NA OLIFANT BUBA MAG OOK ZEBRA SMILEY NIET MEER MEE MET CIRCUS FREIWALD

Nadat in augustus 2024 de ontheffing voor Buba al werd ingetrokken om de olifant in strijd met het ‘circusverbod’ van 15 september 2015 toch bij Freiwald te laten, vernietigde de rechtbank op 29 oktober ook de vergelijkbare ontheffing voor zebra Smiley. De misdadige acties van toenmalig landbouwminister Carola Schouten uit 2021 zijn daarmee herroepen, maar de dieren schieten er vooralsnog niet veel mee op; Buba is weggesluisd naar Hongarije en Smiley naar Duitsland.

De tijdlijn

Sinds 15 september 2015 mogen een groot aantal wilde diersoorten niet meer optreden in het circus, na jarenlang campagnevoeren door verschillende organisaties. Daarmee kwam er een eind aan optredens van leeuwen, olifanten en andere dieren.

Circus Freiwald kreeg een ontheffing voor het meevoeren van 2 zebra’s (Smiley en Sascha) en olifant Buba omdat er destijds geen opvang beschikbaar was. Vanaf 3 januari 2016 kreeg het circus geen verlenging meer voor het houden van de zebra’s en heeft het NVWA meermaals een last onder dwangsom opgelegd.
Vervolgens kwam op 22 september 2016 Sascha te overlijden, door slechte verzorging in de locatie die nota bene zelf was uitgekozen door het circus.

In april 2021 maakten Animal Rights en Bite Back bezwaar tegen het besluit van 25 maart van dat jaar van toenmalig minister van Dierenleed Schouten om een ontheffing voor onbepaalde tijd te verlenen aan circus Freiwald van het ‘circusverbod’ voor zowel olifant Buba als zebra Smiley. Er was nu immers een opvanglocatie beschikbaar in Frankrijk.

Op 2 juni 2023 volgde een zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in Den Haag. Op die zitting geeft de advocaat van de minister aan dat ze kijken naar de mogelijkheid om tot intrekking van beide ontheffingen over te gaan.

Op 15 augustus 2023 laat de advocaat van de minister weten dat de ontheffing voor Buba op 11 augustus is ingetrokken. Buba heeft daar vooralsnog niets aan, want ze is met medeweten en medewerking van diezelfde minister weggesluisd naar Hongarije.

Op 20 februari 2024 volgt een tussenuitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College veegt de vloer aan met de argumenten van de minister. Het CBb oordeelt dat het besluit om de bezwaren van de dierenrechtenorganisaties ongegrond te verklaren onzorgvuldig is genomen en een duidelijke motivering mist. De minister krijgt 12 weken om het besluit te herstellen dan wel een nieuw besluit te nemen.

Lees ook:

Op 15 mei geeft de minister aan nog 2 weken extra nodig te hebben. Op 11 juni laat de minister het College weten dat het bestreden besluit binnen vier weken nader zal worden gemotiveerd of zal worden ingetrokken.

Op 15 juli vragen Animal Rights en Bite Back naar de stand van zaken. Het college sluit het onderzoek op 1 augustus. Het ministerie van LVVN heeft geen boodschap aan wettelijke termijnen en al helemaal niet aan de belangen van dieren.

