Zenderpogingen bruinvissen leiden tot de dood

Wageningen University & Research (WUR) heeft bij het zenderen van bruinvissen een vrouwelijke bruinvis in het vangnet laten verdrinken. Een kleinere bruinvis moest vanwege stress worden vrijgelaten. Voor het onderzoek zijn in mei al twee bruinvissen in de Oosterschelde gezenderd, waarvan één bruinvis een maand later dood werd teruggevonden. 1

“Door bruinvissen te zenderen, kunnen we meer te weten komen over hun precieze leefgebied in de Noordzee, en hun gebruik hiervan,” is de vage verantwoording die de WUR op haar website geeft voor dit invasieve project. Dit soort brede vergunningen met vage ‘wetenschappelijke’ doelen worden veel te makkelijk afgegeven, vindt Animal Rights.

Dat het zenderen van bruinvissen tot problemen leidt had men bij de WUR kunnen en moeten weten. In november 2017 moesten wetenschappers in de Golf van Californië ook een vaquita kalf vrijlaten vanwege stress en een volwassen vrouwtje stierf voordat het kon worden vrijgelaten. De vaquita is eveneens een bruinvis soort. Dat project werd vervolgens opgegeven. 2

“Het zenderen van iconische dieren als bruinvis of wolf dient als voornaamste doel het bevredigen van de wetenschappelijke nieuwsgierigheid, eerzucht en ijdelheid van de uitvoerende organisaties en wetenschappers en niet het belang van de dieren,” zegt Animal Rights woordvoerder Erwin Vermeulen. “We hoeven niet nog meer kennis te vergaren – op invasieve wijzen, die de integriteit van dieren aantast – om deze dieren adequaat te kunnen beschermen. Animal Rights verwacht dat dit project onmiddellijk wordt beëindigd!”


  1. Bruinvis verdronken bij zenderactie Noordzee ↩︎
  2. Update after death captured vaquita ↩︎

Het onvermijdelijke einde van het Dolfinarium is nabij

Elk jaar demonstreren wereldwijd activisten om de sluiting van dolfinaria en vergelijkbare parken te eisen. Ieder jaar is er een ‘Empty The Tanks’ in Nederland en wordt een protestmars gehouden door Harderwijk om de sluiting van het Dolfinarium te eisen.

Aankondiging einde van dolfijnen in gevangenschap

Op 14 oktober 2026 kondigt Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) aan dat het kabinet wil dat er op termijn geen dolfijnen meer in Nederland worden gehouden. 1 Staatssecretaris Erkens: “Dolfijnen zijn intelligente, sociale en bijzondere dieren. Juist daarom moeten we eerlijk zijn over de vraag of we deze dieren kunnen bieden wat ze nodig hebben. Mijn conclusie is dat we daar in Nederland niet aan kunnen voldoen. Daarom wil ik dat er geen nieuwe dolfijnen meer worden gefokt.” Vanwege, wat Erkens “de verantwoordelijkheid voor de 22 dolfijnen die nu in Nederland leven” noemt, blijft het Dolfinarium in Harderwijk op deze manier nog wel lang open.

Animal Rights is tevreden dat staatsecretaris Erkens kiest voor het uitfaseren van van het houden van dolfijnen in gevangenschap in Nederland. Animal Rights pleit hier al jaren voor en het past ook binnen de wereldwijde ontwikkeling. Recent hebben bijvoorbeeld Vlaanderen en Frankrijk, maar ook Canada en Mexico vergelijkbare stappen gezet.

Verschillende stafleden van Animal Rights hebben een verleden bij Sea Shepherd Conservation Society en pleiten al decennia voor een einde aan dolfijnen in gevangenschap. Vanuit die ervaring zijn er ook kanttekeningen te plaatsen bij de route die Erkens kiest. Waarom gaat het fokverbod, bijvoorbeeld, niet onmiddellijk in? Naast een importverbod zou er ook een verbod op export naar dolfinarium-achtige parken elders moeten komen. Immers, nu we eindelijk tot de conclusie zijn gekomen dat het houden van dolfijnen in gevangenschap ethisch onverdedigbaar is, waarom het dan wel het elders voeden en in stand houden. Om dezelfde reden zou een import- en exportverbod ook moeten gelden voor sperma en eicellen van de dieren.

Verder zou de staatsecretaris moeten kijken, bijvoorbeeld samen met buurlanden als België en Frankrijk, naar de optie van huisvesting van de dolfinarium dieren in een zeereservaat in, bijvoorbeeld, de Middellandse Zee.

Animal Rights is met haar wereldwijde contacten vanzelfsprekend bereid hier bij te helpen.

Waarom?

Er is een omvangrijke hoeveelheid wetenschappelijk literatuur die er op wijst dat dolfijnen uiterst intelligente dieren zijn. Alleen al om die reden is het in gevangenschap houden van deze dieren om simplistische circuskunstjes te doen met een dode vis als beloning, denigrerend en inhumaan.

