De poging tot slopen van het 3e amentement-Vestering via het ‘convenant dierwaardige veehouderij’

Op 21 april 2021 trad de nieuwe Europese diergezondheidsverordening in werking. De verordening brengt de omvangrijke hoeveelheid Europese wetgeving over diergezondheid samen in één kader. De Wet dieren, die op 1 januari 2013 in werking trad (1 juli 2014 voor dierenwelzijn), moest daarom op een aantal punten worden aangepast. Tijdens de verschillende vergaderingen hierover konden moties en amendementen ingediend worden. Dat laatste deden de leden Wassenberg en Vestering van de Partij voor de Dieren.

Wat is een redelijk doel?

Het derde amendement-Vestering beoogt dat aan de oorspronkelijke zinssnede, dat het veroorzaken van pijn of letsel bij een dier zonder ‘redelijk doel’ niet is toegestaan, zou worden toegevoegd dat het kunnen houden van dieren in een bepaald houderijsysteem of een bepaalde wijze van huisvesting in ieder geval geen ‘redelijk doel’ meer vormt.

Dit raakt aan de kern van de absolute schizofrenie van de dierhouderij: Het veroorzaken van pijn of letsel bij een dier geldt als dierenmishandeling – net als het op een andere wijze benadelen van het welzijn van een dier – behalve wanneer dit een ‘redelijk doel’ dient. De Partij voor de Dieren tracht dus de Wet dieren iets minder schizofreen te maken door oude kabinetsbeloftes te verankeren in wetgeving en de dieren in de veehouderij eindelijk wettelijke bescherming te bieden tegen structureel, institutioneel dierenleed.

Een meerderheid is voor ‘change’

De Tweede Kamer stemde op 11 mei 2021, ondanks het voorspelbare afraden door toenmalig Landbouwminister Schouten, voor de wijzigingen en bepaalde dat de wet per 1 januari 2023 moest worden ingevoerd. De Eerste kamer stemde ook voor.

Piet Adema, huidig demissionair minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, heeft, na lang dralen, eind december 2022 wel zijn handtekening gezet voor inwerkingtreding van het amendement over het voorkomen van stalbranden en van het amendement over het kunnen instellen van fokbeperkingen op het moment dat er dierenleed dreigt. Deze wijzigingen zijn vanaf 1 januari 20123 eindelijk van kracht.

Pas op 14 juni 2023 zet Adema ook zijn handtekening onder het derde amendement-Vestering (artikel I, onderdeel 0A, van de wet van 26 mei 2021 tot wijziging van de Wet dieren in verband met de uitvoering van de herziene Europese diergezondheidswetgeving (Stb. 2021, 256)) met een inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2024. Er is dan echter al aangekondigd dat een “voorstel voor een wetswijziging houdende een alternatief voor de in dat onderdeel opgenomen wijziging”, bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. Adema wil de Kamer dus een alternatief bieden voor het derde amendement waar ze al voor gestemd hebben.

Het Landbouwministerie tracht het derde amendement te slopen via een convenant

Het derde amendement is onacceptabel voor de vee-industrie en haar marionetten op het Landbouwministerie. De minister laat de Tweede Kamer weten dat hij de wet in geamendeerde vorm niet uitvoerbaar acht en dat hij daarom zelf een nieuwe wetwijziging zal voorstellen gebaseerd op afspraken gemaakt in een convenant.

”Om het amendement naleefbaar en handhaafbaar te maken”, is het excuus, zou het convenant als basis moeten gaan dienen voor wet- en regelgeving die de ontwikkeling naar een ‘dierwaardige veehouderij’ verankert.

De minister van LNV poogt op deze wijze de door het parlement aanvaarde wijzigingen in de Wet dieren ongedaan te maken. Dit kan worden gezien als ondemocratisch en immoreel en een schoffering van beide Kamers. Het negeert daarnaast 20 jaar aan kabinetsbeloftes.

