Beroepszaak: Zuid-Holland wil door met het massaal afslachten van konijnen

Het gaat slecht met konijnen in Nederland. Het is om deze reden dat de minister van LNV op 14 oktober 2020 besloot om het konijn op te nemen in de Nederlandse Rode Lijst Zoogdieren. In 2022 concludeerde Wageningen Environmental Research dat de staat van instandhouding van het konijn zeer ongunstig is. Op 28 juli 2022 schrapte de minister voor Natuur en Stikstof het konijn als vrij bejaagbare soort. De situatie is dus zeer ernstig.

De gewetenloze, bloeddorstige jagers in Zuid-Holland willen, echter, kost wat het kost, konijnen blijven schieten en richten het Faunabeheerplan naar dat doel in: “Omdat de jacht niet is geopend wordt het beheer uitgevoerd op grond van de vrijstelling en/of de ontheffing. Indien de vrijstelling ook wegvalt, wordt het beheer uitgevoerd op grond van de ontheffing.”

Animal Rights en Fauna4Life achten deze uitleg van het wettelijk kader, waarin voor dezelfde activiteiten de ene juridische grondslag wordt vervangen door een andere juridische grondslag, zolang er maar geschoten kan worden, volstrekt onrechtmatig. Er mag geen afbreuk worden gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Door gedeputeerde staten moet worden gestreefd naar een verbetering van de staat van instandhouding in plaats van verdere decimering van het konijn. Gedeputeerde staten staan toe om de stand van het konijn op een zeer groot aantal locaties in de provincie (nagenoeg alle locaties waar nog serieuze aantallen konijnen aanwezig zijn) significant te verlagen en laag te houden. Het doel van de besluiten is immers zo min mogelijk konijnen, juist op die locaties waar zij tegen de “zeer ongunstige” trend in, nog in noemenswaardige aantallen voorkomen. De besluiten staan bovendien het schieten van een onbegrensd aantal konijnen toe, zonder dat monitoring is voorschreven en geborgd. Dit gaat lijnrecht in tegen het streven naar verbetering van de stand.

Tienduizenden konijnen afgeschoten in de afgelopen jaren

In Zuid-Holland nam volgens het faunabeheerplan sinds 1997 (zesentwintig jaar lang!) de konijnenpopulatie elk jaar gemiddeld met 2,2% af. In de vorige faunabeheerplanperiode zijn maar liefst 35.775 konijnen doodgeschoten.

Gedeputeerde staten stellen dat de jacht geen relevante invloed heeft op de staat van instandhouding en dat de staat van instandhouding zo slecht is als gevolg van ziektes. Ziektes hebben inderdaad flink huisgehouden onder konijnen, maar er zijn in Zuid-Holland in zes jaar tijd ook 41.580 konijnen gedood. Het kan zo zijn dat nog meer konijnen het leven laten door ziektes of door verkeer of welke oorzaak dan ook, maar dat neemt natuurlijk niet weg dat elk geschoten konijn de populatie verder verkleind.

Tijdlijn en beroepsgronden

Op 12 juli 2023 keurde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het ‘Faunabeheerplan Konijn Zuid-Holland 2023-2029’ goed. Op 12 december 2023 heeft het college een bezwaarschrift van Animal Rights en Fauna4Life tegen de goedkeuring van het Faunabeheerplan ongegrond verklaard. Animal Rights en Fauna4Life stelden hier beroep tegen in. Op 27 februari 2024 verleende gedeputeerde staten van Zuid-Holland ontheffing voor het vangen en doden van konijnen. Op 1 maart 2024 gingen Fauna4Life en Animal Rights hiertegen in beroep.

Onder andere vanwege: de zeer ongunstige staat van instandhouding van het konijn; de algemene, universele, ondermaatse onderbouwing van het besluit; het feit dat de beoordeling of andere bevredigende (diervriendelijke) oplossingen mogelijk zijn en wanneer de ontheffing mag worden gebruikt, is uitbesteed aan de faunabeheereenheid (en dat mag niet); dat op niet één van de “specifieke locaties” de schade op verifieerbare wijze cijfermatig is onderbouwd; dat het massaal doodschieten van konijnen geen bevredigende oplossing is en reeds daarom de ontheffing niet had mogen worden verleend. Het doodschieten van konijnen is leuk voor jagers wiens hobby het is om wilde dieren dood te schieten, maar het lost geen enkel probleem op; dat diervriendelijke oplossingen, zoals werende en verjagende maatregelen en het wegvangen en elders vrijlaten van konijnen, worden verworpen als niet bevredigend, terwijl die andere evident niet bevredigende oplossing, het doodschieten van konijnen, juist wordt gepresenteerd als een wel bevredigende oplossing.

Animal Rights en Fauna4Life wijten de onverschilligheid van de provincie voor het voortbestaan van het konijn aan de dominante rol van jachthouders en hobbyjagers in de faunabeheereenheid die de provincie het wildbeleid dicteren. Gedeputeerde staten onderzocht niet welke andere maatregelen problemen op de verschillende locaties kunnen verminderen of zelfs voorkomen, maar laat zich in plaats daarvan de besluiten voorkauwen door een faunabeheereenheid waarin jachthouders en schietgrage jagers de dienst uitmaken.

Gedeeltelijke winst voor de konijnen

Via voorlopige voorzieningen schorste de rechtbank Den Haag op 31 augustus 2023 het goedkeuringsbesluit en op 12 april 2024 schorste de voorzieningenrechter de ontheffing voor het afschot van konijnen in Zuid-Holland. Helaas met uitzondering van het Havengebied van Rotterdam, omdat daar ”een grote, stabiele populatie van konijnen voorkomt die geen negatieve effecten lijkt te hebben gehad van het al gevoerde beheer,” zo oordeelde de rechter.

De beroepszitting is op 5 juni in Den Haag.

Een voorbeeld: Algemene Begraafplaats Roemer te Boskoop

Het gaat om een heel kleine begraafplaats die aan geen enkele kant geheel is omsloten door een konijnwerend raster. Aan drie zijden van de begraafplaats bevindt zich zelfs helemaal geen raster en alleen een smalle sloot, terwijl in het faunabeheerplan staat dat konijnen prima zwemmers zijn. Aan de voorzijde bevindt zich wel over een lengte een hek maar dit is geen konijnwerend raster. Onder het hek zit over de hele lengte van wellicht honderd meter 10-30 cm ruimte.

Het is uiteraard vervelend dat konijnen op een begraafplaats schade aanrichten maar wie niet eens de moeite neemt om de meest voor de hand liggende maatregel te treffen, te weten een ingegraven konijnen werend raster en het wegvangen van konijnen en elders weer vrij te laten, heeft volgens de Wet natuurbescherming niet het recht om door de wet beschermde konijnen te doden. Zo eenvoudig is het.

Dit geldt overigens des te meer nu volgens een rapport het vermoeden bestaat dat de konijnen afkomstig zijn van het aan de andere kant van de weg gelegen recreatiegebied Bentwoud. Wie dan geen konijnwerend hek plaatst vraagt om problemen.

Dat rasters niet helpen en dat alleen afschot helpt, zoals gedeputeerde staten bij dit voorbeeld stellen, wordt door Animal Rights en Fauna4Life bestreden. Wanneer de begraafplaats wordt omgeven door een konijnwerend raster kunnen de konijnen met een vangkooi van drie tientjes en een wortel worden gevangen en elders worden uitgezet.
Waar gedeputeerde staten begraafplaats Roemer aanvoert als bewijs van de noodzaak van de besluiten zien Animal Rights en Fauna4Life in dit voorbeeld juist het bewijs dat de door hun bestreden besluiten zijn genomen, ondanks dat andere bevredigende oplossingen mogelijk zijn.

De omgevingsdienst beweert dat Roemer 200.000 euro schade heeft geleden nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 31 augustus 2023 het goedkeuringsbesluit had geschorst.

Uit een krantenartikel in het Algemeen Dagblad van 20 juli 2023 blijkt echter dat konijnen al lang voor de uitspraak schade veroorzaakten waartegen de beheerder kennelijk al die tijd geen afdoende maatregelen nam. Animal Rights en Fauna4Life vinden het bijzonder ernstig dat de omgevingsdienst onwaarheden aan de rechtbank bericht. Overigens kan van een fractie van 200.000 euro het kleine terrein worden omgeven met een konijnwerend raster.

