Nieuwe campagne op Europese schaal belicht het lijden van meer dan 100.000 muizen per jaar.
De European Coalition to End Animal Experiments (ECEAE), waarvan Animal Rights lid is,heeft onlangs de nieuwe campagne “Stop Botox Animal Testing!” gelanceerd. Ondanks dat er al jaren dierproefvrije methoden beschikbaar zijn, geven huidige schattingen aan dat er nog steeds meer dan 100.000 muizen per jaar worden gebruikt en op pijnlijke wijze gedood voor zogenaamde kwaliteitscontroletesten van botoxproducten in de EU en het Verenigd Koninkrijk.
Botulinetoxine – beter bekend als botox – is een van de krachtigste bekende neurotoxinen. De stof wordt toegepast voor bepaalde medische behandelingen, zoals cervicale dystonie en blefarospasme, maar wordt voornamelijk gebruikt voor het verminderen van rimpels in het gezicht. Vanwege de hoge toxiciteit wordt elke geproduceerde batch getest; daarnaast worden tijdens het productieproces extra tests uitgevoerd.
Bij de dierproeven die nog vaak voor dit doel worden gebruikt, worden muizen geïnjecteerd met verschillende doses van het neurotoxine. De dieren ontwikkelen geleidelijk verlammingen en ernstige ademhalingsproblemen; velen sterven door verstikking. Volgens EU-wetgeving vallen deze tests onder de hoogste ernstcategorie voor dierproeven: ‘ernstig’.
Recente onderzoeken van de Universiteit Utrecht tonen aan dat dierproeven voor botox nog steeds wijdverbreid zijn in Europa. Volgens de bevindingen zijn Ierland en het Verenigd Koninkrijk, en tot voor kort ook Duitsland, belangrijke locaties voor deze tests.
Toch zijn er al meer dan tien jaar betrouwbare dierproefvrije testmethoden beschikbaar. Verschillende bedrijven gebruiken deze moderne celgebaseerde methoden al in ten minste enkele fasen van de botoxproductie, waarbij niet alleen dierenleed wordt voorkomen, maar ook wetenschappelijk relevantere resultaten worden verkregen. Desondanks blijft de muizentest de standaard in de Europese Farmacopee.
Volgens de ECEAE wijst dit op een ernstig tekort in de erkenning en implementatie van dierproefvrije methoden binnen de regelgeving. De organisaties zijn met name kritisch op het feit dat botox, ondanks het overwegend esthetische gebruik, juridisch wordt geclassificeerd als een geneesmiddel en daardoor niet onder het Europese verbod op dierproeven voor cosmetica valt.
Dr. Dilyana Filopova, vicevoorzitter van de ECEAE, zei: “Het is schokkend dat dierproeven voor botoxproducten voor esthetische doeleinden nog steeds worden toegestaan. Ze zouden volgens EU-wetgeving verboden moeten worden, omdat ze de schade-batenafweging niet zouden moeten doorstaan. Dat ze toch worden goedgekeurd, laat een fundamenteel gebrek in de regelgeving zien, waarbij dierenleed in werkelijkheid nauwelijks wordt meegewogen.”
De organisatie bekritiseert ook het gebrek aan transparantie rondom botox-dierproeven. Informatie over het aantal gebruikte dieren en de specifieke doeleinden van de tests is niet openbaar toegankelijk en moeilijk te achterhalen. Consumenten zijn zich er over het algemeen ook niet van bewust dat de producten in uiterst wrede dierproeven zijn getest.
Daarom roept de ECEAE in de recent gelanceerde online petitie op tot het schrappen van de muizentest uit de Europese Farmacopee, evenals tot transparantie over het aantal gebruikte dieren en het doel van de tests. Producenten zouden bovendien verplicht moeten worden consumenten te informeren over dierproeven die voor de producten zijn uitgevoerd.
Al in 2023 heeft de Europese Coalitie om Dierproeven te Beëindigen ongeveer 164.000 handtekeningen, verzameld in heel Europa, overhandigd aan het Europees Geneesmiddelenbureau in Amsterdam. Met de nieuwe campagne doet de organisatie opnieuw een beroep op de EU-instellingen om de botox-muizentest eindelijk definitief af te schaffen.
