Op 13 september 2023 heeft Animal Rights een verzoek tot preventief handhavend optreden ingediend bij het College van Gedeputeerde Staten van Utrecht, tegen ”het vangen, verstoren en onder zich hebben of vervoeren” van een wolf. De overtredingen hebben betrekking op het verdoven en zenderen van een wolf in Utrecht. Deze overtredingen zijn in strijd met artikel 3.5, eerste en tweede lid, en artikel 3.6, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Wet Natuurbescherming
Artikel 3.5 eerste lid Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.5 tweede lid Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Artikel 3.6 tweede lid Het is verboden, anders dan voor verkoop, dieren of planten als bedoeld in het eerste lid onder zich te hebben of te vervoeren. artikel 3.8, vijfde lid, sub b aanhef onder 3 Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: (…) B. Zij is nodig: (…) 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 1
Gebrekkige informatie
Het heeft flink wat moeite gekost om duidelijkheid te verkrijgen over de situatie. Dit handhavingsverzoek wordt dan ook ingediend met de op dit moment beschikbare, maar breed onderzochte, kennis over de situatie zoals verkregen via nieuwsberichten en contact met diverse ambtenaren.
Op 4 september 2023 schreef het Algemeen Dagblad: “De wolf in de provincie Utrecht komt te vaak in de buurt van honden. Dit is een van de redenen waarom de Zoogdiervereniging hem een halsband met zender wil geven. (…) Dat de wolf een zender krijgt, gebeurt op aanraden van de Zoogdiervereniging. Utrecht besloot hiertoe nadat een wolf oog in oog kwam te staan met een hond en reageerde. Dit is geen schuw gedrag en bovendien in de buurt van mensen. ”Inmiddels hebben zich afgelopen weken meer van dit soort incidenten met honden voorgedaan”, weet Lelieveld. ”Er was in geen geval sprake van agressie.”
”Afschrikwekkend effect Een zender moet in kaart gaan brengen of het steeds dezelfde wolf is die dit gedrag vertoont en of deze wolf stelselmatig niet-schuw doet. Bovendien gaat van het afschieten van de verdovingspijl ook een afschrikwekkend effect uit, waarbij de hoop is dat het dier zo schrikt dat in de buurt van mensen komen voorlopig geen optie meer is voor hem. ”Gedragsverandering dus”, zegt Lelieveld. Hij betitelt het zenderen als een ‘uniek proces voor Nederland’, dat niet eerder in ons land is gedaan met een wilde wolf. ”Een uitdagend project.”2
Op 6 september 2023 schreef het Algemeen Dagblad: “De beslissing om de wolf te zenderen kwam deze week tot stand na overleg van de provincie met de Zoogdiervereniging. (…) Volgens Mirjam Sterk, gedeputeerde in de provincie namens het CDA, is er een landelijke ontheffing geregeld. ”Hierdoor kan de provincie de wolf blijven volgen en mogelijk vaststellen of het om een of meerdere wolven gaat.”3
Doel: het afleren van ongewenst gedrag
Op de website van de provincie Utrecht is onder “jacht en schadebestrijding” opgenomen: “De provincie heeft aan de Zoogdiervereniging opdracht gegeven om te proberen de wolf te verdoven en te zenderen. Dit heeft als voornaamste doel het afleren van ongewenst gedrag van de wolf. Het geeft ook een beeld of genomen maatregelen helpen.”4
Animal Rights concludeert hieruit dat de Zoogdiervereniging voornemens is om een specifieke wolf in Utrecht te verdoven en zenderen met het doel om ontmoetingen tussen deze specifieke wolf en honden en mensen in de toekomst te voorkomen (middels het afschrikwekkend effect van het verdovingsschot) en deze specifieke wolf daarna in de gaten te houden.
Dit zijn overtredingen omdat voor deze activiteiten geen ontheffing is verleend.
Waar is de ontheffing?
Het lijkt er op dat de Zoogdiervereniging voor deze acties een ontheffing wil gebruiken die op 1 juni 2023 is verleend en geldt ten aanzien van alle “grondgebonden zoogdieren en vleermuizen”. De ontheffing is bedoeld voor een project van de Zoogdiervereniging: monitoring en verspreidingsonderzoek, ecologisch onderzoek en activiteiten met als doelstelling duurzame populaties van inheemse zoogdieren te behouden en in kaart te brengen, in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats.
In het onderhavige geval gaat het echter niet om onderzoek naar soorten, maar om één concreet individu. Ook gaat het om een ander wettelijk belang, namelijk de openbare veiligheid (artikel 3.8, vijfde lid, sub b aanhef onder 3 van de Wnb); namelijk het afschrikken van een individueel dier om honden en mensen te beschermen. Om deze redenen concluderen Animal Rights en haar advocate dat de voorgenomen activiteiten niet uitgevoerd kunnen worden op basis van de ontheffing van 1 juni 2023.
Vandaar het verzoek aan de provincie om preventief handhavend op te treden tegen de vervolging van deze wolf. Animal Rights heeft Utrecht gevraagd om binnen twee weken op het handhavingsverzoek te reageren vanwege de spoedeisendheid van deze kwestie, immers, een strikt beschermde diersoort dreigt te worden verstoord en gevangen, hetgeen resulteert in onomkeerbare overtredingen van de Wet natuurbescherming (en Habitatrichtlijn).
