De provincie Utrecht weigert informatie te verstrekken over schade veroorzaakt door knobbelzwanen. Animal Rights heeft via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) de taxatierapporten opgevraagd over de afgelopen drie jaren. De dierenrechtenorganisatie wil onder andere weten welke alternatieve maatregelen er zijn getroffen ter voorkoming of beperking van schade. De provincie weigert de informatie te delen. Campagneleider Jessica Smit: “Het is bizar dat de provincie dit verzoek weigert. Onze overheid moet zoveel mogelijk openbaar handelen. Dat is één van de beginselen van onze democratie. Wij stappen naar de rechter om de informatie boven tafel te krijgen.”
Vorig jaar gaf de provincie Utrecht toestemming om [knobbelzwanen dood te schieten wegens schade aan gras](https://www.animalrights.nl/utrechtse-zwanen-voorlopig-veilig). Dierenbelangenorganisaties Animal Rights en Fauna4Life startten een spoedprocedure om het afschot te voorkomen. Daarnaast waren ook de Faunabescherming en Dierenrader partij. Het [afschot van knobbelzwanen](https://www.animalrights.nl/utrechtse-zwanen-voorlopig-veilig) in Utrecht ligt door de uitspraak van de rechter nog steeds stil.
Smit: “De provincie weigert het verzoek, omdat wij zogezegd uitsluitend in het bezit willen zijn van de documenten voor deze juridische procedure. Er is meermaals contact geweest over het verzoek, maar naar onze motieven is nooit gevraagd.”
De [campagnes van Animal Rights](https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht) zijn gebaseerd op uitgebreid en intensief onderzoek. Regelmatig worden er informatieverzoeken ingediend over afschot, afschotcijfers, jachtvelden, taxatierapporten en zo verder. Smit: “Wij gebruiken informatie van de overheid voor onze activiteiten, publicaties, petities en acties. Aan al onze campagnes ligt gedegen onderzoek ten grondslag. Je vraagt je zo toch af wat de provincie te verbergen heeft. Iedereen heeft recht op deze informatie.”
Uit een uitzending van het televisieprogramma Radar eerder dit jaar bleek dat het voor burgers steeds lastiger wordt om via een Wob-procedure informatie te verkrijgen. Nederland behoort de laatste jaren tot de slechtst scorende landen als het gaat om openheid door de overheid.1
Eind februari 2021 zorgde een artikel in de Britse kwaliteitskrant The Guardian 1 voor veel ophef. Het stuk was getiteld “Dying like flies”. Volgens gegevens verzameld door de Food Standards Agency (FSA) en geanalyseerd door het Bureau of Investigative Journalism en de Guardian, sterven jaarlijks ongeveer een miljoen kippen bij aankomst in slachthuizen in Engeland en Wales.
Animal Rights vroeg de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit NVWA naar de cijfers voor Nederland en deze zijn al even schokkend: circa 575.000 dieren waren “dood bij aanvoer” in 2020. “Dit hallucinante aantal dodelijke slachtoffers vertegenwoordigt een nauwelijks voorstelbare hoeveelheid individueel dierenleed,” verzucht Animal Rights campagneleider Erwin Vermeulen.
Volgens het Team Klantcontactcentrum van de NVWA “werden in 2020 ca. 606.000.000 pluimvee aangevoerd op Nederlandse pluimveeslachterijen. Dit betrof zowel dieren uit Nederland als uit buitenlandse bedrijven.”
Net als in het Verenigd Koninkrijk vormt het aantal dode dieren een fractie van het totaal aantal dieren dat naar de slacht wordt vervoerd. In Nederland betreft het 0,09% van het totaal. “Dit benadrukt eens te meer dat door de enorme aantallen dieren die we op ons minuscule landoppervlak fokken, vervoeren en slachten, iedere misstand resulteert in heel veel slachtoffers,” geeft Vermeulen aan.
Oorzaken
Het artikel in de Guardian wijst vooral op extreme temperaturen en wateronthouding als doodsoorzaken. Pluimveetransport kent ook in Nederland geen enkele vorm van ventilatie. De dieren zitten in opeengestapelde plastic kratten en alleen de rijwind zorgt in de zomer voor verkoeling, terwijl zeilen de dieren in de winter enigszins op temperatuur zouden moeten houden. Er is geen watervoorziening in de vrachtwagens en trailers. Bij oponthoud in extreme temperaturen creperen de kippen “als vliegen.”
Ook letsel opgelopen bij het vangen van de dieren in de stallen kan leiden tot sterfte.
