Eendenslachter Tomassen steeds verder in het nauw – deel 1

Eendenslachter Tomassen moet dwangsommen gaan betalen voor illegale slachtmethode

Uit een nieuw informatieverzoek in het kader van de Wet open overheid (Woo) blijkt dat de Nederlandse voedsel- en waren autoriteit (NVWA) haar voornemen van 10 mei 2023 tot het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) aan eendenslachter Tomassen Duck-To op 18 juli 2023 heeft doorgezet. De LOD wordt opgelegd omdat in het eendenslachthuis het tijdsinterval tussen het bedwelmen van eenden in het elektrisch waterbad en het doden van eenden door verbloeding te lang is.

Lees ook:

Nieuwe inspectierapporten

Uit de nieuw verkregen inspectierapporten blijkt dat de NVWA praktisch iedere slachtdag van juni, juli, augustus en september het zogenaamde stun-stick tijdsinterval heeft gemeten en te lang heeft bevonden (meer dan 10 seconden). Er worden ook nieuwe rapporten van bevindingen aangezegd.
Het gaat hierbij om de tijd die verstrijkt tussen het bedwelmen van eenden in het elektrisch waterbad (stun) en het doden van eenden door verbloeding (stick) via het automatische mes of de nasnijder, de persoon die eenden de keel doorsnijdt die niet goed door de mechanische messen aangesneden zijn.

Zienswijze Tomassen

Via een zienswijze op 15 juni 2023 probeerde Tomassen zich nog onder de LOD uit te worstelen. Het bedrijf beweert dat de eenden direct gedood worden door het waterbad en er daarom geen reden is om een LOD op te leggen. De NVWA accepteert deze leugen niet.

Moeten eenden nu ook nog lijden onder dierproeven voor Tomassen?

Ook vraagt Tomassen in de zienswijze om uitstel om Wageningen University & Research (WUR) wetenschappelijk te laten onderzoeken of de gehanteerde tijdsinterval voldoende ruim is om de eenden aan te snijden voordat de bedwelming is uitgewerkt.

De NVWA antwoordt dat het onderzoek de karakteristieken heeft van een dierproef en een aanvraag daarvoor ingediend te worden bij de Centrale Commissie Dierproeven. Want het “beoordelen van bewusteloosheid aan de hand van gedragsveranderingen kan alleen worden uitgevoerd nadat via een elektra-encefalogram (EEG) of een elektrocardiogram (ECG) is vastgesteld dat de eenden bewusteloos zijn.”

Toch weer uitstel

Tomassen is al sinds een bedrijfsoverleg op 14 juli 2022 op de hoogte van de overtreding en heeft niets aan de misstand gedaan. Ook niet nadat het bedrijf op 10 januari 2023 nog eens tot 10 maart 2023 de tijd kreeg om er voor te zorgen dat het tijdsinterval voldoet aan de eisen. Het is dan ook teleurstellend dat een voorzieningenrechter de LOD voorlopig geschorst heeft. Er moet nu gewacht worden op een beslissing op het bezwaar dat Tomassen heeft ingediend.

Dwangsom

De dwangsom zal € 5.000 bedragen voor elke week dat het tijdsinterval tussen het bedwelmen en doden van eenden niet voldoet aan de eisen tot het maximale dwangsombedrag van € 50.000. Daarna kan een nieuwe last met een hogere dwangsom volgen of “een andere passende maatregel”, zoals het schorsen van de aan het slachthuis verleende erkenning.

Volgt er nog een last onder dwangsom voor het slecht functionerende slachtproces?

Het lijkt er op dat de NVWA ook een ander steeds terugkerend mankement in het slachtproces, het steeds weer falende automatische mes dat de eenden de keel moet doorsnijden zodat ze leegbloeden, gaat aanpakken. Op zowel 19 juni als 3 juli meldt de NVWA-inspecteur van dienst dat voor het niet doorsnijden/aansnijden van beide slagaders reeds een Rapport van Bevindingen in behandeling is. Dit zou de opmaat kunnen zijn naar een nieuwe LOD.

