ware run op de kuikens ontstaan.

De dierenorganisaties vinden het stuitend dat er mensen zijn die over de rug van kwetsbare dieren als kuikentjes een slaatje slaan uit de coronacrisis. Voorzitter Thijs Herling van het Knuffelkuiken bezorgt tegen betaling broedmachines met broedeieren en kuikens aan verzorgingshuizen, gezinnen en scholen, hij heeft er aan zijn huis zelfs een afhaal drive-in voor gemaakt volgens het Noord Hollands Dagblad. Professor Marie-Jose Enders en andere melders verzochten dringend om actie te ondernemen tegen deze vorm van dierenmishandeling en aangifte van dierenmishandeling te doen bij de dierenpolitie. De dierenorganisaties roepen mensen op om dieren niet te gebruiken om verveling tegen te gaan. Kuikens horen bij hun moeder en als je kippen wil of een ander dier dan hoor je daar van te voren goed over na te denken of je er wel goed en levenslang voor kunt zorgen. Kuikens geboren laten worden alleen maar omdat het zo leuk is en hen daarna af te maken is zeer dieronvriendelijk en respectloos.

Het is te bizar voor woorden dat er kuikens in verpleeghuizen worden geplaatst terwijl dierbaren niet eens op bezoek mogen komen. Kuikens zijn geen speelgoed om de verveling of eenzaamheid tegen te gaan en horen net zoals vrijwel ieder ander dier bij een moeder op te groeien. Kuikens hebben bovendien volstrekt niet de behoefte om voortdurend opgepakt en geknuffeld te worden. Daarbij komt ook nog dat zeker de helft van de kuikens haan zal zijn en gedood zal worden zodra ze minder schattig zijn.

Prof. dr. Marie-Jose Enders is hoogleraar Antrozoölogie (mens-dier interacties) aan de Open Universiteit en president van IAHAIO (International Association of Human Animal Interaction Organisations) en doet onderzoek naar de effecten van dier-ondersteunende interventies op het welzijn van (kwetsbare) mensen. Zij schreef o.a. in haar klacht: “Kuikentjes behoren niet tot de diersoort die hiervoor kunnen worden ingezet. Bovendien dienen mensen die in deze sector werkzaam zijn daarvoor een gedegen opleiding te hebben. Van dit alles is hier totaal geen sprake.”

“Om nog maar niet te spreken over wat kinderen (en ouderen) er wel mee leren: namelijk dat je met dieren kunt doen wat je wilt. En wat gebeurt er met de diertjes na 6 weken? Dat laat zich raden! In het gunstigste geval komen ze als hennetje terecht in een ren, maar meestal, vooral haantjes, zullen het avontuur met de dood moeten bekopen. Want, waar blijven die? Wonen vast niet met zijn duizenden in een sprookjesbos. Samengevat kuikenleven: zes weken van zeer onnatuurlijke omstandigheden, zonder moederkloek, veel te veel stressvolle situaties om daarna de nek te worden omgedraaid. Hoezo een kuiken een ‘ sentient being’? “ aldus professor Marie-Jose Enders.

Ook Caring Vets (een groep van ruim 130 dierenartsen die zich vanuit hun professie inzetten om het welzijn van dieren te verbeteren) is van mening dat het in een broedmachine uitbroeden van kuikens ter vermaak een ernstige aantasting van het welzijn van dieren is en daarom onaanvaardbaar en in strijd met de wet. “De dieren worden geboren zonder aanwezigheid van hun moeder uitsluitend om korte tijd als gebruiksvoorwerp te dienen. Na gebruik worden de dieren weggegeven, gedood of komen in het gunstigste geval in een dierenopvang terecht.”

“Er is inmiddels gelukkig een maatschappelijke beweging gaande om op respectvolle wijze om te gaan met alle dieren. Dieren hebben immers ook behoeften en gevoelens. Helaas gaat bovengenoemd gebruik ervan uit dat je met dieren kunt doen wat je wilt. Het is daarmee een zeer slecht voorbeeld voor kinderen en jongeren.” aldus Caring Vets.

ZES VRAGEN EN ANTWOORDEN OVER WOLVEN

Wolven hebben na 150 jaar besloten om terug te keren naar Nederland. Ze horen hier van oorsprong thuis en dat is nog steeds het geval. Nu de wolf weer terug is in de lage landen hebben we een nieuwe kans gekregen om vreedzaam samen te leven. Laten we die kans goed benutten. In deze Q&A beantwoorden wij de meest voorkomende vragen over wolven.

Lees ook ons opiniestuk: [de wolf is geen moordenaar](https://www.animalrights.nl/de-wolf-geen-moordenaar).

Nederland is één van de laatste landen in West-Europa waar herkolonisatie door wolven plaatsvindt. De wolf heeft zelf besloten terug te keren en in 2019 zijn er op de Veluwe vijf welpen geboren. De eerste belangrijke conclusie is dat de wolf vindt dat hij hier kan leven: anders was hij hier niet. Inmiddels zijn er twee wolventerritoria op de Veluwe. Wolven zijn een internationaal en Europees beschermde soort, waarvoor ook Nederland verplichtingen heeft. Wolven zijn cultuurvolgers die in verschillende soorten landschappen kunnen leven.

West-Europese wolvengebieden zijn gemiddeld 150 tot 200 vierkante km2 groot.1 De grootte van het territorium wordt vooral beïnvloed door de beschikbaarheid van prooidieren.2 De voornaamste prooien van wolven zijn herten, reeën en wilde zwijnen.3 Daarnaast moeten er voldoende rust- en schuilgebieden aanwezig zijn waar wolven niet of weinig gestoord worden. Een studie uit 2012 toonde aan dat er (nog steeds) genoeg plekken in Nederland zijn die aan deze voorwaarden voldoen.4 Deze gebieden liggen vooral in het oosten en midden van het land. Volgens deze studie zou er ruimte zijn voor enkele tientallen roedels wolven.

1:G. Lelieveld, (2012). “Room for wolf comeback in the Netherlands A spatial analysis on the possibilities of settlement of wolves from European populations in the Netherlands”

2:Jedrzejewski et al., (2002). “Kill rates and predation by wolves on ungulate populations in BiałowieŻa Primeval Forest.”

3:Wolven in Nederland. “Voedsel”

4:G. Lelieveld, (2012). “Room for wolf comeback in the Netherlands A spatial analysis on the possibilities of settlement of wolves from European populations in the Netherlands”

In de eerste plaats is het belangrijk om te stil te staan bij het feit dat wolven buiten de landsgrenzen houden onmogelijk is. Er zijn gevestigde roedels in Frankrijk en Duitsland. Rondtrekkende wolven kunnen wel 1.000 kilometer afleggen op zoek naar een partner en leefgebied.5 De enige mogelijke manier om wolven buiten Nederland te houden is door ons land volledig te omheinen óf door alle wolven in West-Europa uit te roeien. Dat wil hopelijk niemand.

