Sophia werd een jaar geleden als kuikentje gered uit de eierindustrie. Ze viert haar eerste levensjaar in vrijheid en wil jullie haar verhaal vertellen. Sophia roept daarnaast op om deze Pasen geen eieren te eten, om zo haar zusjes en broertjes uit de industrie een verschrikkelijk bestaan en een gruwelijke dood te besparen.
Mijn naam is Sophia, ik werd net één jaar oud en vier mijn eerste levensjaar in vrijheid. Ik heb witte veren en een felrode kam, die zo groot is dat die over mijn ene oog hangt. Ik hou enorm van zonnebaden, scharrelen met mijn zusje Rosa, stofbaden nemen, de wereld ontdekken – en daarbij op eigen houtje bezoekjes aan de buren brengen – en knuffelen met mijn adoptiemama. Mijn echte mama ken ik niet, omdat ik werd geboren op een artificiële manier. In plaats van uit het ei te kruipen onder mama’s warme vleugels, werd ik geboren in een grote broedmachine, tegelijk met honderden andere broertjes en zusjes. Ik zocht tevergeefs mijn mama toen ik uit het ei kroop, maar ik zag en hoorde alleen tientallen broertjes en zusjes piepen en door de schalen van eitjes pikken. Sommige broertjes en zusjes raakten moeilijk door de schaal heen of waren nog niet uit hun ei gekropen toen de de grote deur van de broedkast open ging.
Sophia werd samen met haar zusje Rosa gered van een horror-bestaan
Nog andere broertjes mochten even blijven leven. Zij mochten als vleeshaan groot worden in stallen zonder daglicht. Na een kort leven in de stallen vonden zij een afgrijselijke dood in een slachthuis. Eerst werden ze hardhandig aan hun pootjes in het donker uit de stallen gerukt en in transportbakken geduwd. Vele broertjes hadden gebroken poten, tenen en vleugels door de brutale mensenhanden. De rit naar het slachthuis was lang en koud. Mijn broertjes hadden honger, dorst en waren bang voor wat hen te wachten stond.
Sophia houdt van knuffelen
In het slachthuis aangekomen werden ze ondersteboven aan hun pootjes opgehangen aan de klemmen van de slachtlijn. Eerst kwamen ze met hun hoofdje in het elektrisch waterbad terecht, waardoor ze buiten bewustzijn raakten. Sommige broertjes hieven net hun hoofdje op als ze langs het waterbad kwamen, en zagen hoe de kelen van broertjes aan de messen voorbijgleden en het bloed naar beneden vloeide. Zij voelden paniek en pijn toen de messen hun keel open sneden. Ik wou dat mijn broertjes, net zoals ik, van de vrijheid konden genieten en nooit naar deze plek gebracht waren.
Ik had heel veel geluk geboren te worden als een hennetje. Dat dacht ik tenminste. Tot ik hoorde dat al mijn grote zusjes na 15 tot 17 maanden ook naar het slachthuis werden gebracht en zij op dezelfde manier vroegtijdig en gruwelijk gedood zouden worden als mijn broertjes.
Vanuit de broeierij werden mijn zusjes en ik naar opfokstallen gebracht. Daar zouden we blijven tot we groot genoeg waren om eieren te leggen. Mijn zusjes en ik zouden terecht komen in een van de volgende vier systemen: verrijkte kooien, scharrelstallen, vrije uitloop of een bioboerderij. De meesten van ons zouden nooit daglicht te zien krijgen. We zouden op onze eigen uitwerpselen leven en amper onze vleugels kunnen strekken in de kooien en scharrelstallen. We zouden op elkaar gepropt zitten. Door de wrijving gaan onze mooie veren stuk en uit frustratie pikken we onszelf en elkaar kaal. De stallen zijn zo stoffig door het stof dat uit onze veren komt en door het stof uit verdroogde uitwerpselen, dat elke hap naar lucht onze keel vol stof doet zitten. Sommigen van ons sterven al in de stallen, omdat ze geen individuele verzorging krijgen.
