UPDATE: VERMINKTE VOS GALMAARDEN VERMOEDELIJK VERGIFTIGD

Uit de autopsie die Animal Rights liet uitvoeren aan de faculteit Diergeneeskunde in Merelbeke blijkt dat de vos reeds dood was toen hij werd verminkt. Hij (uit de autopsie bleek het om een hij te gaan) werd naar alle waarschijnlijkheid vergiftigd en vervolgens door de maaier overreden waarbij hij zijn poten en staart verloor.

Uit het autopsieverslag: “Er is op RX en autopsie geen indicatie voor afschot. De letsels zijn compatibel met letsels veroorzaakt door een machinaal werktuig. Ze zijn niet compatibel met letsels aangebracht door een mes. De macrosopische en histologische bevindingen zijn indicatief voor het feit dat de vos reeds overleden was, op het moment dat de letsels zijn aangebracht.”

Animal Rights is opgelucht dat de extreme verwondingen niet het gevolg zijn van opzettelijk menselijk kwaad, maar punt blijft dat de vos waarschijnlijk nog steeds opzettelijk werd gedood. Veel mensen hebben geen enkel begrip of respect voor wilde dieren en wensen hen allerlei kwaad toe. Volgens ons is het hoog tijd dat mensen leren samenleven met wilde dieren want zij hebben net zo goed rechten op hun plek in ons land.

Toen de wandelaar naderbij ging kijken bleek dat [de vos](https://www.animalrights.be/vossen-vlaanderen) in een plas bloed lag. Alle vier poten waren netjes verwijderd en verdwenen. Ook de staart was afgesneden, maar deze was achtergelaten naast het lichaam. De verwondingen zijn dermate precies toegebracht dat er waarschijnlijk kwaad opzet in het spel is.

“Zelfs al was het een maai-incident, dan nog toont dit aan hoe onzorgvuldig er met wilde dieren wordt omgesprongen. Niet alleen vossen, maar ook kievitten en andere vogels worden nog vaak verhakseld of vermorzeld door landbouwmachines.”, zegt Vanroy.

Animal Rights ging het dode lichaam de volgende dag ophalen. Intussen was het in de graskant gelegd, verborgen onder gemaaid gras. Het dier werd overgebracht naar de faculteit Diergeneeskunde om een autopsie te laten uitvoeren. Als daaruit blijkt dat de vos opzettelijk is gedood en verminkt, dient Animal Rights klacht in. Het kan echter twee weken duren voordat de resultaten daarvan bekend zijn. Het verdachte overlijden werd ook gemeld bij de natuurinspectie.

Rowena Vanroy, Animal Rights: “Als blijkt dat dit opzettelijk is gedaan door een zieke geest, moet deze persoon streng bestraft worden. Iemand die een dier dergelijke verwondingen toebrengt is tot alles in staat.”

Vossen zijn niet graag gezien door landbouwers, hobbykwekers van pluimvee en jagers. Ze demoniseren de dieren omdat ze natuurlijk gedrag vertonen, ze eten namelijk kleine dieren en eieren. Daarom worden ze op allerlei manieren gruwelijk om het leven gebracht. Ze worden afgeschoten, gevangen in kooivallen en soms zelfs in illegale stroppen en klemmen. Animal Rights betrapte vorig jaar nog een jager op [het gebruik van een illegale val met een levende lokhaan](https://www.animalrights.be/jager-betrapt-op-illegale-vossenjacht-met-verwaarloosde-lokdieren).

De vossenjacht is echter even wreed als zinloos. [In Luxemburg is er al sinds 2015 een jachtverbod](https://www.animalrights.be/al-vijf-jaar-geen-vossenjacht-luxemburg), dit heeft niet geleid tot een spectaculaire toename van het aantal vossen zoals jagers hadden voorspeld. Het succes van dit verbod bewijst dat de vossenjacht even zinloos als wreed is. Animal Rights wil ook in België een verbod op de gruwelijke vossenjacht.

Teken [hier](https://www.animalrights.be/stop-de-heksenjacht-op-de-vos) onze petitie tegen de heksenjacht op de vos.