Vangletsel
De Europese transportverordening 2 vermeldt duidelijk dat het verboden is ‘‘dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken, of ze zodanig te behandelen dat het hun onnodige pijn of onnodig lijden berokkent’’. “Toch zal een overgrote meerderheid van die 606 miljoen kippen in 2020 aan de poten gevangen en vervolgens in trossen in kratten gegooid zijn,” zegt Vermeulen.
Het ruwe vangen van kippen op een illegale wijze leidt tot breuken en kneuzingen. Volgens de Wet mogen er geen verwondingen ontstaan bij het vangen, maar de NVWA hanteert een interventiewaarde van 2% waaronder geen boete wordt opgelegd. “De reden hiervoor is simpel,” legt Vermeulen uit, “als de NVWA daadwerkelijk de wettelijke regels zou handhaven zou het transporteren en slachten van pluimvee stil komen te liggen.”
Minister Schouten verwoordt dat op 29 maart in antwoord op Kamervragen van Tjeerd de Groot (D66) aldus: “Er is hier een zorgvuldige afweging gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met wat in de praktijk realistisch is en level playing field in de EU.“ 3 De NVWA houdt overigens geen of zeer zelden toezicht bij het vangen van pluimvee, maar controleert post-mortem de karkassen op bloeduitstortingen.
Ruim 12 miljoen verwonde kippen?
Naast de bijna 600.000 kippen die dood aankwamen bij het slachthuis, zouden volgens een eenvoudige rekensom 12.120.000 overlevende kippen in 2020 ernstige kneuzingen en breuken opgelopen ‘mogen’ hebben zonder dat de NVWA ingreep. Volgens minister Schouten ligt dat niet zo eenvoudig, maar haar antwoord maakt niet duidelijk waarom: “De NVWA handhaaft los van de vangletselinspecties bijvoorbeeld ook wanneer er bij de ante-mortem keuring (de keuring bij levende dieren) welzijnsproblemen worden gezien in de aanvoerhal of op de vrachtwagen. Dit kan allerlei soorten problemen betreffen, bijvoorbeeld beknellingen of dieren die op de rug liggen.”
Conclusie
“Wat deze cijfers vooral duidelijk maken, is dat de enorme hoeveelheid kippen die we in Nederland fokken, vervoeren en slachten, leidt tot enorm leed,” zegt Vermeulen, “honderdduizenden sterven op transport, miljoenen lopen ernstige verwondingen op tussen stal en slachthuis. De vaak vreselijke levensomstandigheden in de stallen en misstanden in de slachthuizen zijn hierin niet eens meegenomen.”
Animal Rights ziet in een eiwittransitie van dierlijke naar plantaardige producten de enige echte oplossing om dit leed te beëindigen en wil dat een nieuwe regering daarop inzet.
Daarnaast is er de optie van kweekvlees. Singapore was afgelopen december het eerste land dat goedkeuring gaf aan de verkoop van laboratorium-gekweekt kippenvlees, dus zonder transport en slacht. De eerste ‘nuggets’ zouden “zeer binnenkort” in Singaporese restaurants verkrijgbaar moeten zijn. “Een nieuwe regering moet er voor zorgen dat Nederland ook op het vlak van kweekvlees een voorloper blijft, zodat het beschreven kippenleed tot het verleden gaat behoren.”
Update – Kamervragen
Animal Rights is verheugd dat kersvers PvdD-Kamerlid Leonie Vestering Kamervragen heeft gesteld over de sterfte onder kippen. 4 Vestering: “1% van 606 miljoen kippen die jaarlijks aankomen bij Nederlandse slachthuizen betekent dat meer dan 6 miljoen dieren zouden mogen sterven tijdens het transport voordat er actie wordt ondernomen. Snelheid, kosten en massa staan voorop. Het is absurd dat de dood van zoveel dieren daarbij voor lief wordt genomen. De enige oplossing hiervoor is om het aantal kippen dat wordt gefokt, gebruikt en geslacht fors te verminderen.” 5
Update – 2020 – 2025
We zijn 5 jaar verder en er blijkt nauwelijks iets veranderd te zijn. In 2025 zijn ongeveer 458.500 kippen – vleeskuikens, ouderdieren en leghennen – dood aangevoerd op slachthuizen (‘Dead On Arrival’ (DOA)). In 2024 waren dat er 491.136, in 2023 ruim 435.000, in 2022 458.030, in 2021 439.504 en in 2020 dus circa 575.000.
Hierbij kan meestal geen onderscheid gemaakt worden in welke fase van het voorafgaande traject (vangen, laden, transport, wachttijd in de aanvoerhal) de dieren zijn gecrepeerd.
