WANTOESTANDEN OP AMSTERDAMSE KINDERBOERDERIJEN

Op schokkende beelden, die een klokkenluider met Animal Rights heeft gedeeld, is te zien hoe dieren op een Amsterdamse kinderboerderij hevig lijden en geen of nauwelijks medische zorg krijgen. De wethouder Dierenwelzijn is hiervan op de hoogte, maar grijpt niet in. Animal Rights eist dat de gemeente Amsterdam, die de kinderboerderij subsidieert, direct actie onderneemt.

Cavia’s met wonden, kippen met dodelijke virussen, doodzieke schapen en onhygiënische omstandigheden: de beelden die een oud-werknemer van een Amsterdamse kinderboerderij met Animal Rights deelde, spreken boekdelen. De klokkenluider werkte in 2020 en 2021 bij de kinderboerderij en begon opnames te maken toen hij doorkreeg hoe zwaar de dieren te lijden hadden onder de slechte zorg en onkunde van de beheerders en medewerkers. De Dierenpolitie, de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en de NVWA zijn meerdere keren ingelicht over de misstanden op de kinderboerderij, maar dat heeft niet tot structurele verbetering geleid.

Vorige week werd bekend dat het er niet goed voorstaat met kinderboerderijen in Nederland. Twee jonge vrouwen die op verschillende kinderboerderijen stage hebben gelopen vertelden aan Hart van Nederland dat ze getuigen waren geweest van wreedheden.1

Naar aanleiding van dit bericht nam de Amsterdamse klokkenluider contact op met Animal Rights. De beelden zijn afkomstig van één locatie, maar omdat er meerdere locaties in dezelfde stichting zitten, die ook door leden van dezelfde familie worden beheerd, bestaat het vermoeden dat er ook op een andere Amsterdamse kinderboerderij sprake is van ernstige misstanden. Het is evident dat de beheerders en medewerkers niet over de kennis en de capaciteiten beschikken die noodzakelijk zijn om zo veel dieren van de meest uiteenlopende soorten goed te verzorgen. Zo zouden ze bijvoorbeeld niet weten welke dieren wel of niet bij elkaar kunnen, wanneer ze een dierenarts moeten inschakelen, dat het drinkwater schoon moet blijven en welke maatregelen te treffen bij straf winterweer, hevige regenval of een hittegolf. Dit alles met ziekte en dood als gevolg.

De klokkenluider schat in dat ‘zo’n 35% van de dieren’ is overleden en vervangen in de periode dat hij op de kinderboerderij werkzaam was.

1:Klokkenluiders: wreedheden bij kinderboerderijen

Judith Krom van de Amsterdamse Partij voor de Dieren (PvdD) vroeg wethouder Zita Pels, die de portefeuille Dierenwelzijn beheert, afgelopen donderdag om opheldering. De partij maakt zich ernstig zorgen over de gezondheid van de dieren en de financiële gang van zaken. Zo zijn de kinderboerderijen niet verplicht om een jaarverslag te schrijven of een logboek over de dieren bij te houden. De kinderboerderij waarvan Animal Rights beelden heeft, ontving samen met de kinderboerderij die in dezelfde stichting zit in 2021 een subsidie van 124.000 euro. Voor 2023 staat er zelfs 505.176 euro gereserveerd op de begroting.

De wethouder ging echter niet in op de zorgen van de lokale PvdD. Volgens Pels ‘werken de mensen op de kinderboerderijen hard’ en ‘gaat er ook veel goed’. Ook de aanbevelingen die De Dierenbescherming in een rapport uit 2015 over kinderboerderijen aan de gemeente deed, wilde Pels niet overnemen. Saillant detail is dat de wethouder zelf in het bestuur zit van een Amsterdamse kinderboerderij. Elke vorm van belangenverstrengeling is hier natuurlijk onwenselijk.

Animal Rights vindt het verontrustend dat wethouder Pels geen betrokkenheid toont bij het ernstige dierenleed op de kinderboerderijen. Campagnecoördinator Anna Krijger: “Of er wel of niet hard gewerkt wordt op de kinderboerderijen is niet het punt. De medewerkers zijn duidelijk niet toegerust om adequaat voor de dieren te zorgen: ze gaan letterlijk dood van ellende. Een wethouder Dierenwelzijn zou hier direct werk van moeten maken.”