Op 28 oktober 2025 stemde de Eerste Kamer in met de begrotingswijziging die ervoor zorgt dat de subsidie van 12,5 miljoen euro per jaar voor het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) de komende vijf jaar verschuift van apenonderzoek naar proefdiervrije innovaties.
De suppletoire begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) vormde een duivels dilemma. Ze bevat bijvoorbeeld onderwijsbezuinigingen, maar ook het amendement-Kostić dat subsidies op apenproeven uitfaseert.
In het BPRC worden nog altijd zo’n 1.000 apen gehouden voor dierproeven. Een meerderheid in Nederland wil al jaren van deze dierproeven af.
Geschiedenis
In 2016 werd de motie van Van Dekken en Rudmer Heerema (Kamerstukken II 2015/16, 32 336, nr. 57) unaniem aangenomen waarmee de regering werd verzocht om het aantal proeven op niet-humane primaten (NHP) zo snel mogelijk, en veilig, naar nul af te bouwen.
Naar aanleiding hiervan kondigde toenmalig minister van OCW Van Engelshoven in 2018 aan om het aantal proeven met apen als eerste stap met 40% te reduceren.
In 2022 nam de Tweede Kamer, opnieuw unaniem, een motie aan waarmee de regering werd verzocht om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid om het aantal proeven op NHP ook na de 40%-reductie verder te verlagen, zo snel mogelijk naar nul (Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VIII, nr. 113).
Ter uitvoering van deze motie werd de Commissie-Bijker opgezet.
In 2024 nam de Kamer een motie aan waarmee de regering werd verzocht om zo snel mogelijk een jaarlijks toenemend deel van het onderzoeksbudget voor het BPRC te oormerken als geld dat bestemd is voor proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden (Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VIII, nr. 6).
Oud-Minister Dijkgraaf liet weten dat hij ter uitvoering van deze motie, als eerste stap, het BPRC bereid heeft gevonden om in 2024 en 2025 het percentage van de subsidie dat zij besteden aan proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden minimaal gelijk te houden op 17% (Kamerstukken II 2023/24, 32 336, nr. 152).
Eind 2024 gaf de toenmalige minister van OCW Eppo Bruins aan “geen aanleiding” te zien om een jaarlijks toenemend deel van het onderzoeksbudget te oormerken voor proefdiervrij onderzoek en het aantal apenproeven verder af te bouwen, hoewel de Kamer hier expliciet om had gevraagd (Kamerstukken II 2024/25, 31 288, nr. 1157).
Begin april 2025 werden de resultaten van Commissie-Bijker gepubliceerd. De onderzoekers hebben vier scenario’s geschetst en benadrukt dat ze “geen eigen voorkeur voor een van de beleidsscenario’s” uitspreekt:
Scenario 1: afbouw van apenproeven naar nul.
Scenario 2: vermindering van apenproeven.
Scenario 3: behoud van het huidige niveau van apenproeven.
Scenario 4: mogelijke toename van apenproeven.
In tegenstelling tot de wens van de Tweede Kamer liet Bruins op 11 april 2025 weten te kiezen voor scenario 3 en het BPRC de ruimte te geven om door te gaan met het huidige niveau van apenproeven. 1
”Met dit instituut hebben we in Nederland een toonaangevende onderzoeksfaciliteit, die internationaal gezien vooroploopt op het gebied van dierenwelzijn,” zei hij. 2
In reactie daarop volgde op 18 juni 2025 het amendement-Kostić waarbij het BPRC de komende vijf jaar een steeds groter deel van het budget moet spenderen aan alternatieven voor dierproeven. “In 2025 wordt € 2,5 miljoen geoormerkt voor alternatieven, in 2026 € 4,5 miljoen, in 2027 € 6,5 miljoen, in 2028 € 8,6 miljoen, in 2029 € 10,5 miljoen en in 2030 € 12,5 miljoen.”
Het amendement werd mede ondertekend door Kamerleden uit diverse politieke richtingen: Laurens Dassen (Volt), Laura Bromet (GroenLink), Joost Eerdmans (JA21), Doğukan Ergin (DENK), Sandra Beckerman (SP) en Dion Graus (PVV).