Roofdieren “bestrijden” om het evenwicht in de natuur te bewaren, zoals mensen dat graag noemen, is nooit noodzakelijk. De meeste roofdieren zijn samen met hun prooisoorten geëvolueerd. Een roedel wolven zal zijn territorium verdedigen tegen andere wolven. Als er geen geschikt leefgebied, prooidieren of een partner te vinden zijn trekt de wolf weg om zijn geluk elders te beproeven. De wolf heeft wel een andere vijand: automobilisten. Het belangrijkste gevaar voor wolvenlevens in West-Europa is verkeer.6 Ook in Nederland is op de Noord-Veluwe een jonge wolf doodgereden. Vermoedelijk één van de vijf welpen die daar eerder geboren zijn.7

5:Resource, (2013). “A thousand kilometres is no problem for wolves”

6:Blanco, J.C. and Cortes, Y., (2007). “Dispersal patterns, social structure and mortality of wolves living in agricultural habitats in Spain” en Gazzola, A et al., (2005). “Predation by wolves (Canis lupus) on wild and domestic ungulates of the western Alps, Italy”

7:Algemeen Dagblad, (2020). “Op Veluwe doodgereden jonge wolf ‘had goed gevulde maag en was in prima conditie”

Jagen is natuurlijk gedrag van een wolf. Net als het doden van meer prooidieren dan hij op dat moment nodig heeft. In de natuur is het maar zelden mogelijk om meerdere dieren vlak na elkaar te doden. Doet zo’n buitenkansje zich voor dan doodt een wolf wat hij kan. Hij komt op een later moment terug om van de karkassen te eten. Daarnaast kan een wolf, in een schapenweide waar alle schapen heen en weer vliegen, niet rustig eten. Zijn jachtinstinct wordt steeds opnieuw aangewakkerd door de bewegende dieren.8 Hetzelfde gedrag wordt waargenomen bij een vos of marterachtige in een kippenren. Het is belangrijk om vee niet op een presenteerblaadje als snack aan te bieden. Als er niks te halen valt zal een wolf niet blijven rondhangen.

8:Algemeen Dagblad, (2020). “Op Veluwe doodgereden jonge wolf ‘had goed gevulde maag en was in prima conditie”

De reactie van sommige veehouders is vergelijkbaar met de reactie van een aantal eeuwen geleden: de wolf hoort hier niet en moet verdwijnen. Al in 2018, voor alle berichtgeving over de wolf in Brabant, riep LTO Schapenhouderij op tot het doodschieten van wolven.9 Ze hadden zich beter kunnen richten op voorlichting en preventie ten opzichte van de bescherming van vee.

Uit buitenlands onderzoek blijkt dat schade aan landbouwhuisdieren niet zozeer samenhangt met het aantal wolven of het aantal landbouwhuisdieren, maar vooral met de inzet en effectiviteit van preventieve maatregelen. Als tijdelijke oplossing kunnen zogeheten fladderlinten gebruikt worden. Ze werken tijdelijk, maar zijn goed in te zetten als er snel gereageerd moet worden. De inzet van elektrische rasters, kuddewaakhonden, de dieren ’s nachts op stal zetten of binnen een kleinere veilige nachtweide houden, blijken effectieve maatregelen te zijn.10 Animal Rights is geen voorstander van het gebruik van kuddewaakhonden.

9:RTV Drenthe, (2018). “LTO Schapenhouderij: schiet wolven af.”

10:BIJ12. “Bescherming van vee tegen wolven.”

Hierboven werd al aangegeven dat een gevestigde wolf vooral reeën, herten en wilde zwijnen eet. In 2018 werden er in heel Nederland 15.737 reeën, 1.209 edelherten, 4.553 everzwijnen, 80.141 hazen en 25.535 konijnen doodgeschoten.11 Het is zelfs voor meerdere roedels wolven onmogelijk net zoveel wilde dieren te doden als mensen doen.

11:De cijfers komen uit de jaarverslagen van de verschillende Faunabeheereenheden. Friesland en Flevoland zijn niet meegenomen in dit overzicht dus de daadwerkelijke aantallen liggen waarschijnlijk nog hoger.

Voordat je bang wordt voor een wolf kan je beter je auto laten staan, want je zal eerder gewond raken door een auto-ongeluk dan door een wolf. “De angst voor wolven is biologisch geprogrammeerd. Net als de angst voor spinnen en slangen. Dat betekent dat we deze angsten gemakkelijk verwerven. We hoeven alleen maar te kijken hoe iemand anders bang is.”, zegt evolutiepsycholoog Harald Euder.12

Onder natuurlijke omstandigheden zal een wolf een mens niet aanvallen. Door eeuwenlange vervolging heeft de wolf geleerd om mensen te mijden. De belangrijkste reden dat wolven (in het verleden) mensen aanvielen was hondsdolheid. In West-Europa komt hondsdolheid vrijwel niet meer voor. Ondanks dat de aantallen wolven in Europa en Noord-Amerika toenemen is het risico op een aanval door wolven ontzettend laag.13 “Onder natuurlijke omstandigheden zal een wolf een mens niet aanvallen. In Duitsland waar de wolf sinds 20 jaar leeft in dichtbevolkte gebieden is dit bijvoorbeeld nog nooit aan de orde geweest. In de rest van Europa ook niet overigens. Op de Lunenburgerheide in Duitsland leven wolvenroedels zelfs in goede harmonie samen met bewoners. Op de drukbefietste route zien scholieren soms wolven, maar deze blijven op afstand. De wolf is van nature mensenschuw, dat moeten we zo houden.”, aldus roofdierexpert Dick Klees.14 Samenleven met grote roofdieren vereist vanzelfsprekend een klein beetje extra waakzaamheid.

12:HNA, (2016). “Der Wolf und die Angst: Interview mit dem Psychologen Harald Euler”

13:Norsk institutt for naturforskning, (2012). “The fear of wolves: a review of wolf attacks on humans.”

14:Provincie Noord-Brabant, (2020). “Wolf niet laten vestigen”

MINISTER SCHOUTEN “GERAAKT” DOOR KONIJNENBEELDEN

“We worden steeds vaker geconfronteerd met beelden van dierenleed in de Nederlandse veehouderij. Dat raakt mij en ik begrijp dat mensen hierdoor geschokt, verdrietig en verontwaardigd zijn,” zegt minister Schouten in antwoord op de Kamervragen van de Partij voor de Dieren en de Socialistische Partij. 1 De Kamervragen werden gesteld na publicatie van het onderzoek dat Animal Rights en Konijn in Nood gezamenlijk uitvoerden naar de Nederlandse konijnenindustrie.
Schouten’s opmerkingen zijn een erkenning van het belang en de noodzaak van het onderzoeksjournalisme dat een organisatie als Animal Rights bedrijft, inclusief de undercoverbeelden.

