Op 8 augustus 2022 verstuurden dierenrechtenorganisaties Animal Rights en Bite Back een handhavingsverzoek aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De aanleiding voor dit handhavingsverzoek was het vervoer van olifant Buba vanuit Nederland naar het Kimba Elefant Park in Hongarije.
Met de verplaatsing van Buba naar Kimba is in strijd gehandeld met artikel 2 van de ontheffing die zegt dat Buba niet mag worden ingezet voor of verplaatst ten behoeve van optredens en tentoonstellingen of publiekseducatie in Nederland of het buitenland. In Hongarije wordt Buba immers tentoongesteld en moet ze kunstjes doen.
De onwil van de NVWA om te doen wat juist is
Op 23 december 2022 werd het handhavingsverzoek van de stichtingen afgewezen waarna ze bezwaar maakten. Er volgde een hoorzitting op 2 mei 2023 en op 21 juli 2023 wordt het bezwaar afgewezen. Deze keer omdat Kimba zou gelden als dierentuin en ook in Nederland optredens met dieren in dierentuinen zijn toegestaan.
Op 30 augustus 2023 dienen de dierenrechtenorganisaties via hun advocate een beroepschrift in bij het College van Beroep en bedrijfsleven (CBb), waarin we weerleggen dat Kimba een dierentuin zou zijn, maar ook dat artikel 2 helemaal geen onderscheid maakt tussen dierentuin of circus.
Ondertussen heeft in een andere zaak – voor Buba en zebra Smiley – de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de ontheffing die Buba voorgoed bij Circus Freiwald zou laten blijven ingetrokken. Buba heeft daar vooralsnog niets aan, want ze is met medewerking van diezelfde minister weggesluisd naar Hongarije.
Op 6 september laat het CBb weten dat ze van de minister een brief van 15 augustus 2023 hebben ontvangen waarin wordt gemeld dat de ontheffing voor Buba op 11 augustus is ingetrokken. Het CBb legt de dierenrechtenorganisaties de vraag voor of deze ontwikkeling aanleiding geeft om de procedure tegen de NVWA over haar rol bij het illegaal verplaatsen van Buba ook in te trekken. Nee dus!
Is Buba wel verkocht?
Een van de redenen daarvoor is dat er nooit bewijsstukken zijn overgelegd waaruit blijkt dat Buba daadwerkelijk verkocht is. Misschien is Buba wel uitgeleend of verhuurd en is Freiwald nog altijd de ‘eigenaar’ en bestaat de mogelijkheid voor het opleggen van een herstelmaatregel om Buba terug te (laten) halen (door Freiwald).
Als Buba wel is overgedragen aan Kimba, is er een mogelijkheid om handhavend op te treden, door het opleggen van een boete aan Freiwald voor de begane overtreding. Een dergelijke bestraffende maatregel heeft niet alleen een maatschappelijke functie, maar moet ook bezien worden in het licht van de aanhoudende overtredingen die worden begaan door Freiwald.
De belangen van zebra Smiley
Freiwald heeft namelijk ook een ontheffing voor zebra Smiley. Deze ontheffing is nog van kracht. In deze ontheffing staan gelijke voorschriften als die in de ontheffing ten aanzien van Buba waren opgenomen, zoals artikel 2, waarin wordt verplicht dat Smiley niet wordt ingezet voor of verplaatst ten behoeve van optredens en tentoonstellingen door Smiley of publiekseducatie met Smiley in Nederland of het buitenland. Dat dit voorschrift wordt overtreden blijkt uit het feit dat de zebra nog altijd met het circus mee reist. Bovendien wordt Smiley afgebeeld op publiciteitsmateriaal van de Duitse tour van Freiwald.
Dit voorbeeld illustreert volgens de dierenrechtenorganisaties de houding van Freiwald. Er wordt willens en wetens in strijd met de ontheffingsvoorschriften gehandeld. Dergelijk handelen kan volgens de dierenrechtenorganisaties niet onbestraft gelaten worden.
Op donderdag 28 september organiseerde Animal Rights nabij de Tweede Kamer een demonstratie om te pleiten voor een verbod op alle vormen van jacht op in het wild levende dieren. De demonstratie werd georganiseerd met het oog op de start van het plezierjachtseizoen op 15 oktober. Vanaf die dag mag er weer gejaagd worden op verschillende in het wild levende dieren zoals de fazant, houtduif, wilde eend en de haas.
Campagneleider Aysis Plet: “Het is bizar dat de manier waarop de wet is ingericht deze eigenlijk geen bescherming biedt aan in het wild levende dieren. Het wordt tijd dat deze dieren adequaat beschermd worden, we leren samen te leven met de dieren en deze niet in hun eigen thuis bejaagd en vermoord worden”.
De jachtlobby schetst een vertekend beeld van de realiteit
Dat er in een modern land als Nederland nog gejaagd mag worden en onze eigen koning nota bene fervent jaagt is volgens Animal Rights beschamend. Een kleine troost is dat er niet op de haas gejaagd mag worden tijdens de plezierjacht in de provincies Groningen, Limburg en Utrecht. Dit heeft demissionair minister Christianne van der Wal besloten vanwege de zeer ongunstige staat van instandhouding van de hazenpopulatie in Nederland. Voorlopig is om dezelfde reden de plezierjacht op het konijn ook gesloten in het hele land. Ondanks hun status mogen óók deze ‘rode lijst’ diersoorten alsnog het hele jaar door bejaagd worden. Hiervoor wordt gebruik gemaak van ontheffingen, die het doden van dieren onder de noemer “beheer” of “schadebestrijding”. Volgens Animal Rights zijn dit creatieve termen voor veredelde slachtpartijen.