Van de ruim 500 kinderboerderijen in Nederland hebben er maar zes het keurmerk ‘diervriendelijke kinderboerderij’. Het Comité Dierennoodhulp heeft dat keurmerk zes jaar geleden in het leven geroepen om kinderboerderijen diervriendelijker te maken.2 Een van de speerpunten van het keurmerk is dat oudere dieren op de kinderboerderij mogen blijven en geen ‘plaats hoeven maken’ voor schattige, jonge dieren.

Dit zag ook de Amsterdamse klokkenluider gebeuren: “Dieren worden aan een handelaar verkocht die ze vetmest en uiteindelijk naar de slacht brengt.” In theorie zou het dus kunnen gebeuren dat een ouder en kind een dier aaien dat een paar maanden later op hun bord belandt. De Amsterdamse Partij voor de Dieren stelt een fokverbod voor kinderboerderijen voor: de dieren zouden hun leven lang moeten kunnen blijven en niet onder het mom van ‘overschot’ in het slachthuis moeten eindigen. Ook hier had de wethouder geen oren naar.

2:Keurmerk diervriendelijke kinderboerderij

Animal Rights vindt het onbegrijpelijk dat de gemeente niets doet tegen de misstanden op de kinderboerderijen. In de eerste plaats natuurlijk omdat de veiligheid van de dieren in het geding is, maar ook omdat de gemeente de kinderboerderijen zelf financiert. De verantwoordelijkheid afschuiven op de NVWA is zinloos: de gemeente weet van het tekort aan capaciteit bij de toezichthouder. De tientallen dieren, van huis-tuin-en-keukenkatten tot exoten, zijn overgeleverd aan onprofessionele medewerkers die begeleiding en controle nodig hebben. Het resultaat is dat ze hevig lijden en sterven, omdat de gemeente haar werk niet wil doen.

Krijger: “We zouden geen dieren moeten houden ter vermaak van de mens. Dierentuinen en kinderboerderijen hebben hun langste tijd gehad. Maar tot deze instellingen definitief tot het verleden behoren is het aan de gemeente om te zorgen dat deze dieren veilig zijn en goed verzorgd worden. We eisen dan ook dat de gemeente nu in actie komt.”

ANIMAL RIGHTS BLIJFT VECHTEN VOOR DE DAMHERTEN IN RUMST

De damherten in de uitgestrekte velden en kleiputten van Rumst zijn een voor velen welgekomen bezienswaardigheid. Toch is dat niet voor iedereen het geval: de grondeigenaar op wiens terrein de damherten voorkomen, heeft een bestrijdingsmelding ingediend. Het Agentschap Natuur en Bos heeft als vergunningverlenende overheid de bestrijding toegestaan.

Animal Rights is woedend maar ook vastberaden om er alles aan te doen om het doden van deze damherten te voorkomen. Campagnecoördinator Legon: “Wij focussen ons er op dit moment op om beleidsmakers, verenigingen en belanghebbenden samen rond de tafel te krijgen om diervriendelijke oplossingen te bespreken. Er is al een potentiële oplossing in zicht, nu hopen dat het gemak het niet van de moraal wint”.

Damherten zijn bekend omwille van hun opvallende vacht met witte vlekjes. In België wordt de soort geclassificeerd als exoot, dat wil zeggen dat het dier niet beschouwd wordt als van nature voorkomend in ons landschap. Alle in het wild voorkomende damherten stammen dus af van ontsnapte of uitgezette dieren. Ondanks deze status staat het dier wel op de lijst van jachtwild en mag er dus op worden gejaagd onder de vorm van gewone of bijzondere jacht.1 Daarnaast kan er bij ernstige schade ook overgegaan worden op bestrijding, dat is wat er in dit geval nu dreigt te gebeuren. Het gaat hier voor de duidelijkheid om één roedel van een tiental damherten en een moeder en haar kalfje.

In tegenstelling tot damherten zijn reeën en edelherten, die ook behoren tot de familie van de hertachtigen, wel inheemse dieren.

[Lees meer over damherten in Vlaanderen](https://www.animalrights.be/damherten-vlaanderen)

Doorgaans is bestrijding pas toegelaten wanneer de aanvrager kan aantonen dat hij vooraf de juiste preventieve maatregelen heeft genomen om de schade te voorkomen. Op de vraag wat de schade in deze situatie juist omvat, werd ons nog geen antwoord bezorgd. Het schokkende is echter dat er in het geval van damherten (alsook edelherten) geen verplichting bestaat om preventieve maatregelen aan te wenden in het kader van bestrijding of bijzondere bejaging. De toelating krijgen om deze dieren te doden is zo simpel als een beknopt meldformulier invullen. Als er binnen een periode van 24 uur geen gemotiveerd verbod volgt, mogen de dieren gedood worden.