Na enkele dagen in de opfokstal werd ik ’s nachts opeens wakker. Ik lag rustig te slapen tussen mijn zachte en warme zusjes, toen plots mensen de stal binnenkwamen. Ik was bang, want mensen kon ik alleen maar met onaangename gebeurtenissen associëren. Zachte handen tilden me op en namen me mee naar een veilige plek. Niet lang erna leerde ik mijn adoptiemama kennen. Ze nam me voorzichtig in haar handen, tilde me op, hield me warm met haar handen, bouwde me een nest zoals een echte mama dat zou doen en gaf me knuffels. Toen ik voor het eerst een kus op mijn hoofdje kreeg, was ik bang. Maar nu kom ik nog steeds naar mama gelopen voor kusjes en knuffels. Ik wou dat al mijn broertjes en zusjes ook een mama hadden.
In maart 2013 werd een nieuwe wet in de Europese Unie (EU) geïmplementeerd, die het illegaal maakte om op dieren geteste cosmetica in Europa te verkopen, zelfs als het testen buiten Europa plaatsvond – een historische overwinning voor dierenrechten. “Als je denkt dat er ondertussen geen enkele dierproef voor cosmetica meer aan bod komt, hebben we slecht nieuws: veel van de cosmetica die we allemaal dagelijks gebruiken kan nog steeds dierproeven inhouden”, waarschuwt campagnecoördinator Jen Hochmuth. Omdat openbare informatie over dierproeven voor cosmetica en schoonmaakproducten schaars of verwarrend is zet Animal Rights het allemaal op een rijtje.
Animal Rights publiceerde een [groene lijst met merken van cosmetica en schoonmaakmiddelen die 100% dierproefvrij zijn](https://www.animalrights.nl/dierproefvrije-merken).
Met ingang van 11 september 2004 heeft de EU het testen van cosmetische producten binnen de EU verboden. Dit verbod staat bekend als “het testverbod”. 1 Dierproeven voor de ontwikkeling van cosmetische producten zijn in Nederland al sinds 1997 verboden.2
Met ingang van 11 maart 2009 heeft de EU het testen van cosmetische ingrediënten binnen de EU verboden – ongeacht of er niet-dierlijke alternatieven zijn. Dit verbod staat bekend als “het verkoopverbod”. 1 Sinds 2005 is het in België verboden om cosmetische producten of hun ingrediënten op dieren te testen.3
Vanaf 11 maart 2013 heeft de EU het verbod op de verkoop van cosmetische producten die na die datum op dieren zijn getest, waar ook ter wereld, afgerond. Het verbod geldt zowel voor cosmetische producten als voor ingrediënten, ongeacht of er alternatieven zijn. Het staat bekend als het ‘handelsverbod’. 1
Het verbod geldt voor alle cosmeticaproducten. Denk bij cosmetica niet alleen aan make-up zoals lippenstift of mascara, maar ook aan huid- en haarverzorgingsproducten zoals bodylotion en shampoo. Ook tandpasta, deodorant, (scheer)zeep, nagellak en zonnecrème vallen onder de wet.
Heel goed nieuws dus, maar dit is niet het hele verhaal. Er zijn echter beperkingen aan het EU-verbod: 4:
Het EU-verbod is alleen van toepassing wanneer er een verband is met de EU – d.w.z. testen binnen de EU of verkoop binnen de EU waar de testen elders hebben plaatsgevonden. Zo moeten sommige cosmeticaproducten bijvoorbeeld eerst door de Chinese autoriteiten worden getest voordat ze in China in de handel kunnen worden gebracht, wat normaal gesproken gepaard gaat met een reeks dierproeven.
De Europese Commissie stelt dat het verbod alleen geldt voor cosmetische producten en ingrediënten die alleen in cosmetica worden gebruikt. Veel ingrediënten worden echter niet alleen in cosmetica gebruikt, maar ook in andere producten zoals schoonmaakmiddelen, geneesmiddelen of andere chemicaliën. Deze producten en ingrediënten worden vaak wel op dieren getest. De logische vraag is dan: mogen deze stoffen dan niet meer gebruikt worden in cosmetische producten? Dit is helaas niet het geval. Het verbod vervalt als het ingrediënt ook in andere producten wordt gebruikt waar testen op proefdieren wel nog toegestaan zijn. Het op dieren getest ingrediënt mag dan wel nog in cosmetica gebruikt worden.
De EU-wetgeving stelt ook dat de verboden niet van toepassing zijn voor tests om vast te stellen of er een risico voor het milieu bestaat (zogenaamde “ecotox-tests” onder de [REACH-wetgeving](https://www.animalrights.nl/vervang-dierproeven/reach-en-giftigheidsexperimenten)). Als er een milieurisico bestaat dan mogen nog steeds dierproeven uitgevoerd worden. Cosmetica (en zeker zeep en shampoo) belandt vroeg of laat in het water. Om het risico op het watermilieu vast te stellen worden vaak dierproeven gedaan met vissen.