“In de media wordt er vaak een vertekend beeld geschetst van wat er daadwerkelijk gebeurt tijdens de jacht. Mensen hebben geen besef van het leed dat erbij komt kijken.”
Campagnecoördinator Aysis Plet
In het wild levende dieren moeten vaak wijken voor het behoud van de huidige intensieve veehouderij. Jaarlijks worden er ongeveer 2 miljoen dieren in Nederland genadeloos gedood tijdens de jacht. Eenzelfde aantal loopt, vliegt of zwemt bovendien aangeschoten rond. Dat de jacht gigantisch leed veroorzaakt bij dieren heeft Animal Rights al talloze keren vastgelegd op beeld tijdens acties in het veld met de Hunt Saboteurs.
Campagneleider Aysis Plet: “In de media wordt er vaak een vertekend beeld geschetst van wat er daadwerkelijk gebeurt tijdens de jacht. Mensen hebben geen besef van het leed dat erbij komt kijken.”
Een haas wordt met negen stokslagen doodgeslagen in Overijssel
De Hunt Saboteurs van Animal Rights actief in de Hoeksche Waard
De lichamen van aangeschoten ganzen
Demonstranten staan sterk
Meer dan 50 mensen stonden op 28 september te demonstreren om op te komen voor in het wild levende dieren. Met borden, banners en vlaggen droegen ze hun boodschap uit. De Partij voor de Dieren, waaronder kamerlid Eva Akerboom en ex-lid Leonie Vestering, sloot zich aan bij de demonstratie.Tijdens de demonstratie namen er verschillende sprekers het woord.
Advocaat Marco van Duijn vertelde hoe hij het verschil maakt voor wilde dieren, door samen met Animal Rights jachtontheffingen aan te vechten. Animal Rights bestuurslid en Hunt Saboteurs coördinator Jeffrey Wijling vertelde meer over de Hunt Saboteurs. Hij maakt sinds het begin deel uit van de acties in de Hoeksche Waard, Reeuwijk en de Krimpenerwaard en kon samen met de Hunt Saboteurs honderden levens redden in deze gebieden. Hij sloot zijn toespraak af met de belofte dat zolang er gejaagd wordt, de Hunt Saboteurs van Animal Rights niet zullen stoppen.
Er wordt een minuut stilte gehouden voor de slachtoffers van de jacht
Ex-PvdD-lid Leonie Vestering was ook aanwezig bij de demonstratie
Er waren meer dan 50 mensen aanwezig tijdens de demonstratie
Hunt Saboteur Jeffrey voert het woord
Een minuut stilte voor de slachtoffers
Tussen de speeches door riepen de demonstranten leuzen en lieten ze zich horen voor de Tweede Kamer. Ook de hoorns die de Hunt Saboteurs gebruiken tijdens hun acties tegen de jacht, werden uit de kast gehaald. Na de glasheldere en ijzersterke toespraak van schrijver en dierethicus Willem Vermaat werden er bloemen neergelegd en één minuut stilte gehouden voor alle slachtoffers van de jacht. Vervolgens eindigde de demonstratie met het geluid van de hoorns van de Hunt Saboteurs.
Kaarsen en bloemen voor de slachtoffers van de jacht
Animal Rights blijft zich inzetten
Animal Rights is dankbaar voor alle demonstranten die samen met ons opkomen voor de dieren. Door te demonstreren samen met Animal Rights help je mee om dichter bij ons doel te komen. Wij geloven dat ieder dier, waaronder in het wild levende dieren, individuen zijn met recht op leven en welzijn. Door de jacht zijn een hoop diersoorten niet veilig en worden er zelfs beschermde en bedreigde dieren gedood. Dit allemaal omdat de wet er onvoldoende is om dieren te beschermen. Dit wilen wij veranderen door juridische acties en door te demonstreren in het veld.
Animal Rights en Bite Back gingen op 30 augustus 2023 in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in Den Haag tegen een beslissing op bezwaar van 21 juli 2023 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Het gaat om het verzoek van de dierenrechtenorganisaties aan de NVWA om handhavend op te treden in verband met het verplaatsen van Afrikaanse olifant Buba door Freiwalds Menagerie Circus naar het Kimba Elefant Park in Hongarije. De NVWA wees dat verzoek op 8 augustus 2022 af, waarna Animal Rights en Bite Back bezwaar maakten. Ook dat bezwaar werd op 21 juli 2023 dus door de NVWA afgewezen waarna alleen de gang naar de rechter overblijft.
Hoe zat het ook alweer?
Het gaat over Afrikaanse olifant Buba. De Afrikaanse olifant wordt als soort met uitsterven bedreigd en is dan ook streng beschermd. Buba is al op jonge leeftijd naar Europa gebracht; haar exacte afkomst en de omstandigheden waaronder zij Europa is binnen gebracht, zijn niet bekend. Buba kwam terecht in de circuswereld. Inmiddels is Buba bijna 50 jaar en heeft deze (ex-)circusolifant een groot deel van haar leven moeten doorbrengen bij circusfamilie Freiwald.