Er is nog veel meer mis bij Tomassen

Animal Rights rapporteert al jaren over de vele, steeds terugkerende, misstanden in het eendenslachthuis. Deze zouden stuk voor stuk voor boetes en een LOD in aanmerking komen. Als de NVWA dit niet zelf oppakt zal Animal Rights dat via handhavingsverzoeken trachten af te dwingen.

Ook in de inspectierapporten van 1 juni tot 31 juli is weer sprake van hittestress bij aangevoerde eenden, loslopende eenden in het slachthuis, en ‘rugliggers’ – eenden die bij het vangen en laden op hun rug terecht komen, niet zelf overeind kunnen en door het slachthuis personeel niet opgemerkt worden.

In deze periode kreeg het slachthuis ook weer drie waarschuwingen (die blijkbaar nooit resulteren in boetes) voor stront op de karkassen en condens (dat ziekteverwekkers kan bevatten) boven het eendenvlees.

Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Eendenslachter Tomassen steeds verder in het nauw – deel 2

Eendenslachter Tomassen moet dwangsommen gaan betalen voor illegaal transport en opslag

Op 29 november 2022 verleende het college van burgemeester en wethouders van Ermelo aan eendenslachter Tomassen twee omgevingsvergunningen – zogenaamde kruimelvergunningen – voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van transport- en opslagactiviteiten.

Lees ook:

Deze betreffen het achteraf legaliseren van het illegale gebruik van delen van de percelen aan het adres Fokko Kortlanglaan 112 en 122 voor transport en opslag ten behoeve van de eendenslachterij die gevestigd is op Fokko Kortlanglaan 116.

Het college ondernam deze dubieuze actie om de uitspraak van 31 maart 2022 van de rechtbank Gelderland te omzeilen, waarin de bestuursrechter oordeelde dat voor dat gebruik de functieaanduiding ‘ten behoeve van de pluimveeslachterij’ ontbreekt.

Tegen deze kruimelvergunningen hebben omwonenden van het slachthuis verenigd in de Stichting DOEH, en dierenrechtenorganisatie Animal Rights bezwaren ingediend. De ‘reddingsactie’ van het college bleek illegaal en in een collegevoorstel van 17 augustus 2023 werd vervolgens de gemeenteraad geadviseerd om de kruimelvergunningen te herroepen en de aangevraagde omgevingsvergunningen alsnog te weigeren.

Na de uitspraak van 31 maart 2022 van de rechtbank Gelderland zijn er op 4 mei 2022 reeds lasten onder dwangsom (LOD) opgelegd voor deze illegale activiteiten. Deze werden opgeschort vanwege ‘zicht op legalisatie’. Dat komt nu te vervallen.

Op 21 september 2023 wees de gemeente Ermelo het verzoek van Tomassen Duck-To BV van 14 juni 2023 af om de op 4 mei 2022 opgelegde lasten onder dwangsom in te trekken. Tomassen kan hiertegen binnen 6 weken een bezwaarschrift indienen bij het college, maar dat schort de werking van het besluit niet op; dat kan alleen via de voorzieningenrechter.
Tomassen is wel nog naar de Raad van State gestapt om de dwangsommen aan te vechten en de hoogste bestuursrechter heeft nog geen oordeel geveld.

Het college – Tomassen altijd behulpzaam – had liever gewacht, maar Tomassen forceerde dit besluit door de gemeente in gebreke te stellen.

Wanneer de kruimelvergunningen ook door de raad zijn herroepen – mogelijk in november? – verbeurt Tomassen automatisch per opgelegde last – dus per perceel – per week een dwangsom van 50.000 euro met een maximum van 250.000 euro, 5 weken dus. Daarna kan een nieuwe hogere dwangsom opgelegd worden.

Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Bewuste visweek is schaamteloze promotie vissenleed

Van 25 september tot 1 oktober is het “bewuste visweek”, een initiatief van Marine Stewardship Council (MSC) en Aquaculture Steward Council (ASC) om met behulp van supermarkten hun dierenleed aan de man te brengen. Talloze supermarkten in België en Nederland adverteren de fabel van “duurzame vis”: Lidl, Carrefour, Bioplanet, Colruyt, Coop en Albert Heijn. Maar de enige duurzame vis is vis die met rust gelaten wordt in zee.

Lees ook:

Geadverteerd vissenleed

Lidl adverteert goudbrasem en garnalen uit de aquacultuur en wild gevangen kabeljauw. Bij Aldi gaat het om wilde zalm, tongschar, koolvis en gekweekte tilapia en forel. Carrefour promoot kweekzalm, wilde roodbaars of kabeljauw, Coop zalm en Colruyt kweekforel.

Dit soort advertenties houden een krom systeem in stand. Duurzaamheid is een van de meest misbruikte termen om het uitbuiten van dieren te ‘greenwashen’. De ‘bewuste’ (en vaak ook wat gefortuneerdere) consument kan zichzelf voorhouden een ethische keuze te maken door vissen, kreeftachtigen of weekdieren te kopen met een label. Zo kan hij of zij het geweten sussen zonder zijn of haar levenswijze te hoeven aanpassen of zichzelf hun pleziertje te moeten ontzeggen. Ondertussen gaat de grootste massaslachting van levende wezens op aarde onverminderd door. De oceanen worden gewoon verder leeg gevist.

Duurzaam betekent niet diervriendelijk

Keurmerken ASC voor kweekvis en MSC voor wild gevangen vissen hebben geen betrekking op dierenrechten. ASC heeft het bijvoorbeeld over arbeidsvoorwaarden, beperkte hoeveelheden wilde vis in visvoer, impact op ecosystemen en medicatiegebruik. Het MSC-keurmerk kijkt naar de impact van de visserij op visbestanden. Dat gefokte vissen lijden tijdens hun ellendige leven bijeen gepropt in de aquacultuur of wilde vissen minutenlang naar adem happen wanneer ze worden opgevist uit de oceaan, daar gaan deze labels niet over. De labels bevatten geen richtlijnen over hoe de vissen moeten worden gehouden en al helemaal niet over hoe ze worden gedood.

Kijk ook:

Aquacultuur – bio-industrie in drie dimensies

De aquacultuur is de mariene variant van de bio-industrie. Duizenden individuen lijden opeengepakt in enorme tanks een totaal onnatuurlijk en ellendig leven, vergelijkbaar met de overvolle kippen- of varkensstallen, maar dan in drie dimensies.

Kweekzalmen en goudbrasem zijn in het wild behendige jagers, ze leggen grote afstanden af en ze kunnen uitstekend navigeren. In gevangenschap hebben ze geen enkele mogelijkheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. Omdat ze zo dicht op elkaar gepakt zitten, hebben ze amper plaats om te bewegen, de dieren krijgen stress en worden vatbaar voor parasieten en ziektes. De sterftecijfers in de aquacultuur zijn daardoor schrikbarend hoog.

Waar de dieren in de vee-industrie grotendeels herbivoren zijn, zijn veel van deze gekweekte vissen rovers en moeten dus gevoerd worden met andere vissen, over het algemeen meer individuen en meer gewicht dan het gekweekte exemplaar zal opbrengen. Verkwisting van levens en qua eiwit-rendement inefficiënt.

Visvangst garant voor een ellendige dood

Wanneer vissen, kreeftachtigen of weekdieren in een net van grote diepte worden opgehaald worden de individuen onder in het net verpletterd door de massa van hun lotgenoten boven hen. Door het grote drukverschil gebeurt het dat maag en darmen via de mond en anus uit het vissenlichaam worden geperst en de ogen uit de kassen worden gedrukt. In de meeste gevallen eindigen vissen creperend op het dek, stikkend in de open lucht – een minuten tot uren durende, verschrikkelijke dood – of belanden nog levend op ijs of in pekel.

