Op vrijdag 13 november verhuisden de poolvossen vanuit hun quarantaineverblijf in Zoo Veldhoven naar hun nieuwe droomverblijf bij SOS wilde dieren in Geraardsbergen. De vossen werden warm onthaald door het team van SOS wilde dieren en Animal Rights: nachthokken waren met vers en warm stro gevuld, de voederbakjes stonden klaar. Bij aankomst van de vossen werden de dieren zo snel mogelijk uit de de transportwagens gehaald en naar het nieuwe verblijf gebracht, gevolgd door de camera’s van lokale en nationale pers.
De verzorgers van Zoo Veldhoven waren aanwezig om de vossen bij te staan vanaf het moment dat de dieren in de transportboxen gezet werden tot wanneer zij aankwamen bij SOS wilde dieren. Het moment waarop de benches geopend werden en de vossen hun eerste stapjes in de bosrijke omgeving zetten, was dan ook een groots en intens moment voor hen.
“Het is de eerste keer dat de poolvossen aarde en bosgrond onder hun pootjes voelen. De vossen keken eerst verwonderd, maar begonnen dan al snel hun eerste stapjes om hun nieuwe thuis te verkennen,” zegt campagnecoördinator Els Van Campenhout.
De dieren hadden een rustige eerste nacht en ontdekken op hun eigen tempo het grote verblijf van 600 vierkante meter. De nachthokken werden grondig gecontroleerd door de vosjes; dat konden we zien via de wildcamera’s die we op verschillende plekken in de ren hebben opgehangen.
Animal Rights heeft allerlei camera’s opgehangen en zal regelmatig updates plaatsen over hoe de dieren hun droomverblijf verder ontdekken en genieten van het leven in hun nieuwe thuis.
De vossen werden eerder dit jaar ontdekt door Animal Rights onderzoekers op een nertsenfokkerij. Het gedeelte van de bontfokkerij waar de vossen zaten, zag er oud en armoedig uit. De kooien waren smerig, klein en kaal. Er was geen enkele afleiding voor de dieren. Animal Rights campagneleider Erwin Vermeulen vertelt: “De meeste vossen hadden nog geen vierkante meter aan ruimte en leefden boven hun eigen uitwerpselen. De twee jongere dieren hadden uit frustratie hun eigen staart afgekloven en bij verschillende dieren waren de teennagels uitgegroeid.”
Nadat de dieren uit de kooien op de nertsenfarm bevrijd waren, werden de dieren tijdelijk overgebracht naar Zoo Veldhoven, waar de dieren opnieuw moesten leren lopen. De vossen ontdekten een leven buiten de kooien en de vele mogelijkheden met behulp van de verrijking die de verzorgsters aanboden. Ze leerden te zoeken naar voedsel, graven het zelf onder, probeerden hun grenzen te verleggen en daarmee werden hun hersenen op een positieve manier actief aan het werk gezet. Langzaamaan begonnen ze opnieuw mensen te vertrouwen. Hun transformatie gaat ongetwijfeld verder dankzij de goede zorgen die de dieren nu bij SOS wilde dieren krijgen.
Het is de eerste keer dat de poolvossen aarde en bosgrond onder hun pootjes voelen. De vossen keken eerst verwonderd, maar begonnen dan al snel hun eerste stapjes om hun nieuwe thuis te verkennen
Nadat de dieren uit de kooien op de nertsenfarm bevrijd waren, werden de dieren tijdelijk overgebracht naar Zoo Veldhoven, waar de dieren opnieuw moesten leren lopen.