Het percentage van DOA’s ten opzichte van aangevoerde dieren blijft rond de 0,1% hangen. Met uitzondering van 2020, toen de aanvoer significant hoger lag – 606.000.000 tegenover 508.500.000 in 2024 – is er ook geen daling zichtbaar in absolute aantallen.
Het lijkt er op dat zowel de pluimveesector, als het landbouwministerie LVVN, als toezichthouder NVWA het wel prima vinden zo. Animal Rights vindt dat onacceptabel en verwacht actie van de minister en staatssecretaris.
Zondag 28 maart in de vroege namiddag belandt een tiental varkens in de beerput op een landbouwbedrijf langs de Winkelsestraat in Lendelede nadat de betonnen roostering het begaf. Vier varkens konden gered worden, voor een zestal kwam alle hulp te laat. Een dag later komen in Koekelare 14 varkens om nadat ze in hun stal door het rooster zijn gevallen. Het speciale dierenreddingsteam van de brandweerzone Westhoek kon nog 6 varkens redden, maar de andere zijn verdronken in de mestput. “Dit soort ongelukken komt met grote regelmaat voor,” zegt Animal Rights campagnecoördinator Rowena Vanroy, “maar hoe vaak precies weten we niet omdat deze rampen niet centraal geregistreerd worden.” Animal Rights wil dat de overheid start met een registratie.
Als je de websites van brandweerkorpsen of alarmmeldingen doorspit, kom je er achter dat dit bijna dagelijks voorkomende rampen zijn. Het speciale dierenreddingsteam van de brandweer Westhoek moest in twee weken tijd al vijf keer uitrukken om varkens te redden.
De oorzaak ligt in de huisvesting en het gebrek aan controle en onderhoud. Een groot deel van de dieren opgesloten in schuren, brengen hun leven door op roosters boven hun eigen uitwerpselen. Bij een stalverzakking zakt de vloer onder de poten van de dieren weg en dan vooral de betonnen, stalen, houten of plastic roosters. Dit kan gebeuren als de vloer wordt aangetast door de zuren die vrijkomen uit de ontlasting van de dieren (en uit het veevoer), door achterstallig onderhoud, of slechte constructies. “Een varkensstal is na 20 jaar helemaal rot door de ammoniak en de vloeren zakken door. Dat is een probleem dat we kennen,” liet een woordvoerder van de brandweer al in 2019 weten aan Animal Rights.
Zelfs als dieren levend uit een put gehaald worden, zijn ze vaak gewond door de val of hebben ze luchtwegproblemen door het binnenkrijgen van mest of het inademen van giftige gassen. Soms worden de slachtoffers alsnog afgemaakt.
Animal Rights
Animal Rights probeert zelf ook zicht te krijgen op hoe vaak dieren in hun eigen mest belanden. “Vooral het achterhalen van het aantal slachtoffers is moeilijk,” zegt Vanroy. “De ongelukken worden vaak alleen gemeld in zeer lokaal nieuws en op de sites van regionale brandweerkorpsen. Veel incidenten worden waarschijnlijk helemaal niet gemeld, bijvoorbeeld wanneer de boer het zelf ‘oplost’. Daarbij is het ook nog zo dat de brandweer niet uitrukt als de dieren reeds overleden zijn. De veehouder moet de dieren dan zelf uit de mestput verwijderen na deze leeggepompt en gelucht te hebben. De kans dat er een vloer instort zonder dat iemand het tijdig merkt, is groot in industriële stallen. Het verstrekken van voer en water is volledig geautomatiseerd, dus voor dat soort zaken hoeft de boer de stal niet meer in.”
Stop met huisvesten dieren boven hun eigen mest!
Het huisvesten van dieren boven beerputten moet natuurlijk zo snel mogelijk stoppen. Naast het instortingsgevaar zorgt dit ook voor luchtwegproblemen en oogirritatie bij de dieren, stikken de dieren als de ventilatie uitvalt, vormen licht ontvlambare mestgassen een groot risico op stalbranden en explosies en zorgen dit soort stallen voor stikstofdepositie op kwetsbare natuur.
Overheid, kom in actie!
Animal Rights roept het ministerie van Landbouw en Dierenwelzijn op om onmiddellijk te starten met het registreren van deze incidenten en het aantal slachtoffers en actie te ondernemen om deze rampen te voorkomen.
Dertig actievoerders van Animal Rights protesteerden gisteren, goed zichtbaar en hoorbaar, voor de poort van het apentestcentrum BPRC in Rijswijk. De actie kon op veel bijval rekenen van voorbijgangers. Animal Rights oprichter Robert Molenaar stond gisteren ook voor het BPRC: “Onbegrijpelijk dat we het toelaten dat apen geïnfecteerd worden met vogelgriep. Levende, voelende wezens worden doodziek gemaakt en gereduceerd tot een gebruiksvoorwerp. Een regelrechte schande.”
