mei 10, 2025
Animal Rights, Faunabescherming en Fauna4Life stonden vrijdag in de rechtbank tegenover de provincie Gelderland die een wolf wil laten executeren die een hardloper gebeten zou hebben. Na een drie uur durende zitting bij de Rechtbank Arnhem volgde op 9 mei 2025 uiteindelijk geen uitspraak.
Lees ook: ANIMAL RIGHTS MAAKT BEZWAAR TEGEN AFSCHOT WOLF OP VELUWE
De stand van zaken is nu als volgt:
- Uiterlijk komende dinsdag om 12 uur ’s middags krijgen de rechter en de partijen die de wolf verdedigen een kort rapport in lekentaal, waarin de provincie moet bewijzen dat het onmogelijk is dat het hier om de vaderwolf van een roedel gaat;
- Die verdere dinsdag krijgen Animal Rights, Faunabescherming en Fauna4Life de tijd om hiernaar te kijken, er op te reageren en om eventueel een vervolgzitting aan te vragen;
- Op woensdag kijkt de rechter naar alle nieuw ingediende stukken en aanvragen;
- Donderdag beslist de rechter of er, indien daar behoefte aan is, een nieuwe zitting komt. Zo ja, dan zal die zo snel mogelijk plaatsvinden; Komt er geen nieuwe zitting, dan volgt vrijdag de uitspraak; Tot de uitspraak er is, wordt de afschotvergunning niet gebruikt.
De rechter wilde overigens niet zelf de provincie Gelderland verbieden om de wolf deze week al af te schieten. ”Die verantwoordelijkheid wil ik niet dragen. Ik wil dat de provincie hier voor in staat.” 1De jurist van de provincie stribbelde in eerste instantie tegen, maar zei het tenslotte toch toe. Dat betekent dat deze vergunning in ieder geval tot (en met) vrijdag niet gebruikt mag worden.
Andere, minder drastische, maatregelen
Voor het Nationale Park Hoge Veluwe (NPHV) draait het vooral om geld. De inkomsten van de bezoekers zouden nodig zijn voor het park, maar negatieve publiciteit door te veel incidenten met wolven zou ook de bezoekersaantallen drastisch omlaag brengen. Een minder ingrijpende maatregel als het (deels) afsluiten van het park zien NPHV en Gelderland daarom niet zitten.
Men beweert daarnaast dat dat geen zin heeft omdat de wolf het omheinde park in en uit zou lopen. Niemand kan bevestigen dat dit voor deze wolf opgaat.
De rechter lijkt bang te zijn dat er opnieuw een incident plaatsvindt als het park later opnieuw open gaat.
Animal Rights en Faunabescherming vinden dat er nog veel te weinig geprobeerd is om incidenten op een andere manier te voorkomen, terwijl dat in een andere zaak wel heeft gewerkt. Vorig jaar had in Den Treek op de Utrechtse Heuvelrug wolf Bram belangstelling voor honden. De maatregelen die daar toen uiteindelijk zijn genomen, zoals het gedeeltelijk afsluiten van het gebied voor bezoekers en een hondenaanlijngebod, zijn effectief gebleken.
Op NPHV is, naast wat flyeren, niets geprobeerd. Bezoekersaantallen worden niet begrensd. Er worden geen risicogebieden afgesloten. Het is nog altijd niet verboden om te hardlopen of te fietsen in het wolventerritorium – activiteiten die een wolf kunnen triggeren – of om voedsel mee naar binnen te brengen.
Provincie Gelderland beweert, gefrustreerd, dat de natuurorganisaties effectieve handhaving (paintballen) tegen de wolf hebben tegengewerkt met eerdere rechtszaken. De rechter wijst de provincie terecht: “De rechters hebben destijds gezegd: het kan misschien wel, maar de vergunning is niet goed gemotiveerd. De provincie moest het beter onderbouwen.” Met andere woorden: de provincie moet simpelweg beter zijn huiswerk doen.
De rechter vraagt vervolgens of paintballen nu kansloos is. Provincie ‘deskundige’ Erwin van Maanen zegt dat dit niet zo is.
Wie is wolf GW4655M?
De provincie beweert dat het hier gaat om een wolf die in 2022 geboren zou zijn en concludeert daaruit dat het nooit de partner kan zijn van een zwangere wolvin die op camerabeelden in het park is waargenomen. Dit is in de eerste plaats relevant omdat het afschieten van een reproducerende wolf een te grote impact heeft op de staat van instandhouding van de wolf in Nederland, die al niet gunstig is.
Ten tweede wordt er gesproken over onnatuurlijk en agressief probleemgedrag. Als deze wolf een zwangere wolvin of welpen beschermt is het gedrag gewoon natuurlijk.
