Nog geen glas water per dag krijgen de proefapen in het laboratorium. Op deze wijze worden de dieren gedwongen mee te werken aan neurologische experimenten. Animal Rights trok via de media en kamerleden aan de bel. Wat resulteerde in een opdracht van de staatssecretaris aan Het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) om met een advies te komen. Vandaag vond een consultatieronde plaats in Utrecht en Animal Rights was erbij.
Brede vertegenwoordiging
Tijdens de consultatieronde was Animal Rights directeur Robert Molenaar aanwezig om input te geven over de problematiek rondom water- en voedseldeprivatie bij proefdieren. Aan de dierenkant waren ook vertegenwoordigers van de Dierenbescherming en PETA.
Nadat het NCad een korte presentatie gaf mondde het al snel uit in een groepsdiscussie. Niet alleen proefapen maar ook muizen en ratten worden periodes onthouden van water of voedsel als onderdeel van de dierproef.
Minder eten
Volgens Martje Fentener van Vlissingen van het Erasmus MC is het rantsoeneren van voedsel juist goed. Wanneer je proefdieren 80% van hun normale hoeveelheid voer geeft is dat bevordelijk voor hun gezondheid en houden ze het langer vol. Waarop Molenaar reageerde dat het korten op eten een flinke impact heeft op de geestelijke gezondheid van proefdieren. Hij stelde dan ook voor dat de betrokken onderzoekers zelf maar eens 20% minder moeten eten, gezien de ‘vele gezondheidsvoordelen.’ Dan ervaar je zelf dat het geen pretje is.
Dagritme voor nachtdieren
Muizen en ratten leven in kale bakken zonder enige vorm van afleiding. In de nachturen zijn de dieren actief en gaan ze wanhopig op zoek naar voedsel dat ze niet vinden. De medewerkers voeren de dieren in de reguliere uren maar niet in de nachtelijke uren. Uitgeput worden de muizen en ratten in de vroege ochtenduren gebruikt voor experimenten.
Er was brede consensus aan tafel dat dit niet bevordelijk is voor het welzijn van de dieren. Tevens kan een uitgeputte muis de resultaten ook nog eens negatief beïnvloeden. Echter geen enkele vertegenwoordigende instantie neemt het voortouw om hierin verandering te brengen.
Verrijking
Jan Wolters van de Dierexperimentencommissie gaf aan dat het heel goed mogelijk is om het welzijn van muizen te verbeteren. Via een onschuldige spelvorm gaan de dieren op zoek naar eten. Deze verrijking zorgt voor meer afleiding bij de proefdieren en ze kunnen op de juiste momenten eten. Deze voedselspellen kosten meer geld dan ‘normaal voer’ waardoor deze welzijnsverbeteringen niet worden doorgevoerd.
Te vrijblijvend
Uit de gesprekken bleek eens te meer dat de onderzoekers het welzijn voor proefdieren vooral een interessant gespreksonderwerp vinden. Verbeteringen worden hoogstens vastgelegd in richtlijnen en zijn daardoor vrijblijvend. De betrokken onderzoekers hebben altijd wel een argument klaar staan om deze vooral niet door te voeren.
Volgens Molenaar zijn de consultaties en adviezen van het NCad over de verschillende thema’s zoals voedsel-en waterdeprivatie een stap in de goede richting. Maar vrijblijvendheid moet plaats maken voor scherpe regels. Alleen zo kunnen we een proefdiervrije wereld bewerkstelligen.
Wat is het alternatief? Deze vraag krijgen we dikwijls van mensen die zich zorgen maken om het welzijn van dieren, maar ook om de gezondheid van hun naasten. Een terechte vraag. Gelukkig is er veel gaande op het gebied van het vervangen van dierproeven.