Op 3 juli 2025 stemde de Tweed Kamer voor dit amendement.3 Op 28 oktober dus ook de Eerste Kamer.
Let wel: het gaat hier om het uitfaseren van vanuit de overheid verstrekte subsidies. Het amendement bevat ook de tekst: “Ná 2030 kan het BPRC dit onderzoek, indien het dan nog steeds noodzakelijk is om hiervoor apen te gebruiken, nog steeds blijven uitvoeren, maar dan met alternatieve financiering (financiering vanuit opdrachtgevers of een alternatieve subsidieregeling).”
BPRC-directeur Merel Langelaar, kondigde al aan op zoek te gaan naar geld bij privé donateurs en andere ministeries.4
Ook OCW-minister Gouke Moes, de vervanger van Bruins, kondigde begin oktober 2025 al aan op zoek te gaan naar alternatieve financiering voor apenproeven.5 Hopelijk komt er meer fatsoen op deze ministerspost in een nieuw kabinet.
Ethiek
Dat er een paar relikwieën zijn die roepen dat dierproeven noodzakelijk en (nog) onmisbaar zijn, doet niet ter zake. Het gaat er om of je deze proeven ethisch kan verantwoorden. Het antwoord daarop is: Nee!!! Geen enkel sentient wezen is een middel tot een bepaald doel. Instrumenteel gebruik van andere levende, voelende wezens is verwerpelijk en moet uitgebannen worden.
Update
In in het commissiedebat ‘Dieren buiten de veehouderij en dierproeven’ in de Tweede Kamer van 2 oktober 2025, in een brief aan het BPRC op 6 januari 2026 6 en in antwoord op Kamervragen van de Partij voor de Dieren op 12 januari 2026 7, zegt minister Gouke Moes toe de motie onverkort te zullen uitvoeren.
Het besluit van 6 januari: “Per ingang van het kalenderjaar 2027 zal ik een jaarlijks oplopend deel van uw instellingssubsidie oormerken voor proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven. Het oormerk zal als volgt oplopen: 2027: € 6.814.000 2028: € 9.016.000 2029: € 11.007.000 2030 en verder: € 13.104.000 Dit oormerk zorgt ervoor dat u het geoormerkte deel van uw subsidie niet mag besteden aan de activiteiten die al vele jaren de kern zijn van uw activiteiten, namelijk onderzoek met dierproeven. Daarom acht ik een aankondigingstermijn noodzakelijk, zoals beschreven in Artikel 4.51 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze aankondigingstermijn is de reden dat het oormerk niet eerder zal ingaan dan in de beschikking voor uw subsidie voor het jaar 2027.”
Update 2
Op 29 januari 2026 diende Kamerlid Van der Plas – wie anders als het gaat om het promoten van het martelen van dieren – een motie in om een alternatieve subsidieverlening voor het BPRC op te stellen. 8 Deze marionet van de dierenuitbuitingsindustrie trachtte het amendement-Kostic, dat voorziet in een stapsgewijze afbouw van de dierproevensubsidie van het BPRC ten faveure van diervrije innovatieve alternatieven, te ondermijnen met het verzoek aan de regering “om een alternatieve subsidieregeling voor het BPRC op te stellen zolang het onderzoek met niet-humane primaten noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen, …” De motie werd, gelukkig, op 4 februari verworpen!
Update 3
Na de BBB laat ook de VVD blijken dat ze het martelen van aapjes voor bedenkelijke wetenschappelijke en medische experimenten belangrijker vindt dan rechtvaardigheid voor deze dieren. De VVD is natuurlijk nooit een ‘volkspartij’ geweest en ‘vrijheid en democratie’ worden alleen nagestreefd voor een beperkte groep mensen, zeker niet voor de overige dieren.
11 februari 2026 diende VVD Tweede Kamerlid Queeny Rajkowski een amendement 9 in waarmee wordt beoogd het oormerken van middelen los te laten, zodat overheidssubsidies – ons belastinggeld – opnieuw onbeperkt kan worden ingezet voor dierproeven op primaten. Rajkowski en de VVD trachten hiermee het aangenomen amendement Kostic, dat de afbouw van subsidie voor experimenten op apen bij het BPRC regelt, te saboteren.
