Toonaangevende internationale wetenschappers stellen in een gezamenlijk rapport dat gevarieerd plantaardig eten gunstig is voor de gezondheid in alle levensfasen. Zij hadden zich verenigd nadat de Académie Royale de Médecine de Belgique (ARMB) in mei 2019 liet weten een plantaardig voedingspatroon af te raden voor zwangere vrouwen, kinderen en adolescenten. De meer dan 100 wetenschappers zijn unaniem: het advies van de ARMB is ongegrond en berust op verkeerde informatie.
Nadat de ARMB waarschuwde voor een plantaardig voedingspatroon, besloten Belgische wetenschappers zich te verenigen om gezamenlijk een reactie te geven. Onder hen artsen, chirurgen, diëtisten en onderzoekers. Woordvoerders dr. Lamprini Risos en dr. Catherine Devillers: “Wij hebben dit collectief opgericht met als doel ervoor te zorgen dat correcte wetenschappelijke informatie wordt verspreid. De ARMB verwerpt de officiële standpunten van internationale wetenschappelijke verenigingen die optreden als autoriteiten op het gebied van voeding.”
Het collectief analyseerde de voor het advies gebruikte bronnen en kwam tot de conclusie dat geen van de genoemde bronnen een volledig plantaardig voedingspatroon ontraadt. Het collectief: “Volgens de meest recente wetenschappelijke publicaties heeft geen enkel onderzoek naar veganisme gezondheidsrisico’s of misvormingen bij pasgeborenen kunnen aantonen. Ze wijzen zelfs op enkele voordelen: minder gewichtstoename bij de moeder tijdens de zwangerschap, minder risico op zwangerschapsvergiftiging en vroeggeboorte.”1
Het collectief wijst op meer voordelen van plantaardig eten, aangetoond door verschillende studies. Wie plantaardig eet, heeft minder risico op hart- en vaatziekten en kanker, de belangrijkste doodsoorzaken wereldwijd. Bovendien hebben veganisten minder overgewicht, een betere bloeddruk, minder slechte cholesterol en minder diabetes.
Ook wat betreft kinderen, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, zijn er heel wat aanbevelingen gepubliceerd, aldus de wetenschappers, die perfect worden samengevat door de American Academy of Nutrition and Dietetics (AND), een organisatie met 67.000 toonaangevende professionals op het gebied van voeding. Zij stellen: “Goed beheerde vegetarische (inclusief veganistische) voedingspatronen zijn geschikt en aangepast aan alle levensfasen, zeker ook voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, zuigelingen, kinderen, adolescenten en sporters.”
Internationale wetenschappers onderschrijven de stellingname van het collectief. Meer dan 100 artsen en gezondheidsmedewerkers ondertekenden hun rapport.2
In juni van dit jaar toonde Animal Rights aan dat varkens die door inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) goedgekeurd werden voor transport bij aankomst in België niet-transportwaardig werden bevonden door de inspecteurs van het Federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV).
Animal Rights’ onderzoek
Over een transport vanuit het Noord-Brabantse Reusel naar het Vlaamse slachthuis Porc Meat in Zele, rapporteerde een FAVV-inspecteur: “Meer dan 20% kreupele varkens, niet transportwaardig om op een diervriendelijke manier intracommunautair vervoerd te worden. Varkens met allerhande pathologie die niet uitgroeien tot volwaardig mestvarken. Dieren met poly-artritis, femur fractuur mank, staartnecroseletsels, opgezette boeggewrichten, navel- en inguinale hernias en 1 fokzeug met prolaps ani door kreupelheid.”
De NVWA-dierenarts had voor vertrek genoteerd: “Op het ogenblik van inspectie waren de dieren waarop dit gezondheidscertificaat betrekking heeft, geschikt om voor de op 04/05/2017 geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad.”
Extern onderzoek NVWA
Animal Rights verkreeg deze gegevens uit een informatieverzoek onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het onderzoek en de eraan gekoppelde RTL Nieuws uitzending leidden ertoe dat “export van wrak vee naar met name België en Duitsland” als onderzoekspunt werd toegevoegd aan het onderzoek naar “het slecht functioneren van enkele middelgrote slachthuizen in Noord-Nederland” en “het schenden van regelgeving rondom dierenwelzijn, het slachten van zieke dieren en fraude,” dat al liep naar de “toezichtsketen” van de NVWA. Het ging daarbij onder andere om “het transporteren van niet-transportwaardige runderen (wrak vee) naar KMG-slachterijen in Noord-Nederland” en “het toedienen van maskerende middelen (niet toegestane humane pijnstilling) aan niet- transportwaardig runderen”.