Ook is het mogelijk dat er in de buurt eerder gedode kadavers lagen en dat de wolf gewoon zijn voedsel wilde beschermen.
Er blijft ook onduidelijkheid over de relatie tussen deze wolf en het bijtincident enerzijds en de roedel en de weinig schuwe wolf of wolven uit 2022 aan de andere kant.
Als dit de weinig schuwe wolf uit 2022 is, hoe kan het dan dat de wolf in 2023 en 2024 mensen niet actief heeft opgezocht? Dat wil ook de rechter graag weten.
Er heerst onduidelijkheid over het DNA-bewijs waaruit zou moeten blijken dat deze wolf een afstammeling is van het vaderdier van de roedel op NPHV. Was dat het geval dan is het theoretisch mogelijk dat dit dezelfde wolf is die in 2022 als jonge welp mensen opzocht. Met DNA-bewijs zou dat eventueel te verifieren zijn, maar NPHV deelt de DNA-gegevens van de wolven op het park niet met de landelijke monitoringsorganisatie Bij12.
Het niet delen van informatie breekt NPHV nu op. NPHV beweert dat met 500 camera’s dit een van de best gemonitorde gebieden van Nederland is. “Maar,” zegt de rechter, “Ik heb die informatie allemaal niet, en dat maakt het lastig.”
Een van de toeristen die recent op het park een wolf van dichtbij zag, stelt dat dit een ander dier was dan de wolf die de hardloopster aanviel. Volgens hem zag het dier op de foto die bij de hardloopster is gemaakt er heel anders uit dan de wolf die hij zelf zag. Volgens Van Maanen moet de verklaring van deze toerist niet al te serieus worden genomen. Hoe serieus moeten we de andere ooggetuigenverslagen dan nemen?
De staat van instandhouding
Bij het besluit van Gelderland zit ook een rapport van Stichting Wildaanrijdingen – jagers die aangereden dieren afmaken – waarin beweerd wordt dat er sprake is van een gunstige staat van instandhouding van de wolf. Formeel is dat echter niet het geval. Een gunstige staat van instandhouding is niet bereikt. Dat wil de rechter graag even vast stellen. Van Maanen draait er in zijn rapport omheen, maar moet het in de rechtszaal bevestigen.
Draagvlak
Van Maanen vindt afschot blijkbaar in het belang van het draagvlak voor de wolf in de samenleving. ”Want als het fout gaat, gaat het ook fout met het draagvlak voor de wolf in Nederland.” Maar is dat een wettelijke grond om een wolf voor af te maken?
Vrijdag 16 mei uitspraak?
De rechter deed dus geen uitspraak. Ze zegt dat ze nog niet alles begrijpt. Dan gaat het bijvoorbeeld over de vraag of deze wolf al dan niet de vader van de nieuw geboren welpen kan zijn. Daarnaast wil ze meer duidelijkheid over waarom het afschieten zo snel nodig is.
Volgens de rechter moet het lukken om komende vrijdag uitspraak te gaan doen. Dan moet wel alle nieuwe informatie binnen zijn.
Animal Rights hoopt dat de rechter afziet van het tekenen van het doodsvonnis van deze wolf. Wat er nodig is, is een cultuur ten opzichte van wilde dieren die gericht is op samenleven. Wilde dieren hebben evenveel recht om hier te zijn en moeten niet worden afgemaakt om het recht van de mens op recreatie in natuurgebieden te beschermen. Natuur is geen pretpark, maar een leefgebied dat we delen met andere soorten. In plaats van afschot moet worden ingezet op voorlichting, preventie en respectvolle co-existentie.
mei 8, 2025
Op 29 april 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de methode van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) om vangletsel bij pluimvee vast te stellen naar de prullenbak verwezen. De dierenartsen van het NVWA tellen bloedingen van drie centimeter en groter met een donkerrode tot paarse kleur bij de geplukte karkassen aan de slachtlijn. Het CBb oordeelde dat deze methode onvoldoende bewijs oplevert van vangletsel, omdat het letsel ook bij het transport of op het slachthuis zelf zou kunnen zijn ontstaan. De methode van de NVWA is namelijk gebaseerd op aannames over de kleur en grootte van bloedingen en is niet wetenschappelijk gevalideerd. Ook de manier van tellen van het letsel en het rapporteren door de toezichthoudend dierenartsen schieten tekort.
De NVWA meldt zelf dat ze nu grote zorgen heeft over het welzijn van pluimvee dat naar de slacht gaat. Deze uitspraak geeft pluimveehouders, vangploegen en transporteurs een vrijbrief om de dieren in hun macht zo zwaar te mishandelen als hen uitkomt. Bij gebroken poten en vleugels en andere verwondingen kan men immers naar elkaar en het slachthuis wijzen.