ANIMAL RIGHTS BRENGT DIERENRECHTEN ONDER DE AANDACHT VAN STUDENTEN

Animal Rights krijgt regelmatig vragen van studenten die hulp zoeken bij hun projecten. Willem Vermaat, campagnecoördinator bij Animal Rights, is er blij mee: “Door ons nemen ze het dierenrechtenperspectief mee in hun projecten. Indirect bereiken we daarmee een grotere groep, omdat studenten hun werk weer presenteren aan medestudenten en anderen.”

Vermaat: “Het is natuurlijk een mooi teken dat studenten ons weten te vinden en dat ze ons perspectief mee willen nemen. Tegelijk blijkt uit hun vragen vaak dat er nog veel schort aan hun kennis van wat het betekent om te kiezen voor dierenrechten.”

Vermaat vertelt dat veel mensen het onderscheid tussen het dierenwelzijnsperspectief en het dierenrechtenperspectief niet begrijpen. Hij geeft een voorbeeld om het duidelijk te maken: “Ik vraag: waar denk je aan bij een koe? Mensen geven altijd ‘melk’ als antwoord.” Het verhaal dat hierop volgt, gaat als volgt: bij een koe denken we aan melk, bij andere zoogdieren niet. Terwijl we ieder zoogdier kunnen gebruiken voor het produceren van melk. We kunnen bijvoorbeeld honden gebruiken. We zouden dan ieder jaar de teefjes insemineren. Wanneer de pups worden geboren, halen we deze direct bij hun moeder weg. De mannelijke pups mesten we in een paar maanden vet om ze daarna te slachten. De vrouwelijke pups kunnen later ook melk geven en krijgen hetzelfde leven als hun moeders. Overigens slachten we die ook na een aantal jaar, omdat hun melkproductie dan afgenomen is of omdat ze om een andere reden niet meer rendabel zijn. Omdat we de pups bij de moeders hebben weggehaald, kunnen we de moeders melken, zodat we hun melk kunnen verkopen, zodat mensen melk kunnen drinken.

Vermaat: “Mocht iemand zo’n plan uiten, dan vermoed ik dat veel mensen verontwaardigd zullen reageren. Ik vraag wel eens: “of is er iemand van jullie die zegt: “goed idee!””. De meeste toehoorders beginnen dan te lachen. Mensen vinden het absurd. Toch doen we met koeien precies hetzelfde om hun melk te krijgen.” Het probleem is dat mensen daar niet bij stilstaan. We denken bij een koe al direct aan melk. Het is in onze cultuur zo normaal, dat mensen zich niet realiseren wat er met koeien gebeurt: ze gaan ervan uit dat een koe nou eenmaal melk geeft voor mensen. Ze vinden dierenwelzijn wel belangrijk, maar deze culturele indoctrinatie maakt dat dit dierenwelzijn gaat over vragen of een koe in de wei moet kunnen of op stal moet blijven staan. Dat is het probleem met het perspectief van dierenwelzijn. Als je opkomt voor dieren, zul je moeten kiezen voor dierenrechten: voor het idee dat dieren het recht hebben om zelf over hun leven te beschikken. Als een koe in de wei mag, is dat nog geen goed welzijn. Je kunt daarvan pas spreken als mensen koeien niet als instrument gebruiken.

Vermaat: “Wij laten studenten een perspectief zien op dierethische kwesties dat ze anders zouden missen.” Vermaat heeft onlangs nog een interview gegeven aan een student die een scriptie schrijft over de toekomst van het eten van vlees. Zij richtte zich in eerste instantie vooral op de negatieve impact op het klimaat van vleesconsumptie en hoe kweekvlees hier iets aan kan veranderen. “Het is fijn dat wij iets kunnen toevoegen over het belang van dieren om niet gebruikt te worden,” aldus Vermaat.