Als de Zoogdiervereniging de ontheffing van 1 juni 2023 wil gebruiken is de organisatie verplicht een projectplan te schrijven en aan de provincie aan te bieden. Animal Rights verwacht deze binnenkort van de provincie te ontvangen.
Verdoven en zenderen kan een opmaat zijn naar executeren
De Zoogdiervereniging heeft zelf de ‘Analyse probleemsituaties wolf’ geschreven, waarin staat dat als “zenderen en verjagen” geen resultaat oplevert de wolf wordt afgemaakt: indien geen resultaat wolf doden. 5 Dit is dus geen vrijblijvende actie; dit is een eerste voorbereiding op het mogelijk executeren van deze wolf.
Dit artikel is op 9 augustus 2023 gepubliceerd als opiniestuk op JOOP, maar hier aangevuld met nieuwe informatie over het (niet zo) wolfwerende hek in Doldersum.
Op 29 juli publiceerde RTVDrenthe een artikel met de kop ‘Dna doodgeschoten wolf Wapse op 103 dode schapen aangetroffen’. Het bericht werd gretig overgenomen door andere nieuwsdiensten. Op 2 augustus kopt Het Dagblad van het Noorden ‘De Wapsewolf viel vaker goed beschermde schapen aan. Had Drenthe eerder moeten ingrijpen?’ De informatie die in de artikelen wordt gebruikt is openbaar en afkomstig van BIJ12, de organisatie die de schadeafhandeling voor de provincies uitvoert. De getallen die in de diverse media worden gepresenteerd en de conclusies die daaruit worden getrokken zijn, aldus Susan Hartland, directeur van dierenrechtenorganisatie Animal Rights, echter feitelijk onjuist. Deze berichtgeving heeft verdacht veel weg van het met terugwerkende kracht legitimeren van de executie van de wolf in Wapse en is journalistiek onverantwoordelijk.
De verschillende media copy-paste-en het ‘nieuws’ zonder de bron te controleren. Het ging niet om 19, maar om 17 aanvallen en niet om 103 maar om 101 dode dieren.
Maar ook bij die aantallen moeten grote kanttekeningen worden geplaatst. Het jonge mannetje GW3151m jaagde in vijf van de 17 aanvallen samen met zijn vader GW2397m of moeder GW2090f. Zijn DNA werd op de locaties aangetroffen, maar de informatie van BIJ12 geeft niet aan op hoeveel schapen, of wie van de wolven verantwoordelijk is voor de dood van welk schaap. Dat het DNA van de in Wapse doodgeschoten wolf op 103 – of 101 – dode schapen is aangetroffen is daarmee dus feitelijk onjuist.
Het jonge mannetje alleen, is met enige zekerheid verantwoordelijk voor de directe dood van 46 dieren, minder dan de helft van het aantal dat in de artikelen genoemd wordt. Een groter aantal dieren, zo’n 50, werd gedood door dierenartsen of de dierhouders zelf. Een aantal daarvan zal ongetwijfeld ‘uit hun lijden verlost’ zijn, maar in de vee-industrie is wat men euthanasie noemt in de eerste plaats een economische afweging, geen medische. De onvoorwaardelijke schadeuitkering bij een wolf-aanval maakt dode schapen profijtelijker dan gewonde dieren.
Onbeschermde gehouden dieren
De genoemde artikelen claimen verder dat deze wolf volgens de gegevens van BIJ12 meerdere malen door een wolfwerend raster heen is gekomen. De feiten laten echter een ander beeld zien. Voor de vier recentste aanvallen wordt nog geen type, hoogte of stroom van de ‘preventie’ vermeld in de gegevens van BIJ12. In 10 van de 17 overige incidenten bestond de omheining van de wei uit 2 schrikdraden op een hoogte van tussen de 45 en 75 centimeter, in een elfde geval uit ‘schapengaas’ zonder stroom. Deze omheiningen zijn goed genoeg om schapen, geiten of pony’s binnen te houden, maar volstrekt onvoldoende om een wolf buiten te houden. Al deze boeren hebben hun dieren als kant-en-klaar maaltijden aan de wolven aangeboden.
Een foutief geplaatst ‘wolfwerend’ raster is niet wolfwerend!
Bij slechts drie van de 17 aanvallen waar GW3151m betrokken was, hadden de schapenhouders zich enige moeite getroost om de dieren tegen roofdieren te beschermen. Alleen in Doldersum en Vledder was er schrikdraad met 6 draden van 120 cm of hoger aanwezig.
Van de aanval in Vledder weten we echter dat het hek daar niet voldeed: ”Er zijn vier plekken waar de onderste draad hoger hangt dan 20 centimeter, namelijk 35 centimeter. Dat is het geval bij drie greppeltjes en bij een paaltje waar het net in het verkeerde lusje is gehaakt. Daar voldoet het raster niet aan de norm van BIJ12,” noteerde RTVDrenthe een dag na de aanval. Dit blijkt ook uit het taxatierapport in handen van Animal Rights. Hier kruipt een wolf zonder problemen onderdoor. De afrastering is daarmee per definitie niet ‘wolfwerend’.
Ook voor de aanval in Doldersum bezit Animal Rights inmiddels het taxatierapport: Bij het raster staan de paaltjes vaak té ver uit elkaar volgens de richtlijnen – 15 tot 20 meter in plaats het maximum van 10 meter. Verder was langs de noordgrens een houtwal aanwezig, waardoor de hoogte van de afrastering ten opzichte van de wal minder dan 1 meter 20 was en de wolf hier overheen gesprongen zou kunnen zijn. Daarnaast zaten bij de waterbak de draden te hoog. Dit raster was dus op meerdere punten – en dus als geheel – niet wolfwerend.
