In de ochtend van Dierendag zullen veertig vegan activisten demonstreren op de stoep van het hoofdkantoor van FrieslandCampina in Amersfoort. 1 De demonstranten willen dat FrieslandCampina koeien vervangt met plantaardige producten om de dieren en het klimaat te sparen.
De demonstranten zullen protestborden vasthouden met de teksten ‘Make it cruelty free’ en ‘Make it vegan’ en flyers uitdelen aan medewerkers en voorbijgangers. Ook zullen er beelden vertoond worden van een koeienslachthuis. De actie is een initiatief van Even Geen Vlees en wordt gesteund door Bite Back, Animal Rights en Animal & Climate Save Nederland.
De actie vraagt aandacht voor het feit dat een koe elk jaar opnieuw een kalfje moet baren om de melkproductie op gang te brengen. Zowel de melkkoe als het kalfje worden op relatief jonge leeftijd geslacht vanwege economische overwegingen. “Deze wreedheid kan de wereld uit geholpen worden als grote zuivelconcerns investeren in technologie die het dier overbodig maakt. FrieslandCampina is het zesde grootste zuivelconcern van de wereld, dus dit bedrijf kan een groot verschil maken.” vertelt Armanda Govers, directeur van Even Geen Vlees.
Naast het dierenleed is het klimaat een belangrijke drijfveer voor de activisten. Govers geeft aan dat uit het jaarverslag van FrieslandCampina blijkt dat haar melkveestapel 11,6 megaton CO2-equivalenten per jaar uitstoot. 2 Dat is 46 procent meer dan Nederlands grootste kolencentrale. “Voor dierlijke producten geldt net zo goed als voor fossiele energie dat de nadelen ervan onevenredig groot zijn. Tachtig procent van de mondiale landbouwgrond wordt gebruikt voor veevoer, terwijl dierlijke producten nog geen twintig procent van de geconsumeerde calorieën leveren. Je stopt dus meer voedsel in de dieren dan je eruit haalt. Dat is niet vol te houden, zeker niet met een groeiende wereldbevolking.” 3 licht Govers toe.
De actiegroep demonstreerde eerder al tegen de jaarlijks terugkerende parlementaire barbecue, waarvan zij stelt dat dit ook prima plantaardig kan. 4 Het tweede protest vond plaats bij het hoofdkantoor van Albert Heijn. De demonstranten benadrukten dat het VN-klimaatrapport over landgebruik ‘echt een AH-momentje’ was en ze riepen op om de ‘vleesbonussen’ te stoppen. 5
Stichting Even Geen Vlees wil met de acties de transitie van dierlijk naar plantaardig voedsel versnellen door invloedrijke partijen in beweging te brengen. Volgens de stichting is deze voedseltransitie voor het klimaat net zo belangrijk als de energietransitie.
——————————————————————————————————————
De actie vindt plaats van 08:00-09:00 op Stationsplein 4 in Amersfoort.
Als eerste van de drie gewesten, werden in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de jaarcijfers over proefdiergebruik voor 2018 bekend gemaakt. 1 Er werden voor het eerst sinds 2015 experimenten op apen uitgevoerd. 1 op 5 van de uitgevoerde dierproeven behoorde tot de categorie ‘ernstig ongerief’, wat 2 keer zo hoog ligt als bij het Europees gemiddelde. “Animal Rights vindt het proefdierenleed in België onaanvaardbaar. Maak gebruik van de al bestaande alternatieve methoden en investeer in de ontwikkeling en validatie van nieuwe proefdiervrije methoden”, aldus Jen Hochmuth, campagnecoördinator van Animal Rights.
In 2018 werden 82.016 dieren gebruikt voor experimentele doeleinden wat een lichte daling is ten opzichte van 7,88% van 89.048 proefdieren in 2017. Voor het tweede opeenvolgende jaar werden in Brussel minder proefdieren gebruikt. 2 In Vlaanderen en Wallonië is het nog wachten op de cijfers van 2018.
In het Brusselse Gewest nam gewezen staatssecretaris Bianca Debaets het initiatief om dierproeven voor veiligheidstesten en onderwijs volledig te verbieden tegen 2025.3 Ernaast was het ook de ambitie om het aantal dierproeven voor toegepast onderzoek tegen 2025 met 20% te verminderen in vergelijking met het aantal dierproeven in dat soort onderzoek in 2017.