Sinds 15 september 2015 is het in Nederland echter verboden om wilde dieren in circussen te houden. Aangezien voormalige circusdieren niet meer in staat zijn om in het wild te leven, werd voor de dieren gezocht naar een passende opvangplek. Maar niet voor Buba. Sinds het verbod werden aan Freiwald opeenvolgende ontheffingen van dit verbod verleend, welke erop gericht waren om Freiwald uitstel te verlenen om te zoeken naar een passend opvangcentrum voor Buba.
Dat opvangcentrum werd eind 2020 gevonden, namelijk Elephant Haven in Frankrijk. Maar daar ging Buba nooit naartoe. Buba werd begin 2022 namelijk verkocht aan het ‘Kimba Elefánt Park’ in Töltéstava, Hongarije: een attractiepark/circus waar wilde dieren gedwongen worden om publiek te vermaken met kunstjes.
Die verplaatsing vond plaats onder gebruik making van de verleende, tot op heden nog altijd geldende, ontheffing. De verplaatsing vond ook nog eens plaats lopende de beroepsprocedure tegen die ontheffing. De dierenrechtenorganisaties dienden een verzoek tot handhavend optreden in, omdat ze de verplaatsing / verkoop van Buba vanuit Nederland naar Hongarije in strijd achten met artikel 2 van de op 25 maart 2021 verleende ontheffing dat bepaalt dat Buba niet mag worden ingezet of verplaatst voor optredens en tentoonstellingen door Buba of publiekseducatie met Buba in Nederland of het buitenland.
De dierenrechtenorganisaties en hun advocate hopen dat voorliggende procedure bij de rechtbank wél tot de gewenste uitkomst zal leiden: het welverdiende pensioen van Buba in een daarvoor uiterst geschikt opvangcentrum: Elephant Haven. Een circus is geen omgeving voor een wild dier om natuurlijk gedrag te kunnen uitoefenen. In Nederland niet en in Kimba in Hongarije niet. Zeker niet gezien de reputatie van laatstgenoemd park. Buba heeft nooit de kans gekregen om sociale relaties met soortgenoten op te bouwen. Iets wat erg belangrijk is voor olifanten. Het is volgens Animal Rights en Bite Back dan ook hoog tijd dat daar verandering in komt.
De ontheffing
Freiwald heeft een ontheffing voor onbepaalde tijd van het wilde-dieren-in-circussen-verbod in artikel 4.14, tweede lid, van het Besluit houders van dieren (Bhd). De ontheffing is verleend voor het mee mogen laten reizen van Buba met het circus. Aan de ontheffing is een beperking verbonden, verwoord in het inmiddels beruchte artikel 2 uit de ontheffing.
Artikel 2
“Aan de ontheffing, bedoeld in artikel 1, is de beperking verbonden dat Buba niet wordt ingezet voor of verplaatst ten behoeve van optredens en tentoonstellingen door Buba of publiekseducatie met Buba in Nederland of het buitenland.”
Door de verplaatsing van Buba naar Hongarije is in strijd gehandeld met artikel 2.
Kimba
Kimba Elefánt Park is een bedrijf in handen van de zevende generatie circusfamilie Casselly, bekend van onder meer kerstshows met olifanten in Duitsland. De familie zou zijn gestopt met touren; echter tot aan 2021 stonden er nog kerstcircusshows gepland. Volgens de dierenrechtenorganisaties ligt hierin een groot risico dat Buba ook in de toekomst nog als circusolifant in (kerst)circusshows wordt gebruikt.
Al trekt het circus niet meer rond, van rust voor de dieren komt weinig terecht. Op de sociale media van het park en van directeur Casselly, is te zien dat de dieren nog altijd gebruikt worden voor circuskunstjes. Volgens de website (kimbapark.com) organiseert het park meerdere keren per dag shows waarin olifanten trucjes doen.
Ook de leefomstandigheden lijken in Kimba niet al te best. Zo zijn in de periode oktober 2020 – december 2022 meerdere dieren onder mysterieuze omstandigheden komen te overlijden.
Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden stellen de dierenrechtenorganisaties dan ook dat, in tegenstelling tot Elephant Haven, het Kimba Elefánt Park een zeer ongeschikte plek is voor Buba en zij daar zo snel mogelijk weg moet.
Voor de NVWA is het prima dat Buba weer wordt gedegradeerd tot circusolifant zolang het maar in een dierentuin is
Het verweer van de NVWA is dat Kimba aan te merken is als een dierentuin in de zin van artikel 4.1 van het Bhd. Het park is immers een permanente inrichting waar ten minste zeven dagen per jaar dieren worden tentoongesteld aan publiek. Optreden met dieren in dierentuinen is tenslotte ook toegestaan in Nederland, zegt de NVWA. Dit betekent dat Freiwald Buba mocht vervoeren naar een dierentuin zonder dat dit een overtreding van artikel 2 van de ontheffing is, aldus de NVWA.
Onzin, zeggen de dierenrechtenorganisaties
De kern van de ontheffing is gelegen in het vermeend behartigen van de belangen van Buba. Het waarborgen van het ‘circusverbod’ is daarin een nevendoelstelling. De ontheffing is in de allereerste plaats bedoeld om Buba te beschermen tegen het inzetten van haar voor optredens, tentoonstellingen of publiekseductie, of het vervoeren daarvoor.
In Kimba wordt, echter, veelvuldig opgetreden met de olifanten en worden de olifanten tentoongesteld, nu dus ook Buba. Dat maakt dat er wel degelijk sprake is van een overtreding van voornoemd artikel 2 van de ontheffing.
Kimba is geen dierentuin
Verder zijn de organisaties en hun advocate er van overtuigd dat Kimba helemaal geen dierentuin is; dat is slechts een voorbarige, maar van pas komende, aanname van de NVWA.