En dan in juli 2025 kopt het AD: “‘Leeuwenpoep’ werkt: konijnenplaag op Boskoopse begraafplaats voorbij'”. Het artikel laat vooral zien dat er andere bevredigende maatregelen mogelijk zijn, die bovendien minder extreem zijn dan het afknallen van dieren: “Vorig jaar besloot de gemeente een bijzonder ‘wapen’ in te zetten tegen de konijnen. Afschieten mocht niet van de rechter, dus werd gekozen voor leeuwenpoep. Niet dat er letterlijk stront van deze roofdieren werd uitgestrooid, maar op een flink aantal plekken werden staafjes gevuld met een kunstmatig middel dat qua geur erg lijkt op leeuwenpoep. Daar houden konijnen (en veel andere dieren) niet van.
De staven in Boskoop zijn recent nog aangevuld, weet wethouder Relus Breeuwsma. Hij meldt dat de ‘poep’ inmiddels ook op de Oosterbegraafplaats in Alphen wordt gebruikt. En ook daar met succes.”

Update

Het lukte de rechtbank niet om binnen de termijn uitspraak te doen. Op 15 juli ontvingen we bericht dat de uitspraak uiterlijk 28 augustus volgt.

Utrecht wilde eind juli 2024 wolf Bram illegaal afschieten met medeweten van LVVN

Op 31 juli 2024 wordt er melding gemaakt van een voorval in de buurt van de Grensweg en de Austerlitzseweg op de Utrechtse Heuvelrug. De politie zegt dat er melding is gemaakt van ‘een groot dier, mogelijk een wolf of hond’ dat een kind omver gelopen zou hebben of geduwd.

Eerder werd er in de omgeving op 6 juli 2024 een hondje meegenomen door waarschijnlijk een wolf. Het huisdier werd nooit meer teruggevonden.

In de ochtend van dinsdag 16 juli 2024 vond er op landgoed Den Treek, gemeente Leusden, een incident plaats met een vijfjarig kind waar mogelijk een wolf bij betrokken was. De confrontatie duurde heel kort, waarna het dier in het bos verdween. Het kind liep bij het incident schrammen op als gevolg van een val. Na ontsmetting door een huisarts kon ze naar huis. De conclusie van de politie was dat er geen sprake was van een bijtincident.

Al na het incident met het hondje gingen er stemmen op, met CDA-gedeputeerde Mirjam Sterk voorop, om de wolf af te schieten, of minimaal te paintballen.

Die 31 juli zien deze anti-wolf krachten de kans schoon om voor eens en altijd met deze wolf af te rekenen, desnoods via illegaal afschot zonder vergunning. Men roept daarbij de steun in van staatssecretaris (‘Stas’ in het jargon van de ambtenaren op het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), dat spoedig omgedoopt zal worden in Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)) Jean Rummenie.

Een reconstructie uit een Woo-besluit van 14 januari 2025 ‘inzake incidenten wolven op de Utrechtse Heuvelrug’ (kenmerk DGNV / 95707131).

31 juli 2024

14:50

De provincie Utrecht stuurt een email aan haar contact binnen het ministerie van LNV. Het contact tussen de provincie en LNV is warm sinds een bestuurlijk overleg op 19 juli 2024, na het eerdere incident met een kind, tussen staatssecretaris Rummenie, Utrechtse gedeputeerde Sterk en de burgemeester van Leusden.
“Zoals net besproken nog even per mail de situatie zoals deze nu bij ons bekend is:
• Nieuw incident tussen vermoedelijke wolf en kind op 31 juli (eind van de morgen) in de omgeving van Austerlitz;
• Vermoedelijke wolf heeft kind (3 jaar) tot zeer nabij benaderd {er lijkt sprake van contact)
• Kind is niet (ernstig) verwond
• Vader heeft vermoedelijke wolf verjaagd
• Politie ter plaatse heeft bewijsmateriaal veiliggesteld voor DNA monsters; dit is overgedragen aan provincie en vervolgens aan WenR voor spoedanalyse
• Wolvendeskundigen bereiden advies voor t.a.v. de duiding van het incident en hoe hierop het beste geacteerd kan worden.
• Dit advies zou kunnen leiden tot afschot. Dit omdat de wolf mogelijk aan het verkennen is of een kind een geschikte prooi is (vergelijkbaar incident heeft bij Leusden eerder plaatsgevonden).
• Crisisoverleg hierover vindt vandaag om 17.30 plaats met de (loco)burgemeester van Zeist
Het verzoek om deze informatie onder de aandacht van de staatssecretans te brengen. Graag bevestiging of dit gelukt is.
Dank alvast en we houden jullie op de hoogte.
Met vriendelijke groet,
Crisisinformatiemanager wolf a.i.
Domein Landelijke Leefomgeving , Provincie Utrecht”

14:53
LNV ‘Beleidsmedewerker cluster soorten’ stuurt binnen het ministerie van LNV een gelijkluidende email rond:
“Ik ben zojuist gebeld door Provincie Utrecht. Einde vanochtend is er opnieuw een incident geweest in Leusden. Een kind van drie jaar heeft lichte verwondingen opgelopen. Details zijn nog onzeker, maar er lijkt sprake van contact tussen wolf en kind (en dus mogelijk een beet). Utrecht is in gesprek met wolvenexperts over hoe te handelen. Hierin wordt meegenomen dat het scenario kan zijn dat de wolven verkennen of kinderen/mensen een mogelijke prooi zijn. Eind middag nemen ze een definitief besluit over hoe ze gaan handelen. Ze geven aan dat ze misschien genoodzaakt zijn om als maatregel afschot te nemen. Dit kan mogelijk betekenen dat ze onrechtmatig moeten handelen om veiligheid te garanderen. Ze hebben advies uitstaan om te kijken of ze via gemeentewet op laste van de burgemeester maatregelen (afschot) kunnen laten plaatsvinden. Zoals eerder samen vastgesteld kan dit alleen een hele acute/op heterdaad situaties, waar juridisch gezien zelden sprake van is.
Ze verzoeken mij/ons om de Stas hierover op de hoogte te brengen. Ik heb verzocht om een update per mail zodat we de Stas goed en volledig kunnen informeren. Komt net binnen, zie bijlage.”

15:17
LNV ligt het ministerie van Economische Zaken in:
“Er is een incident met wolf in Utrecht. Er moet een spoednota komen voor richting Stas om hem hierover te informeren.
Naast een stand van zaken verzoekt BPZ [Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken] voor in de nota ook een reflectie van WJZ [Directie Wetgeving en Juridische Zaken] over wat het kan betekenen als Utrecht onrechtmatig gaat handelen. Zodat we dit inzichtelijk maken voor Stas.”

Opvallend is dat het ministerie van LNV de provincie Utrecht op geen enkele wijze terecht wijst of tracht tegen te houden, maar enkel bezig is om de politieke en juridische consequenties voor staatssecretaris Rummenie in kaart te brengen.

15:49
Een interne email binnen LNV en EKZ maakt nogmaals duidelijk dat men zich vooral zorgen maakt om de juridische consequenties voor Rummenie:
“Hi collega’s,
Ik had net contact met de woordvoerder van de provincie Utrecht en die gaf aan dat zij de staatssecretaris graag willen uitnodigen voor het bestuurlijk overleg dat zo plaatsvindt om 17.30 uur. Ook met name omdat het daar ook gaat over maatregelen die buiten de wet worden genomen. Het liefst zouden ze namelijk zien dat een mogelijk besluit vanuit alle drie de bestuurslagen gedragen wordt. Dit ligt volgens mij ook een beetje in lijn met wat de stas in de verdiepingssessie over de wolf heeft aangegeven, maar lijkt me juridisch gezien ook erg lastig. Omdat het niet aan mij is om hierover te beslissen en het over minder dan twee uur al 17.30 uur is even naar jullie allen.”

16:17
Economische Zaken voorziet het Landbouwministerie van een formeel juridisch standpunt. Nog altijd is er niemand die suggereert om de provincie Utrecht tegen te houden, sterker nog, men wil vooral géén waardeoordeel uitspreken:
“Hierbij mijn input voor de WJZ reflectie. Het is van belang om geen waardeoordeel uit te spreken dus ik heb het zo feitelijk mogelijk proberen te houden. Kun je dit in de nota opnemen? (eventueel in ingekorte versie als eerder in de nota al gesproken wordt over de beschermde status van de wolf/ het Bal)
Het is onder het Besluit activiteiten leefomgeving verboden om zonder omgevingsvergunning in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen. Indien de provincie Utrecht zonder omgevingsvergunning overgaat tot deze activiteiten ten aanzien van de wolf wordt de verbodsbepaling overtreden. Hiertegen kan een gerechtelijke procedure worden aangespannen. De rechter zal zich vervolgens oordelen over het handelen van de provincie.”