Beide ambities schieten voorlopig ook tekort aangezien het aantal dierproeven voor toegepast onderzoek in 2018 met meer dan 6%, en het aantal dierproeven voor veiligheidstesten met bijna 8% gestegen is ten opzichte van 2017. “De vrijblijvendheid in het proefdierenbeleid stimuleert de onderzoekssector niet om dierproeven te vervangen door proefdiervrij onderzoek.”, aldus Jen Hochmuth, campagnecoördinator van Animal Rights.
De overgrote meerderheid van de proeven wordt nog steeds op muizen en ratten gedaan (99.05%). Ernaast werden in 2018 417 vogels, 268 landbouwdieren, 81 vissen, 12 amfibieën en 1 konijn gebruikt.
Opvallend is dat er 2 java-apen gebruikt zijn in experimenten. Het is geleden van 2015, dat er voor het laatst proeven op apen zijn uitgevoerd. Nochtans was het ook een doel van de Brusselse Regering om vanaf 2020 proeven op primaten, honden en katten te verbieden 4. Hochmuth: “Aan mooie beloftes hebben proefdieren helaas bitter weinig, als ze achteraf niet worden waargemaakt.”
Teken onze (https://www.animalrights.be/red-de-apen-uit-de-laboratoria) om de apen uit de laboratoria te redden.
De informatie over het ‘ongerief’ dat proefdieren ondergaan is zorgwekkend. 20,79 % van de uitgevoerde dierproeven behoorde tot de categorie ‘ernstig ongerief’, wat 2 keer zo hoog ligt als bij het Europees gemiddelde van 10%. 5 Ter vergelijking: volgens de recentste jaarstatistieken bedroeg het percentage ‘ernstig ongerief’ voor Duitsland 5% 6, voor het Verengd Koninkrijk 3,6 % 7 en voor Nederland 3,0%. 8
Animal Rights trok eerder al aan de bel toen uit de statistieken bleek dat het aantal dierproeven van de categorie [‘ernstig ongerief’ in heel België uitzonderlijk hoog](https://www.animalrights.be/ernstig-lijden-belgische-laboratoria) ligt. Volgens eigen cijfers lijden 1 op 3 proefdieren ernstig aan de KU Leuven.10
“1 op 5 dieren lijdt ernstig, wat betekent dat meer dan 17.000 dieren in Brussel onderworpen werden aan proeven die gepaard gaan met stress, angst en pijn van de hoogst mogelijke graad. Maar niet alleen in Brussel, ook in Vlaanderen en Wallonië lijden de proefdieren beduidend ernstiger dan in de rest van Europa. België is voorlopig de Europese topper op vlak van proefdierenleed, dit is ronduit schandalig.”, betreurt Hochmuth.
Tot nu toe blijven in België miljoenen overheidssubsidies naar dierproeven gaan, terwijl de ontwikkeling en validatie van alternatieven slechts met mondjesmaat gesteund wordt. Voorstellen om taksen te heffen op het gebruik van proefdieren, of om streefcijfers vast te leggen voor vermindering van proefdieren, werden tot nu toe van tafel geveegd 11.
Animal Rights wil dat de Belgische Gewesten naar voorbeeld van Nederland een [topprioriteit van de afbouw van dierproeven](https://www.animalrights.be/maak-van-afbouw-dierproeven-topprioriteit) maken. “De overheid moet adequate budgetten voor de ontwikkeling van alternatieven reserveren en een systematisch stappenplan voor de afbouw van dierproeven voorzien. Op deze wijze kan ons land daadwerkelijk bijdragen om het pad te effenen naar een dierproefvrije wereld.”, Aldus Hochmuth.
“Maak gebruik van de al bestaande alternatieve methoden en investeer in de ontwikkeling en validatie van nieuwe proefdiervrije methoden.”
“1 op 5 dieren lijdt ernstig, wat betekent dat meer dan 17.000 dieren in Brussel onderworpen werden aan proeven die gepaard gaan met stress, angst en pijn van de hoogst mogelijke graad.”
“De overheid moet adequate budgetten voor de ontwikkeling van alternatieven reserveren en een systematisch stappenplan voor de afbouw van dierproeven voorzien.”