Lees ook: [Dierproeven op vissen](https://www.animalrights.nl/dierproeven-op-vissen)
Bovendien stelt de EU-wetgeving dat de verboden niet van toepassing zijn op dierproeven die de veiligheid voor werknemers dienen te waarborgen. Hiermee worden niet de verkopers in de winkels bedoeld, maar mensen in de fabriek die een ingrediënt maken, inpakken of vervoeren. Eventuele veiligheidstesten mogen uitgevoerd worden op dieren en vallen dus ook niet onder het verbod.
De REACH-verordening vereist resultaten uit dierproeven om de veiligheid van chemische stoffen voor de gezondheid van mens en milieu te waarborgen. Op tien jaar tijd werden door REACH miljoenen dieren gebruikt in akelige en dodelijke giftigheidsexperimenten. Daarmee is [REACH het grootste dierproefprogramma ter wereld](https://www.animalrights.be/reach-het-grootste-dierproefprogramma-ter-wereld).
Opgelet: Er geldt geen verbod op dierproeven voor schoonmaakmiddelen. Voor schoonmaakmiddelen zijn dierproeven zeker niet verplicht maar gebeuren ze nog steeds.
Lees ook: [Wetgeving rond dierproeven](https://www.animalrights.nl/vervang-dierproeven/wetgeving)
en wereldwijd verbod op dierproeven voor cosmetica
/h2>
Hoewel het testen van cosmetica op dieren en het op de markt brengen van dergelijke producten in de EU misschien verboden is, is het in ongeveer 80% van de landen in de wereld nog steeds toegestaan. 5 De leden van het Europese Parlement hebben op 3 mei 2018 een resolutie aangenomen, waarin wordt opgeroepen tot een wereldwijd verbod op dierproeven voor cosmetische producten en op de handel in cosmetische ingrediënten die vóór 2023 op dieren zijn getest. 6
aak komaf met verplichte dierproeven
/h2>
Dierproeven voor andere doeleinden zoals geneesmiddelontwikkeling zijn nog steeds verplicht. Animal Rights roept de Europese autoriteiten op om zich hard te maken voor de vervanging van de verouderde wetgeving zodat dierproeven niet meer verplicht zijn en moderne dierproefvrije technieken toegepast kunnen worden.
Volgens Hochmuth bevestigt het EU verbod op dierproeven voor cosmetica dat het stoppen met dierproeven geen bedreiging voor de volksgezondheid is maar juist de verdere ontwikkeling van proefdiervrije innovatie stimuleert: “Omdat er toen nog niet voldoende alternatieven bestonden, was het opeens alle hens aan dek om nieuwe proefdiervrije methoden te ontwikkelen. Die zijn er ontzettend snel gekomen”.
Lees ook: [De onzin van dierproeven](https://www.animalrights.nl/de-onzin-van-dierproeven)
Door merken die geen dierproeven uitvoeren te kopen, vermijd je om dierproeven te financieren en steun je ondertussen merken die zich inzetten tegen dierenleed.
Animal Rights publiceerde een [groene lijst met merken van cosmetica en schoonmaakmiddelen die 100% dierproefvrij zijn](https://www.animalrights.nl/dierproefvrije-merken).
Als je denkt dat er ondertussen geen enkele dierproef voor cosmetica meer aan bod komt, hebben we slecht nieuws: veel van de cosmetica die we allemaal dagelijks gebruiken kan nog steeds dierproeven inhouden!
De ree is een kleine hertachtige die in de meeste Vlaamse regio’s voorkomt en geliefd bij het grote publiek. Ze zijn erg schuw en vluchten bij het minste gevaar weg. Hun aantallen zouden niet langer toenemen, maar de laatste jaren stabiel blijven. Al zijn er geen betrouwbare tellingen van het precieze aantal. Reeën zijn de meest bejaagde grofwilddiersoort in Vlaanderen.1
Lees ook: [everzwijnen in Vlaanderen.](https://www.animalrights.be/everzwijnen-vlaanderen)
Reeën hebben een rode- grijsbruine vacht en een witte vlek op de borst. Mannelijke reeën zijn te herkennen aan hun gewei dat jaarlijks wordt afgeworpen en daarna weer groter aangroeit. Daarvoor schuren ze hun gewei aan bomen tot het valt, wat schade kan veroorzaken. In veel natuurgebieden worden (jonge) bomen beschermd tegen schurende reeën.