De vee-industrie mag dat convenant dicteren

Op 25 augustus 2022 kreeg Bram van Ojik, notabene een voormalig GroenLinks kamerlid, de opdracht van de minister van LNV het in 2021 aangenomen amendement op artikel 2.1. van de Wet dieren te verbasteren tot het zogenaamde ‘convenant dierwaardige veehouderij’, opgesteld door de vee-industrie.

Uit de genodigden voor het convenant-overleg is duidelijk dat de vee-industrie de wetswijziging grotendeels mag dicteren: AVINED (pluimveesector), Caring Farmers (natuurinclusieve kringlooplandbouw), CBL (supermarktkoepel), Dierenbescherming, DZK (melkveehouderij), LTO (boerenondernemersorganisatie), NAJK (agrarisch jongeren), POV (varkensboeren) en SBK (kalversector).

Waarom leent de Dierenbescherming zich hiervoor?

Ja, ook de Dierenbescherming is, in haar huidige vorm, een onderdeel van de vee-industrie. De Dierenbescherming heeft een product te verkopen, namelijk het Beter Leven Keurmerk. Aan dit concept zijn grote belangen verbonden, niet in de laatste plaats prestige en fondsenwerving. Met haar reclames voor het Beter Leven Keurmerk is de Dierenbescherming een van de belangrijkste promotors van vlees (en zuivel en ei) consumptie. De dierenbescherming vertegenwoordigt dan ook niet de dieren maar in de allereerste plaats haar eigen belangen.

Dierenrechtenorganisaties mogen niet meepraten

Voor de vorm mochten markt- en ketenpartijen, organisaties van veehouders en dierenwelzijnsorganisaties op separate bijeenkomsten ook wat in de dierenmelk brokkelen. Dierenrechtenorganisaties waren niet welkom. In een interview met het tijdschrift Roots legt Van Ojik uit waarom: “Het klopt dat Animal Rights is afgewezen, maar dat is niet zo heel gek. Ze willen namelijk helemaal geen veehouderij, dus dan heeft het weinig zin om met hen over dierwaardige veehouderij te spreken.”

Natuurlijk vindt Animal Rights dat ‘dierwaardige veehouderij’ een contradictio in terminis is en dat de vee-industrie dient te verdwijnen. Wat echter het belangrijkste is met betrekking tot het convenant is dat degene met de grootste belangen bij de uitkomst van het overleg niet vertegenwoordigd zijn, namelijk de dieren. Een dierenrechtenorganisatie als Animal Rights zou deze belangen kunnen behartigen.

Bram van Ojik meldt aan Animal Rights zelf: “Ik heb uw ‘eis’ deel uit te maken van de kerngroep in die kerngroep besproken, maar ook daar ontbrak de animo om uw eis in te willigen.” Tja, je vraagt aan de schapen of de wolf erbij mag in de wei; wat dacht je dan dat de schapen zouden antwoorden?

Nota van wijziging

De truc van de minister is om het inwerkingtredingsbesluit voor het amendement tegelijk in procedure te brengen met het indienen van zijn nota van wijziging bij de Tweede Kamer. Hij rekent er dan op dat de Tweede Kamer instemt met zijn alternatieve tekst en het derde amendement-Vestering laat vervallen. In dat geval zal er in lagere wetgeving worden vastgelegd welke vormen van natuurlijk gedrag dieren zouden moeten kunnen vertonen. Wat dat concreet zal betekenen voor de dieren wordt door de vee-industrie bepaald aan de overlegtafel van het ‘convenant dierwaardige veehouderij’. 

Op 14 juni 2023 diende de minister bovengenoemde nota van wijziging in ”voor een nieuwe grondslag in de Wet dieren om gedragsbehoeften van dieren in de veehouderij aan te wijzen die niet permanent onthouden mogen worden.”
Hij wil dit uitvoeren door via aanpassingen in algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) voor gedragsbehoeften en voor ingrepen helder te maken wat per diersoort verboden wordt, of welke aanvullende strenge voorwaarden aan ingrepen worden gesteld, en wat de gevolgen daarvan zijn. Deze lagere regelgeving zou gebaseerd moeten worden op de afspraken in het convenant.

