mei 17, 2025
Animal Rights is woedend en vindt de uitspraak van de voorzieningenrechter, die het doodvonnis van de Veluwse wolf bekrachtigt, schandalig slecht gemotiveerd. De rechter kwam al angstig en weifelachtig over tijdens de zitting toen ze het uitstel van executie overliet aan de provincie met de woorden: ”Die verantwoordelijkheid wil ik niet dragen. Ik wil dat de provincie hier voor in staat.” Met vergelijkbare lafheid veegt ze in de uitspraak nu haar eigen straatje schoon. Ze offert de wolf op om er van verzekerd te zijn dat haar bij een eventueel nieuw incident niets verweten kan worden.
Lees ook: Uitstel van executie voor vervolgde Veluwse wolf
En: Animal Rights maakt bezwaar tegen afschot wolf op Veluwe
Haar uitspraak laat zien dat ze niets heeft willen begrijpen van wat er aan argumenten en alternatieven zijn aangedragen door de organisaties die opkomen voor de wolf. Ze volgt blind de lijn van de provincie en haar huurling Erwin van Maanen:
”De voorzieningenrechter oordeelt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de betreffende (probleem)wolf individueel te identificeren is en dat er een noodzaak bestaat om tot afschot over te gaan vanwege de openbare veiligheid. Ook is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen minder verstrekkende alternatieven bestaan ter voorkoming van toekomstige incidenten die de openbare veiligheid raken.”
Haar motivatie van deze conclusie is ronduit zwak.
“In al onze jaren in rechtbanken vechtend voor de levens van dieren hebben we een dergelijke incompetentie en genadeloosheid slechts zelden gezien,” zegt Animal Rights adviseur Erwin Vermeulen.
Deze rechter heeft het doodvonnis bekrachtigd en we kunnen nu alleen hopen dat de wolf zich niet laat zien.
DNA
We weten via DNA dat er contact is geweest tussen de hardloopster en een wolf, die de code GW4655m heeft gekregen en recent Hubertus is gedoopt. Het is de eerste keer dat deze wolf via DNA is aangetoond, waardoor volstrekt onbekend is of deze wolf zich eenmalig, regelmatig of permanent in het park bevindt.
Deze genetische code geeft geen duidelijkheid over zijn uiterlijk. De beelden van na het incident zijn van dusdanig slechte kwaliteit dat onderscheidende uiterlijke kenmerken onvoldoende zichtbaar zijn.
Van Maanen geeft zelf in zijn rapport aan dat de mogelijkheid tot individuele identificatie en het vergelijken van verwante wolven op basis van uiterlijke kenmerken bemoeilijkt wordt door de beperkte beschikbaarheid en kwaliteit van het beeldmateriaal.
Vervolgens baseert hij toch allerlei conclusies op dat beeldmateriaal met als vertrekpunt één foto met een wolf in de verte, die ten tijde van het bijtincident zou zijn gemaakt.
De foto’s die in de pers verschenen na het bijtincident en vragen opriepen over de verhoudingen en dus de echtheid, ontbreken in beide rapporten van Van Maanen en het besluit van de provincie, zonder dat daar opheldering over wordt gegeven.
Dit DNA/deze wolf is dus niet te linken aan andere recente ontmoetingen met wolven, laat staan aan een niet-schuwe wolf uit 2022. Toch houdt Van Maanen koppig aan zijn mening vast dat het telkens om dezelfde wolf gaat.
“Ik ga er vanuit dat Van Maanen is gecontracteerd met de verstandhouding dat de enige uitkomst van zijn advies afschot zou zijn,” Zegt Vermeulen. “Het zou me niet verbazen als Van Maanen zijn dertig zilverlingen binnenkort incasseert in de vorm van door het Nationaal Park Hoge Veluwe te worden aangesteld om de wolven daar te monitoren.”
De rechter doet er niets mee:
”De voorzieningenrechter heeft wat betreft de individuele identificeerbaarheid geen aanleiding om aan te nemen dat de rapporten van EcoNatura op dit punt onzorgvuldig tot stand zijn gekomen, nu de redeneringen begrijpelijk en te volgen zijn (en ook te controleren aan de hand van de foto’s) en de getrokken conclusies daarop aansluiten.”
Adviezen niet opgevolgd
Het DNA geeft aan dat er contact is geweest, maar niet wat daarvan de oorzaak is.
Het advies om bij een ontmoeting met een wolf niet (weg) te rennen, de wolf aan te blijven kijken, door spreken je aanwezigheid te bevestigen en rustig de situatie/lokatie te verlaten, zijn niet opgevolgd.
Uit haar verhoor blijkt dat de vrouw bij het zien van de wolf is omgedraaid en weggerend.
De rechter negeert dat:
” De voorzieningenrechter komt samenvattend tot de conclusie dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de betreffende (probleem)wolf individueel te identificeren is en dat de betreffende (probleem)wolf in ieder geval tijdens het bijtincident op 13 april 2025 afwijkend gedrag vertoonde. Daarnaast is het aannemelijk dat deze (probleem)wolf ook op andere momenten niet-schuw gedrag vertoonde richting mensen. Gelet daarop bestaat er een noodzaak om in te grijpen vanwege de openbare veiligheid.”