Reeën leven in bosachtige gebieden met open plekken en aangrenzende velden. Al komen ze ook steeds vaker in open landbouwgebied voor. In de schemering en ochtenduren zoeken ze voedsel op open terrein, overdag rusten en herkauwen ze in de dekking. Reeën nemen vaak dezelfde routes in het bos, daardoor slijten er paden uit, de zogenaamde ‘wissels’.
In het voorjaar en de zomer leven reeën min of meer solitair binnen hun territorium. Enkel geiten leven dan samen met hun jongen. De rest van het jaar leven ze in groepjes, ook wel sprongen genoemd. Meestal bestaan deze uit enkele vrouwelijke reeën die familie zijn van elkaar en een bok, maar ze kunnen ook grotere groepen tot 30 individuen vormen. Reeën kunnen wel 20 jaar oud worden, maar gemiddeld leven ze slechts 7 à 8 jaar o.a. door wintersterfte bij kitsen, het verkeer en natuurlijk de jacht.23
In juli en augustus is de bronsttijd voor de ree. Het mannetje volgt het vrouwtje tot ze bereid is om te paren. Reeën zijn de enige hoefdieren met “kiemrust”, dit wil zeggen dat de vrouwtjes weliswaar in de zomer bevrucht worden, maar het jong zich pas in de baarmoeder ontwikkeld vanaf het najaar. De kalveren worden eind mei geboren en blijven bij de moeder tot de volgende worp. Daarna moeten ze een eigen territorium zoeken.
Reegeiten trekken mannetjes aan door te “[fiepen”, ze stoten dan een korte hoge toon uit](https://www.youtube.com/watch?v=r3bolwOnqR8). Jagers gebruiken dit geluid om reeën te lokken. Wanneer reeën willen waarschuwen voor gevaar of hun territorium afbakenen produceren ze [een kort, hees geblaf](https://www.youtube.com/watch?v=JtAKNZ4SThc).
Reeën vallen onder het [jachtdecreet](https://www.animalrights.be/jachtwetgeving)4 en zijn ingedeeld als “grofwild”. In Vlaanderen worden reeën bijna uitsluitend bejaagd door aanzitjacht. Jagers verschuilen zich soms urenlang in een jachthut waar reeën veelal naartoe worden gelokt met lokvoer en likstenen, meestal in de ochtend- of avondschemering wanneer de reeën het actiefst zijn. Van 1 januari tot 31 maart kunnen reegeiten en reekits (jonge reeën) worden geschoten. Bokken moeten oppassen van 1 mei tot half september.5
Daarnaast kan er altijd en overal bestrijdingsjacht op reeën plaatsvinden, ook in gebied dat niet is ingekleurd als jachtgebied. Als er schade is kan de eigenaar van het perceel melding doen bij het Agentschap Natuur en Bos en 24 uur later een jager laten komen voor bestrijding. Dit gebeurde bijvoorbeeld in 2019 in de plantentuin in Meise: een tiental reeën werd afgeschoten omdat ze aan de rozenknopjes knabbelden.6
Het aantal afgeschoten reeën nam jarenlang toe. In 2002 waren er nog 2234 slachtoffers, in 2018 was dat aantal opgelopen tot 6448. In 2019 is het aantal voor het eerst licht afgenomen tot 6352 slachtoffers.7
Het afschot van reeën gebeurt niet op basis van voorjaarstellingen, maar [op basis van een driejarenafschotplan](https://www.animalrights.be/jachtwetgeving). WBE’s bepalen op voorhand hoeveel dieren van een bepaald geslacht en bepaalde leeftijd mogen worden geschoten: 20-30 procent van de slachtoffers mogen geiten zijn, 20–35 procent bokken en 40-55 procent kitsen.8 Op basis daarvan krijgen jagers labels toegekend die aangebracht worden op de dode dieren. Het afschot wordt niet berekend op het aantal reeën dat er is, maar op basis van het afschot van de voorgaande periode en de conditie van de afgeschoten reeën. Indien de reeën een slechte conditie hebben, zou dit er volgens het agentschap op wijzen dat er te veel reeën zijn in het gebied en er dus meer moeten worden geschoten.9
Caesar (2014): “Dit wil zeggen dat het reewildbeheer in Vlaanderen tot doel heeft een duurzame jacht op reewild te ontwikkelen die het voortbestaan van duurzame en gezonde (in goede conditie) reewildpopulaties nastreeft in combinatie met het vermijden van onaanvaardbare schade aan land- of bosbouw en/of van onaanvaardbare schade door verkeersongelukken.”10
Het ANB noemt de instandhouding van de jacht dus een doelstelling van natuurbeheer op zich en dat blijkt ook uit dit systeem: zolang het aantal geschoten reeën hetzelfde blijft, mag de jager blijven schieten. Het plezier van de jager is de belangrijkste motivatie voor de reeënjacht.