Direct na het afsluiten van het convenant zal de minister het traject voor de eerste AMvB opstarten. De Tweede en de Eerste Kamer worden in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het ontwerp van die AMvB en daarover haar mening te geven voordat de AMvB ter advisering aan de Afdeling advisering van de Raad van State wordt voorgelegd.

De inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2024 biedt beide Kamers een krappe termijn om deze wetswijziging nog te behandelen voordat het amendement in werking treedt.

Advies Raad van State

Op 1 februari 2023 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) advies gegeven over de zogenoemde nota van wijziging bij het voorstel om de Wet dieren te wijzigen.

De RvS wees erop dat de gang van zaken op gespannen voet staat met de grondwet. De inwerkingtreding van het geamendeerde artikel per 1 juli 2024 is bij Koninklijk Besluit bepaald. “Uit de Grondwet blijkt dat een wet die door zowel de Tweede als de Eerste Kamer is aanvaard en door de regering is bekrachtigd en bekendgemaakt, zo snel mogelijk en in zijn geheel in werking moet treden. Gedeeltelijke uitstel van inwerkingtreding is mogelijk als dat nodig is in verband met technische, niet-beleidsmatige factoren die bijvoorbeeld samenhangen met een goede voorbereiding van de invoering van de wet. Vlotte inwerkingtreding is bedoeld om te voorkomen dat de wil van de wetgever niet wordt gerealiseerd.” Een aangenomen wet behoort dus in werking te treden, tenzij de wetgever anders beslist.

Ook benadrukte de RvS dat niet duidelijk is op welke wijze het convenant zal worden ingevuld om het doel van het amendement te realiseren. “De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is van plan om de algemene maatregel van bestuur te baseren op de uitkomsten van het convenant dierwaardige veehouderij. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe dat convenant zal komen te luiden. Daarnaast is het verbod in de nota van wijziging minder omvattend dan het amendement-Vestering. Daar staat namelijk een volledig verbod om bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Om het doel van het amendement te bereiken, zal bestaande lagere regelgeving moeten worden aangepast.”

Zoals verwacht: vooruit schuiven

Op 14 juni 2023 rapporteerde Adema aan de Tweede Kamer hoe ver hij gevorderd was met het ontmantelen van het derde amendement-Vestering.

De voorlopige uitkomsten zijn dieptriest. Allereerst bleek resultaat binnen de oorspronkelijk door de minister beoogde termijn onmogelijk. Verder komt Van Ojik met ver naar de toekomst geschoven vage, en waarschijnlijk loze, beloftes over een diergericht ontworpen houderijsysteem, uiterlijk, op 1 januari 2040.

Daar zijn natuurlijk wel voorwaarden van de veeboeren aan verbonden die neerkomen op nog meer subsidietroggen om uit te schransen, een onmogelijk gelijk speelveld in de EU en op de wereldmarkt, vereenvoudigde vergunningverlening en, het cadeautje voor de Dierenbescherming, “maximale inzet van keurmerken”.

Diergericht

Diergericht definieert LNV heel naïef als een houderijsysteem met de behoeftes van dieren als uitgangspunt. Men noemt dan “de behoefte van kippen om een stofbad te nemen, of van varkens om te wroeten.”
De belangen van dieren om geen bezit te zijn, niet tot slaaf gemaakt te worden, niet vermoord te worden, eigen keuzes te maken, tot bloei te komen, of een leven te voltooien, worden natuurlijk niet genoemd, want dat zou onverenigbaar zijn met het uitgangspunt uitbuiting.