De [Europese Vogelrichtlijn](https://www.animalrights.nl/jacht-en-natuurwetgeving-europa) bestaat sinds 1979. Volgens deze richtlijn is het verboden vogels te doden en hun nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Bij wijze van uitzondering kunnen Europese lidstaten afwijken van de richtlijn. Dit kan alleen in specifieke situaties: bijvoorbeeld in het belang van de volksgezondheid, vliegveiligheid of om (ernstige) landbouwschade te voorkomen. Tussen 2009 en 2017 zijn er in de lidstaten meer dan 84.000 uitzonderingen afgegeven en meer dan 14 miljoen vogels gedood, blijkt uit nieuw rapport van BirdLife International.1 Waarschijnlijk is er sprake van een onderschatting, want in sommige landen is er zelfs jarenlang niets geregistreerd.
Jessica Smit, campagneleider Animal Rights: “Dit gaat om beschermde vogelsoorten, maar het aantal toegestane uitzonderingen is dramatisch hoog. Het heeft er alle schijn van dat de jacht op beschermde soorten in sommige landen gewoonweg doorgaat.”
In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw stond een groot aantal vogelsoorten op het punt van uitsterven. De belangrijkste redenen hiervoor waren het verdwijnen van leefgebieden en de grootschalige jachtpartijen onder vogels in Zuid-Europa.2 In reactie hierop werd in 1979 door de Europese Unie de Vogelrichtlijn opgesteld. Deze richtlijn wil het uitsterven van vogelsoorten voorkomen door, kort gezegd, vogels en hun leefgebieden te beschermen.
In Europa leven meer dan 500 wilde vogelsoorten, maar minstens 32% van deze vogels bevinden zich in een “ongunstige staat van instandhouding”. Ze worden dus met uitsterven bedreigd.3 Volgens het rapport van BirdLife International werden ten minste 14 miljoen vogels feitelijk gedood of meegenomen. 18 afwijkingen van de richtlijn leidden elk tot de dood van meer dan 100.000 vogels.
Het aantal uitzonderingen in Nederland en België is toegenomen. Zo werden er in België in 2009 nog 87 uitzonderingen voor het doden van vogels afgegeven, in 2017 waren dat er 264. In Nederland ging het in 2009 om 227 uitzonderingen en in 2017 om 832. Gemiddeld gezien worden er in België per jaar 185 afwijkingen van de verboden uit de Vogelrichtlijn toegestaan en in Nederland gemiddeld 497 per jaar.
In Nederland worden onder andere ontheffingen gegeven voor het doden van beschermde [aalscholvers](https://www.animalrights.nl/de-aalscholvers-zijn-gered-van-afschot), [zwanen](https://www.animalrights.nl/afschot-knobbelzwanen-van-de-baan), [kraaien en kauwen](https://www.animalrights.nl/oordeel-rechter-geen-vangkooien-noord-holland) en [spreeuwen](https://www.animalrights.nl/utrecht-doodt-duizenden-spreeuwen).
Volgens BirdLife International maken lidstaten misbruik van hun bevoegdheid om vergunningen te verlenen om vogels te doden. Ze schenden Europese wetgeving, doen een aanval op de biodiversiteit en keren dierenwelzijn en de wetenschap te rug toe.4 De Europese Commissie zou streng moeten optreden.
De bescherming van natuur, soorten en biodiversiteit zijn vanzelfsprekend uitermate belangrijk en internationale regelgeving is noodzakelijk, want de meeste vogels in Europa zijn trekvogels die niets geven om landsgrenzen. Animal Rights wil echter dat er nog een belang wordt meegenomen: het belang van individuele dieren. Smit: “Alleen de bescherming van soorten is niet goed genoeg om individuen te beschermen. Er zijn immers nog steeds miljoenen vogels die de kogel krijgen.”
Ondanks de mooie ambitie van Nederland om ‘internationaal voorloper dierproefvrije alternatieven te worden’ neemt het aantal dierproeven in Nederland niet af. Dit blijkt uit de meeste recente cijfers van 2019.1 In 2019 zijn er meer proefdieren in voorraad gedood dan in 2018. Het gaat hier vooral om genetisch gewijzigde proefdieren, die wel gefokt maar niet in een dierproef werden gebruikt omdat ze overbodig waren of omdat ze niet de gewenste genetische eigenschappen hadden waarvoor proefdiernemers de dieren willen gebruiken. Animal Rights trekt aan de alarmbel: “Er is voorlopig geen spoor van transitie van ouderwetse dierproeven naar moderne dierproefvrije technieken. Politici: maak van afbouw dierproeven een topprioriteit.”