Het is vrijwel zeker dat de meer-draadse afrastering in Wapse ook niet overal voldeed aan de norm van BIJ12 om de eenvoudige reden dat de wolf dan niet binnen was gekomen. In Wapse zouden de draden aan de straatkant niet strak gespannen hebben gestaan. De wolf zou onder de afrastering door gekropen zijn, wat niet kan als de laagste stroomdraad op de juiste hoogte hangt.
Overigens zegt de Wet die bescherming tegen roofdieren verplicht niets over rasters. Als rasters niet zouden werken, moeten andere maatregelen, zoals ophokken, genomen worden.
Leerervaring
Wat de dierhouders uit Friesland en Drenthe het roedel uit het Drents-Friese Wold geleerd hebben is dat gehouden dieren een makkelijke prooi en ‘leuk’ speelgoed zijn. Vader GW2397m en moeder GW2090f hebben die kennis ongetwijfeld doorgegeven aan hun welpen, zoals GW3151m, en zullen dat ook hun recent geboren kroost leren als er niet snel harde maatregelen genomen worden tegen onverantwoordelijke dierhouders. Animal Rights heeft om dat te bewerkstelligen diverse handhavingsverzoeken lopen bij de NVWA.
Dat ieder wild zwijn of hert – de natuurlijke prooi van de wolf – die de grens met Drenthe of Friesland oversteekt, wordt afgeschoten, helpt natuurlijk ook niet mee. Een tweede noodzakelijke maatregel is het stilleggen van jacht/‘beheer’.
Verder zal de discussie gevoerd moeten worden of het houden van schapen in Nederland überhaupt nog wel wenselijk is nu de wolf is teruggekeerd.
Op dinsdag 10 oktober 2017 kopt het Brabants Dagblad: 1“Tientallen varkens stikken na ‘heel veel pech’ in Heeswijk-Dinther”. Het artikel is voorzien van een foto van opgestapelde varkenslijken naast het stallencomplex aan de Hazelbergsestraat 2B.
Analyses van staldrama’s
Dit is niet de eerste of laatste keer dat een dergelijk staldrama zich afspeelt. Animal Rights analyseerde eerder al vergelijkbare rampen in Haaren, Meddo, Maarheeze en Middelharnis.
Ook voor het ‘incident’ in Heeswijk-Dinther vroeg Animal Rights de informatie op via de Wet open overheid (Woo). De NVWA deed er 5 maanden over om drie documenten te produceren. 2
De verantwoordelijke varkensfokker meldt de ramp niet bij de overheden?
Het lijkt er op dat de NVWA, net als later in Haaren in augustus 2018, uit een regionale krant moest vernemen van het creperen van de tientallen varkens. Dat komt naar voren uit de MOS-melding (Melding Ondersteuningssysteem; zie de highlight box): “dode varkens te heeswijk dinther 70 dode varkens in de Hazelbergsche straat Na vraag gedaan bij Rendac, eerste telefonisch, daarna via email, daar men de gegevens enkel zo mag verstrekken.” De typo’s komen voor rekening van de NVWA. Daarna volgt een copy-paste van het nieuwsartikel. Het lijkt er dus op dat de NVWA zelf navraag moest doen bij het destructiebedrijf of er soms gestikte varkens waren opgehaald in Heeswijk-Dinther. De MOS-melding vermeldt het aantal van 70 gestorven “varkens en biggen”.
Een andere varkensfokker als woordvoerder
Het ‘heel veel pech’-verhaal komt van een voormalige, lokale ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie)-voorzitter, Herman Krol, eveneens varkenshouder in dit Brabantse dorp. Door een klein gaatje in een waterslang zou een straal water een hoog hangende kabelgoot en vervolgens een meterkast hebben bereikt en voor kortsluiting hebben gezorgd. Door de stroomuitval werkte de ventilatie in de ‘vleesvarkensstal’ niet meer. De boer zou nog losse ventilatoren geplaatst hebben en een dierenarts laten komen. Voor circa 70 dieren kwam de hulp te laat. Deze varkens lagen in één afdeling van de stal. In drie andere vertrekken waren geen dieren dood.
”Het is zo verschrikkelijk ongelukkig uitgevallen,“ zegt Krol tegen de journalist. “Dit is gewoon een ramp voor die ondernemer, niemand wil zijn varkens zo zien.” Het is vooral een ramp voor de varkens! Varkensboeren zien de dieren ongetwijfeld liever aan de slachthaak dan in de afvalcontainers van Rendac, zodat de opbrengst op hun bankrekening belandt.
Het voormalige stallencompex aan de Hazelbergsestraat 2B
De NVWA voelt zich niet geroepen de zaak te onderzoeken
Volgens House of Animals 3 en PigBusiness 4 ziet de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op dat moment geen reden het voorval te onderzoeken, zo verklaarde een woordvoerder: “Het [gaat] om een technisch mankement. Het is natuurlijk bijzonder naar wanneer er op deze manier een groep dieren omkomt. Maar dat is in dit geval veroorzaakt door kortsluiting. Daarom heeft de NVWA hier geen taak.”