De uitspraak

Op 29 oktober 2024 doet het CBb uitspraak (ECLI:NL:CBB:2024:749) Ze benadrukt nog eens het falen van de minister:
”Het is aan de minister om, aan de hand van de bij de aanvraag aangeleverde informatie en zo nodig op grond van nader (eigen) onderzoek, te onderbouwen dat wordt voldaan aan de voorwaarde dat het belang van Smiley zich niet tegen ontheffingverlening verzet. Naar het oordeel van het College is de minister hierin niet geslaagd. De minister is kennelijk slechts afgegaan op de informatie in de ontheffingsaanvraag van Freiwald , waarin zonder nadere toelichting of onderbouwing is gesteld dat een ontheffing in het belang van Smiley is. Uit de stukken blijkt niet dat de minister enig onderzoek heeft laten doen door een ter zake deskundige naar de vraag of het belang van Smiley zich verzet tegen ontheffingverlening. Ter zitting heeft de minister daarvoor evenmin een nadere onderbouwing gegeven; hij heeft bevestigd dat hiervoor vooralsnog ook verder geen onderbouwing voorhanden is. Het College stelt vast dat de enige nadere informatie over zebra Smiley die wel in het dossier is te vinden, juist aanknopingspunten geeft voor de veronderstelling dat er mogelijk geschikte opvang voor Smiley zou bestaan bij Zonnegloed in België. De ontheffingverlening lijkt, in elk geval mede, te zijn ingegeven door de politieke wens van de minister om de door de Tweede Kamer op 1 december 2020 aangenomen moties Graus (TK 2020-2021, 35 570 XIV, nr. 18) en Van Martels en Van Helvert (TK 2020-2021, 35 570 XIV nr. 37) uit te willen voeren. In deze moties werd de regering gevraagd ervoor te zorgen dat Buba, de circusolifant van de familie Freiwald , bij de circusfamilie kon blijven. De minister heeft vervolgens, zo blijkt uit de stukken, aan de hand van een ambtelijke notitie gekozen voor de optie waarbij zowel voor Buba als Smiley op aanvraag van Freiwald een ontheffing wordt verleend. In deze ambtelijke notitie is voor de ontheffingverlening echter evenmin een onderbouwing te vinden. Daarin wordt integendeel juist de vraag opgeworpen of die onderbouwing wel kan worden gegeven.”

In haar oordeel stelt het CBb vervolgens vast dat “de minister de gebreken niet heeft hersteld, noch nieuwe besluiten heeft genomen. Reeds daarom zijn de beroepen gegrond en zullen de bestreden besluiten worden vernietigd.”

Vervolgens besluit het CBb, wat zeer zeldzaam is, zelf in de zaak te voorzien:
”De minister heeft zijn in bezwaar gehandhaafde ontheffingsbesluit na de tussenuitspraak niet voorzien van een nadere motivering. Met zijn brief van 15 mei 2024 heeft hij uitstel gevraagd. Vervolgens heeft hij met zijn brief van 12 juni 2024 laten weten dat hij (nog) een “ultieme poging” doet om het bestreden besluit alsnog van een dragende motivering te voorzien en dat het bestreden besluit binnen vier weken nader zal worden gemotiveerd, of zal worden ingetrokken. Het College heeft geen nadere motivering van de minister ontvangen, noch een intrekkingsbesluit.

Uit de brieven van de minister leidt het College af dat het de minister niet is gelukt het ontheffingsbesluit te voorzien van een nadere motivering, ook niet nadat de minister daartoe een laatste poging heeft gedaan. Het College gaat er daarom vanuit dat de minister die nadere motivering ook niet kan geven. Van de zijde van de ontheffinghouder is evenmin een nadere toelichting of onderbouwing gekomen. Uit het voorgaande volgt dat niet is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden voor ontheffingverlening en dat het ontheffingsbesluit zal moeten worden herroepen. Het College zal dit, zelf in de zaak voorziend, doen.”

Hiermee zijn de beroepen en bezwaren gegrond verklaard en de bestreden besluiten vernietigd. Het ontheffingsbesluit om olifant Buba en zebra Smiley in strijd met het ‘circusverbod’ toch bij Freiwald te laten is daarmee herroepen. Dat betekent dat het de familie Freiwald niet langer is toegestaan om Smiley (in Nederland) te vervoeren ten behoeve van een circus of een ander optreden.

En dat ‘in Nederland’ is het probleem. Freiwald heeft inmiddels Smiley ontvoerd naar Duitsland, zodat Smiley op dit moment niets opschiet met deze uitspraak.

De hoofdverantwoordelijke voor het onrecht dat Smiley en Buba is en nog altijd wordt aangedaan, Carola Schouten, bracht na LNV een aantal jaren anoniem door op het comfortabele pluche van het ministerie van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. Schouten is sinds 10 oktober burgemeester van Rotterdam.