Dat is ook het grote, onoverkomelijke manco van de ‘zes leidende principes (van dierwaardigheid)’ van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA). De basis, principe 1, is erkenning van de intrinsieke waarde en de integriteit van het dier. Daarnaast dient een dierwaardige veehouderij in drie basisbehoeften te voorzien: voldoende voeding, comfortabele en veilige omgeving en een goede gezondheid; de principes 2, 3 en 4. Verder moet er ruimte zijn voor natuurlijk gedrag – principe 5. Volgens principe 6 moet het dier kunnen reageren op zijn omgeving, teneinde een emotionele toestand te kunnen bereiken die het als positief ervaart.
De veehouderij is onverenigbaar met principe 1, terwijl principe 2 t/m 6 in het niet vallen bij ‘dierwaardigheidsbelangen’ als geen bezit te zijn, geen product of productiemiddel te zijn, niet geterroriseerd of vermoord te worden.
Adema denkt daar natuurlijk anders over: “In mijn ogen kan de veehouderij verenigbaar zijn met dierwaardigheid.” Maar hij weet dat verder niet toe te lichten, laat staan te onderbouwen.

Volgende fase

D66-er Elbert Roest neemt vervolgens het stokje over. Hij gaat verder werken met de kerngroep aan ”de inhoudelijke agenda van het convenant.” Dat meldt LNV op 2 september 2023. Er is geen intentie om nog andere organisaties te laten deelnemen of te raadplegen.

De eerste fase, over de houderijsystemen, liep van september 2022 tot september 2023. Transport en slacht worden in de tweede fase behandeld, met daarnaast zaken als ”het terugdringen van ziektes en aandoeningen, en het houden van dierrassen die geen kenmerken hebben die schadelijk zijn voor hun gezondheid of welzijn. De inzet van onderzoek en innovatie staat ook op de agenda.” Fase 2 had vanaf oktober 2023 moeten lopen.

Meer vertragingen

Op 25 oktober 2023 stuurt demissionair Landbouwminister Adema een ‘Commissiebrief convenant dierwaardige veehouderij’ naar de Kamer. Hij moet opnieuw melden dat er “op dit moment nog geen definitieve convenantafspraken gemaakt.”

“De voorzitter van het convenant heeft laten weten dat voor afronding meer tijd nodig is. De voorzitter verwacht tot begin december nodig te hebben.” De tweede fase is zelfs helemaal nog niet gestart: “Er is voor gekozen om in de tweede fase van het convenant te komen tot afspraken over het stoppen met het fokken en houden van dieren met schadelijke kenmerken. Omdat de tweede fase nog niet is gestart, is de fokkerij op dit moment nog niet betrokken bij de transitie naar dierwaardige veehouderij.”

Het eerste scheurtje in de ‘kerngroep’ is ook opgetreden: “Op 22 september 2023 heeft de Nederlandse Vereniging van Pluimveehouders (NVP) laten weten niet langer deel te kunnen nemen aan het convenanttraject. De NVP is een van de leden van AVINED.”

Uit Adema’s antwoorden op de vele vragen blijkt ook dat economische afwegingen uiteindelijk de hoofdrol gaan spelen: “Wel moeten investeringen in dierwaardigheid in de markt (in Nederland, in ons omringende landen, in Europa en in de rest van de wereld) kunnen worden terugverdiend.”
En: “Bij het opstellen van het convenant is voorzien in een impactanalyse. Deze impactanalyse zal op hoofdlijnen kijken naar onder meer kosten (eenmalige kosten op korte en lange termijn; structurele kosten), naar de kritische succesfactoren en naar effecten op de prijs van boodschappen.”

De convenant onderhandelingen lopen (strompelend) door terwijl het kabinet demissionair is. Tegen beter weten in?
“De Tweede Kamer heeft de mogelijkheid stukken en wetgeving controversieel te verklaren of zich anderzijds uit te spreken tegen het lopende beleid. Ik constateer dat dit voor wat betreft het convenant dierwaardige veehouderij tot op heden niet is gebeurd.”
Maar: “Over belangrijke randvoorwaarden kan door dit kabinet gezien de demissionaire status ervan, geen toezegging meer worden gedaan.”

Vervolgens

Ook het derde amendement-Vestering zou, indien aangenomen, geen einde maken aan de intensieve veehouderij. Wat het wel doet, is organisaties als Animal Rights handvaten geven om langs juridische weg de vee-industrie stukje bij beetje te ontmantelen. Adema begrijpt en vreest dat.