Het MSC-label bevat geen bepalingen over hoe vissen, kreeftachtigen en weekdieren aan hun einde komen, dit mag net zoals in de reguliere visserij door middel van doodslaan, verstikken of levend opensnijden waarna ze nog minutenlang leven.

De bewuste visweek is dus niets om vrolijk van te worden voor onze gevinde vrienden. Vissen zijn anders de meest gekwelde dieren op onze planeet. Miljarden vissen sterven om op iemands bord te belanden, te dienen als voer voor de aquacultuur, verwerkt te worden tot diervoeding of nog vaker sterven ze een compleet nutteloze dood als bijvangst en worden ze overboord gekiept. Daarom promoten wij deze week plantaardige visvervangers. Er zijn immers voldoende ethische, want plantaardige, alternatieven voor vis te verkrijgen in al deze supermarkten.

Arrest in beroep tegen slachthuis Izegem

Het hof van beroep in Gent heeft nog geen arrest geveld in de zaak van dierenrechtenorganisatie Animal Rights tegen het slachthuis Verbist uit Izegem en de voormalige uitbater. De uitspraak stond oorspronkelijk gepland op 29 september, maar het arrest werd uitgesteld. De nieuwe datum is nog niet bekend. Het arrest moet volgen na een jarenlang durende juridische strijd nadat de dierenrechtenorganisatie gruwelijke beelden naar buiten bracht van systematisch mishandelde runderen in Izegem. Animal Rights wil dat Verbist alsnog wordt veroordeeld voor dierenmishandeling na een eerdere vrijspraak.

Animal Rights campagneleider Els Van Campenhout: “De beelden spreken voor zich. Wij willen eindelijk gerechtigheid zien voor de mishandelde dieren die hun laatste momenten schreeuwend doorbrachten in dit horrorslachthuis.”

Lees ook:

Schokkende beelden

Op 11 september 2017 bracht Animal Rights schokkende beelden naar buiten uit het runderslachthuis te Izegem. Op de beelden zien we hoe werknemers runderen systematisch mishandelen met de elektrische prikkelaar, stokslagen kregen en één stier werd zelfs anaal gepenetreerd. De bedwelming gaat regelmatig mis en meerdere runderen worden bij volle bewustzijn de keel doorgesneden.

Juridische strijd

Na vier jaar juridische strijd, werd het slachthuis in 2021 vrijgesproken voor dierenmishandeling, maar wel veroordeeld voor inbreuken op hygiëne. Dit omdat de beelden van Animal Rights nietig werden verklaard, omwille van inbreuken op de privacywetgeving. Animal Rights liet het daar niet bij. We gingen in beroep om gerechtigheid te eisen voor de verschrikkelijk mishandelde runderen.

Animal Rights in beroep tegen het slachten van konikpaarden uit de Oostvaardersplassen

Op vrijdag 22 september 2023 vindt de behandeling plaats van het beroep van Animal Rights tegen de afgifte van paardenpaspoorten aan konikpaarden uit de Oostvaardersplassen (OVP) om deze te kunnen afvoeren naar de slacht.

Animal Rights diende het bezwaar op 22 oktober 2020 in. Staatsbosbeheer had het voornemen om 150 konikpaarden die week of de daaropvolgende week te vervoeren en slachten. Na het afwijzen van een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (ECLI:NL:CBB:2020:798) op 5 november 2020 is dat ook gebeurd.
Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) besloot ons bezwaarschrift af te wijzen. We gingen in beroep.

Die 150 konikpaarden zijn reeds lang geslacht, maar omdat het aannemelijk is dat dergelijke besluiten in de toekomst opnieuw zullen worden genomen is er een belang voor Animal Rights en onze cliënten, de overgebleven konikpaarden, om het proces door te zetten.