Dolfijnen bezitten zelfbewustzijn, emoties en cognitieve complexiteit, eigenschappen die vaak alleen met mensen geassocieerd worden. Aan hun basisbehoeften om een volwaardig, gezond leven te kunnen leiden kan in gevangenschap op geen enkele manier worden voldoen. En dat resulteert in lijden. De maatschappij behoort te voorzien in wetgeving die het recht op leven en vrijheid van dieren waarborgt en hen beschermt tegen het kwaad van gevangenschap.

In November 2014 aanvaarden de ondertekenaars van de Convention on Migratory Species (CMS), ook bekend als de Bonn Conventie, Resolutie 11.23 ‘Conservation Implications of Cetacean Culture’. Door middel van deze resolutie accepteerden de partijen niet alleen de sociale complexiteit van dolfijnen en andere walvisachtigen, maar ook dat deze dieren cultuur bezitten, bijvoorbeeld in de overdracht van kennis door middel van communicatie (taal), jachtstrategieën en het gebruik van gereedschap. Het CMS moedigt haar 123 leden, waaronder Nederland, aan om bij beschermingsmaatregelen hier rekening mee te houden.

Ondanks het feit dat dieren in gevangenschap buiten de reikwijdte van het CMS vallen, moet de erkenning van cultuur in dolfijnen natuurlijk consequenties hebben voor hoe wij deze dieren behandelen.

In de Wet dieren gaat het bij het gebruik van en veroorzaken van leed bij dieren over het ‘redelijk doel’. Wij moeten ons vragen stellen bij het ‘redelijk doel’ van de dolfijnen die opgesloten zitten in Harderwijk. Is drie kwartier vermaak voor toeristen en geldelijk gewin voor het Dolfinarium en de gemeente Harderwijk, voldoende reden om intelligente, sociale, culturele dieren in slavernij te houden?

Wat willen we?


Voortschrijdend inzicht zal er onvermijdelijk voor zorgen dat het doek over het Dolfinarium in Harderwijk gaat vallen. Wij willen die sluiting zo snel mogelijk gerealiseerd zien en er moeten nu maatregelen genomen worden om daar klaar voor te zijn.

Allereerst moet er een fokverbod voor dolfijnen ingesteld worden, gecombineerd met een import- en exportverbod. Dit verzekert dat tussen nu en het moment dat het onvermijdelijke verbod op het houden van dolfijnen in gevangenschap arriveert, er geen nieuwe ‘slaven’ meer worden gecreëerd. Dit verbod moet tevens de handel in dolfijnen-sperma, -eicellen en ander weefsel tegengaan en ook het verspreiden van technologie verbieden, die de Harderwijkse praktijken zou kunnen exporteren naar ontwikkelingslanden, in zowel economische als morele zin.

Natuurlijk moeten de shows en voorstellingen stoppen. Het circusverbod geldt al sinds 2015 en het dolfinarium is een circustent waarin het zaagsel in de piste vervangen is door chloorwater. Dat de dolfinaria opereren onder een dierentuinvergunning, maakt dat niet anders.

Wanneer het Harderwijkse dolfijnenkamp uiteindelijk tot sluiten is gedwongen, moet er een oplossing komen voor de overgebleven dolfijnen. Een exportverbod geldt natuurlijk niet wanneer zich de mogelijkheid voordoet om deze dolfijnen te verplaatsen naar een geschikte opvangplek, zoals een zeereservaat. Sommige dieren zullen eventueel met een rehabilitatietraject nog terug kunnen naar het wild. Voor de dieren waarvan dat niet mogelijk is, eisen we overplaatsing naar gespecialiseerde opvangcentra, bij voorkeur in afgesloten stukken zee/zeebaaien.

Het Dolfinarium, haar eigenaar(s) en medeprofiteur gemeente Harderwijk moeten ertoe gedwongen worden hiervoor alvast geld opzij te zetten, zodat ze, wanneer het einde daar is, hun verantwoordelijkheid niet kunnen ontlopen.


  1. Op termijn geen dolfijnen meer in Nederland ↩︎

Ook Zeeland wil damherten afschieten

Op 13 maart 2025 stelde het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland een ontwerp omgevingsvergunning populatiebeheer van damherten op. De provincie is voornemens damherten dood te schieten in de leefgebieden Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en Haringvreter. De vergunning zou geldig worden van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2031.

Fauna4Life en stichting Animal Rights dienden op 25 april een zienswijze in tegen dit plan.