Legon: “Het is onbegrijpelijk dat er zo lichtzinnig omgegaan wordt met het leven van wilde dieren. Een aanvraag voor een renovatiepremie neemt meer tijd in beslag.”

Animal Rights ontkent niet dat er in sommige situaties geen conflicten tussen wilde dieren en mensen kunnen ontstaan. Door het versnipperde landschap waarbij natuur, wegen en woonwijken door elkaar lopen, komen menselijke en niet-menselijke dieren nu eenmaal met elkaar in aanraking. Een gezonde portie verdraagzaamheid en welwillendheid is in vele gevallen al wat nodig is om op een vreedzame manier samen te leven of naar diervriendelijke oplossingen te zoeken.

Alternatieven zoals wildrasters, wegvangen en herplaatsen of immunocontraceptie2 (enkel indien hoogstnoodzakelijk en rekening houdend met de belangen van het dier zelf) kunnen hier een oplossing bieden maar worden blijkbaar zelfs niet overwogen. “Om ze af te knallen moet je enkel een melding indienen en de plaatselijke jagers een ‘pleziertje’ gunnen. Bij wegvangen en herplaatsen komt er wat meer bij kijken. Doden uit gemakzucht dus”, zegt Legon.

Animal Rights is druk in de weer beleidsmakers, verenigingen en belanghebbenden samen te brengen om het afschot van de damherten in Rumst te voorkomen. “Zowel het Natuurhulpcentrum Oudsbergen3 , Natuurpunt Rupelstreek4 als Vogelbescherming Vlaanderen5 zitten aan die tafel of hebben op de één of andere manier geholpen”, aldus Legon. “Nu proberen wij samen de burgemeester en schepen van Dierenwelzijn van de gemeente Rumst, mr. Callaerts en mr. Antonio respectievelijk, ook aan die tafel te krijgen.”

“De potentiële oplossing die we nu aan het evalueren zijn, verklappen we liever nog niet”, zegt Legon, “we zouden niet willen dat het plan van afschot in een stroomversnelling komt. Toch willen we de mensen die tegen het afschot zijn, laten weten dat we achter de schermen druk bezig zijn om dit te voorkomen.”

Het is onbegrijpelijk dat er zo lichtzinnig omgegaan wordt met het leven van wilde dieren. Een aanvraag voor een renovatiepremie neemt meer tijd in beslag.

  1. ↩
  2. ↩
  3. ↩

RATTEN DOODSCHIETEN MET EEN LUCHTBUKS: HET MAG

Het doden van ratten door middel van het geweer is onder voorwaarden toegestaan. En het gebeurt steeds vaker dat de dieren met een luchtbuks worden doodgeschoten nu meldingen over ‘plagen’ toenemen. Een slechte zaak, vindt Animal Rights. Wij mensen zijn zelf verantwoordelijk voor de overlast.

Sinds een wetswijziging in 2018 is het doden van ratten door middel van het geweer onder voorwaarden toegestaan. Hiervoor is toestemming van de grondgebruiker nodig en is een ontheffing van de provincie verplicht. Het doodschieten van ratten wordt ingezet om ‘rattenplagen’ tegen te gaan.1

Vooral in de grote steden zoals Amsterdam, maar ook in de rest van het land groeit het aantal meldingen van overlast. Zo heeft ook de gemeente Roosendaal een rattenbestrijder met luchtbuks ingezet: die schiet tot zo’n 31 ratten dood in een ‘werkdag’.2

1:Ratten doodschieten toegestaan

2:Rattenjager Roosendaal

Een argument voor het doodschieten van de ratten is dat er minder ‘bijvangst’ is dan wanneer er gif wordt gestrooid of klemmen worden gezet. Daarmee worden, onbedoeld, ook andere dieren gedood. Maar dat betekent niet dat het doodschieten dus de juiste oplossing is. Ratten horen bij ons ecosysteem. De oorzaak van een ‘overdaad’ aan ratten is eenduidig: etensresten op straat. En het zijn mensen die daar verantwoordelijk voor zijn.