20.000 handtekeningen voor sluiting apenhel BPRC

Op dinsdagmiddag 5 november overhandigde Animal Rights een petitie met 20.000 handtekeningen aan de Tweede Kamer, waarmee de sluiting van het Biomedical Primate Research Center (BPRC) wordt geëist. Tijdens de officiële overhandiging waren een aantal Kamerleden aanwezig, waaronder Sandra Beckerman (SP) en Ines Kostić van (PvdD). Rowena Vanroy van Animal Rights sprak strijdvaardig: “Apentesten moeten niet onder voorwaarden worden toegestaan. Wij eisen de volledige stopzetting van deze wreedheid.”

Enorme aantallen apen

Het Biomedical Primate Research Center (BPRC) in Rijswijk is het grootste apentestcentrum van Europa. Jaarlijks worden hier een hallucinant aantal resusapen, java-apen en penseelapen gekweld voor dierproeven. Op 31 december 2022 zaten er volgens de laatste telling nog altijd 944 apen opgesloten in dit onderzoekscentrum.

Misbruik van belastinggeld

Het BPRC ontvangt jaarlijks tientallen miljoenen euro’s aan belastinggeld voor het uitvoeren van dierproeven. Proeven die inherent gebrekkig zijn, simpelweg omdat dieren geen mensen zijn. Ziektebeelden manifesteren zich anders in dieren dan in mensen. Zo krijgen penseelaapjes bijvoorbeeld geen multiple sclerose (MS), maar worden ze geïnjecteerd met stoffen die hun zenuwen beschadigen en zo enkel MS-achtige symptomen oproepen. Dit maakt de resultaten van dierproeven onbetrouwbaar, en daarom wordt er nauwelijks vooruitgang geboekt in de behandeling van ziektes bij mensen hoewel er toch al decennialang voor deze ziektes op dieren wordt geëxperimenteerd. Toch worden enorme bedragen besteed aan de instandhouding van dit testcentrum, met alle kosten voor de huisvesting en verzorging van de apen.

Een oproep voor proefdiervrij onderzoek

Deze middelen moeten worden geïnvesteerd in innovatieve, dierproefvrije onderzoeksmethoden. De recent aangenomen motie van de Partij voor de Dieren onderstreept dit ook. Proefdiervrije technologieën, zoals immuunsystemen op een chip of longen op een chip, hebben de potentie om goedkoper, efficiënter en vooral betrouwbaarder te zijn. Ze maken gebruik van menselijke cellen, waardoor ze relevanter zijn voor het bestuderen van menselijke ziektes.

Kamerdebat cruciaal voor toekomst BPRC

Op 14 november vindt een cruciaal Kamerdebat plaats waarin de toekomst van het BPRC wordt besproken. Voor Animal Rights en de 20.000 ondertekenaars van onze petitie is er slechts één logische stap: het definitief stopzetten van apenexperimenten.

KADAVERBOER UIT SPEULD HAD IN DE VERSTE VERTE GEEN WOLFWEREND RASTER

Veeboer Rene van Deuveren dumpte donderdag vijf dode schapen langs de Garderenseweg bij Speuld (bij Ermelo, Gelderland). Hij deed dat, volgens zijn relaas in de Stentor, om de mensen te “laten zien dat de wolf hier niet hoort.”

Lees ook: ANIMAL RIGHTS DIENT KLACHT IN BIJ NVWA VANWEGE DODE SCHAPEN LANGS WEG

Van Deuveren beweert vervolgens tegen de pers dat de schapen achter een wolfwerend raster stonden.

