EXTREME TEMPERATUREN ZORGEN VOOR DODE NEDERLANDSE VLEESKUIKENS BIJ AANKOMST BELGISCHE SLACHTHUIZEN

We hebben de eerste twee zomerse dagen met temperaturen boven de 25 graden in Nederland en België weer achter de rug. Ook deze zomer weer zal de discussie losbarsten over het vervoer van dieren onder deze omstandigheden, en de laksheid van de vee-industrie, handhavers en overheid in het nemen van adequate maatregelen.

Uit onderzoek van Animal Rights blijkt dat de afgelopen jaren met enige regelmaat flinke percentages in Nederland vetgemeste vleeskuikens dood aankomen bij Belgische pluimveeslachthuizen. Extreme weersomstandigheden worden daarbij vaak als mogelijke oorzaak aangewezen.

Animal Rights verkreeg in kader van de wet Openbaarheid van bestuur de inspectiegegevens met betrekking tot vleeskuikens die vanuit Nederland naar Belgische slachthuizen werden vervoerd.

Waar de interventiewaarde van de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit voor dode dieren op 0,5% ligt, stellen de inspecteurs van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) in België pas een Informatieformulier met betrekking tot inbreuken (het Vlaamse equivalent van het Nederlandse Rapport van bevindingen) op bij 1% sterfte tijdens vervoer en/of in de stal. Het ging om 15 rapporten in 2016 en 9 in 2017, van welk jaar slechts een deel van de formulieren werd verkregen.

Op 22 juni 2016, bij temperaturen boven de 30 graden komen 554 ‘slachtkippen’ van de 17.920 in Grashoek, Limburg, gevangen dieren dood aan bij pluimveeslachthuis Schildermans in Bree. Dat is een sterftepercentage van meer dan 3%, driemaal de Belgische interventiewaarde en zesmaal de Nederlandse.

Op 19 juli 2016 crepeert 2,26% van de vleeskuikens ingeladen in het Limburgse Kessel en afgeleverd bij slachthuis Artislach bij Dendermonde in temperaturen van rond de 30 graden.

Op 15 juni 2017 is 1,08% van de in Middenmeer, Noord-Holland, opgeladen vleeskuikens dood bij aankomst bij slachthuis Belki in Aalst bij “warm weer”. 1,52% van de kippen wordt vervolgens nog afgekeurd wegens luchtwegaandoeningen.

Ook bij lage temperaturen overleven veel vleeskuikens de reis niet. Op 14 maart 2015 werden 8112 kippen uit Deurne, Noord-Brabant aangevoerd bij slachthuis Belki NV in Aalst bij temperaturen van 1 tot 6 graden. 367 van hen, ofwel 4,52%, kwam dood aan en nog eens 1,08% werd afgekeurd, “waarvan 0,48% wegens ziekte, vrnl. afwijk aan de luchtwegen.”

Op 17 februari 2016 worden 4080 ‘braadkippen’ afkomstig uit Yerseke afgeleverd bij slachthuis Nollens in Kruishoutem. 83 van de kippen zijn dood bij aankomst – dat is 2,03% – na een rit van twee-en-een-half uur bij een buitentemperatuur van -6 graden.

Op 18 januari 2016 is 2,20% van een ‘lading’ vleeskuikens uit Laren dood bij aankomst bij slachthuis Belki tijdens sterke vriestemperaturen.

Bij hetzelfde slachthuis, op dezelfde datum, maar een jaar later, komt 2,92% van vleeskuikens afkomstig uit Middenmeer dood aan in het slachthuis bij temperaturen onder het vriespunt.

Op 28 april 2017 sterft 1,24% van een partij vleeskuikens uit Elshout, Noord Brabant, onderweg naar slachthuis Plukon Moeskroen; de kratten zijn overbeladen.

Wanneer realiseren we ons dat het houden en vervoeren van vleeskuikens onmogelijk is zonder leed en dus moet stoppen? Animal Rights roept een ieder op om over te stappen op een plantaardig dieet.

