Sinds eind 2018 bestaat er ook voor dierenartsen een veterinaire eed of belofte. Op 15 maart 2019 mocht de eerste lichting pas afgestudeerde dierenartsen de veterinaire eed of belofte afleggen, als onderdeel van de diploma-uitreiking van de masteropleiding Diergeneeskunde van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
De eed werd opgesteld door een speciale commissie en goedgekeurd door het Faculteitsbestuur Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
“Met het afleggen van de eed/belofte, op vrijwillige basis, wordt de toetreding tot de beroepsgroep gemarkeerd. Het ritueel moet de jonge dierenarts bewust maken van zijn of haar brede professionele verantwoordelijkheid. Zowel de faculteit Diergeneeskunde als de beroepsgroep van dierenartsen KNMvD als het beroepsveld vinden een eed/belofte belangrijk,” schrijft vakblad Veearts.
De tekst van de Veterinaire Eed luidt:
“Ik zweer/beloof dat ik de diergeneeskunde, zo goed als ik kan, zal uitoefenen ten dienste van het dier, mijn medemens en de samenleving. Met mijn academische kennis en kunde zal ik mij inzetten voor de bevordering van de gezondheid en het welzijn van dieren, alsmede voor de bescherming van de volksgezondheid en de leefomgeving.
Ik stel het belang van het dier voorop en houd daarbij rekening met de opvattingen van de mens die de verantwoordelijkheid voor het dier heeft, waarbij ik recht doe aan de intrinsieke waarde van het dier. Ik luister naar de dierhouder/dierverzorger en zal hem/haar naar behoren informeren, waarbij ik zorgvuldig zal omgaan met wat mij is toevertrouwd.
Ik erken de verplichting om mijn diergeneeskundige kennis en kunde blijvend te bevorderen, waarbij ik de grenzen van mijn mogelijkheden (h)erken. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ken aldus mijn verantwoordelijkheid jegens de veterinaire professie.
Ik zal de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van de diergezondheidszorg bevorderen, waarbij ik integer zal omgaan met mijn veterinaire kennis en daar naar zal handelen. Ik zal zo het beroep van dierenarts in ere houden. Dat beloof ik.”
Animal Rights is blij met de zinssneden “ten dienste van het dier”, “de bevordering van de gezondheid en het welzijn van dieren”, “het belang van het dier voorop” en “recht doe[n] aan de intrinsieke waarde van het dier”. Naar mening van de dierenrechtenorganisatie houdt dit in dat dierenartsen niet kunnen collaboreren met, bijvoorbeeld, de vee- en proefdier-industrie en tegelijkertijd hun eed gestand doen en “het beroep van dierenarts in ere houden”.
De eed/belofte wordt op vrijwillige basis afgelegd en of deze juridisch bindend is, is nog maar de vraag. Overigens is Animal Rights van mening dat het belang van een dier ook zonder eed voorop zou moeten staan. Het wijzen van aankomend dierenartsen op hun verantwoordelijkheid jegens de dieren zou een continu onderdeel van de opleiding moeten zijn.
Omdat de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) niet of te slap optreedt tegen de diverse welzijnsovertredingen bij eendenslachter Tomassen Duck-To, dient Animal Rights op 1 mei 2024 een nieuw handhavingsverzoek in voor de eenden; deze keer voor de zogenaamde ‘rugliggers’.
Tijdens het vangen en in kratten gooien of tijdens (ruw) transport naar het slachthuis belanden eenden op hun rug en zijn vaak niet meer in staat om zelfstandig overeind te komen. In het slachthuis worden dergelijke ‘rugliggers’ veelvuldig aangetroffen in de overvolle kratten. Omdat eenden geen middenrif hebben, drukken, wanneer de eend op de rug ligt, alle organen op de longen. Hierdoor kan desbetreffende eend moeizaam ademhalen, raakt de eend in paniek en kan de eend door een gebrek aan lucht komen te overlijden. Dat ‘rugliggers’ daadwerkelijk op een vreselijke wijze stikken, blijkt uit de door NVWA-inspecteurs opgestelde inspectierapporten van 2 november 2023 en 14 december 2023.
Op een slachthuis rust de wettelijke plicht om de welzijnsomstandigheden van elke zending dieren bij aankomst systematisch te beoordelen en direct de nodige maatregelen te treffen om welzijnsproblemen bij hulpbehoevende eenden te verhelpen. Wanneer dat beoordelen niet of niet tijdig gebeurt of wanneer de benodigde maatregelen niet of niet tijdig worden getroffen, wordt vermijdbare spanning en lijden bij de voor de slacht aangevoerde eenden niet voorkomen, terwijl dat wel wettelijk verplicht is. Ook wordt dan zonder redelijk doel de gezondheid of het welzijn van desbetreffende eend benadeeld en ook dat is verboden.
Medewerkers van het slachthuis behoren de afgeladen kratten met eenden te controleren op dieren die in moeilijkheden zijn en aandacht nodig hebben, maatregelen te treffen om problemen direct te verhelpen en eventuele incidenten te noteren op een welzijnslijst. Uit de inspectierapporten blijkt dat dit alles keer op keer niet gebeurt. De NVWA-inspecteurs treden echter niet handhavend op maar beperken zich tot het geven van aanwijzingen. Alleen op 17 februari 2022 maakt een NVWA-inspecteur een Rapport van Bevindingen (RvB) op voor een eend die met de hals beklemd zat tussen de bovenrand van de lade waarin de eend zich bevond en de metalen rand van de container en neemt in datzelfde RvB ook een rugligger mee. Op deze manier zullen de hierboven vermelde voorschriften uiteraard nooit effectief door Tomassen worden nageleefd.