Onduidelijkheid over wolven in park Hoge Veluwe
Het enige andere DNA van een wolf die tot de speculatieve Hoge Veluwe-roedel zou behoren, komt van een haar en een haarzakje gevonden aan het hekwerk van het park, het meest recente sample dateert van 2023. Deze wolf, GW2087m, zou de vader van GW4655m zijn.
De meningen die ‘deskundige’ Van Maanen te berde brengt en de foto’s die hij presenteert, kunnen op geen enkel wijze aan het DNA gekoppeld worden van deze vader en zoon.
In de meeste recente voortgangsrapportage ‘Wolvenmonitoring 18 mei – 15 oktober 2024’ zegt dé Nederlandse wolvenmonitoringsorganisatie BIJ12 dan ook: “Het is onduidelijk hoeveel wolven er momenteel op de Hoge Veluwe aanwezig zijn en welke individuen dit zijn. […] Het is daarmee onduidelijk of de wolf die eerder in de gebieden grenzend aan de Hoge Veluwe via haarmonsters is vastgesteld (GW2087m) nog aanwezig is in dit gebied.”
De rechter negeert het en blijft spreken over een roedel met GW2087m als de vader van huidige en toekomstige nakomelingen.
Alleen DNA geeft zekerheid, uiterlijke kenmerken en gedrag misleiden
Hoe onverantwoord het is om conclusies te trekken uit uiterlijke kenmerken bleek in de zaak van wolf ‘Bram’, GW3237m, op de Utrechtse Heuvelrug, die interesse toonde in honden. Op basis van uiterlijke kenmerken en gedrag werd ‘Bram’ aangeduid als een solitaire wolf die onafhankelijk leefde van een roedel met welpen.
De BIJ12 voortgangsrapportage ‘Wolvenmonitoring 16 februari – 17 mei 2024’ vermeldde: “Op wildcamerabeelden is op basis van uiterlijke kenmerken naast de solitaire wolf GW3237m ook een ouderpaar vastgesteld.”
De ‘experts’ van de zoogdiervereniging schreven op 14 oktober 2024 in het ‘Plan van Aanpak’ voor ‘Bram’: “Wolf GW3237m kan uitgesloten worden als vader van dit roedel. Daar zijn twee redenen voor. De vader van de roedel (het volwassen mannetje) is op camerabeelden samen met de teef (het volwassen vrouwtje) herkend door deskundigen betrokken bij monitoring en het Wolvenmeldpunt als een andere wolf op basis van individuele uiterlijke kenmerken.”
Over het gedrag van wolf Bram schreven deze ‘experts’: “De doorslaggevende reden om te oordelen dat GW3237m niet de vader van de roedel is, is het gedrag van deze wolf. Het ongewenste gedrag (opzoeken van honden en negeren van mensen) van GW3237m is blijven voortduren in de periode dat op de Utrechtse Heuvelrug met zekerheid jonge wolven aanwezig waren.”
Op 23 oktober 2024, vlak voor de hoorzitting over de bezwaren van Animal Rights en Faunabescherming tegen het vangen, zenderen en paintballen van wolf ‘Bram’, bleek op basis van DNA deze solitaire wolf toch de vader te zijn van de welpen van de wolvenroedel op de Utrechtse Heuvelrug.
De rechter wuift het weg en roept daarbij haar eigen gebrek aan kennis in:
”Van Malssen, Lelieveld en Vermeulen voeren op dit punt, zakelijk weergegeven, aan dat wolven visueel moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, zeker als het nestgenoten betreft. Van Lelieveld verwijst ter onderbouwing van dit standpunt nog naar beelden van de in provincie Utrecht opererende wolf “Bram”, die laten zien dat uiterlijke kenmerken door lichtval, houding of weersomstandigheden een behoorlijke variatie vertonen. Ook Vermeulen merkt op dat op basis van uiterlijke kenmerken veel fouten worden gemaakt en dat dit eerder al is gebleken in Utrecht bij wolf Bram. Hij wijst verder op de meest recente voortgangsrapportage van BIJ 12, waaruit blijkt dat niet duidelijk is of de vaderwolf nog in het park aanwezig is.
[…]
De vergelijking met wolf Bram kan de voorzieningenrechter niet maken, omdat zij de zaak Bram op dit punt onvoldoende kent.”
Andere maatregelen
Ongeacht welke wolf verantwoordelijk is voor het bijtincident, had de escalatieladder gevolgd dienen te worden. Dat betekent dat er minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn om eventuele toekomstige problemen te voorkomen.
De provincie negeert ook haar eigen faunabeheerplan Wolf 2025-2030, waarin onder andere staat: “Het doden van de wolf is de meest extreme maatregel die genomen kan worden en wordt altijd als laatste stap in de escalatieladder toegepast.
Voorafgaand aan deze beslissing worden verschillende handelingen en maatregelen geprobeerd. De conclusie dat er geen alternatieve maatregelen meer mogelijk zijn, wordt genomen door het eerdere benoemde deskundige wolvencomité bestaande uit het bevoegd gezag, de FBE, valwilddeskundigen en twee wolvengedragsdeskundigen.”
