In 2016 werd opnieuw donateursgeld van de Nierstichting toegekend aan wetenschappelijke onderzoek waarbij proefdieren worden ingezet. Opvallend is hoe onderzoeksbudgetten vaak afvloeien naar steeds weer dezelfde onderzoeksgroepen, voor proefdierstudies waarvan het begin en het einde zoek is. Proefdieren worden ziek gemaakt, hun nieren worden vergiftigd, beschadigd, verwijderd, getransplanteerd. Alle dieren worden bij het beëindigen van een studie afgemaakt en vervangen door nieuwe proefdieren voor een volgende studie.
Nierschade bij proefmuizen
Zo werd 100.000 euro toegekend voor onderzoek rond nierschade bij proefdieren aan het AMC Amsterdam. Het project gaat van start in april 2017 en zal een jaar duren. Proefmuizen worden op een dieet van specifieke vetten en vitamines gezet om uit te zoeken of deze een rol kunnen spelen bij het voorkomen of behandelen van nierschade.1
De onderzoeksgroep van het AMC voert deze dierproeven uit sinds 2005. Vanaf 2009 worden deze onderzoeksprojecten gefinancierd met donateursgeld van de Nierstichting. In de publicaties2 lezen we hoe muizen operaties ondergaan waarbij nierschade veroorzaakt wordt. Aders die de bloedtoevoer naar de nieren regelen worden een half uur lang afgespannen met een klem. Dit veroorzaakt ernstige schade aan de nieren. Na de operatie worden de muizen een tijdlang bestudeerd omdat de onderzoekers meer inzicht willen krijgen in de rol van diverse factoren op het herstelproces.
De duur van een studie varieert: sommige muizen worden slechts een dag opgevolgd, voor andere dieren duurt de beproeving tot 10 dagen. Soms worden muizen eerder afgemaakt dan gepland was. Onderzoekers kunnen een proefdier voortijdig uit een studie nemen omdat de pijn voor het dier ondraaglijk geworden is. In dierproefnemerstermen spreekt men dan van een ‘humaan eindpunt’. In de nieronderzoeken aan het AMC wordt tot euthanasie overgegaan wanneer vastgesteld wordt dat een proefdier in de loop van de studie niet meer is staat is zich nog op te richten.
Proefdierenleed
Overbodige proefdieren afgedankt
150.000 euro donateursgeld gaat naar het Leids Universitair Medisch Centrum. In december 2016 wordt met dit budget een tweejarig onderzoeksproject gestart waarbij stoffen getest worden in verband met cystevorming (vochtblazen) in de nieren.3 Studies rond cystevorming in de nieren van proefdieren aan het LUMC worden reeds sinds 2004 gefinancierd met donateursgeld van de Nierstichting.4 Om geschikte proefdiermodellen voor niercysten-onderzoek te creëren wordt in het proefdierencentrum van LUMC verwoed gefokt met muizen. Transgene muizentypes worden aangekocht bij gespecialiseerde proefdierenfokkers.
Door deze muizentypes nog verder genetisch te manipuleren en met elkaar te kruisen, worden nieuwe muismodellen ontwikkeld die snel cystes ontwikkelen in de nieren. Het creëren van dergelijke diermodellen verloopt over meerdere generaties fokdieren. In het totale kweekprogramma zijn vele dieren slechts tussenschakels. Ze dienen om nieuwe muizentypes voort te brengen, maar zijn zelf onbruikbaar voor het uiteindelijke onderzoeksdoel. Ze worden afgemaakt. De ‘eindproducten’ van de kweekprogramma’s, in dit geval de doorgefokte muismodellen die cystes ontwikkelen in de nieren, worden ingezet voor het onderzoek en na afloop van de studies eveneens afgemaakt.
Testen op varkens
Donateursgeld van de Nierstichting wordt ook besteed aan proeven met andere diersoorten dan muizen. Aan het UMC Groningen financiert de Nierstichting niertransplantaties op varkens.5 Er wordt geëxperimenteerd met een methode om donornieren beter te kunnen bewaren door toediening van stamcellen. De behandelde donornieren worden vervolgens getransplanteerd en uitgetest in varkens.