De handelswijze van de NVWA is doeltreffend noch afschrikwekkend noch evenredig in verhouding tot het te dienen doel (dierenwelzijn). De handelswijze van de NVWA komt neer op het gedogen van structurele, voor de eenden, pijnlijke, stressvolle en levensbedreigende overtredingen. Animal Rights vindt dit onacceptabel en verzoekt de NVWA daarom om alsnog evenredig, doeltreffend en afschrikwekkend handhavend op te treden tegen de navolgende, kennelijk onbestrafte overtredingen bij Tomassen:
2022 7 januari: “eenden op de rug worden niet teruggedraaid. Samen met medewerker tot 3x toe een eend teruggedraaid.”
27 januari: ”1 rugligger gevonden. Bedrijf heeft hem omgedraaid.”
17 februari: ”1 nekbeklemming en 1 rugligger gezien door mij in lading die ongeveer 1 uur daarvoor aangevoerd en neergezet was.”
1 maart: ”1 rugligger gevonden. Onmiddellijk door de chef aanvoer omgedraaid en op het welzijn papier goed genoteerd.”
3 maart: ”Tussen 5:45 en 6:00 uur 2x rugligger gezien. … had de eend gecheckt met de lamp maar die rugliggers had hij niet gezien. Gevraagd om de eenden om te draaien.”
8 maart: ”1x rugligger gevonden. Gevraagd om rugligger om te draaien.”
11 april: ”Omstreeks 10:20 levende rugligger gevonden. Verantwoordelijk persoon aanvoer eend laten zien en omdraaien.”
20 april: ”Om 5:55 uur 1x rugligger aangetroffen na pwo controle. Gevraagd om dier om te draaien.”
12 mei: ”1 rugligger. Laten omdraaien door medewerkers. Rugligger is niet vermeld op welzijnslijst van het bedrijf.”
28 juni: ”1x rugligger om 5:55 uur. Medewerker gevraagd om eend om te draaien.”
1 juli: ”Rugligger in krat in wachtruimte. Medewerker heeft weer teruggedraaid. Is niet genoteerd in welzijnslijst van het bedrijf.”
8 juli: ”Om 5.45 een rugligger in de aanvoerhal in een geloste stapel containers. Laten zien aan chef aanvoer en omdraaien. Rugligger niet ontdekt.”
9 augustus: ”1x rugligger rond 8:30 uur gezien. Medewerker gevraagd om de eenden om te draaien.”
11 augustus: ”1e auto 1x rugligger. Laten omdraaien.”
16 augustus: ”Een rugligger gezien. Chef aanvoer daarop aangesproken, wordt gelijk de eend in de krat omgekeerd.”
12 september: ”Omstreeks 10:20 uur een rugligger gevonden. Verantwoordelijk aanvoerhal laten zien en laten omdraaien.”
23 november: ”06:50 1 levende rugligger in een krat. stond niet genoteerd op de controle lijst van het bedrijf. pwo laten zien. eend laten omdraaien.”
1 december: ”1 rugligger laten omdraaien, geen notitie op welzijnslijst. rugligger om laten draaien door medewerker aanvoer.”
14 december: ”1 rugligger gezien. stond niet vermeld op de lijst van het bedrijf.”
2023 12 januari: “rugligger niet opgemerkt. Op mijn verzoek omgedraaid; 4.30 rugligger aangetroffen”.
26 januari: “rugligger niet opgemerkt en na corrigeren niet op welzijnslijst genoteerd”.
13 februari: “1e koppel,1e wagen 1 uur geleden gelost, ik heb 2 rugliggers gezien. beide rugliggers door medewerkers laten omdraaien, is niet genoteerd op welzijnslijst van het bedrijf”.
20 februari: “6.00 uur rugligger aangetroffen”.
28 februari: “06.10 2x rugliggers aangetroffen”.
21 maart: “in wachtruimte, op 2 verschillende tijdstippen een rugligger gezien, welke door een medewerker is teruggedraaid”.
23 juni: “1x rugligger gezien rond 6.00, bedrijf had het gemist, er stond niets in het welzijns logboek”.
24 juli: “1x rugligger aangetroffen”.
2 augustus: “1 gemiste rugligger”.
31 augustus: “rugligger niet opgemerkt; chef aanvoer heeft eend weer teruggedraaid”.
4 september: “2 keer rugligger niet opgemerkt in koppel dat in de wachtruimte stond en al door het bedrijf gecontroleerd was.”
8 september: “Check naleving v/d regels bij aanvoer v/d dieren Voldoet niet; Afw: welzijnscheck door slachthuis bij aankomst onvoldoende Ja;”
16 oktober: “rugligger niet door personeel opgemerkt. Op mijn aanwijzen omgedraaid en later genoteerd op welzijnslijst.”
18 oktober: “2x een rugligger aangetroffen in de wachtruimte; rugligger is op mijn verzoek teruggedraaid”.
26 oktober: “1 rugligger niet opgemerkt in de wachtruimte; eend is door medewerker teruggedraaid”.
31 oktober: “Een rugligger, wordt niet gezien door chef aanvoer. Het dier wordt snel omgedraaid en op zijn voeten gelegd.”
2 november: “1x rugligger levend, 1x rugligger dood in aanvoerhal ( 3e auto …); laten omdraaien levende rugligger door chauffeur”.
22 november: “rugligger in wachtruimte aangetroffen, afkomstig uit 1e wagen; rugligger door medewerker teruggedraaid”.
