EDUCATIEVE STRAATCAMPAGNE MAAKT VERBORGEN DIERENLEED ZICHTBAAR

Al ruim 10 jaar informeren vrijwilligers van Animal Rights het winkelende publiek in de grote steden over dierproeven. De laatste jaren staat Animal Rights ook steeds vaker op festivals. Inmiddels zijn er meer dan 500 infostands georganiseerd in Nederland en België. Robert Molenaar is oprichter van Animal Rights en ziet het belang in van deze educatieve campagne: “We maken het verborgen dierenleed in laboratoria zichtbaar en voeden de maatschappelijke onvrede over het gebruik van proefdieren.”

Op de informatiestand liggen verschillende folders over dierproeven en dierenrechten. Daarnaast kunnen mensen de (https://www.animalrights.nl/stop-dodelijke-experimenten-op-honden-en-katten) die op tafel ligt. Hier wordt gretig gebruik van gemaakt. De informatiestand is zodanig professioneel aangekleed dat deze van verre afstand herkenbaar is.

Molenaar: “Vele duizenden mensen zien onze informatiestand. Mensen komen spontaan naar ons toe om te praten over dierproeven of dierenrechten. Vaak reageren mensen geschokt over het feit dat er nog zoveel dierproeven worden uitgevoerd. Het is een prettige en laagdrempelige manier om mensen te bereiken.”

De informatiestands worden mogelijk gemaakt dankzij de inzet van een grote groep vrijwilligers. Molenaar: “Het is eenvoudig om vrijwilliger te worden. Dat kan je doen door je [aan te melden via de website](https://www.animalrights.nl/hoe-je-kunt-helpen). Vervolgens ontvang je een reader met alle benodigde informatie.”

Animal Rights [organiseert regelmatig workshops, debatten en lezingen](https://www.animalrights.nl/stop-dodelijke-experimenten-op-honden-en-katten) over dierproeven: een ideaal moment om alle vrijwilligers en geïnteresseerden bij te praten over de meest recente ontwikkelingen.

—————————————————————-

Van 2009 tot en met 2014 werden informatiestands georganiseerd onder de naam Anti Dierproeven Coalitie (ADC), vanaf 2015 onder de naam Animal Rights.

TWEEDE KAMER WIL HEFFING OP PROEFDIEREN

Gisteren is een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht om te onderzoeken of een proefdierenheffing kan bijdragen aan het verminderen van dierproeven en alternatieven stimuleert. 1 De motie werd ingediend door PvdA Kamerlid Moorlag omdat het gebruik van proefdieren onvoldoende snel afneemt.

In 2003 werd de toenmalige minister Hoogervorst ook gevraagd om een proefdierenheffing in te voeren. Het geld van die heffing zou worden ingezet om onderzoek naar alternatieven te doen. De minister antwoordde negatief op het verzoek en vond dat dierproefnemers beter kunnen samenwerken met instanties die inzetten op alternatieven. Dit zou volgens de minister ‘efficiënter en beter’ werken. 2

2: Geen heffing op dierproeven

Nu, 16 jaar later, wordt er vanuit de Tweede Kamer opnieuw gevraagd om een proefdierenheffing. Volgens Robert Molenaar van Animal Rights moet de overheid de regie in handen nemen. Uit de afgelopen jaren blijkt dat de verantwoordelijkheid leggen bij de dierproefnemers simpelweg niet werkt.

“In 2017 steeg het aantal experimenten op dieren met 18%, naar 530.568 dierproeven. Ook het aantal testen op honden, katten en apen nam toe. Het toepassen van het principe ‘de gebruiker betaalt’ is bittere noodzaak,” aldus Molenaar.

Donderdag 11 april vond het Algemeen overleg Dierproeven plaats in de Tweede Kamer. Animal Rights en Een DIER Een VRIEND spraken in aanloop naar het belangrijke overleg met de betrokken politici in Den Haag, waaronder Moorlag. Beide organisaties willen dat de overheid het [afbouwen van dierproeven](https://www.animalrights.nl/maak-van-afbouw-dierproeven-topprioriteit) als topprioriteit gaat zien.