De rechter gaat nergens in haar betoog in op de escalatieladder, het wolvenplan, of faunabeheerplan wolf.
Park heeft geen maatregelen genomen
Het incident is inmiddels meer dan een maand geleden zonder dat er nieuwe problemen zijn geweest. Het Nationale Park Hoge Veluwe heeft geen maatregelen getroffen – (gedeeltelijke) sluiting, hardloop- en fietsverbod, hondenverbod, verbod om voedsel mee naar binnen te nemen, etc – en informeert haar gasten ook niet over het ‘bijtincident’, of dat er een ‘probleemwolf’ zou rondlopen.
Staat van instandhouding
Alleen de leugen van de provincie dat de wolf in een gunstige staat van instandhouding zou zijn, weet de rechter door te prikken. Waarschijnlijk enkel omdat Van Maanen dat tijdens de zitting al toe moest geven. De rechter verbindt er echter geen conclusies aan:
”Verzoeksters hebben in bezwaar wel terecht aangevoerd dat het college in de omgevingsvergunning ten onrechte heeft overwogen dat de staat van instandhouding van de wolf in Nederland gunstig is. De voorzieningenrechter ziet daarin geen aanleiding om een voorlopige voorziening treffen. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat het college, ondanks de ongunstige staat van instandhouding van de wolf in Nederland, toch de omgevingsvergunning mocht verlenen. Het college moet dit wel beter gaan motiveren in de nog te nemen beslissing op bezwaar.”
Die beslissing zal wel op zich laten wachten en de gevolgen van de onkunde en kwaadwillendheid van deze rechter zijn daarmee waarschijnlijk onherstelbaar.
De hetze tegen wolven
Het bijtincident was de aanleiding voor deze zaak, niet de motivatie.
Provinciale en landelijke BBB-bestuurders, jagers en veeboeren en de opzichters van jachtlandgoederen als het Nationale Park Hoge Veluwe en Den Treek worden gedreven door een blinde haat voor de wolf en een obsessie met het kunnen afschieten van de dieren. ‘Openbare veiligheid’ wordt er als drogreden bijgesleept. Deze rechter trapte daar met open ogen in.
De krachten achter de demonisering van de wolf zullen het hier niet bij laten. Ze zullen gemeenschapsgeld blijven verkwisten aan gewillige ‘deskundigen’ en dure advocatenkantoren om de trekker te kunnen blijven overhalen en hun bloeddorst te lessen.
Animal Rights zal opnieuw klaarstaan om de wolf te verdedigen.
Update
Het is een maand na de uitspraak van de voorzieningenrechter op 16 mei 2025 en zover Animal Rights weet leeft Veluwse wolf Hubertus nog steeds. Pas op 19 augustus 2025 vindt er een hoorzitting plaats bij de Gelderse bezwaarschriftencommissie.
Bij de beantwoording van de schriftelijke Statenvragen van Statenlid Danielle van de Weerd van de Partij voor de Dieren over de ‘Vergunning voor het doden van een wolf in Park de Hoge Veluwe’ op 11 juni 2025, verschuilen gedeputeerde staten van Gelderland zich op trieste wijze achter de schandelijke uitspraak van de voorzieningenrechter en achter het rapport van de zelfverklaarde wolvendeskundige Erwin van Maanen van EcoNatura:
Van Maanen zegt het is te laat voor aversieve conditionering. Van Maanen zegt het is dezelfde wolf als die in 2022 niet-schuw gedrag vertoonde. Van Maanen zegt dat de wolvenpopulatie in Nederland ecologisch positief beoordeeld moet worden.
De voorzieningenrechter zegt dat de wolf individueel is geïdentificeerd, dat sprake is van gevaarlijk gedrag, en dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden was. De voorzieningenrechter zegt dat het doden van een specifiek individu gerechtvaardigd was vanwege habituatie en risico voor de openbare veiligheid. De voorzieningenrechter zegt dat het afschot van één individueel dier geen negatieve impact heeft op de populatie als geheel.
Paintball
Verder is de provincie niet in staat toe te geven dat vergunningen voor paintballen er telkens niet komen, omdat zij niet in staat zijn de ontheffingen voldoende te motiveren.
Zenderen
Ook heeft Gelderland, net als Utrecht, het plan opgevat om meerdere wolven te gaan zenderen, maar realiseert zich: “Het gebruik van zenderen als middel voor gedragsbeïnvloeding (zoals negatieve conditionering via pijnprikkels) is in Nederland juridisch niet toegestaan. De rechter heeft in eerdere uitspraken bevestigd dat dergelijke methoden alleen mogen worden ingezet binnen de grenzen van de Wet dieren, en dat handhaving en voorlichting vooralsnog de voorkeur verdienen boven fysieke gedragsinterventie.” Maar dan noemen wet toch gewoon ”wetenschappelijk monitoringsonderzoek”.
Gelderland zal hoogstwaarschijnlijk niet met de Zoogdiervereniging in zee gaan, Wageningen Environmental Research heeft al een zeer algemene zendervergunning en eerder, zonder succes, pogingen gedaan om het zenderen van wolven (en hun prooien) op de Veluwe van de grond te krijgen.