23 november: “3 rugliggers aangetroffen in wachtruimte; medewerker heeft ze teruggedraaid”.
14 december: “rugligger op auto, niet gezien door chauffeur, nog geen controle van bedrijf plaats gevonden; laten omdraaien”.
20 december: “2 levende rugliggers en 1 dode rugligger; medewerker heeft de 2 levende rugliggers omgedraaid”.
Slotsom
Het is aannemelijk dat de geconstateerde overtredingen bij het slachthuis van Tomassen het topje van de ijsberg zijn. De NVWA-inspecteurs kunnen immers niet overal zijn en zelfs wanneer de inspecteurs wel op het juiste moment op de juiste plaats zijn kunnen zij onmogelijk alle binnengekomen kratten met eenden controleren. Tegelijk is er door het ontbreken van doeltreffend en afschrikwekkend handhavend optreden aan de zijde van Tomassen geen enkele prikkel om de hierboven vermelde voorschriften naleven, terwijl niet-naleving zich voor Tomassen direct vertaalt in een besparing van de kosten en dus een hogere winst voor het bedrijf.
Animal Rights verzoekt de NVWA daarom om alsnog doeltreffend en afschrikwekkend handhavend op te treden tegen de hiervoor vermelde misstanden en wel in de vorm van een betekenisvolle herstelsanctie en strafsanctie.
Update
Uit inspectierapporten van het eerste kwartaal blijkt dat tussen 1 januari 2024 en 31 maart 2024 opnieuw regelmatig rugliggers werden gevonden. En wel op 10, 12, 15 en 19 januari, 26 februari en 8 maart.
Ondertussen verdaagde de NVWA een besluit op dit handhavingsverzoek met 8 weken naar 30 augustus.
Update 2
Op 27 augustus 2024 ontvingen we opnieuw post van de NVWA: “De behandeling van uw handhavingsverzoek vergt meer tijd. De NVWA doet onderzoek naar aanleiding van uw handhavingsverzoek. Er is een rapport van bevindingen opgemaakt. Gelet hierop verleng ik de beslistermijn met acht weken. Dit betekent dat u uiterlijk 25 oktober 2024 de beschikking op uw verzoek tegemoet kunt zien.”
Update 3
Na het bedrijfsoverleg NVWA-Tomassen op 30 april 2024 wordt in de notulen genoteerd: “BB geeft door dat er 1 aandachtspunt is oftewel controleren hoe het bedrijf met rugliggers omgaat en of bedrijf de registratie in het formulier goed bijhoudt. Actie na > 3 rugliggers per dienst (rvb).”
Na het bedrijfsoverleg NVWA-Tomassen op 4 juni 2024 wordt in de notulen genoteerd: “Rugliggers: Bedrijf constateert steeds vaker zelf de evt. rugliggers bij aankomst van de vrachtauto’s en naast het noteren van het tijdstip van controle per auto worden ook de aangetroffen rugliggers geregistreerd in het Dierenwelzijnsregister met de bijbehorende corrigerende maatregel. Een duidelijke positieve ontwikkeling. Vanaf heden zal, als de welzijnscontrole door het bedrijf is uitgevoerd, bij het constateren van één rugligger door de NVWA een RvB opgemaakt worden.”
Ook in het tweede kwartaal en na indienen van het handhavingsverzoek worden nog steeds rugliggers gevonden: 2 april: “rugligger correct opgeschreven als afwijking in het registratieformulier maar niet genomen maatregelen”; “Besproken met de verantwoordelijke en lijst laten aanvullen (eend werd ook omgedraaid)”; “heftruckchauffeurs doen de welzijncheck prima, maar schrijven de genomen maatregelen niet op. Besproken en nalevingshulp gegeven”. Er wordt geen Rapport van Bevindingen (rvb) opgemaakt.
4 april: “Omschrijf wat niet voldoet bij de welzijnscheck?”: “om 15.10,1 rugligger aangetroffen. rugligger laten omdraaien.” Geen rvb.
16 mei: “rugligger gevonden nadat welzijnscheck had plaatsgevonden”; “teruggedraaid”. Geen rvb.
Update 4
Op 24 oktober 2024 verlengt de NVWA opnieuw de beslistermijn met acht weken. Dit betekent dat Animal Rights uiterlijk 20 december 2024 de beschikking op het verzoek tegemoet kan zien: “De behandeling van uw handhavingsverzoek vergt meer tijd. Het traject van het rapport van bevindingen wordt momenteel afgehandeld.”
Update 5
Op 17 december stelt de NVWA het nemen van een besluit opnieuw uit: “De behandeling van uw handhavingsverzoek vergt meer tijd. Er is een rapport van bevindingen opgemaakt. Als het handhavingsbesluit is opgelegd, ontvangt u het besluit op het handhavingsverzoek. Gelet hierop verleng ik de beslistermijn met acht weken. Dit betekent dat u uiterlijk 14 februari 2025 de beschikking op uw verzoek tegemoet kunt zien.”
Het woordgebruik duidt er op dat het besluit positief zal zijn, dat wil zeggen, dat de NVWA in ieder geval iets gaat doen.
Update 6
Ook in het derde kwartaal zijn er weer ‘rugliggers’. Op 3 juli wordt een rapport van bevindingen opgemaakt, waarschijnlijk die bedoeld werd in de brief van 17 december: IBD-nummer: 2024/186963/159624 Datum en tijdstip van de bevindingen: 3 juli 2024, omstreeks 6.52 uur.