“De beelden zijn ook beoordeeld door de NVWA.”

In het handboek van de sector van 2019-2020 staat dat de gemiddelde totale sterfte 17,2% is.

Bevestiging

Een groot deel van de conclusies uit het onderzoek en wat de beelden tonen, moet Schouten bevestigen:

“De huisvestingssystemen zijn zodanig ingericht dat konijnen boven hun eigen uitwerpselen leven. Voor konijnenhouderij zijn er nog geen normen gesteld voor de uitstoot van ammoniak. Er zijn geen regels voor hoe vaak de mest moet worden afgevoerd of voor het gescheiden opvangen van mest en urine.”

“Ik kan me voorstellen dat mensen bij parkhuisvesting een andere associatie hebben. In de parkhuisvesting hebben de vleeskonijnen 800 cm^2 per dier, en dat is iets meer dan bij welzijnskooien. In de welzijnskooi hebben de vleeskonijnen 700 cm^2 bij < 5 dieren en 600 cm^2 bij > 5 dieren.”

“In sommige stallen zitten ramen en zien konijnen dus ook daglicht, en in sommige stallen niet.”

“In de gangbare houderij worden moederkonijnen alleen gehuisvest.”

“Een moederkonijn geeft gemiddeld 6,8 worpen per jaar met een worpgrootte van gemiddeld 9,4 jongen.”

[ S]terfte voor het spenen is gemiddeld 9,0% en sterfte na het spenen is gemiddeld 9,0% per worp.

Konijnen die creperen

“[S]terfte voor het spenen is gemiddeld 9,0% en sterfte na het spenen is gemiddeld 9,0% per worp.”

“In het handboek van de sector van 2019-2020 staat dat de gemiddelde totale sterfte 17,2% is.”

Dit is een enorm aantal dode konijnen. De minister bevestigt dat ze eerder schreef dat in 2018 in Nederland per ‘ronde’ geboren jongen in totaal afgerond 65.000 konijnen stierven:

“Ja, dat heb ik uw Kamer gemeld in de brief over de antwoorden op de feitelijke vragen LNV-begroting 2020 (Kamerstuk 28973, nr. 220). Deze cijfers zijn een benadering, berekend aan de hand van geboortecijfers en uitvalpercentages.”

65.000 doden per ronde levert bij 6,8 rondes per jaar 442.000 dode konijnen op. De sterftecijfers worden echter niet centraal geregistreerd:

“Sterftecijfers worden niet centraal geregistreerd. Dit vind ik zorgelijk. Ik ben in gesprek met de konijnensector, daarbij zet ik onder andere in op centrale registratie van sterftecijfers.”

Seksueel geweld

Schouten is gedwongen in antwoord op de vragen het seksueel geweld dat tegen voedsters en rammen wordt uitgeoefend te beschrijven:

“Er wordt een diergeneesmiddel waarin hormonen zitten gebruikt om de ovulatie op te wekken.“

“Moederkonijnen worden 11 dagen nadat ze jongen hebben gehad geïnsemineerd met behulp van een inseminatiepipet. Zij krijgen 8 à 9 keer per jaar een nestje.”

“Op de inseminatiestations wordt gebruik gemaakt van kunstschedes. Deze worden op temperatuur gebracht en er wordt een dummy moederkonijn getoond. De ram ejaculeert op de kunstschede en dit wordt opgevangen. Dit gebeurt één keer per week.“

Het absolute aantal konijnen dat sterft per konijnenhouderij wordt niet geregistreerd en kan daarom niet worden vastgesteld.

Inspecties

Uit de antwoorden blijkt verder dat de konijnenindustrie nauwelijks gecontroleerd wordt. Bij de spaarzame controles die wel uitgevoerd werden bleek er steeds van alles mis te zijn:

“[I]n 2018 [zijn er] door de NVWA vier reguliere controles uitgevoerd waarbij het konijnen betrof. Daarvan waren er twee niet akkoord. Deze controles zijn bij vier bedrijven uitgevoerd. […] In één geval was sprake van ongeschikte huisvesting voor de konijnen en is er een schriftelijke waarschuwing opgelegd. In een ander geval was sprake van onvoldoende bewegingsruimte. Er is een rapport van bevindingen opgemaakt.”

“Er zijn in 2019 geen reguliere welzijnscontroles uitgevoerd waarbij konijnen (al dan niet voor productie gehouden) betrokken waren. Naar aanleiding van meldingen zijn wel vijf inspecties uitgevoerd… […] Hiervan waren twee inspecties niet akkoord. In één geval hadden de konijnen geen toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit en is een rapport van bevindingen opgemaakt. In het andere geval werden konijnen aangetroffen die geen droge en schone ligplek en geen toereikende hoeveelheid water hadden. Hier is een proces-verbaal voor opgemaakt.”

”In 2019 voerde de NVWA inspecties uit bij voor productie gehouden konijnen in het kader van diergeneesmiddelengebruik. Er zijn vijftien inspecties uitgevoerd. Hiervan zijn negen inspecties akkoord bevonden. Drie inspecties zijn niet akkoord bevonden. Bij deze bedrijven werd niet altijd voldaan aan de voorwaarden voor het voorhanden hebben en toepassen van antibiotica door de houder van dieren. Er is een rapport van bevindingen opgemaakt en er zijn twee schriftelijke waarschuwingen gegeven. Van drie inspecties is het onderzoek nog niet afgerond.”

“In 2020 is een naleefmeting op dierenwelzijnsregels voorzien bij ongeveer de helft van de houders van voor productie gehouden konijnen. Gezien het feit dat het uitvoeren van fysieke inspecties ten gevolge van de Coronacrisis momenteel slechts beperkt mogelijk is, is nog niet te voorzien of deze naleefmeting dit jaar kan worden uitgevoerd.“

Geen antwoord

Op een aantal vragen kon Schouten geen antwoord geven:

“Hoeveel konijnen er precies worden geboren in de konijnenhouderij is niet bekend.”

“De NVWA houdt geen gegevens bij van aantallen aangetroffen verwondingen, kale plekken en eeltknobbels.”

“Omdat het aantal nakomelingen per worp en per moederdier verschilt en de sterftecijfers niet centraal worden geregistreerd, zijn geen precieze aantallen bekend.”

“Het absolute aantal konijnen dat sterft per konijnenhouderij wordt niet geregistreerd en kan daarom niet worden vastgesteld.”