VLAAMSE GANZEN WORDEN DEZE LENTE VERGAST

[Foto: VRT NWS](https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/02/07/canadese-gans-genekt-verdelging-werkt)

Er ging een golf van verontwaardiging door Vlaanderen toen Natuurpunt in 2017 honderden Canadese ganzen liet vergassen aan het Schulensmeer in Limburg. Ook de komende weken mogen ruiende ganzen en hun jongen worden vergast in het kader van een bestrijdingsmaatregel. De dieren worden samengedreven en sterven een verschrikkelijke verstikkingsdood in een periode dat ze het meest kwetsbaar zijn en niet kunnen vliegen. Campagnecoördinator Els van Campenhout reageert verontwaardigd: “Na de jarenlange [vergassingen](https://www.animalrights.nl/ganzenvergassingen-nederland) in Nederland is nu België aan de beurt. Deze dieren en hun jongen sterven een bijzonder stressvolle en pijnlijke dood.”1

1:RATO Vzw. “Rattenbestrijding Oost-Vlaanderen”

Het Instituut Natuur- en Bosonderzoek (INBO) adviseerde om de dieren te bestrijden en opteert daarbij voor vergassen. De Jachtvereniging Hubertus Vlaanderen zou de vergassingen weinig ethisch vinden en wil de dieren “duurzaam bejagen”. 2

Els van Campenhout: “Er bestaat geen ethische manier om iemand die niet dood wil het leven te ontnemen. De jagers willen het hele jaar door op ganzen schieten. Vanzelfsprekend spreken ze zich uit tegen de vergassingen, straks is er geen “waterwild” meer op om te jagen. De jacht op zichzelf is onethisch.”

2:VRT NWS, (2019). Vanaf 1 juni mogen Canadese ganzen weer bestreden worden: “Stop met de dieren te vergassen”.

Er ging een golf van verontwaardiging door Vlaanderen toen Natuurpunt in 2017 honderden Canadese ganzen liet vergassen aan het Schulensmeer in Limburg.3 Dierenliefhebbers vonden het terecht schokkend dat dieren op zo’n vreselijk achteloze manier werden gedood. De jagers waren fel gekant tegen het vergassen van de ganzen en opteerden toen ook al voor het bejagen van de Canadese gans.

3:HLN BE, (2017). Natuurpunt laat 300 ganzen vergassen: “We doen dit niet van harte”

De laatste vergassingen die Animal Rights registreerde zijn van einde 2018. Toen werd een grote groep van zo’n 100 Canadese ganzen samengedreven en vergast in de Geraardsbergse deelgemeente Viane. De dieren foerageerden op de weilanden en aten gras dat is bestemd voor vee. Ze worden gezien als een uitheemse plaag.

Omdat de Canadese ganzen zogezegd schade aanrichten aan gewassen worden ze al bijna tien jaar lang intensief bestreden in België en buurlanden als Nederland en Duitsland. Ze worden als soort geviseerd mede omdat ze een invasieve soort zijn die in de jaren ’70 geïmporteerd werd als siervogel. Ze begonnen zich aan te passen aan het wild en plantten zich succesvol voort. Momenteel leven er zo’n 15.000 wilde Canadese ganzen in België.

Zoals meestal het geval is prevaleren menselijke belangen boven de belangen van niet-menselijke dieren. Zonder te zoeken naar oplossingen die recht doen aan het recht van elk individu op leven en welzijn. Els van Campenhout: “In dit geval is het doden van de ganzen extra wrang. Wij hebben ze hier gebracht en nu ze succesvol overleven moeten ze dood. Buitengewoon triest.”

Het gedrag van ganzen [kan worden gestuurd](https://www.animalrights.nl/ganzen-nederland), door gebruik te maken van diervriendelijke laserstralen. Daarnaast moet er meer geld geïnvesteerd worden in natuurgebieden waar de dieren welkom zijn en hun natuurlijke gedrag kunnen uiten. [Wilde dieren horen erbij](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht) en hebben hun eigen plaats in onze samenleving.

Er bestaat geen ethische manier om iemand die niet dood wil het leven te ontnemen.

In dit geval is het doden van de ganzen extra wrang. Wij hebben ze hier gebracht en nu ze succesvol overleven moeten ze dood. Buitengewoon triest.

WAAROM DE STRIJDBIJL BEGRAVEN GEEN OPTIE IS

In de volkskrant van 20 mei roept Jan Staman, voorzitter van de Raad voor Dierenaangelegenheden, dierenactivisten en boeren op de strijdbijl te begraven omdat het dier er niets mee op zou schieten. Ook in andere media zijn sinds de bezetting van de varkensstal in Boxtel diverse opiniestukken verschenen met de vergelijkbare claim dat die strijd(bijl) de discussie over de toekomst van het platteland en een overgang naar kringlooplandbouw in de weg zou staan. 1

In al die stukken wordt er vervolgens op gewezen dat er op welzijnsgebied veel verbeterd zou zijn. Veeboeren roepen dan ook voortdurend dat dieren het nergens zo goed hebben als in Nederland.