Na de moord op wolvin Naya verstuurden Animal Rights, Landschap vzw (de vereniging achter Welkom Wolf),Vogelbescherming Vlaanderen en Natuurhulpcentrum Opglabbeek gezamenlijk een persbericht om een onmiddellijk moratorium te eisen op de jacht in wolvengebied. Ze manen Agentschap Natuur en Bos en kersvers minister van Omgeving, Zuhal Demir aan actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat August en toekomstige wolven veilig zijn en blijven.
Lees het persbericht hieronder.
Toen wolvin Naya begin januari 2018 het Vlaamse grondgebied binnenliep, was de Vlaamse overheid daar op geen enkele manier op voorbereid. Vlaanderen had op dat ogenblik zelfs geen aanzet tot een wolvenplan. In zeven haasten werd een Vlaams Wolvenplan klaargestoomd. Alle denkbare actoren werden rond de tafel gezet om het document snel goed te keuren, en om vervolgens werd op het terrein business as usual te bedrijven.
In hartje wolvengebied werden massale drukjachten op everzwijnen georganiseerd alsof er nooit iets veranderd was. Jagers bleven genieten van alle privileges zoals het bezetten van hoogzitten en het betreden van het terrein met terreinwagens. Dat alles ook – en vooral zelfs – in de schemering, als de wolven het meest actief zijn. Jaarrond bleef het wolventerritorium één groot schietkraam zonder noemenswaardig toezicht.
In al zijn naïviteit vertrouwde het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de zorg voor de wolven mee toe aan de actoren op het terrein die het grootst in aantal waren: de plaatselijke jagers . Een noodgreep, want met slechts een handvol natuurinspecteurs voor heel Limburg was het al op voorhand zonneklaar dat het ANB niet zelf de bewaking op het terrein niet alleen zou kunnen garanderen.
Een deel van de Vlaamse jagers maakte er nochtans vanaf dag één geen geheim van dat ze de wolf liever kwijt dan rijk was en deed er alles aan om te suggereren dat de wolven waren ‘uitgezet’. Ondanks wetenschappelijk bewijs dat de Vlaamse wolven Naya, Roger en August zwervers zijn die via Nederland uit Duitsland zijn gekomen, blijven tal van jagers tot op vandaag op sociale media verklaren dat de wolven zijn uitgezet.
Het Agentschap voor Natuur en Bos nam een risico door de jagerij mee verantwoordelijkheid te geven in het opvolgen van de wolven. Die aanpak heeft dramatische gevolgen gehad: de Vlaamse overheid, verantwoordelijk voor de duurzame instandhouding van de soort op haar grondgebied, gaat compleet de mist in. Dat is het gevolg van de houding van de top van ANB die liever jagers faciliteert dan haar eigen boswachters en natuurinspecteurs de middelen te geven die nodig zijn om die duurzame staat van instandhouding af te dwingen. Zeker bij de Natuurinspectie is het personeelstekort hemeltergend. Schuldig verzuim is de enige gepaste term hiervoor.
Daarom eisen Landschap vzw, Vogelbescherming Vlaanderen, Natuurhulpcentrum Opglabbeek en Animal Rights nu een onmiddellijk moratorium op de jacht in wolvengebied om erger te voorkomen. Wolf August is immers nog in het wolventerritorium aanwezig en loopt elke dag het risico om hetzelfde lot te ondergaan als Naya. Bij ongewijzigd beleid is het slechts een kwestie van dagen voor de Vlaamse overheid ook haar laatste levende wolf in Noord-Limburg verliest. Alleen met een totaalverbod op jacht in het hele wolventerritorium is er enige kans op een ‘doorstart’ van de prille wolvenpopulatie in Vlaanderen.
Tegelijk pleiten Landschap vzw, Vogelbescherming Vlaanderen, Natuurhulpcentrum Opglabbeek en Animal Rights voor een onmiddellijke versterking van de Natuurinspectie in het wolvengebied. In het bijzonder moet de Natuurinspectie in Limburg drastisch versterkt worden om de pakkans van malafide figuren flink de hoogte in te jagen. Nu het steeds waarschijnlijker wordt dat wolven zich in de komende jaren ook in andere delen van Limburg gaan vestigen, zal alleen al deze soort voor extra werk zorgen. Het kan niet de bedoeling zijn dat ondertussen andere dossiers niet worden opgevolgd. Ook in delen van de Antwerpse Kempen en Vlaams-Brabant kan men maar beter nu al die versterking voorbereiden.