2Solve rapport
Het onderzoek werd uitgevoerd door 2Solve Investigations en is nu verschenen. 1 De conclusie is vernietigend voor de NVWA, maar eigenlijk al lang bekend: “De doelstelling om dierenwelzijn te verbeteren en om misstanden te voorkomen, wordt niet behaald.”
Het toezicht van (NVWA) op slachthuizen in Noord-Nederland functioneert slecht. Dierenartsen treden niet op tegen misstanden, gaan te innig om met eigenaren van slachthuizen en de leiding treedt daar niet tegen op.
Niet uniform handhaven
Een groot probleem is dat er “niet op de gewenste uniforme wijze” gehandhaafd wordt: “Bij toezichthoudend dierenartsen bestaan er aanzienlijke interpretatieverschillen over de transportwaardigheid en slachtwaardigheid van aangevoerde runderen.” Het rapport deelt inspecteurs op in ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’.
Door meerdere geïnterviewden is gesteld dat de handhavingsattitude van verschillende toezichthoudend dierenartsen onvoldoende is. Er zijn toezichthoudend dierenartsen die nooit of nagenoeg nooit een Rapport van Bevindingen hebben opgemaakt. Het rapport zegt bijvoorbeeld: “Het ontbreekt een aantal toezichthoudend dierenartsen aan de wil en de vaardigheden om een RvB op te maken.”
Op gelijksoortige constateringen wordt verschillend geïntervenieerd: “Waar de ene toezichthoudend dierenarts bijvoorbeeld een Rapport van Bevindingen (RvB) opmaakt voor een bestuurlijke boete, volstaat de andere met het geven van een mondelinge waarschuwing of laat het voor wat het is.” We zagen recentelijk nog in de inspectierapporten die betrekking hadden op het eendenslachthuis Tomassen Duck-To dat de mishandeling van eenden zelden of nooit leiden tot RvB, laat staan boetes.
“Door het tekortschieten in de uitvoering van het handhavingsbeleid en het hieraan verbonden niet of in onvoldoende mate sanctioneren, kan het transporteren van (in voorkomende gevallen) niet-transportwaardige runderen naar slachthuizen nog steeds plaatsvinden …”
“Indien een toezichthoudend dierenarts het interventiebeleid niet op de voorgeschreven wijze toepast, heeft dit naar alle waarschijnlijkheid gevolgen voor het dierenwelzijn.”
Geen roulatie
Een roulatiesysteem dat toezichthoudend dierenartsen willekeurig op verschillende locaties zou inzetten “om te hechte relaties tussen toezichthoudend dierenartsen en exploitanten van slachthuizen […] en Export Verzamel Centra (EVC’s) te voorkomen,” werd niet ingevoerd.
“Dit heeft tot gevolg dat een aantal toezichthoudend dierenartsen, vanwege een inmiddels jarenlange relatie en verbondenheid met een exploitant, in de uitvoering van hun werkzaamheden meer oog heeft voor het economisch belang van de exploitant dan voor het strikt en uniform hanteren van het interventiebeleid.”
In het voorbeeld hierboven van het transport van kreupele varkens, keurde tot twee keer toe een NVWA-dierenarts met een eigen praktijk in Reusel transporten van een Reuselse vee- en varkenshandel met “dieren in algemene slechte conditie” goed voor transport naar Belgische slachthuizen.
Geen handhaving
Absurd genoeg leidt geconstateerde en gemelde niet-transportwaardigheid van vee bij de aankomstlocatie in het buitenland, sinds begin 2016 niet meer tot een Rapport van Bevindingen (RvB) voor de EVC of het betrokken primaire bedrijf/de betrokken transporteur in Nederland:
“Vanwege capaciteitsgebrek bij de NVWA en (in het verleden) onvolledige meldingen van ontvangende slachterijen uit België en Duitsland, vindt er geen of onvoldoende coördinatie en analyse plaats op deze meldingen.”