Het onafhankelijke Rathenau Instituut publiceerde in februari 2017 een rapport 1 waar zij een andere manier van denken voorstelt in de afbouw van dierproeven. Hét alternatief voor dierproeven bestaat niet. In plaats van daarnaar zoeken is een andere, bredere benadering nodig. Niet het zoeken naar alternatieven voor dierproeven moet centraal staan, maar de kennis die nodig is voor het beantwoorden van een wetenschappelijke vraag, en op welke manier die kennis vergaard kan worden. Er zijn inmiddels zoveel technologische innovaties dat het vaak niet meer nodig is om te experimenteren op dieren. 2
Het rapport is opgesteld in opdracht van het ministerie van OCW en naar aanleiding van de wens van de Tweede Kamer om onderzoek met apen af te bouwen. 3
Vier methoden voor afbouw dierproeven
Het Rathenau Instituut maakt een onderscheid in vier methoden om dierproefonderzoek drastisch te verminderen. Daarbij is de visie voor de toekomst ‘proefdiervrije innovatie’: nieuwe toepassingen waar geen dieren meer aan te pas komen omdat er betere modellen zijn die effectiviteit en veiligheid in de mens nauwkeuriger kunnen voorspellen en die daarmee betrouwbaarder zijn dan de huidige methoden. Dit begrip vervangt het denken in 3V’s. Niet het vervangen, verminderen en verfijnen staan centraal, maar een innovatieve, andere manier van denken over kennisvergaring. Hierbij spelen de ‘3B’s’ een rol.
De 3B’s zijn:
Betere wetenschap: o.a. het stellen van een ander type kennisvragen en deze verbinden aan proefdiervrije innovaties zoals technologieën die zijn gebaseerd op menselijk materiaal.
Betere regelgeving: dit gaat vooral over wettelijke eisen om stoffen te testen op dieren.
Betere antwoorden op maatschappelijke vragen. Het nieuwe denken gaat ook om een andere benadering van gezondheid en daar vragen over te durven stellen: wat is gezondheid? Wat is de invloed van gedrag en preventie? Wat voor type onderzoek willen we als samenleving? Welke producten willen we als samenleving? Wat is daarvoor nodig? De toegevoegde waarde van proefdieronderzoek moet in het licht van deze nieuwe ontwikkelingen worden gezien.
1. Technologie om direct te meten aan de mens
Door nieuwe technieken en slimme toepassingen is het mogelijk om direct aan de mens te meten. Zo maakt de technologische vooruitgang het mogelijk om steeds betere scans te maken. Hiermee kunnen organen en hersenen van mensen bestudeerd worden. Deze vooruitgang is met name belangrijk in het neurologische onderzoek.
Een andere methode is microdosering: hiermee kan de werking van een geneesmiddel bestudeerd worden door de proefpersoon een zodanig lage dosering te geven dat van het middel geen lichamelijke effecten worden verwacht, maar wel op celniveau de reactie bestudeerd kan worden.
Ook wordt er steeds meer menselijk lichaamsmateriaal en informatie opgeslagen in biobanken en databanken. Een biobank is een verzameling van menselijk materiaal dat wordt bewaard. Hierbij worden meestal ook medische data opgeslagen. Deze gegevens kunnen weer worden gebruikt voor biomedisch onderzoek , wat weer gekoppeld kan worden aan onderzoek naar de werking van erfelijk materiaal.
2. Technologie gebaseerd op menselijk materiaal
Het gaat hier om onderzoeksmethoden die gebaseerd zijn op menselijke cellen, weefselkweken, en nieuwere technieken zoals ‘organ on a chip’ (of ‘human on a chip’ of ‘lab on a chip’). 45
Alternatieven zoals ‘organ on a chip’ maken het mogelijk om nieuwe medicijnen te testen op veiligheid voor de mens. Er zijn verschillende varianten die onderzoek doen die ingezet worden naar de effecten op de lever, het hart, de darm, bloedvaten, de nieren en de longen. De ‘lab on a chip’ heeft ten opzichte van traditionele dierproeven het voordeel dat er gebruik gemaakt wordt van menselijk celmateriaal. Het testresultaat van een dierproef geeft slechts beperkte informatie, omdat in vele gevallen de vertaalslag van dier naar mens maar moeilijk te maken is.