In de tekst van het ontwerpbesluit staat dat de kwaliteit van de Natura 2000 gebieden Manteling van Walcheren en Kop van Schouwen achteruit is gegaan door onder andere effecten van stikstofdepositie, klimaatverandering, verlaging van de waterstand. Daardoor zijn deze gebieden verruigd en verzuurd. Vervolgens wordt aangegeven dat begrazing door onder andere damherten in dat geval een positieve invloed kan hebben, maar wordt daarnaast gesteld dat een hoge begrazingsdruk een negatief effect kan hebben. Daarbij wordt niet aangegeven bij welke hoeveelheden damherten het omslagpunt dan zou worden bereikt. Ook wordt niet aangegeven wanneer dan precies zou moeten worden ingegrepen om de vermeende schade aan flora- en fauna te voorkomen.

De natuur staat natuurlijk in het hele land onder grote druk, ook in gebieden waar geen sprake is van begrazing door grote hoefdieren. Op geen enkele manier is aangetoond dat de achteruitgang van verschillende planten- en diersoorten in de onderhavige gebieden het gevolg is van de aanwezigheid van de huidige aantallen damherten.
Dat betekent dat de noodzaak voor het afschot van damherten niet is aangetoond.

Bovendien is op geen enkele manier aangetoond dat het gebruik van de vergunning die de provincie voornemens is te gaan verlenen, tot een daadwerkelijke oplossing van de gesignaleerde problemen zal leiden.

Op grond van bovenstaande komen Fauna4Life en Animal Rights tot de conclusie dat de ontwerp-vergunning niet voldoet aan de eisen die de wet hieraan stelt en verzoeken de provincie Zeeland dan ook dringend om de vergunning niet te verlenen.

Update

Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland negeert de zienswijzen en besluit op 10 juni 2025 een omgevingsvergunning te verlenen aan de Faunabeheereenheid Zeeland voor populatiebeheer van de soort ‘Damhert’ met het geweer in de leefgebieden Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en Haringvreter. De vergunning wordt verleend in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats.

Op 22 juli gaan Animal Rights en Fauna4Life pro forma in beroep tegen dit besluit.

Op 23 juli 2025 maakt Zeeland bekend dat zij het voornemen hebben vergunning te verlenen aan de stichting Faunabeheer Eenheid Zeeland voor uitbreiding van de tijden waarop het beheer van damherten in het leefgebied Manteling van Walcheren mag plaatsvinden. Er mag nu ook ’s nachts geschoten worden met geluidsdemper.

Op 26 augustus leveren we de gronden van het beroep aan.

Volgens Animal Rights en Fauna4Life wordt in het bestreden besluit te eenzijdig gefocust op damhertenbegrazing, zonder een evenwichtige afweging van andere oorzaken en mogelijke oplossingen. Daarmee ontbreekt een zorgvuldige en draagkrachtige motivering.

Toetsingskader

Er moet in álle gevallen aan drie criteria worden voldaan, alvorens van een verbodsbepaling afgeweken kan worden, te weten:

  • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit (doodschieten);
  • Er moet sprake zij van één van de belangen voor afwijking van de verboden (noodzaak);
  • De activiteit mag geen afbreuk doen aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Vanuit dit toetsingskader voeren Animal Rights en Fauna4Life aan dat niet is voldaan aan deze cumulatieve vereisten en derhalve ten onrechte een vergunning is verleend. Samengevat komt dat neer op:
– Er bestaan andere bevredigende oplossingen;
– Afschot van damherten biedt geen bevredigende oplossing;
– Niet (voldoende) is aangetoond dat het afschot nodig is in het belang van de bescherming van de wilde flora- en fauna en van de instandhouding van natuurlijke habitats.

Noodzaak?

De aanwezigheid van een wettelijk belang is een voorwaarde waaraan moet worden voldaan om toestemming te kunnen verlenen voor een afwijking van een verbodsbepaling, zoals gedaan in het bestreden besluit. Uit het bestreden besluit blijkt dat de omgevingsvergunning gebaseerd is op “het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats”.

Fauna4Life en Animal Rights betwisten dat het college voldoende heeft aangetoond dat het afschot van damherten noodzakelijk en doeltreffend is in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats.

Andere bevredigende oplossingen

Het wettelijk toetsingskader vereist ook dat voorafgaand aan het toestaan van het doden van dieren eerst zorgvuldig wordt onderzocht en onderbouwd in hoeverre andere maatregelen bevredigend kunnen zijn. Het is dus niet voldoende om te stellen dat bepaalde maatregelen zijn getroffen of overwogen; er moet sprake zijn van een volledige, concrete en objectieve motivering.
Ook wanneer dat slechts ‘ten dele’ is. Pas nadat is vastgesteld dat deze andere oplossingen ontoereikend zijn om het probleem volledig weg te nemen, kan – met een deugdelijke motivering – tot afschot worden overgegaan voor het resterende deel van het probleem.
Een dergelijke motivering ontbreekt in het bestreden besluit.