Campagnecoördinator Anna Krijger: “Het doodschieten van ratten is exemplarisch voor de manier waarop we tegen dieren aankijken. Als wij last van ze hebben dan moeten ze maar dood. Terwijl wij zelf juist de oorzaak zijn van die ‘last’. Als wij ons afval op straat gooien, dan voeren we de ratten en creëren we zelf het probleem.”

De rattenjager van de gemeente Roosendaal legt uit dat de leiders onder de ratten de jongere dieren kunnen waarschuwen voor gevaar. “Het zijn echt heel slimme dieren.”3 De rat is bovendien een sociaal en voelend dier – en dus geen schietschijf.

Animal Rights heeft sinds oktober 2019 een samenwerking met onder andere Universiteit Utrecht om [ratten die gefokt zijn als proefdieren te herplaatsen](https://www.animalrights.nl/succesverhaal-proefdieren-gered-van-de-dood?fbclid=IwAR3f9FcAungz5wLIMNdVLlLI505_L7q5__4MQjw2zLrJcQlH504ljpc—w). Adoptanten geven de ratjes een waardig leven en ervaren dat het slechte imago van de dieren op louter vooroordelen berust.

3:Ratten waarschuwen elkaar

GOEDE DOELEN MISLEIDEN DONATEURS OVER DIERPROEVEN

De jaarlijkse collecteweek van de Nierstichting loopt van 18 tot 24 september. In 2021 werd opnieuw donateursgeld van de Nierstichting toegekend aan wetenschappelijk onderzoek waarbij proefdieren worden ingezet. Jen Hochmuth: “De nieren van proefdieren worden vergiftigd, beschadigd, verwijderd of getransplanteerd. Alle dieren worden bij het beëindigen van een project afgemaakt en vervangen door nieuwe proefdieren voor een volgende studie. Door het blijven financieren van dierproeven houdt de Nierstichting deze ellende in stand.”

Volgens het jaarverslag kende de Nierstichting vorig jaar 17 nieuwe onderzoekssubsidies toe waarvan 6 met proefdieren.1 Zo werd in 2021 aan een project niet minder dan 1,5 miljoen euro toegekend voor onderzoek rond nierschade bij proefdieren aan het Amsterdam UMC.2 Het project loopt tot 2026. Proefmuizen werden hiervoor genetisch gemanipuleerd zodat ze geboren worden met onnatuurlijke afwijkingen aan de nieren en urinewegen.

Een andere onderzoeksgroep ontving 100.000 euro om nieuw gereedschap voor niertransplantaties op ratten en varkens te testen.3 Jen Hochmuth: “Voelende wezens worden gereduceerd tot oefenobjecten en wegwerpartikelen. Hoe kan een goed doel dit financieren?”

De Nierstichting geeft aan dat ze vanuit de Samenwerkende Gezondheidsfondsen (SGF) de ontwikkeling van menselijke meetmodellen ter vervanging van dierproeven stimuleren. Als motivatie waarom ze nog steeds dierproeven financieren, haalt de Nierstichting het misleidende argument aan dat dierproeven soms verplicht zijn.4 Andere “goede” doelen vermelden dit ook op hun website. Recent krijgen we dan ook de vraag of goede doelen eigenlijk om dierproeven heen kunnen of worden zij door wettelijke regelgeving verplicht tot het financieren van dierproeven?

Dat is een heel goede en terechte vraag. Het klopt inderdaad dat het huidige wettelijke kader dierproeven vereist voor de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel. Deze wettelijk verplichte dierproeven worden gebruikt om zowel de werking als ook de mogelijke bijwerkingen van een potentieel geneesmiddel te testen voordat dit bij de mens getest wordt. Maar voordat een potentieel geneesmiddel überhaupt kan getest worden, gebeurt er heel veel fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.

Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek mag zowel met als zonder proefdieren gebeuren. En de taak van gezondheidsfondsen (zoals het spierfonds of KWF) hieromtrent is niet om geneesmiddelen op de markt te brengen (dat doen farmabedrijven) maar om het beste wetenschappelijk onderzoek te financieren.

We weten ondertussen dat de vertaalslag tussen proefdier en mens niet werkt: meer dan 90% van alle geneesmiddelen waarvan blijkt dat ze veilig en effectief zijn in dierproeven, falen in menselijke proeven omdat ze niet werken of gevaarlijke bijwerkingen bij mensen veroorzaken. Daarom is het hoog tijd om over te stappen op moderne proefdiervrije innovaties.