““Toen ik in de aanvoerhal stond, zag ik het schijnsel van de draagbare lamp die in diverse kratten scheen, vastgehouden door een medewerker levende aanvoer. Toen hij de lamp uitschakelde en wegliep van de containers met wachtende eenden, vroeg ik hem of hij klaar was met de welzijnscheck. Dat bevestigde hij. Alle containers waren van de vrachtwagen afgestapeld en stonden in de wachtruimte klaar.
Toen ben ik begonnen met de Ante Mortem keuring (A.M.) van de eenden, die afkomstig waren van de eerste vrachtwagen. Om 6.52 uur zag ik een rugligger spartelen om overeind te komen, wat niet lukte. Dit dier lag op de rug en vanuit de buitenzijde goed zichtbaar op ooghoogte tegen de buitenrand van het krat aan. Ik heb de medewerker levende aanvoer hierop gewezen, waarna hij het dier onmiddellijk heeft terug gedraaid. […]
Om ongeveer 7.03 uur zag ik nog twee rugliggers. De ene eend lag op de rug in de onderste krat aan de buitenrand, zodat deze goed zichtbaar was. De andere eend lag ook goed zichtbaar aan de buitenkant in de onderste krat van de bovenste container, dus net iets onder ooghoogte. Deze zijn ook weer onmiddellijk op mijn aanwijzen teruggedraaid. […]
Vanuit mijn expertise als dierenarts weet ik dat voor pluimvee een rugligging een onnatuurlijke houding is, waarbij zij niet meer in staat zijn overeind te komen. Pluimvee heeft moeite met ademhalen wanneer zij op de rug liggen, omdat de dieren geen middenrif hebben. Hierdoor is buikademhaling niet mogelijk. Zij moeten lucht aanzuigen door beweging van borstbeen en ribben tegen de zwaartekracht in. De sterk ontwikkelde borstspieren verzwaren bovendien de ribben, waardoor ademhalen verder bemoeilijkt wordt met stikgevaar als gevolg. Deze eenden lagen op de rug en konden zeer moeilijk ademhalen en zichzelf niet keren, wat ernstige spanning en lijden veroorzaakte bij deze dieren.
[…]
Tijdens mijn inspectie stelde ik vast dat op het slachthuis de welzijnsomstandigheden van elke zending dieren onvoldoende bij aankomst wordt beoordeeld door de functionaris voor het dierenwelzijn of door een persoon die rechtstreeks aan de functionaris rapporteert. Bij de beoordeling moeten de prioriteiten in kaart gebracht worden, met name door te bepalen welke dieren specifieke welzijnsbehoeften hebben en welke maatregelen genomen dienen te worden om in die behoeften te voorzien.
De beoordeling van hun welzijn bij aankomst had onvoldoende plaatsgevonden en heeft niet geleid tot maatregelen om in hun behoeften te voorzien. Er is deze dieren niet elke vorm van vermijdbare pijn of lijden bespaard, want ik zag dat de drie eenden in rugligging specifieke welzijnsbehoefte hadden, waarin niet werd voldaan.
Hieruit bleek mij dat werd gehandeld in strijd met Vo (EG) nr. 1099/2009: Artikel 3, lid 1: bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard; Artikel 15, lid 1: in samenhang met bijlage III, onder punt 1.1.: de welzijnsomstandigheden van elke zending dieren worden systematisch bij aankomst beoordeeld door de functionaris voor het dierenwelzijn of door een persoon die rechtstreeks aan die functionaris rapporteert om de prioriteiten in kaart te kunnen brengen, met name door te bepalen welke dieren specifieke welzijnsbehoeften hebben en welke maatregelen genomen dienen te worden om in die behoeften te voorzien.
Op grond van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, in samenhang met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren, is het verboden in strijd te handelen met het/de hierboven genoemde artikel(en) van Verordening (EG) nr. 1099/2009.
In diverse documenten wordt vervolgens ingegaan op de problematiek van de ‘rugliggers’ en het handhavingsverzoek van Animal Rights:
Notulen 09-07-2024 “Rugliggers in het algemeen 0-tolerantie, maar dat moet dan wel voor alle slachterijen gelden.” Het lijkt erop dat het handhavingsverzoek van Animal Rights gaat resulteren in “0-tolerantie” voor ‘rugliggers’ in alle pluimveeslachthuizen.
Agenda 23-07-2024 “Het valt nu op, dat bijna dagelijks tijdens de welzijnscontrole door het bedrijf rugliggers worden gezien, de juiste corrigerende maatregelingen worden genomen en het wordt vastgelegd in het register voor dierenwelzijn. Goed om dat te constateren.” Het is natuurlijk helemaal geen goede zaak dat “bijna dagelijks” ‘rugliggers’ worden gezien. Dat geeft juist aan dat er iets helemaal mis is met de vangmethode. De NVWA bedoelt dat het goed is dat ze door het slachthuispersoneel ook opgemerkt worden, maar we delen het optimisme niet dat die oplettendheid ook blijvend zal zijn.
Agenda 20-08-2024 “O&O rugliggers aanpak Ivm het handhavingsverzoek van een dierenwelzijn organisatie zijn … en … het eerste deel van het overleg aanwezig om de procedure rugliggers in de aanvoer te bespreken. Er zijn overleggen geweest tussen meerdere afdelingen binnen de NVWA om een plan van aanpak voor rugliggers op alle slachterijen te maken. […] Er is een conceptversie beoordeling kader rugliggers na welzijnscontrole slachthuis getoond en besproken middels een power point en een beslisboom. […] Eind september volgen er oploopjes om alle toezichthouders van de NVWA te informeren. Rond oktober wordt de sector ( dus ook de overige slachterijen) middels NEPLUVI geïnformeerd. Wij krijgen terugkoppeling zodra deze informatie overdracht heeft plaats gevonden. In november is dan ook de start voor de rest van de sector. […] IBD vraagt nog wel eens om formulier waarop afgetekend staat wanneer lading gecontroleerd is door PWO. Het gaat om het aantal rugliggers per lading; dus wel per auto.”