De NVWA misbruikt hiervoor een definitie uit het Bhd die een dierentuin aanduidt als een ”permanente inrichting waar levende wilde dieren worden gehouden om gedurende ten minste zeven dagen per jaar te worden tentoongesteld aan het publiek,”. De NVWA laat hier slinks de regel na de komma weg: “… met uitzondering van circussen en dierenwinkels;”. Dus een ”permanente inrichting waar levende wilde dieren worden gehouden om gedurende ten minste zeven dagen per jaar te worden tentoongesteld aan het publiek” kan dus ook een circus (of een dierenwinkel) zijn.
Er zijn overtuigende aanwijzingen dat Kimba geen dierentuin is:
Op de website van de Hongaarse ‘Kamer van Koophandel’, OPTEN, is bedrijfsinformatie van Kimba inzichtelijk. Als hoofdactiviteit is opgegeven: ”0149: Fokken van andere dieren”. Dit is de NACE-code (SBI code in Nederland) van het bedrijf. Deze code valt onder de categorie ‘Landbouw, bosbouw en visserij’. Er is ook een specifieke NACE-code voor dierentuinen, zijnde ‘9104: Botanische tuinen, dierentuinen en natuurreservaten’. Dit is ook de code die is toegekend aan daadwerkelijke dierentuinen, zoals bijvoorbeeld de Sosto Zoo (officieel: Nyíregyházi Állatpark Nonprofit Kft.) Als Kimba daadwerkelijk een dierentuin zou zijn geweest, zou het bedrijf niet hoofdactiviteit code 0149 hebben, maar code 9104;
Op de website van het park wordt er geadverteerd met het circus en olifantenshows. Ook op de sociale media van het park en van directeur Casselly is te zien dat de dieren gebruikt worden voor circuskunstjes. Deze wijze van omgang met de olifanten en andere dieren zijn geenszins typerend voor een dierentuin;
Kimba is geen onderdeel van internationale of Europese samenwerkingsverbanden tussen dierentuinen, zoals bijvoorbeeld de EAZA (European Association of Zoos and Aquaria) en de WAZA (World Association of Zoos and Aquariums). Kimba is ook niet geaccrediteerd door de Association of Zoos and Aquariums (AZA);
Hongarije is net als Nederland partij bij de Europese Dierentuinrichtlijn. Dat betekent dat een dierentuin ook moet voldoen aan bepaalde vereisten op het gebied van vergunningen, soortbehoud, huisvesting en verzorging. Geenszins is gebleken dat hieraan wordt voldaan. Bijvoorbeeld de mysterieuze sterfte van meerdere dieren onder de ‘zorg’ van Kimba en het feit dat alle vindbare informatie over Kimba in het teken staat van publieksvermaak met en door dieren, staan haaks op de doelstellingen die een dierentuin moet nastreven;
In het bestreden besluit definieert de NVWA Kimba als dierentuin volgens hoofdstuk 4 uit het Nederlandse Bhd. Dan zou ook moet worden voldaan aan de vereisten zoals opgenomen in Hoofdstuk 4, § 1 van het Bhd. Niet is gebleken dat daaraan wordt voldaan, noch dat de NVWA dat heeft gecontroleerd. De NVWA had Kimba dan ook niet ‘zomaar’ als dierentuin mogen definiëren.
Conclusie
Nu niet kan worden aangetoond dat Kimba daadwerkelijk een dierentuin is, kan de motivering van de NVWA, op basis waarvan het bezwaar van de dierenrechtenorganisaties ongegrond is verklaard, niet standhouden. Daarmee kan ook het bestreden besluit niet standhouden. We hopen dat de rechter oordeelt dat de NVWA moet gaan handhaven, bijvoorbeeld door het opleggen van een dwangsom zodat Buba met pensioen kan.
Wanneer Animal Rights het lijden van dieren op transport in beeld brengt, zoals tijdens de hittegolf van eind juli, is er altijd wel iemand die mobiele slacht oppert als dé oplossing. Transport bezorgt dieren óók zonder extreme weersomstandigheden stress, en heeft een negatieve impact op hun welzijn. Hitte maakt de rit alleen maar nog onaangenamer. Wanneer het slachthuis naar de boerderij komt, is de gedachtengang, wordt de stress van het transport geëlimineerd en dus is mobiele slacht beter voor het dier.
Minister van dierenwelzijn, Ben Weyts lijkt vooral iets in mobiele slacht te zien. 1 Ook dierenarts Mariella Debille, die onderzoek doet rond mobiel slachten en dierenwelzijn, wijdde hier in De Standaard een artikel, genaamd ‘Breng het slachthuis naar de boerderij’, aan. 2 Animal Rights is natuurlijk blij met conclusies als: “Transport bezorgt veel dieren stress en heeft een negatieve impact op hun welzijn. Hitte maakt de rit nog onaangenamer” en: “Dierenwelzijnsorganisaties hebben dus overschot van gelijk. Tijdens deze warme zomermaanden vormt transport een te groot risico voor het vee.” Daarom pleit Animal Rights ook voor een transport-stop op zomerse dagen.