Het nationale park
De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 16 mei 2025 overwogen dat ”het wenselijk zou zijn als de derde-partij zou meewerken aan de landelijke monitoring van wolven door BIJ12, zodat de ontwikkeling van de populatie zo inzichtelijk mogelijk is en incidenten van individuele wolven beter in kaart gebracht kunnen worden.’’
Als daarnaar gevraagd wordt haast de provincie zich te benadrukken ”dat het Park privaat eigendom is, en als zelfstandig terreinbeheerder binnen de daarvoor geldende wettelijke kader een eigen afweging maakt over de wijze waarop monitoring op het eigen terrein plaatsvindt.”
mei 14, 2025
Op 29 april 2025 berichtte RTVDrenthe dat de provincie na een melding twee damherten heeft laten afschieten in de buurt van Rhee. 1 Volgens de provincie zou het om ontsnapte of uitgezette herten gaan. In dat geval zouden de dieren een ‘eigenaar’ moeten hebben, die de dieren ongetwijfeld graag levend terug had gezien.
De kwalificatie ‘verwilderde’ damherten in plaats van ‘wilde’ damherten wordt wel vaker door provincies van stal gehaald, zodat hun jagers zonder al te veel papieren rondslomp hun bloedlust kunnen botvieren op onschuldige dieren.
Het bericht vermeldt dat in Drenthe een nulstand geldt voor damherten, maar nulstandbeleid voor een beschermde inheemse diersoort als doel op zich mag helemaal niet. Zie: RECHTER: NULSTAND WILDE ZWIJNEN MAG NIET
Animal Rights en Fauna4Life gaan het afschieten van damherten in Drenthe, onder andere via een Woo-verzoek en een pro forma bezwaarschrift, tot op de bodem uitzoeken en beraden zich daarna op vervolgacties.
Update
Documenten die Animal Rights via een informatieverzoek onder de Wet open overheid verkreeg, scheppen meer duidelijkheid over de gang van zaken:
Op 23 april 2025 tegen het middaguur meldt iemand van Herenboeren Hof van Rhee dat een tweetal damhertbokjes op hun land rondloopt, dat ze gedumpt en nagenoeg handtam lijken te zijn en de (kool)aanplant opeten en ook het voer van de varkens. Men wil weten of men de damherten mag verjagen of dat ze uitgezet kunnen worden.
Uit een email op 25 april van directe omwonenden blijkt dat er direct tot afschot werd overgegaan:
”“Daarbij roept het extra vragen op dat er binnen enkele uren na de melding is overgegaan tot het schieten van de dieren.”
Op 28 april 2025 melden de schutters aan de provincie:
“We hebben 2 zeer tamme damherten geschoten in Rhee. Waarschijnlijk gedumpt aangezien ze erg bedelen om voer en na aanroepen kwamen ze op een draf naar ons toegelopen. Er was geen eigenaar bekend volgens de politie.
Aangezien onze opdracht hierin voorziet hebben we ze weggenomen.”
En een dag later, op 29 april 2025:
“Ik lees in de brief dat wij direct overgegaan zijn tot afschieten… dit is niet geheel correct. Ik heb de herten meerdere keren gezien en als tam bestempeld. Navraag bij de politie gaf geen eigenaar of vermissing van damherten, waarop besloten is deze 2 weg te nemen conform ons beleid.”
De lafheid en gewetenloosheid van jagers – in dit geval boa’s/politie met jachtakte – is algemeen bekend; wat voor een monster moet je zijn om dieren te vermoorden die handtam zijn en om voedsel bedelend naar je toekomen gelopen?
Maar dat is dus al het ‘onderzoek’ dat is verricht naar de herkomst van deze twee herten, een telefoontje naar de politie. De provincie verdedigt zich door te verwijzen naar het eigen nulstandbeleid:
”In 2018 is aan Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s) en politieagenten met een jachtakte opdracht gegeven om de omvang van de populatie van grote evenhoevigen (damhert, edelhert en wild zwijn) te beperken tot nul. Deze opdracht geldt nog steeds.”
Dit nulstandbeleid is vastgelegd in het Flora- en faunabeleidsplan 2014 en is voor onbepaalde tijd geldig. Vervolgens werd het nulstandbeleid bekrachtigd in een opdracht die dateert van 17 juli 2018 (kenmerk 29/VTH/2018001868) en zijn er zeven Boa’s en politieagenten aangewezen voor het handhaven hiervan.
De rechter heeft echter in een zaak in Utrecht bepaald dat nulstandbeleid niet mag. Het nulstandbeleid op zichzelf is geen doel. Er moet aangetoond worden dat een nulstand nodig is, voor bijvoorbeeld schadebestrijding of de verkeersveiligheid, volgens de eisen die de wet daaraan stelt. Dit moet dan ook onderbouwd worden met objectieve onderzoeksgegevens.
mei 14, 2025
In 2020 en 2022 wonnen Animal Rights en Fauna4Life een belangrijke zaak tegen de provincie Utrecht en hun jagersvriendjes van de Faunabeheereenheid. Utrecht verleende in augustus 2020 een ontheffing aan de jagers om knobbelzwanen af te schieten vanwege de schade die ze zouden aanrichten.