Er is zelden toezicht bij het vangen van pluimvee en nauwelijks controle op binnenlandse transporten. Zonder bewijs van wie precies de dader is, volgen er geen boetes, is het resultaat van deze CBb-uitspraak. Animal Rights is benieuwd hoe de NVWA nu gaat trachten de terreur tegen kippen, eenden en kalkoenen te voorkomen.
Een aantal opties – zolang de slavernij van en massamoord op gevogelte nog legaal is – liggen voor de hand:
- De NVWA moet handhaven op 0% vangletsel in plaats van 1 of 2%.
- Vogels mogen alleen nog rechtop gevangen worden.
- Lagere bezettingsgraden in de stallen en in de kratten.
- Alleen pluimveetransporten bij temperaturen tussen de 10 en 20 graden.
- Intensieve controles bij het vangen van pluimvee (vooraf datum en tijd aanmelden).
- Intensieve controles van transporten (ook via tacho en temperatuursensors).
- De slachthuizen moeten controleren op verminkte dieren, deze publiekelijk rapporteren en mogen de boer niet betalen voor dieren met letsel.
Het belangrijkst is natuurlijk dat deze misselijkmakende industrie wordt beëindigd. De consument moet doordrongen worden van zijn of haar bloedschuld. De winkels liggen vol met alternatieven, dus wie nog kippenvlees eet kiest bewust voor dierenleed. Je bent een moreel monster als je deze praktijken in stand houdt door vlees en eieren te eten.
Uitspraken:
ECLI:NL:CBB:2025:266
ECLI:NL:CBB:2025:267
ECLI:NL:CBB:2025:268
ECLI:NL:CBB:2025:269
Reactie NVWA: https://www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2025/05/01/nvwa-zorgen-over-welzijn-pluimvee-beboeten-van-letsel-niet-meer-mogelijk
Update – Vangletsel in 2024 en de stand van zaken
In 2024 zijn er 357 overtredingen met betrekking tot vangletsel geconstateerd. De gegevens uitgesplitst per land en diersoort zijn als volgt:
Nederland – totaal 61 overtredingen (vleeskuikens 60, eenden 1).
Duitsland – totaal 243 overtredingen (vleeskuikens: 240; moederdieren/leghennen: 3).
België – totaal 50 overtredingen (vleeskuikens: 48; moederdieren/leghennen: 2).
Frankrijk – totaal 2 overtredingen (vleeskuikens: 2).
Denemarken – totaal 1 overtreding (vleeskuikens: 1). 1
Overtredingen voor vangletsel bij pluimvee (indien >1% vangletsel in een koppel) werden in 2024 volgens het Algemene Interventiebeleid afgedaan met een boete. Dit geldt alléén voor Nederlandse overtreders. In 2024 zijn er 60 boeterapporten opgesteld bij vleeskuikens en 1 boeterapport opgesteld bij eenden. Bij al deze overtredingen zijn zowel de pluimveehouder als de verantwoordelijke vangploeg beboet.
Voor buitenlandse overtreders wordt een melding via het National Contact Point Animal Welfare verstuurd naar de betreffende lidstaat. Aan de hand van de door de NVWA verstrekte gegevens kunnen de lidstaten verder actie ondernemen tegen de overtreders.
Omdat het College voor Bezwaar en Beroep in april 2025 geoordeeld dat met de methodiek die door de NVWA gehanteerd wordt voor het vaststellen van vangletsel niet bepaald kan worden op welke plek in de keten het vangletsel is ontstaan, heeft de NVWA voor alle overtredingen die zich nog in het juridische traject bevinden de opgelegde boete herroepen en de procedure afgebroken. De NVWA beraadt zich op een alternatieve handhavingsmethode die ervoor moet zorgen dat het welzijn bij pluimvee geborgd blijft. Monitoring vindt nog steeds plaats, maar interventies blijven achterwege.
Update – op naar 0% vangletsel
Ook de NVWA lijkt nu in te zetten op handhaven op 0% vangletsel, want op 15 juli 2025 plaatste de NVWA op haar website een artikel met de titel ‘Naleefmeting: pluimvee kan zonder letsel gevangen en vervoerd worden’. 2 In mei van dit jaar controleerden inspecteurs bij 16 slachthuizen hoe vaak letsel voorkwam bij pluimvee. Bij bijna 10% van de steekproeven is geen letsel geconstateerd.
De NVWA controleerde in totaal 91 koppels pluimvee. Een koppel is alle dieren uit 1 stal. Bij 77 koppels werd bij minder dan 1% van de gecontroleerde dieren letsel vastgesteld. Bij 8 koppels lag het percentage letsel tussen 1 en 2%. Bij de overige 6 koppels was dat bij meer dan 2% van de dieren. Dat is 6,6% van het totaal.