Hiernaar is verder onderzoek gedaan. Op basis van gegevens uit de administratie van het Team Bestuurlijke Maatregelen (TBM) wordt opgemerkt dat er in de periode 2015 tot heden vier boetezaken bij het TBM in behandeling zijn geweest die betrekking hadden op meldingen uit de lidstaten ten aanzien van niet-transportwaardigheid van dieren die in Nederland waren gecertificeerd.
Uit het onderzoek blijkt dat varkenshandelaren de verantwoordelijkheid afschuiven op de NVWA-dierenarts: “De chauffeur is afgegaan op de beoordeling van de dieren door de certificerend dierenarts van de NVWA. Deze dierenarts heeft verklaard dat de dieren geschikt waren voor transport. Van de chauffeur kan en mag niet worden verwacht dat hij zich bemoeit met de beoordeling van deze dierenarts. Daarom valt Varkenshandel X geen verwijt te maken.”
Op basis van bevindingen tijdens dit onderzoek kan worden gesteld dat geen van de meldingen over de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019 uit België en Duitsland heeft geleid tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel (of een strafrechtelijke maatregel) tegen de betrokken transporteurs of houders van dieren.
Onveilig
Een aantal toezichthoudend dierenartsen voelt zich in de slachthuizen onveilig bij de uitvoering van hun werkzaamheden. De NVWA werkt met een lijst ‘negatieve locaties medewerkers’ over op welke locaties bepaalde dierenartsen geen keuringsactiviteiten meer willen uitvoeren omdat zij op die locaties ‘geen veilige werkomgeving ervaren’.
Niet serieus genomen
Ook heeft een beperkt aantal van de geïnterviewden verklaard dat medewerkers zich niet vrij voelen om vermoedens van misstanden (intern binnen de NVWA of extern met name op het gebied van dierenwelzijn) te melden. Bij meldingen aan leidinggevenden of het ter sprake brengen binnen het team, voelt men zich vaak niet gehoord of niet serieus genomen.
Lekken
In een aantal gevallen is informatie over de planningsgegevens, over welke toezichthoudend dierenarts waar wordt ingedeeld, gedeeld met exploitanten. Met betrekking tot één exploitant werd vastgesteld dat hij een adviseur (gepensioneerd toezichthoudend dierenarts van de NVWA) inhuurde om de AM-keuring van een ingeplande toezichthoudend dierenarts, die hij te streng vond keuren, te laten beoordelen. De exploitant wist dus dat de betreffende toezichthoudend dierenarts op dat moment aanwezig zou zijn.
Het rapport zegt: “Gesteld wordt dat exploitanten de aanvoer van runderen waarvan de transportwaardigheid eventueel discutabel is, laten afhangen van de dienstdoende toezichthoudend dierenarts.”
Omslachtige administratie
Het administratief proces voor rapporteren en opvolging is omslachtig volgens het rapport. In het onderzoek is gebleken dat er geen centrale registratie is van misstanden op het gebied van dierenwelzijn. Omdat er geen centrale registratie is, is het adequaat analyseren van in diverse systemen vastgelegde gegevens niet mogelijk en kan geen of in ieder geval onvoldoende inzicht worden verkregen op het gebied van ‘eigenaarschap’ van een gemelde misstand en op de prioritering van de aanpak.
Tekortkomingen
De geconstateerde ‘tekortkomingen’ komen voor rekening van zowel individuele dierenartsen als de NVWA:
“Het door toezichthoudend dierenartsen niet of nauwelijks handhaven, geen Rapporten van Bevindingen opmaken (of niet in staat zijn deze op te maken) zijn tekortkomingen die zijn toe te schrijven aan het individueel handelen of het nalaten hiervan.”
“De capaciteitsproblemen waardoor de kwaliteit van uitvoering van de AM-keuringen, PM- keuringen en exportkeuringen onder druk is komen te staan, is een tekortkoming die toe te schrijven is aan de NVWA.”
Animal Rights
Animal Rights heeft er geen vertrouwen in dat het verantwoordelijke ministerie deze problemen kan oplossen. Animal Rights ziet het falen van de NVWA als een logisch en onvermijdelijk uitvloeisel van het volstrekt immorele systeem van de vee-industrie.