Varken in proefdiercentra
Dierproeven op zwangere ratten
Aan het UMC Utrecht worden experimenten uitgevoerd op zwangere ratten. In het ‘ratmodel van intra-uteriene groeivertraging’ wordt de placenta van zwangere moederratten beschadigd. Als gevolg van de slecht functionerende placenta wordt het embryo in de baarmoeder onvoldoende voorzien van de stoffen die nodig zijn voor een goede ontwikkeling. Hierdoor treedt groeivertraging op bij het embryo. Groeivertraging tijdens de zwangerschap heeft gevolgen voor de verdere levensloop na de geboorte. Er is een verhoogd risico voor het ontwikkelen van hoge bloeddruk en nierschade op volwassen leeftijd. De onderzoekers willen in hun ratmodel uittesten of dit risico verminderd kan worden door toediening van een bepaald geneesmiddel (sildenafil) tijdens de zwangerschap.6
Nierfalen opgewekt bij proefdieren
260.000 euro donateursgeld werd aan de Radboud Universiteit geschonken voor een project met muizen dat in juli 2016 van start ging.7 In dit project wil men onderzoek doen naar de functies van de ‘cilia’ (trilhaartjes) die aanwezig zijn op de niercellen . De bekroonde onderzoeker voert al sinds 1999 proefdierkundig nieronderzoek uit met geld van de Nierstichting. In de eerdere publicaties8 lezen we hoe proefmuizen op speciale diëten gezet worden om na een paar dagen of weken gedood te worden voor nierstudies. In een recente publicatie (2015) wordt beschreven hoe door middel van operaties nierfalen veroorzaakt wordt bij proefmuizen: hun nieren worden geheel of gedeeltelijk verwijderd uit hun lichaam. De muizen worden na de operatie nog een drietal weken opgevolgd en tenslotte afgemaakt.
Geef niet aan dierproeven
Animal Rights publiceert een lijst van Nederlandse en Belgische gezondheidsfondsen die onderzoeksprojecten financieren waarbij gebruik gemaakt wordt van proefdieren. Muizen, ratten, cavia’s, geiten, varkens, konijnen en honden worden gebruikt in deze studies. Robert Molenaar, directeur van Animal Rights: “Donateurs worden onwetend gehouden over de dierproeven die zij financieren.”
De dierenrechtenorganisatie heeft deurstickers met de tekst ‘ik geef niet aan dierproeven’ uitgebracht die je kunt bestellen via de webshop. Molenaar: “We geven met de lijst en de deursticker donateurs een handvat om een bewuste keuze te maken. We willen dat de gezondheidsfondsen dit signaal oppakken en niet langer onderzoek financieren waarvoor proefdieren hoeven te lijden.”
Afgelopen week brachten we [schokkende beelden](/animal-rights-redt-kippen-uit-horrorschuur) naar buiten van legkippen in de Vlaamse eiersector. Het onderzoek betrof kooi-eieren, maar ook [scharrel-, vrije uitloop- en biologische eieren](/zijn-scharreleieren-diervriendelijk) zijn verre van diervriendelijk. Wil jij hier ook niet aan bijdragen? Lees op onze website alles over het vervangen van eieren.
Eieren vervullen in gerechten een bepaalde functie: het laat deeg rijzen, bindt beslag tot een stevige massa of werkt juist als smaakmaker of glansmiddel.
Bind,- rijs-, of verdikkingsmiddel
Het goede nieuws: je kunt eieren door allerlei andere producten vervangen. Heb je het een niet in huis, dan kies je gewoon een van de andere opties. Populaire vervangers van ei zijn: gebroken lijnzaad, banaan en appelmoes. Hieronder vind je de benodigde hoeveelheden en instructies.
1 ei is te vervangen door een van de volgende opties:
1 eetlepel gebroken lijnzaad. Laat dit een paar minuten weken in warm water. Er vormt zich een elastisch mengsel dat lijkt op een ei zonder eigeel. Het werkt ook hetzelfde! Let op dat je gebroken lijnzaad koopt of heel lijnzaad eerst even stampt in de vijzel of fijnmaalt in de blender.
1 theelepel No-Egg. Dit is een ei-vervanger van het merk Ogran, te koop bij Jumbo(Nederland), natuur- en biowinkels en bij verschillende webshops.
1 theelepel azijn en 1 theelepel bakpoeder. Deze combinatie werkt met name goed in cake.
½ rijpe banaan, gepureerd.
3 eetlepels appelmoes.
Als je meerdere eieren wilt vervangen in één recept kun je de hoeveelheden verhogen of kiezen voor een combinatie, bijvoorbeeld lijnzaad en banaan.
Smaakmaker
Eieren hebben hun typische smaak dankzij de zwavel die ze bevatten. Met ‘kala namak’ (zwart zout) kun je deze smaak nabootsen. Deze ‘eiersmaak’ is met name belangrijk is recepten als roerei en eierkoeken. Zwart zout is te koop bij Aziatische winkels, toko’s(Indonesische winkel) en bij verschillende webshops.