Met gekweekte menselijke cellen kunnen steeds beter betrouwbare uitspraken worden gedaan, waar eerder proefdieren nodig waren. Bijvoorbeeld of een stof kankerverwekkend is of bijwerkingen op het hart kan veroorzaken. Nederland loopt voorop in het onderzoek naar de ontwikkeling van driedimensionale weefselmodellen opgekweekt uit menselijke cellen: ‘organoiden’. Organoiden zijn driedimensionale structuren uit verschillende cellen die bepaalde weefseltypen kunnen nabootsen. Voor bepaalde deelvragen kunnen organoiden bijna de complexiteit van een proefdier of mens benaderen.
Muizen zijn de meest gebruikte proefdieren
3. Informatietechnologie en slimme data
Met behulp van big data en slimme datasystemen kan informatie worden verkregen uit eerder onderzoek of in combinatie met technologieën gebaseerd op menselijk materiaal. Computersimulaties kunnen veel voorspellen. Een andere aanpak gebaseerd op informatie zonder dieren is de systeembiologie, die biologische systemen op het niveau van de cel als geheel bestudeert. Ook geavanceerde statistische en epidemiologische studies kunnen inzichten combineren uit verschillende bronnen, om zo tot modellen te komen die betere informatie leveren en waarbij geen proefdieren nodig zijn.
4. Niet-technologische en systeem oplossingen
In de vierde categorie gaat het om niet-technologische bijdragen aan dierproefvrije methoden, zoals het beter gebruik maken van bestaande kennis door kennis beter te delen en resultaten van proeven – ook negatieve – meer te publiceren.
Ook gaat het hier over opheffen van blokkades die afbouw van dierproeven in de weg staan, als:
De ‘gouden standaard van het diermodel’: Vele onderzoekers aan universiteiten zijn vertrouwd geraakt met het pad dat zij altijd bewandelen. Nieuwe testmethoden worden wellicht wel toegevoegd in de studies, maar vervangen niet de dierproef. Dat is niet verwonderlijk, omdat het de mens eigen is om weerstand te hebben tegen verandering. Het loslaten van die gouden standaard maakt ruimte voor proefdiervrije innovatie.
Validatie van proeven en modellen en regelgeving: Het proces om een alternatief daadwerkelijk goedgekeurd te krijgen duurt vele jaren, waardoor onderzoekers en bedrijven naast het alternatief ook nog een dierproef volgens de regels moeten uitvoeren om aan de regels te voldoen voor toelating tot een product op de markt. Een betere en snellere validatie van proeven en modellen is hard nodig.
Vervang dierproeven
In de Nederlandse en Belgische proefdiercentra worden nog steeds apen, honden, katten, muizen en vele andere dieren gebruikt in experimenten. Animal Rights roept zowel de Vlaamse als de Nederlandse overheid op om meer geld beschikbaar te stellen voor onderzoek naar alternatieven. Het is de hoogste tijd om dierproeven te vervangen door moderne dierproefvrije technieken.
Ondanks dat het nertsenfokverbod van kracht is, blijven nertsenfokkers uitbreidingsvergunningen aanvragen bij provincies en gemeenten. Volgens de wet moeten nertsenhouders hun deuren echter sluiten per 2024 en mogen ze tot die tijd niet uitbreiden. Dierenbeschermingsorganisaties Bont voor Dieren en Animal Rights maken zich ernstig zorgen over het gebrek aan overheidscontrole op de nertsenfokkerij.
Bont voor Dieren directeur Nicole van Gemert: “Zonder controle en sancties hebben nertsenfokkers vrij spel. De wet dreigt een wassen neus te worden.”
#Illegale nertsen
Gemeenten en provincies toetsen de nieuwe vergunningaanvragen van de nertsenfokkers op basis van ruimtelijke ordening en milieu. Zij kunnen en mogen aanvragen niet toetsen op basis van het nertsenfokverbod. Hiermee ontstaat de wrange situatie dat er uitbreidingsaanvragen voor meer nertsen worden verleend die in strijd zijn met de wet.
Zo hebben nertsenfokkers in Bergeijk, Putten en Stavenisse recentelijk vergunningen ontvangen om duizenden fokteven extra te houden. Animal Rights directeur Robert Molenaar: “Een fokteef brengt in het voorjaar gemiddeld vijf jongen voort. Het gaat in totaal om tienduizenden extra nertsen die illegaal gefokt en gedood worden voor een onnodig luxeproduct als een bontjas.”