Praten

Ondanks de misstanden weigert de minister de konijnenhouderij op te doeken; ze gaat maar weer eens praten met de sector:

“Uit de beelden kan geen algemene conclusie worden getrokken over de konijnensector als geheel. Desalniettemin vormen de beelden, samen met andere signalen, aanleiding om de sector aan te spreken en aan te dringen op verbetering.
Dit laat onverlet dat de houder op grond van de welzijnsregelgeving verantwoordelijk is voor het verlenen van passende zorg aan de dieren indien deze ziek of gewond zijn, dan wel het hiervoor inschakelen van bijvoorbeeld een dierenarts. Op basis van de beelden is niet te beoordelen of aan de dieren passende zorg is verleend of dat een dierenarts is ingeschakeld.”

Over de plannen van de konijnenindustrie heeft ze duidelijk haar twijfels:

“Ik heb echter zorgen over de concretisering en meetbaarheid van de plannen. Ik zal sturen op de ontwikkeling van een concreet en meetbaar plan om dierenwelzijn te verbeteren, antibioticagebruik te verminderen en de konijnensector te verduurzamen.”

We kunnen haar nu al vertellen dat dat niet gaat werken. De konijnensector is niet in staat om aan de natuurlijke behoeften van de konijnen te voldoen en is niet in staat de enorme sterfte terug te dringen. Afschaffen van deze industrie is wat de konijnen verdienen.

De huisvestingssystemen zijn zodanig ingericht dat konijnen boven hun eigen uitwerpselen leven.

Vragen & antwoorden

Datum 29 mei 2020
Betreft Beantwoording vragen konijnenhouderij

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik uw Kamer de antwoorden toekomen op vragen van het lid Ouwehand (PvdD) en het lid Futselaar (SP) over de konijnenhouderij (kenmerk 2019Z25007 en 2019Z25008, beide ingezonden op 12 december 2019).

Carola Schouten
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

2019Z25007

1 Heeft u de beelden gezien die door de Stichting Animal Rights zijn gemaakt bij een kwart van de Nederlandse konijnenbedrijven?

Antwoord
Ja.

2 Kunt u bevestigen dat op jaarbasis in Nederland zo’n 2,6 miljoen konijnen worden geboren in de konijnenhouderij, waarvan de konijnen die niet binnen enkele weken overlijden, de rest van hun korte leventje slijten in kooien -die bizar genoeg ‘welzijnskooien’ en ‘parkhuisvesting’ worden genoemd- waarna ze op een leeftijd van 10 tot 12 weken worden geslacht voor hun vlees? Zo nee, om hoeveel dieren gaat het dan?

Antwoord
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in 2019 47.863 moederkonijnen en 288.472 gespeende vleeskonijnen in Nederland. Hoeveel konijnen er precies worden geboren in de konijnenhouderij is niet bekend. De vleeskonijnen gaan rond 11 weken leeftijd naar de slacht.

3 Kunt u bevestigen dat deze dieren boven hun eigen uitwerpselen en dus continu in een ammoniaklucht leven?

Antwoord
De huisvestingssystemen zijn zodanig ingericht dat konijnen boven hun eigen uitwerpselen leven. Voor konijnenhouderij zijn er nog geen normen gesteld voor de uitstoot van ammoniak. Er zijn geen regels voor hoe vaak de mest moet worden afgevoerd of voor het gescheiden opvangen van mest en urine.

4 Kunt u toelichten wat er welzijnsvriendelijk is aan de ‘welzijnskooien’?

Antwoord
Deze eisen zijn opgenomen in het Besluit houders van dieren. Deze kooien zijn bijvoorbeeld voorzien van verrijkingsmateriaal en plastic matjes op de bodem voor de moederkonijnen.

5 Erkent u dat de term ‘parkhuisvesting’ een ander beeld oproept dan een kooi waarin meer dan 12 konijnen per vierkante meter mogen worden gestopt?

Antwoord
Ik kan me voorstellen dat mensen bij parkhuisvesting een andere associatie hebben. In de parkhuisvesting hebben de vleeskonijnen 800 cm^2 per dier, en dat is iets meer dan bij welzijnskooien. In de welzijnskooi hebben de vleeskonijnen 700 cm^2 bij < 5 dieren en 600 cm^2 bij > 5 dieren.

6 Kunt u bevestigen dat een konijn in geen van de huisvestingssystemen daglicht ziet?

Antwoord
Konijnen worden in stallen gehouden. In sommige stallen zitten ramen en zien konijnen dus ook daglicht, en in sommige stallen niet. Volgens Besluit houders van dieren moeten konijnen in een ruimte worden gehouden waar een dag- en nachtritme wordt gehanteerd waarbij ten minste acht uur licht is en ten minste acht uur donker, in beide gevallen ten minste vier uur aaneengesloten. Ook moet hierbij na een periode van licht en donker een schermerperiode van tenminste een uur worden gehanteerd.

7 Kunt u bevestigen dat veel moederdieren nog altijd alleen worden gehuisvest als zij geen jongen hebben, terwijl konijnen zeer sociale dieren zijn?

Antwoord
In de gangbare houderij worden moederkonijnen alleen gehuisvest. Bij bedrijven die het Beter leven keurmerk hanteren worden moederkonijnen wel in groepen gehuisvest. Er is een onderzoek gefinancierd vanuit publiek-private samenwerking (PPS) waar LNV financieel aan bijdraagt naar onder andere groepshuisvesting van moederkonijnen. De PPS loopt nog tot eind 2020. Het eindrapport wordt eind 2020 gepubliceerd.

8 Kunt u bevestigen dat konijnen in de commerciële konijnenhouderij door de kooihuisvesting lijden aan wonden, kale plekken en eeltknobbels aan hun poten?

Antwoord
De NVWA houdt geen gegevens bij van aantallen aangetroffen verwondingen, kale plekken en eeltknobbels. Wel heeft recent onderzoek van de Wageningen University & Research (WUR) bevestigd dat voetzoolproblemen, zoals eeltknobbels en verwondingen aan de poten, vrijwel zijn verdwenen door de implementatie van nieuwe plastic bodems sinds 2006.

9 Kunt u bevestigen dat deze verwondingen kunnen leiden tot bacteriële infecties?

Antwoord
Verwondingen kunnen leiden tot bacteriële infecties. Dit is echter niet altijd het geval. Dit is onder andere afhankelijke van de hygiëne.

10 Heeft u gezien dat een flink aantal konijnen die op de beelden te zien zijn beschadigde oren heeft, waarbij bij sommige konijnen de oren bijna geheel ontbreken en er slechts bloedigere stompjes resten?