De voorzieningenrechter schorste dat besluit op 30 november 2020. In maart 2021 verklaarde Utrecht het bezwaar van Animal Rights en Fauna4Life gedeeltelijk gegrond en paste de verleende ontheffing op onderdelen aan. Aan het verlenen van de ontheffing legde Utrecht het wettelijk criterium ten grondslag dat het doden van knobbelzwanen nodig is om belangrijke schade aan gewassen (en daarmee bedoelen ze gras!) te voorkomen.
Animal Rights en Fauna4Life stelden hiertegen beroep in. De Rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep op 27 januari 2022 op zitting behandeld en deed uitspraak op 24 februari 2022.
Schade
De Europese Commissie geeft een aantal voorwaarden voor ‘beheer’ van beschermde vogelsoorten vanwege schade:
Ten eerste heeft ze duidelijk een verband met een economisch belang.
Ten tweede is ze bedoeld om schade te voorkomen; daarom is het geen reactie op reeds aangetoonde schade, maar op de grote waarschijnlijkheid dat schade veroorzaakt zal worden als er geen actie wordt ondernomen.
Ten derde moet er een basis zijn om te concluderen dat de schade belangrijk zal zijn als er geen actie wordt ondernomen; dat het meer is dan gewoon ongemak en normaal bedrijfsrisico.
De rechter oordeelde dat “[o]m van belangrijke schade te kunnen spreken is vereist dat de schade een zekere omvang heeft die het economisch belang van een bedrijf raakt.” Daarmee acht de rechter “het uitgangspunt van verweerder [Utrecht] om in alle gevallen een bedrag van € 250,— per geval per bedrijf per jaar te hanteren ter invulling van het begrip belangrijke schade ontoereikend.”
“De rechtbank concludeert dat in het bestreden besluit onvoldoende is onderbouwd dat de ontheffing nodig is om belangrijke schade aan grasland te voorkomen. Het bestreden besluit berust niet op een nauwkeurige en treffende motivering zoals is vereist. Op dit punt is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid.”
’Legselreductie’
Naast het afschieten van zwanen wil Utrecht ook nesten en eieren vernietigen, zogenaamde ‘legselreductiemaatregelen’. Ook dat veegde de rechter van tafel:
”In het bestreden besluit is ten onrechte niet beoordeeld of er een andere bevredigende oplossing is. De ontheffing voor legselreductie is dus gebrekkig gemotiveerd. Maar de rechtbank vindt ook dat legselreductie geen maatregel is die kan worden toegepast om belangrijke schade aan grasland te voorkomen en dat het dus überhaupt niet mogelijk is om een ontheffing voor legselreductie te verlenen met als doel het voorkomen van belangrijke schade.”
Eieren veroorzaken immers geen schade en het betoog dat het vernielen van eieren zorgt voor minder zwanen en dus minder schade is te indirect:
”Voor zover dat al klopt – de rechtbank laat dat in het midden – is er sprake van een te ver verwijderd verband tussen de maatregel (legselreductie) en het beoogde resultaat (voorkomen van belangrijke schade aan grasland).”
Oordeel
De rechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. De zwanen waren voorlopig gered.
Hoger beroep
In maart en april 2022 ging de provincie Utrecht in hoger beroep tegen deze en een aantal andere uitspraken, zoals die over de ‘nulstand’ voor wilde zwijnen. De drang om wilde dieren uit te moorden lijkt in het DNA van provinciebestuurders verankert.
Op 23 januari 2025 herinnert de advocaat van de provincie de Raad van State aan dit hoger beroep, omdat de uitspraken ”van groot belang” zijn voor de nieuwe Faunabeheerplannen waar de jagers aan werken.
De zitting was op 19 mei. De Raad van State heeft de uitspraak verschillende keren uitgesteld. De uitspraak zou nu in het eerste kwartaal 2026 zijn.
mei 13, 2025
Op 7 april 2025 laat staatssecretaris van LVVN Jean Rummenie in een antwoordbrief aan Varkens in Nood weten dat de NVWA ziet dat het aantal niet-transportwaardige varkens bij de aanvoer op slachthuizen daalt. ”Dat komt onder andere voort uit de aanscherping van normen en voorwaarden voor het vervoer van lichtgewonde of zieke varkens in 2021 en de daarmee gepaard gaande duidelijkheid voor ondernemers wat wel en niet is toegestaan …”
Volgens Trouw/Varkens in Nood legde de NVWA afgelopen jaar 293 boetes op voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. In 2023 waren het er 323.
Rummenie zegt: ”Het is dus de plicht en verantwoordelijkheid van de sector om alleen dieren te vervoeren die daarvoor geschikt zijn”. Maar de sector was in 2021 helemaal niet blij met de aanscherping van de regels. De NVWA zou strenger keuren dan de EU-regels.