De minister: ”Indien beide Kamers ervoor kiezen de door het kabinet voorgestelde wetswijziging om de doelstelling van het amendement-Vestering op uitvoerbare wijze te regelen niet (tijdig) aan te nemen, dan zal het amendement-Vestering in werking treden, ongeacht de onduidelijke juridische situatie die daarmee zal ontstaan. Hiermee hebben de Kamer(s) volledige zeggenschap over welke bepalingen op 1 juli 2024 in werking zullen treden.”

Op 8 september 2023 benadrukt de minister, in antwoorden ”op vragen en opmerkingen inzake dierwaardige veehouderij” aan de Eerste Kamer, dit nogmaals: ”Het is aan het parlement om over het alternatief te beslissen. Indien dat niet of niet tijdig wordt aangenomen, treedt het amendement ongewijzigd in werking. De uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid daarvan kunnen aan de voorkant niet worden gegarandeerd, zolang niet duidelijk is welke verboden eruit zullen volgen. Uitspraken van rechters in concrete casussen zullen die impact pas duidelijk maken.”

Ook op 25 oktober 2023 legt de minister nog eens uit dat het amendement Vestering (35398-9) inmiddels onderdeel uitmaakt van de Wet Dieren en per 1 juli 2024 in werking zal treden. Deze inwerkingtreding hangt niet af van het convenant en is niet gebaseerd op convenantafspraken. “Ik wijs erop dat ik een nieuwe alternatieve wetswijziging heb voorgesteld die momenteel in de Tweede Kamer aanhangig is. Indien de behandeling van die wetswijziging door het parlement tijdig voor 1 juli 2024 is afgerond en het voorstel wordt aangenomen, vervalt het amendement voordat het inwerking treedt en wordt het doel achter het amendement op een uitvoerbare en handhaafbare wijze nagestreefd. Deze wetswijziging biedt een grondslag om per AMvB nadere eisen te stellen en invulling te geven aan een dierwaardige veehouderij. De invulling van deze AMvB wil ik mede baseren op de afspraken in het convenant.”

We hebben op 21 juni 2023 gezien, bij het klappen van het ‘landbouwakkoord’, dat de boerenorganisaties niet in staat zijn om met hun uiteindelijk grootste ‘vriend’, het ministerie van LNV, tot overeenstemming te komen. Zou dat voor dit convenant heel anders zijn?
Op 1 oktober 2023 moest er volgens eerdere afspraken een convenant liggen. De voorzitter verwacht in september tot medio november nodig te hebben; eind oktober wordt dat al begin december …

De minister houdt echter nadrukkelijk de mogelijkheid open om zijn nota van wijziging in werking te laten treden zonder een gesloten convenant en zonder nadere uitwerking in/van lagere wet- en regelgeving. Dat zou volstrekt onaanvaardbaar moeten zijn!

Op dinsdag 19 maart 2024 werd er in de Tweede Kamer gestemd over de wijziging van de Wet Dieren. Het derde amendement Vestering werd weggestemd en de reparatiewet van Adema aangenomen, maar wel met een aanvullend amendement De Groot/Van Campen.
De motie De Groot/Van Campen geeft een onderbouwing van het begrip dierwaardigheid op basis van vijf punten en bepaalt dat deze in 2040 behaald moeten zijn.

Animal Rights dient bezwaar in tegen vergunning Charles River

Update

Eind augustus werd ons bezwaar tegen de nieuwe vergunning van Charles River helaas afgewezen. Om op te komen voor alle dieren bij Charles River zijn we eind oktober in beroep gegaan. Het is nog niet duidelijk wanneer we een reactie vanuit de rechtbank kunnen verwachten.

Wil je zeker weten dat jouw producten niet op dieren zijn getest? Gebruik dan onze dierproefvrije lijst!