Antwoord
Ik heb kennis genomen van de beelden. We worden steeds vaker geconfronteerd met beelden van dierenleed in de Nederlandse veehouderij. Dat raakt mij en ik begrijp dat mensen hierdoor geschokt, verdrietig en verontwaardigd zijn. Uit de beelden kan geen algemene conclusie worden getrokken over de konijnensector als geheel. Desalniettemin vormen de beelden, samen met andere signalen, aanleiding om de sector aan te spreken en aan te dringen op verbetering. Dit laat onverlet dat de houder op grond van de welzijnsregelgeving verantwoordelijk is voor het verlenen van passende zorg aan de dieren indien deze ziek of gewond zijn, dan wel het hiervoor inschakelen van bijvoorbeeld een dierenarts. Op basis van de beelden is niet te beoordelen of aan de dieren passende zorg is verleend of dat een dierenarts is ingeschakeld. De NVWA controleert bij inspecties of een veehouder deze verantwoordelijkheid neemt.

11 Heeft u gezien dat in veel hokken dode konijnen te zien zijn en konijnen die zijn verlamd, scheve nekken hebben of achterpoten hebben die gebroken lijken te zijn?

Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 10.

12 Kunt u bevestigen dat het konijn van nature een sprongovulatie kent?

Antwoord
Ja.

13 Kunt u bevestigen dat voedsters in de konijnenhouderij desondanks kunstmatig worden geïnsemineerd, waarbij de ovulatie dus niet vanzelf optreedt?

Antwoord
De moederkonijnen worden kunstmatig geïnsemineerd.

14 Kunt u beschrijven hoe de ovulatie bij voedsters wordt opgewekt door de konijnenhouders?

Antwoord
Er wordt een diergeneesmiddel waarin hormonen zitten gebruikt om de ovulatie op te wekken.

15 Kunt u beschrijven hoe de moederdieren (voedsters) worden geïnsemineerd en hoe vaak dit gebeurt?

Antwoord
Moederkonijnen worden 11 dagen nadat ze jongen hebben gehad geïnsemineerd met behulp van een inseminatiepipet. Zij krijgen 8 à 9 keer per jaar een nestje.

16 Kunt u beschrijven hoe bij de Kunstmatige Inseminatie (KI)-stations eens per week het zaad wordt ‘afgetapt’ bij de fokrammen?

Antwoord
Op de inseminatiestations wordt gebruik gemaakt van kunstschedes. Deze worden op temperatuur gebracht en er wordt een dummy moederkonijn getoond. De ram ejaculeert op de kunstschede en dit wordt opgevangen. Dit gebeurt één keer per week.

17 Kunt u bevestigen dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in 2018 vier reguliere inspecties heeft uitgevoerd in de konijnenhouderij, waarbij de helft ‘niet akkoord’ was? Bij hoeveel bedrijven zijn deze inspecties uitgevoerd? Wat is er onderzocht tijdens deze inspecties en op basis waarvan is het oordeel ‘niet akkoord’ gegeven? Wat zijn de sancties die zijn opgelegd bij de inspecties die niet akkoord waren?

Antwoord
Er zijn, zoals gemeld in de beantwoording van vragen van het lid Ouwehand over toezicht en handhaving binnen het domein dierenwelzijn (Aanhangsel Handelingen II 2018-2019, nr. 2128), in 2018 door de NVWA vier reguliere controles uitgevoerd waarbij het konijnen betrof. Daarvan waren er twee niet akkoord. Deze controles zijn bij vier bedrijven uitgevoerd. Daarbij werden naast andere diersoorten, ook ’niet voor productie gehouden’ konijnen aangetroffen. Gecontroleerd werd in hoeverre de regels omtrent dierenwelzijn in de Wet Dieren en het Besluit houders van dieren werden nageleefd. In één geval was sprake van ongeschikte huisvesting voor de konijnen en is er een schriftelijke waarschuwing opgelegd. In een ander geval was sprake van onvoldoende bewegingsruimte. Er is een rapport van bevindingen opgemaakt. Getroffen maatregelen betreffen ook de bevindingen ten aanzien van de andere aangetroffen diersoorten.

18 Kunt u bevestigen dat de NVWA in 2018 in de konijnenhouderij vijf inspecties heeft uitgevoerd op basis van een melding en dat 60% daarvan niet akkoord was? Bij hoeveel bedrijven zijn deze inspecties uitgevoerd? Wat is er onderzocht tijdens deze inspecties en op basis waarvan is het oordeel ‘niet akkoord’ gegeven? Wat zijn de sancties die zijn opgelegd bij de inspecties die niet akkoord waren?

Antwoord
Er zijn, zoals gemeld in de beantwoording van vragen van het lid Ouwehand over toezicht en handhaving binnen het domein dierenwelzijn (Aanhangsel Handelingen II 2018-2019, nr. 2128), in 2018 door de NVWA vijf controles uitgevoerd naar aanleiding van meldingen waarbij het niet voor productie gehouden konijnen betrof. Daarvan waren drie controles niet akkoord. Deze controles zijn bij vijf bedrijven uitgevoerd. Daarbij werden naast andere diersoorten, ook ‘niet voor productie gehouden’ konijnen aangetroffen.

Gecontroleerd werd in hoeverre de regels omtrent dierenwelzijn in de Wet Dieren en het Besluit houders van dieren worden nageleefd. Bij twee bedrijven was sprake van onvoldoende bewegingsruimte voor de konijnen. Hier is in beide gevallen een schriftelijke waarschuwing opgelegd. Bij een derde bedrijf hadden de konijnen geen toereikende hoeveelheid water, hier is een rapport van bevindingen voor opgemaakt en een proces-verbaal. Getroffen maatregelen betreffen ook de bevindingen ten aanzien van de andere aangetroffen diersoorten.

19 Hoeveel inspecties heeft de NVWA tot nu in 2019 uitgevoerd in de konijnenhouderij? Hoeveel hiervan hebben plaatsgevonden op basis van een melding en hoeveel op basis van het reguliere toezicht?

Antwoord
Er zijn in 2019 geen reguliere welzijnscontroles uitgevoerd waarbij konijnen (al dan niet voor productie gehouden) betrokken waren. Naar aanleiding van meldingen zijn wel vijf inspecties uitgevoerd, waarbij naast andere diersoorten, ook niet voor productie gehouden konijnen aangetroffen. Hiervan waren twee inspecties niet akkoord. In één geval hadden de konijnen geen toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit en is een rapport van bevindingen opgemaakt. In het andere geval werden konijnen aangetroffen die geen droge en schone ligplek en geen toereikende hoeveelheid water hadden. Hier is een proces-verbaal voor opgemaakt. In 2019 voerde de NVWA inspecties uit bij voor productie gehouden konijnen in het kader van diergeneesmiddelengebruik. Er zijn vijftien inspecties uitgevoerd. Hiervan zijn negen inspecties akkoord bevonden. Drie inspecties zijn niet akkoord bevonden. Bij deze bedrijven werd niet altijd voldaan aan de voorwaarden voor het voorhanden hebben en toepassen van antibiotica door de houder van dieren. Er is een rapport van bevindingen opgemaakt en er zijn twee schriftelijke waarschuwingen gegeven. Van drie inspecties is het onderzoek nog niet afgerond. In 2020 is een naleefmeting op dierenwelzijnsregels voorzien bij ongeveer de helft van de houders van voor productie gehouden konijnen. Gezien het feit dat het uitvoeren van fysieke inspecties ten gevolge van de Coronacrisis momenteel slechts beperkt mogelijk is, is nog niet te voorzien of deze naleefmeting dit jaar kan worden uitgevoerd.