Agenda 11-09-20214 “NVWA: Er is bij de NVWA een Handhavingsverzoek binnen gekomen van een NGO over de waargenomen rugliggers in de periode van 01-01-2022 tot en met 31-12-2023. NVWA heeft een onderzoeksplicht. Daaruit is gebleken, dat de NVWA het verzoek niet kan afwijzen op basis van het Interventiebeleid en Wet en Regelgeving. Er wordt mogelijk een Rapport van Bevindingen opgemaakt. Dit jaar gaat het stukken beter met het constateren en vastleggen van de rugliggers tijdens de welzijnscontrole door het bedrijf. Door de NVWA worden minder rugliggers geconstateerd. Tomassen: geen mededelingen.”
Het gaat zo goed dat op 4 juli, een dag na het hierboven opgestelde rapport van bevindingen, er opnieuw een rugligger wordt gevonden door de NVWA die de slachthuismedewerkers zelf hebben gemist: “1 rugligger aangetroffen. teruggedraaid door medewerker. Geen RvB hangende afhandeling RvB gisteren.”
Op 11 september wordt er helemaal niet gerept over een rapport van bevindingen: “7.00 uur 1x rugliggers geconstateerd op 1 vrachtwagen na welzijn controle (schone veren)”
Update 7
En ook in het vierde kwartaal van 2024 is er niets veranderd wat betreft het aantal rugliggers, alleen lijkt de de NVWA nu, samenspannend met het eendenslachthuis en Nepluvi, de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie, het lijden van rugliggers te bagatelliseren.
Dat bagatelliseren blijkt in de eerste plaats uit de toevoegingen op de inspectierapporten. Op 9 oktober: “05.55 1x rugligger gevonden, waarvan ik niet kan bewijzen dat het dier langdurig heeft gelegen“. Op 4 november: “09u 1x rugligger gemist door PWO. dier was nog levendig en kan niet langer dan 1 uur op zn rug hebben gelegen, daarom geen RvB maar laten omdraaien volgens afspraken in NVWA”. Op 12 november ontbreekt het bagatelliseren, maar volgt ook geen Rapport van Bevindingen: “1e koppel 1e wagen 1x levende rugligger niet door bedrijf gezien: laten omdraaien. 2e koppel 1e wagen idem.” Op 11 december: “1 rugligger in een zending zonder verder indicaties“. Op 16 december: “16 dec: 1x rugligger om 09:45 … levendig en geen andere afwijkingen dus corrigerende maatregel conform werkvoorschrift.” Het beleid van de NVWA lijkt te zijn: als het dier de martelgang overleeft dan doen we niets!
Hoe de collaboratie van de NVWA met de pluimvee-industrie in zijn werk gaat, blijkt uit de notulen van het bedrijfsoverleg NVWA-Tomassen van 08 november 2024: “Eind oktober is met NEPLUVI besproken welke beslisboom met de rugliggers gehanteerd wordt door de NVWA. Bij een rugligger die niet lang op de rug ligt wordt een corrigerende maatregel toegepast en dit is terug te vinden in de toezichts-PDF bij “afspraken met betrokkene”. Bij langdurig liggen of meerdere rugliggers of een rugligger in combinatie met vleugelbeklemming of een andere welzijnsaantasting in aanvoer is een rapport van bevindingen het gevolg. Dit is om te voorkomen dat er een sanctie opgelegd wordt voor een rugligger die mogelijk in de aanvoer ontstaan is na de welzijnscontrole van het bedrijf.”
Verder staat er: “Rapport volgt over de overtredingen van afgelopen 2 jaar. Komt email aanzegging voor.” De “afgelopen 2 jaar” refereert aan het handhavingsverzoek van Animal Rights.
In de notullen van 12 november 2024 wordt nog eens uitgelegd hoe te handelen: “Een rugligger moet worden ingevuld bij opmerking voor betrokkenen (GEEN voldoet niet!) één rvb opstellen voor slechts één dier, indien er voldoende bewijslast toereikend is.”
Het blijkt dat Tomassen bezwaar heeft gemaakt tegen het Rapport van Bevindingen van 3 juli (zie update 6): “Er is bezwaar aangetekend tegen RvB 3 rugliggers, vanwege het gebruik van de zaklamp, daardoor kunnen rugliggers ontstaan volgens Tomassen. De TZH destijds had echter geen lamp gebruikt om de rugliggers op te sporen.”
De conclusie is dat er schoorvoetend wat wordt gedaan aan het probleem van de ‘rugliggers’. De NVWA laat ook opnieuw zien dat ze er vooral is om de vee-industrie ten dienste te zijn en niet daadwerkelijk wil optreden om dierenleed en -mishandeling uit te bannen. Animal Rights komt hier bij het besluit op het handhavingsverzoek op terug.
Bij Animal Rights staat men niet te juichen over de opname van dierenwelzijn in de Belgische grondwet. De dierenrechtenorganisatie ziet het vooral als symboolpolitiek. “Net als vergelijkbare vermeldingen in de Duitse en Luxemburgse grondwet, gaat het voor de dieren geen enkel verschil maken,” voorspelt Animal Rights directeur Susan Hartland.