Vrijdag 2 juni werd Animal Rights gehoord door de Centrale Commissie Dierproeven over het bezwaar dat we hebben ingediend tegen de verleende vergunning aan multinational Charles River. De vergunning staat Charles River toe om 645.495 dieren te gebruiken voor dierproeven in de komende vijf jaar. Met deze vergunning werd hun vorige vergunning niet alleen verlengd maar stijgt ook het aantal proefdieren bij Charles River met 144.5% ten opzichte van 2017. Reden genoeg voor Animal Rights om bezwaar in te dienen.

Waar gaat het om?

In 2022 is er wederom een vergunning afgegeven aan multinational Charles River voor het uitvoeren van dierproeven. Charles River is een zogeheten Contract Research Organization die op verzoek van klanten dierproeven en/of andere testen uitvoert. Vaak gaat het om proeven op het gebied van toxicologie. Zo is deze vergunning verleend voor onder andere agro-chemicaliën, biociden en geneesmiddelen. Deze dierproeven mogen ze uitvoeren onder een zogenaamde koepelvergunning. Dit is een wettelijke constructie waarmee er voor meerdere projecten toestemming kan worden verleend onder één vergunning. De wetgever heeft deze mogelijkheid geboden met het oog op het verminderen van de administratieve werklast en om de concurrentiekracht te versterken.

Concreet betekent dit dat Charles River niet voor iedere dierproef een aparte vergunning hoeft aan te vragen maar voor de komende vijf jaar een bepaald aantal dieren mag gebruiken. Animal Rights is van mening dat er bij de verlening van de huidige vergunning niet is voldaan aan de wettelijke vereiste om voorafgaand aan iedere dierproef te toetsen of een dierproef mag worden verricht. Dit is problematisch omdat het voor de dieren van belang is dat er vooraf voldoende wordt bekeken of er valide alternatieven aanwezig zijn én in hoeverre het doeleinde van de proef opweegt tegen het leed van de dieren.

Vergunning gaat lijnrecht in tegen ambitie om af te bouwen

De vergunning betekent niet alleen meer dierenleed, maar druist daarnaast ook volledig in tegen de wensen van de maatschappij en de politiek om dierproeven zo snel mogelijk af te bouwen. Zo luidt de ambitie van de Transitie Proefdiervrije Innovatie nog steeds dat Nederland internationaal voorop wil lopen op het gebied van innovaties die dierproeven overbodig maken. Daarnaast zijn er in 2022 meerdere moties aangenomen waarmee de Kamer duidelijk vraagt om een versnelde omschakeling naar proefdiervrij onderzoek. Ook uit het debat Dierproeven afgelopen mei bleek wederom dat verschillende partijen zoals de PvdA, GroenLinks, D66, de PVV, de PvdD en de VVD van dierproeven af willen. In het rondetafelgesprek dat voorafgaand aan het debat plaats vond was er zelfs onder wetenschappers zelden zoveel consensus waar te nemen.

Centrale Commissie Dierproeven verleent de vergunning alsnog

Desalniettemin werd door de Centrale Commissie Dierproeven de vergunning alsnog uitgegeven. Animal Rights accepteert dit niet en is in bezwaar gegaan. Helaas mogen wij over de zaak inhoudelijk weinig delen aangezien Charles River zich verzet tegen openbaarmaking. We houden jullie zo veel als mogelijk op de hoogte over de procedure. Het is van cruciaal belang dat wij vergunningen zoals deze blijven aanvechten. Niet alleen omdat dierproeven immoreel zijn en gepaard gaan met enorm leed, maar vooral omdat de dieren dat zelf niet kunnen.

Meldpunt megastallen

Voor de opstart of uitbreiding van een intensief veebedrijf of slachthuis is er een omgevingsvergunning nodig. Er moet worden voldaan aan bepaalde richtlijnen inzake ruimtelijke ordening, geluids- en geuroverlast, stikstof, waterafvoer, enz. Burgers en organisaties kunnen bezwaar indienen tegen het afleveren van deze omgevingsvergunning binnen een bepaalde termijn. Help ons de komst van megastallen en slachthuizen tegen te gaan door deze aan ons te melden!