20 Waar waren deze inspecties op gericht en wat waren hierbij de bevindingen?

Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 19.

21 Kunt u bevestigen dat, volgens cijfers van de sector zelf, één voedster per jaar meer dan 63 levend geboren jongen ter wereld moet brengen?

Antwoord
In het handboek van de sector van 2019-2020 staan de volgende gegevens: Een moederkonijn geeft gemiddeld 6,8 worpen per jaar met een worpgrootte van gemiddeld 9,4 jongen.

22 Kunt u bevestigen dat, volgens cijfers van de sector zelf, van deze jongen gemiddeld meer dan 10 jonge konijnen sterven in de kooi waarin ze moesten leven? Zo nee, hoe zit het dan?

Antwoord
In het handboek van de sector van 2019-2020 staan de volgende gegevens: sterfte voor het spenen is gemiddeld 9,0% en sterfte na het spenen is gemiddeld 9,0% per worp.

23 Kunt u bevestigen dat dit neerkomt op een sterfte onder vleeskonijnen van 16,3%?

Antwoord
In het handboek van de sector van 2019-2020 staat dat de gemiddelde totale sterfte 17,2% is.

24 Kunt u bevestigen dat dit betekent, uitgaande van 2,6 miljoen vleeskonijnen die per jaar worden geboren, dat ieder jaar zo’n 424.000 konijnen sterven in de kooien van de Nederlandse konijnenhouderij? Zo nee, om hoeveel dieren gaat het dan?

Antwoord
De sterftecijfers worden niet centraal geregistreerd. De precieze aantallen zijn daarom niet bekend.

25 Kunt u bevestigen dat u eerder schreef dat in 2018 in Nederland per ‘ronde’ geboren jongen in totaal afgerond 65.000 konijnen stierven?

Antwoord
Ja, dat heb ik uw Kamer gemeld in de brief over de antwoorden op de feitelijke vragen LNV-begroting 2020 (Kamerstuk 28973, nr. 220). Deze cijfers zijn een benadering, berekend aan de hand van geboortecijfers en uitvalpercentages. Omdat het aantal nakomelingen per worp en per moederdier verschilt en de sterftecijfers niet centraal worden geregistreerd, zijn geen precieze aantallen bekend.

26 Kunt u bevestigen dat voedsters in de konijnenhouderij gemiddeld tenminste zes tot zeven keer worden geïnsemineerd en zes tot zeven nestjes jongen moeten werpen per jaar van gemiddeld meer dan negen jongen per worp? Zo nee, hoe zit het dan?

Antwoord
In het handboek van de sector van 2019-2020 staat dat moederkonijnen gemiddelde 6,8 worpen per jaar hebben met een gemiddelde worpgrootte van 9,4 jongen.

27 Kunt u bevestigen dat op basis van deze aantallen de totale sterfte per jaar nog hoger zou kunnen zijn, namelijk 455.000 konijnen die jaarlijks sterven in de kooien van de konijnenhouderij? Zo nee, hoeveel konijnen komen er dan jaarlijks niet levend uit de stallen van de Nederlandse konijnenhouderij?

Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 24.

28 Kunt u bevestigen dat er op dit moment 47 konijnenbedrijven zijn?

Antwoord
Volgens het CBS zijn er momenteel 41 konijnenbedrijven.

29 Kunt u bevestigen dat dit betekent dat er gemiddeld op ieder konijnenbedrijf iedere dag 24 tot 27 konijnen de dood vinden? Zo nee, hoeveel konijnen sterven er dan gemiddeld per dag op een konijnenbedrijf?

Antwoord
Het absolute aantal konijnen dat sterft per konijnenhouderij wordt niet geregistreerd en kan daarom niet worden vastgesteld.

30 Kunt u bevestigen dat konijnenhouders ‘s ochtends bij een rondgang door de stal de dode dieren uit de kooien moeten halen?

Antwoord
Volgens het Besluit houders van dieren zijn konijnenhouders verplicht om twee keer per dag de konijnen te controleren. Bij deze rondgang halen ze ook dode konijnen uit de hokken.

31 Kunt u bevestigen dat dit betekent dat de beelden van hokken met dode konijnen een realistisch beeld laten zien van de dagelijkse praktijk, omdat er op iedere willekeurige nacht konijnen sterven in de kooien van de Nederlandse konijnenhouderij? Zo nee, hoe zit het dan volgens u?

Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 10.

32 Vindt u het belangrijk dat de burger weet waar zijn eten vandaan komt?

Antwoord
Ik vind het belangrijk dat de burger weet waar zijn eten vandaag komt. Zoals ik aangaf in mijn brief van 16 april 2018 (Kamerstuk 31532, nr. 193) is goede en toegankelijke informatie over de herkomst van ons eten, de voedingswaarde, de samenstelling van levensmiddelen en de duurzaamheid nodig zodat consumenten een gezonde en duurzame keuze kunnen maken.

33 Kunt u zich herinneren dat u zei: “ik vind dat een consument op dit soort punten zelf ook nog wel enige kennis van zaken mag opdoen. (…) Ik geloof dat iedereen echt wel in staat is om te onderzoeken wat er aan de hand is.”?

Antwoord
Ja.

34 Kunt u bevestigen dat u het tot nu toe niet nodig vond om de sterftecijfers in de konijnenhouderij centraal te registreren, zodat er in elk geval objectieve informatie is over het aantal konijnen dat jaarlijks het leven in ‘welzijnskooien’ en ‘parkhuisvesting’ met de dood moet bekopen?

Antwoord
Sterftecijfers worden niet centraal geregistreerd. Dit vind ik zorgelijk. Ik ben in gesprek met de konijnensector, daarbij zet ik onder andere in op centrale registratie van sterftecijfers. Ook in de huidige situatie zijn konijnenhouders echter verplicht volgens het Besluit houders dieren om hun uitvalpercentages te registreren. Indien het uitvalspercentage van gespeende konijnen, voedsters of opfokkonijnen hoger is dan 10% consulteert de houder een dierenarts en neemt maatregelen om het uitvalspercentage te verlagen. Tijdens inspecties van de NVWA op dierenwelzijn in de konijnenhouderij wordt de naleving van deze regels gecontroleerd.