Het falen van de NVWA op het vlak van dierenwelzijn is net als bijvoorbeeld de epidemie aan staldrama’s onlosmakelijk verbonden met het industrieel ‘verwerken’ van levende, voelende wezens tot producten voor menselijk gebruik.
We vragen dan ook om een snelle opheffing van dit systeem van dierengebruik en een transitie naar plantaardige voeding.
De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst heeft op elf plekken in Nederland invallen gedaan bij negen nertsenfokkers en hun financiële adviseurs. Zij worden verdacht van deelname aan een criminele organisatie, belastingfraude en witwassen van 50 miljoen euro. Robert Molenaar van Animal Rights: “Sluit NU de bontfokkerijen van deze criminele nertsenboeren. Laat ze niet tot 2024 nertsen fokken.”
De opbrengsten van nertsenvellen op buitenlandse veilingen werden op Luxemburgse bankrekeningen gezet om zo uit het zicht te blijven van de autoriteiten. “Wij zien dat er constructies zijn waarmee geld wordt weggesluisd. Ons onderzoek richt zich op de facilitators, dus de mensen die de constructie mogelijk maken. De Belastingdienst richt zich op de nertsenfokkers,” aldus Volgens FIOD-voorlichter Wietske Visser in het Algemeen Dagblad.
Volgens Animal Rights is het nog onduidelijk welke nertsenfokkers onderdeel zijn van de criminele organisatie. Wat wel duidelijk is dat deze malafide bontfokkers gezamenlijk honderdduizenden nertsen fokken per jaar.
Molenaar: “We volgen deze zaak op de voet. Zoals we de gehele bontsector in de gaten houden totdat ze allemaal gesloten zijn.”
Sluit NU de bontfokkerijen van deze criminele nertsenboeren.
Wist je dat het volgens de Europese wetgeving verboden is om een dierproef uit te voeren zodra een geaccepteerd proefdiervrij alternatief bestaat?1 Animal Rights toxicoloog en campagnecoördinator Jen Hochmuth was verbijsterd toen ze op de jaarlijkse Eurotox-congres ontdekte dat weinig wetenschappers hiervan op de hoogte zijn.
Op de internationale Eurotox-congres5 gaf Jen Hochmuth een presentatie over de wetenschappelijke voordelen van de alternatieve test op basis van menselijke bloedcellen. Ze vestigde de aandacht op de wettelijke verplichting om een alternatief de gebruiken zodra deze beschikbaar is. Hochmuth: “Deze humane test is een buitengewone kans om de volksgezondheid te beschermen en om een einde te maken aan het lijden van konijnen en degenkrabben.”
Om de veiligheid van parenterale (niet via de mond toegediende) geneesmiddelen te waarborgen is er per productiebatch een strikte controle nodig om pyrogene stoffen te signaleren die koorts bij de mens kunnen veroorzaken. Het woord “pyrogeen” komt uit het Grieks en betekend letterlijk “koorts veroorzakend”. Besmetting met koorts veroorzakende stoffen kan een reeks symptomen veroorzaken van ontsteking, shock, orgaanfalen tot de dood.
De standaardprocedure om koorts veroorzakende stoffen op te sporen is een pyrogeen-test waarbij de teststof in konijnen geïnjecteerd wordt en om het half uur de lichaamstemperatuur geregistreerd wordt met een anale thermometer. Een significante stijging van de lichaamstemperatuur wijst op de aanwezigheid van gevaarlijke pyrogenen en zorgt voor de afkeuring van de productiebatch. Omdat het afweersysteem van een konijn verschillend is zijn geeft de test vaak een verkeerd resultaat. De test kan ook niet worden gebruikt voor belangrijke nieuwe therapieën zoals celproducten of soort-specifieke stoffen.
En andere dierproef maakt gebruik van de stolling van bloed van een geleedpotige, de degenkrab. Het is dan ook niet verbazend dat de resultaten nog minder van toepassing zijn voor de mens dan die van het konijn. In principe worden degenkrabben na de bloedafname terug vrijgelaten maar een derde van de krabben overleeft de proef niet. De degenkrab is een levend fossiel, dat in zijn 450 miljoen jaar bestaan alle vijf massa-extincties op aarde overleefd heeft.2 Door de klimaatverandering en door het aftappen van hun bloed voor proeven is deze diersoort ondertussen ernstig bedreigd.