Het toepassen van het principe ‘de gebruiker betaalt’ is bittere noodzaak.

  1. Motie van het lid Moorlag over verminderen van het gebruik van proefdieren door prijsprikkels ↩

JAARLIJKS 53 MILJOEN VOGELS DOODGESCHOTEN

In Europa worden jaarlijks 53 miljoen wilde vogels legaal doodgeschoten. Een groot gedeelte daarvan zijn trekvogels, die in sommige lidstaten acuut gevaar lopen of met uitsterven worden bedreigd. Dat blijkt uit een Duitse studie van [Komitees gegen den Vogelmord](https://www.komitee.de/). “Zelfs als de jacht niet de belangrijkste oorzaak van de dood van de vogels is, versnelt hij de achteruitgang”, zegt Axel Hirschfeld, bestuurslid van de in 1975 opgerichte natuurbeschermingsorganisatie.1

1:National Geographic, (2019). Vogelsterben: Jagd beschleunigt Artenschwund.

In heel Europa zijn in dertig jaar tijd maar liefst 300 miljoen broedparen verdwenen. Dat is een verlies van 57%.2 De oorzaken liggen onder meer in de toenemende vernietiging van habitats en een verminderd voedselaanbod, wegens de achteruitgang van insectensoorten.
Ook in Nederland gaat het niet goed met vele vogelsoorten. Daarnaast worden er op Europees niveau ook nog eens 53 miljoen vogels per jaar doodgeschoten.

Jessica Smit, campagneleider Animal Rights: “De aantallen zijn dramatisch hoog. De jacht is mede verantwoordelijk voor de teloorgang van vele vogelsoorten.”

2:National Geographic, (2019). Vogelsterben: Jagd beschleunigt Artenschwund.

De kievit, tortelduif en veldleeuwerik zijn in Duitsland beschermd, maar worden tijdens de trek naar het zuiden met honderdduizenden tegelijk afgeschoten. De wulp, een geliefde [weidevogel](https://www.animalrights.nl/weidevogels-en-predatie), is in Nederland en België streng beschermd. Tien meter over de Belgische grens, aan de Franse kust, staan de lokvogels al klaar om wulpen neer te kunnen schieten. In Frankrijk mag alleen aan de kust op deze vogel gejaagd worden, maar ze gebruiken juist die kustregio voor hun trek en om zich te oriënteren op de route naar het zuiden. Mogelijk wil Frankrijk in 2020 de jacht op de Grutto weer toestaan.3

3:NOS, (2018). Natuurbeschermers boos op Frankrijk om afschieten weidevogels.

Jessica Smit: “In Nederland worden draconische maatregelen genomen om weidevogels te beschermen, onder meer door op [kraaien](https://www.animalrights.nl/broedende-kraaien-gevangen-en-gedood) en [vossen](https://www.animalrights.nl/zuid-holland-gaat-s-nachts-vossen-afschieten) te jagen. Terwijl deze en andere vogels in de rest van Europa worden afgeschoten. Dit is een vreselijk uit de hand gelopen hobby met maar één verliezer: wilde dieren.”

Vandaag zijn er Europese verkiezingen in Nederland en zondag in België. Veel regels omtrent de jacht en de bescherming van wilde dieren en hun leefgebieden worden op Europees niveau geregeld. Animal Rights vindt dat [wilde dieren er bij horen](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht), ze hebben hun eigen plek in ons landschap en moeten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Breng je stem uit voor zij die dat niet kunnen.

[vimeo:https://vimeo.com/180739882]

De jacht is mede verantwoordelijk voor de teloorgang van vele vogelsoorten.

ANIMAL RIGHTS OP EU CONGRES VOOR PROEFDIERVRIJE WETENSCHAP

Animal Rights neemt deel aan de JRC Summer School om kennis en ervaring te delen over de nieuwste niet-dierlijke benaderingen die worden gebruikt in onderzoek en testen, waaronder in-vitro methoden en computersimulaties.