Het probleem is vooral dat de bescherming van dieren ondergebracht wordt in artikel 7 bis van de grondwet, opeengehoopt met duurzaamheid en solidariteit met toekomstige generaties.
Om daadwerkelijk iets voor de dieren te betekenen, hadden de dieren opgenomen moeten worden in anti-discriminatie artikel 11, wat dieren zou erkennen als (rechts)personen en zou beschermen tegen discriminatie op basis van soort (vergelijkbaar met discriminatie op basis van ras of geslacht).
Daarom pleit Animal Rights, dat in beide landen actief is, in Nederland voor opname van het woord ‘soort’ in artikel 1 van de grondwet. Artikel 1 zou dan luiden: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, soort, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Jagers, veehouders en dierproefnemers hadden dan daadwerkelijk iets te vrezen gehad. Het huidige “streven” van de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten “naar bescherming van en zorg voor dieren als wezens met gevoel,” is een heel klein stapje in de goede richting. “Hoewel het niets voor de dieren gaat doen op korte termijn en vrijwel onbruikbaar zal zijn in de rechtszaal, is het wel een teken des tijds, onderdeel van de langzame progressie naar meer consideratie met andere dieren dan mensen,” zegt Hartland.
Op 29 november 2022 neemt het college van Burgemeester en Wethouders van Ermelo twee besluiten waarmee een omgevingsvergunning wordt verleend aan eendenslachter Tomassen Duck-To B.V. om 5 jaar lang af te wijken van het bestemmingsplan door de percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 te gebruik als ‘transport en opslag’, ten behoeve van de slachterij op nummer 116.
Animal Rights maakt bezwaar omdat het van mening is dat het college, door de gevraagde omgevingsvergunningen te verlenen, gehandeld heeft in strijd met de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Op 15 juni 2023 besluit het college Animal Rights niet ontvankelijk te verklaren, waartegen Animal Rights op 7 augustus in beroep gaat. De zitting was op 29 februari 2024. Ermelo moet alsnog toegeven dat Animal Rights wel degelijk belanghebbend is.
Tijdlijn
Tomassen gebruikt de genoemde percelen illegaal omdat volgens het bestemmingsplan daar geen (gebruik ten behoeve van een) slachterij is toegestaan. Op 4 april 2018 heeft het college aan Tomassen een last onder dwangsom opgelegd vanwege deze overtredingen van de milieuvergunning, maar trekt deze 9 oktober 2018 weer in omdat door de aanvraag van een omgevingsvergunning door Tomassen op 30 januari 2018 sprake zou zijn van concreet zicht op legalisatie. ‘Zicht op legalisatie’ is een veel gebruikte reden om niet op te treden tegen illegale situaties. De rechtbank oordeelt echter dat er helemaal geen zicht op legalisatie is.
Op 27 november 2019 vernietigt de rechtbank Gelderland het besluit van de gemeente om niet te handhaven, omdat ten tijde van het bestreden besluit concreet zicht op legalisatie ontbrak. Op 31 maart 2022 vernietigt de rechtbank ook een besluit van 23 december 2019 om niet te handhaven op Tomassen’s illegale activiteiten, omdat (opnieuw) concreet zicht op legalisatie ontbreekt.
Op 4 mei 2022 neemt het college – uitvoering gevend aan de rechtbankuitspraak van 31 maart 2022 – een nieuw handhavingsbesluit. Om aan de daarin opgelegde dwangsom te ontkomen dient Tomassen op 9 september 2022 aanvragen in om de percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 voor een periode van vijf jaar – in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan – te mogen gebruiken. Het college stemt daarmee op 29 november 2022 in, waarna de bezwaren van Animal Rights en Stichting Doeh (omwonenden) volgen.
Mosterd na de maaltijd
Op 20 maart 2023 blijkt uit een raadsvoorstel en raadsbesluit dat het college een expert, mr. dr. Soppe, nader onderzoek wil laten doen naar de vraag of de activiteit ‘transport en opslag’ ten behoeve van een pluimveeslachterij kwalificeert als een activiteit waarmee de installatie voor het slachten van dieren wordt gewijzigd of uitgebreid. Dat is van belang want de ‘kruimelgevallenregeling’ waaronder de omgevingsvergunningen zijn verleend, mag niet toegepast worden bij activiteiten die m.e.r. (milieueffectenrapportage)-beoordelingsplichtig zijn.
Animal Rights is van oordeel dat het college zich deze vraag niet achteraf had moeten stellen, maar voorafgaand aan de vergunningverlening. Voor Animal Rights staat vast dat het verlenen van de gevraagde (tijdelijke) vergunningen moet worden gezien als een wijziging dan wel uitbreiding van het eendenslachthuis, zodat, mede om die reden, de vergunningen geweigerd in plaats van verleend hadden moeten worden. Dat is ook het oordeel van dhr. Soppe op 29 maart 2023.
Bij de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie op 6 april 2023 betoogt Animal Rights dan ook dat slechts één conclusie mogelijk is, namelijk, dat haar bezwaren gegrond zijn en de verleende vergunningen moeten worden herroepen/ingetrokken.