Over het aantal reeën horen we tegenstrijdige berichten. In sommige natuurgebieden is er sprake van een afname van het aantal. In het zoniënwoud zou het aantal reeën zelfs gehalveerd zijn in tien jaar tijd, maar kan men nog geen duidelijke oorzaak vaststellen van die afname.11 Ook in het [Meerdaalwoud](https://www.animalrights.be/in-het-meerdaalwoud-krijgen-ree%C3%ABn-de-kogel) suggereren tellingen dat er minder reeën zijn. [Everzwijnen](https://www.animalrights.be/dodelijke-herfst-voor-everzwijnen) worden er afgeschoten, onder andere omdat ze de reeën zouden wegconcurreren.12 In [Drongengoed](https://www.animalrights.be/drongengoed-hertenkalf-voor-dood-achtergelaten) worden damherten dan weer bejaagd om de reeën te beschermen.
Tegelijkertijd worden in diezelfde natuurgebieden die andere diersoorten bejagen wegens concurrentie met het ree, ook reeën geschoten. In feite worden andere diersoorten niet bejaagd om de reeën te beschermen, maar omdat ze te veel concurreren met de jager.
Teken ook de petitie om [de everzwijnen te redden.](https://www.animalrights.be/red-het-everzwijn)
Reeën kunnen een positieve invloed hebben op ecosystemen. Door begrazing dragen ze bijvoorbeeld bij tot de instandhouding van heidesystemen. Maar in bossen staan ze soms de verjonging in de weg omdat ze knabbelen aan de jonge boompjes. In dat geval kiest men er al snel voor om reeën af te maken.13 Nochtans zijn er oplossingen mogelijk. Het probleem is echter dat de wet natuurbeheerders niet verplicht om maximaal in te zetten op alternatieve maatregelen. Het nemen van een enkele maatregel is voldoende om vervolgens tot afschot over te gaan.
De belangrijkste manier om samen te leven met reeën te faciliteren is jonge gewassen en bomen af te schermen met hekken en manchetten en draadkokers rond de stam van bomen aan te brengen. Ook veranderingen in de aanplanting, namelijk het stimuleren van ondergroei in het bos die kan dienen als waardevol voedsel, zijn mogelijk.14 Voor het verkeer zijn wildrasters een veel betere keuze dan de jacht omdat ze ervoor zorgen dat geen enkel individu van geen enkele diersoort de weg op kan raken.
In ieder geval is jacht nooit een oplossing. Zonder jacht reguleert een reeënpopulatie zichzelf. Langdurig onderzoek in Frankrijk toonde aan dat bij stijgende dichtheden lichtere, kleinere dieren geboren worden, met een hogere mortaliteit in hun eerste levensjaar. Het aandeel geiten geboren in het voorgaande jaar dat deelneemt aan de reproductie is lager en drachtige geiten dragen gemiddeld minder embryo’s. Het benaderen van de maximale draagkracht van een gebied gaat bij reeën dus samen met een afname in de gemiddelde conditie van de populatie.15 De jacht vervangt vooral de natuurlijke sterfte.
De natuur heeft ingrijpen van de mens niet nodig. Het belangrijkste is dat wilde dieren rust en ruimte krijgen. Vlaanderen is één van de meest verstedelijkte gebieden van Europa en heeft nood aan meer verbonden natuurgebieden waar dieren met rust gelaten worden. Als we natuurgebieden met elkaar verbinden en andere dieren niet bejagen, ontstaat een natuurlijker evenwicht dan wanneer jagers met geweren ingrijpen in populaties.