Er bestaat misschien geen beter alternatief zou je denken? Er bestaat zelfs al meer dan 20 jaar een proefdiervrije methode die gebaseerd is op de reactie van menselijke bloedcellen (vooral monocyten) waaruit bij besmetting met koorts veroorzakende stoffen ontstekingsfactoren vrijkomen. Wetenschappelijk gezien weten we dat deze op mensen gebaseerde methode veel beter is en niet de beperkingen heeft van de dierproeven.
Volgens de Europese wetgeving (Richtlijn 2010/63/EU6) is het een verplichting om over te schakelen naar het alternatief als een dierproef kan worden vervangen door een geaccepteerde proefdiervrije methode. Sinds de officiële aanvaarding van de alternatieve test in 20033 nam het jaarlijkse aantal konijnen echter niet af, maar steeg het met ongeveer 100.000 tot 170.000 in de EU4.
Over de hele wereld sterven jaarlijks 400 000 konijnen voor deze zinloze dierproef4. Hochmuth: “Het is schrijnend dat er proefdiervrije manieren bestaan die relevant en veilig voor de mens zijn, maar dat er ondertussen nog steeds akelige en onnodige dierproeven worden uitgevoerd.”
“Het is schrijnend dat er proefdiervrije manieren bestaan die relevant en veilig voor de mens zijn, maar dat er ondertussen nog steeds akelige en onnodige dierproeven worden uitgevoerd.”
“Deze humane test is een buitengewone kans om de volksgezondheid te beschermen en om een einde te maken aan het lijden van konijnen en degenkrabben.”
Op 21 augustus [berichtte Animal Rights](https://www.animalrights.nl/liet-ruiseleedse-boer-zijn-varkens-creperen-beerput) over twaalf varkens die op de maandagavond ervoor door de vloer van een varkensstal in Ruiselede waren gezakt. Het Laatste Nieuws meldde dat de ‘landbouwer’ de hulp ingeroepen had van de brandweerzone Midwest “om de dieren uit hun hachelijke positie te halen, maar weigerde de beerput leeg te halen – een voorwaarde van de brandweer om aan het karwei te beginnen. De opgeroepen brandweermannen keerden dan maar onverrichter zake terug.”1
Animal Rights nam telefonisch contact op met de brandweer Midwest en zij bevestigden dat de dieren werden achtergelaten in de beerput omdat de boer weigerde om de beerput leeg te halen. Zonder het leeghalen van de beerput kon de reddingsactie niet doorgaan.
Een dergelijke gang van zake is voor Animal Rights onverteerbaar. Animal Rights diende een klacht in bij de dienst Dierenwelzijn wegens dierenmishandeling en bewuste nalatigheid in een levensbedreigende situatie. “Dit is het ware gezicht van de veeteelt: Er is geen greintje compassie voor de dieren. Zelfs niet als ze dreigen te verdrinken in hun eigen mest”, reageerde Animal Rights campagnecoördinator Els Van Campenhout.
Per e-mail vroegen we om opheldering bij de gemeente Ruiselede:
“Wij horen graag van u of de dieren nog in leven zijn en welke actie zal ondernomen worden om de dieren uit de beerput te halen.”
Eerste schepen van Ruiselede Marc De Muynck antwoordde:
“Na contact met de landbouwer blijkt dat de put toch grotendeels werd leeggemaakt, dat de dieren er werden uitgehaald en dat, niettegenstaande, een aantal varkens het ongeval jammer genoeg niet hebben overleefd.”
Tegelijkertijd schreef Animal Rights aan Minister van Dierenwelzijn Ben Weyts met onder andere de volgende vragen:
-Hoe is het kunnen gebeuren dat de dieren achtergelaten werden en de brandweer geen evacuatie kon uitvoeren?
-Heeft de Dienst Dierenwelzijn een zicht op hoeveel gelijkaardige ongevallen er in het verleden al gebeurd zijn en werd daar telkens al het nodige gedaan om de dieren te redden?
-Welke stappen zullen er in de toekomst ondernomen worden zodat landbouwdieren niet aan hun lot worden overgelaten wanneer stalvloeren het begeven?