16:19
Binnen de twee ministeries overweegt men nog altijd om de staatsecretaris te betrekken bij het Utrechtse overleg om de wolf zonder vergunning af te schieten:
“Ik kan het verzoek voorleggen aan de stas (per app) maar dan moeten we wel scherp hebben welke juridische en politieke risico’s daaraan verbonden zitten. [naam gelakt], wat zijn de juridische risico’s?”

16:58
Pas een half uur voor het Utrechtse overleg trekt iemand op de ministeries de stekker uit de deelname van Rummenie. Ook deze ambtenaar vindt het prima dat Utrecht de wolf illegaal afmaakt; daar kan de rechter later dan over oordelen. Wat telt is dat Rummenie zijn handen er niet aan vuil maakt:
“Support van de Stas kan hoogstens begrip voor de situatie zijn.
Medeondertekening van een besluit kan niet aan de orde zijn want het gaat hier om feitelijk handelen in afwijking van de wet. Het is hier de provincie die handelt. Dat staat ter beoordeling van de rechter (en niet van de Stas). Dus beperken tot invoelende communicatie en eventueel bereidheid tonen om in het beleid in afstemming met Europa alle mogelijkheden te onderzoeken.”

De ambtenaren op LNV stellen vervolgens een spoednota op voor de staatssecretaris met het volgende advies:
”De provincie verzoekt u om aan te sluiten bij het genoemde crisisoverleg.
U wordt geadviseerd om niet deel te nemen aan dit overleg. Het besluit dat moet worden genomen ligt bij de Provincie of de burgemeester van Zeist, zij zijn hiervoor de bevoegde instanties. U kunt er wel voor kiezen om achteraf telefonisch contact op te nemen met de gedeputeerde van Utrecht om uw empathie te tonen voor de complexe situatie.
U kunt op dit moment geen steun toezeggen aan het verzoek van de provincie om gezamenlijk gedragen besluiten te nemen,
Er is in het eerdere overleg met provincie Utrecht ook gesproken over mogelijk gezamenlijk ondertekenen van een besluit. Omdat de juridische mogelijkheden en gevolgen hiervan nog worden onderzocht adviseren wij u om in deze fase te sturen op een reactieve communicatielijn.
U heeft in een eerder gesprek met de Provincie Utrecht en de gemeente Leusden aangegeven dat u steun wilt verlenen wanneer de provincie voor lastige besluiten komt te staan. De huidige lijn is om een reactieve lijn naar media aan te houden waarin u uw empatie toont en aangeeft dat u de juridische mogelijkheden onderzoekt, inclusief de aanpak in andere Europese landen.”

Het is misschien wel een symbolisch teken aan de wand dat deze ambtenaren het woord ‘empathie’ niet kunnen spellen. Men is er van op de hoogte dat de provincie Utrecht mogelijk gaat besluiten om een wolf illegaal af te schieten, maar men concentreert zich op het behoeden van de staatssecretaris voor de schijn van medeplichtigheid aan deze daad. Niemand oppert het idee om Utrecht af te houden van het executeren van deze wolf.

Op de avond van 31 juli 2024 is ook staatssecretaris Rummenie via deze spoednota op de hoogte. Niets wijst er op dat hij een poging heeft gedaan de provincie op andere gedachten te brengen.

Mogelijk heeft de weigering van LNV/Rummenie om onverholen steun uit te spreken voor het plan van gedeputeerde Sterk en haar samenzweerders hen de moed doen verliezen om hun moordplan door te zetten.

Uiteindelijk wordt er geen enkele actie tegen wolf Bram ondernomen; de rechter steekt daar een stokje voor.

In mei 2025 proberen dezelfde hoofdrolspelers opnieuw om tot een doodvonnis voor Bram te komen.

BBB-statenlid zette commissaris van de koning onder druk om Bram illegaal af te schieten

Een chat diezelfde middag en avond tussen Utrechts BBB-statenlid Ans Oude Luttikhuis en Hans Oosters, commissaris van de koning in de provincie Utrecht, laat zien hoe groot de roep is om en de bereidwilligheid is tot illegale actie, zolang staatssecretaris Rummenie maar zijn fiat geeft. Van een BBB-statenlid verwachten we niet anders. Het is, echter, uiterst teleurstellend dat PvdA-er Oosters, aangeeft wel bereidt te zijn de wolf illegaal dood te laten schieten, maar alleen met steun van staatssecretaris Rummenie.

31 juli 2024
15:04
Ans Oude Luttikhuis: ”Dag Hans. Het schijnt wederom raak te zijn. Denk dat je nu toch drastische maatregel moet nemen. Ik begreep van mijn BBB contacten uit Den Haag dat jij dat kunt doen. Ik ben zelf nog op vakantie en ben vrijdagavond weer terug.”

15:28
Hans Oosters: ”Beste Ans,
Klopt. Het incident van vanmorgen in Zeist wordt nu door de politie en deskundigen onderzocht. Eind van de middag heb ik samen met Mirjam overleg met betrokkenen.
[…]
Helaas zijn er, zoals ik je eerder heb aangegeven, nauwelijks juridische mogelijkheden voor de provincie. Zeker niet voor de commissaris (moet een misverstand zijn bij jouw collega’s). Zoals gezegd kan alleen de burgemeester in een acute situatie een schietbevel afgeven. Het is inderdaad allemaal zeer frustrerend.
Mirjam zal spoedig PS informeren over dit laatste incident.
Geniet nog van je vakantie!
Hans”


22:26
Ans Oude Luttikhuis: ”Provincie bereidt afschotvergunning wolf voor en roept op: kom niet met kinderen in bossen”.

22:40
Hans Oosters: ”Staatssecretaris Rummenie wil echter nog niet erg meewerken…”

22:41
Ans Oude Luttikhuis: ”Weet jij ook waarom?”

22:43
Hans Oosters: ”Hij zegt dat hij niet de bevoegdheid heeft, maar dat geldt dus ook voor de provincie. Daarom hebben de betrokken gemeenten en wij hem voorgesteld samen de verantwoordelijkheid te nemen.”
Een samenzwering of complot wordt gedefinieerd als een geheime afspraak tussen twee of meer personen om een onwettige of schadelijke daad uit te voeren. De provincie Utrecht, vertegenwoordigt door CDA-gedeputeerde Mirjam Sterk van Landbouw, Natuur, Bodem, Water, Sport en Bestuur en commissaris van de koning Hans Oosters, was bereid om een dergelijke onwettige én schadelijke daad uit te voeren, namelijk het zonder vergunning doodschieten van wolf Bram, zolang staatssecretaris Rummenie ook mee in het complot stapte.

22:47
Ans Oude Luttikhuis: ”Nou dat lijkt mij een prima oplossing. En als provincie dit gevaar niet meer klein houden. Maak het zoals het is helder. Voer de druk op bij Rummenie. Ze denken gezien de berichten in de pers dat het nog meevalt. Dat komt doordat in de berichtgeving het gevaar klein gehouden wordt.
Jij bent het hoofd van de provincie en bewaakt de burgers voor gevaren. Gewoon afschieten die wolven. Ik heb wel jagers voor je. Je helpt er velen mee. Ga iedereen maar voorbij.”


22:49
Hans Oosters: ”Ook ik moet met net als de BBB-staatssecretaris aan de wet houden Ans. [Een zin volledig gelakt]”

22:52
Ans Oude Luttikhuis: “Daar ben ik al vol mee bezig. Ook vorige week. Mij werd toen Uitdrukkelijk gezegd dat de burgemeester dit bevel moet geven. Ik ben geen jurist en ken niet alle wetgeving. Maar soms moet je iedereen voorbij gaan om het besluit te nemen.
Hoe kan ik je helpen? Debat aanvragen volgende week tijdens het reces om de druk op te voeren? Landelijke BBB steunt mij volledig.”


22:53
Ans Oude Luttikhuis: ”Wil ook wel de verantwoording op mij nemen. Ik zal Cor Pierik morgen weer bellen. Heb hem al eea gestuurd. Zal hem nu nogmaals appen dat hij met spoed nu een knoop moet doorhakken. Wie weet helpt het.”