Omwonenden worden doorgaans op de hoogte gebracht van de bouw of uitbreiding van een intensief veebedrijf of slachthuis, vaak gebeurt dit enkel door het ophangen van een gele affiche. De lopende openbare onderzoeken en beslissingen worden ook gepubliceerd via het omgevingsloket.

Wat kun je doen?

  • Meld ons lopende openbare onderzoeken via: [email protected] met vermelding van de locatie, eventueel de naam van het bedrijf en de termijn waarbinnen het onderzoek loopt;
  • Je kunt zelf ook een bezwaarschrift uploaden via het inzageloket.

Successen

In Nederland en België heeft Animal Rights middels bezwaarschriften successen kunnen boeken:

Animal Rights in Amsterdam en Den Haag met LED-wagen

Afgelopen zaterdag gingen twee Animal Rights medewerkers op pad met een LED-wagen. Op de LED-wagen werden confronterende beelden getoond van de jacht in Nederland. Gewapend met een camera, fiets en een grondig uitgestippelde route, gingen wij het centrum in van Amsterdam en Den Haag!

Te weinig mensen kennen de beelden

Veel voetgangers en fietsers keken met open mond naar de schokkende beelden van hazen die nekslagen krijgen, ganzen die geëxecuteerd worden en eenden die uit de lucht worden geschoten. De geschokte reactie van de vele voorbijgangers was duidelijk te zien. Campagnecoördinator Aysis Plet: “Harde beelden zoals getoond worden op de LED-wagen ziet de gemiddelde mens zo gauw niet. Veel mensen weten bovendien niet eens dat er gejaagd wordt in Nederland.”

De jachtlobby voert helaas vaak nog het hoogste woord in de media, maar hier willen wij verandering in brengen.

Campagnecoördinator Aysis Plet

Met de beelden wil Animal Rights graag aandacht vragen voor de vaak onzichtbare slachtoffers van de jacht, en daarbij een oproep doen aan de media om kritischer te zijn in haar berichtgeving over de jacht. Campagnecoördinator Aysis Plet: “De jachtlobby voert helaas vaak nog het hoogste woord in de media, maar hier willen wij verandering in brengen.”

Bekijk hier de video!

KU Leuven voert steeds meer experimenten uit op weerloze dieren

Voor het derde jaar op rij is het aantal dierproeven aan de KU Leuven gestegen. Dat blijkt uit recente cijfers. De Leuvense universiteit blijft daarmee koploper in dierproeven. Animal Rights: “De KU Leuven is ook de enige universiteit in België die nog vreselijk ingrijpende experimenten op apen uitvoert. Tientallen aapjes met elektroden in hun schedel ingeplant zitten vast in de laboratoria van de universiteit.”

Teken hier onze petitie:

Aantallen gestegen

In 2022 werden 110 607 dierproeven uitgevoerd aan de KU Leuven. 1 In 2021 waren dat er 100 652. Het ging om zebravissen, muizen, ratten, hamsters, gerbils, amfibieën, apen, konijnen, varkens, schapen, runderen, hennen en cavia’s. Er werd met name meer geëxperimenteerd op muizen (+13 %). Volgens de KU Leuven komt dit omdat invasieve genotypering, waarbij er bijvoorbeeld zonder verdoving een gat in het muizenoor wordt gemaakt, nu verplicht in de cijfers moet worden opgenomen. Hoe dan ook worden al deze muizen gedood wanneer het experiment is afgelopen.

De proefdiernemers rapporteren zelf hoe veel leed het experiment bij de proefdieren zal veroorzaken. Meer dan de helft van de proeven (55,4%) veroorzaakt volgens de onderzoekers zelf licht lijden bij de proefdieren. Daarnaast zijn er ook heel wat proeven die ernstig lijden of zelfs de dood bij de proefdieren veroorzaken. In 2022 ondervonden respectievelijk 9 512 proefdieren ernstig lijden en 1437 proefdieren vonden de dood tijdens de experimenten.