Verder mag het Agentschap voor Natuur en Bos ook eens nadenken over de vraag of het nog wenselijk is om het grote publiek de toegang te verbieden tot zogenaamde ‘rustgebieden’ om die dan vervolgens wél open te stellen voor cowboys met jeeps en jachtwapens. Wij eisen niet minder dan dat ‘rustgebieden’ ook effectief rustgebieden zijn. Jagers horen daar dus niet thuis.
Landschap vzw, Vogelbescherming Vlaanderen, Natuurhulpcentrum Opglabbeek en Animal Rights gaan ten gepasten tijde aankloppen bij de nieuwe Vlaamse minister voor Omgeving, Energie, Toerisme en Justitie, Zuhal Demir. Zij is niet bezwaard door het verleden of door banden met belangengroepen, en bovendien is zij afkomstig uit Limburgs wolvengebied. Als beleidsverantwoordelijke is het nu aan haar om het Agentschap voor Natuur en Bos te wapenen. Een Europees zeldzaam icoon verdient de beste bescherming, geen business as usual.
In 2016 is er besloten om de populatie damherten in de Noord-Hollandse duinen drastisch omlaag te brengen. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zouden er rond de 3000 dieren moeten worden doodgeschoten en in Nationaal Park Zuid-Kennemerland rond de 1800.1 Vorig jaar verschenen de eerste berichten: er moeten duizenden damherten meer dood.2 De dieren planten zich namelijk voort: een natuurlijk gegeven waar vooraf voor werd gewaarschuwd.
Zaterdagmiddag organiseert Animal Rights [een mars](https://www.animalrights.nl/mars-red-de-damherten) door de straten van Zandvoort, tegen het afschot van de herten in de duinen. Jessica Smit, campagneleider Animal Rights: “Het doden van duizenden dieren kan je niet wegzetten als natuurbeheer. Dit is niets anders dan een enorme slachting met maar één verliezer: levende, voelende wezens.”
[Kom ook naar de mars!](https://www.animalrights.nl/mars-red-de-damherten) Klik [hier](https://www.facebook.com/events/716192808818317/) voor het evenement op Facebook.
In het plan dat door de provincie Noord-Holland is goedgekeurd staat te lezen dat de damherten een grote bedreiging vormen voor de natuurwaarden en biodiversiteit in het gebied, dat ze zorgen voor ernstige problemen met de verkeersveiligheid en schade veroorzaken aan gewassen, begraafplaatsen en tuinen. Er wordt met klem gesproken over schade en overlast, alsof we niet te maken hebben met levende, voelende wezens, met elk hun eigen belangen.
Jessica Smit: “Onze overheid verzaakt keer op keer om diervriendelijke, effectieve en duurzame oplossingen te zoeken als het gaat om vermeende conflicten tussen mensen en in het wild levende dieren.”
Sinds het besluit tot afschot werd genomen, is de populatie damherten niet of amper afgenomen. In de winter van 2016/2017 zijn er 1.329 damherten geschoten. In de winter van 2017/2018 zijn er 1.440 dieren geschoten.3 De cijfers van 2018/2019 zijn nog niet bekend, evenals de cijfers van de voorjaarstelling van eerder dit jaar. Hoe het er op dit moment voor staat weten we dus niet.
In maart 2018 waren er in totaal 2.769 dieren doodgeschoten en de populatie damherten lag bij de voorjaarstelling in 2018 nog steeds rond de 3000 dieren.4 Ondanks het feit dat er al duizenden dieren zijn doodgeschoten, neemt de populatie amper af. Volgens de voorgestelde aanpak had het aantal in 2018 op 1.479 dieren moeten liggen.5
Jessica Smit, campagneleider Animal Rights: “Alleen deze cijfers zouden al voldoende moeten zijn om te concluderen dat afschot niet de juiste aanpak is. Er moeten veel meer dieren worden doodgeschoten dan aanvankelijk werd voorgesteld. Waarom worden de plannen van de provincie niet bijgesteld?”
De damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen worden vaak afgeschilderd als de grootste vijand van de biodiversiteit. Het verlies aan biodiversiteit is in Nederland groter dan in Europa en de rest van de wereld. Van de oorspronkelijke biodiversiteit in Nederland is nog slechts 15% over, dat is niet de schuld van de damherten in de Waterleidingduinen, maar komt door de toename van landbouw en verstedelijking, zowel door verlies aan oppervlakte als door milieudruk en versnippering van gebieden. Maar liefst 70% van het Nederlands landoppervlak heeft een agrarische bestemming.6
Met de flora in het gebied gaat het al jaren niet goed. Er worden verschillende herstelwerkzaamheden uitgevoerd, omdat de kwaliteit van het gebied achteruit gaat door verzuring en vermesting ten gevolge van luchtverontreiniging.7 Alweer, niet de schuld van de damherten, maar van menselijk handelen. Damherten doodschieten, omdat zij de biodiversiteit bedreigen, is dan ook een dwaze gedachte en vreemde conclusie.
Door de begrazing van damherten veranderd het gebied, dat klopt, maar dat hoeft geen achteruitgang te betekenen. Zo wordt de uiterst zeldzame vlinder, de Keizersmantel, in het Nationaal Park Zuid Kennemerland amper waargenomen, net als in de rest van Nederland.
Terwijl de vlinder in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar de begrazingsdruk hoger is, juist is toegenomen.8
Zelfs als het doodschieten van damherten zou bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit dan is deze handeling fundamenteel fout. Een dier doden, om de soort of natuur te beschermen, gaat uit van een instrumentele kijk op dieren en een menscentrale visie. Ieder voelend wezen is een individu met waarde van zichzelf, onafhankelijk van zijn of haar nut voor anderen.
Waar dieren leven en wegen liggen, bestaat de mogelijkheid op ongelukken. Indien dit het geval is, moet er een oplossing worden gezocht die voor alle partijen aanvaardbaar is. Uit het plan van de provincies wordt duidelijk dat de meeste aanrijdingen plaatsvinden op de plekken waar geen hekken staan. De hekken die inmiddels geplaatst zijn, zorgen dus voor een reductie in het aantal aanrijdingen. Hekken geven, mits goed geplaatst, op langere termijn een reductie van 87% in aanrijdingen. Zeer intensief afschot slechts een reductie van 50%.9
In het besluit van de provincie staat te lezen: “Alleen op de plaatsen waar de AWD niet is afgerasterd (zoals bij het strand in Zandvoort) komen damherten nog met regelmaat het gebied uit en vonden als gevolg hiervan aanrijdingen plaats.” Landbouw komt in het gebied voornamelijk voor rondom de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ook hier is wegens de geplaatste hekken niet of nauwelijks meer sprake van schade.
De geschoten dieren worden ter plaatse in de duinen ontweid: de ingewanden worden uit de lichamen gehaald. Het vlees gaat naar een wildgroothandel in Amsterdam. Zij verwerken dit vlees en leveren aan restaurants en poeliers. Zo’n 20% van het damhertenvlees gaat naar de voedselbank.10 Telkens weer worden voedselbanken door de overheid gebruikt om het onnodig doden van dieren [maatschappelijk aanvaardbaarder](https://www.animalrights.nl/dertien-dierenrechtenorganisaties-sturen-brief-naar-voedselbank) te maken.
Veel natuurgebieden in Nederland zijn versnipperd doordat kanalen, spoorwegen en autowegen er dwars doorheen zijn aangelegd. Dat betekent dat veel dieren vastzitten in een onnatuurlijk klein leefgebied. Bij conflicten, tussen mensen en dieren die in het wild leven, is er amper tolerantie voor deze dieren. De mens wordt neergezet als alleenheerser en menselijke belangen worden altijd zwaarder gewogen dan de belangen van dieren. Animal Rights wil dat belangen van álle dieren worden meegenomen bij beleidvorming en dat de massaslachting van de herten in de duinen stopt.
De Partij voor de Dieren heeft opgeroepen tot een jachtstop. Lees de vragen [hier](https://noordholland.partijvoordedieren.nl/vragen/meer-damherten-in-amsterdamse-waterleidingduinen-na-massaal-afschot).
Onze overheid verzaakt keer op keer om diervriendelijke, effectieve en duurzame oplossingen te zoeken als het gaat om vermeende conflicten tussen mensen en in het wild levende dieren.