Animal Rights is geen voorstander van populatiebeheer. Als de mens dan toch wil ingrijpen zijn hier een aantal voorbeelden van niet-dodelijke methoden:
Afvangen en herplaatsen: op sommige plaatsen kan mits een uitzonderingsvergunning worden overgegaan tot het afvangen met netten of vangkooien en herplaatsen van dieren. Animal Rights benadrukt dat de eerste oplossing altijd vreedzaam samenleven moet zijn. Herplaatsen kan enkel noodzakelijk zijn in het belang van het dier, niet als gemakkelijkheidsoplossing.
Immunocontraceptie: reproductiecontrole is uitvoerig bestudeerd bij allerlei hertensoorten. Er is zowel langdurig werkende als kortdurende anticonceptie beschikbaar, waarvan PZP en GnRH de meest belovende zijn. Door een eenmalige injectie blijven dieren meerdere jaren onvruchtbaar, indien een herhalingsinjectie wordt toegediend kan het dier levenslang onvruchtbaar zijn.16 Dit kan enkel een laatste redmiddel zijn én indien dit in het belang is van de dieren, bijvoorbeeld bij voedseltekorten.
Jacht stopzetten: jacht is geen goed middel voor populatiebeheer, het zorgt namelijk slechts heel tijdelijk voor minder reeën en vervangt de natuurlijke sterfte. In de merodebossen, waar de jacht werd stopgezet, heeft dit niet geleid tot een explosieve toename van het aantal reeën.17
Barfield (2006): “Population control by traditional methods (indirect or direct intervention by culling, poisoning, translocation, etc.) is increasingly unacceptable to the public, making human studies even more valuable for finding solutions to overabundant wild populations.” 18
Meer en meer verzetten mensen zich tegen de gruwel van de jacht en gaan er stemmen op om vreedzaam met dieren samenleven. Vanuit de gedachte dat de natuur zichzelf kan reguleren indien zij daartoe de kans krijgt, moet de mens niet ingrijpen op aantallen wilde dieren. Voorwaarde daarvoor is wel dat er voldoende ruimte is. De prioriteit voor natuurbeheer in Vlaanderen moet niet het afschieten van wilde dieren zijn, maar werken aan ontsnippering. Zo krijgen we misschien ooit grote, weerbare natuurgebieden waar dieren veilig zijn voor de bemoeienissen van de mens.
UPDATE – In januari verleende de provincie Drenthe een ontheffing die het mogelijk maakt om maar liefst 41 soorten vogels en 26 soorten zoogdieren dood te schieten in het belang van de vliegveiligheid op Groningen Airport Eelde (liggend in Drenthe). Animal Rights en Fauna4Life hebben samen bezwaar aangetekend. De organisaties: “Naar aanleiding van onze bezwaren heeft het provinciebestuur 15 soorten van de afschotlijst gehaald. Dit toont al aan dat de ontheffing routinematig is verleend. Als niemand bezwaar aantekent worden dieren gewoonweg zonder protest veroordeeld tot de kogel.”
“Als er niemand bezwaar aantekent worden dieren zonder protest veroordeeld tot de kogel.“
– Jessica Smit, Animal Rights
SOORTEN UIT ONTHEFFING GESCHRAPT
Uit overleg tussen Groningen Airport en het provinciebestuur van Drenthe blijkt dat in totaal 15 diersoorten niet meer worden beheerd. Deze soorten worden uit de ontheffing geschrapt. Een ontheffing wordt altijd verleend op basis van een onderliggend Faunabeheerplan. Als een soort niet is opgenomen in het Faunabeheerplan dan ontbreekt dus de onderbouwing. Er staat nog steeds een tiental diersoorten op de afschotlijst waarvoor geen enkele onderbouwing aanwezig is.
Jessica Smit van Animal Rights: “Voor deze soorten kan er mag er geen toestemming tot afschot worden gegeven. De provincie handelt in strijd met haar eigen beleidsregels. Wij hadden gehoopt dat de provincie beter naar onze bezwaren zou kijken. Dit besluit rammelt aan alle kanten.”
Steeds meer organisaties spreken zich uit tegen het afschot. Zo heeft ook Vogelbescherming Nederland bezwaar aangetekend, zijn er Kamervragen gesteld aan de verantwoordelijke ministers én klinken er geluiden in de Groningse gemeenteraad tegen het afschot. Pauline de Jong van Fauna4Life: “Van Schiphol vertrekken meer dan duizend vliegtuigen per dag. Op Groningen Airport Eelde gaat het slechts om enkele vluchten. Zelfs op Schiphol worden niet zoveel diersoorten afgeschoten. Het is onbegrijpelijk dat de provincie dit besluit niet volledig intrekt.”