Afschot van damherten biedt geen bevredigende oplossing

Een nauwkeurige en wetenschappelijke onderbouwing over de geschiktheid van afschot, ter bescherming van de wilde flora- en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats, is door het college niet gegeven. Het Faunabeheerplan geeft juist aanleiding voor twijfel aan de effectiviteit van afschot:
“Vooral opvallend voor leefgebied Manteling van Walcheren is dat de populatie damherten niet af lijkt te nemen, terwijl het afschot jaarlijks wel gerealiseerd wordt.”

Animal Rights en Fauna4Life concluderen dat het college geen wetenschappelijk onderbouwde grondslag heeft aangereikt dat afschot een geschikt en effectief middel is om het nagestreefde doel te bereiken. Sterker nog: de gegevens wijzen in de richting van ineffectiviteit en vicieuze cirkels.

Slotsom

Animal Rights en Fauna4Life stellen dat Zeeland ten onrechte is overgegaan tot het verlenen van een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het afschot van damherten in een drietal Natura 2000-gebieden binnen de provincie Zeeland, zijnde Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en de Haringvreter.
De noodzaak van het afschot ten behoeve van het belang van de bescherming van de wilde flora- en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats is onvoldoende aangetoond.

Tevens ligt aan de bestreden vergunning ten onrechte geen deugdelijke afweging van andere bevredigende oplossingen ten grondslag en is niet aangetoond dat het afschot daadwerkelijk bijdraagt aan de beoogde doelstelling.

Update – Zitting bij de rechtbank

Op 9 juni 2026 vindt de beroepszitting plaats bij de rechtbank in Middelburg. Het verweerschrift van de provincie dateert van november 2025 en verandert niets aan de beroepsgronden van Animal Rights en Fauna4Life. Zeeland heeft niet voldaan aan de verplichting om zorgvuldig te onderzoeken of andere bevredigende oplossingen bestaan alvorens een dodelijke ingreep te rechtvaardigen. De stichtingen hebben daarvoor onder andere aangevoerd dat het plaatsen van (tijdelijke) hekken op strategische plekken, het planten van prikkelstruiken (zoals duindoorn) om kwetsbare plantensoorten heen, het (tijdelijk) inzetten van geurstoffen (zoals tupoleum) en het verbinden van de versnipperde natuur via ecoducten en tunnels, andere bevredigende oplossingen zijn, die Zeeland zonder degelijke onderbouwing afwijst.

Verder volharden de stichtingen in hun grond van beroep dat stelt dat afschot geen bevredigende oplossing is. Jarenlang intensief afschot heeft de populatie damherten niet teruggedrongen tot het door het Zeeland gewenste niveau. Dat geldt voor alle gebieden. Zeeland kan moeilijk volhouden dat afschot dé oplossing is, als de eigen cijfers laten zien dat het niet werkt.

Verder blijven Animal rights en Animal Rights van mening dat het ‘afschot van damherten’ zoals nu vergund, niet aantoonbaar het belang van ‘de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van natuurlijke habitats’ dient. Het zal ongetwijfeld zichtbaar zijn dat er grote planteneters in het gebied aanwezig zijn; dat is echter inherent aan een compleet ecosysteem. Planten kennen allerlei verdedigingstactieken om ook bij begrazing stand te houden. Bovendien zal deze invloed ook zichtbaar zijn bij een lager aantal damherten. De vegetatie heeft vooral te lijden door overmatige neerslag van stikstof, dat volgt ook uit de natuurdoelanalyses van de betrokken gebieden en bijbehorende adviezen van de Ecologische Autoriteit. Geenszins is aangetoond dat damherten schade toebrengen aan dit habitattype waardoor afschot is genoodzaakt.

Dus, de noodzaak van het afschot is onvoldoende onderbouwd. Tevens ligt aan de bestreden ontheffing ten onrechte geen deugdelijke afweging van andere bevredigende oplossingen ten grondslag. Ook in het verweerschrift is dit niet hersteld. De stichtingen achten dat voldoende is aangetoond dat met de verleende omgevingsvergunning niet zeker is gesteld dat daarmee niet in strijd met de Habitatrichtlijn en Omgevingswet wordt gehandeld en het besluit derhalve geen stand kan houden. De stichtingen verzoeken de rechtbank derhalve haar gronden van beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen.

Beroep gegrond – Zeeland is onvoldoende zorgvuldig tot vergunningverlening overgegaan

Op 13 maart 2025 stelde het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland een ontwerp omgevingsvergunning populatiebeheer van damherten op. De provincie is voornemens damherten dood te schieten in de leefgebieden Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en Haringvreter. De vergunning loopt van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2031.
Fauna4Life en stichting Animal Rights dienden op 25 april 2025 een zienswijze in tegen dit plan dat het college negeerde. Ze besloot op 10 juni 2025 een omgevingsvergunning te verlenen aan de Faunabeheereenheid Zeeland voor populatiebeheer.
Op 22 juli 2025 gingen Animal Rights en Fauna4Life in beroep tegen dit besluit.
Op 9 juni 2026 vond de beroepszitting plaats bij de rechtbank in Middelburg.