23:00
Hans Oosters: ”Oké. Dank! Burgemeester kan alleen ingrijpen bij acute dreiging (wolf op erf die aanvalt) en dan pas na ingewonnen advies. Provincie kan een afschotvergunning afgeven voor een ‘probleemwolf’. Dat besluit gaan we nu nemen. Besluit staat echter open voor bezwaar en beroep. Dat willen we niet afwachten, maar daarvoor is steun van de staatssecretaris essentieel. De rechter bepaalt uiteindelijk. Iemand die zonder de vergunning een wolf afschiet is strafbaar en zal worden vervolgd. Een vergunning kan alleen gegeven worden voor een specifieke wolf. Daarvoor is DNA-onderzoek essentieel.”

23:03
Ans Oude Luttikhuis: ”Dat geloof ik graag. Maar de veiligheid van de burgers staat voorop. Niet de procedures om die af te wachten en het gevaar maar verder gaat. Hans ga iedereen voorbij en neem het besluit. Ik steun je volledig en velen ook. Daadkracht. Niet altijd leuk maar wel verstandig. Gewoon met de vuist op tafel.”

23:04
Ans Oude Luttikhuis: ”Bezwaren en beroep zien we nadien wel. Verdediging lukt ons ook wel. Ik ben er niet bang voor. Laat maar komen.”

23:07
Hans Oosters: ”Dank Ans voor je betrokkenheid. Zoals je ziet zijn Mirjam en ik er continu mee bezig. We hopen je maandag bij te kunnen praten.”
Een statenlid roept op tot een illegale moordaanslag op een individu van een strikt beschermde diersoort en een commissaris van de koning bedankt haar vervolgens voor haar betrokkenheid …

23:08
Ans Oude Luttikhuis: ”Ja top en super dat jullie zo aan de slag zijn. Veel dank daar voor. Maar toch afknallen die wolven. Met nest en al. Ik hoop dat jullie dat besluiten. Ik sta daar volledig achter met m’n hele fractie.”

De optie: Bram lokken met voer en dan afschieten?

Diezelfde avond is ook André Van Schie, VVD-gedeputeerde van Mobiliteit, Economie en Digitalisering nog druk aan het chatten. Hij was bij de vergadering aanwezig in zijn functie van loco-commissaris. Uit zijn woorden komt naar voren dat men overwoog om de wolf door voeren te lokken ”om hem gericht te kunnen schieten op de voerplaats”. Van Schie lijkt dat geen probleem te vinden.

31 juli 2024
19:57
André Van Schie Gedep PU: ”Nog onduidelijk nu ik nadenk over het resultaat van de vergadering: hebben we nu wel/niet besloten tot bijvoeren, en is daar een vergunning voor nodig? Desnoods even op de agenda morgen.
Ik mis ook verslagen en besluiten van de overleggen tot nu toe, mag aannemen dat die er wel zijn toch? !”


20:22
[naam gelakt]: ”Ik maak aantekeningen op hoofdlijnen bij gebrek aan iemand anders daarvoor. We hebben niet besloten tot bijvoeren. Zou volgens deskundige ongewenst zijn want leidt tot socialisering.”

20:23
André Van Schie Gedep PU: ”Maar was ook een methode om hem gericht te kunnen schieten op de voerplaats dus was zeker een optie!”

Staatssecretaris geobsedeerd met noodverordening om wolven te kunnen schieten

Uit dezelfde Woo blijkt dat de op 2 juli 2024 aangetreden BBB-staatssecretaris van LVVN in zijn gretigheid om wolven te kunnen verdelgen, zich in eerste instantie doodstaart op het misbruiken van noodverordeningen om de Europese bescherming van de wolf te omzeilen.

Op 17 juli 2024 schreven zijn ambtenaren in een email: “Belangrijk dus dat we stas meegeven dat hij het gesprek open in moet gaan. Het past niet dat hij gaat zitten drukken op een noodverordening.”

In de ‘Nota – Overleg handelingsperspectieven wolf’ van 8 augustus 2024 wordt daarom een hele lap tekst opgenomen om Rummenie er van te overtuigen dat noodregelgeving niet gebruikt kan worden om de Europese regels met voeten te treden:
“Heeft het Rijk/ de stas mogelijkheden om zelf in te grijpen met noodregelgeving (“noodverordening”) en kan dan op een manier worden ingegrepen die Europees recht ‘overrulet’: het Rijk heeft geen instrument van noodregelgeving om in te grijpen bij situaties met wolven. Een ingrijpen in strijd met Europese regels is dus ook niet mogelijk. De enige bestuurslaag waarop dit wel kan, is op gemeentelijk niveau. Op grond van art. 175 Gemeentewet kan de gemeente in geval van acute nood bevelen geven, welke ook in strijd kunnen zijn met andere wetgeving (m.u.v. de grondwet). Ter illustratie de meest relevante instrumenten op Rijksniveau en hun beperkingen op dossier wolf.
o Instructie en instructieregels: via een instructie of instructieregels kan het Rijk door middel van algemene regels aangeven hoe andere bestuursorganen hun taken uit dienen te voeren, waarmee in theorie het Rijk de provincies sturing en houvast zou kunnen geven. Het Rijk mag een instructie echter alleen inzetten voor een nationaal belang als het provinciebestuur dat met de uitvoering hiervan belast is dit belang niet goed behartigt. Deze instrumenten zijn echter niet toepasbaar omdat deze alleen toepasbaar zijn op onderwerpen waar een nationale bevoegdheid voor is.
o Taakverwaarlozinqsreqelinq: wanneer het Rijk een instructie opstelt en de provincie deze niet opvolgt, kan in het uiterste geval ook sprake zijn van de ’taakverwaarlozingsregeling’ (voorheen heette dit de ‘aanwijzing’): in deze situatie wordt de bevoegdheidsuitoefening overgenomen door het Rijk, die dan in de plaats van de provincie of gemeente kan handelen. Dit is echter alleen aan de orde als er sprake is van een instructie en het betreffende bestuursorgaan niet handelt. Aangezien het Rijk geen instructie kan geven op het thema wolf omdat hier geen nationale bevoegdheid is, is ook de taakverwaarlozingsregeling niet toepasbaar.
o Daarbij mag het Rijk zowel bij de instructie(regel) als bij de taakverwaarlozingsregeling niet in strijd handelen met de Europese regels.”


Een ambtenaar zegt daar op 12 augustus 2024 over: “Eens dat het veel tekst is, maar idd maar even laten staan (omdat stas erg in deze richting dacht).”

Update

Op 30 mei diende de Partij voor de Dieren Utrecht schrif­te­lijke vragen in over het ‘Verzoek aan Staats­e­cre­taris LVVN in te stemmen met illegale afschot wolf’.1 Dit zijn ze:

  1. Heeft GS kennisgenomen van het artikel gepubliceerd door Animal Rights Utrecht wilde eind juli 2024 wolf Bram illegaal afschieten met medeweten van LNV gebaseerd op documenten die in het Woo-besluit inzake Onderzoek over incidenten met wolven op de Utrechtse Heuvelrug zijn vrijgegeven op 14 januari 2025?
  2. Kan GS nadere duiding geven aan geciteerde correspondentie in genoemd artikel van Animal Rights? Zo valt in de correspondentie tussen Provincie Utrecht, Ministerie van LVVN en Ministerie van EKZ te lezen dat: “ze [de Provincie Utrecht] misschien genoodzaakt zijn om als maatregel afschot te nemen. Dit kan mogelijk betekenen dat ze onrechtmatig moeten handelen om veiligheid te garanderen” en “het gaat ook over maatregelen die buiten de wet worden genomen”. Vervolgens staat er: “er is in het eerdere overleg met provincie Utrecht ook gesproken over mogelijk gezamenlijk ondertekenen van een besluit.”
  3. Heeft de Provincie Utrecht de Staatssecretaris Rummenie gevraagd in te stemmen met een besluit tot het illegaal afschieten van strikt-beschermde diersoort, namelijk de wolf? Zo nee, welk verzoek is in dat geval bij de Staatssecretaris neergelegd?
  4. Zijn de wettelijke kaders voor GS leidend als het gaat om passend beleid rondom het conflictvrij samenleven met de wolf? Zo ja, wat betekent dit voor de beleidskeuzes van GS aangaande de wolf nu en de toekomst?