BioForum Vlaanderen, een koepelorganisatie voor de Belgische biologische landbouw- en voedingssector, onderzocht de afgelopen maanden de mogelijkheden van een mobiele slachteenheid voor in Vlaanderen. Voor rundvee en varkens lijkt dit niet haalbaar, maar voor pluimvee zien de onderzoekers mogelijkheden voor kleinere bedrijven. 3
Landbouwleven wijdde onlangs een artikel aan het onderwerp dat ‘Kansen en knelpunten voor een mobiele slachteenheid in Vlaanderen’ in kaart brengt. 4 Animal Rights ziet meer knelpunten dan “kansen.”
Deze beelden van varkens die het transport niet overleefden ontlokten aan Vlaams minister van dierenwelzijn Ben Weyts de opmerking dat mobiele slacht misschien wel een goed alternatief zou zijn
Update België
Op 24 januari 2022 raakt bekend dat het FAVV al richtlijnen uitwerkte voor de mobiele slachtunits. Door de units te laten opereren onder naam van erkende slachtinrichtingen zou dit concept op korte termijn al operatief worden. Tijdens een parlementaire vraag van Chris Steenwegen (Groen) die gesteld werd aan Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) werd benadrukt dat pluimveehouderijen binnenkort toegang zullen krijgen tot kleine mobiele slachtunits. Het zou gaan om kleinschalige bedrijven in het kader van de korte keten. Minister Crevits zegt daarbij dat er ook naar regionale microslachthuizen gekeken worden. 5
In september 2023 bevestigt minister Ben Weyts dat er belangrijke obstakels zijn voor mobiele slacht in België. Een mobiele slachting zou volgens een haalbaarheidsstudie dubbel zo duur zou zijn als een reguliere slachting.
Bovendien is ook de tijdsduur waarbinnen het karkas van het dier in het slachthuis moet zijn een obstakel. Volgens de Europese regelgeving moet het karkas van het dier binnen de 2 uur in het slachthuis afgeleverd worden, maar het FAVV is hier uit voorzorg strenger en heeft dit beperkt tot 45 minuten. Men legt meer bepaald op dat de dieren van alle ingewanden ontdaan moeten worden indien de geslachte dieren niet binnen 45 minuten na het slachten kunnen verwerkt worden in een erkend slachthuis. Deze zeer korte tijdsduur van 45 minuten om het dier te doden, het karkas op te laden en dit af te leveren in een slachthuis, maakt dat een mobiele dodingsunit in de praktijk in Vlaanderen momenteel niet haalbaar is De haalbaarheidsstudie voor een mobiele dodingsunit besluit dan ook dat het enkel zinvol is om verdere stappen te zetten als de maximale tijdsduur van 45 minuten tussen doden en aankomst in het slachthuis verlengd wordt.
De minister geeft het echter nog niet op, hij meent dat er een kans is dat deze technische obstakels worden weggewerkt. Eventueel zal er worden nagegaan met het FAVV of een verlenging van de maximale transportduur van 45 minuten mogelijk is. 6
In Nederland
In Dokkum is, in samenwerking met het ministerie van LNV, een pilot opgezet voor een mobiele dodingsunit (MDU). Het idee achter mobiele slacht is dat dieren niet meer vervoerd hoeven te worden maar op de boerderij worden geslacht. Transport met levende dieren zou dan afnemen en stapsgewijs vervangen worden door transport van vlees en karkassen.
Slachthuis Dokkum heeft ruim twee jaar gewerkt aan de MDU, in samenspraak met de NVWA en Wageningen University. Eind 2018 gaf landbouwminister Carola Schouten toestemming voor een proef met vier mobiele slachtauto’s in Noord-Nederland. Ze zei toen dat het mobiele slachthuis een waardevolle innovatie kan zijn in de strijd tegen voedselverspilling.
Echter, de Dokumse dodingsunit heeft niet het doel om transport van levende dieren te verminderen. Het slachthuis in Dokkum heeft als doel om wrak vee, die volgens de wet- en regelgeving niet vervoerd mogen worden, te slachten en alsnog in de voedselketen te brengen. Normaliter worden deze dieren gedood en dan naar het destructiebedrijf gebracht. De veehouder moet betalen om deze dieren te laten ‘afvoeren’. De mobiele dodingsunit in Dokkum heeft als primair doel dat de veehouder nog winst kan maken op niet-transportwaardige dieren.
Een bijkomende ‘service’ die het slachthuis van Dokum levert is het maskeren van hoe frequent een boer ‘wrakke’ dieren heeft. Op hun website staat bij de voordelen van een mobiele slachterij: “‘Doodmelding’ op naam van Slachthuis Dokkum en niet op UBN van de veehouder.” 7 Normaal gesproken worden dieren die ‘vernietigd’ worden en de destructie in gaan, geregistreerd op naam van de veehouder. Veehouders die niet goed voor hun dieren zorgen en die structureel ‘wrak vee afvoeren’, komen zo in zicht bij de NVWA, wat zou moeten leiden tot NVWA inspecties en handhaving. Bij de Mobiele Dodings Unit staat deze registratie niet langer meer op naam van de veehouder maar op naam van de slachterij. Het is daardoor niet langer inzichtelijk welke veehouders hun dieren verwaarlozen.
De NVWA heeft dus een pilot die is ontstaan naar aanleiding van een aangenomen motie uit de Kamer om het transport te verminderen (motie SP Van Gerven), 8 omgebogen naar het faciliteren van wetsovertreders. De NVWA constateerde structurele overtredingen: Wrakke dieren werden toch op transport gezet en bij de slachthuizen kwamen NVWA inspecteurs daarachter en wrakke dieren werden in de stal aan hun lot over gelaten omdat veehouders geen dierenartskosten wilden betalen. Maar in plaats van te handhaven heeft de NVWA deze pilot ingericht om deze dierenmishandelaars te faciliteren.