Omroep Gelderland:
“Net nieuw wolfwerend raster
Vorig jaar verloor Van Deuveren zijn schapen al eens door een wolvenaanval. Toen was de omheining niet in orde, geeft hij toe. “Maar dit keer stond er een wolfwerend raster van 1.30 meter hoog, vierduizend euro. Het stond er net vijf weken. De wolf is er gewoon weer overheen gesprongen.”
” 1

De Stentor:
“Het is al de tweede keer dat het bij Van Deuveren misgaat. ,,Vorig jaar rond deze tijd, ietsje eerder misschien, had ik ook vijf schapen gekocht. En toen gebeurde precies hetzelfde. Toen zei iedereen dat ik mijn schapen niet goed genoeg had beschermd. Het klopt ook wel dat ik toen nog niet alle nodige maatregelen had getroffen.’’
Deze keer is dat volgens Van Deuveren anders. ,,Ik heb een hek van 1.30 meter hoog gemaakt en er maximale stroom op gezet. Ik heb er meer dan 4000 euro aan uitgegeven. Toch is de wolf er blijkbaar langs gekomen.’’”
2

Dat wilde Animal Rights zelf zien en het verhaal blijkt zoals gewoonlijk een leugen. Om grofweg de helft van de wei heeft Van Deuveren 6 draden getrokken met de mogelijkheid om daar stroom op te zetten. Wel is het gras hier en daar onder de onderste draad wat lang zodat stroom kan weglekken.
De andere helft van de omheining bestaat echter uit typische ‘Heras’ gaas-hek waarop geen stroom gezet kan worden. Wel loopt er 1 ‘stroom’draad langs dat hek, in ieder geval aan de zijde van het woonhuis, maar aan de binnenzijde en dat houdt een wolf niet buiten; voor de wolf is dit een klimrek.
Dan de poort in het hek, hier lopen geen stroomdraden langs. De ruimte onder de poort is zo groot dat een wolf nauwelijks hoeft te graven om er onder door te gaan.
De verticale palen waaraan de draden zijn bevestigd worden gestut door diagonale profielen. Omdat de draden aan de binnenkant van de palen zijn bevestigd in plaats van aan de buiten kant zouden deze kunnen dienen als handige opstapjes.

Zoals reeds gezegd: deze afrastering lijkt in niets op een wolfwerend raster. Waarom spendeert Van Deuveren, naar eigen zeggen, dan 4.000 euro aan het hek? Is het onkunde? Is het de arrogantie van het beter denken te weten dan BIJ12? Hoe dan ook zijn schapen die op deze wijze worden ‘beschermd’ ten dode opgeschreven na de terugkeer van de wolf.


  1. Boer legt dode schapen langs de weg: ‘Wolf bedankt’ ↩︎
  2. Boer legt dode schapen langs de weg: ‘Vorig jaar zei iedereen dat ik ze niet goed beschermde’ ↩︎

ANIMAL RIGHTS DIENT KLACHT IN BIJ NVWA VANWEGE DODE SCHAPEN LANGS WEG

Dierenrechtenorganisatie Animal Rights is klaar met huilie-huilie-veehouders die dode schapen langs de weg dumpen om de wolf te demoniseren en heeft een klacht ingediend bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit NVWA.

Deze keer was het veeboer Rene van Deuveren aan de Garderenseweg bij Speuld (bij Ermelo) die het nodig vond kadavers te exposeren. 1 2
Gevraagd naar de reden om de dode dieren langs de weg te leggen antwoordt hij voorspelbaar: “Ik wil de mensen laten zien dat de wolf hier niet hoort. Er wordt veel subsidie tegenaan gegooid om maatregelen mogelijk te maken, maar dat gaat op de lange termijn niet voldoende helpen. Er gaat nog een keer een kind gepakt worden, dat weet ik zeker.” Ook Van Deuveren leidt aan het bekende roodkapje-syndroom.

Zijn doel, het demoniseren van de wolf, is verachtelijk, maar wat hij doet is ook illegaal.

De regels voor het opslaan en afvoeren van dode dieren (kadavers) staan in paragraaf 3 (artikel 3.20-3.26) van de Regeling dierlijke producten. De NVWA controleert of het opslaan en afvoeren aan de regels voldoet. 3

Regeling dierlijke producten 4
Artikel 3.20. Aanwijzing dierlijke bijproducten
Dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet zijn kadavers en delen daarvan …

Artikel 3.23. Bewaarvoorschriften
1 De houder van aangewezen dierlijke bijproducten zorgt ervoor dat die bijproducten tot ze zijn opgehaald:
a. niet vrij toegankelijk zijn voor anderen dan de houder en de ondernemer;
b. niet bereikbaar zijn voor vogels, knaagdieren, honden en katten;
c. door afdekking, die door de ondernemer eenvoudig kan worden verwijderd, niet zichtbaar zijn voor voorbijgangers;

Animal Rights heeft een melding gedaan bij de NVWA en verwacht dat deze organisatie optreedt. Zo niet dan volgt bij iedere volgende zaak een handhavingsverzoek om bestraffend op te treden.