De antwoorden volgden op 24 juni 2025:

  1. Antwoord: Ja, daar hebben wij kennis van genomen.
  2. Antwoord: Ja, de duiding is als volgt: Op 31 juli 2024 was er sprake van een derde ernstig incident. Op 6 juli was er de 2 van 2 wolf-hond interactie (hond meegenomen en niet teruggevonden, Den Treek). Op 16 juli was er de wolfmens interactie (kind BSO, Den Treek). Op 31 juli wolf-mens interactie (kind omvergelopen, Austerlitz), waarbij voor de eerste keer het gedrag door een wolvendeskundige werd getypeerd als predatiegedrag. De typering predatiegedrag, verkenning ‘is een kind een interessante prooi?’, vormde een crisissituatie van zodanig aard dat de mogelijkheden tot acuut handelen nagegaan moesten worden. De wolvenexpert had hierover ook contact gehad met collega’s uit andere landen die de angst onderstreepten. Internationaal werd dit als uniek en zeer ernstig gedrag geduid. Er is dan ook diezelfde avond crisisberaad geweest met de burgemeesters en zijn de mogelijkheden om tot onmiddellijke afschot over te gaan besproken. (Zie ook het antwoord op vraag 3). De dag erna bleek het advies gebaseerd op onvolledige feiten. Op basis van de complete feiten duiden de experts het gedrag als verdedigingsgedrag en is het advies herzien. Overigens deed dit niets af aan de ernst van het incident, het incident was ernstig maar resulteerde niet langer in advies tot afschot.
  3. Antwoord: Nee, dit is het verzoek geweest zoals door u aangehaald in vraag 2, namelijk: het verzoek tot mogelijk gezamenlijk ondertekenen van een besluit dat op dat moment buiten de wet om genomen moest worden gezien de crisissituatie waarin we dachten te zitten. Er was sprake van handelingsverlegenheid. De verkenning was gericht op het mogelijk nemen van een besluit door de verantwoordelijk bewindspersoon al of niet gezamenlijk. Door de nakomende feiten is het niet verder uitgezocht.
  4. Antwoord: Ja, de provincie houdt zich aan wet- en regelgeving rond de wolf. Voor onze activiteiten vormen het Wolvenplan 2025 en het Omgevingsprogramma Faunabeleid en Monitoring de beleidskaders.

Wat uit antwoord 2 vooral blijkt is dat de Zoogdiervereniging bereidt is een ‘advies’ te geven tot executie van een wolf op basis van “onvolledige feiten” en dat de provincie bereidt is dat ‘advies’, ondanks Utrecht’s geschiedenis met onbetrouwbare adviezen van de Zoogdiervereniging, ook op te volgen. Is de geschiedenis zich aan het herhalen?


  1. Schrif­te­lijke vragen Verzoek aan Staats­e­cre­taris LVVN in te stemmen met illegale afschot wolf ↩︎

De Vlaamse soap rondom strengere wetgeving voor kalkoenenhouders

Nadat meerdere malen schokkende, dier-onterende beelden uit Vlaamse kalkoenenstallen naar buiten werden gebracht door Animal Rights en Gaia, leken er kleine aanpassingen doorgevoerd te gaan worden in deze industrie. Een besluit voorzag onder andere in een beperking op de bezettingsdichtheid, die voordien onbeperkt was. Er stonden ook bepalingen in met betrekking tot verrijkingsmateriaal zoals strobalen en platforms, zitstokken, bepalingen inzake de groeisnelheid, daglicht, het stalklimaat, eet- en watervoorziening, de controles en een ziekenboeg voor kalkoenen. Ook verplichtte de nieuwe regelgeving kalkoenhouders om maatregelen te nemen ter voorkoming van frequent voorkomende, pijnlijke voetletsels (voetzoolleasies). 1

De kalkoenenhouders willen natuurlijk helemaal geen nieuwe welzijnsregels. Zij willen business-as-usual en togen als Landsbond Pluimvee naar de Raad van State. Daar kregen zij in zoverre gelijk dat de Raad van State oordeelde dat de twee vrijstellingen voor één biologisch bedrijf met minder dan 200 kalkoenen een schending van het gelijkheidsbeginsel inhield.

De oplossing voor Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts is redelijk eenvoudig: schrap die twee vrijstellingen en de schending van het gelijkheidsbeginsel is hersteld.

De overige argumenten van de Landsbond zijn van het typische boerensimplisme. Zo beweert men dat groeibeperking enkel gerealiseerd kan worden door de voergift te beperken: ”Eigenlijk ben je dan die dieren aan het uithongeren. Er wordt dan in de stal gevochten voor het voer. De sterkste dieren zullen het meeste voer eten, de zwakste dieren zullen blijven verzwakken. Daardoor kunnen die zich nog minder verweren tegen het pikken van de sterkste dieren. Is dat dierenwelzijn?”
Het gaat natuurlijk, net als bij ‘braadkippen’, om trager-groeiende rassen. De veeboeren lijken het vooral niet te zien zitten dat tragere groei inhoudt dat de dieren langer in de stal moeten blijven om hetzelfde gewicht te halen en er dus minder ‘rondes’ per jaar gedraaid kunnen worden.

Over een lagere bezettingsdichtheid wil men alleen kwijt: ”“Bezettingsdichtheid dient altijd in gewicht per oppervlakte uitgedrukt te worden, anders ben je appelen met peren aan het vergelijken”. Een duidelijker ontkenning van de individualiteit van de dieren is niet te vinden.

Men wil ook geen strobalen en platformen: ”Kalkoenen zijn meer ‘loopvogels’ dan ‘zitvogels’, en als verrijking wil men dan overal hindernissen gaan plaatsen die net dat lopen belemmeren”.
Men vergeet daarbij dat wilde, maar ook relatief vrije, ‘tamme’ kalkoenen ’s nachts in bomen roesten, ofwel ‘op stok’ gaan.

Veehouders zijn geïnteresseerd in het binnen graaien van geld door de uitbuiting van dieren. Investeren in ‘welzijn’ doen ze liever niet als het hen niets extra’s oplevert. De verplichtingen inzake koeling, verwarming, ventilatie en het gebruik van lichtdoorlatende materialen zal in een aantal gevallen investeringen en mogelijk verbouwingen en vergunningaanvragen noodzakelijk maken. Ook dat willen de kalkoenenhouders natuurlijk niet.

De kalkoenhouders jammeren dat met de nieuwe regels de productie zich naar het buitenland zal verplaatsen, terwijl ze tegelijkertijd beweren dat er nieuwe Europese regels aankomen en minister Weyts voor de troepen uitloopt.

Animal Rights zou het een goede zaak vinden als de kalkoenenhouderij volledig verdwijnt uit België. Ook in het buitenland zullen dierenrechtenorganisaties strijden voor het einde van deze industrie in hun land.

Update – ‘Kalkoenakkoord’

Op 5 december 2025 was ie daar dan toch: De ‘Vaststelling minimumvoorschriften bescherming kalkoenen gehouden voor vleesproductie’. De ‘reparatie’ door dierenwelzijnsminister Ben Weyts van ‘de schending van het gelijkheidsbeginsel’ uit het oordeel van de Raad van State was voorspelbaar: Alle bedrijven, dus ook de kleinere, zullen nu moeten voldoen aan de nieuwe normen. 2

Een aantal van de punten:

Kalkoenen die blijk geven van een verminderd dierenwelzijn, krijgen een passende behandeling en worden, als dat nodig is, gehuisvest in een ziekenboeg, of worden onmiddellijk gedood.

Telkens als dat nodig is, wordt contact opgenomen met een dierenarts, zoals bij de uitbraak van een ziekte of bij een verhoogd mortaliteitscijfer zonder duidelijke reden in de stal.

Binnen zeven dagen nadat de kalkoenen in het gebouw zijn geplaatst, wordt het lichtschema gradueel opgebouwd. Daarna volgt de verlichting een 24 urencyclus. De 24 urencyclus omvat ten minste één ononderbroken donkerperiode van minstens acht uur en één ononderbroken lichtperiode van minstens acht uur. Maar daar zijn weer uitzonderingen op mogelijk.

De bezettingsdichtheid bedraagt nooit meer dan 52 kg per m2 voor hennen en 56 kg per m2 voor hanen.

Alle kalkoenen hebben permanent toegang tot droog en los strooisel op de vloer. Het strooisel laat de dieren toe daarin te scharrelen.

Per vierhonderd kalkoenen wordt ten minste een baal stro van ten minste 15 à 20 kg gebruikt. Behalve als kalkoenen vanaf een leeftijd van 35 dagen toegang hebben tot een buitenbeloop.