Wat uit het tweede deel van Jan Staman’s betoog op te maken valt is dat hij het oprecht goed voor heeft met de landbouwdieren: “dierenwelzijn helemaal bovenaan de agenda”, “zorgvuldig omgaan met dieren […] de basis van dat systeem maken”, “dieren een langer ­leven gunnen”, “pijnlijke kwesties uit de veehouderij […] halen”, etc.

Uit de eerste zin van het opiniestuk blijkt dat de aanleiding tot zijn schrijven de bezetting in Boxtel was. Het is dan ook jammer dat Jan Staman, in alle commotie rondom die bezetting het beoogde ideaal van de activisten ofwel heeft gemist ofwel simpelweg negeert, wat al zijn goed bedoelde argumenten irrelevant maken: De dierenrechtenbeweging streeft niet naar een beter welzijn voor de dieren binnen het huidige systeem, maar naar een einde aan het instrumenteel gebruik van dieren en dus een einde van de veehouderij.

Jan Staman en zijn mede-scribenten construeren hun betogen op een fundament dat uitgaat van een mensenrecht op het gebruik van andere dieren. Die basisaanname, dat niet-menselijke dieren er zijn, of in ieder geval uitgebuit mogen worden, voor menselijk nut, vormt de fundamentele tegenstelling tussen veeboeren en hun afnemers enerzijds, en de dierenrechtenbeweging anderzijds.

De dierenrechtenbeweging is geen welzijnsbeweging, maar een rechtvaardigheidsbeweging. Het is een emancipatiebeweging in de traditie en het verlengde van de strijd die afschaffing van slavernij, kinderarbeid, apartheid, segregatie, achterstelling van vrouwen en discriminatie naar seksuele geaardheid bewerkstelligde of bezig is dat te doen.
Wanneer het gaat om rechtvaardigheid zijn geen compromissen mogelijk, noch een begraven van de strijdbijl.
De weg naar basisrechten voor dieren is misschien wel de laatste grote emancipatiestrijd. Veganisme is dan ook geen verheven levensstijl, maar de morele nullijn in een werkelijk rechtvaardige samenleving.

Natuurlijk is de dierenrechtenbeweging bereidt tot een dialoog. Tegenover de economische belangen van de veehouderij en het smaakgenot van consumenten, plaatsen wij respect voor de intrinsieke waarde van alle levende, voelende wezens en het onvervreemdbare recht op leven, welzijn en zelfontplooiing.

We zijn het met Jan Staman eens dat de dieren de centrale plek moeten krijgen in de discussie. Het zal voor ‘ons’ dan echter niet gaan over hun rol in de landbouw, maar over hun bevrijding uit die landbouw, want dat is de enige uitkomst waar ‘het dier’ uiteindelijk wat mee opschiet.

1: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/de-strijdbijl-moet-begraven-want-het-dier-schiet-er-niets-mee-op~b6a84e65/

HET MOREEL FAILLIET VAN DE VARKENSHOUDERIJ

Als activisten een uur of 10 een stal bezetten op een varkenshouderij kent het medeleven met de boer geen grenzen. De vermeende slapeloze nachten en de economische gevolgen van tijdelijke sluiting worden breed uitgemeten. Veel verder op de achtergrond zijn er nog wat geluiden te horen over de stress die de dieren mogelijk ondervonden hebben.

Als de varkensboer echter een Chinees is en de varkenshouderij in China staat, is er van medeleven met die ‘tegenslag’ hier te lande niets te merken. Sterker nog, het nieuws over de rampspoed die de Chinese varkenshouders is overkomen en de vernietiging van mogelijk meer dan honderd miljoen varkens leidt bij Nederlandse varkensboeren en hun vertegenwoordigers tot een jubel-stemming.

De Rabobank, koele, gewetenloze financier van dierenuitbuiting spreekt over “opportunities” voor “animal protein exporters”. Een dodelijke epidemie met miljoenen slachtoffers reduceren tot “opportunities” is zelfs voor deze dierenleedbank een dieptepunt.