Animal Rights heeft naast de actie voor de poort ook een brandbrief aan de Kamerleden opgesteld. De brandbrief is ondertekend door 4400 mensen en inmiddels aangeboden.
Molenaar maakt zich zorgen over het lot van de apen: “In een eerder vogelgriepexperiment ging het goed mis. De apen raakten in ademnood, werden lusteloos en verloren hun trek in voedsel. Een aantal apen stierven al tijdens het experiment, de overgebleven dieren werden afgemaakt om de organen te onderzoeken.”
Animal Rights vindt dat het infecteren van apen met vogelgriep niet meer dan symptoombestrijding is. De ziekte moet bij de bron worden aangepakt. Vogelgriep is een dierziekte die van vogels op mensen kan overslaan. De megastallen vol doorgefokte kippen, kalkoenen en eenden met een lage weerstand is een potentieel reservoir voor deze[ zoönose](https://www.animalrights.nl/corona-en-andere-zo%C3%B6nosen). Molenaar: “Trek lessen uit de huidige coronacrisis en pak de pluimveesector aan.”
Er heerst in een groot deel van Europa vogelgriep. In België geldt sinds 1 november een ophokplicht voor commercieel gehouden pluimvee. Toch liggen er volop eierdoosjes met teksten als ‘vrije uitloop’, ‘Beter Leven’ en ‘biologisch’ in de rekken van de supermarkten. Animal Rights campagnecoördinator Els Van Campenhout: “Alle leghennen zitten al vijf maanden opgesloten en hebben dus geen toegang meer tot de buitenlucht. De consument wordt gewoon voor de gek gehouden.”
In maart 2021 verkopen supermarkten Colruyt, Spar, Delhaize, Carrefour, Spar, Aldi en Lidl in hun winkels nog eieren van vrije uitloop, vijf maanden sinds de nog steeds geldende ophokplicht. Door de huidige ophokplicht die de termijn van 16 weken overschrijdt, zouden doosjes met ‘vrije uitloop-eieren’ moeten worden herstickerd omdat de vrije uitloop-eieren dan niet meer als zodanig mogen worden verkocht, maar als scharreleieren. Van Campenhout: “Een ei gelegd door een hen die niet naar buiten kan is geen vrije-uitloop ei. De mooie praatjes en tekstjes op de verpakkingen over hoe de dieren buiten kunnen lopen, zijn dus puur consumentenbedrog.”
Bij LIDL werden later stickers toegevoegd om de consument te informeren over de ophokplicht.
De EU heeft voor de eierproducenten – niet de hennen, maar de pluimveeboeren – geregeld dat ze pas na 16 weken ophokken – bijna 4 maanden of eenderde jaar – ophok-eieren niet langer ‘vrije uitloop’ mogen noemen en moeten verkocht worden als scharreleieren. Tot 2017 was dit 12 weken, maar na de lange vogelgriep epidemie gedurende de winter van dat jaar besloot de Europese Commissie, verlenging in te voeren van tot 16 weken. In België eindigde deze termijn op 21 februari 2021. Toch liggen de eieren nog volop in de rekken met de misleidende afbeeldingen en slogans.
Daarnaast ligt er nog steeds biologisch kippenvlees in de rekken. Deze dieren worden doorgaans slechts 10 weken oud. Al het kippenvlees dat nu verkocht wordt is dus van vleeskuikens die nooit buiten in de open lucht kwamen.
Dit draait natuurlijk allemaal om geld. Veehouders investeren in een vrije uitloop en krijgen in ruil daarvoor een hogere prijs per ei van de supermarkten. Tijdens het ophokken hebben ze toch de afschrijvingen en willen dus ook het extra geld. Al deze labels zijn in de eerste plaats een vorm van marketing: Enerzijds willen consumenten én eieren blijven eten, én hun geweten met betrekking tot dierenleed gesust krijgen. Anderzijds wil de vee-industrie haar ‘recht’ op het exploiteren van dieren behouden in een veranderende wereld die het systeem van uitbuiting steeds onaanvaardbaarder vindt. Het systeem van diergebruik moet voor hen in stand blijven en daar zorgen deze labels voor. De belangen van de dieren zijn daaraan ondergeschikt.
Animal Rights streeft naar een maatschappij waarin dieren rechten hebben en niet meer uitgebuit of gebruikt worden door mensen.