Sinds 2024 legde de NVWA pluimveehouders en vangploegen een boete op als bij meer dan 1% van de dieren in een koppel letsel werd geconstateerd. Tot 2024 lag de handhavingsgrens op 2% letsel. Echter de rechter oordeelde onlangs dat de manier van beoordelen door de NVWA onvoldoende bewijst dat het letsel alléén is ontstaan bij het vangen. Dat zou ook tijdens transport of in het slachthuis kunnen zijn gebeurd. Omdat volgens de rechter niet duidelijk is wanneer het dier gewond is geraakt, kan de NVWA niet vaststellen wie voor de overtreding moet worden beboet.
Update
Uit feitelijke vragen die op 23 april 2026 werden beantwoord bij de begroting van het landbouwministerie blijkt dat door de NVWA in 2025 en het eerste kwartaal van 2026 niets gedaan werd met vangletsel. Vangletsel – geconstateerd in het slachthuis – blijft op dit moment onbestraft:
“De NVWA heeft geen maatregelen voor vangletsel kunnen opleggen. Dit door een uitspraak van het CBb over de controlemethode van de NVWA.” 3
Animal Rights vindt het onacceptabel dat dit een jaar na de uitspraak nog altijd niet hersteld is.
mei 8, 2025
Mr. Hester Boers behaalde in 2024 cum laude haar meestertitel aan de Open Universiteit. Ze verdedigde met succes haar scriptie ‘Stem voor de stemlozen: de dierenactivist als ‘social watchdog’, Een onderzoek naar de verhouding tussen strafrechtelijke vervolging naar aanleiding van het opsporen en publiceren van misstanden in de veehouderij en het recht op vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM’ van 19 juli 2024.
Ze publiceerde er ook een artikel over getiteld ‘De dierenactivist als ‘social watchdog’: blaffen mag, bijten niet?, Over de verhouding tussen strafrechtelijke vervolging van dierenactivisten en het recht op vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM’.
Artikel 10 EVRM gaat over het recht op vrije meningsuiting (en haar beperkingen).
Animal Rights adviseur Erwin Vermeulen was een van de geïnterviewden voor het onderzoek voor de masterscriptie.
De vraagstelling voor haar scriptie was drieledig:
Is dierenwelzijn een onderwerp van maatschappelijk belang en kan een publieke waakhond bijdragen aan het maatschappelijke debat hierover?
Kunnen dierenactivisten, bij het verzamelen en delen van informatie over misstanden in de veehouderij met het publiek, als ‘social watchdog’ worden aangemerkt en daardoor bijzondere bescherming genieten onder het recht op vrije meningsuiting?
In hoeverre is strafrechtelijke vervolging van deze dierenactivisten in strijd met het recht op vrijheid van meningsuiting?
Maatschappelijk belang
Er zijn veel misstanden binnen de vee-industrie. Dat blijkt niet alleen uit de beelden, onderzoeken en publicaties van en door dierenrechtenorganisaties, maar ook uit wetenschappelijk onderzoek en inspecties door de NVWA.
Vooral de beelden gepubliceerd door dierenrechtenorganisaties leiden tot maatschappelijke en politieke discussies over dierenwelzijn, wat regelmatig resulteert in handhavingsmaatregelen of zelfs wijzigingen in wet en regelgeving.
Hester Boers concludeert:
“Dierenwelzijn is in wet- en regelgeving niet sterk afgebakend vanwege de vele open normen en uitzonderingen. Daarom is het niet eenvoudig om af te leiden aan welke norm moet zijn voldaan om het welzijn van dieren in de veehouderij te waarborgen. Dit maakt toezicht en handhaving niet uniform. Daarnaast zorgen tegenstrijdige belangen binnen de toezichthoudende instantie voor gebrekkige handhaving van dierenwelzijnsregels. Op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten wordt door wetenschappers geconcludeerd dat dierenwelzijn meer inhoudt dan uit artikel 1.3 lid 3 Wet dieren blijkt. Burgers zijn van mening dat dierwelzijn in de veehouderij niet te waarborgen is. Dit standpunt nemen zij in ondanks dat informatie over de praktijk in de veehouderij hen vaak nauwelijks bereikt. En als dit wel vanuit de sector of de overheid gebeurt, betreft het vaak eenzijdige, uit economisch belang gedreven informatie. Ook vinden burgers dat de overheid hen te weinig informeert over dierenwelzijn in de veehouderij. Samenvattend is te stellen dat dierenorganisaties niet enkel een privébelang dienen bij het opsporen van misstanden en het delen van informatie daarover met het publiek. Dierenwelzijn is dus een onderwerp van maatschappelijk belang, en een publieke waakhond kan bijdragen aan het maatschappelijke debat hierover.”