Sinds de ontdekking van de Afrikaanse Varkens Pest (AVP) in augustus 2018 heeft de virusziekte zich over alle provincies van China verspreid. Dit zou gevolgen hebben voor tussen de 150 miljoen en 200 miljoen dieren. Het verlies aan ‘productie’ is even groot als de volledige varkensconsumptie in Europa, en 30% groter dan de Amerikaanse ‘productie’. Het gaat dan ook om bijna de helft van de totale Chinese varkenspopulatie.

Varkens worden bij ruimingen in China levend in massagraven gebulldozerd of er door grijpers van grote hoogte in gestort. Varkens die proberen weg te komen, worden door de machines genadeloos teruggedreven. Vervolgens worden de dieren levend begraven of eerst nog in brand gestoken. De landelijke media concentreert zich echter vooral op de economische gevolgen.

De NOS heeft het na de kop “Miljoenen geruimde varkens leiden tot hogere vleesprijs” over “Goed nieuws voor de varkensboeren die niet getroffen zijn, maar slecht nieuws voor de vleesverwerkers die door het virus meer geld kwijt zijn aan hun ‘grondstof’.” Ze weten ‘grondstof’ nog net tussen aanhalingstekens te plaatsen, maar die zijn verdwenen in de rest van het artikel.

De Telegraaf kopt “Varken peperduur door pest” en voegt daar aan toe: “Het plakje boterhamworst, ontbijtspek in de supermarkt of de babi pangang bij de Chinees gaat fors in prijs stijgen.”

Onder journalisten is er gelukkig hier en daar, als roepende in de woestijn, nog een tegengeluid te vinden. Maarten Schinkel schrijft in het NRC: “Ja, zaken zijn zaken en de mensheid is groot. Maar als je nog geen vegetariër was, zou je het worden.”

Die consideratie is er in de varkenssector niet. “We zijn erg blij met de hoge prijzen”, zegt Eric Stiphout, bestuurslid bij de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). Er is echter wel enige angst dat de AVP ook Nederland bereikt. “Die zorgen drukken de feestvreugde wel”, zegt Stiphout. Aan het feit en de effecten van het door een regering, op systematische wijze, goed georganiseerd, massaal vernietigen van onschuldige, levende, voelende wezens die merendeels niets mankeren, kan je allerlei kwalificaties ophangen, maar “feestvreugde” hoort daar niet bij.

Ook Frans van Dongen van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) kwalificeert de hogere prijzen als “heel mooi”, zonder ook maar een woord aan het lot van de boeren en varkens in China te wijden.

Varkenshouder Willy Wolfkamp komt er in het propaganda blaadje van de varkensindustrie ‘pigbusiness’ – de naam alleen al – recht vooruit: “Deze zeer besmettelijke ziekte woekert in volle omvang verder en daar plukken we komende zomer volop de vruchten van. Het is ironisch, dat het spreekwoord ‘de een z’n brood is de ander z’n dood’, hier bijna letterlijk geldt. Miljoenen varkens zijn in China geruimd. De smaak van stijgende varkensprijzen is daarom wel een beetje bitterzoet. Daarbij voelen wij ook nog steeds de dreiging. […] Komt de varkenspest wel in ons land, dan is voor ons het feest snel ten einde.” Met de woordkeuzes “de vruchten volop plukken”, “de een z’n brood …”, “een beetje bitterzoet”, en “feest” geeft hij de houding van de varkensindustrie duidelijk weer.

Geen krokodillentranen dus voor Chinese boeren, laat staan voor Chinese varkens. De varkensindustrie kent aan dieren alleen economische waarde toe. Respect voor het leven speelt daarbij geen enkele rol en dat is duidelijk zichtbaar in stallen zoals die in Boxtel. Om het moreel failliet van deze sector aan te tonen hoef je geen stal te bezetten of heimelijk opnames te maken. De eigen woorden over financiële meevallers en het grote zwijgen over het dierenleed in China spreken voor zich.