Het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie, dat het EU-referentielaboratorium beheert voor alternatieven voor dierproeven (EURL ECVAM), organiseert een JRC Summer School over “Niet-dierlijke benaderingen in de wetenschap: uitdagingen en toekomstige toepassingen”, van 21 tot 24 mei 2019 op de JRC-site in Ispra (Italië). 1

Het programma combineert lezingen van experts uit het veld met tal van interactieve sessies om de uitwisseling van standpunten te stimuleren en het netwerken tussen deelnemers te vergemakkelijken. Daarnaast is het de bedoeling om de rol van de 3V’s (Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven) in de wetenschap vandaag te onderzoeken door middel van discussie en debat.

Een bezoek aan het EURL ECVAM-laboratorium is ook gepland. Deelnemers worden gevraagd om een poster te presenteren met hun eigen studies, interesses of werkgebied met betrekking tot de onderwerpen van de Summerschool.

1:JRC Summer School on Non-Animal Approaches in Science: Draft Agenda

Jen Hochmuth van Animal Rights gaat een poster presenteren 2 over de noodzaak van een paradigmaverschuiving in de wetenschap door een exclusieve focus op vervanging in plaats van enkel vermindering en verfijning, omdat dierproeven niet alleen onethisch zijn maar ook slechte wetenschap.

2:Poster presentatie Animal Rights

Hochmuth heeft de giftigheid van verschillende stoffen op mens en rat met elkaar vergeleken en vastgesteld dat er heel grote verschillen zijn. 3 Zo kunnen de giftigheidsgegevens uit een rattenmodel de toxiciteit bij de mens slechts in 39% van de gevallen accuraat voorspellen. Slechts voor 20% van de stoffen geeft het rattenmodel dezelfde veiligheidsclassificatie onder de REACH-wetgeving als voor de gegevens van de mens. Hochmuth: “Ratten zijn geen mini-mensen en wij zijn gewoon geen reuzenratten”. Nochtans werden bestaande geven uit dierproeven routinematig gebruikt in computersimulaties modellering met betrekking tot de mens of werden dierlijke cellen gebruikt in in vitro modellen.

De resultaten van het onderzoek van Animal Rights tonen aan dat de vertaalslag van andere dieren naar de mens simpelweg niet werkt. Een model kan alleen maar zo goed zijn als de gebruikte gegevens. En daarom pleit Jen Hochmuth dat wetenschappers moeten stoppen met het gebruik van diergegevens voor de ontwikkeling van proefdiervrije methoden.

3:Resultaten Poster presentatie Animal Rights

“Ratten zijn geen mini-mensen en wij zijn gewoon geen reuzenratten. We moeten stoppen met het gebruik van diergegevens voor de ontwikkeling van proefdiervrije methoden.”

BESCHERMING VAN WOLVEN

De spontane terugkeer van een eerder uitgeroeide soort is vanuit internationaal gemaakte doelstellingen, afspraken en wetgeving een positief effect voor de Nederlandse en Belgische biodiversiteit. Die eerdere uitroeing schept volgens Animal Rights ook de morele plicht om het deze keer beter te doen en de wolf absolute bescherming te geven en het onontvreemdbare recht om in Nederland en België te leven en tot bloei te komen.

Bij Europese bescherming gaat het over verplichtingen tot het zorgen voor een goede instandhouding van de soort. Als dierenrechtenorganisatie staat Animal Rights echter in de eerste plaats voor de bescherming van het individu door middel van rechten. Consequente bescherming van de rechten van individuen is de beste garante voor het overleven en de bloei van soorten.

Lees ook:

[WOLF](https://www.animalrights.nl/wolf)

[DE TERUGKEER VAN WOLVEN IN DE LAGE LANDEN](https://www.animalrights.nl/de-terugkeer-van-wolven-de-lage-landen)

[DE VERVOLGING VAN DE WOLF](https://www.animalrights.nl/de-vervolging-van-de-wolf)

In juni 2014 is de wolf in Nederland aangewezen als beschermde inheemse diersoort (Staatscourant 18306). Op grond van artikelen 3.5 en 3.6 van de Wet natuurbescherming is het verboden om in het wild levende wolven in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Verder is het verboden om de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Daarnaast geldt er een verbod om uit het wild afkomstige wolven, dood of levend, onder zich te hebben. Op grond van artikel 7.8 van de Wet natuurbescherming is de Nederlandse strafwet van toepassing op eenieder die zich in de exclusieve economische zone schuldig maakt aan overtreding van regels gesteld bij of krachtens de artikelen 3.5 en 3.6 van deze wet.