Voor kalkoenen tot en met de leeftijd van vier weken zijn er in voldoende mate verhoogde zitstokken zonder scherpe randen of platformen beschikbaar en bereikbaar in de stal.

Elk slachthuis dat kalkoenen van een kalkoenenbedrijf in het Vlaamse Gewest slacht, controleert per toom een representatief aantal poten op voetzoollaesies. Ook kalkoenhouders die de dieren laten slachten Duitse slachthuizen moeten hieraan voldoen.

Kalkoenenbedrijven waarvan de installaties voor de eerste keer in gebruik zijn genomen vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, voldoen uiterlijk op 1 januari 2027 aan de bepalingen, vermeld in dit besluit.

Er wordt in lichtdoorlatende openingen in het dak of in de muren voorzien, met een oppervlakte van de opening in het dak of in de muren die niet kleiner is dan 3% van de bruikbare oppervlakte. Deze bepaling treedt pas in werking op 1 januari 2031 met uitzondering van de stallen die nieuw gebouwd worden of naar aanleiding van een vergunningsplichtige aanpassing van een bestaande stal.

Verder mag de groeisnelheid van kalkoenen niet verder toenemen

Het zijn minimumvoorschriften, maar vooral minimale minimumvoorschriften. Het is iets, maar het gaat de levens van kalkoenen niet of nauwelijks verbeteren. Het ‘kalkoenakkoord’ is een typisch voorbeeld van welzijnsdenken. Het systeem van uitbuiting wordt niet aan de kaak gesteld; men tracht in plaats daarvan een industrie van slavernij en massamoord te ‘veraangenamen’. Afschaffing van deze industrie is de enige rechtvaardige maatregel!

Update – Goedkeuring door de regering

De Vlaamse regering heeft op 20 maart definitief nieuwe welzijnsnormen goedgekeurd voor het houden van kalkoenen voor de slacht. Die moeten de voorschriften vervangen die door de Raad van State waren vernietigd, omdat één biologisch bedrijf met minder dan 200 kalkoenen twee vrijstellingen kreeg en dat een schending van het gelijkheidsbeginsel inhield. De meeste regels gaan in vanaf 1 januari 2027. De Landsbond Pluimvee beraadt zich, vanzelfsprekend, alweer over stappen tegen de minimumvoorschriften. 3

Update – Kalkoenenboeren willen geen beter welzijn

Op 9 juni 2026 meldt ‘Landbouwleven’ dat de Landsbond Pluimvee, de sectorfederatie van de pluimveehouders, nu samen met het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), opnieuw naar de Raad van State trekt tegen het gewijzigde besluit van de Vlaamse regering van 20 maart 2026, dat de minimumvoorschriften voor de bescherming van kalkoenen vastlegt. Het is niet verassend dat wie geld verdient met het uitbuiten en (laten) vermoorden van dieren niet zit te wachten op extra regels die het lijden van deze dieren moeten verzachten. Daarvoor is een geweten nodig en de wil om daarnaar te handelen. 4

Update – Stikstof

Er hangt nog een donkere wolk boven de kalkoenensector in België blijk in juli 2026. De Vlaamse kalkoenensector moet tegen 2030 een ammoniakreductie realiseren van 60%. Parlementslid Bart Dochy stelt voor dat de overheid zelf technieken op de lijst zet die al in Nederland of Duitsland erkend zijn. Minister Brouns stelt evenwel dat het initiatief bij de kalkoenensector ligt. 5

Update – Niet wachten op Europa

Midden juli 2026 legt Ben Weyts in antwoord op op een schriftelijke vraag van Lydia Peeters (Anders) uit waarom hij niet wil wachten op Europese normen: “Er is momenteel geen Europees kader voor kalkoenen in voorbereiding. De Europese Commissie heeft dan wel de intentie aangekondigd om de Europese regelgeving in het kader van dierenwelzijn te herzien, maar behalve voor het transport van dieren, zijn hierover nog geen concrete voorstellen beschikbaar. Een volgend voorstel is aangekondigd voor eind 2026. De diersoorten die in dit voorstel behandeld zullen worden, zijn nog niet bekend, maar de algemene verwachting is dat dit eerste voorstel over een frequenter gehouden diersoort zoals legkippen of varkens zal gaan. De kans dat kalkoenen al opgenomen zullen worden in dit eerste voorstel is eerder klein. Koppel hieraan het langdurige proces van Europese besluitvorming en het is duidelijk dat we nog vele jaren verwijderd zijn van een Europees regelgevend kader voor de bescherming van kalkoenen, als dat er al komt. Ik wil hierop niet wachten en wil nu reeds stappen vooruitzetten om het welzijn van de kalkoenen in Vlaanderen te beschermen.” 6


  1. Weyts wil strengere normen voor kalkoenen doorduwen ↩︎
  2. Nieuwe normen voor bescherming van kalkoenen ↩︎
  3. Vlaamse regering keurt nieuwe normen om kalkoenen beter te beschermen goed ↩︎
  4. Landsbond Pluimvee opnieuw naar Raad van State tegen kalkoenbesluit ↩︎
  5. Kalkoenensector moet zelf initiatief nemen voor AEA-lijst ↩︎
  6. Vlaanderen is niet de hekkensluiter in Europa, maar net een voortrekker ↩︎

Jagers tegen afschot ganzen op nest; de hypocrisie van moordenaars

Op verzoek van de provinciale overheid schieten ‘ganzenbestrijdingsteams’ van Natuurmonumenten in het voorjaar broedende ganzen van het nest. Ook worden ganzen die in de rui zijn – wanneer ze hun veren wisselen en niet kunnen vliegen – bijeengedreven en vergast. Dit is al jaren provinciaal gebruik naast het vol met hagel pompen van overvliegende ganzen door het reguliere jagerstuig.

Een van hen, tevens BBB-Statenlid in Zuid-Holland, Heidi Looij zegt daarover tegen ‘Agraaf’: “Onweidelijk om zoiets te doen. Jagers schieten niet op broedende ganzen. Maar Natuurmonumenten doet het wel. Want het mag, is hun argument. Animal Rights, Fauna4Life en andere dierenrechtenorganisaties hoor je nu niet, ongelooflijk.”

In een adem en zonder enige schaamte verdedigt Looij verder de massamoord op ganzen: “Er zijn er veel te veel in Nederland. Met alle schade aan landbouwgrond van dien en neveneffecten als botulisme, blauwalg en vogelgriep.”

Looij is dus niet tegen xenocide, maar het moet wel ‘netjes’ gebeuren. Dat is ook waar ‘weidelijkheid’ voor staat: je bloedlust botvieren op onschuldige, sentiente wezens, maar wel volgens zelf-opgestelde regeltjes.

Waarom hoorde je Animal Rights niet (tot nu dan)? Looij meldt zelf al dat de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) in geweer zijn gekomen tegen de methode. Als gewetenloze jagers de methode van Natuurmonumenten al onaanvaardbaar vinden, kunnen dierenrechten- en natuurbeschermingsorganisaties hun beperkte tijd en middelen wel elders benutten.

Bij de jagersclubs klinkt dezelfde hypocrisie als bij Looij: broedende ganzen van het nest schieten en het vergassen van ruiende ganzen heeft volgens beide jagersverenigingen niets met jagen of jagers te maken. Maar de jagers willen wel een uitbreiding van hun schietseizoen met de nazomer, naast herfst en winter: “Dat is de tijd waarin de ganzen geen eieren of jongen meer verzorgen, terwijl de vraag naar wild in restaurants, winkels en bij particulieren op haar jaarlijkse hoogtepunt is;” naast hypocriet tevens opportunistisch.

De reactie van Natuurmonumenten: ”We beheren ganzen enkele dagen in het vroege voorjaar (maart) als ze koppels vormen en ook als ze net op een nest zitten. De reden om dat te doen is dat we in totaal veel minder ganzen hoeven te doden. Als we 20 broedparen schieten in het voorjaar voorkomt dit dat we minstens 200 ganzen moeten schieten in het najaar voor eenzelfde resultaat. Daarbij schieten we nooit op dieren die al jongen hebben en controleren we altijd of het dier daadwerkelijk is gedood.”

Het is de kille logica van de vervolgers van wilde dieren. Het is als een discussie tussen twee seriemoordenaars over wie het meest humaan met zijn of haar slachtoffers omgaat, volstrekt negerend dat de moorden zelf immoreel zijn.