De schizofrenie van de bezwaarschriftencommissie
Op 15 juni 2023 besluit het college, in een vlaag van verstandsverbijstering Animal Rights niet ontvankelijk te verklaren en baseert zich daarbij op het advies van de commissie. Deze schrijft onder andere: ”De commissie is van oordeel dat de belangen van de stichting niet rechtstreeks zijn betrokken bij de bestreden besluiten, omdat de betreffende omgevingsvergunningen ten eerste uitsluitend zien op de activiteiten opslag en transport en deze activiteiten geen rechtstreekse gevolgen hebben voor de capaciteit en productie van de pluimveeslachterij.”
Op 27 juni 2023 schrijft diezelfde commissie in haar advies: ”Een essentieel onderdeel van het productieproces begint met de aanvoer van levende eenden als grondstof voor het productieproces op perceel 112. De installatie kan niet functioneren zonder de aanvoer van de eenden. Daarnaast kan dit ook niet op een andere locatie plaatsvinden. De commissie concludeert dat perceel 112 dusdanig essentieel is voor de bedrijfsvoering dat de installatie niet (legaal) had kunnen functioneren als deze vergunning niet was verleend. De activiteiten die zich op dit perceel bevinden zijn dusdanig essentieel en randvoorwaardelijk voor de installatie, dat naar het oordeel van de commissie, met inachtneming van de memo van mr. Soppe, sprake is van een uitbreiding van de installatie. Dit heeft tot gevolg dat de kruimelgevallenregeling niet toegepast mocht worden …”
Deze twee passages zijn volstrekt tegenstrijdig. Het is schizofreen! Animal Rights is volgens de commissie niet ontvankelijk omdat de activiteiten opslag en transport geen rechtstreekse gevolgen hebben voor de capaciteit en productie van de pluimveeslachterij. En vervolgens is het oordeel van diezelfde commissie dat de activiteiten die op perceel 112 plaatsvinden dusdanig essentieel en randvoorwaardelijk voor het slachthuis zijn, dat sprake is van een uitbreiding van het slachthuis.
Er is echter niets meer wat ons verbaast als het gaat om Ermelo en Tomassen. Op 7 augustus 2023 gaat Animal Rights tegen het besluit van niet-ontvankelijk verklaring in beroep.
De vergunningen worden alsnog geweigerd
Op 22 augustus 2023 besluit het college van Ermelo op basis van de adviezen ”de kruimelvergunningen van 29 november 2022 te herroepen en de gevraagde omgevingsvergunningen voor de activiteiten transport en opslag voor de percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 op basis van de kruimelgevallenregeling alsnog te weigeren.”
Nadat het Animal Rights duidelijk was dat Ermelo geen andere keus had dan deze koers te volgen heeft Animal Rights op 5 september 2023 Hugo Weidema en Co. per mail verzocht om een herstelbesluit en de stichting alsnog ontvankelijk te verklaren in haar bezwaren. Op deze mail is geen reactie gekomen.
Een laatste wanhoopspoging van Ermelo
De beroepszitting werd gepland voor 29 februari 2024. Op 2 februari 2024 probeert Ermelo de rechtszaak tegen te houden door de rechtbank een brief te sturen met de strekking dat de twee tijdelijke omgevingsvergunningen van 29 november 2022, waartegen het bezwaar van Animal Rights initieel was gericht, zijn herroepen en dat daarmee Animal Rights niet langer een procesbelang zou hebben bij de aanstaande zitting.
Onzin natuurlijk, het procesbelang van Animal Rights is gelegen in haar ontvankelijkheid en proceskostenvergoeding (in zowel bezwaar als beroep).
Animal Rights is overduidelijk belanghebbend en haar bezwaar ontvankelijk
De ontvankelijkheid van Animal Rights is gekoppeld aan de vraag of de activiteiten op de locaties Fokko Kortlanglaan 112 en 122 onlosmakelijk deel uitmaken van de slachterij aan de Fokko Kortlanglaan 116. Als deze vraag bevestigend kan worden beantwoord, dient de dierenrechtenorganisatie aangemerkt te worden als belanghebbende. Zo werd ook overwogen door Ermelo in het bestreden besluit op bezwaar.
Dat er wel degelijk een onlosmakelijke samenhang bestaat tussen de activiteiten op de Fokko Kortlanglaan 112 en 122 enerzijds en die op het slachthuis op nummer 116 anderzijds is onomstotelijk bevestigd in de herstelbesluiten van 22 augustus 2023.
De kwaadaardige onwil van Ermelo
Het zijn de arrogantie van het college van Burgemeester en Wethouders van Ermelo en het gezwollen ego van portefeuillehouder Hugo Weidema, die het noodzakelijk maakten deze zaak tot voor de rechter uit te vechten. Ermelo verspilde niet alleen de kostbare tijd van de overbezette rechtbank aan deze, voor Ermelo, kansloze zaak, maar moet ook toestemmen in het betalen van de kosten die Animal Rights hiervoor heeft moeten maken. De belastingbetalers – de inwoners van Ermelo – draaien voor deze kosten en die van de eigen advocaat van het college op. Het college van Ermelo heeft zichzelf opnieuw gediskwalificeerd en moet zo snel mogelijk onder curatele worden gesteld.
In hun niet aflatende ijver om eendenslachter Tomassen te plezieren heeft het college inmiddels een intentieovereenkomst met Tomassen gesloten waarin legalisatie van het gebruik van de percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 opnieuw op het programma staan. Een nieuwe ontwerp-vergunning zal vervolgens ter inzage worden gelegd waartegen zienswijzes kunnen worden ingediend, ook door Animal Rights. Tomassen moest daarvoor wel uiterlijk 1 maart 2024 een nieuwe volledige aanvraag indienen. Dat gebeurde niet, maar de gemeente Ermelo geeft Tomassen opnieuw een herkansing.