In een (tussen)uitspraak van 14 juli 2026 komt de rechtbank tot het oordeel dat het college onvoldoende zorgvuldig tot vergunningverlening is overgegaan. Animal Rights en Fauna4Life krijgen dus gelijk en het beroep is dus gegrond.

“De omgevingsvergunning is gebaseerd op het FBP [Faunabeheerplan]. De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende heeft getoetst of de aannames die in het FBP zijn opgenomen correct zijn. […] De aannames uit het FBP komen regelmatig niet overeen met wat uit de natuurdoelanalyses lijkt te volgen.”

“In het FBP wordt gesteld dat het terugdringen van de begrazingsdruk een maatregel is die al genomen kan worden vooruitlopend op het terugdringen van de stikstofdepositie, terwijl in de natuurdoelanalyses voor de Natura 2000-gebieden de Manteling van Walcheren en de Kop van Schouwen staat dat het terugdringen van de begrazingsdruk pas zin heeft al de stikstofdepositie is teruggebracht, omdat het anders zal leiden tot een snelle verruiging van het open duin en een afname van dynamiek. Bij verschillende habitattypen staat in de natuurdoelanalyses dat het onduidelijk is of begrazing een positief of negatief effect heeft.
Deze conclusies zijn niet terug te vinden in het FBP, waarbij het FBP alleen uitgaat van een negatief effect van begrazing. Het college had in de afweging moeten laten zien dat getoetst is aan deze recente(re) natuurdoelanalyses en op welke wijze deze zijn meegewogen bij het besluit het FBP goed te keuren. Door deze omissie kan het FBP niet zonder meer ten grondslag worden gelegd aan het verlenen van de omgevingsvergunning.”

“Het college zal voor alle drie de gebieden aannemelijk moeten maken dat de omgevingsvergunning verleend moet worden in het belang van de bescherming van wilde flora en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats en hoe de belangen hiervan opwegen tegen de belangen van de damherten.”

Animal Rights en Fauna4Life stellen ook dat de doelstanden niet realistisch en te laag zijn. Deze zijn volgens het college gebaseerd op voedselaanbod. Zowel in de Manteling van Walcheren als de Kop van Schouwen zijn echter al veel meer damherten geteld dan de doelstanden, zonder dat er aanwijzingen waren dat er te weinig voedsel aanwezig was.

“Deze beroepsgrond slaagt. Voor alle drie de gebieden is de doelstand op een andere wijze tot stand gekomen, zonder uitleg waarom dit verschillend is bepaald.
In de Manteling van Walcheren is uitgegaan van het voedselaanbod en de optimale dichtheid voor soortendiversiteit. Daarbij wordt uitgegaan van 80-90 dieren. Partijen zijn het erover eens dat het daadwerkelijke aantal damherten al vele jaren hoger is.
Op de Kop van Schouwen is zonder nadere onderbouwing gekozen voor de minimale populatiegrootte voor een gunstige staat van instandhouding. Dat is 325. Er is niet gekeken of dit hoger kan op basis van voedselaanbod.
Bij de Haringvreter is juist het toeristische belang van de damherten en de publieke opinie over afschot meegewogen en wordt een doelstand van 150 dieren aangehouden, ondanks dat de minimale grootte op 40-50 dieren is bepaald en op basis van het voedselaanbod van 83 dieren uitgegaan zou kunnen worden. Het college heeft niet uitgelegd waarom er ondanks de streefstand van 150 damherten een afschotvergunning is afgegeven waarbij het aantal damherten teruggebracht mag worden tot 83.”

De rechtbank stelt het college in de gelegenheid om de gebreken te herstellen, hetzij met een aanvullende motivering, hetzij met een nieuw besluit. Ze moet wetenschappelijk onderbouwen waarom het verlenen van de omgevingsvergunning noodzakelijk is en de doelstanden goed onderbouwen. Het college krijgt daar drie maanden de tijd voor. Animal Rights en Fauna4Life krijgen vervolgens 4 weken om daar weer op te reageren.

Het college moet uiterlijk binnen twee weken laten weten of ze gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen. Zo niet, dan zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

Op andere punten gaat de rechtbank nogal gemakzuchtig mee met de argumenten van de jagers en provincie, zoals dat er geen andere bevredigende oplossingen zouden zijn, dat afschot bijdraagt aan populatiebeheer, en de onjuiste of onzorgvuldige manier van tellen van de jagers.

Animal Rights en Fauna4Life wachten af wat het college besluit binnen de termijn van twee weken. De organisaties verwachten wel van de provincie, nu het beroep gegrond is verklaard en de rechtbank oordeelt dat “Zeeland onvoldoende zorgvuldig tot vergunningverlening is overgegaan”, dat ze het afschieten van damherten onmiddellijk stillegt.