-Kunnen boeren gedwongen worden om hun beerput leeg te halen zodat de reddingsactie kan doorgaan?
Het Ministerie van van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Buitenlands Beleid, Onroerend Erfgoed en Dierenwelzijn antwoordde uit naam van Minister Weyts, maar ging niet op onze verdere vragen in:
“We hebben de nodige informatie verzameld om de juiste toedracht te achterhalen. Hieruit blijkt dat de dieren reeds dood waren bij aankomst van brandweer en politie. Dat is ook de reden waarom de mestkelder niet werd leeggepompt.
Wanneer de dieren wel nog in leven zijn, onderneemt de brandweer altijd alle mogelijke acties om de dieren te redden. Zij zijn hiervoor opgeleid. Indien nodig wordt in dergelijk geval inderdaad de mestkelder leeggepompt.”
In Het Nieuwsblad van 23 augustus wordt het verhaal weer iets anders verteld. Het gaat dan om 14 varkens. De brandweer zegt tegen de krant:
“De beerput van zo’n twee meter diep was grotendeels gevuld met mest, we konden er dus niet in staan. Bovendien is die put niet opgedeeld in compartimenten. Het gaat om één grote put die onder twee stallen doorloopt. Aangezien de varkens zich al onder de vloer hadden verspreid, was het een beetje zoals vissen in een grote vijver.”
Het verhaal is nu dat de beerput niet tijdig leeggepompt kon worden: “Aangezien het om een gigantische hoeveelheid mest ging, zou dat uren of zelfs dagen duren. De dieren zouden tegen dan al gestorven zijn. Bovendien moet je die mest dan ook nog ergens kwijt kunnen.” 2
“De volgende morgen hebben we dan de put leeggepompt en als we een varken zagen, hebben we het er met touwen uit getrokken. We hebben ons eigen leven geriskeerd.”
“Ook voor ons doet dit pijn, want we kweken die dieren niet om hen te zien sterven. Alles zat gewoon tegen. In het compartiment dat doorzakte, zaten net de zwaarste dieren van 100 kilogram. Vrijdag was er een vrachtwagen gekomen om een lading op te halen, maar doordat hij vol zat, konden zij niet meer mee.” 3
Al deze verschillende versies van de gebeurtenissen op maandagavond 19 augustus, en alle excuses voor het niet (kunnen) redden van deze 14 varkens, maken overduidelijk dat de zinloze, vreselijke dood van landbouwdieren een vast onderdeel vormt van de gewetenloze vee-industrie en dat beslissingen over dierenlevens vooral op basis van praktische en economische afwegingen gemaakt worden.
Net als andere, steeds terugkerende, calamiteiten in stallen en op transport – zoals [dieren die levend verbranden of stikken in de rook bij stalbranden](https://www.animalrights.nl/belgische-stalbranden-eisen-onbekend-aantal-slachtoffers), of dieren die omkomen door [hittestress](https://www.animalrights.nl/varkens-overleven-hitte-transport-niet),[ strenge vorst](https://www.animalrights.nl/extreme-temperaturen-zorgen-voor-dode-nederlandse-vleeskuikens-bij-aankomst-belgische-slachthuizen) of verkeersongelukken tijdens het transport, maar ook dieren die[ langzaam creperen door verwaarlozing](https://www.animalrights.nl/dierverwaarlozing-nijlen-halfslachtig-optreden-van-politie) – zijn de dieren die verzuipen in hun eigen mest onlosmakelijk verbonden met het systeem dat voorziet in het vlees, melk en eieren op uw bord.
Animal Rights roept iedereen daarom ook op om te [kiezen voor een plantaardige levensstijl](https://www.animalrights.nl/plant-power).
Dit is het ware gezicht van de veeteelt: Er is geen greintje compassie voor de dieren. Zelfs niet als ze dreigen te verdrinken in hun eigen mest.
Al deze verschillende versies van de gebeurtenissen op maandagavond 19 augustus maken overduidelijk dat de zinloze, vreselijke dood van landbouwdieren een vast onderdeel vormt van de gewetenloze vee-industrie.
Alle calamiteiten in de vee-industrie zijn onlosmakelijk verbonden met het systeem dat voorziet in het vlees, melk en eieren op uw bord.