Glansmiddel
In sommige bakrecepten gebruik je ei om het (blader)deeg mooi te laten glanzen. Door bijvoorbeeld appeltaart met ei te bestrijken komt de taart mooi bruin uit de oven. Dit bruiningsproces wordt gestimuleerd door het eiwit in het ei, en kun je dus ook bereiken door de taart met ander vocht dat eiwit bevat te bestrijken, bijvoorbeeld sojamelk. Gebruik hiervoor geen rijst-, amandel-, haver- of kokosmelk, want deze bevatten minder eiwit.
Je kunt de taart ook na het afkoelen bestrijken met (abrikozen)jam. Het is dan niet nodig de taart voor het bakken te bestrijken met ei of sojamelk.
Teleurstellend advies aan Hoge Raad over het nertsenfokverbod: strijd nog niet gestreden!
In een advies aan de Hoge Raad stelt de Procureur Generaal dat het Hoger Beroep van de Nederlandse Staat tegen de nertsenfokkers moet worden overgedaan. Er is onvoldoende aandacht besteed aan de schade die individuele nertsenhouders zouden kunnen leiden, in plaats daarvan is gekeken naar de sector als geheel. Het advies is niet bindend voor de uiteindelijke uitspraak van de Cassatie op 16 december, maar wordt meestal opgevolgd door de Hoge Raad. Slecht nieuws dus voor de 6 miljoen nertsen die jaarlijks worden gedood voor hun vacht.
Bezorgd
Dierenrechtenorganisaties Bont voor Dieren en Animal Rights zijn bezorgd. Vernietiging van het hoger beroep zou betekenen dat het zwaar bevochten nertsenfokverbod weer buiten werking gesteld wordt. De Staat moet dan opnieuw in hoger beroep. Directeur Animal Rights Robert Molenaar: “Een nieuw hoger beroep kan weer een jaar duren. Al die tijd kunnen de nertsenfokkers dus weer hun gang gaan en uitbreiden. De procedures die we op dit moment met Bont voor Dieren aan het voeren zijn tegen [illegale uitbreidingen](/stop-de-illegale-uitbreidingen) hebben dan gelijk geen zin meer. We hebben al eerder gezien dat het nertsenfokkers niets kan schelen dat het parlement en een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking geen bontindustrie wil in Nederland”.
Verbieden mag
Bont voor Dieren directeur Nicole van Gemert: “Er is gelukkig ook goed nieuws: Er is volgens het advies geen sprake van onteigening van nertsenfokkerijen en een nertsenfokverbod is ook niet in strijd met de Rechten van de Mens. Dat betekent dat de nertsenfokkers ook bij het Europese Hof geen poot hebben om op te staan, mocht het zover komen dat ze het verbod daar aan gaan vechten. De bontindustrie verbieden op ethische gronden mag!”
Vooralsnog hopen beide dierenrechtenorganisaties dat de Hoge Raad het advies van de Procureur Generaal naast zich neerlegt en lot van miljoenen nertsen niet laat afhangen van gesteggel over de hoogte van de schadevergoeding. Bovendien bevat het wetsvoorstel voor een nertsenfokverbod een zogenaamde hardheidsclausule die voorziet in een regeling voor individuele fokkers die onevenredig hard getroffen worden door het verbod.
In het wild leeft een nerts aan de oevers van beken en meren. Het is een territoriaal roofdier en verwelkomt niet zomaar soortgenoten in zijn leefgebied. Dit leefgebied strekt zicht uit over één tot zes kilometer. Alleen een vrouwtje mag zich tijdens de paarperiode in het gebied begeven. Het zijn uitstekende zwemmers en ze kunnen goed duiken. Op de bontfokkerij worden echter vele duizenden nertsen gehouden in kleine draadgazen kooien, waar ze andere nertsen niet kunnen ontlopen, noch toegang hebben tot water en jachtmogelijkheden.
De fokkerijen kunnen op geen enkele manier voorzien in de natuurlijke territoriumbehoefte van de nerts. De nabije aanwezigheid van duizenden soortgenoten levert enorm veel stress op, met aanzienlijke welzijnsproblemen tot gevolg.
Het gedwongen directe contact tussen nertsen die samen opgesloten zitten in een kleine kooi leidt tot agressie en vechtpartijen, met infecterende bijtwonden als resultaat. Getuige hiervan zijn de talrijke beelden uit undercoveronderzoeken in nertsenfarms over de hele wereldwijd.1 Een Deense studie uit 2012 toont aan dat de tegenwoordig veel gebruikte groepshuisvestingssystemen, zoals de ‘klauterkooien’, nog meer onderlinge agressie veroorzaken.2 Bij het paren worden mannelijke nertsen vaak letterlijk bij de dames gegooid met intense vechtpartijen tot gevolg zoals te zien is op deze schokkende beelden uit Letland. Deze fokmethode heeft weinig van doen met de natuurlijke voortplanting van nertsen.