Update

Het schijnt dat Zeeland gaat proberen de tekortkomingen in haar vergunning te herstellen. Animal Rights heeft dat nog niet officieel vernomen. Ondertussen gaf Zeeland op 7 juli een nieuwe vergunning af om damherten ook in de nacht in en in de omgeving van de Manteling van Walcheren te mogen afschieten. Animal Rights en Fauna4Life maakten ook hiertegen bezwaar op 18 augustus 2026. Deze vergunning is immers even onzorgvuldig tot stand gekomen als de eerdere. Toch weigert Zeeland om de massamoord op damherten op te schorten. Er zal dus om een voorlopige voorziening en ordemaatregel gevraagd moeten worden bij de rechtbank.

Bezwaar tegen het besluit voor nachtelijk afschot in het gebied Manteling van Walcheren is op 18 augustus ingediend. Het verzoek om een voorlopige voorziening om het volledige afschot te schorsen op 28 augustus.

Aangereden wolf bij Tynaarlo werd afgemaakt, terwijl er opvang beschikbaar was

Dinsdag 22 april 2025 werd er op de A28 van Groningen naar Zwolle bij Tynaarlo een wolf aangereden. Het mannetje overleefde de aanrijding en zocht beschutting in een greppel. Daar werd de wolf verdoofd en vervolgens afgemaakt door een dierenarts.

Lees ook:

Er was opvang beschikbaar voor deze wolf bij Natuurhulpcentrum Opglabbeek in België. Dan had ook een scan kunnen worden gemaakt om de ernst van de verwondingen vast te stellen. Zij hadden contact met Rijkswaterstaat, maar van hun diensten werd geen gebruik gemaakt.

Volgens de dierenarts, die respectloos lachend zijn ‘werk’ deed, had de wolf een verbrijzelde heup opgelopen. Verder was (ernstig) letsel ontstaan aan knie, bekken en achterpoot en was zijn kop beschadigd. In overleg zou besloten zijn de wolf “uit zijn lijden te verlossen”, schrijft RTVDrenthe. 1 In overleg met wie wordt niet benoemd.

Lees ook:

Op 24 april reageert het Natuurcentrum in de Vlaamse pers: ”Zonde, zeker omdat niemand op dat moment wist of de wolf nog kon genezen.” 2
Frederik Thoelen vervolgt: ”De wolf lijkt op het eerste gezicht niet ernstig onderzocht. Dit is een gemiste kans. Je mag er niet standaard vanuit gaan dat een dier niet te redden is. Met een verbrijzelde heup en een kapotte knie is de kans groot dat het de beste beslissing was. Maar een kort oppervlakkig onderzoek kan daar geen uitsluitsel over bieden. Dit had grondiger moeten gebeuren.”

Volgens de provincie Drenthe is de wolf vervolgens overgebracht naar het Provinciale Steunpunt en is het Wolvenmeldpunt ingelicht. In lijn met het landelijke Interprovinciale Wolvenplan wordt het dier voor verder onderzoek overgebracht naar het Dutch Wildlife Health Centre van de Universiteit Utrecht, schrijft de provincie diezelfde dag nog op haar website. 3 Daar vindt sectie plaats en wordt een veterinair onderzoek uitgevoerd. Daarnaast doet Wageningen Universiteit een zogeheten dierecologisch onderzoek, waarbij onder andere leeftijd, conditie en leefwijze van deze wolf in kaart worden gebracht.

De resultaten van het onderzoek worden later gepubliceerd op de website van BIJ12, zegt de provincie, maar dat gebeurt met andere dode wolven – doodgereden, nooddoding, natuurlijke dood, stroperij – ook niet.

Animal Rights verwacht van de betrokken autoriteiten dat ze uit zichzelf het verslag van de dierenarts, de necropsie resultaten en het dierecologisch onderzoeksrapport publiceren, evenals een verslag en tijdlijn van de besluitvorming. Zo niet dan zullen we deze opvragen.

Het ging al eerder mis met de ‘afhandeling’ van een aangereden wolf. Zie daarvoor:

Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over het opvangen en behandelen van gewonde wolven en andere wilde dieren in nood!

Zie hier de beelden:

Update – dierenartsverklaring

De documenten uit een recent besluit op een Woo-verzoek (17 juni) bevatten een dierenartsverklaring van 23 april 2025, gericht aan de provincie Drenthe. 4 Deze luidt:

“Bij aankomst trof ik een volgroeide wolf aan op de vluchtstrook van de snelweg, die zich met veel pijn kon voortbewegen door verwondingen aan beide achterpoten, waarbij de rechter achterpoot nog wel enigszins gebruikt kon worden, maar de linker achterpoot er half onder en achteraan bungelde. Omdat het dier niet goed te benaderen was voor nader onderzoek heb ik de politie verzocht de wolf met een verdovingspijl te versuffen. Ongeveer een kwartier nadat de pijl in de rechterbil van de wolf geschoten is, kroop hij in een greppel waar hij ging liggen, maar bij benadering bleek hij nog steeds niet goed genoeg verdoofd te zijn voor een goed klinisch onderzoek. Hierop is besloten een tweede verdovingspijl af te schieten, wederom in het rechterbeen van de wolf.”