In februari 2020 werd bekend gemaakt dat de provincie Overijssel €100.000 subsidie beschikbaar heeft voor het opzetten van een mobiele slachterij voor varkens door Coöperatie Mobiel Slachten U.A. 9 Opnieuw is het argument dat hiermee een einde komt aan het levend vervoeren van varkens en het dus goed is voor het dierenwelzijn. Het spreekt voor zich dat deze mobiele unit ook ingezet zal worden om niet transportwaardige, kreupele varkens alsnog in geld om te zetten. Hiervoor zal ze wel een behandeling met bijvoorbeeld antibiotica ontzegd moeten worden.
Logistiek onmogelijk
Animal Rights denkt dus niet dat mobiele slachthuizen een oplossing zijn. Naast het feit dat we als dierenrechtenorganisatie iedere vorm van slacht afkeuren, is het logistiek ook onmogelijk om de enorme aantallen dieren die in België en Nederland jaarlijks geslacht worden op deze wijze te ‘verwerken.’ Volgens CBS Statline ging het in 2018 in Nederland dat jaar om 2,2 miljoen runderen, 15,9 miljoen varkens, 519.300 schapen, 171.400 geiten, 605,5 miljoen vleeskuikens en bijna 18 miljoen ‘overige kippen. 10
Statbel geeft aan dat in 2018 in België maandelijks 26,51 miljoen dieren, waaronder ruim 74.000 runderen, 936.000 varkens en 25,4 miljoen kippen geslacht werden. 11
De tendens in de veehouderij is naar megastallen toe en weg van kleine familiebedrijven, dus mobiele slacht wordt over tijd een als maar minder plausibele oplossing om het lijden der dieren te verminderen.
Financieel onhaalbaar
Ook financieel lijkt mobiele slacht een onhaalbare kaart. De kosten per geslacht dier gaan omhoog en dus ook de prijs van vlees in de supermarkten. Waar de consument in het kieshokje voor dierenwelzijn kiest, kijkt deze bij de kassa toch veelal naar de portemonnee. Omdat Nederland en België vooral dierlijke producten voor de export produceren en dus op de concurrentie positie moeten letten, zal alleen een kleinschaligere marktsegment, zoals bioboeren, in mobiele slacht geïnteresseerd zijn.
Mobiele slacht verleidt tot onthouden medische zorg
Naast de logistieke en financiële aspecten is het dierenwelzijnsargument nog wel de belangrijkste omdat juist het welzijn van de dieren gebruikt wordt om mobiele slacht te promoten. Landbouwdieren moeten nu nog een transportwagen in kunnen lopen, omdat ze anders niet vervoerd mogen worden. Dit dwingt veeboeren om in ieder geval dat minimale niveau van dierenwelzijn te handhaven. Met mobiele slacht units is dat niet langer nodig. Dit kan veeboeren er toe verleiden om dieren noodzakelijke medische zorg te onthouden en/of dieren nog net wat langer uit te buiten. Des te meer omdat een dier wat geslacht wordt om in de voedselketen gebracht te worden, geen medicijnresten in zich mag hebben.
Niet-transportwaardige varkens
Diverse schandalen rondom niet-transportwaardige dieren
Recente schandalen met betrekking tot het vervoeren van niet-transportwaardige dieren van melkveebedrijven naar slachthuizen in Nederland, België, Polen en Duitsland geven genoeg aanleiding tot die vrees. In Nederland begon het slachthuis van Dokkum in januari 2019 met een mobiele slachterij voor koeien en richt zich daarbij voornamelijk op afgedankt melkkoeien die niet levend meer vervoerd mogen worden. 12 Animal Rights verwacht dat het aantal niet-transportwaardige dieren bij de invoering van mobiele slacht alleen maar zal toenemen. Mobiele slacht zou in dit realistische scenario juist een negatief effect op dierenwelzijn bewerkstelligen.
Mobiele slacht is slacht zonder toezicht
We weten uit inspectierapporten van de NVWA en uit de beelden die Animal Rights in de slachthuizen van Tielt, Izegem en Hasselt maakte, dat er veel mis gaat bij het toezicht op de slachthuizen. Als er straks diverse mobiele slachthuizen door Nederland en België zouden rijden wordt overheidstoezicht op dierenwelzijn en voedsel-hygiene praktisch onmogelijk. Er zal immers geen budget of mankracht zijn om op iedere mobiele unit een inspecteur en dierenarts te plaatsen. Uit die Animal Rights beelden weten we dat zelfs het permanente toezicht op de gevestigde slachthuizen regelmatig faalt; mobiele slachthuizen zijn daarom een bijna gegarandeerd recept voor de mishandeling van dieren.
Mobiele slacht is een marketingstunt
Het mobiele slachthuis is vooral een handig inspelen van de vleessector op de welzijnsinbreuken tijdens transport. De consument wordt zo opnieuw met fictieve of minimale welzijnsverbeteringen zand in de ogen gestrooid, zodat hij of zij de principieel immorele producten van de vee-industrie blijft afnemen.
RTL Nieuws
Onze bezwaren tegen mobiele slacht werden eind september bevestigd. Op 24 september 2019 bericht RTL Nieuws dat er binnen de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) onenigheid is over de pilot met mobiele dodingsunits. Meerdere dierenartsen van de NVWA luiden de noodklok: dieren lijden onnodig en er zijn risico’s voor de volksgezondheid, zeggen ze tegen de onderzoeksredactie van RTL Nieuws. 13
Bij de pilot die sinds januari loopt rijden vier mobiele units door Friesland, Groningen en Drenthe. Slachthuis Dokkum zegt dat dit jaar 700 bedrijven zijn bezocht en ruim duizend runderen op deze manier zijn geslacht.