Vragen Partij voor de Dieren
In oktober 2018, na het stikken van meer dan duizend varkens in Haaren, vraagt Esther Ouwehand (PvdD) de Landbouwminister waarom de NVWA in Heeswijk-Dinther stelde dat er voor de NVWA geen taak ligt bij technische mankementen, terwijl in Haaren het wel de NVWA is die onderzoek instelt en kennelijk niet de omgevingsdienst. 5 Het gaat minister Schouten blijkbaar om de aantallen, 70 gecrepeerde varkens is nog OK, 1.200 vereist onderzoek: “In verband met het grote aantal dieren wat bij dit geval is betrokken heeft de de NVWA onderzocht wat er is misgegaan en of het incident verwijtbaar is. Daarbij heeft de NVWA onder andere gecontroleerd op het aanwezig zijn van een noodsysteem en alarminstallatie.”
Op de vraag: “Hebben de betreffende Omgevingsdienst of de betreffende gemeente in het geval van Heeswijk-Dinther destijds onderzoek gedaan naar het incident of anderszins actie ondernomen? Zo ja, wat waren de resultaten daarvan? Zo nee, hoe beoordeelt u het achterwege blijven van onderzoek als weerloze dieren een verstikkingsdood zijn gestorven door technische mankementen aan het systeem waar de varkenshouderij op draait?”, antwoord de toenmalig Landbouwminister, als zo vaak, ontwijkend: “Ook over het geval van Heeswijk-Dinther is het aan de betreffende omgevingsdienst of de betreffende gemeente om daar informatie over te verstrekken.” Uit het Woo-verzoek van Animal Rights weten we nu dat alleen de NVWA een uiterst summier ‘onderzoek’ heeft uitgevoerd.
De NVWA komt een week na de ramp alsnog opdraven
Een NVWA-inspecteur voert uiteindelijk een ‘inspectie’ uit op 17 oktober, een week na de massale sterfte, en voltooit zijn of haar rapport nog eens een week later, op de 24e. De dode dieren zijn ten tijde van het bezoek natuurlijk al lang opgehaald door destructiebedrijf Rendac. Het ‘onderzoek’ bestaat dan alleen nog uit een blik in de stallen en het opnemen van de verklaring van de varkensboer. Zijn verhaal wijkt op een aantal punten af van het verhaal een week eerder van woordvoerder Krol.
Voor
Na
Alarm, maar geen andere noodvoorzieningen
“Ik heb in de ochtend rond 6.00 uur een alarmmelding gekregen op mijn telefoon. Ik ben naar het bedrijf gegaan,” verklaart de varkensfokker. De stallen in Heeswijk-Dinther horen bij het bedrijf M.C.A. van der Vleuten B.V. aan de Boskantseweg in Sint-Oedenrode, 16 kilometer verderop en zo’n 20 minuten rijden. De af te leggen afstand en de benodigde tijd om die te overbruggen, zijn cruciaal voor de overlevingskansen van de varkens, maar de NVWA-inspecteur vraagt er niet naar (althans noteert er niets over).
“Door de stroomuitval was alles pikkedonker in de stallen en ook op de plaats waar de meterkast voor de stroomvoorziening zit.” Er was dus geen elektrische noodvoorziening aanwezig – bijvoorbeeld in de vorm van een noodgenerator – die de stroomtoevoer had kunnen herstellen en daarmee de verlichting en de levensreddende ventilatie. Volgens deze verklaring was er zelfs geen noodverlichting in het gebouw – bijvoorbeeld op een accu of batterijen – zodat de varkensboer in ieder geval had kunnen zien wat er aan de hand was en/of wat hij kon doen.
“Doordat er een lekkage in een waterleiding is ontstaan, aan de andere zijde van de muur van de meterkast, is het vochtig geworden in de meterkast en is er kortsluiting ontstaan.” Dit is een ander verhaal dan dat van ‘woordvoerder’ Krol op de dag van de ramp, die het had over een waterstraal in een kabelgoot.
Vocht mag natuurlijk niet in een meterkast komen, maar optrekkend vocht of condensvorming is eenvoudig te reduceren met een ventilator in die meterkast. Helaas heeft de NVWA-inspecteur niet de moeite genomen om foto’s te nemen van de aangetroffen situatie.
Gebrek aan kennis en kunde
“Ik heb toen mijn aandacht in eerste instantie gericht op de meterkast en wel direct een elektriciën gebeld.” Opnieuw blijkt hier dat deze veeboeren niet in staat zijn optredende technische problemen in hun geautomatiseerde stallen zelf op te lossen. Ze hebben daarvoor een ‘expert’ nodig. Probeer zelf thuis maar eens snel een elektricien (of loodgieter) in huis te krijgen; dat lukt niet en zeker niet om 6 of 7 uur ’s ochtends.
Een expertise verklaring van een elektricien over de oorzaak en remedie van de stroomuitval ontbreekt in de stukken. We hebben dus alleen de interpretatie van de varkensfokker zelf.
De NVWA vindt het openzetten van staldeuren een passend noodsysteem
“Toen dit niet lukte heb ik alle deuren opengezet.” Zoals te verwachten op dat tijdstip weet de varkensboer op stel en sprong geen elektricien te bemachtigen.