Op 9 juli 2021 informeerde de NVWA de POV, Vee & Logistiek Nederland en LTO per 1 augustus de richtsnoeren toe te zullen passen en alleen ‘helemaal gave’ dieren voor export goed te keuren. Verder kondigde de NVWA aan met ingang van oktober ook voor binnenlands veetransport te handhaven op basis van de EU-richtsnoeren. Dat betekende in principe nultolerantie.
Aanleiding voor de aangepaste werkwijze omtrent de zogenaamde ‘oranje dieren’ was een uitspraak van het Veterinair Beroepscollege van 4 juni 2021 in de zaak die Animal Rights had aangespannen tegen NVWA-dierenartsen over een geschil bij keuringen van varkens in Nederland voor slachthuizen in België. Het ging hierbij over zeugen die in 2016 in België waren aangevoerd en waarvan de Belgische dierenartsen vonden dat deze niet vervoerd hadden mogen worden. Het betrof vier dierenartsen die in opdracht van de NVWA de keuring uitvoerden. Het Veterinair beroepscollege stelde Animal Rights in het gelijk en de dierenartsen werden berispt voor het certificeren van de niet-transportwaardige varkens.
Lees ook: HISTORISCHE OVERWINNING VOOR ZIEKE VARKENS OP TRANSPORT: NVWA DIERENARTSEN HEBBEN ONJUIST GEHANDELD
In juni 2022 won Animal rights de zaak ook bij de rechter. De minister van LNV (de NVWA) moest een nieuw besluit nemen wat uiteindelijk resulteerde in een last onder dwangsom voor een transporteur.
Lees ook: WINST! NVWA MOET OORDEEL OVER ZIEKE VARKENS OP TRANSPORT HERZIEN
En: DOOR ONWIL EN GETREUZEL VAN DE NVWA ONTSPRINGEN DIERENMISHANDELAARS DE DANS
In maart 2023 kondigde de NVWA aan dat dieren die licht gewond of ziek zijn, en waarvoor het vervoer mogelijk extra lijden veroorzaakt, per 3 april 2023 niet meer worden gecertificeerd door de NVWA-dierenarts. ”Reden voor deze aanscherping is voortschrijdend inzicht en nieuw wetenschappelijk onderzoek rondom transport en dierenwelzijn van varkens en runderen. De NVWA ziet dat de sector op diverse locaties onvoldoende kritisch kijkt naar de transportwaardigheid van dieren die zij willen vervoeren naar het buitenland. Deze aanscherping moet ervoor zorgen dat het risico op inbreuk van dierenwelzijn tijdens het transport wordt verlaagd.”
Rummenie geeft in zijn brief van april 2025 verder aan dat bij recidivisten boetes al verhoogd kunnen worden tot een maximum van 10.500 euro, dat de NVWA naast boetes ook kan overgaan tot schorsen of intrekken van vergunningen of het bewijs van vakbekwaamheid. Ook strafrechtelijke vervolging van ernstige dierenwelzijnsmaatregelen is reeds mogelijk. De NVWA werkt bij transporteurs met een verscherpt toezichtbeleid (VeTo). Het wordt toegepast als een vervoerder minimaal vier keer een overtreding met de classificatie ‘zwaar’ heeft begaan. Verder onderzoekt LVVN of het ‘3-strikes-out’ principe ook toegepast kan worden bij transport. De NVWA kijkt hoe men het toezicht kan versterken.
Uit dit alles blijkt vooral dat na aanscherping op aanscherping van de regels sinds 2021 er nog steeds kreupele dieren op transport worden gezet en dat de sector – veeboeren, verzamelcentra & transporteurs – dus gewoon niet wil luisteren en dat de maatregelen van de NVWA niet afschrikwekkend genoeg zijn om dat af te dwingen.
Dat er geen enkele zelfreflectie is binnen de veetransportsector blijkt wel uit het feit dat veevervoerder Tivac uit Roosendaal in beroep is gegaan tegen de toewijzing van Animal Rights’ handhavingsverzoek en daarmee de aan Tivac opgelegde last onder dwangsom voor het vervoer van kreupele varkens, niet één keer, maar tenminste acht maal. De zitting vindt plaats op 21 mei om 11:00 in Den Haag.
Update: Op 16 mei vernemen we dat TIVAC het hoger beroep heeft ingetrokken. Dat betekent dat de zitting 21 mei niet doorgaat en het betekent dat de last onder dwangsom blijft staan.
Update
In 2024 voerde de NVWA 286 inspecties uit op transportwaardigheid. Hiervan waren er 216 akkoord en 70 niet akkoord, dat is bijna een kwart. 1 In totaal constateerde de NVWA 88 overtredingen. Daarbij ging het 26 keer om dieren die niet geschikt waren voor het transport. Dit waren voornamelijk volwassen runderen. In 2 gevallen betrof het een kalf en in 1 geval betrof het een paard. De meeste dieren waren niet transportwaardig omdat ze niet pijnloos konden voortbewegen. 2 dieren konden zich niet pijnloos voortbewegen en hadden een open wond.
De inspecties vonden plaats bij de aanvoer op slachthuizen en bij de aan- en afvoer op verzamelcentra en tijdens het transport van de dieren.