Meerdere NVWA-ers vertelden RTL dat in de proef de huidige regelgeving wordt omzeild, dat boeren nu alsnog geld op kunnen strijken voor kreupele en zieke dieren en dat het mobiele slachthuis boeren stimuleert hun vee niet te behandelen, waardoor dieren onnodig lang lijden. Dieren mogen namelijk voordat ze geslacht worden een aantal dagen geen medicijnen of pijnstillers krijgen, om te voorkomen dat die stoffen zo de voedselketen in komen.
Een andere NVWA-medewerker stelt dat alle dieren die bij het mobiele slachthuis aangeboden worden ‘risicodieren’ zijn: “Niet alleen vanwege het dierenwelzijn, maar ook vanwege de volksgezondheid. Ze zijn immers ziek, gewond of hebben een chronische aandoening.”
De Koninklijk Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) zegt in een reactie dat de inzet van de MDU niet mag leiden tot het onthouden van de nodige zorg aan dieren.
Het slachthuis legt de schuld bij de boeren en ontkent de eigen verantwoordelijkheid: “Een (vee)houder van een dier is te allen tijde verplicht zorg te dragen voor zijn/haar dieren, zowel moreel als wettelijk op zijn bedrijf. Het onthouden van zorg aan een dier is strafbaar. De MDU heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor het dierenwelzijn van het dier bij de (vee)houder op zijn/haar bedrijf.” 14 Vervolgens deed het slachthuis bij het ministerie van Landbouw aangifte tegen vier medewerkers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Directeur-eigenaar Henk Visser zegt de intimidatie en de smaad meer dan beu te zijn. 15
De NVWA wil geen reactie geven, “omdat de proef met het mobiele slachthuis zich nog in de evaluatiefase bevindt’’.
Eind oktober laat Minister Carola Schouten van landbouw weten niet voortijdig conclusies te willen trekken over onnodig lijden van dieren bij mobiele slachthuizen. Ze wacht de resultaten/evaluatie van de pilot af. 1617
Evaluatie van de pilot
Op 1 april 2020 stuurt Carola Schouten een brief naar de Tweede Kamer over onder andere de ‘Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU)’. 18 Schouten opent met: “De inzet van de MDU is er op gericht dat niet-transportwaardige, maar wel slachtwaardige runderen op het veehouderijbedrijf worden bedwelmd en gedood om vervolgens ter verdere slacht naar het slachthuis te worden vervoerd. Verdere aantasting van dierenwelzijn moet daarmee worden voorkomen doordat de veehouder minder snel geneigd zal zijn om niet-transportwaardige runderen toch op transport naar het slachthuis mee te geven.“
Wat haar volledig ontgaat is de schande dat er in Nederland blijkbaar dermate veel “niet-transportwaardige runderen” – lees: afgedankte, uitgemolken melkkoeien – zijn, dat het rendabel wordt om te investeren in een (pilot voor een) mobiel slachthuis. De tweede schande uit haar brief is dat blijkbaar algemeen kan worden aangenomen dat veehouders niet-transportwaardige runderen toch op transport zullen zetten. Zou er niet wat aan die werkelijke misstanden moeten worden gedaan?
Het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO) ziet de volgende risico’s ten aanzien van dierenwelzijn: Als dieren die worden aangeboden voor de MDU, bij de keuring door de NVWA-dierenartsen als niet slachtwaardig worden aangemerkt, bestaat een risico dat de dieren op het bedrijf achterblijven en de nodige zorg wordt onthouden. In principe zou dan euthanasie moeten volgen. Op basis van de combinatie van kans op onjuiste bedwelming en onjuist verbloeden is het risico op het weer tot bewustzijn komen bij het scenario mét MDU groter ten opzichte van de reguliere slacht (en kleiner ten opzichte van de noodslacht). De belangrijkste risico’s voor diergezondheid: 1. Het risico op versleping van dierziekteverwekkers tussen bedrijven als de persoonlijke hygiëne van de MDU medewerker onvoldoende is of wanneer de reiniging en ontsmetting (R&O) van de MDU niet optimaal is. 2. Het op onjuiste wijze afvoeren van afvalwater in de MDU. Bij de huidige werkwijze van de MDU komt afvalwater terecht in het opgevangen bloed van de verbloede dieren. Dit geheel zou als categorie 1 materiaal (laagste categorie; niet meer te verwerken in andere producten) moeten worden afgevoerd. BuRO constateerde dat dit mengsel als categorie 3 materiaal wordt aangemerkt, wat gebruikt kan worden als diervoeder. Dit is niet toegestaan. BuRO merkte dit aan als een licht verhoogd risico voor met name gezelschapsdieren als dit bloed gebruikt wordt voor productie van niet verhitte diervoeders.
Met deze evaluatie is de pilot MDU afgerond en stopt deze. “Om een besluit te nemen over structurele inzet van de MDU is een integrale afweging nodig,” zegt Schouten, “waarbij zowel gekeken wordt naar maatregelen tot vermindering van de door BuRO gesignaleerde risico’s als naar de beschikbare capaciteit bij de NVWA. Ik informeer uw Kamer voor de zomer over mijn besluit.”