In totaal zijn in 2019 448.656 dierproeven uitgevoerd. In 2018 waren dit er 448.399. In 2016 had het kabinet nog de ambitie om in 2025 ‘wereldwijd koploper dierproefvrije alternatieven’ te zijn.2 Een hoogstaande ambitie, niet alleen vanuit de invalshoek van verminderen dierenleed, maar ook vanuit innovatie, kenniseconomie, exportpositie en betere wetenschap zeer interessant. Inmiddels is de ambitie dus gereduceerd tot ‘internationaal voorloper’. “Al jaren schommelt het aantal proeven tussen de 450.000 en 500.000, er zit absoluut geen verbetering in’’, zegt Tweede Kamerlid Frank Wassenberg van de Partij voor de Dieren,”En dat terwijl het kabinet al jaren roept dat Nederland voorloper wil zijn in proefdiervrij onderzoek. Maar het blijft dus vooral bij woorden.’’
Vandaag op 11 november debatteert de Tweede Kamer over dierproeven.3 Animal Rights heeft in aanloop naar het belangrijke overleg een brief met de belangrijkste punten naar de betrokken politici gestuurd.
De belangrijkste punten:
Bouw het apentestcentrum BPRC af naar nul. Volg de aanbeveling van het Rathenau Instituut op uit het eerder genoemde rapport ‘Van aap naar beter’.4
Stimuleer het alternatievenbeleid met geld. Momenteel is er amper budget voor alternatievenonderzoek en gaat een flinke hap uit het budget naar dierproeven.Door het onderzoeksbudget anders in te zetten kun je de transitie prikkelen.
Bijna een half miljoen proefdieren worden gedood in voorraad. De overheid moet de regie nemen om een structurele afname mogelijk te maken. Zo zou meer focus op preventie, adoptie en herplaatsing moeten worden gelegd.
Neem politiek stelling: geen dierproeven toestaan om de ziekmakende en leedvolle vee-industrie in de benen te houden.
Ga terug naar de oorspronkelijke ambitie uit 2016 om in 2025 wereldwijd koploper dierproefvrije alternatieven te zijn.
Onder het mom van de wetenschap proberen dierproefnemers ons steeds wijs te maken dat proefdieren nooit onnodig gedood worden. Uit het Jaaroverzicht dierproeven en proefdieren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) blijkt dat er in 2019 bijna evenveel proefdieren ‘in voorraad’ gedood werden dan dat er daadwerkelijk in dierproeven zijn gebruikt. Deze dieren waren wel gefokt, maar niet gebruikt in een dierproef omdat ze overbodig waren of omdat ze niet de gewenste genetische eigenschappen hadden waarvoor proefdiernemers de dieren willen gebruiken.
In 2019 werden 442.767 dieren overbodig gedood zonder dat ze überhaupt voor een dierproef gebruikt werden. Dat is een stijging ten opzichte van een jaar eerder (437.506 in 2018). “Proefdieren worden beschouwd als voorwerpen voor menselijke doeleinden en weggegooid alsof ze niets anders zijn dan levenloos menselijk eigendom”, zegt Jen Hochmuth.
Lees ook: [Hoe worden proefdieren gedood](https://www.animalrights.be/hoe-worden-proefdieren-gedood)
Bijna 85% van alle ‘in voorraad’ gedode proefdieren waren genetisch gewijzigde muizen, ratten en vissen. Deze dieren waren wel gefokt, maar niet gebruikt omdat ze overbodig waren of omdat ze niet de gewenste genetische eigenschappen hadden waarvoor proefdiernemers de dieren willen gebruiken. In 2018 zijn er zo 357.924 genetisch gewijzigde proefdieren gedood. Dat zijn er 5% meer dan de 262.238 dieren in 2019. Het aantal genetisch ‘in voorraad’ gedode gewijzigde vissen is zelf met 30% gestegen ten opzichte van 2018. Bij de genetische modificatie van een dier wordt het genetisch materiaal gewijzigd op een manier die niet van nature voorkomt.