Met het besluit van 7 juni 2016 tot wijziging van het Soortenbesluit is de bescherming van de wolf ook in de Vlaamse wetgeving verankerd. Dit betekent onder meer dat het uitdrukkelijk verboden is om dieren opzettelijk te doden, te vangen, of opzettelijk en betekenisvol te verstoren.

Daarnaast valt de wolf onder het internationaal juridisch kader van de Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna (CITES), de internationale overeenkomst om de handel in beschermde planten en dieren te reguleren.
De wolf is opgenomen in CITES Appendix II (04/02/1977) and I (de populaties van Bhutan, India, Nepal en Pakistan – 28/06/1979). De Europese wolvenpopulaties zijn opgenomen deels in bijlage A en deels in bijlage B (Spaanse en Griekse populaties) bij de CITES-verordening.

De wolf is aangewezen als strikt beschermde soort in het Verdrag van Bern. De wolf is voorts aangewezen als strikt beschermde soort in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn. Ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Habitatrichtlijn moeten lidstaten maatregelen treffen om in het wild levende wolven in hun natuurlijke verspreidingsgebied te beschermen. Die bescherming houdt in eerste instantie in dat lidstaten het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende wolven strafbaar stellen. Daarnaast moeten zij maatregelen treffen om de gunstige staat van instandhouding van de populatie te bevorderen.

In Nederland zijn verschillende onderzoeken en projecten uitgevoerd om de overheden voor te bereiden op de terugkeer van de wolf. Rijk, provincies en BIJ12, de uitvoeringsorganisatie voor de gemeenschappelijke taken van de twaalf provincies, vormen samen Regiegroep Wolf en hebben in 2011 opdracht gegeven aan onderzoeksbureau Alterra om de mogelijke consequenties van de komst van de wolf naar Nederland te verkennen. Het verkennende rapport van Alterra verscheen in 2012 (Groot Bruinderink et al. 2012). Als uitvloeisel van de verkenning heeft Alterra samen met het platform Wolven in Nederland (WiN) en de universiteiten van Tilburg en Maastricht in opdracht van het Rijk
een ‘Voorstel voor een wolvenplan voor Nederland’ opgesteld (Groot Bruinderink en Lammertsma 2013). Dit rapport was voor de Bestuurlijke Adviescommissie Vitaal Platteland (BACVP) van het Interprovinciaal overleg (IPO) aanleiding om de Regiegroep Wolf opdracht te geven om een operationeel draaiboek op te stellen voor de eerste fase van de vestiging van de wolf in Nederland voor gebruik in relatie tot de provinciale
verantwoordelijkheden met betrekking tot natuurbescherming, natuurbeheer,
schadebestrijding en schade-afhandeling. Dit was in maart 2016 gereed.

Het meest recente resultaat van deze bureaucratische exercitie is het Interprovinciaal wolvenplan 2019 dat het Operationeel draaiboek wolf – fase 1 uit 2016 als uitgangspunt nam en is opgesteld door de ambtelijke IPO werkgroep Lupus (bestaande uit de IPO-werkgroep Natuurwetgeving en BIJ12). De samenwerking met het ministerie van LNV was in dit stadium vooral gericht op de verkenning of een internationaal wolvenmanagementplan kan worden opgesteld.

Zoals gewoonlijk waren er geen dierenrechtenorganisaties uitgenodigd voor de diverse ‘verkenningen.’