In het Besluit houders van dieren is opgenomen dat in het geval dieren afhankelijk zijn van kunstmatige ventilatie, dit ventilatiesysteem voorzien moet zijn van een passend noodsysteem waarmee voldoende verse lucht kan worden aangevoerd om de gezondheid en het welzijn van het dier te waarborgen als het hoofdsysteem uitvalt. De NVWA houdt toezicht op de aanwezigheid van deze voorzieningen en dat de voorziening werkt. De NVWA-inspecteur schrijft zonder enige ironie onderaan zijn rapport als opmerking: ”Alarm heeft gefunctioneerd en er is een noodvoorziening, middels openen van deuren etc.”. De NVWA vindt het open zetten van staldeuren dus een ”passend noodsysteem”.
Een tijdlijn ontbreekt
“Alles leek verder rustig in de stallen, maar het gekke is dat in één afdeling meerdere varkens toch gestorven waren. Ik heb direct ook de dierenarts erbij gehaald.” Een tijdlijn heeft de NVWA-inspecteur niet opgenomen in het ‘rapport’ en daar waarschijnlijk ook niet om gemaald. Na het afgaan van het alarm, werd kostbare tijd opgesoupeerd door de rit naar de stal, daar rond te stommelen in het donker en het bellen van een elektricien. Hoeveel tijd verstreek tussen het uitvallen van de ventilatie en het openen van de deuren en bellen van de dierenarts is niet uit het rapport op te maken en dat heeft de NVWA dus ook niet trachten te achterhalen. Over het plaatsen van “losse ventilatoren” uit het verhaal van collega Krol, wordt überhaupt niet meer gerept.
Tunnelvisie
Op de dag van de ramp zelf had de NVWA al de conclusie getrokken dat het ging om ”een technisch mankement”. De conclusie die de inspecteur twee weken later noteert, stond dan ook al van te voren vast: ”Geen sprake van opzet, samenloop van omstandigheden heeft voor sterfte van de varkens gezorgd.”
De NVWA is voor de vorm langsgegaan, maar een ‘onderzoek’ kan je dit met de beste wil van de wereld niet noemen. Het is een schande dat de NVWA zo omgaat met de verschrikkelijke verstikkingsdood van 70 varkens.
Verzekering
De varkensboer vindt vooral het financiële plaatje belangrijk: ”De waterlekkage is ontstaan doordat een installatiebedrijf recent (september 2017) een verkeerde slang gemonteerd had. Deze slang was niet bestand tegen de waterdruk en daardoor lek geraakt. De schade wordt via de verzekering verhaald op het installatiebedrijf.” Die ”ramp voor die ondernemer” valt dus ook wel weer mee.
Een verantwoordelijke overheid
Schouten zegt in 2018: “De verstikkingsdood van dieren is afschuwelijk en moet voorkomen worden. De verantwoordelijkheid ligt bij de veehouders om zelf de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om tragische incidenten zoals deze te voorkomen. Daarop wordt toegezien door de omgevingsdiensten en de NVWA.”6
Schouten was een kampioen in afschuiven van verantwoordelijkheid en datzelfde geldt voor haar opvolgers. Eisen aan noodvoorzieningen (noodgenerator, noodverlichting, en realistisch testen daarvan) en vakkennis over technische systemen bij de dierhouders worden niet of nauwelijks gesteld.
De concentratiekampen van de vee-industrie
Het is volstrekt absurd en misdadig om dieren op te sluiten in concentratiekampen waarin ze niet kunnen overleven zodra de ventilatie uitvalt. Je bent een onmens als je dieren opsluit boven hun eigen ontlasting en in de dampen die daaruit opstijgen. Het is moreel verwerpelijk om deze praktijken te faciliteren als overheid en te financieren als consument.
Dit bedrijf is tenminste verdwenen
Uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat het betreffende bedrijf op die locatie is gestopt. De satellietbeelden van Google Maps laten op die plek een kale vlakte zien.
Melding ondersteuningssysteem (MOS)
Binnen de NVWA wordt voor het verwerken van klachten en meldingen door burgers (telefonisch, per brief, e-mail of via andere externe meldingsmogelijkheden) sinds 2009 gewerkt met de applicatie Meldingen Ondersteuning Systeem, afgekort MOS. Klachten en meldingen komen binnen bij het Klant Contact Centrum (KCC) en worden vervolgens verwerkt door het invullen van diverse invulvelden in MOS. De betreffende MOS-melding krijgt een uniek nummer en komt in een structuur in de MOS-applicatie terecht. De melding wordt vervolgens door het zogenaamde Virtueel Team Meldingen (VTM) beoordeeld. Dit VTM is een team van specialisten (veelal inspecteurs) van alle domeinen die de in MOS verwerkte meldingen beoordelen en zo nodig doorsturen naar de betreffende domeinen en afdelingen binnen Handhaven/Inspectie, dan wel Keuren. De domeincoördinator zorgt er vervolgens voor dat de MOS-melding in MOS wordt doorgezet naar een behandelend inspecteur. De resultaten van de afgewerkte klacht of melding worden door de inspecteur verwerkt in MOS en doorgezet naar zijn teamleider ter beoordeling. Indien akkoord, dan zet de teamleider de MOS-melding terug naar het KCC dat vervolgens een standaardbrief stuurt naar de melder dat de klacht of melding is afgewerkt. Daarnaast vindt ook een registratie in SPIN (Tijd en Inspectie Registratiesysteem) plaats. Niet alleen meldingen van bezorgde burgers, maar bijvoorbeeld ook verschillende meldingen aan de NVWA door, bijvoorbeeld, Belgische en de Duitse toezichthouders over de aanvoer van niet-transportwaardige runderen en varkens worden in MOS geregistreerd en door het Nationaal Contactpunt (NCP) voor aanvullend onderzoek uitgezet naar het team van de afdeling Veterinaire Keuring & Exportcertificering (VKE). Er is verder een onderverdeling gemaakt naar extern (personen buiten de NVWA) en intern (voor eigen medewerkers). Meldingen die extern binnenkomen zijn onder te verdelen in meldingen die direct bij de NVWA binnenkomen en meldingen die indirect binnenkomen, in eerste instantie via een meldpunt van een andere organisatie of samenwerkingsverband. Meldingen afkomstig van de (senior) toezichthoudend dierenartsen zijn interne meldingen en komen ook in MOS terecht.