Update

We zijn er aan gewend dat de NVWA niet zelf in staat is om actie te ondernemen; ze hebben altijd een duwtje nodig. Dit was hun antwoord op 10 november:
“Tijdens het onderzoek zijn de door u gemelde dieren niet meer aangetroffen. Naar aanleiding hiervan kan dan ook geen overtreding worden vastgesteld. Daarom treden wij niet op tegen de beklaagde/het bedrijf en zullen wij uw melding sluiten. Uw melding is officieel geregistreerd bij de NVWA. Dat betekent dat uw melding mogelijk gebruikt kan worden bij eventuele toekomstige meldingen over hetzelfde bedrijf. Wij bedanken u voor de moeite die u heeft genomen om de situatie bij ons te melden.”


  1. Boer legt dode schapen langs de weg: ‘Vorig jaar zei iedereen dat ik ze niet goed beschermde’ ↩︎
  2. Ermelo wil dat dode schapen langs weg snel opgeruimd worden, actiegroep dient klacht tegen boer in ↩︎
  3. Regelgeving voor kadavers ↩︎
  4. Regeling dierlijke producten ↩︎

WINST VOOR DE REEËN IN ZEELAND

Op 18 oktober 2024 oordeelde de rechtbank Zeeland-West-Brabant dat Gedeputeerde Staten van Zeeland onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het terugbrengen van de populatie van het ree noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid: “De beroepen zijn gegrond, omdat verweerder niet in redelijkheid de gevraagde ontheffing heeft kunnen verlenen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.”
De provincie verleende in december 2023 een ontheffing om tot en met 2029 reeën af te schieten.

Zienswijze

Op 15 oktober 2023 dienden Fauna4Life en Animal Rights een zienswijze in met betrekking tot het ontwerpbesluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland om een ontheffing te verlenen van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2029 om reeën af te schieten. Zeeland wil deze ontheffing verlenen in het belang van de openbare veiligheid, waarbij wordt gedoeld op de verkeersveiligheid.

Voordat deze ontheffing kan worden verleend, moet worden aangetoond dat er sprake is van een gevaar voor de openbare veiligheid, zoals bedoeld in de wet. Op geen enkele manier is onderbouwd dat in het hele aangewezen gebied sprake is van een daadwerkelijk gevaar voor het leven van verkeersgebruikers, anders dan de reeën zelf.

Daarnaast moet voordat een dergelijke ontheffing kan worden verleend, worden aangetoond, of op zijn minst aannemelijk worden gemaakt, dat het gebruik van de ontheffing een daadwerkelijke bijdrage levert aan het gestelde doel, een verbeterde verkeersveiligheid.

Een andere voorwaarde is dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is om het doel, in dit geval een verhoging van de verkeersveiligheid, te bereiken. Ook aan deze voorwaarden wordt niet voldaan.

Zeeland verleende de ontheffing toch op 5 december 2023 en de organisaties tekenden daar beroep tegen aan en togen naar de voorzieningenrechter.

Voorzieningenrechter

Het bestreden besluit brengt naar zijn aard onomkeerbaar de dood van reeën teweeg en daarom erkent de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de organisaties. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe op 11 april 2024 en schorst het bestreden besluit tot zes weken na de uitspraak in de beroepsprocedures.

“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder [de provincie Zeeland] onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat het verlenen van de ontheffing nodig is in het belang van de openbare veiligheid en meer specifiek de verkeersveiligheid.”

“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder echter niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken onderbouwd dat in Zeeland een zodanig risico voor de verkeersveiligheid bestaat, dat het nodig is om de reeën te doden. Verweerder heeft in het bestreden besluit niet of onvoldoende onderbouwd wat de omvang van de aanrijdingen met reeën in Zeeland is, hoe ernstig de aanrijdingen zijn en welke schade (materiële — of letselschade) daaruit voortkomt.”