IS HET VARKEN NU GERED? – DE ANALYSE VAN EEN ANALYSE

In een analyse in Het Parool van 18 mei getiteld ‘Is het varken nu gered?’ komt politicoloog Jean Tillie aan het woord. Hem doet de groepering Meat The Victims denken aan het ecologisch anarchisme van de jaren zestig en zeventig. De dierenrechtenbeweging is in zijn algemeen echter verre van anarchistisch. Het gaat er niet om dat men geen wetten wil, maar dat de huidige wetten die de menselijke omgang met andere dieren regelen onrechtvaardig zijn. Je zou kunnen zeggen dat ze juist streeft naar strengere wetten over hoe we met dieren omgaan en strikte handhaving daarvan. 1

De tekst op de achterzijde van het t-shirt dat door veel van de bezetters in Boxtel gedragen werd was daarin ook duidelijk: “one has a moral responsibility to disobey unjust laws”. Het langere citaat van Martin Luther King, Jr, waaruit deze quote is genomen, spreekt van “the cup of endurance runs over” en “our legitimate and unavoidable impatience” die net als bij de burgerrechtenbeweging in 1963 voor de dierenrechtenbeweging anno nu aangeven dat het geduld met de onrechtvaardige behandeling van een bepaalde groep in de maatschappij op is.

De relevantie van MLK’s volgende zin in de ‘Letter from Birmingham Jail’ zal ook niemand ontgaan: “You express a great deal of anxiety over our willingness to break laws.” Hij stelt vervolgens de vraag: hoe kan je bepleiten sommige wetten te breken en anderen te gehoorzamen? MLK antwoord daar zelf op: “The answer lies in the fact that there are two types of laws: just and unjust. I would be the first to advocate obeying just laws. One has not only a legal but a moral responsibility to obey just laws. Conversely, one has a moral responsibility to disobey unjust laws. I would agree with St. Augustine that “an unjust law is no law at all.”

Iedere rechtvaardigheidsbeweging, en de dierenrechtenbeweging is er daar een van, erkent de morele plicht om niet alleen rechtvaardige wetten te gehoorzamen, maar ook om onrechtvaardige wetten te negeren. Er zijn daarnaast ook wetten die in principe rechtvaardig zijn, maar worden gebruikt om onrechtvaardigheid in stand te houden en/of te verbergen. De morele plicht om ze te gehoorzamen wordt in die situatie discutabel.

Het gaat er ook niet om om “alle levende wezens als gelijken zien”, zoals Tillie lijkt te denken, maar om de belangen en interesses van alle levende, voelende wezens te respecteren onafhankelijk van hun nut voor mensen. Niet als gelijke dus, maar met gelijke morele consideratie.

Tillie zegt verder: “Die strenge regels: veganist zijn, niet drinken, continu nadenken over wat het goede is – die zijn bijna religieus.” Wat ‘niet drinken’ daarin te zoeken heeft is ons onduidelijk, maar de ethische afwegingen zijn verre van religieus, het tegenovergestelde zelfs. Waar religie een ’leap of faith’ vereist – in iets geloven zonder bewijslast – is de dierenrechtenbeweging voornamelijk rationeel, aangevuld met een flinke dosis empathie.

Het is eenvoudig te beredeneren dat het onrechtvaardig is om levende, voelende wezens met hun eigen belangen en interesses als instrument te gebruiken. Bijvoorbeeld via de Gulden Regel: Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden; of via het liberalisme: een ieders vrijheid wordt daar begrensd, waar deze anderen schade toebrengt. Het belangrijkste woord daarin is ‘anderen’: Wie nemen we op in onze morele cirkel en waarom. De uitsluiting van niet-menselijke dieren is, puur rationeel, onhoudbaar. Het woord voor die vorm van discriminatie is ‘speciesisme’ of ‘soortdiscriminatie’.

De analyse heeft het verder over “ideologische medestanders” die zich tegen de bezetting keren. De organisaties die vervolgens ten tonele worden gevoerd, zijn echter in de eerste plaats dierenwelzijnsorganisaties, die weliswaar ook streven naar een betere wereld voor dieren, maar die zich “ideologisch” toch op een andere weg bevinden dan dierenrechtenactivisten.

In de laatste zin van Tillie sluipt er dan toch nog wat arrogantie en vooringenomenheid in het betoog: “Maar ik zou zeggen: doe je verhaal met wat meer humor. Er zit geen grein­tje relativeringsvermogen bij deze club.” We kunnen ons niet herinneren dat iemand ooit gevraagd heeft om meer humor en relativering in, bijvoorbeeld, de anti-apartheidsbeweging. Humor is de dierenrechtenbeweging zeker niet vreemd, maar relativering doet afbreuk aan een principieel rechtvaardigheidsstreven.

1: https://www.parool.nl/nederland/is-het-varken-nu-gered~be2b1224/