Op vijf pelsdierfokkerijen in Finland is vogelgriep vastgesteld, meldt de Finse pers op 13 juli 2023. Bij ‘blauwe vossen’ op een bontfokkerij in Kausti, in centraal Österbotten, een regio in Zuidwest Finland, gaat het in ieder geval om het hoogpathogene H5N1-virustype. Deze zorgt ook voor massale sterfte onder wilde vogels en kostte sinds oktober 2021 miljoenen kippen, eenden en kalkoenen het leven via besmettingen en/of ‘ruimingen’. Op de vier andere pelsdierfokkerijen in Kauhava en Halsua, eveneens in Österbotten, moet het type vogelgriep nog vastgesteld worden door het Finse voedselagentschap.
De griepvirussen werden ontdekt in monsters opgestuurd door fokkers om de doodsoorzaak van hun dieren te achterhalen. Dit is de eerste keer dat vogelgriep wordt geconstateerd bij pelsdieren in Finland. Bij wilde vossen werd wel al eerder tweemaal vogelgriep vastgesteld.
Van de pelsdierfokkerijen worden vervolgmonsters genomen, die worden onderzocht op mogelijke mutaties van het griepvirus.
Ruimingen
Op 18 juli heeft het Finse ministerie van Land- en Bosbouw de ziekteclassificatie van vogelgriep op pelsdierfokkerijen gewijzigd naar een ‘te bestrijden dierziekte’. Door hoogpathogene vogelgriep bij pelsdieren toe te voegen aan andere te bestrijden dierziekten, hebben het Finse Voedselagentschap en regionale administratieve instanties het recht maatregelen te nemen om de infectie uit te roeien om verspreiding ervan te voorkomen. Het Finse Voedselagentschap bereidt momenteel besluiten voor om dieren af te laten maken. De infectie is dan inmiddels bevestigd op vijf bontfokkerijen.
Het risico op een pandemie neemt toe als de infectie zich tussen zoogdieren begint te verspreiden. “De snelle maatregelen die mogelijk worden gemaakt door de wijziging in de regelgeving, kunnen de verspreiding van infecties tussen zoogdieren voorkomen en het risico op overdracht van de ziekte op mensen minimaliseren”, stelt minister van Land- en Bosbouw Sari Essayah.
Begin augustus beslist de Finse autoriteit voor voedselveiligheid dat nertsfokkerijen waar het virus werd vastgesteld, moeten worden geruimd. Over het doden van vossen en wasberen op fokkerijen zal geval per geval worden beslist. Dit omdat de nerts een efficiëntere tussengastheer zou zijn voor vogelgriep dan andere zoogdieren, waarbij het virus ook makkelijker zou kunnen muteren in een vorm die gevaarlijk kan zijn voor de mens. n de eerste week van augustus 2023 zijn al voor 3 pelsdierfokkerijen bevelen voor het ruimen uitgevaardigd. De Finse radio sprak over naar schatting 70.000 pelsdieren die gedood zouden moeten worden, waaronder 30.000 nertsen en 40.000 vossen.
Andere maatregelen
Wilde vogels zijn de belangrijkste bron van vogelgriepbesmettinen bij pelsdieren. Alle pelsdierfokkerijen moeten zorgen voor het weren van wilde vogels en knaagdieren (bijvoorbeeld vogelnetten, vogelafweer- en -afschrikmiddelen, bescherming van voer en voeropslag, schoonmaken en juiste opslag van voerafval, lokaas voor knaagdierbestrijding) en bioveiligheid.
Bron: Oikeutta Eläimille
Corona
In 2020 en 2021 werden bontfokkerijen wereldwijd getroffen door besmettingen met het Sars-Cov-2 ‘corona’ virus. In een aantal landen, zoals Nederland en België, leidde dit het einde in van de nertsenfokkerijen. Scandinavische landen zoals Denemarken, Zweden en Finland hebben hun lesje echter nog niet geleerd.
Spanje
Zo ook in Spanje. Begin oktober 2022 werd een nertsenfokkerij in het Spaanse Carral (A Coruña, Galicië) besmet met vogelgriep. Alle 50.000 dieren werden uiteindelijk ‘geruimd’. De virussen op die nertsenhouderij onderscheidden zich van alle andere H5N1-virussen die tot dan toe in de vogelpopulatie in Europa waren gevonden. Dit omdat ze een ongebruikelijke mutatie in een gen droegen, wat gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid. De mutatie werd alleen eerder gezien bij een bunzing in Nederland.
Stop de bontfok!