Stereotiep gedrag
Ook de onmogelijkheid om het natuurlijke jachtinstinct te bevredigen is een belangrijke oorzaak van stereotiep gedrag bij nertsen in fokkerijen. In het wild brengt de nerts zijn dagen door met jagen op vissen en vogels. In de fokkerijen wordt een portie vis- en pluimveeslachtafval bovenop de kooien gedropt die geen invulling geeft aan de behoefte van de nerts om te jagen. Stereotiep gedrag uit zich in langdurig door de kooien op en neer lopen, ronddraaien, bewegingen met de kop rond de drinknippel maken.3
In de periode april – mei, als de jonge nertsenpups geboren worden, steken weer andere welzijnsproblemen de kop op. Diarree en melkklierontstekingen zijn belangrijke oorzaken van uitval ( = sterfte) bij moederdieren. De pups zijn bij de geboorte volledig afhankelijk van de moeder. Ze worden naakt en blind geboren en kunnen tot dertig dagen na de geboorte hun eigen temperatuur niet op peil houden.
De eerste levensdagen sterft tien tot twintig procent van de pups. Bekeken over de periode van de eerste elf dagen na de geboorte, spreekt men van vijftien tot zestien procent uitval. De oorzaken zijn te vinden in lage geboortegewichten, ziekten, te weinig moedermelk en gebrek aan maternale zorg.4 In het wild verlaten jonge nertsen het territorium van hun moeder rond de twaalf weken.
Undercoverbeelden gemaakt van de verstikkingsdood van nertsen op een fokkerij in het Vlaamse Laarne
Op de fokkerijen worden de jongen al ‘gespeend’ als ze tussen de acht en elf weken zijn. De vroege en abrupte verspening leidt tot gedragsproblemen zoals vacht- en staartbijten. Ook tijdens het verdere opgroeien, blijven de gedragsproblemen rond vacht- en staartbijten als gevolg van het vroege verspenen zich manifesteren. De beperkte bewegingsvrijheid en de prikkelarme omgeving waarin de dieren opgroeien, leiden tot nog meer stereotiep gedrag.5
Pootproblemen
In Denemarken werd onderzoek uitgevoerd naar pootproblemen bij nertsen. De pootjes van 1159 nertsen, afkomstig uit 4 verschillende farms, werden onderzocht. 44,9% van de nertsen had letsels aan één of meerdere poten, in de vorm van kale plekken, verdikte huid en/of korsten.6
Specifieke nertsenziekten die hele fokkerijen kunnen treffen zijn: bloederige longontsteking, botulisme, mink-virus-enteritis, plasmacytose geelvetziekte, nier- en blaasstenen – naast abortussen door salmonella’s. De sector probeert uitbraken van deze ziekten onder controle te houden door vaccinatieprogramma’s en gebruik van antibiotica. Maar de ziekten zijn nog niet uitgeroeid en het ontstaan van nieuwe mutaties is niet uitgesloten.7
Als de nertsen zo’n zes à zeven maanden oud zijn, is het voor de fokker tijd om de pelzen te ‘oogsten’. De dieren worden vergast met CO-gas. Animal Rights filmde de vergassing van nertsen op een Nederlandse fokkerij (Rios Mink, Rosmalen). Arbeiders sleuren de nertsen op hardhandig wijze uit de kooien.8 In een karretje worden ze naar de gaskist gevoerd. Daar worden ze met bruut geweld in de kist gegooid.9
Undercoverbeelden gemaakt van het vergassen van nertsen op een fokkerij in Rosmalen
Gedurende een vijftal minuten worden de nertsen blootgesteld aan het gas in de kist. De doodsstrijd van de dieren is zwaar. Het ademhalingsstelsel van nertsen is van nature uitgerust om onder water te zwemmen zonder hinder te ondervinden van zuurstoftekort. Nertsen kunnen geruime tijd hun adem inhouden. Bijgevolg duurt het lang voordat ze in een gaskist buiten bewustzijn raken. De houten binnenwanden van gebruikte gaskisten zijn overdekt met krassen en inkervingen van nertsennageltjes. Ze getuigen van de panische angst van dieren die tot hun laatste snik wanhopig gevochten hebben, om te ontsnappen aan een wrede dood.