Als uitvloeisel van de afspraken uit het Natuurpact, zijn de Provincies verantwoordelijk voor het natuurbeleid, inclusief het faunabeleid. Dit is volstrekt onzinnig met betrekking tot wolven, omdat deze binnen enkele dagen door meerdere provincies en landen kunnen zwerven, zelfs als ze eenmaal gevestigd zijn. Het beleid zou in de eerste plaats landelijk moeten zijn (om onze ethiek te kunnen verankeren in beleid) en vervolgens Europees omdat Nederland en België op zichzelf te klein zijn voor een populatie wolven om “een gunstige staat van instandhouding te bereiken.”

Een andere reden waarom provinciale leiding onwenselijk is, is dat lokale bestuurders makkelijker te corrumperen zijn door, bijvoorbeeld, plaatselijke veehouderijbelangen voor het verlenen van ontheffingen.
Vanuit de Wet natuurbescherming kunnen ontheffingen worden gebruikt om van het beschermingsregime voor de wolf af te wijken. Voor ontheffingverlening is het college van Gedeputeerde Staten in de regel het bevoegd gezag. Ontheffingen kunnen alleen worden verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossingen zijn en wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven om de populaties van de soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

De praktijk van de afgelopen jaren met betrekking tot ontheffingen voor de jacht op konijnen, reeën, ganzen en vossen leert dat provincies noch rechters zich iets gelegen laten liggen aan de verplichting tot het zoeken naar alternatieve oplossingen, en zelfs niet aan een gedegen onderbouwing voor het verlenen van een ontheffing.

In een aantal Europese landen of regio’s mag de wolf ‘beheerd’ worden. Dat wil theoretisch zeggen “dat het doden van de wolf plaatsvindt binnen een set aan beheersmaatregelen, die verenigbaar zijn met een gunstige staat van instandhouding.” Dat is het geval in Estland, Letland, Litouwen, Bulgarije, Polen, Slowakije, in het Spaans gebied ten noorden van de rivier Duero, in het Finse rendierbeschermingsgebied en op het Griekse grondgebied boven de 39ste breedtegraad.

Andere landen kunnen derogaties aanvragen op de algemene beschermingsstatus om onder meer schade aan veehouderij tegen te gaan, indien geen andere bevredigende oplossing bestaat. Onder meer
Frankrijk, Hongarije, Kroatië, Roemenië, Slovenië en Zweden vragen dergelijke
derogaties aan, op basis waarvan afschotlicenties toegestaan kunnen worden. In Frankrijk wordt een afschot van circa 40 dieren per jaar toegelaten van de ongeveer 360 individuen uit 52 roedels (2017).
De Zweeds-Noorse populatie bestaat uit ongeveer 400 wolven, waarvan 90% in Zweden voorkomt. In zowel Zweden als Finland wordt de wolf bejaagd in het noordelijke rendierengebied (habitatrichtlijn bijlage V), met een jaarlijks afschot van 40 tot 80 dieren (Everaert et al. 2018).

De strikte bescherming van wolven in Europa laat dus in bijvoorbeeld Frankrijk en zweden toe dat 10 tot 20 procent van alle wolven jaarlijks kan worden afgeschoten. Dit is de situatie waar we in Nederland en België ongetwijfeld ook naar toe gaan; zeker als de besluitvorming hierover bij de provincies ligt die hun oor laten hangen naar de faunabeheereenheden en overkoepelende organisaties van veeboeren.

Het Interprovinciaal wolvenplan 2019 zegt nu nog dat, gelet op de geldende randvoorwaarden, ingrijpen op korte termijn waarschijnlijk slechts aan de orde is als wolven gevaarlijk of problematisch gedrag vertonen in relatie tot mensen en in het geval er hybridisatie met honden zou optreden. Maar voegt daar meteen aan toe: “Op de lange termijn wordt ingrijpen uit oogpunt van de bestrijding van schade, overlast of populatiebeheer niet op voorhand uitgesloten.” De mogelijkheden daartoe zijn gebonden aan internationale verdragen, wet- en regelgeving, zaken die buiten de bevoegdheid van de provincies liggen, maar we hebben aan de voorbeelden uit het buitenland hierboven al kunnen zien wat die waard zijn.