De uitkomst
Uiteindelijk werd in het proces-verbaal van de zitting zwart op wit vastgelegd dat het college van Ermelo op de zitting heeft toegezegd dat Animal Rights in die nieuwe procedure als belanghebbende zal worden aangemerkt.
Animal Rights zal zich dan ook blijven mengen in de strijd om de uitbr eiding van het slachthuis en de legalisering van haar illegale activiteiten te voorkomen.
Update
Op maandag 25 november 2024 adviseert het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo de raad van Ermelo om een ‘ontwerpverklaring van geen bedenkingen’ te weigeren voor de nieuwe milieuvergunning van Tomassen Duck To. Deze vergunning was bedoeld om diverse illegale situaties in één klap te legaliseren. Nu die vergunning van de baan is, is er geen zicht meer op legalisering en heeft de slachterij direct te maken met dwangsommen die de gemeente eerder oplegde. De termijn die daaraan is verbonden loopt op 19 december af. Daar houdt de gemeente strak aan vast, maken burgemeester en wethouders op 9 december bekend. 12 Eerdere verzoeken van Tomassen om de ‘begunstigingstermijn’ te verlengen willigden de gemeente telkens in. Enkele weken geleden vroeg het bedrijf daar opnieuw om. Nu wijst de gemeente dat af.
Dit betekent dat Tomassen vanaf volgende week donderdag 19 december de betreffende percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 op het slachterijcomplex niet meer voor transport en opslag mag gebruiken, ondanks dat het bedrijf eerder aangaf dat dit voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is. Als het bedrijf in overtreding blijft, dan moeten de opgelegde dwangsommen worden betaald: 100.000 euro per week tot een maximum van 500.000 euro. Dit kan natuurlijk allemaal weer aangevochten worden, dus het zal nog wel even duren tot Tomassen het geld daadwerkelijk moet ophoesten.
Dierenrechtenorganisatie Animal Rights wil dat de Brabantse familie Van Ansem in Nederland wordt aangepakt voor de mishandeling van nertsen op haar bedrijven in Oost-Europa als dat lokaal niet gebeurt. Deze week kwamen opnieuw beelden naar buiten van de vreselijke behandeling van nertsen op een Poolse fokkerij van de Van Ansem Group.1
Undercoverbeelden
In november en december 2023 werkte een undercover medewerker van de Poolse organisatie Otwarte Klatki vijf weken lang op een nertsenfokkerij van Van Ansem in Lubiszyn. Gedurende deze maanden worden de nertsen vergast en gevild. Polen is sinds de corona pandemie de grootste bontproducent van Europa en de nummer twee in de wereld na China.
In de beelden is te zien hoe nertsen tegen metalen en houten delen van de kooien worden geslagen en op de vloer vertrapt. Werknemers slingeren de dieren bij de staarten rond en gooien de nertsen vervolgens met grote kracht in kooien of in een transportkar. De kooien zijn vaak smerig en veel nertsen bloeden hevig.
Van Ansem in Polen, Letland en de Verenigde Staten
Hoewel onderzoek van Animal Rights er op wijst dat maar weinig Nederlandse nertsenfokkers tijd en geld hadden om uit te wijken naar het buitenland na het relatief onverwachte, voortijdige einde van de bontindustrie in Nederland gedurende de corona-pandemie, gaf de lange discussie over een bontfokverbod enkele bontmiljonairs de kans om hun weerzinwekkende praktijken voort te zetten in andere landen. Zo trokken Rien en Pierre Leeyen van het Limburgse Beringe naar Polen, kocht de familie Van Deurzen zich in in Denemarken, voordat dat land 17 miljoen nertsen ruimde, en is de familie Van Ansem al jaren actief in Polen, Letland en de Verenigde Staten.
60 jaar nertsenleed door de Van Ansems
Vader Jan van Ansem startte in 1964 met 60 ‘fokteven’ in een shed achter zijn huis in Milheeze. In 1966 had hij 230 ‘fokteven’ en nog eens 10 jaar later was dit aantal vertienvoudigd. In 1986 kocht hij een boerderij in de Rips om ook daar nertsen te fokken. Jan breidde uit naar Polen in 1991, terwijl zijn zonen John en Twan zich richtten op België, Letland, Roemenië en de Verenigde Staten.
De Van Ansems runden tot 2020 een nertsenfokkerij met 40.000 dieren aan de Langstraat 17 in het Limburgse Meijel en een bedrijf met 15.000 nertsen aan de Peeldijk 1A in Milheeze.
Goodrich Mink Farm is de Van Ansem nertsenfokkerij nabij Medford, Wisconsin, in de Verenigde Staten. In 2009 kocht de Van Ansem Group ook de nabijgelegen David Dittrich Mink Farm.
In Polen bestiert de familie een tiental fokkerijen met daarnaast huidenverwerker Norpol en nertsenvoeder fabrikant Futrex.
Op hun website noemen de Van Ansems als een van hun mission statements “To maintain the highest standards of animal welfare”, maar ook in 2012 2 en 2021 3 werd al bij de Van Ansems vreselijk nertsenleed gefilmd.
Misdaden begaan in het buitenland
Misdaden die door Nederlanders in het buitenland worden begaan, maken hen niet langer immuun voor de Nederlandse wet. Nederlanders die vechten voor terroristische organisaties als ISIS en pedoseksuelen die kinderen misbruiken in Zuidoost Azië worden tegenwoordig ook in Nederland aangepakt. Voor de dierenmishandelaars van Van Ansem zou hetzelfde moeten gelden.