En hierin ligt net de rol en invloed die gezondheidsfondsen kunnen spelen als ze dat willen door bewust dierproefvrij onderzoek te stimuleren in plaats van dierproeven. Dat dit niet alleen mogelijk is maar ook in het voordeel van de patiënt speelt, bewijst het [verhaal van de Nederlandse Brandwondenstichting](https://www.animalrights.nl/brandwonden-stichting-stopt-met-dierproeven). De Nederlandse Brandwonden Stichting is één van de koplopers en financiert enkel nog dierproefvrij onderzoek. Naast de Brandwondenstichting is ook [het Nationaal MS Fonds volledig dierproefvrij](https://www.animalrights.be/geef-gul-tijdens-collecteweek-nationaal-ms-fonds).

Lees ook [Fondsen kiezen steeds vaker voor dierproefvrij onderzoek](https://www.animalrights.nl/fondsen-kiezen-steeds-vaker-voor-dierproefvrij-onderzoek)

Hoe kan het dat de Brandwondenstichting dit kan doen en dat het maar niet lukt voor de andere stichtingen? Het antwoord is eigenlijk simpel: het ontbreekt hen aan de juiste motivatie en ze zitten maar al te vaak vast in de oude denkwijze.

Mochten ze het echt willen en ervoor open staan, dan zouden ze ook al lang geen dierproeven meer financieren. Want er zijn genoeg onderzoekers die enkel proefdiervrij onderzoek verrichten op al deze gebieden en op financiële steun wachten.

Geef je geld niet aan “goede” doelen die de fout ingaan met dierproeven! Om mensen te informeren over de goede doelen die dierproeven financieren heeft Animal Rights een [lijst met ‘foute’ goede doelen](https://www.animalrights.nl/geef-niet-aan-dierproeven) samengesteld. In de [webshop](https://www.animalrights.nl/webshop) kan je een deurhanger- en sticker met de tekst ‘ik geef niet aan dierproeven’ bestellen.

Het is daarom dat wij bij Animal Rights druk blijven uitoefenen en mensen ervan bewust gaan maken. Als deze fondsen hierdoor minder geld inzamelen gaan ze uiteindelijk voor deze reden overstappen naar meer en meer (of hopelijk volledig) dierproefvrij onderzoek. Hochmuth: “We geven een handvat om een bewuste keuze te maken. We willen dat de gezondheidsfondsen dit signaal oppakken en niet langer onderzoek financieren waarvoor proefdieren moeten lijden.”

  1. ↩
  2. ↩

DOLFIJNENTHERAPIE: NUT NIET BEWEZEN, WEL LUCRATIEF

Van Curaçao tot Turkije en van de Bahama’s tot Israël: over de hele wereld wordt ‘dolfijnentherapie’ aangeboden, een vermeende therapie die gelinkt is aan bijgeloof en voornamelijk gericht is op kinderen met autisme, trauma of een verstandelijke beperking. De taalontwikkeling, motoriek, sociaal-emotionele ontwikkeling: het zou allemaal baat hebben bij het zwemmen met dolfijnen. De dolfijnenindustrie maakt gretig gebruik van wanhopige ouders en houdt fabeltjes over de dieren in stand om veel geld aan ze te verdienen.

Het mythische geloof in dolfijnen als genezers gaat vele eeuwen terug. In de Grieks-Romeinse tijd waren dolfijnen nauw verbonden met de goden. Delphinus was een favoriete boodschapper van Poseidon. De betekenis van het woord dolfijn (delphus), is ‘baarmoeder’ en onderstreept het geloof in een intieme band tussen dolfijnen en mensen. De perceptie van dolfijnen als ‘redders in nood’ hangt samen met de overtuiging dat ze magische krachten bezitten die voor genezing kunnen worden gebruikt. De oude Kelten en Noormannen schreven dit al aan dolfijnen toe.1 Een van de pioniers op het gebied van ‘dolfijnentherapie’, John Lilly, geloofde dat dolfijnen hem hielpen om met buitenaardse wezens te communiceren.2

Decennia van wetenschappelijk onderzoek hebben aangetoond dat dolfijnen inderdaad grote hersenen hebben, indrukwekkende cognitieve capaciteiten, zelfbewustzijn en complexe sociale relaties. Dat betekent echter niet dat ze bovennatuurlijke wezens zijn die kinderen met hersenbeschadigingen kunnen ‘genezen’.