Wie geniet er bescherming als ‘pers’?
Het recht op vrijheid van meningsuiting omvat het recht om een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van het openbaar gezag en ongeacht grenzen.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is dit een essentieel onderdeel van een democratische samenleving en een basisvoorwaarde voor de ontwikkeling van die samenleving als geheel en voor ieder individu.
De pers speelt daarbij een essentiële rol. Het EHRM erkent dat niet alleen de ‘gevestigde’ media en ‘professionele’ journalisten tot ‘pers’ moeten worden gerekend, maar dat ook belangenorganisaties, actiegroepen en non-gouvernementele organisaties, die bijdragen aan het publieke debat over zaken van algemeen belang, zijn aan te merken als ‘social watchdog’ en daarom op één lijn gesteld moeten worden met de pers.
Het belang van de informatie ten behoeve van het publieke belang staat centraal, de hoedanigheid van de boodschapper is daarbij van minder grote relevantie.
Hester Boers concludeert:
”Met betrekking tot de vraag of dierenactivisten, bij het verzamelen en delen van informatie over misstanden in de veehouderij met het publiek, als ‘social watchdog’ kunnen worden aangemerkt en daardoor bijzondere bescherming genieten onder artikel 10, lid 1 van het EVRM, overweeg ik het volgende. Het recht op vrijheid van meningsuiting wordt door het Hof ruim uitgelegd; in principe vallen alle uitingen via elk medium hieronder. In geval van journalistieke uitingen geldt dat ook onderzoeksactiviteiten ten behoeve van nieuwsgaring hieronder vallen. Het Hof heeft veelvuldig erkend dat de rol van ‘watchdog’ niet alleen aan de pers toekomt, maar bijvoorbeeld ook aan actiegroepen die met hun uitingen een onderwerp van maatschappelijk belang delen. Dierenactivisten kunnen derhalve worden aangemerkt als ‘watchdog’ en daardoor een bredere bescherming genieten onder artikel 10 EVRM bij onderzoeksactiviteiten ten behoeve van en publicatie over misstanden in de veehouderij.”
”Alles overziend vallen (individuen van) dierenorganisaties, indien zij met hun acties een bijdrage leveren aan het publieke debat, onder de paraplu van de pers als het gaat om het recht op vrijheid van meningsuiting en genieten zij dan dus ook dezelfde ruime bescherming als de pers.”
Strafrechtelijke vervolging
Het recht op vrije nieuwsgaring is een grondrecht, maar de strafwet moet in beginsel worden gerespecteerd bij journalistieke activiteiten. Een afweging moet worden gemaakt of de specifieke omstandigheden van een zaak maken dat het maatschappelijk belang van het openbaar maken van de informatie opweegt tegen het belang dat door een strafbepaling wordt beschermd. De journalistieke vrijheid van meningsuiting is ruim, maar niet onbeperkt.
De vee-industrie en hun handlangers typeren de wijze waarop dierenrechtenorganisaties hun beelden en informatie verkrijgen regelmatig als strafbare feiten, zoals huis- of erfvredebreuk (art. 138 Wetboek van Strafrecht (Sr)), het maken van opnames in niet-publieke ruimtes (art. 139f Sr) en doxing (art. 285d Sr) of smaad (art. 261 Sr).
De vee-industrie en de rechter flank van de politiek roepen dan ook met enige regelmaat op om strenger op te treden tegen dierenactivisten.
Een strafrechtelijke vervolging valt onder ‘sancties’ in de zin van artikel 10 lid 1 EVRM, en vormt daarom een inperking van het recht op vrijheid van meningsuiting. Het recht op vrije meningsuiting wordt regelmatig beperkt – al dan niet terecht – ter voorkoming van wanordelijkheden en strafbare feiten en ter bescherming van de goede zeden en de goede naam en de rechten van anderen.
De beperkingsvoorwaarden uit artikel 10 lid 2 EVRM houden in dat de beperking bij wet moet zijn voorzien, een legitiem doel dient, en noodzakelijk is in een democratische samenleving.
Het begrip ‘noodzakelijk’ vereist dat de beperking voortkomt uit een dringende maatschappelijke behoefte. Daarnaast moet worden beoordeeld of de mate van inmenging in verhouding staat tot het legitieme doel dat daarmee wordt nagestreefd (proportionaliteit).
Hester Boers ziet vijf relevante categorieën waaraan bij strafrechtelijke vervolging van activisten naar aanleiding van het verzamelen en publiceren van misstanden in de veehouderij zal worden getoetst: (1) het maatschappelijk belang van de publicatie, (2) de hoedanigheid en eerdere uitlatingen van de betrokkene, (3) de wijze waarop de informatie is verzameld en de waarheidsgetrouwheid ervan, (4) de aard en de ernst van de aantasting van de belangen als gevolg van de uiting, en (5) de ernst en aard van de beperking, waarbij ook de subsidiariteitseis een rol speelt.