#Boven de wet
Naar aanleiding van kamervragen, eind december vorig jaar, stelde staatssecretaris Van Dam dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Openbaar Ministerie de mogelijkheid hebben om handhavend op te treden bij overtreding van de Wet verbod pelsdierhouderij. Beide organisaties dringen dan ook aan op handhaving.
Van Gemert: “Op dit moment zitten enkel de fokteven en reuen op de nertsenfokkerijen. Pas in het voorjaar worden de jongen geboren. Het is een cruciaal moment voor de NVWA om controles uit te voeren. Op het moment dat de fokkers teveel dieren houden zijn ze strafbaar. De hoogste rechter heeft het nertsenfokverbod onherroepelijk bevestigd. Wat heeft de staatssecretaris nog meer nodig om de wet te handhaven?”
#Op heterdaad betrapt
Vorige maand betrapten de dierenbeschermingsorganisaties met een undercovercamera een nertsenfokker in Alphen aan den Rijn op het wreed [smijten van nertsen](alphense-nertsenfokker-smijt-met-nertsen) in de gaskist. Het jaar ervoor werden werknemers bij een nertsenfokkerij in Rosmalen op dezelfde wijze betrapt op ernstige overtredingen bij het vergassen van de dieren. In beide zaken heeft de NVWA op basis van de gemaakte beelden een onderzoek ingesteld.
Animal Rights en Bont voor Dieren zijn nog in een juridische strijd verwikkeld met de nertsenhouders om openbaarheid van deze overtredingen en de afwikkeling daarvan te krijgen. Molenaar: “Het is de taak van de overheid om controles en inspecties uit te voeren bij nertsenfokkerijen, niet die van ons. Er is niet voor niets een nertsenfoverbod ingesteld. Het is nu zaak om deze te handhaven.”
Zonder controle en sancties hebben nertsenfokkers vrij spel.
Het gaat in totaal om tienduizenden extra nertsen die illegaal gefokt worden voor een onnodig luxeproduct als een bontjas.
Zo’n 150 actievoerders en buurtbewoners demonstreerden zondag 15 januari 2017 in Zandvoort tegen het afschieten van duizenden damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD). De actie is een initiatief van Animal Rights, De Faunabescherming en Piep Vandaag. Animal Rights directeur Robert Molenaar: “de veelal tamme damherten kunnen geen kant op. Ze worden door de wandelaar bewonderd en door de boswachter neergeschoten. Zie hier een bizar staaltje natuurbeheer in ons land.”
#Juridische strijd
Begin dit jaar heeft de rechter bepaald dat de jacht op de damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen mag doorgaan. Dit tot grote teleurstelling van de Faunabescherming die een rechtszaak had aangespannen om het afschieten van de damherten te voorkomen. De Faunabescherming gaat in hoger beroep.
De reden voor de gemeente Amsterdam om over te gaan tot afschot van de dieren is omdat de damherten schade zouden toebrengen aan andere dieren en planten en voor overlast in het verkeer en de omgeving zorgen. [Lees hier ](stop-de-jacht-op-damherten)onze argumenten.
#De praktijk
Boswachters zullen drie dagen in de week door het terrein rijden om de veelal tamme damherten met een geluidsdemper neer te knallen. De geluidsdemper is vooral bedoeld om de wandelaars niet te storen. Uit het Faunabeheerplan blijkt dat ze eerst het jong doodschieten en daarna de moeder. De mannetjes worden voorlopig met rust gelaten.
#Monsterklus
Drie herten worden per uur gedood, drie dagen lang, in totaal zestig damherten per week. In de ontheffing die is verleend staat dat er tot en met eind maart geschoten mag worden. Bij elkaar zullen dan zo’n 700 van de 3000 damherten afgeknald zijn voor het begin van de lente. Vanaf september zal de jacht zich weer hervatten. Uiteindelijk moeten er over 5 jaar nog zo’n 600 tot 800 damherten over zijn.
“Het komt vooral neer op rondjes rijden en schieten. Het is gewoon een klus, een monsterklus,” aldus de betrokken boswachter in het magazine van de jagersvereniging.