Ernstig leed

De proefdiernemers rapporteren zelf hoe veel leed het experiment bij de proefdieren zal veroorzaken. Meer dan de helft van de proeven (55,4%) veroorzaakt volgens de onderzoekers zelf licht lijden bij de proefdieren. Daarnaast zijn er ook heel wat proeven die ernstig lijden of zelfs de dood bij de proefdieren veroorzaken. In 2022 ondervonden respectievelijk 9 512 proefdieren ernstig lijden en 1437 proefdieren vonden de dood tijdens de experimenten.

Eerder dit jaar publiceerde de KU Leuven nog de resultaten van een experiment naar de ontwikkeling van COPD in rokers, waarbij muizen werden blootgesteld aan sigarettenrook en vervolgens geïnfecteerd met een bacterie. 2

Apenexperimenten

Ook de horrorexperimenten op apen gingen in 2022 onverminderd door. 36 apen werden dat jaar vastgehouden in Leuven voor hersenonderzoek. Deze dieren krijgen elektroden in de schedel ingeplant. Een staafje wordt met cement aan hun hoofdje bevestigd, daarmee kunnen ze in een speciale stoel worden vastgezet. Uren per dag worden ze zo verplicht zonder te kunnen bewegen naar een scherm te kijken en taken uit te voeren. De apen worden bovendien water ontzegd om hen te verplichten mee te werken. Wanneer ze de aap zijn taak goed uitvoert, krijgt hij een slokje water als beloning. De KU Leuven voert ondertussen al meer dan 30 jaar experimenten uit op apen die veel leed veroorzaken, zonder dat daar tot nu toe tastbare resultaten zijn uitgekomen.

Lees ook:

Geen adoptieprogramma

Voor zover bekend heeft de KU Leuven geen structureel adoptieprogramma voor dieren die na het einde van de proef nog een tweede leven zouden kunnen krijgen. Dieren die niet in invasieve experimenten zijn gebruikt, die uiteindelijk “te veel” waren of ouderdieren zouden goed in aanmerking kunnen komen voor herplaatsing. Animal Rights heeft al jaren een succesvol project met de Universiteit Utrecht en het Universitair Medisch Centrum Utrecht voor de herplaatsing voor kleine proefdieren. Al honderden ratten en muizen kregen een tweede leven. Bij de KU Leuven worden ratten en muizen echter gewoon gedood wanneer ze niet van nut zijn.

Hoeveel surplusdieren de KU Leuven aanhoudt is niet gerapporteerd. Surplusdieren zijn dieren die te veel zijn, ze zijn nooit gebruikt in een experiment en worden vervolgens gedood in voorraad. Naar schatting zijn er in België evenveel dieren die worden gedood in voorraad als dieren die effectief in een experiment zijn gebruikt.

Geen ambitie voor alternatieven

Het aantal dierproeven dat de KU Leuven uitvoert, lijkt al een tiental jaren rond de 100.000 dierproeven per jaar. Hieruit blijkt dat er amper ambitie is om dierproeven te vervangen door alternatieven en dat er in meer dan 10 jaar tijd weinig is veranderd. In een hoorzitting rond dierproeven in het Vlaams Parlement noemt een woordvoerder van de KUL tijds- en geldgebrek als een van de redenen waarom het vervangen van dierproeven niet vordert. 3 Dit moet anders!

Animal Rights eist:

  • van de KU Leuven dat zij komt met een concreet stappenplan om experimenten op dierproeven te vervangen en om de onderzoeksbudgetten te investeren in de ontwikkeling van alternatieve methoden,
  • van de overheid dat zij het financieren van alle apenexperimenten stopzet en enkel nog financiering biedt aan proefdiervrije projecten.

Animal Rights is tegen iedere vorm van dierproeven. Het is een morele nullijn die niet overschreden mag worden. Er moet ingezet worden op alternatieven.


  1. Jaarverslag dierproeven KU Leuven ↩︎
  2. Serré. 2023. De rol van azithromycine en vitamine D in een rokend muis model ↩︎
  3. Presentatie J. Arnout in het Vlaams Parlement op 22/09/2021 ↩︎