Er moeten veel meer dieren worden doodgeschoten dan aanvankelijk werd voorgesteld. Waarom worden de plannen van de provincie niet bijgesteld?
Afgelopen zaterdag filmde Animal Rights onvoorstelbaar lijden bij de jacht rondom de Lek in Utrecht. Meerdere dieren werden zwaargewond aan hun lot overgelaten. Op de beelden is te zien hoe een aangeschoten gans met een lamme vleugel aan de jagers probeert te ontkomen: ondertussen wordt er onverschillig op andere overvliegende dieren geschoten.
Jessica Smit, campagneleider Animal Rights: “Hoe iemand zo harteloos met het lijden van levende, voelende wezens om kan gaan is voor ons een raadsel. Wij willen dat deze jager zijn jachtvergunning wordt ingetrokken en hebben een handhavingsverzoek ingediend bij de bevoegde instantie. Er wordt jagers in Nederland geen strobreed in de weg gelegd, dat moet afgelopen zijn.”
Op de filmbeelden is te zien hoe een jachtpartij er aan toe gaat. Dieren die geraakt worden vallen hard naar beneden. Niet elk schot is meteen raak: meerdere gewonde ganzen worden aan hun lot overgelaten. Zodra de dieren dood zijn, worden ze uitgestald in het veld, om hun overvliegende soortgenoten naar de kogels van de jagers te lokken.
Volgens de gedragscode van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging moet een jager alle middelen aanwenden om dieren niet onnodig te laten lijden.1 Uit deze en andere beelden van Animal Rights blijkt dat in de praktijk [aangeschoten dieren vaak nog leven en minutenlang in doodsstrijd verkeren](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht/onderzoek-naar-de-jacht): zij fladderen met hun vleugels en proberen wanhopig te ontkomen.
Jessica Smit: “Met deze beelden tonen wij [opnieuw aan](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht/onderzoek-naar-de-jacht) dat jagers het niet zo nauw nemen met hun eigen gedragscode. De ganzenjacht zorgt voor stress, angst, pijn en bij een slecht geplaatst schot: een langdurige doodsstrijd. Het is een beschaafde samenleving onwaardig om zo met levende wezens om te gaan.”
Het willekeurig afschieten van ganzen uit een groep zorgt voor stress, angst en verstoring van de harmonie binnen de groep. Vanwege zijn lichaamsbouw en gedrag is de gans een moeilijke diersoort om te bejagen. Ganzen zijn grote vogels en dit maakt het inschatten van hoogte en snelheid lastig. Niet elk schot is raak. Zo’n 25 tot 40% van de ganzen in Nederland vliegt rond met hagel in het lijf.2
Volgens onderzoeker Berend Voslamber is een schot hagel extreem stressvol en pijnlijk. Zo worden ze bijvoorbeeld geraakt in hun vleugel en kunnen niet meer verder vliegen. Gewonde ganzen kunnen een langzame en pijnlijke dood sterven.
[De gans](https://www.animalrights.nl/ganzen-nederland) is het meest doodgeschoten dier van Nederland. De afgelopen jaren zijn de populaties ganzen in Nederland en West-Europa flink gegroeid. Deze groei is veroorzaakt door menselijk handelen, namelijk [de groei en intensivering van de veehouderij](https://www.animalrights.nl/ganzen-nederland) in Nederland en daarbuiten. Zolang er voldoende voedsel en geschikte broedplekken aanwezig zijn, en het broedsucces in Noord- en Oost-Europa en de Arctische toendra’s door afschot toeneemt, zal jacht niet helpen. Voor de overgebleven ganzen zijn meer hulpbronnen beschikbaar en de door natuur ingegeven drang naar overleving en reproductie zal blijven stijgen.3
Jessica Smit: “Het ganzenbeheer in Nederland is een wassen neus. Het heeft geen enkele zin om dieren in Nederland af te schieten, als zij vervolgens met meer jongen uit de poolgebieden terug komen. Ganzenjacht lijkt vooral een excuus om de bloeddorst van de jagers te lessen. Het massaal afschieten van honderdduizenden dieren is een grote gruwelijkheid die meteen verboden moet worden.”
Animal Rights pleit voor een [diervriendelijke en duurzame visie op de inrichting van ons landschap](https://www.animalrights.nl/ganzen-nederland), waarin de belangen en het recht op leven van elk dier wordt meegenomen.