De Vogelbescherming concludeerde vorig jaar in haar blad ‘Vogels’ (Winter 05/2024) dat ”Nederlands ganzenbeleid jammerlijk mislukt” is. Het afschieten van ganzen helpt niet, maar er is een structurele oplossing: “Een land krijgt de natuur die het verdient, dus als wij zo ontzettend veel eiwitrijk gras verbouwen met onze intensieve landbouw, dan passen daar ook grote aantallen ganzen bij. Alleen wanneer we onze landbouw structureel op een extensievere leest schoeien, komt er meer balans tussen cultuur en natuur.”

De heksenjacht op steenmarters in Friesland

De intensieve veehouderij zorgt niet alleen voor ontzettend veel onrecht en leed bij de gehouden dieren, maar tast ook de natuur aan en daarmee de leefomgeving van wilde dieren. Het staat vast dat de grootste oorzaak van de achteruitgang van weide- en akkervogels intensieve landbouwpraktijken zijn. Weilanden met kruiden en bloemen die insecten aantrekken en voorzien zijn van een rijk en gezond bodemleven, zijn vervangen door ‘grasfalt’ van Engels raaigras en over-bemeste monoculturen van mais voor veevoer.

Boeren en jagers grijpen de achteruitgang van weide- en akkervogels aan als een relatief nieuw excuus voor de voortzetting van hun eeuwenoude heksenjacht tegen predatoren, zoals vossen, marters, verwilderde katten en kraaiachtigen.

Jagers in Friesland willen tot en met 2026 ieder jaar tussen 1 december en 30 juni in 21 gebieden maximaal 429 steenmarters afmaken, zogenaamd ter bescherming van weidevogels. De jagers schreven daarvoor een Faunabeheerplan dat op 21 december 2021 door de provincie werd goedgekeurd. Op 20 september 2022 dienden ze een aanvraag voor een ontheffing in.

Jagers en provinciebestuurders vormen over het algemeen twee handen op één buik dus de goedkeuring van jagersplannen is dan slechts een formaliteit.

Op 2 december 2022 verleende het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslan aan de Faunabeheereenheid Fryslan een ontheffing om steenmarters af te maken ter bescherming van weidevogels. Op 9 februari 2023 werd het verzoek om een voorlopige voorziening van Animal Rights, Fauna4Life en de Marterstichting gedeeltelijk toegewezen. Op 5 september 2023 heeft de provincie het bezwaar van de natuurbeschermingsorganisaties afgewezen. Daartegen hebben de organisaties beroep ingesteld en de voorzieningenrechter (opnieuw) gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Met een uitspraak op 24 november 2023 werd de voorlopige voorziening opnieuw toegewezen, maar (opnieuw) met een wat laf, niet onderbouwd Salomonsoordeel: ”De voorzieningenrechter stelt in het kader van de te maken belangafweging voorop dat hij zowel een groot belang hecht aan de stand van de grutto en de overige weidevogels in Fryslân als een groot belang hecht aan de steenmarter die daar zijn natuurlijke habitat heeft.”

Omdat er sprake is van onzekerheid over de werkelijke omvang van de steenmarterpopulatie en ook onduidelijk is wat de gevolgen zijn van het vangen en aansluitend doden van 429 steenmarters voor de gunstige staat van instandhouding van de steenmarter ”matigt” de rechter het vangen en doden van steenmars tot maximaal 200 steenmarters.

De provincie wist niet te motiveren waarop het aantal van 429 steenmarters is gebaseerd en dat deed de rechter ook niet voor het aantal van 200. De geciteerde rapporten over het aantal steenmarters dat in Friesland zou leven, wijken sterk van elkaar af. In 2023 werden ‘slechts’ 140 steenmarters gedood op grond van de ontheffing.

Ook is de rechter van mening dat de provincie onvoldoende heeft onderbouwd waarom rasters en watergangen geen andere bevredigende oplossing zijn.

Op 3 juni om 13:30 uur vindt de beroepszitting plaats bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen (Guyotplein 1).

Update – Winst voor steenmarters én weidevogels in Fryslán!!!

In de uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland van 3 oktober 2025, in de zaak van de ontheffing voor het vangen en doden van steenmarters ter bescherming van de weidevogel(legsel)s, verklaarde de rechtbank de beroepen gegrond.

Het besluit van het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân is onvoldoende toereikend gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank verwacht dat Fryslân niet op korte termijn de geconstateerde gebreken zal kunnen herstellen.

De rechtbank ziet daarom aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat geen gebruik mag worden gemaakt van de verleende ontheffing tot zes weken nadat opnieuw is beslist op het bezwaar.

De zaak was aangespannen door Animal Rights, Fauna4life, de Marterstichting en de Faunabescherming.
De organisaties betogen dat het wettelijke belang van de bescherming van flora en fauna niet kan worden bereikt door het vangen en doden van steenmarters zolang de biotoop voor de weidevogels niet in orde is. Alleen in een weidevogelbiotoop van voldoende kwaliteit zou een verhoogd nestsucces kunnen leiden tot een grotere populatie. Als kuikens niet kunnen overleven, verbetert de stand van de weidevogels niet. Door het verwijderen van natuurlijke vijanden wordt het uitkomstpercentage van de eieren kunstmatig hoog gehouden, terwijl kuikenoverleving laag zal blijven zolang de gebieden onvoldoende op orde zijn.

Verder betwisten de natuurbeschermingsorganisaties het causale verband tussen het vangen en doden van steenmarters en het broedsucces, zoals dat door de provincie wordt gesteld. Daar komt bij dat het afschieten van de steenmarters zal leiden tot predatie van de weidevogels door andere dieren. Deze natuurlijke gang van zaken is onvermijdelijk; predatie hoort bij het natuurlijk proces.

De provincie moet toetsen of er geen redelijke alternatieven zijn en of door de ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van de betrokken soorten. Als het doden van de betrokken dieren geheel of gedeeltelijk vermijdbaar is door het treffen van geschikte en proportionele mitigerende maatregelen, is het niet verlenen van de ontheffing of vrijstelling, of het daarbij voorschrijven van dergelijke maatregelen, uitgangspunt.

Helaas oordeelt de rechtbank dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat het vangen en doden van steenmarters bijdraagt aan de bescherming van weidevogels en dat er sprake is van een gunstige staat van instandhouding van de steenmarter in de provincie. Ook vindt de rechtbank dat het volledig (elektrisch) afrasteren van de gebieden niet haalbaar is.

Maar – belangrijk voor alle weidevogelzaken – de rechtbank is ook van oordeel dat optimaal weidevogelbeheer aangemerkt kan worden als een “andere bevredigende oplossing”.
Landschapsbeheer is daarmee niet alleen noodzakelijk voor het verbeteren en uitbreiden van de habitat van de weidevogels, maar vormt ook een alternatief beschermingsmiddel tegen aanvallen van steenmarters.

De rechtbank is van oordeel dat de provincie niet aannemelijk heeft gemaakt dat het weidevogelbeheer in de ontheffingsgebieden daadwerkelijk op orde is. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet aannemelijk gemaakt dat optimaal weidebeheer geen andere bevredigende oplossing zou bieden. De rechtbank stelt vast dat in de voorbije jaren niet voldoende resultaat is geboekt in het creëren van een geschikte leefomgeving voor de weidevogels. Dat kan echter niet tot de conclusie leiden dat er geen andere bevredigende oplossing bestáát. Daarmee is in elk geval niet voldoende gemotiveerd dat wordt voldaan aan alle (cumulatieve) voorwaarden waaraan een ontheffing op grond van de wet moet voldoen.

Dit is een belangrijke uitspraak, niet alleen voor predatoren als de steenmarter, maar ook voor de weidevogels. Eindelijk zijn er rechters die een provincie niet laten wegkomen met symptoombestrijding in de vorm van een massamoord op roofdieren, maar een provincie dwingen om eerst de weidevogelgebieden op orde te brengen. Dit is van groot belang voor de weidevogels en dit deel van deze uitspraak is dus winst voor de weidevogels én predatoren!

Er was nog een punt waarop de organisaties gelijk kregen: De rechtbank is van oordeel dat gezien het strikte karakter van de Wet natuurbescherming en de strenge voorwaarden die gelden, een ontheffing alleen kan worden verleend voor het doden van een aantal dieren als het aantal dieren niet groter is dan strikt noodzakelijk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Fryslân onvoldoende gemotiveerd waarom er een ontheffing is verleend voor 429 steenmarters. Uit de verklaringen van het college ter zitting blijkt namelijk dat bij het verlenen van de ontheffing niet is beoordeeld of er ook ontheffing kon worden verleend voor het vangen en doden van een kleiner aantal steenmarters.