”Na wederom een kwartier gewacht te hebben op de inwerking van de tweede verdovingspijl, kon het dier toen wel benaderd worden, en nadat ik een vangstok om de hals van het dier aangebracht heb die verder door een agent van de hondenbrigade vastgehouden werd, was ik in staat om een klinisch onderzoek uit te voeren bij het verdoofde dier.”

”Hierbij constateerde ik het volgende:
verwondingen aan de rechter achterpoot boven de knie.
positief schuiffenomeen in de rechterknie, wijzend op kruisbandletsel in de rechter achterpoot. verwondingen aan de linker achterpoot boven de knie.
meerdere crepitaties aan het linker femur, wijzend op fracturen met meerdere botfragmenten in linker femur, en mogelijk heup en bekkenfractuur.
verwondingen aan de kop.
slechte auscultatie rechterzijde thorax, mogelijk wijzend op pneumothorax.”

”Omdat het hier een wild dier betreft, dat duidelijk zichtbaar ernstig leed, en dat zodanig ernstige verwondingen had dat er een langdurig en intensief hersteltraject nodig zou zijn, heb ik op dat moment besloten de wolf te euthanaseren middels een intrathoracale injectie met Euthanimal 20%, waarna het dier afgevoerd is voor sectie naar Utrecht.”

Vooral de eindconclusie roept vragen op. Het oordeel van de dierenarts was blijkbaar dat ”een langdurig en intensief hersteltraject” mogelijk was. Dat er dan sprake is van ”ernstig leed”, zichtbaar of niet, spreekt dan voor zich en daar is medicatie voor om dat te verlichten. Ondanks dat levensreddend ingrijpen in zijn opinie dus mogelijk was, kiest de dierenarts voor het doden van de wolf ”[o]mdat het hier een wild dier betreft”. Een geval van ‘sommige dieren zijn meer gelijk dan andere dieren’, dat niet valt te verenigen met de dierenartsen eed.

Update – necropsie

Op 21 mei 2025 werd het diagnostische rapport opgesteld van de necropsie van deze wolf dat we recent in handen kregen. Hieruit blijkt dat deze wolf zijn linker dijbeen recht doormidden gebroken had, gepaard gaande met verbrijzeling tot meerdere losse botsplinters en daar omheen bloedingen en spierscheuringen.
Verder zat er een kleine scheur in het schaambeen en een kleine los fragmentje bot aan het uiteinde van de linker ellepijp.
Het mannetje had meerdere bloeduitstortingen rondom beide knieën, scheenbenen, het bekken en de linker dijspier, onderdeel van de hamstring, ter hoogte van de heupkop.

Door autolyse – zelfvertering: afbraak van de cellen door eigen interne chemische processen en enzymen in het lichaam onmiddellijk na de dood – is er over de organen weinig te melden; misschien wat bloedingen in het longweefsel.

Dit zijn serieuze kwetsuren die bij een aanrijding horen. Er was geen twijfel dat deze wolf serieus gewond was. De vraag was wel of hij hiervan had kunnen herstellen.

Er is geen sprake van hersenletsel. De wervelkolom lijkt overal intact en er zijn geen bloedingen specifiek langs de wervelkolom gezien. Het was een jongvolwassen mannelijke wolf met goede bespiering en normale vetreserves van 38,5 kg. Een gezond dier dus in de kracht van zijn leven.

Bij de kwetsuur gaat het om een een complexe dijbeenbreuk. Het is een ernstige blessure waarbij het dijbeen op een ingewikkelde manier is gebroken, met schade aan omliggende weefsels. Deze breuken vereisen vaak een operatieve ingreep, zoals het plaatsen van platen en schroeven, en een langdurige revalidatieperiode. 

Zouden we een mens hiervoor euthanaseren? Daar weten we allemaal het antwoord wel op. Voor een dierenrechtenorganisatie is de daaropvolgende conclusie vanzelfsprekend: Deze wolf had nooit afgemaakt mogen worden!
Er was opvang beschikbaar voor deze wolf. Dan had een scan kunnen worden gemaakt om de ernst van de verwondingen vast te stellen. En vandaar uit verder.