35 Verwacht u dat consumenten die meer informatie willen hebben over de herkomst van hun voedsel, 74 euro gaan betalen om het Handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij in te kunnen zien om alleen maar achter de kille sterftecijfers te komen?

Antwoord
Op de website van de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) is informatie te vinden over de konijnensector. Ook op de website van het Beter leven keurmerk is informatie te vinden over konijnen die op deze wijze gehouden worden.

36 Zo niet, op welke wijze verwacht u dat consumenten aan de benodigde informatie komen over het leven en lijden van konijnen die worden gehouden voor de productie van vlees?

Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 35.

37 Wat zou u zelf vertellen als een burger die zich wil informeren over dierenwelzijn u vroeg uiteen te zetten wat de herkomst is van Nederlands konijnenvlees?

Antwoord
Ik moedig aan dat consumenten informeren naar de herkomst van hun voedsel. Zoals ik aangaf in mijn brief van 16 april 2018 (Kamerstuk 31532, nr. 193) vind ik transparantie in de voedselketen fundamenteel voor het consumentenvertrouwen. Het zou goed zijn als de sector daar transparant over is. Daar zal ik de sector ook op aanspreken.

38 Wat heeft u als verantwoordelijk minister tot nu toe gedaan om het leven van konijnen in de konijnenhouderij te verbeteren?

Antwoord
In 2016 is er een PPS gestart voor gezondheid en welzijn van park gehuisveste konijnen. LNV financiert daarbij onderzoek naar groepshuisvesting voor moederkonijnen, voersturing, marktontwikkeling en hygiëne en gezondheid. Nederland voldoet aan de Europese normen voor huisvesting. Momenteel hanteert ongeveer 60% van de konijnenhouders het parkhuisvesting systeem.
Daarnaast zet ik mij in voor een Europese norm voor dierenwelzijn in de konijnenhouderij. In mei 2019 heb ik, samen met een aantal andere EU lidstaten, een brief aan de Europese Commissie verzonden waarin ik de Europese Commissie heb verzocht dierenwelzijnsstandaarden te ontwikkelen voor de konijnenhouderij. Het belang van het ontwikkelen van deze standaarden heeft Nederland in februari en mei 2020 nog tweemaal benadrukt, toen verschillende rapporten van de European Food Safety Authority (EFSA) met betrekking tot konijnenwelzijn werden besproken in de Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) van de Europese Commissie.
Ook ben ik momenteel in gesprek met de sector over het programma ‘’Welvarende konijnen’’. Hierbij wil de sector per bedrijf in driehoek verband aan de slag. In elke driehoek zit een konijnenhouder, dierenarts en adviseur. Onderdeel van dit programma is ontwikkeling van kennis, kennisverspreiding en een lijst met kritische succesfactoren voor de vitaliteit van jonge dieren. Deze integrale aanpak moet leiden tot vitale jonge dieren, verantwoord antibiotica gebruik en verbetering van het dierenwelzijn. Ik heb echter zorgen over de concretisering het programma. Ik zal dan ook sturen op de ontwikkeling van een concreet en meetbaar plan om o.a. dierenwelzijn in de konijnensector te verbeteren.

39 Bent u bereid een verbod in te stellen op de konijnenhouderij?

Antwoord
Nee.

40 Hoeveel stikstofruimte zou een verbod op de konijnenhouderij opleveren?

Antwoord
Op basis van de regeling ammoniak en veehouderij geldt een ammoniakemissie van 1,2 kilogram per voedster per jaar. Dat komt neer op een totale ammoniakemissie van circa 57.436 kilogram ammoniak per jaar. Deze berekening is een benadering waarbij geen rekening is gehouden met dat een beperkt aantal bedrijven beschikt over een huisvestingssysteem met een lagere emissie. De totale ammoniakemissie van landbouwbedrijven in Nederland was in 2017 114,1 miljoen kilogram.

41 Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?

Antwoord
Op de vragen 11, 20, 27, 31 en 36 heb ik verwezen naar eerdere vragen, omdat ik daar de vragen al beantwoord had.

2019Z25008

1 Bent u bekend met het bericht ‘Animal Rights toont beelden van dierenleed bij konijnenfokkers door heel Nederland’?

Antwoord
Ja.

2 Wat is uw reactie op het nieuws dat op vrijwel alle locaties waarop is gefilmd, dode, zieke en stervende dieren zijn aangetroffen?

Antwoord
Ik heb kennis genomen van de beelden. We worden steeds vaker geconfronteerd met beelden van dierenleed in de Nederlandse veehouderij. Ik begrijp dat mensen hierdoor geschokt, verdrietig en verontwaardigd zijn. De beelden zijn ook beoordeeld door de NVWA.

3 Deelt u de mening dat fokkerijen waarbij dieren worden gehouden met verwondingen, verlammingen, infecties en lichaamsvervormingen niet voldoen aan de geldende dierenwelzijnsnormen? Zo ja, wat gaat u eraan doen om te voorkomen dat deze praktijken doorgang kunnen vinden?

Antwoord
Alle konijnenhouderijen moeten voldoen aan het Besluit houders van dieren. Dat houdt in dat een houder moet voldoen aan onder andere regels over huisvesting en afleidingsmateriaal en zijn konijnen minimaal twee maal daags moet controleren. Als bij controle door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) blijkt dat de veehouder niet aan deze regels voldoet, worden er passende maatregelen getroffen.

4 Bent u bereid om een overzicht te verschaffen van het aantal inspecties dat de afgelopen jaren door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is uitgevoerd op het welzijn van dieren in konijnenfokkerijen en kunt u aangeven hoeveel overtredingen daarbij zijn gesignaleerd?

5 Hoe vaak zijn er de afgelopen jaren sancties opgelegd voor overtredingen op het gebied van dierenwelzijn bij konijnenfokkerijen en waaruit bestaan die sancties?

Antwoord vraag 4 en 5
Voor de antwoorden op uw vragen verwijs ik u naar de antwoorden op de vragen 17,18,19 en 20 van lid Ouwehand (PvdD) zoals gesteld op 12 december jl. (Aanhangsel Handelingen II 2019-2020, nr. 1210) welke gelijktijdig met uw vragen uw Kamer zijn verzonden.

6 Deelt u de mening dat op de bewuste bedrijven uit het artikel extra inspecties plaats moeten vinden? Zo ja, binnen welke termijn kunnen deze inspecties worden uitgevoerd?