JURIDISCHE PROCEDURE GAAT DOOR
Animal Rights en Fauna4Life hebben een verzoek bij de rechtbank ingediend. Zij willen dat het afschot wordt opgeschort, totdat de provincie op de bezwaren heeft beslist. Wegens de coronacrisis lag de procedure tijdelijk stil, maar deze wordt nu schriftelijk voortgezet.
Brandbrief naar Mark Rutte en Tweede Kamer over extra dierenleed door aanpak corona virus
Comité Dierennoodhulp, Een DIER Een VRIEND en Animal Rights hebben gezamenlijk een brandbrief gestuurd naar minister–president Mark Rutte en naar de Tweede Kamer fracties. In de brandbrief luiden de dierenbelangenorganisaties de noodklok voor de dieren omdat hun welzijn stelselmatig wordt uitgesloten in deze corona crisis en dieren nog meer dan normaal de dupe worden van menselijk handelen.
Ook vinden de dierenbelangenorganisaties het zeer verontrustend dat de oorzaak van deze pandemie, onze omgang met dieren, nu niet ter discussie schijnt te mogen worden gesteld. Nieuwe, potentieel ook voor de mens gevaarlijke ziekten afkomstig van de bio-industrie en de vlees-industrie zoals vogelgriep en Afrikaanse varkenspest naderen steeds dichter ook onze landsgrenzen.
De dierenbelangenorganisaties vinden het stuitend dat boeren, slachters en dierenartsen die werken in slachthuizen wel worden gerekend tot de vitale beroepen en mensen die dieren helpen zoals dierenartsen en dierverzorgers niet.
Omdat dieren evenals en net zo erg als mensen kunnen lijden verzoeken de dierenorganisaties in hun brandbrief aan de overheid om, zolang het corona virus in ons land en in de omringende landen heerst, zich hard te maken voor de volgende passende en noodzakelijke maatregelen:
Geen export en import van levende dieren.
Een fokverbod voor dieren in de industrie.
Een zorgplicht voor dieren die door toedoen van menselijk handelen geboren zijn.
Opname van dierenartsen, dierenambulancepersoneel en dierenverzorgers in de lijst met vitale beroepen.
Nu een start te maken met het anders behandelen van alle dieren die nu gefokt, gemest en gebruikt worden in Nederland. De behandeling van dieren als productie eenheden en niet als voelende, lijdende wezens moet nu zijn langste tijd gehad hebben.
Een versnelde uitvoering van de ‘eiwit transitie’, weg van dierlijke eiwitten en op weg naar een omzetting naar plantaardige eiwitten. Plantaardig leven zou de norm moeten zijn, voor het milieu, onze gezondheid en voor het welzijn van dieren. Hiermee zullen soortgelijke volgende pandemieën kunnen voorkomen.
Geen dierproeven in het kader van corona bestrijding.
Extra dierenleed door aanpak corona virus
Dierproeven lijken nu kritiekloos te worden goedgekeurd omdat ‘de strijd tegen corona’ alles rechtvaardigt. Om een echte remedie of bij de mens werkend vaccin te vinden zal er echt wetenschappelijk onderzoek dus zonder dieren moeten plaatsvinden.
Zeker een miljoen kuikens worden door Nederlandse broederijen onnodig gedood omdat de exportbestemming onbereikbaar is geworden.
Door de strenge grenscontroles, resulterend in lange wachttijden, is er enorm veel extra dierenleed bij diertransporten naar het buitenland.
De toch al spaarzame controles op bedrijven op naleving van dierenwelzijn worden nu zoveel mogelijk op afstand gedaan. De dieren zijn letterlijk op deze manier vogelvrij verklaard.
Omdat de exportmarkt voor kalfsvlees volledig is ingezakt, blijven de vleeskalveren op de bedrijven staan en komen er op de bedrijven weinig plaatsen vrij voor jonge kalveren die wel gewoon geboren worden. Tegelijkertijd worden er vanuit Ierland nog volop kalfjes van slechts enkele weken oud ons land ingevoerd. Kalfjes die meer dan 50 uur onderweg zijn en het 23 tot 29 uur zonder drinken moeten doen.