  1. Aangereden wolf op A28 is dood ↩︎
  2. “Alles wat mis kon gaan, liep ook fout”: geëuthanaseerde wolf in Nederland beroert de gemoederen ↩︎
  3. Wolf aangereden op A28 bij Tynaarlo ↩︎
  4. Woo-verzoek van 23 april 2025 over aangereden wolf op de A28 bij Tynaarlo ↩︎

Animal Rights toont aangrijpende beelden na stalbrand in Alveringem

Animal Rights verspreidt beelden van de omgekomen en overlevende dieren bij de recentste stalbrand die afgelopen vrijdag 150 dierenlevens eiste in Alveringem. Op de foto’s zien we de verkoolde lichamen van de kalveren en runderen die stierven in de verwoestende brand, de overlevenden hebben brandwonden op verschillende plekken op het lichaam. 150 van de 200 runderen in de loods overleefden de brand op vrijdag 18 april niet. De foto’s werden gemaakt op zondag 20 april en dinsdag 22 april.

Animal Rights campagneleider Els Van Campenhout: “Dit is nu al de 16de stalbrand dit jaar alleen al en onze overheden houden nog steeds geen cijfers bij van de stalbranden. Animal Rights vraagt zich af hoeveel dieren er nog moeten sterven in brandende stallen vooraleer onze politici eindelijk in actie gaan schieten. In 2024 stierven in België minstens 67.133 dieren in stalbranden.

Stalbranden zijn al jarenlang schering en inslag in de veehouderij. Animal Rights brengt de stalbranden zelf in kaart en blijft druk uitoefenen op de politiek om het probleem van de branden aan te pakken.

Zwartgeblakerde lichamen en brandwonden

Op de foto’s zien we hoe dode kalveren en runderen op een hoop gegooid bij elkaar liggen. De dieren zijn zwartgeblakerd en liggen als afval klaar om door destructiebedrijf Rendac opgehaald te worden. Van Campenhout: “Deze runderen en kalfjes zijn een afschuwelijk einde tegenmoet gegaan in een vlammenzee waar ze geen kant op konden. De paniek en stress moet enorm geweest zijn voor de dieren die tevergeefs probeerden te ontsnappen.”

Slechts een vierde van de dieren kon op tijd uit de loods gehaald worden. De overlevende runderen en kalveren werden ‘gered’ en we zien op de foto’s hoe een koe brandwonden heeft op de schouder, flank, kop en gezicht. De redding uit de brand is slechts een uitgestelde dood, want de dieren wacht uiteindelijk een einde in het slachthuis.

Minstens 67.133 dieren in 2024

In 2024 kwamen volgens cijfers van Animal Rights minstens 67.133 dieren om het leven in stalbranden. In het eerste deel van 2025 alleen al waren er alweer 16 stalbranden die het nieuws haalden, er vielen meer dan 500 slachtoffers.

Bij sommige branden wordt er niets bericht over de toestand van de dieren of om hoeveel dieren het precies gaat. Als er ergens in Vlaanderen een kippenstal afbrandt, zit je meteen met tienduizenden of soms meer dan 100.000 slachtoffers tegelijk. Dit is slechts het topje van de ijsberg. Mogelijk zijn er veel meer dieren gestorven in vreselijke stalbranden die niet eens de krantenkoppen haalden.

Lees hier alles over de stalbranden die tot nu toe in 2025 plaatsvonden in ons land.

Levend verbrand of verstikkingsdood

De rookontwikkeling zorgt ervoor dat de dieren sterven door verstikking. Door de brand kunnen daarnaast ook delen van het dak naar beneden storten waardoor de soms nog levende dieren worden verpletterd of terecht komen onder heet, gesmolten isolatiemateriaal. Dieren die zich dicht bij de brandhaard bevinden kunnen levend verbranden in de vlammen.

Geen bescherming tegen vuurzee

Het aantal slachtoffers tijdens één brand loopt al snel op door de industriële wijze waarop landbouwdieren gehouden worden. In de stallen zitten dieren vaak ook nog opgesloten in groepskooien, kraamkooien of dekstallen. Dit zijn stuk voor stuk nauwe constructies van stalen pijpen en afscheidingsplaten. De dieren kunnen bijgevolg onmogelijk zelf ontsnappen bij brand en ook voor de brandweer is het moeilijk tot onmogelijk om hen te bevrijden.

Van Campenhout: “De kern van dit probleem is niet gebrekkige brandpreventie en -detectie, maar het op elkaar proppen van enorme aantallen dieren, die nooit buiten komen en in vele gevallen nooit daglicht zien. Zelfs al was er een ontsnappingsmogelijkheid, de dieren zouden zelfs niet weten hoe te vluchten.”

Geen veiligere, maar lege stallen

Animal Rights staat achter een volledige transitie naar plantaardige voeding. Veiligere stallen zijn geen oplossing voor het vele leed dat de industriële veeteelt met zich meebrengt. Om een diervriendelijke toekomst te kunnen garanderen moeten we niet streven naar steeds veiligere stallen, maar naar lege stallen en vervolgens geen stallen.