Over het maatschappelijk belang van discussie op het gebied van hoe ‘we’ met dieren omgaan hebben we het reeds gehad.
De vee-industrie is een sector waar maatschappelijke discussie over gevoerd wordt en personen die in die sector werkzaam zijn, zullen dus meer moeten dulden. Indien een veehouder zich in de media profileert, dan zal hij meer kritiek moeten verdragen. Het zelfde geld voor hen die gesubsidieerd worden met gemeenschapsgeld.
Een journalist/‘watchdog’ dient te goeder trouw, gebaseerd op feitelijke informatie en conform journalistieke ethische normen deel te nemen aan het publieke debat. Men dient zich in beginsel aan de strafwet te houden en wanneer men van mening is dat dit niet kan, moet de journalist aannemelijk maken dat het noodzakelijk was om de strafwet te negeren voor het bereiken van het na te streven doel.
De journalistiek moet verantwoord zijn. De informatie over de betrokkene moet correct en controleerbaar zijn. De beelden dienen duidelijk te zijn, tijd en plaats afleidbaar en de misstanden duidelijk in beeld. De belangen van de betrokkene moeten zijn afgewogen.
Naming-and-shaming kan een maatschappelijke functie hebben. Daarbij moet worden betrokken, of het om een persoonlijke aanklacht gaat, of dat het doel het bekritiseren van de praktijken in de vee-industrie in zijn algemeenheid is.
Hester Boers concludeert:
“Omdat alle omstandigheden van het geval een rol spelen en de afweging bij een conflict tussen het recht op privéleven en het recht op vrije meningsuiting uiterst zorgvuldig dient te geschieden, is het niet eenvoudig om algemene conclusies te trekken over mogelijke rechtvaardiging van strafbare feiten die dierenactivisten begaan bij het opsporen en publiceren van misstanden. Wel komt als algemeenheid naar voren dat er een spanningsveld bestaat tussen economische belangen enerzijds en dierenwelzijnsbelangen anderzijds, wat resulteert in (structurele) problemen bij het waarborgen van dierenwelzijn en onvoldoende toegankelijkheid van informatie daarover voor het publiek. Dit onderstreept het belang van een waakhond, een rol die dierenactivisten zouden kunnen vervullen.”
“Met betrekking tot de noodzaak om de strafwet te overtreden neem ik het standpunt in dat vanwege de geslotenheid van de sector en het onvoldoende functioneren van de toezichthoudende instantie, er geen andere manier bestaat om volledige informatie over misstanden te verzamelen dan door de strafwet te overtreden.”
”Een vervolging wegens het overtreden van de strafwet zal op zichzelf een beperkte inbeuk opleveren als dit niet direct de journalistieke uiting raakt en er voldoende alternatieve mogelijkheden bestaan om het recht op vrijheid van meningsuiting te effectueren. Aan de andere kant moet evenwel rekening worden gehouden met het chilling effect dat uitgaat van de vervolging.”
”Een strafrechtelijke vervolging naar aanleiding van het verzamelen van informatie over misstanden, vormt geen directe beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting in de vorm van censuur, maar in lijn met hetgeen het Hof hieromtrent overweegt, ben ik van mening dat het chilling effect dat van een vervolging uitgaat een zware beperking vormt op de vrijheid van meningsuiting van de activist.”
”Wat betreft de subsidiariteitseis merk ik op dat de overheid minder vergaande maatregelen kan nemen dan het inzetten van het strafrecht. Misstanden kunnen worden voorkomen door duidelijkere normen in wet- en regelgeving op te nemen, het toezicht te verbeteren en vaker transparante informatie over misstanden met het publiek te delen.
Al met al is te stellen dat dierenactivisten bij het opsporen en publiceren van misstanden in de veehouderij de functie van social watchdog vervullen en in bepaalde gevallen mag die waakhond dus wel degelijk bijten.”
Lees ook: DE STALBEZETTING VAN BOXTEL LEVERT (OOK) JURIDISCHE WINST OP
En: DE WET OVERTREDEN OM EEN ANDER, ZWAARWEGEND BELANG TE DIENEN
Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: Vrijheid van meningsuiting
1. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.
2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbareveiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.
mei 7, 2025
Op 6 mei 2025 kondigde de provincie Gelderland aan een vergunning te verlenen voor het afschieten van een wolf die in het Nationale Park Hoge Veluwe (NPHV) een hardloopster zou hebben gebeten. 1 Animal Rights maakt (vanzelfsprekend) bezwaar tegen deze vergunning.