Uiteindelijk werden de volgende interventies toegepast:
– 10 mededelingen ter plaatse;
– 33 officiële waarschuwingen;
– 24 rapporten van bevindingen, op basis hiervan kan een bestuurlijke boete of maatregel worden opgelegd;
– 4 processen-verbaal, deze worden ingediend bij het Openbaar Ministerie (OM) en kunnen leiden tot een strafrechtelijke vervolging.
mei 12, 2025
Eind maart erkende de gemeente Katwijk dat het afmaken van 7 geiten (dit bleken er later 9 te zijn) in het Panbos ”niet volgens de geldende wet- en regelgeving is verlopen”. De gemeente heeft het in haar verklaring echter nog steeds over ”inslapen”, ”euthanasie” en een beslissing ”genomen vanuit zorg voor de dieren”. Van al deze termen is alleen sprake als er bij alle geiten sprake was van ondragelijk lijden zonder uitzicht op herstel. Zo niet, dan gaat het om moord.
Lees ook: Het misbruik van de term euthanasie bij dieren
Van de voorwaarden om te kunnen spreken van euthanasie lijkt in Katwijk geen sprake te zijn. De gemeente komt niet verder dan dat ”de leeftijd en gezondheid van de dieren een doorslaggevende rol bij het besluit” speelden, dat de geiten ouder waren dan veertien jaar en niet meer in goede conditie verkeerden en dat verplaatsing van de dieren tot extra stress zou leiden.
De kop boven een artikel uit de lokale krant ‘Alles over Katwijk; van begin januari lijkt de feiten dichter te benaderen: ”Geiten in Panbos geruimd”. Het lijkt het er meer op dat de geiten in de weg zaten. Navraag bij de gemeente leerde destijds al dat de zeven overgebleven geiten in december 2024 mede waren afgemaakt vanwege de geplande overdracht van het Panbos aan waterwinbedrijf Dunea. Deze overdracht is vertraagd vanwege juridische procedures.
Er wordt nog een andere reden genoemd waarom de gemeente van de dieren af wilde: ”Vanwege de overdracht wordt alleen het hoognodige onderhoud gepleegd om het Panbos veilig toegankelijk te houden. Door pensionering zal de personele bezetting aanzienlijk minder zijn. Hiermee ontstaat een situatie waarin de zorg voor de dieren niet kan worden gegarandeerd.”
Een ”deskundige” zou de beslissing voor de gemeente hebben genomen.
Animal Rights wil graag weten wie die ‘deskundige’ is en waaruit zijn of haar kwalificaties bestaan. Ook wil de dierenrechtenorganisatie weten door wie de dieren zijn afgemaakt en op basis van welke veterinaire rapporten dat is gebeurd.
Animal Rights heeft een melding gedaan bij de NVWA. Wanneer een dierenarts de dieren heeft afgemaakt, sluit Animal Rights een klacht bij de Veterinair Beroepscollege niet uit.
Update
Op vrijdag 7 mei 2025 laat de NVWA het volgende weten:
“Naar aanleiding van uw melding heeft een van onze inspecteurs de situatie onderzocht. Tijdens het onderzoek heeft de inspecteur de door u gemelde overtreding waargenomen. Daarom heeft de NVWA opgetreden tegen de beklaagde/het bedrijf. Vanwege wetgeving, onder andere over privacy, worden details over het uitgevoerde onderzoek en de genomen maatregelen niet gedeeld. Wij vragen daarvoor uw begrip. Uw melding heeft ervoor gezorgd, dat de NVWA kon optreden tegen het bedrijf. Wij bedanken u daarom voor de moeite die u heeft genomen om de situatie bij ons te melden.”
Animal Rights vindt het prima dat “beklaagde/het bedrijf” niet vermeld wordt, maar dat men vanwege “privacy” weigert openheid te geven over de uitkomst van het onderzoek en welke maatregelen er zijn genomen, is niet acceptabel. De NVWA kent een lange geschiedenis van laks en slap optreden; Animal Rights wil daarom ook in deze zaak weten of er daadkrachtig en effectief afschrikwekkend is opgetreden, of dat de moord op zeven geiten heeft geleid tot niet meer dan een tik op de vingers of nog minder.
Op 13 mei komt de NVWA met een rectificatie. De melding is doorgezet naar de (dieren)politie. Dit heeft te maken met de werkverdeling tussen de politie en de NVWA. Meldingen die geen betrekking hebben op een primair bedrijf – fokken, telen, slachten, visvangst, oogsten etc – worden doorgezet naar de politie. Het is nu afwachten of de dierenpolitie aan terugkoppeling doet.
Wat doen gemeentes die zich vanwege hun eigen discutabele handelswijzen in het nauw gedreven voelen? Ze gaan over tot geheimhouding. Het college deed intern onderzoek, maar dat rapport is geheim. Ook de beantwoording van eerder gestelde vragen door het CDA is niet openbaar gemaakt. Er is geen dierenartsverklaring, geen officieel besluit, geen financiële onderbouwing en ook het landelijke oormerkregister is niet geraadpleegd. Het college erkende dat er fouten zijn gemaakt, maar niet door wie, of waarom er niet is ingegrepen.