De stemming vindt plaats bij de ‘Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026’ op dinsdag 24 maart 2026.
Update 4
Macht corrumpeert en daar schamen ze zich bij D66 helemaal niet voor. Op 24 maart 2026 stemde D66 mee met haar bedgenoten VVD en CDA om opnieuw miljoenen aan subsidies toe te wijzen voor de vivisectie op apen bij het BPRC. Het was natuurlijk al een teken aan de wand dat Rob Jetten het premierschap verkoos boven het landsbelang en in bed stapte met de twee partijen die al jarenlang de natuur en het klimaat naar de klote helpen en consequent dierenbeulen de hand boven het hoofd houden.
Animal Rights zet vanzelfsprekend de strijd tegen dierproeven voort.
Update 5
In een brief van 3 juli 2026 van minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert (D66) zet deze de klok voorlopig weer terug naar de middeleeuwse barbaarsheid van ‘vivisectie’ op apen en verpakt dat in een moderner ‘ik wil wel stoppen, maar we kunnen nog niet’-argument: “Het liefst had ik u gemeld dat we het onderzoek met apen niet meer nodig hebben. De realiteit is echter dat we nog niet zonder kunnen.”10
De drogredenen zijn altijd dezelfde: “Onderzoek met apen is voorlopig essentieel voor infectieziekten zoals Covid-19, tuberculose, malaria en HIV, dengue en het West Nile virus en naar hersenaandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson. Ook worden apen gebruikt bij het ontwikkelen en reguleren van geneesmiddelen, omdat ze op een aantal kritische momenten in het ontwikkelingsproces van geneesmiddelen vooralsnog onmisbaar worden geacht door experts en regulatoire instanties.” “Voor het onderzoek met apen willen we namelijk als Europa en Nederland onafhankelijk zijn en blijven van andere machtsblokken. Het niet meer kunnen uitvoeren van onderzoek met apen vergroot de afhankelijkheid van derde landen, onder andere bij geneesmiddelenontwikkeling, omdat dit type onderzoek volgens de internationale richtlijnen wel vereist is voor toelating van geneesmiddelen op de markt. In derde landen is er minder goed zicht op de kwaliteit van studies en op het dierenwelzijn.” “Tegelijkertijd constateer ik dat de op dit moment beschikbare proefdiervrije onderzoeksmethoden vooralsnog geen toereikend antwoord zijn voor het onderzoek dat nu met apen wordt gedaan en dat, ondanks de snelle ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven, het onderzoek met apen de komende jaren nog noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen.”
Een denkbeeldige, noch een werkelijk bestaande ‘noodzaak’ is echter een rechtvaardiging voor het overschrijden van een morele nullijn. Letschert volgt de klassieke, maar misdadige redenering dat apen zoveel op mensen lijken dat ze uitermate geschikt zijn om medicijnen voor mensen op ze te testen, maar weer niet zoveel zoals ons zijn dat ze ook de zelfde morele consideratie verdienen: “Door de specifieke overeenkomsten in anatomie, fysiologie, genetica, immunologie, ziekte-specifieke pathologie of gedrag tussen apen en mensen, kunnen bepaalde menselijke ziekten goed in apen worden onderzocht.”
De minister trekt dan ook de volgende conclusie: “Ik zie mijzelf dan ook genoodzaakt om te kiezen voor voorlopig behoud van apen-onderzoek in Nederland. Dat betekent dat het BPRC gehouden is aan een maximum van 120-150 proeven per jaar.” Als een soort van compromis gaat het BPRC een oplopend deel van de instellingssubsidie besteden aan de ontwikkeling en validatie van relevante ‘new approach methodologies (NAMs)’ – alternatieven voor apenproeven – van 17% nu naar 30% in 2030. In 2030 volgt er dan een nieuw ‘onafhankelijk’ onderzoek naar de mogelijkheid om het aantal proeven op apen verder te verlagen, “zonder dat dit gevolgen heeft voor het onderzoek dat strikt noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen.”