Nertsen en andere pelsdieren zijn vatbaar voor zowel aviaire als menselijke influenza A-virussen. Pelsdieren zouden kunnen dienen als een mengvat voor de overdracht van dergelijke virussen tussen bijvoorbeeld vogels en zoogdieren, inclusief de mens.
In het licht van deze kennis en gezien de aanhoudende vogelgriep pandemie, benadrukken deze bevindingen het belang van het voorkomen van het infecteren van pelsdieren met dergelijke virussen. Een logische conclusie is het verbieden van bontfokkerijen.
Video: Beelden uit Tsjechië
Update 1
In de vierde week van augustus is er voor dertien Finse bontfokkerijen een bevel tot ‘ruiming’ uitgevaardigd. 10 fokkerijen zijn reeds ‘geruimd, waarbij zo’n 120.000 vossen en nertsen zijn afgemaakt.
Finland telt ongeveer 400 pelsdierfokkerijen met zo’n 1,3 miljoen pelsdieren, voornamelijk Amerikaanse nertsen en verschillende soorten vossen, maar ook wasbeerhonden.
Eindelijk klinkt ook in Finland de roep om een verbod op de ‘bontfok’ steeds luider nu vogelgriep corona is opgevolgd in de fokkerijen.
Update 2
13 September besluit de Finse versie van de NVWA dat alle bontfokkerijen met bevestigde vogelgriep-besmettingen de dieren moeten laten afmaken. Het gaat om nog eens 26 bontfokkerijen in Ostrobothnia met 109.000 vossen en 6.000 wasbeerhonden, wat het totaal aantal ‘geruimde’ pelsdieren op 250.000 brengt. 12 Eerder al moesten 11 fokkerijen al hun dieren afmaken en 5 een deel ervan. Nertsen werden bij een geconstateerde besmetting altijd afgemaakt, voor vossen en wasbeerhonden werd de beslissing voorheen genomen op basis van een beoordeling per geval. Het ging om 50.000 nertsen, 79.000 vossen en 6.000 wasbeerhonden.
De Finse autoriteiten bevestigen dat genetisch onderzoek er op wijst dat er niet alleen besmetting plaats heeft gevonden van vogels naar de pelsdieren, maar ook tussen de zoogdieren onderling. Dit vergroot de kans op mutaties die ook op de mens over kunnen slaan. De mutaties die zoogdieren bevattelijker maken zijn aangetroffen bij nertsen, vossen en wasbeerhonden.
De symptomen van dieren die besmet zijn met de vogelgriep kunnen variëren van ernstig tot zeer mild, of asymptomatisch. Daarom worden ook inspecties uitgevoerd op pelsdierfokkerijen waar geen symptomatische dieren zijn gevonden.
Op 2 maart 2021 maakte Animal Rights bezwaar bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) tegen het preventief ‘ruimen’ van pluimvee. Als casus kozen we een bedrijf dat zich binnen een straal van 1 kilometer bevond van een pluimveebedrijf in Sint-Oedenrode waar rond 20 februari 2021 vogelgriep was geconstateerd.
Op 4 maart 2022, één jaar na indienen van het bezwaar, neemt de NVWA de beslissing om het bezwaar ongegrond te verklaren. De motivering: “Bedrijven met commercieel gehouden pluimvee die gelegen zijn in de nabijheid van een besmette locatie vormen volgens LNV mogelijk een risico bij de verdere verspreiding van Aviaire Influenza. Op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel f, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) werd vervolgens besloten dat het aanwezig pluimvee op het bedrijf diende te worden gedood.”
De vertragingstactieken van de NVWA – een tijdlijn
Op 2 maart 2021 maakt Animal Rights bezwaar bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tegen het besluit om preventief pluimvee te ruimen op een bedrijf dat zich binnen een straal van 1 kilometer bevindt van een pluimveebedrijf in Sint-Oedenrode waar op of rond 20 februari 2021 vogelgriep is geconstateerd. Het besluit zelf is niet gepubliceerd.
De NVWA, uit naam van de minister, reageert uiteindelijk pas op 15 juni 2021 na in gebreke te zijn gesteld, en dan alleen nog met de vraag waarom Animal Rights (derde-)belanghebbend is en wat het procesbelang nu nog is.
Het belang van Animal Rights is gelegen in het feit dat zich dergelijke ruimingen regelmatig herhalen en dat tussen bekendmaking van het besluit en ruiming feitelijk geen mogelijkheid tot het inroepen van rechtsbescherming is.
Wat de NVWA niet doet, is de besluiten meesturen met de motivering voor het preventief ruimen. Animal Rights kan dan ook alleen over haar bezwaar toelichten dat zij het niet juist acht dat dieren op niet besmette bedrijven worden geruimd. Op 13 juli vraagt Animal Rights voor de derde keer om het bestreden besluit.
Opnieuw reageert de NVWA niet en dient Animal Rights een klacht in bij de Nationale Ombudsman. Op 29 oktober 2021, bijna 8 maanden na indienen van het bezwaar, stuurt de NVWA dan alsnog de besluiten, maar geen verdere informatie.
Op 15 december 2021 dient Animal Rights de gronden van haar bezwaar in, een dag later bevestigd de NVWA de ontvangst en vervolgens horen we 8 weken niets meer. Animal Rights is het zat en stelt beroep in tegen het uitblijven van een beslissing en vraagt het College van Beroep voor het bedrijfsleven zowel een dwangsom bij niet tijdig beslissen vast te stellen, als de NVWA op te dragen om binnen twee weken na uitspraak alsnog een besluit bekend te maken.