Tijdens een hoorzitting op 18 juni 2025 gaf de bezwaarcommissie het college opdracht om het onderzoek opnieuw te doen. Of dat dat onafhankelijk en openbaar gaat gebeuren is nog maar de vraag.
Het college van B&W in Katwijk moet zich diep schamen.
Op 9 juli 2025 kopte het Leidsch Dagblad ‘Zijn de Katwijkse geitjes voor niks afgemaakt? Overdracht Panbos aan Dunea voorlopig van de baan’. Uit een passage in de Katwijkse voorjaarsnota blijkt dat de overdracht van het Panbos aan drinkwaterbedrijf Dunea is uitgesteld tot minstens 2027.De gemeente Katwijk had al in 2020 een overeenkomst met Dunea voor de verkoop van dit gebied. Ze had de verkoop zelfs al ingeboekt als financieel meevallertje in haar begroting voor 2025, zo meldt de krant.
De vertraging wordt veroorzaakt door een juridische strijd over veertien militaire barakken vlakbij het Panbos. Om de bevolkingsgroei in Zuid-Holland bij te houden, moet Dunea jaarlijks 7 miljard liter extra drinkwater winnen. Daarom heeft ze haar zinnen gezet op het Panbos. Maar voordat ze daar aan de slag kan, zal ze eerst een deel van de militaire barakken naast het bos moeten slopen. Daarover is al jarenlang een juridische strijde gaande. Erfgoedorganisaties als het Cuypersgenootschap willen de barakken behouden en zijn daarom naar de Raad van State gestapt. De hoogste bestuursrechter oordeelde in 2023 dat slechts een beperkt aantal van de barakken tegen de vlakte mocht, maar daar nam geen van de betrokken partijen genoegen mee. De Raad van State heeft het hoger beroep in behandeling genomen, maar nog geen uitspraak gedaan.
Daarmee komt Animal Rights tot de conclusie dat de moord op de 7 geiten niet alleen moreel verwerpelijk is, maar ook voorbarig was. Met de juiste verzorging hadden de zeven geiten nog minstens twee jaar langer in het vertrouwde bos kunnen blijven en mogelijk hun leven uitleven.
Op woensdag 23 juli 2025 informeerde het Katwijkse college de gemeenteraad over de uitkomst van het onderzoek van het OM naar het afmaken van 7 geiten in het Panbos. Het OM stelde vast dat er geen kwade opzet was, maar dat de procedure wel strafbaar is.
Animal Rights vraagt zich af hoe je 7 levende, voelende wezens afmaakt zonder “kwade opzet”.
Het college van burgemeester en wethouders in Katwijk besloot vervolgens om aangifte te doen: “Als een medewerker in dienst van de gemeente Katwijk strafbaar handelt volgens de wet, hoe onbewust of goedbedoeld ook, kunnen we dat niet aanvaarden”.
Op 12 augustus 2025 heeft fractievoorzitter Jaap Haasnoot van KiesKatwijk in een uitvoerige brief aan alle raadsleden bevestigd dat de betrokken boswachter in de geitenkwestie in het Panbos – zijn broer – zelf de zeven dieren heeft geruimd. Volgens hem was dit een noodgreep, een wanhoopsdaad, ‘op de meest verantwoorde wijze’ en ‘het moeilijkste dat hij in zijn leven heeft moeten doen’. Haasnoot verwijt het college van burgemeester en wethouders dat het de zaak onnodig heeft geëscaleerd en een medewerker publiekelijk heeft geslachtofferd. Een dag later trekt het raadslid zich terug uit het politieke debat over het Panbos.
Op 30 september 2025 wordt een extra raadsvergadering ingelast om de zaak te bespreken. Een dag eerder worden ook alle ‘geheime’ documenten openbaar gemaakt. Het blijkt om 9, niet 7, geiten te gaan. De boswachter, die al 23 jaar het Panbos beheerde en de geiten heeft gedood, beweert dat hij heeft gehandeld uit mededogen: de dieren leden pijn, er was geen uitzicht op zorg, en hij stond er alleen voor.
De aangifte tegen de boswachter is logisch. Hij heeft de dieren op eigen houtje met een luchtbuks doodgeschoten in strijd met de wet- en regelgeving én in strijd met respect voor de levens van anderen.
Dat de boswachter handelde uit goede intenties, is onzin; moord uit goede intenties bestaat niet. Ook als er sprake is van algeheel bestuurlijk falen, doet dat daar niets aan af.
Een zeer algemene conclusie moet zijn dat daar waar dieren gevangen worden gehouden, ze uiteindelijk de klos zullen zijn.
Het geknoei dat we zo goed kennen uit de gemeentepolitiek overal in het land, gaat ook in Katwijk onverminderd door. Naar nu pas – juli 2026 – blijkt, wordt de boswachter tegen wie de gemeente Katwijk aangifte deed vanwege het afmaken van zeven geiten in het Panbos, niet vervolgd. De zaak bleek al in augustus 2025 te zijn afgedaan door het Openbaar Ministerie, maar het college en de betrokken oud-medewerker raakten daarvan pas bijna een jaar later op de hoogte.