Hoe weerzinwekkend deze actie van de provincie ook is, ze komt niet als een verrassing na de jarenlange hetze van de Gelderse BBB-bestuurders en NPHV-adel tegen de teruggekeerde wolf.
“De vergunningverlening moet worden gezien als een populistische politieke (mis)daad,” zegt Animal Rights woordvoerder Erwin Vermeulen. “Een voorbeeld van feitenvrije politiek waarbij de onderbuik het voor het zeggen heeft en de leugen regeert. Wat er feitelijk heeft plaatsgevonden, is niet van belang, zolang het de BBB/NPHV-agenda niet dient.”
Meteen na het incident op 13 april ontstond ernstige twijfel over de echtheid van de vage, onscherpe foto’s. Zover Animal Rights weet is het gemelde incident niet geverifieerd en is er geen wolf geïdentificeerd.
De ‘timing’ van het ‘incident’ is opvallend. Op 10 april 2025 weigerden Gelderland nog een ontheffing voor het verwijderen van wolven uit NPHV. Op 7 april verzochten Animal Rights en Faunabescherming Gelderland om handhavend op te treden tegen NPHV voor het afsluiten van ecoduct Oud-Reemst.
Lees ook: HANDHAVINGSVERZOEK: HEK DAT ECODUCT OUD-REEMST AFSLUIT MOET WEG
De provincie beweert dat er meer incidenten zijn geweest met ‘deze’ wolf, maar levert daar geen bewijs voor. Sowieso deelt NPHV geen informatie over de wolven binnen het park met, bijvoorbeeld, BIJ12 en zal alle documentatie die eventueel verzameld is, ‘besmet’ zijn door de vooringenomenheid en ‘eigen agenda’ van het park.
Het park geeft belanghebbenden, zoals Animal Rights, een bezwaartermijn van slechts twee dagen “in verband met de openbare veiligheid”. Normaal treedt een omgevingsvergunning in werking “met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag van bekendmaking”. Daar kan een uitzondering op worden gemaakt wanneer “het eerder in werking treden van een omgevingsvergunning volgens het bevoegd gezag vanwege spoedeisende omstandigheden nodig is”.
Van spoedeisendheid is hier echter geen sprake. Er zijn ruim drie weken verstreken sinds het ‘incident’ en al die tijd is het park gewoon open gebleven. Een dag na het ‘incident’ schreef NPHV op haar website: “Het Park blijft open voor bezoekers. Een wandeling of fietstocht op de Veluwe is niet gevaarlijker dan elders in Nederland waar wolven voorkomen.”
Animal Rights zal in de ochtend van 7 mei om een voorlopige voorziening vragen die het besluit opschort tot het bezwaar van de dierenrechtenorganisatie behandeld is, en om een ordemaatregel tot aan de zitting bij de voorzieningenrechter, zodat de wolf niet al komend weekend geëxecuteerd kan worden.
De vergunning was op de vroege ochtend van 7 mei nog niet officieel gepubliceerd.
mei 6, 2025
Een recente uitspraak van de Ondernemingskamer heeft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) verplicht haar besluit tot het geleidelijk uitfaseren van onderzoek met apen af te blazen. 1
Lees ook: Gesubsidieerde apenkwelling bij KNAW moet stoppen
Bij de KNAW gebeurt er nog steeds hersenonderzoek op een 17-tal resusapen. Daarmee is de KNAW, naast BPRC, de enige instelling in Nederland die nog wrede experimenten op apen uitvoert.
Het KNAW-bestuur had in april 2023 definitief besloten om onderzoek met non-humane primaten (Java-apen of resusapen) binnen haar organisatie geleidelijk te beëindigen. De reden hiervoor was volgens het bestuur gebaseerd op de wenselijkheid om geen onderzoek meer te doen dat niet strikt noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en de volksgezondheid, waarbij het onderzoek volledig stopgezet dient te zijn op 1 oktober 2032. Dit besluit volgde op jarenlange politieke en maatschappelijke druk om dierproeven met apen te verminderen.