Fryslân moet dus binnen zes weken een nieuw besluit nemen op de bezwaren van de organisaties en kan binnen diezelfde tijd hoger beroep instellen. Tot die tijd mogen er in Fryslân in ieder geval geen steenmarters worden gedood.

Update – Fryslán houdt vast aan afslachten van steenmarters en gaat in hoger beroep

Bij brief van 20 november 2025 hebben Gedeputeerde Staten van Fryslán hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 3 oktober 2025, over een ontheffing voor het doden van steenmarters ter bescherming van weidevogels. Gedeputeerde Staten hebben de Afdeling bestuursrechtspraak tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De zitting daarvan vindt plaats op 17 december 2025. 

Met de uitspraak van 3 oktober werden de beroepen van Animal Rights, Fauna4Life, Marterstichting en Faunabescherming gegrond verklaard en dat legde de vervolging van de steenmarter stil.

Optimaal weidevogelbeheer is een ‘andere bevredigende oplossing’

De meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland overweegt in haar uitspraak van 3 oktober 2025 dat optimaal weidevogelbeheer aangemerkt kan worden als “andere bevredigende oplossing” en dat landschapsbeheer niet alleen noodzakelijk is voor het verbeteren en uitbreiden van de habitat van de weidevogels, maar ook een alternatief beschermingsmiddel vormt tegen aanvallen van steenmarters. 

Fryslan is het daar niet mee eens en beroept zich op een eerdere uitspraak van de Raad van State  van 23 september 2023, die Animal Rights kortzichtig vindt: “Voor zover de stichtingen hebben aangevoerd dat landschapsverbetering een andere bevredigende oplossing is, overweegt de Afdeling het volgende. De oplossingen die de stichtingen aandragen zijn gericht op de verbetering en uitbreiding van de habitat van weidevogels en andere bodembroeders, niet op de bescherming van deze vogels tegen de vos. Het college heeft deze oplossingen daarom niet doorslaggevend hoeven te achten bij zijn oordeel dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan het doden van de vos.”

Uit de letter van de wet volgt dat een van de wettelijke belangen om een afwijking van het verbod op het doden van een beschermde soort toe te staan de “bescherming van wilde flora en fauna” is. In dit geval gaat het om de bescherming van weidevogels, tegen alle mogelijke gevaren en met alle mogelijke maatregelen, zij het uiteraard rechtmatig, effectief, doeltreffend, proportioneel en evenredig. Het is dus niet voldoende om bij deze beoordeling alleen gevaren van en maatregelen tegen de steenmarter te betrekken, zoals bovenstaand citaat lijkt te betogen.

De kern van het probleem is de intensivering van de landbouw, waardoor weidevogels steeds minder dekking en voedsel tot hun beschikking hebben, waardoor zij door honger sterven of gemakkelijker ten prooi vallen aan predatoren.

Het doodschieten van predatoren, zoals de steenmarter, is in geen enkel gebied evenredig. Niet in gebieden met een ongeschikte biotoop, omdat weidevogels het daar toch niet overleven, en niet in gebieden met een aangetoond geschikte biotoop, omdat predatie daar geen probleem vormt of, als dat wel zo zou zijn, gekozen kan worden voor een minder ingrijpende andere bevredigende oplossing.

Het realiseren van een geschikte biotoop is niet alleen een andere bevredigende oplossing, maar ook een Europeesrechtelijke verplichting op grond van de Vogelrichtlijn. Nederland voldoet niet aan haar verplichting om voldoende gevarieerd en omvangrijk leefgebied te herstellen en dát is de reden dat de Europese Commissie een inbreukprocedure is gestart, niet vanwege het onvoldoende doodschieten van predatoren.

Het doden van predatoren is geen bevredigende oplossing en dus ook niet noodzakelijk. Het realiseren van een geschikte biotoop wel. Dat het lang duurt voordat Fryslan dit voor elkaar krijgt is zeer spijtig, maar dat kan niet ten koste gaan van andere beschermde diersoorten zoals de steenmarter, aangezien het ook niet ten bate komt van de weidevogels – zo blijkt wel uit de blijvende achteruitgang van de weidevogelstand ondanks het hoge afschot van predatoren.

Fryslân heeft de weidevogelgebieden niet op orde

De meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland overweegt in haar uitspraak van 3 oktober 2025 verder dat ten minste 11 van de 21 gebieden waarvoor ontheffing wordt verleend niet voldoen aan de door Fryslan zelf gestelde en in de Nota Weidevogels benoemde eisen waaraan een gebied moet voldoen. Daarom concludeert de rechtbank dat Fryslan de keuze voor de ontheffingsgebieden onvoldoende heeft gemotiveerd.

Fryslân wil de steenmarters uitroeien

De rechtbank is, ten derde, van oordeel dat gezien het strikte karakter van de Wet natuurbescherming en de strenge voorwaarden die gelden, een ontheffing alleen kan worden verleend voor het doden van een aantal dieren als het aantal dieren niet groter is dan strikt noodzakelijk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Fryslân onvoldoende gemotiveerd waarom er een ontheffing is verleend voor 429 steenmarters.

Fryslan betoogt nu dat het doden van elke steenmarter noodzakelijk is, omdat elke steenmarter schade zou kunnen veroorzaken. Dit betekent dat het college geen evenredigheidstoets uitvoert maar daarentegen streeft naar een nulstand ofwel het uitroeien van steenmarters in alle ontheffingsgebieden.

Het (lokaal) uitroeien van een soort is, in tegenstelling tot het onder strikte voorwaarden verlagen van de populatie, in elk geval niet toegestaan. Nulstandsbeleid leidt tot het verdwijnen van de soort uit (een deel van) zijn natuurlijke verspreidingsgebied, hetgeen in strijd is met de verplichting om een soort in zijn natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Slotsom

De stichtingen vragen de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State om bovengenoemde redenen om de verzoeken van Fryslan af te wijzen en de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland op deze punten in stand te laten.

Update – Teleurstellende uitspraak, maar honderden levens van steenmarters gered

Een dag na de zitting, op 18 december 2025, deed de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mondeling uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening van Fryslan om weer steenmarters te mogen vermoorden.

Fryslan verzocht de rechtbank om de door de rechtbank Noord-Nederland op 3 oktober 2025 getroffen voorlopige voorziening, die het vermoorden van steenmarters stillegde, op te heffen of een andere voorziening te treffen die het gebruik maken van de ontheffing weer toestaat. Ook verzocht Fryslan om schorsing van de uitspraak, zodat het hangende de bodemprocedure geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen. 

Als je niet heel veel respect hebt voor de levens van anderen is het eenvoudig om een Salomonsoordeel te vellen. Fryslan wil 429 steenmarters afmaken. Animal Rights, Fauna4Life, Marterstichting en Faunabescherming willen dat er geen steenmarters worden vermoord. De voorzieningenrechter bepaalt vervolgens dat het Fryslan “tot en met 30 juni 2026 slechts is toegestaan om maximaal 250 steenmarters te vangen en aansluitend te doden”. De Raad van State stelt opnieuw teleur.

De rechter beperkt zich tot een belangenafweging en oordeelt eigenlijk alleen dat Fryslan een spoedeisend belang heeft: “In dit geval geldt hoe dan ook: óf er zijn onomkeerbare gevolgen voor de steenmarters óf juist voor de weidevogels. Daarbij komt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in de maanden december, januari en februari het steenmarterbeheer het meest effectief is en ook daarom er een belang is dat zo spoedig mogelijk gebruik wordt gemaakt van de ontheffing.” 

Met de weidevogels gaat het slecht, met de steenmarters goed en individuele steenmarters zijn de dupe van die belangenafweging. Voor deze rechtbank tellen individuele levens niet, ze zijn opofferbaar aan andere belangen.

Er zijn ook nog een paar lichtpuntjes: 

De ontheffing geldt nog slechts tot en met 30 juni 2026 en de stichtingen hebben met hun procedures het aantal gedode steenmarters weten te halveren.

Het college van gedeputeerde staten van Fryslân moet uiterlijk binnen vier weken na verzending van deze uitspraak gevolg geven aan de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 3 oktober 2025 door een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van die uitspraak. Het verzoek van Fryslan om geen nader besluit te hoeven nemen, wijst de voorzieningenrechter dus af. Dit houdt in dat de stichtingen over 4 weken opnieuw naar de rechter kunnen stappen.