Op 4 maart 2022, één jaar na indienen van het bezwaar, neemt de NVWA de beslissing om de bezwaren ongegrond te verklaren. Dit is de standaard praktijk van de NVWA; je moet altijd in beroep. Dat doet Animal Rights op 13 april 2022.
Er was en is geen enkele wettelijke verplichting tot preventief ‘ruimen’
Let wel, er is geen enkele verplichting vanuit de EU of de Nederlandse wet om gezonde – relatief dan, voor zover dat mogelijk is binnen de vee-industrie – vogels af te maken. Dit is puur en alleen LNV-beleid; een ambtenaren gretigheid om te laten zien hoe dapper ze de economische belangen van de pluimvee-industrie wel niet beschermen.
Dierengezondheidswetgeving noch Gezondheids- en welzijnswet voor dieren bieden een grondslag voor het vroegtijdig doden van gezonde dieren. Dat het Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza ruiming van buurtbedrijven voorschrijft maakt dit niet anders.
Landbouwminister krabbelt langzaam terug
Sindsdien heeft de minister het onhoudbare, immorele beleid steeds opnieuw aangepast. Ten tijde van het Animal Rights bezwaar werd overal standaard binnen de 1 kilometer zone preventief ‘geruimd’, later alleen nog in de pluimvee-dichte gebieden. Pas op 4 september 2023 geeft de minister aan verder af te zien van standaard preventief ‘ruimen’. 1
1.300.000+
Tijdens de huidige vogelgriep-pandemie die begon in oktober 2021 zijn meer dan 1,3 miljoen ‘gezonde’ vogels preventief ‘geruimd’, 2 enkel en alleen vanwege de halsstarrigheid van het Landbouwministerie en hun overijverigheid in het behartigen van de economische belangen van de pluimvee-industrie.
Onderzoekje: preventief ‘ruimen’, leidt tot meer ‘geruimde’ bedrijven!
De minister moet deze beslissing wel verbinden aan een onderzoekje en advies, want anders kan hij claims verwachten van de bedrijven die de afgelopen jaren volstrekt overbodig zijn geruimd.
Het onderzoek van de Universiteit Wageningen – wie anders – komt tot de briljante conclusie dat preventief ‘ruimen’, leidt tot meer ‘geruimde’ bedrijven. Volgens het rekenmodel is het ”aantal geruimde bedrijven gelijk aan 44,8 bedrijven (preventief en besmet) bij preventief ruimen in vergelijking met 14,6 bedrijven (besmet) voor het scenario zonder preventief ruimen.”3
Conclusie van het WUR-rapport
”Het model voorspelt dat preventief ruimen binnen 1 km het volgende effect heeft op HPAI epidemieën in de Gelderse vallei: De gemiddelde duur van de epidemie wordt verlaagd van 51,4 naar 43,9 dagen en het gemiddeld totaal aantal uitbraakbedrijven wordt verminderd van 14,6 naar 9,7. Daar staat echter wel een prijs tegenover, want het gemiddeld totaal aantal geruimde bedrijven is voor het scenario met preventief ruimen groter. Volgens de modelanalyse is dit aantal geruimde bedrijven gelijk aan 44,8 bedrijven (preventief en besmet) bij preventief ruimen in vergelijking met 14,6 bedrijven (besmet) voor het scenario zonder preventief ruimen.”4
Het beroep tegen het besluit van de NVWA loopt nog steeds
Als de NVWA een fatsoenlijke organisatie was geweest hadden zij het bezwaar van Animal Rights begin 2021 toegekend en was het standaard preventief ‘ruimen’ meer dan twee jaar geleden al beëindigd. Het had het vergassen van tenminste 1,3 miljoen ‘gezonde’ vogels voorkomen en de belastingbetaler miljoenen gescheeld…
Het beroep van Animal Rights tegen het besluit van de NVWA loopt nog altijd. Er is nog altijd geen zittingsdatum bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) bekend.
Update
Op 16 mei 2025 krijgen we bericht dat er in deze zaak een zitting is gepland op 16 juli 2025 om 09:00 bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven in het Paleis van Justitie in Den Haag.
Op 30 september 2025 komt er dan eindelijk een uitspraak van de meervoudige kamer van het college van beroep voor het bedrijfsleven. De rechters komen niet veel verder dan dat de minister overeenkomstig het toen geldende beleid heeft gehandeld en dat dat niet onevenredig is.
Het bezwaarschrift werd door de toenmalige landbouwminister ontvangen op 2 maart 2021. Men heeft er gezamenlijk dus vier en een half jaar over gedaan om tot de basale conclusie te komen dat de minister destijds niet beter wist. Animal Rights wist het wel beter, maar dat kan je van een minister blijkbaar niet verwachten.
Sinds het bezwaarschrift van maart 2021 heeft de minister het onhoudbare, immorele beleid steeds opnieuw aangepast. Hopelijk heeft dit verzet van Animal Rights bijgedragen aan deze beleidswijziging. Ten tijde van het Animal Rights bezwaar werd overal standaard binnen de 1 kilometer zone preventief ‘geruimd’, later alleen nog in de pluimvee-dichte gebieden. Pas op 4 september 2023 geeft de minister aan verder af te zien van standaard preventief ‘ruimen’. Gedurende dat proces werden meer dan 1,3 miljoen ‘gezonde’ vogels preventief ‘geruimd’.