#Tegengeluid
“Het is dieptriest dat zulke prachtige dieren rücksichtslos worden afgeschoten. Het is een koude en kille schijnoplossing. De damherten zullen zich weer snel voortplanten waardoor er weer gejaagd gaat worden: elk jaar laat je de jager los in de duinen. Er ontbreekt een duidelijke visie hoe we op een diervriendelijke en harmonieuze wijze met de flora en fauna om moeten gaan in ons land,” aldus Molenaar.
#Voor het geweer
Animal Rights vindt dat wilde dieren erbij horen in ons land. Dat houdt ook in dat ze een plek opeisen in het landschap.
Wanneer hun wereld in botsing komt met de onze dan is het hek van de dam. Zonder pardon worden de wilde dieren afgeknald.
Molenaar: “We komen letterlijk op voor de rechten van wilde dieren. We springen voor het geweer van de jager als het nodig is. Het is geen woorden maar daden bij Animal Rights.”
Wilde dieren horen erbij in ons land. Dat houdt ook in dat ze een plek opeisen in het landschap.
Terwijl 79% van de Belgen een verbod wenst op experimenten op apen heeft de overheid meer dan een miljoen euro gemeenschapsgeld bestemd voor hersenonderzoek met apen aan de KU Leuven. In de ontwikkeling en promotie van alternatieven om dierproeven te vervangen wordt amper geïnvesteerd.
Vier nieuwe apenprojecten gestart
Eind 2016 besliste het FWO (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen) over de toekenning van nieuwe overheidssubsidies voor wetenschappelijke onderzoeksprojecten.1 Niet minder dan 1.161.105 euro werd toegekend aan KU Leuven voor de financiering van experimenten op apen. In januari 2017 gaan vier nieuwe onderzoeksprojecten van start waarbij hersenstudies zullen uitgevoerd worden op apen.2
Elf proefapen zullen de komende maanden zware trainingsprogramma’s doorlopen, ingrijpende hersenoperaties ondergaan waarbij elektroden geïmplanteerd worden in hun brein, en op strenge waterdiëten gezet worden om hen te dwingen mee te werken met de onderzoekers.3
Financiering dierproeven gaat door ondanks wens bevolking
Naast de jaarlijkse miljoenensubsidies voor de Leuvense apenexperimenten, stelt de Vlaamse overheid fortuinen aan gemeenschapsgeld ter beschikking van de proefdierenindustrie. Met dit geld worden honderdduizenden dieren gefokt, ziek gemaakt, verminkt, gedood in proeven die het daglicht niet kunnen verdragen.4 Proeven waarvan de meerderheid van de bevolking wenst dat ze verboden worden, zo blijkt uit enquêtes.
Maak van ‘vervanging dierproeven’ een prioriteit
In 2009 werd in het Belgische Parlement een wet bekrachtigd voor de oprichting van een centrum ter bevordering van innovatieve technieken om dierproeven te vervangen.5 Het centrum werd nooit opgericht. Politici stelden dat er ‘geen geld is’ voor een dergelijk centrum. Ondanks het ‘gebrek aan geld’ voor alternatieven besteed de regering anno 2017 nog steeds miljoenen subsidies aan dierproeven.
Uit studies van de Nederlandse overheid blijkt dat de vervanging van dierproeven voornamelijk een kwestie is van prioriteiten stellen. Mits de nodige financiële investeringen kunnen de huidige dierproeven op 8 jaar tijd gehalveerd worden.”6
Jij kan helpen!
Het komt er nu op aan dat overheden financiële middelen beschikbaar stellen om daadwerkelijk tot afbouw en vervanging van dierproeven te komen. Animal Rights roept de Vlaamse en de Nederlandse regering op om samen werk te maken van de vervanging van dierproeven. Wij eisen dat onderzoeksbudgetten geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van alternatieve methoden die een beschaafde samenleving waardig zijn.
[Teken onze petitie](/vervang-dierproeven-petitie) voor de vervanging van dierproeven.
[Kom op Wereldproefdierendag mee actie voeren in Leuven.](/world-day-animals-laboratories ) Laat ook jouw stem horen opdat er een einde komt aan het leed van miljoenen proefdieren.
Dierproeven zijn niet langer ‘het noodzakelijke kwaad.’