Belangrijk is de vraag wanneer en op welk schaalniveau gesproken kan worden van “een gunstige staat van instandhouding” van de wolf. Daarover moet met betrekking tot Nederland en België grensoverschrijdende overeenstemming bestaan met onder andere Duitsland.

Dat wolven beschermd zijn, stelt in de praktijk net zoveel voor als de bescherming van de vos of het ree. Er kunnen altijd omstandigheden aangewezen of verzonnen worden, waarin het doden van wolven aan de orde is. “Dat is bij gevaar door extreme gewenning of hondsdolheid hetgeen zich uit door een wolf die zonder aanleiding agressief reageert op mensen. Ook als een wolf herhaaldelijk goed beschermd vee doodt en steeds manieren vindt om preventieve maatregelen te overwinnen is doden niet uitgesloten,” zegt het wolvenplan.

Voordat de eerste wolf zich vestigde, werd de discussie in Nederland al door CDA, VVD en LTO aangejaagd hoeveel wolven genoeg is. In het wolvenplan staat: “Of en wanneer we in Nederland een gewenst maximaal aantal wolven kunnen vaststellen en dan gaan ingrijpen in de stand is nog niet duidelijk. Om die afweging in de toekomst onderbouwd te kunnen maken is internationale afstemming nodig, de provincies trekken daarin samen op met het Rijk.” We kunnen er 100% zeker van zijn dat dat moment snel naderbij zal komen als de kiezer VVD en CDA niet marginaliseren in provinciale en nationale verkiezingen.

Aanrijdingen in het verkeer zijn in de gebieden van West-Europa waar niet op wolven gejaagd mag worden een belangrijke, zo niet de belangrijkste doodsoorzaak. In Nederland zijn al twee wolven doodgereden en in Duitsland is 67% van alle dood gevonden wolven in het verkeer gesneuveld.

Een inzet op extra ecoducten met geleidende rasters ligt voor de hand als een oplossing om zowel wolven als hun prooi veilig het verkeer te laten kruisen. Snelheidsbegrenzingen binnen wolfterritoria, zeker in de donkere uren, lijken ook logisch.

Als een territorium is gevestigd zal het menselijk gedrag daaraan moeten worden aangepast. Wolven mogen nooit worden gevoerd om gewenning te
voorkomen. Honden dienen in een territorium altijd aangelijnd te zijn.
Bij vestiging moet rust gegarandeerd worden in het leefgebied van gevestigde wolven, met name gedurende de voortplantingsperiode. Zonering van recreatie gebeurt nu al voor bijvoorbeeld zeearend en kraanvogel.

Bij ieder onderzoek naar de wolf dient niet alleen het belang van de wolf als soort voorop te staan maar ook het respecteren van de intrinsieke waarde van individuele wolven. We hoeven niet alles te weten. Wetenschappelijke nieuwsgierigheid is geen argument voor aantasting van de levenssfeer. Het verdoven van wolven en het bevestigen van zenders aan wolven is een duidelijke inbreuk op de intrinsieke waarde, een aantasting van hun waardigheid, en dus ontoelaatbaar.
Uit de verenigde Staten is bekend dat wolven zenderhalsbanden bij elkaar doorknagen.
Het verzamelen van DNA in uitwerpselen en bij prooi, zo als nu gebeurt, zou afdoende moeten zijn, en dan alleen als dat wolven niet verstoord.

Het indelen van dieren in soorten en ondersoorten is een menselijke hobby. De immer voortschrijdende evolutie heeft zijn eigen definitie van wat een soort is: Twee individuen die vruchtbare nakomelingen voort (kunnen) brengen zijn één soort. Dit houdt in dat wolven, coyotes en honden een-en-dezelfde soort vormen, ongeacht de uiterlijke variaties, ongeacht wat de encyclopedieën zeggen.
Veel natuurbeschermers, in tegenstelling tot dierenrechtenbeschermers, streven echter naar een vorm van soortzuiverheid en roepen daarom vaak op tot het vernietigen van zogenaamde hybrides. Deze obscene hang naar soort-puurheid roept associaties op met het streven naar klasse- en rassenzuiverheid uit ons duistere, maar niet zo verre verleden.
Het vermoorden van ‘hybrides’ is daarnaast in tegenspraak met het recht op leven van het individu.