Corona
De coronacrisis heeft de nertsenindustrie wereldwijd kopzorgen gebaard. In verschillende landen raakten medewerkers besmet via de nertsen, elders onstonden er dan weer nieuwe varianten van het virus op nertsenfarms. In twaalf landen werd Covid-19 bij nertsen vastgesteld: Nederland, Italië, Zweden, Spanje, de Verenigde Staten, Denemarken, Griekenland, Frankrijk, Polen, Litouwen en Canada. Nederland besloot zelfs de nertsenindustrie vervroegd stop te zetten. Daar zijn op dit moment geen nertsen meer.
Wereldwijde bontproductie
De Europese Unie was tot voor de coronacrisis een van de grootste producenten van nertsenbont, ongeveer 40 miljoen huiden (2017).10 Koplopers zijn Denemarken, Polen, Finland en Litouwen.1112 Hoe veel nertsen er sindsdien nog gefokt worden is op dit moment onbekend. Daarna volgen China met ongeveer 26 miljoen pelzen (2016)13, de VS met ongeveer 3,1 miljoen pelzen (2018) en Canada met 1,76 miljoen nertsenpelzen (2018).14 De productie van nertsenbont schommelt sterk en is afhankelijk van de waarde van de pelzen op de markt.15
Miljoenen legkippen worden gebruikt voor de productie van eieren. Door de aanhoudende kritiek op kooi-eieren worden steeds meer kippen gehouden in scharrelschuren. De term scharreleieren klinkt diervriendelijker in de oren van de consument. Maar zijn scharrelkippen echt zoveel beter af?
Dierenleed komt in de gehele leghennensector voor. Ook scharrelkippen zien nooit buitenlucht of zonlicht. Met duizenden zitten ze opgesloten in een afgesloten ruimte. Het gedwongen samenleven met zo veel soortgenoten maakt normaal sociaal gedrag onmogelijk. Net als bij kooikippen, zijn gedragsproblemen zoals verenpikken en kannibalisme schering en inslag in scharrelstallen. Besmettingen met wormen en bloedluizen, darmontstekingen, problemen aan voeten en klauwen, botbreuken en ontstekingen aan de eileiders komen voor in elk stalsysteem. Na anderhalf jaar intensief eieren leggen zijn ook scharrelkippen ‘opgebruikt’. In het slachthuis worden de kooikippen en de scharrelkippen aan dezelfde vleeshaak geregen. Op deze wijze wordt een einde gemaakt aan hun trieste bestaan.
Leef en laat leven!
Dierenwelzijn in de veehouderij is een illusie. Een slimme pr-stunt om het groeiende ethische besef van kritische consumenten te bedienen. Er bestaan immers geen veehouderijsystemen die kippen een goed leven kunnen bieden. Waar dieren beschouwd worden als grondstoffen, productiemiddelen, eigendommen en handelsgoederen zal er altijd leed zijn. Het leven in een kooi of een scharrelstal staat mijlenver af van de werkelijke, natuurlijke behoeften van kippen.
De oplossing om het kippenleed voor eens en voorgoed te stoppen ligt niet in strengere wetgeving, meer ‘scharrelruimte’ of andere ‘verbeteringen’ in de legkippenstallen. Alle kippen in de [eierindustrie](/stop-de-slacht/eieren) lijden. Kippen zijn niet gemaakt om te voldoen aan de waanzinnige productie-eisen die de industrie hen oplegt. In anderhalf jaar tijd driehonderd eieren naar buiten persen doet pijn. In elk stalsysteem. Ruimere schuren voor de kippen wiens eieren en levens we brutaalweg opeisen is een schrale troost. We moeten af van het idee dat dierenlevens ter beschikking zijn voor menselijke doelen en belangen. Dieren verdienen het recht om hun eigen leven te lijden, los van het nut en voordeel dat ze de mens kunnen opleveren. Leef en laat leven!
Ook jij kunt kippen redden
De echte oplossing om alle legkippen uit de eierindustrie te redden ligt voor de hand. En jij kunt er deel van uitmaken. Eet geen eieren of producten waar eieren in verwerkt zijn. Geen kooi-eieren, geen scharreleieren, geen vrije uitloop en geen biologische eieren. Kippen zijn niet gemaakt om eieren te produceren voor mensen, net zoals koeien niet dienen om mensen van melk te voorzien en varkens niet geboren werden om er worsten van te draaien. De enige manier om dierenleed in de veehouderij te stoppen is dieren erkennen als de levende, voelende wezens die ze zijn. Stuk voor stuk unieke individuen met eigen behoeften en verlangens. [Kies voor een 100% plantaardige levensstijl.](/plant-power/plantaardige-vervangers) Dat is de meest effectieve manier om kippen en andere dieren te redden van een meedogenloze industrie.