Lees ook: [Dierproeven op vissen](https://www.animalrights.nl/dierproeven-op-vissen).
Volgens Hochmuth beseffen veel proefdiernemers dat andere dieren niet geschikt zijn als modellen voor de mens: “Het feit dat proefdieren eerst genetisch gewijzigd dienen te worden is al een bewijs dat hun voorspellende waarde voor de mens nooit voldoende gaat zijn.” Het creëren van genetisch gemodificeerde dieren en het uitvoeren van experimenten kost miljoenen dieren per jaar het leven en brengt in elke fase veel leed met zich mee. “Het is een schending van dierenrechten, omdat het manipuleren van dieren voor menselijke doeleinden de intrinsieke waarde van andere dieren ontkent, alsof ze niets anders zijn dan menselijk eigendom. Daarom pleiten we ook voor de volledige vervanging van dierproeven”, aldus Hochmuth.
Lees ook: [Konijnen genetisch gewijzigd en uitgemolken in absurde dierproeven](https://www.animalrights.nl/konijnen-genetisch-gewijzigd-en-uitgemolken-absurde-dierproeven).
Het standpunt van Animal Rights is dat proefdieren überhaupt niet gebruikt dienen te worden in experimenten. Zet in op moderne dierproefvrije onderzoeken: daar hoeft geen enkel dier onder het mom van de wetenschap of overbodig gedood te worden.
Animal Rights is een (https://www.animalrights.nl/stop-de-genetische-modificatie-van-dieren) gestart en roept de EU op om de wetgeving te herzien en pleit voor een volledig verbod van genetische modificatie van dieren.
Al jaren schommelt het aantal proeven tussen de 450.000 en 500.000, er zit absoluut geen verbetering in.
Het genetisch modificeren is een schending van dierenrechten, omdat het manipuleren van dieren voor menselijke doeleinden de intrinsieke waarde van andere dieren ontkent.
‘Ruiming’ van leghennen bij een bedrijf in Sint-Oedenrode
Wie de berichtgeving rondom de vogelgriepuitbraken in Nederland leest, zou bijna denken dat het allemaal de schuld is van trekvogels. De werkelijke oorzaak ligt bij de intensieve pluimveehouderij: experts waarschuwen voor de gezondheidsrisico’s voor mens en dier.
Wat is vogelgriep?
Vogelgriep is, zoals de naam al aangeeft, een ziekte die voorkomt bij vogels en griepachtige verschijnselen veroorzaakt. De veroorzaker van de ziekte is een variant van het influenzavirus. Net als het coronavirus is de vogelgriep ‘zoönose’: een ziekte die zowel dieren als mensen treft en ook tussen beide kan overspringen.
De virussen worden verdeeld in twee categorieën: hoogpathogeen en laagpathogeen. Laagpathogene vogelgriep veroorzaakt geen tot weinig ziekte in de vogels, hoogpathogene varianten leiden tot ziekte en sterfte.
Verspreiding
Oorspronkelijk kwam het vogelgriepvirus alleen voor bij watervogels zoals ganzen, eenden en zwanen, in een variant die hen niet of nauwelijks ziek maakt. Hoogpathogene vogelgriepvirussen komen voort uit laagpathogene door mutaties in het genetisch materiaal van het virus. Deze mutaties vinden bijna altijd plaats onder besmet pluimvee in de vee-industrie.