Antwoord
Zoals beantwoord op vraag 2 zijn de beelden beoordeeld door de NVWA. Het is niet duidelijk wanneer welke beelden zijn gemaakt. De beelden zijn een compilatie van filmmateriaal afkomstig van 9 verschillende bedrijven. Zieke, gewonde of dode dieren in een hok zijn niet op basis van beeldmateriaal als overtreding te kwalificeren. Voor 2020 waren, onafhankelijk van de beelden, al welzijnsinspecties bij houders van voor productie gehouden konijnen voorzien. Deze plannen zijn in december in het aan uw Kamer toegezonden jaarplan 2020 van de NVWA aangekondigd.

7 Wat heeft het gesprek met de konijnensector over verbetering van de handhaving op de conditie van jonge konijnen, waarover u sprak tijdens het algemeen overleg Dierenwelzijn van 14 november 2018, opgeleverd?

Antwoord
Ik ben nog met sector in gesprek over het Programma Welvarende konijnen. Onderdeel van dit programma is ontwikkeling van kennis, kennisverspreiding en een lijst met kritische succesfactoren voor de vitaliteit van jonge dieren. Deze integrale aanpak moet leiden tot vitale jonge dieren, verantwoord antibioticagebruik en verbetering van het dierenwelzijn. Ik heb echter zorgen over de concretisering en meetbaarheid van de plannen. Ik zal sturen op de ontwikkeling van een concreet en meetbaar plan om dierenwelzijn te verbeteren, antibioticagebruik te verminderen en de konijnensector te verduurzamen.


  1. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/29/beantwoording-kamervragen-konijnenhouderij ↩︎

ANIMAL RIGHTS EN BONT VOOR DIEREN DIENEN BEZWAAR IN TEGEN RUIMEN NERTSEN

De met corona besmette nertsenfokkerijen worden in het belang van de volksgezondheid geruimd, melden Haagse bronnen aan de politieke redactie van RTL Nieuws. 1 Het gaat om zes bedrijven met in totaal acht locaties in Gemert-Bakel, Laarbeek, Deurne en Sint-Anthonis. Onduidelijk is nog wat er met een verdacht bedrijf in Venray gebeurt. Het kabinet komt later vandaag met een brief over de nertsen. De verwachting is dat het ruimen van de duizenden nertsen snel begint nadat het besluit officieel bekend is gemaakt. Animal Rights dient samen met Bont voor Dieren bezwaar in tegen de ruimingen.

“De experts hebben voortdurend aangegeven dat corona bij nertsen geen gevaar vormt voor de volksgezondheid,” zegt Animal Rights campagneleider Erwin Vermeulen. “Het besluit tot ruiming lijkt nu vooral gebaseerd op populistische motieven.”

1: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/5141491/met-corona-besmett-nersenfokkerijen-worden-geruimd

Op 25 mei ontving de Tweede Kamer een technische briefing ‘COVID-19 besmettingen op mens en dier’. 2 De briefing bestond uit presentaties van Arjan Stegeman, Hoogleraar Gezondheidszorg Landbouwhuisdieren en Voorzitter Deskundigengroep Dierziekten, en Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 3 4

Nertsen hebben het coronavirus initieel waarschijnlijk van medewerkers opgelopen (mens-op-dier), en daarna onderling doorgegeven (dier-op-dier, meerdere weken). Vier medewerkers hebben het virus van nertsen opgelopen (ten minste tweemaal dier-op-mens introductie, daarna verspreiding in huishouden?). Dat besmetting van dier-op-mens heeft plaatsgevonden is voor twee individuen zeer waarschijnlijk maar nooit met 100% zekerheid aan te geven.

Huisdieren en nertsen lijken een verwaarloosbare rol te spelen in de huidige pandemie. In week 21 was de sterfte onder nertsen ook genormaliseerd. Sinds week 19 is geen virus meer waargenomen in stalluchtmonsters. Blootstelling omwonenden via lucht is onwaarschijnlijk.

Beide presentaties geven duidelijk aan dat in luchtmonsters buiten de stallen geen virus RNA is aangetroffen.

2: https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2020A02299

3: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=653caee6-0100-4722-8702-e12e14612765&title=Presentatie%20van%20de%20heer%20Van%20Dissel%20%27COVID-19%20en%20Nertsen%27%20t.b.v.%20technische%20briefing%20COVID-19%20besmettingen%20op%20mens%20en%20dier.pdf

4: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=d272b1a7-4aca-46be-b3f5-ed99a6f9ff41&title=Presentatie%20van%20de%20heer%20Stegeman%20%27COVID-19%20bij%20dieren%27%20t.b.v. %20technische%20briefing%20COVID-19%20besmettingen%20op%20mens%20en%20dier.pdf

De volgende maatregelen worden genomen: álle nertsenbedrijven worden gescreend (antistof test) en er is een meldplicht voor zieke dieren (virus test). Op besmette bedrijven geldt bovendien: een bezoekersverbod én een afvoerverbod van dieren, mest en boerderijkatten. De medewerkers van besmette bedrijven gebruiken PBM.

Het gevaar voor de volksgezondheid wordt zo gering geacht dat het aanvankelijke wandel-en fietsverbod in een straal van 400 meter werd ingetrokken. Er is géén advies om dieren te ruimen.

Netsenhouders zijn voor ruiming omdat ze op dit moment pelsen verkopen onder de kostprijs en de quarantaine maatregelen lastig zijn. Ze hopen op compensatie. Hun motivatie is geldelijk gewin.

De motivatie van politici om nertsen te ruimen lijkt een populistische basis te hebben: het sussen van de gemoederen van een angstige bevolking die slecht geïnformeerd is over de wetenschappelijke feiten. Ministers Hugo de Jonge van Volksgezondheid en Carola Schouten van Landbouw gaven maandag nog aan dat de gemeenten waar de nertsenfokkerijen staan zich grote zorgen maken. Dat geldt ook voor de fokkers zelf. Deze zorgen zijn niet gebaseerd op de feiten of op rationele afwegingen. Het is onverdedigbaar om om deze redenen dieren te doden.

Dat de nertsen door mensen besmet zijn, maakt ‘ruimen’ extra onrechtvaardig en schept daarentegen een verplichting om alles in het werk te stellen deze dieren te helpen.

Er wordt nu nog onderzocht of de infectie snel dood loopt of dat het virus nog langere tijd blijft rondgaan. De rol van dieren in pandemie is nu onbelangrijk, maar we moeten voorkomen dat ze een reservoir vormen. Een ruiming is daarom naast onrechtvaardig ook voorbarig.

Daarom dienen Animal Rights en Bont voor Dieren een bezwaar in tegen de ruimingen in een poging om deze tegen te houden.

De experts hebben voortdurend aangegeven dat corona bij nertsen geen gevaar vormt voor de volksgezondheid.

Het besluit tot ruiming lijkt nu vooral gebaseerd op populistische motieven.