528210006330496

In overleg met de rechtbank heeft Animal Rights om praktische redenen ingestemd met het beperken van het bezwaarschrift tot die tegen de afgifte van één paardenpaspoort (i.p.v. 150) met het nummer 52801065956 voor een merrie met het chipnummer 528210006330496.

“We weigeren te accepteren dat Staatsbosbeheer ‘wilde’ dieren uit natuurgebieden middels een vangweide en vangkraal omtovert tot ‘gehouden dieren’ en slacht voor menselijke consumptie.”

Susan Hartland, Animal Rights

Ze is op 1 april 2014 geboren (geschat) uit onbekende ouders. Haar paspoort werd afgegeven op 19 oktober 2020, nadat ze tot haar tegenspoed in de vangkraal van Staatsbosbeheer was beland. Op 23 oktober 2020 werd ze geslacht. Haar vlees bleek vervolgens niet geschikt voor humane consumptie…

Paardenpaspoorten

Centraal staan de methoden voor de identificatie van paardachtigen. Over de juridische kwalificatie van de konikpaarden en de status van Staatsbosbeheer wordt reeds jaren geprocedeerd. De konikpaarden in de Oostvaardersplassen worden in elk geval geacht geen gehouden dieren te zijn, maar (half) wilde dieren.

“Animal Rights wil niet dat het houden van wilde dieren een verdienmodel voor vleeshandel Staatsbosbeheer wordt. Dit is noch in het belang van de natuurgebieden noch in het belang van het dierenwelzijn en de volksgezondheid.”

Susan Hartland, Animal Rights

De Europese Verordening die gaat over methoden voor de identificatie van paardachtigen stelt: “… dat paardachtigen niet mogen worden gehouden, tenzij ze overeenkomstig die verordening zijn geïdentificeerd.”

Uit dit wettelijke systeem vloeit daardoor voort dat de 150 paarden alleen naar het slachthuis konden worden vervoerd wanneer voor deze dieren paspoorten waren afgegeven. Paspoorten worden aangevraagd door de houder van dieren. Staatsbosbeheer is echter niet de houder van deze (half) wilde paarden en kan dus ook geen paspoort aanvragen.
RVO en de voorzieningenrechter oordeelden, echter, dat Staatsbosbeheer houder is geworden van de paarden in de vangweide, omdat zij in dit terrein de controle en daarmee de beschikkingsmacht over deze dieren heeft verkregen.

Artikel 13 van bovengenoemde Verordening staat toe dat – na het in kennis stellen van de Europese Commissie – duidelijk omschreven populaties van (half) wilde paardachtigen worden geïdentificeerd – van paspoorten voorzien – en overgebracht naar een andere duidelijk omschreven populatie van (half) wilde paardachtigen of worden gedomesticeerd. Over het slachten van onderhavige paarden wordt in dit artikel niet gerept. Animal Rights en haar advocaat Marco van Duijn concluderen daaruit dat paspoorten dus niet kunnen worden verstrekt met het doel de dieren af te voeren voor de slacht.
RVO en de voorzieningenrechter zien echter niet in dat dat doel is uitgesloten.

In Nederland moeten paarden binnen 9 maanden na geboorte geïdentificeerd zijn; die termijn is verlopen voor de (meeste) OVP-koniks.
RVO en de voorzieningenrechter zijn van mening dat voor paarden afkomstig uit natuurgebieden de algemene regel dat identificatie binnen 12 of 9 maanden had moeten plaatsvinden niet geldt.

Het gaat dus om de interpretatie van regels.