De intensieve pluimveehouderij is de belangrijkste bron van hoogpathogene vogelgriepvirussen. Hoewel vogelgriep zich normaliter alleen via water verspreidt, zitten kippen in moderne pluimveebedrijven zo dicht op elkaar dat het virus zich daar zonder water kan verspreiden. De kans op verspreiding groeit naarmate de dieren dichter op elkaar zitten.
Mutaties in de pluimvee-industrie
De andere manier, en ook de manier waarop laagpathogene virussen hoogpathogeen worden, is door een mutatie. Een mutatie die leidt tot een levensvatbare verandering van het vogelgriepvirus is zeldzaam. Maar bij de enorme aantallen dieren in de pluimveeindustrie wordt het virus binnen no-time miljarden keren vermeerderd. Dus ook al zijn levensvatbare mutaties zeldzaam, het virus wordt zó vaak vermeerderd dat het toch aan de lopende band muteert. De variant die zich het hardst voortplant – snel en veel andere dieren aansteekt – zal het talrijkst worden. Natuurlijke selectie zorgt zo voor hoge besmettelijkheid, het houderijsysteem zorgt ervoor dat ondanks hoge en snelle sterfte er genoeg nieuwe gastheren (en -dames) zijn voor het virus om te overleven en zich te verspreiden.
Tussen 1959 en 2015 zijn er 39 gevallen geregistreerd waarin een relatief ongevaarlijk H5- of H7-vogelgriepvirus muteerde in een dodelijke variant. 37 keer ontstond die in de pluimvee-industrie.
Ook zoogdieren vatbaar voor vogelgriep
Ook zoogdieren, waaronder mensen, kunnen door het vogelgriepvirus worden besmet. In 1918 kostte de Spaanse griep (H1N1) 40 tot 50 miljoen levens. Dit virus had waarschijnlijk een achtergrond bij vogels. Tijdens de vogelpestuitbraak in 2003 in Nederland bleek dat ook in varkens de aanwezigheid van antistoffen tegen het vogelpestvirus kan worden aangetoond. Op 17 april 2003 overleed een 57-jarige dierenarts aan een ernstige longontsteking. In de longen van deze dierenarts werd het vogelgriepvirus aangetoond. De laatste paar jaar worden ook wilde zoogdieren, zoals de vos, de zeehond en de otter, door vogelgriep getroffen.
Vaccins werken niet
Een vaccin tegen vogelgriep lijkt de ultieme oplossing voor de pluimveeindustrie om verder te gaan met ‘business as usual’. In Azië worden ze al lange tijd ingezet. De EU wilde lange tijd niet dat pluimvee preventief werd gevaccineerd, omdat dat de export van kippenvlees bemoeilijkte. Omdat tests voor vogelgriep bij gevaccineerd pluimvee niet meer werken, mogen ingeënte kippen niet worden verhandeld binnen Europa. Verder betekent een vaccin niet dat een kip, eend of kalkoen niet ziek wordt. Onder gevaccineerde dieren kan een virus makkelijker sluimerend aanwezig zijn. Pluimvee kan ziek en besmettelijk zijn zonder dat de dieren symptomen vertonen, of dat er sprake is van hogere sterfte.
Europa koos tot nu toe bewust voor een hoger risico op een dodelijke uitbraak, en het regelmatig ruimen van grote hoeveelheden kippen en andere gevogelte, puur vanwege het economische belang van de export. De belastingbetaler draait vervolgens op voor de kosten.
De uitbraak van 2021-23 is echter zo catastrofaal dat het tij ook binnen de EU langzaam keert. Het vaccin kan nu van een marker worden voorzien zodat er onderscheid gemaakt kan worden tussen gevaccineerde dieren en besmette.