“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan onderzoek worden gedaan naar de ernst van de ongevallen in Zeeland en kan de noodzaak op die manier inzichtelijk worden gemaakt.”

Uitspraak rechtbank

De zitting was op 13 september 2024, waaraan ook de Faunabescherming deelnam. Op 18 oktober 2024 oordeelde de rechtbank Zeeland-West-Brabant praktisch hetzelfde als de voorzieningenrechter:

“De rechtbank acht hierbij van belang dat deze summiere en algemeen geformuleerde onderbouwing onvoldoende recht doet aan het hiervoor genoemde beschermingsregime, waarbij afschot van reeën enkel is toegestaan in uitzonderlijke gevallen.”

“De rechtbank stelt voorop dat de Wnb met het verbod in artikel 3.10, eerste lid, op het opzettelijk doden van het in het wild levende ree voorzag in de bescherming van deze diersoort. Een ontheffing ten behoeve van de beperking van de omvang van de populatie van het ree kon alleen worden verleend indien deze beperking nodig was in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang. Enkel wanneer die belangen in het gedrang kwamen, kon het opzettelijk doden van reeën het terugdringen van de populatie rechtvaardigen. Het terugdringen van de populatie van het ree kon op zichzelf dus niet het enige doel zijn waarvoor de ontheffing werd verleend. Het terugdringen van de populatie moest daarentegen in samenhang met het belang van de openbare veiligheid, in het bijzonder de verkeersveiligheid, worden bezien. Van de bevoegdheid tot het verlenen van onderhavige ontheffing kon als gevolg daarvan alleen gebruik worden gemaakt wanneer sprake was van een uitzonderingssituatie als bedoeld in artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb. Het is aan verweerder om aannemelijk te maken dat er in dit geval sprake was van een dergelijke uitzonderingssituatie.”

De rechtbank baseert zich daarbij op de Richtsnoeren inzake de strikte bescherming van diersoorten van communautair belang uit hoofde van de Habitatrichtlijn, (2021/C 496/01) die ook voor de nationale soorten, waarvoor eenzelfde wettelijk kader en bijbehorend begrippenkader geldt, van belang zijn.

“De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat de beperking van de omvang van de populatie van het ree nodig is in het belang van de openbare veiligheid en meer in het bijzonder de verkeersveiligheid.”

“Omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het terugbrengen van de populatie van het ree noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid, slagen de beroepen. Hierdoor behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.”

De rechtbank voegt daar nog aan toe:
“Alleen wanneer afdoende is aangetoond dat andere potentiële oplossingen niet bevredigend zijn, kan het gebruik van de afwijking worden gerechtvaardigd. Indien een maatregel gedeeltelijk bevredigend is, moet die maatregel eerst worden uitgevoerd. Afwijkingen voor dodelijke interventie moeten in verhouding staan tot het probleem dat overblijft nadat er niet-dodelijke maatregelen zijn genomen.”

En:
“Het proces om na te gaan of een andere oplossing onbevredigend is, moet gebaseerd zijn op een goed gedocumenteerde beoordeling van alle mogelijke beschikbare opties. De beoordeling van andere oplossingen moet worden afgewogen tegen de algemene doelstelling om de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten van communautair belang te behouden of te herstellen. Bij de beoordeling kan ook rekening worden gehouden met de evenredigheid in termen van kosten. Andere bevredigende oplossingen kunnen echter niet van meet af aan worden afgewezen omdat zij te duur zouden zijn.”

Animal Rights

Animal Rights is uiteraard zeer tevreden over deze uitspraak. Het is winst voor de reeën. Deze dieren horen niet overgeleverd te worden aan de bloedlust van jagers en de willekeur van provinciale bestuurders.

In Groningen werd een vergelijkbare ontheffing al ingetrokken als gevolg van de voorlopige voorziening. En we wachten nog op uitspraken in vergelijkbare zaken voor reeën in Flevoland en Drenthe.