1:Mythes over dolfijnen

2:Dolfijnen en aliens

Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de therapeutische effectiviteit van ‘dolfijnentherapie’.2 Positieve kortetermijneffecten kunnen worden toegeschreven aan de paradijselijke omgeving van het dolfinarium, in het water zijn, de volledige aandacht voor het gezin en het kind en het placebo-effect van positieve verwachtingen. Volgens dr. Lori Marino, neurowetenschapper, expert walvisachtigen en directeur van Whale Sanctuary Project, kunnen de effecten van een dolfijnentherapie ook behaald worden door het kind met een puppy te laten spelen.3

Bedrijven die ‘dolfijnentherapie’ aanbieden geven een reeks van mogelijke, vooral vage, verklaringen voor de werkzaamheid van de therapie, zoals de positieve fysiologische effecten van echolocatie (hoogfrequente sonar) op het menselijk lichaam. Deze effecten zijn, nogmaals, niet wetenschappelijk aangetoond. “Mensen willen geloven dat dit werkt”, zegt psycholoog Hal Herzog, emeritus hoogleraar aan de Western Carolina University in de Verenigde Staten, die mens-dierrelaties bestudeert.4

De positieve effecten die gemeld worden na ‘dolfijnentherapie’ zijn voornamelijk anekdotisch en dus niet verifieerbaar. Wanneer een individueel kind meer contact legt na ‘dolfijnentherapie’ dan daarvoor, is dat geen afdoende bewijs voor effectiviteit. Denk aan het argument: “Mijn opa rookte zijn hele leven en is toch 90 geworden, dus roken is niet schadelijk.” We weten inmiddels ook dat zo’n anekdote niets zegt over de enorm schadelijke gevolgen van roken in het algemeen.

2:Geen wetenschappelijk bewijs

3:Geen wetenschappelijk bewijs

4:Mensen willen dit geloven

Het is logisch dat mensen alles willen proberen om hun kind te helpen en alle mogelijke therapieën aangrijpen – ook als het nut ervan niet wetenschappelijk is aangetoond. Je kunt het de ouders van deze kinderen dan ook niet kwalijk nemen dat ze hun toevlucht zoeken tot ‘dolfijnentherapie’. En het is ook goed voor te stellen dat ouders na de ‘behandeling’ hoopvol op zoek zijn naar indicaties dat hun kind er baat bij heeft gehad. Hoop doet leven.

Dat er bedrijven zijn die misbruik maken van deze ouders is echter wel verwijtbaar. Een ’therapie’ van twee weken bij het Curaçao Dolphin Therapy & Research Center (CDTC) kost al gauw zo’n 8.000 euro – de vliegreis en het verblijf niet meegerekend!5 Aan interactie met een hond uit het asiel, die in principe hetzelfde ‘zalvende’ effect heeft op kinderen, is een stuk minder geld te verdienen. Animal Rights vindt het verwerpelijk dat ouders of sponsoren van kwetsbare kinderen de prijs betalen voor kwakzalverij.

Belangrijker nog is dat dolfijnen ernstig lijden in gevangenschap. In het wild zwemmen dolfijnen wel zo’n zestig kilometer per dag: in een dolfinarium zwemmen ze eindeloos dezelfde rondjes in een betonnen bak. Bovendien leven ze van nature in families; ook dat kan niet in een dolfinarium. Dolfijnen raken vaak ernstig overstuur van gedwongen contact met nieuwsgierige en al te gretige mensen. Stress gerelateerde ziektes en zelfs het overlijden van dolfijnen zijn dan ook geen zeldzaamheid.6 Onlangs [overleed dolfijn Mosa in het Fakieh Aquarium in Saoedi-Arabië door zelfdoding](https://www.animalrights.nl/experts-wijzen-vreemde-verklaring-voor-dood-mosa-af), hoogstwaarschijnlijk vanwege stress en paniek.

5:Kosten dolfijnentherapie

6:Dolfijnen in gevangenschap

Animal Rights roept burgers en consumenten op om [geen dolfinarium te bezoeken](https://www.animalrights.nl/uitstapje-naar-een-dolfinarium-doe-het-niet?fbclid=IwAR00b00ixBbhqSE9k7hoUQ9Lc9n3Lkvikq7gHxNwZdkMCMN_FS4-XIxQ840), waar ook ter wereld. Niet voor een show met kunstjes, maar ook niet voor de zogenaamde therapie. Dolfijnen zijn geen circusartiesten of genezers van allerhande aandoeningen. Er is geen enkele reden om een dolfijn (of welk dier dan ook) te misbruiken voor financieel gewin.