Dat lost de overige problemen echter niet op. De meeste vaccinatieprogramma’s tegen het H9N2 – het meest voorkomende en schadelijkste laagpathogene vogelgriepvirus ter wereld – blijken weinig effect te sorteren tegen besmetting en overdracht in de praktijk, ondanks de positieve resultaten onder laboratoriumomstandigheden, blijkt in januari 2023 uit onderzoek in China door Xue Pan van Wageningen University & Research. Maternale antilichamen – antigen-specifieke antilichamen die via het ei door hennen aan hun nakomelingen worden doorgegeven – kunnen de reactie van kippen op vaccinaties verstoren. Deze antilichamen zijn mogelijk één van de redenen waarom de meeste vaccinaties tegen vogelgriep in de praktijk weinig succesvol blijken. 1
Franse onderzoekers die op verzoek van de Europese Commissie en de landbouwministers onderzoek doen naar vaccinatie van pluimvee komen ook tot de conclusie dat inenting vogelgriepverspreiding niet stopt. Volgens het Franse voedselveiligheidsbureau Anses is slechts één van de vijf vaccins die wereldwijd beschikbaar zijn tegen het HPAI-virus goedgekeurd voor kippen in de EU. Dat vaccin dateert echter uit 2006 en is sindsdien niet meer bijgewerkt. Daarom is bescherming tegen de huidige virusstammen onzeker. En het meest gevoelige pluimvee – kalkoenen en eenden – kan er niet mee ingeënt worden. 2
Ook de Nederlandse overheid geeft dat al aan: “Er is nog geen vaccin goedgekeurd voor de Europese markt waarvan bewezen is dat het werkt tegen het huidige vogelgriepvirus. Zo’n vaccin moet zowel de ziekteverschijnselen als de verspreiding van vogelgriep beperken. Als een vaccin alleen de ziekteverschijnselen beperkt, kan het virus zich onopgemerkt verspreiden.” 3
En dat is ook de conclusie van AVINED: “Momenteel zijn er echter geen vaccins beschikbaar in Nederland en de EU die goed werken tegen de HPAI-virusstammen die we de afgelopen jaren hebben gevonden. Bovendien stellen de EU-regelgeving en OEI-standaarden beperkende randvoorwaarden aan de handel in gevaccineerd pluimvee en in pluimveeproducten van gevaccineerde dieren. Er wordt elders op de wereld wel preventief gevaccineerd, maar de kwaliteit van de gebruikte vaccins laat te wensen over. Als pluimvee wordt gevaccineerd met een vaccin van onvoldoende kwaliteit, kan er virusmutatie en verspreiding plaatsvinden zonder dat dit wordt opgemerkt. Dit maakt de situatie alleen maar erger.” 4
En de WUR: “In Nederland is er slechts één commercieel vaccin beschikbaar en geregistreerd voor gebruik in pluimvee. Dit vaccin is gebaseerd op een laag pathogene aviaire influenza (LPAI) H5N2 stam uit 1986. Deze vaccinstam is niet verwant aan het huidige hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) H5N8 virus en zal daarom naar verwachting onvoldoende bescherming bieden tegen infectie met dit virus. In het buitenland zijn enkele andere commerciële vaccins beschikbaar tegen H5-virussen, maar geen van deze vaccins is ontwikkeld tegen het huidige HPAI H5N8 virus dat nu uitbraken veroorzaakt in Nederland. (Update 2022: ook niet tegen het huidige H5N1 virus.) Wanneer een vaccin wordt gebruikt dat pluimvee maar deels zou beschermen tegen vogelgriepinfectie, dan kan dit de infectie verbergen. Het virus kan zich dan ongemerkt verspreiden, waardoor de bestrijding van het virus juist moeilijker wordt. […] In het laboratorium is aangetoond dat vaccinatie de transmissie van het HPAI virus kan voorkomen, als de vaccinstam en de uitbraakstam nauw verwant zijn. In de praktijk blijkt echter dat dat er te weinig antistoffen worden aanmaakt tegen het HPAI virus na een of twee vaccinaties. De ontwikkelde vaccins bleken in het veld dus niet effectief genoeg (R>1), en hebben de uitbraken in deze landen [Azië, Egypte] niet kunnen stoppen.” 5
Er zijn dus geen werkende vaccins. Het is tijd voor echte maatregelen: Verbied onmiddellijk het houden van eenden en kalkoenen en vul leeg gekomen stallen (ruiming of slacht) niet meer op. Uiteindelijk zal de gehele pluimveeindustrie moeten verdwijnen.