De echte oplossing
Mobiele slacht gaat financieel en logistiek niet werken binnen de huidige industriële veehouderij en zal eerder het welzijn van dieren verslechteren dan verbeteren. De werkelijke oplossing voor de vele misstanden in de vee-industrie ligt in het inzetten op de eiwittransitie van dierlijk naar plantaardig, naast de verdere ontwikkeling van diervriendelijk kweekvlees.
Voor Animal Rights bestaat er geen humane slacht of diervriendelijk vlees. Ieder landbouwdier is een voelende wezen, een individu met een waarde van zichzelf onafhankelijk van zijn of haar nut voor de mens. Dat houdt in dat we dieren helemaal niet moeten slachten.
Na lang procederen door dierenrechtenorganisaties Animal Rights en Bite Back trekt de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de ontheffing die Afrikaanse olifant Buba voorgoed bij Circus Freiwald zou laten blijven in. Buba heeft daar vooralsnog niets aan, want ze is met medewerking van diezelfde minister weggesluisd naar Hongarije.
Zebra Smiley reist ondertussen met het circus door Duitsland. Dat is een overtreding van de ontheffing die voor hem is afgegeven. De NVWA weigert daar tegen op te treden en weigert de ontheffing in te trekken. Dan moet een rechter de NVWA daar maar toe dwingen.
De geschiedenis
Vanaf 15 september 2015 is het in Nederland verboden om wilde dieren te gebruiken in een circus. Op diezelfde datum kreeg Freiwald, eigenaar van het gelijknamige circus, een ontheffing voor het mee laten reizen van olifant Buba en zebra’s Smiley en Sascha met het circus. Deze ontheffingen waren altijd bedoeld als overbrugging tot er een goede opvang voor de dieren was gevonden.
Tot 3 januari 2016 bezat Freiwald die ontheffing voor de zebra’s. Daarna kreeg hij geen verlenging meer en legt de NVWA hem meerdere keren een last onder dwangsom op voor het illegaal meesleuren van de zebra’s. Op 22 september 2016 overleed Sascha. De nota ‘uitvoering moties Buba en Smiley’ van 8 december 2020 geeft aan: “In september 2016 is een van de zebra’s overleden door slechte verzorging van de opvanglocatie in Gilze-Rijen”. De locatie was door Freiwald zelf uitgekozen. Vervolgens neemt Freiwald Smiley terug en verblijft hij opnieuw illegaal bij het circus. Op 21 juli 2020 voerde de NVWA naar aanleiding van een handhavingsverzoek van Animal Rights een controle uit bij het circus en legt Freiwald een nieuwe last onder dwangsom op.
Voor Buba werd in Frankrijk een veilig thuis gevonden en ook voor Smiley vond de Directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn van het Minsterie van LNV (DAD) een geschikte opvang (in België), maar Freiwald werkte zoals gewoonlijk niet mee: ”Over de aangeboden opvanglocatie voor de zebra heeft het circus niets laten weten.”
Op 1 december 2020 nam de Tweede Kamer twee moties aan; die van Graus voor “een Buba-waardig verblijf in Nederland“ en de motie Von Martels-Van Helvert die de regering verzocht “om er voor te zorgen dat Buba bij haar circusfamilie kan blijven”. Uiteindelijk diende Freiwald op 18 januari 2021, na herhaald aandringen van het ministerie van LNV, een aanvraag in voor een ontheffing voor onbepaalde tijd van het ‘circusverbod’ voor zowel Buba als Smiley.
Op 25 maart 2021 verleende toenmalig Landbouwminister Schouten de ontheffing voor onbepaalde tijd. Tegen het advies van haar ambtenaren in, gebruikte Schouten voor Smiley dezelfde drogredenen als voor Buba. Smiley zou te oud zijn en te lang zonder soortgenoten in een kudde geleefd hebben.
Animal Rights en Bite Back dienden in april 2021 bezwaar in tegen het besluit om een ontheffing voor onbepaalde tijd te verlenen. Op 2 juni 2023 volgde een zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in Den Haag.
Op die zitting geeft de advocaat van de minister aan dat ze kijken naar de mogelijkheid om tot intrekking van beide ontheffingen over te gaan. Men krijgt van de rechter 8 weken de tijd en moet na 4 weken een voortgangsbericht sturen. Op 15 augustus 2023 geeft de advocaat van de minister door dat de ontheffing voor Buba op 11 augustus is ingetrokken.
Op 17 juli 2023 had deze echter al laten weten dat de minister dat met betrekking tot Smiley niet van plan was: ”Voor zover verweerder na heeft kunnen gaan reist de zebra nog met het circus mee. Gezien dit feit is er op dit moment geen reden de ontheffing in te trekken.”
Het kwaadaardige ministerie van Dierenleed
Het is een absurde, woedend-makende beslissing. Animal Rights en Bite Back hebben helemaal nooit bestreden dat Smiley met het circus meereist. Zijn beeltenis prijkte nota bene op de circusposters van de Duitse tour van Freiwald. Dit terwijl het tentoonstellen van Smiley volgens de ontheffingsvoorwaarden niet is toegestaan. Dit ministerie en haar werknemers kennen geen fatsoen. Ze hebben lak aan rechtvaardigheid. Het ontbreekt hen aan een moreel kompas en de waardigheid om ethisch te handelen.
Animal Rights en Bite Back zetten het beroep inzake Smiley dan ook door en verzoeken de rechter om zo spoedig als mogelijk een uitspraak te doen.