Dit besluit kwam er ondanks hevig verzet van de ondernemingsraad van de KNAW, het orgaan dat de werknemers van KNAW vertegenwoordigt. In haar, negatieve, advies staat onder meer het volgende:
Vanuit de ondernemingsraad wordt opgemerkt dat het bestuur in deze aanvraag voorbij lijkt te gaan aan de politiek en wet- en regelgeving. De KNAW is de stem en hoeder van de wetenschap. Wat er nu lijkt te gebeuren is dat de maatschappij tegen excellent onderzoek wordt beschermd in plaats van andersom. Daarmee komt de vrijheid van onderzoek in het geding. De ondernemingsraad begrijpt dat het werken met NHP [non-humane primaten] een gevoelige kwestie is, maar zou in deze juist verwachten dat de KNAW opkomt voor het onderzoek en de betreffende onderzoekers en niet besluit toe te geven aan de maatschappelijke druk. (…) In het licht van bovenstaande overwegingen (…) kan de ondernemingsraad niet anders concluderen dan dat het voorgenomen besluit van het bestuur meer nadelen dan voordelen heeft. De timing en urgentie voor en van dit besluit voelt de ondernemingsraad niet en de onderliggende overwegingen zijn onvoldoende onderbouwd. (…)”
Op 2 april 2024 volgt het bestuur van de KNAW dit advies van de ondernemingsraad niet en neemt een definitief besluit:
“Het bestuur stelt in haar argumenten niet dat uit onderzoek blijkt dat stoppen noodzakelijk is, maar stelt dat zij dit wenselijk vindt. Hieraan ligt het standpunt ten grondslag dat het KNAW-bestuur het niet wenselijk vindt dat binnen de KNAW-organisatie in de toekomst nog onderzoek wordt gedaan aan non-humane primaten voor wetenschappelijk onderzoek dat niet noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen. Dit is naar de mening van het bestuur in lijn met de al enkele jaren breed gedragen parlementaire stand van zaken, blijkend uit diverse moties. (…) Het bestuur stelt zich op het standpunt dat uitgebreid van gedachten is gewisseld met betrokkenen en experts. (…) Er zijn in de loop der jaren ook diverse rapporten verschenen waarin sinds 2009 al een terughoudendheid rondom onderzoek met NHP [non-humane primaten] te lezen valt. (…) Het bestuur noemt de politieke ontwikkelingen niet als enige of doorslaggevende factor. Het is één van de elementen die een rol hebben gespeeld in de afweging. (…) Het klopt dat het bestuur geen onderzoek heeft gedaan naar alternatieven. Alternatieven voor dit onderzoek onder verantwoordelijkheid van de KNAW zou ingaan tegen het standpunt van het bestuur dat het niet wenselijk is dat binnen de KNAW-organisatie in de toekomst nog onderzoek wordt gedaan aan non-humane primaten voor wetenschappelijk onderzoek dat niet noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen.”
Vervolgens dient de ondernemingsraad van de KNAW een verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer met het verzoek te oordelen dat de KNAW bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot haar besluit en de KNAW te gebieden het besluit in te trekken, haar te verbieden verdere uitvoering te geven aan het besluit en haar te gebieden alle gevolgen van het besluit ongedaan te maken.
Uitspraak Ondernemingskamer
De Ondernemingskamer oordeelde in het voordeel van de ondernemingsraad. Het KNAW-bestuur zou niet voldoende gemotiveerd hebben waarom het onderzoek niet langer wenselijk zou zijn. Volgens de Kamer heeft het bestuur nagelaten om adequaat in te gaan op de door de ondernemingsraad aangedragen argumenten en belangen. Hoewel de Ondernemingskamer geen inhoudelijk oordeel velde over de vraag of het onderzoek met primaten moet stoppen, verplicht zij de KNAW om een nieuw besluit te nemen dat recht doet aan alle betrokken belangen.
Animal Rights is zwaar ontgoocheld dat elke stap vooruit voor de dieren wordt tegengewerkt door wetenschappers die vastgeroest zijn in achterhaalde methoden. Het gaat hier niet om wetenschappelijke vooruitgang of om het dienen van de maatschappij, maar om de carrière en het prestige van een kleine groep wrede wetenschappers die weigeren verouderde, barbaarse methoden op te geven, en daarbij niet aarzelen om dieren op te offeren. We hopen dat dit de KNAW er niet van zal weerhouden verandering voor de dieren te bewerkstellingen en deze dierproeven voorgoed verleden tijd te maken.
Reactie KNAW: apentesten gaan gewoon door!
Animal Right contacteerde de KNAW met de vraag hoe de KNAW de toekomst van de primatenexperimenten nu inschat.
Het antwoord: “Dank voor uw mail. In antwoord op uw vraag kan ik u mededelen dat de KNAW het besluit van de Ondernemingskamer respecteert. De KNAW maakt dan ook pas op de plaats en voert op dit moment geen gesprekken over afbouw van het onderzoek met de apen op het Herseninstituut.”
Onaanvaardbaar, stelt Animal Rights! Het is onbestaanbaar dat het lot van voelende, levende wezens wordt bepaald door een handjevol medewerkers die hun eigen belangen willen beschermen. De beslissing om primatenonderzoek voort te zetten, ondanks jarenlange maatschappelijke en wetenschappelijke kritiek, is een klap in het gezicht van dierenwelzijn. Wij zullen onze strijd onverminderd voortzetten totdat alle apenexperimenten in Nederland definitief worden beëindigd. Stop de marteling in naam van de wetenschap!