De pluimveehouderij zelf is het onderliggende probleem
Het echte, onderliggende probleem is natuurlijk de intensieve pluimveehouderij. Nederland heeft de hoogste pluimveedichtheid in Europa. “In Limburg is die achttien keer hoger dan het Europese gemiddelde. Die schaal heeft allerlei negatieve effecten,” aldus Thijs Kuiken, hoogleraar vergelijkende pathologie bij het Rotterdamse Erasmus MC in NRC Handelsblad. 6
Kuiken heeft het dan niet alleen over vogelgriep, maar ook over andere ziekten, dierenwelzijn, de uitstoot van fijnstof, stikstof en broeikasgassen en landgebruik elders in de wereld om voedsel voor Nederlands pluimvee te verbouwen. “Je moet daar holistisch naar kijken”, zegt hij in het interview. “Wij spreken van een one health-benadering: gericht op een betere gezondheid van mens, dier en milieu.”
Intussen wordt de pluimveehouderij in Nederland alleen maar intensiever- en dat is vragen om problemen. De vogelgriep zelf is een verschrikkelijke ziekte voor pluimvee en wilde vogels en brengt enorm lijden met zich mee. Lijden dat voorkomen kan worden. Het terugbrengen en verspreiden van het aantal pluimveehouderijen is de enige oplossing.
Wie op geen enkele manier wil bijdragen aan dierenleed kiest natuurlijk plantaardig.
2003
Op 1349 pluimveehouderijen worden 30,7 miljoen kippen, kalkoenen en eenden gedood. 19 mensen die bij het doden van de zieke dieren zijn betrokken, raken besmet met het virus. Een dierenarts uit Rosmalen overlijdt aan de besmetting. De uitbraak kostte de maatschappij zo’n 750 miljoen euro.
Dierenorganisaties en betrokken politici kregen in 2018 gedeeltelijk hun zin: minister van Engelshoven besloot dat het aantal dierproeven en fokdieren in het BPRC flink moet afnemen. Omdat het apentestcentrum niet verder wil bezuinigen roept het de minister nu op om miljoenen euro’s extra subsidiegeld te schenken.1
Te dure huishouding
Het BPRC ontvangt jaarlijks een basissubsidie van 9,6 miljoen euro. Daarbovenop wil het BPRC jaarlijks 1.5 miljoen euro extra plus een eenmalige bijdrage van 700.000 euro. Tot nu toe heeft de minister aangegeven dat de transitie naar een kleiner apentestcentrum budgetneutraal moet zijn. De vraag is of er alsnog miljoenen euro’s extra belastinggeld naar het BPRC gaat. Minister van Engelshoven zal voor de kerst een brief naar de Kamer sturen.
Stopzetting apentesten
Molenaar: “Het BPRC heeft met al het personeel in dienst een veel te dure huishouding. Minder dierproeven betekent ook minder onderzoekers. En die wil het BPRC juist behouden. De belastingbetaler moet hier voor opdraaien.”
Animal Rights is een petitie gestart voor de volledige stopzetting van alle apenexperimenten. De petitie is inmiddels 80.000 keer getekend.
MINDER DIERPROEVEN IN HET BPRC
Het aantal proeven met apen in het BPRC was voor de transitie gemiddeld 200 – 250 proeven per jaar, in 2018 ging het om 205 proeven en in 2019 was dit 155 proeven. In 2025 moet het aantal proeven met apen in het BPRC gemiddeld 120 – 150 proeven per jaar zijn. De fokkolonie van het BPRC wordt daarnaast verkleind via geboortebeperking. Eind 2018 telde de kolonie 1437 apen. Op dit moment ligt het aantal op 1277 apen.