De beste garantie om predatie van door de mens in gevangenschap gehouden dieren te voorkomen is, dat zwervende wolven zich vestigen en voldoende wilde prooi tot hun beschikking hebben.
Wolven zijn gespecialiseerd in jacht op hoefdieren. In Nederland zijn dat ree, damhert, edelhert en wild zwijn. De grotere hertensoorten leven veelal achter hekken en komen niet overal in ons land voor en er wordt ook actief getracht de verspreiding van wilde zwijnen tegen te gaan via het misdadige nulstand beleid. Alleen reeën leven ruim verspreid over het land. Andere prooidieren, zoals hazen, konijnen, vogels of plaatselijk bevers maken nergens in Europa een aanzienlijk deel van het wolvendieet uit.

De jagers waren er snel bij om te beweren dat wolven op de omvang en trend van hoefdierpopulaties nauwelijks invloed uit oefenen, omdat ze vooral op jonge of verzwakte dieren jagen die geen rol spelen in de reproductie. En dat de populatietrends van hoefdieren in hoofdzaak worden beïnvloed door aspecten als voedselaanbod of ziektes.
Dit is onzin natuurlijk. Waar wolven zich vestigen, worden hoefdieren eerst gereduceerd in aantal tot er een nieuwe balans gevonden is tussen de roedel grootte en de prooidierpopulatie. In gebieden waar wolven zich vestigen passen hoefdieren daarnaast hun gedrag aan.

Alleen bij hoefdieren die niet van nature in onze landen thuishoren zoals de moeflon in Nederland is het aannemelijk dat de komst van wolven de populatie kan decimeren.

Via de faunabeheereenheden van de provincies en via de organisatie Wolven in Nederland oefent de jagersvereniging een ongewenste invloed uit op het wolvenbeleid. Wat jagers willen veiligstellen is dat ze nog steeds op herten en zwijnen kunnen schieten ook na de komst van de wolf. De realiteit in bijvoorbeeld Yellowstone heeft duidelijk aangetoond dat na de herintroductie van wolven de wapiti aantallen een natuurlijke balans vonden.

Jagers waren in Nederland al overbodig en zijn dat na de terugkeer van de wolf nog steeds. De populaties van potentieel prooidieren voor de wolf moeten bevrijd worden van de hekken waar achter ze zitten opgesloten en beschermt tegen schietgrage jagers.

Het wolvenplan zegt: “Veiligheid van mensen is niet onderhandelbaar, als het gedrag van een specifieke wolf daartoe aanleiding geeft zal worden ingegrepen.” Deze uitspraak is een typisch product van menselijk superioriteitsdenken.
Natuurlijk is proportionele zelfverdediging toegestaan en bij direct levensgevaar ook een dodelijk antwoord, zolang er geen sprake is van ‘eigen schuld.’ Dit is niet anders als tegenover agressieve mensen, maar iets anders dan wraak achteraf.

De veiligheid van mensen is altijd al onderhandelbaar geweest: hoeveel gezondheidsklachten rondom pluimveeschuren, varkensstallen of geitenhouderijen zijn acceptabel om de economische belangen van veeboeren te beschermen? Welke schade mogen industrie, transport en de veehouderij aan ons klimaat en dus alle aardbewoners toebrengen?

In sommige landen worden leeuwen, haaien, tijgers, krokodillen, nijlpaarden of olifanten die mensen doden niet langer opgejaagd en vernietigd. Langzaam groeit de acceptatie dat coëxistentie met de andere bewoners van deze planeet helaas soms tot conflicten met dodelijke afloop leidt. In het overgrote deel van de gevallen zijn de andere dieren het slachtoffer, in een uitzonderlijk geval de mens.

De wolf heeft veel meer te vrezen van de mens dan andersom, laten we daar eerst maar eens een balans in aan brengen.