Beroep

Animal Rights ging tegen het besluit tot afwijzen van ons bezwaarschrift in beroep. “We weigeren te accepteren dat Staatsbosbeheer ‘wilde’ dieren uit natuurgebieden middels een vangweide en vangkraal omtovert tot ‘gehouden dieren’ en slacht voor menselijke consumptie,” zegt Animal Rights directeur Susan Hartland. “Animal Rights wil niet dat het houden van wilde dieren een verdienmodel voor vleeshandel Staatsbosbeheer wordt. Dit is noch in het belang van de natuurgebieden noch in het belang van het dierenwelzijn en de volksgezondheid.”

Animal Rights benadrukt in het beroep dat identificatie hoe dan ook binnen twaalf maanden dient plaats te vinden. De Verordening bevat geen enkel aanknopingspunt voor het bepalen van een langere termijn.

Lidstaten die van plan zijn gebruik te maken van afwijkingsmogelijkheid met betrekking tot (half) wilde paarden, dienen vooraf de Europese Commissie in kennis te stellen van hun voornemen. Dit is niet gebeurd.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) geeft toe dat de merrie is geslacht voor menselijke consumptie. Hierover bevat het paspoort echter niet de verplichte aantekening zodat het besluit ook om deze reden geen stand kan houden.

De laatste grond van beroep betreft het ontbreken van andere gegevens in het paspoort. Sectie 1 deel A en B zijn niet naar behoren ingevuld. In sectie A ontbreken zelfs de meeste gegevens en op sectie B zijn de kenmerken van de merrie niet aangegeven zoals voorgeschreven. Ook dit gegeven is een reden om het bestreden besluit te vernietigen en het beroep gegrond te verklaren.

Dierenwelzijn en volksgezondheid in het gedrang

De regels in de Verordening dienen hoofdzakelijk het dierenwelzijn en de volksgezondheid. Dat beide belangen in het gedrang komen wanneer dieren op latere leeftijd worden geïdentificeerd, blijkt uit de na het slachten – van nota bene de groep paarden waar het bezwaar over gaat – geconstateerde besmetting met dioxine, een besmetting die vooral oudere dieren treft.

Uiteindelijk is geoordeeld dat ‘onze’ merrie 528210006330496 niet geschikt was voor menselijke consumptie, hetgeen nog maar eens onderstreept hoezeer de bestreden praktijken van Staatsbosbeheer in strijd zijn met de door de Verordening gediende belangen.

Update

De zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) vond plaats in het Paleis van Justitie in Den Haag op 22 september 2023. Het college deed uitspraak op 14 november 2023. 1 We wisten vooraf dat het om de interpretatie van regels ging en het college koos bij onduidelijkheden in de regelgeving de kant van de minister en Staatsbosbeheer.

Het College stelt vast dat Nederland inderdaad geen termijn heeft vastgesteld voor het indienen van de aanvraag voor een paardenpaspoort die nodig is om te voldoen aan de identificatietermijn voor in het wild of half in het wilde levende paarden, maar oordeelt dat dat er niet toe leidt dat de minister het besluit tot afgifte van het paardenpaspoort van de merrie niet mocht nemen.
Ook de andere beroepsgronden worden verworpen. Er komt geen gerechtigheid voor de konikpaarden van de Oostvaardersplassen.

Onmiddellijk na de uitspraak kondigt vleeshandel Staatsbosbeheer aan dat ze deze winter in schiettent Oostvaardersplassen zo’n 360 edelherten en 45 heckrunderen gaat afmaken en dat er ook 80 konikpaarden uit het gebied moeten verdwijnen. 2 Voor deze dieren wordt gezocht naar andere geschikte gebieden, zegt men. Als dat niet kan, worden ze geslacht.
“Afgelopen voorjaar maakte Staatsbosbeheer bekend dat het grootschalig afschieten niet langer nodig was, omdat het aantal dieren in het natuurgebied voldoende was teruggebracht . De organisatie meldt dat het nu ook niet gaat om grootschalig afschieten, maar om ‘reguleren’.”


  1. ECLI:NL:CBB:2023:633 ↩︎
  2. Opnieuw afschot van grote grazers in de Oostvaardersplassen ↩︎