Animal Rights werd onlangs benaderd door studenten psychobiologie die bezig waren aan een project over de ethiek van het gebruiken van varkensembryo’s. Die zouden gebruikt kunnen worden om varkens geboren te laten worden met een menselijke lever. Die lever kun je dan zogenaamd ‘oogsten’ – de varkens worden gedood – om mensen die op een levertransplantatie wachten te helpen. In die kwestie zie je goed terug waar het in de maatschappij en het onderwijs vaak aan schort. Wat als grootste ethische dilemma wordt gezien, is het knutselen met embryo’s. Vermaat: “Dat zou ethisch heel ingewikkeld zijn: je rommelt aan het leven. Op universiteiten en andere plekken doen mensen daar heel gewichtig over. Ik heb er niks op tegen dat je daarover goed moet nadenken, maar de tragische ironie is dat de grootste ethische problemen vrijwel genegeerd worden.” Vermaat vertelt dat embryo’s nog geen voelende wezens zijn en nog geen belangen hebben. Toch gaat de discussie over het gebruiken van die embryo’s, niet over het gebruiken van voelende wezens om die embryo’s te verkrijgen of over dat er een levend varken geboren wordt met gevoelens en met een eigen wil. Mensen vinden het blijkbaar veel minder een probleem om voor dat dier al bepaald te hebben hoe het dier korte tijd mag leven en dan gedood wordt, zodat mensen de lever kunnen gebruiken.

Vermaat: “Het is bizar dat de focus in ethiekonderwijs ligt op kwesties als het gebruik van embryo’s en niet op het leed dat we voelende wezens aandoen. Als je de wereld ethisch beter wilt maken, kun je studenten beter laten reflecteren op de intensieve veehouderij. Ik ben blij dat wij het dierenrechtenperspectief onder de aandacht kunnen brengen. Gelukkig staan studenten er open voor.”

HET AANTAL CORONA-DIERPROEVEN BLIJFT VERDOEZELD

Vorige maand heeft onafhankelijk Brussels parlementslid Victoria Austraet de Brusselse minister van Dierenwelzijn een schriftelijke vraag gestuurd over dierproeven in het kader van het coronavirus.1 Gisteren kwam het antwoord van de Brusselse minister van Dierenwelzijn. Het blijkt dat deze
gegevens niet publiek moeten gemaakt worden. We weten enkel dat er al een onderzoek begonnen is en dat het tot “maximaal 5 jaar zal duren en maximaal 783 muizen zal gebruiken”. In april had [Animal Rights verschillende Belgische onderzoekscentra en de 3 Belgische ministers van
Dierenwelzijn verzocht om inkijk te verkrijgen in het aantal coronaslachtoffers onder proefdieren](https://www.animalrights.be/proefdieren-de-corona-crisis-behandeld-als-vervallen-producten).

Jen Hochmuth van Animal Rights: “Het gebrek aan transparantie over dierproeven wordt terug aan de kaak gesteld want de exacte cijfers over de aantallen in heel België ontbreken natuurlijk of worden pas veel later bekend gemaakt.”

1:Schriftelijke vraag van Brussels Parlamentslid Victoria Austraet en antwoord van de Brusselse minister van Dierenwelzijn

“Over de hele wereld zijn er studies aan de gang om een vaccin en een behandeling voor Covid-19 te vinden. Vermoedelijk wordt ook het farmacologisch, preklinisch en klinisch onderzoek in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geïntensiveerd. Tegelijkertijd leren we echter dat sommige onderzoeksactiviteiten moesten worden opgeschort als gevolg van de social distancing maatregelen, die het normale dagelijkse werk in het laboratorium niet mogelijk maken. Onderzoekers en managers van dierenwinkels hebben in de pers gemeld dat de opschorting van experimenten al heeft geleid tot de euthanasie van dieren omdat ze niet door onderzoekers konden worden gebruikt.

Hoeveel dieren zijn er sinds de inwerkingtreding van de federale maatregelen met betrekking tot Covid-19 in het Brussels Gewest geëuthanaseerd omdat het gebruik ervan in een experiment onmogelijk werd gemaakt, of na de voortijdige beëindiging van een experiment (waardoor het dier voortijdig stierf)?

Hoeveel dieren zijn er tot nu toe gebruikt in het onderzoek met betrekking tot Covid-19? Om welke diersoort gaat het?”

“Elke gebruiker van dieren deelt uiterlijk op 31 januari aan het Departement voor Dierenbescherming van Leefmilieu Brussel statistieken mee over het gebruik van dieren in laboratoria tijdens het vorige kalenderjaar. De gevraagde gegevens zullen daarom pas vanaf 31 januari 2021 beschikbaar zijn.

Dieren die worden gefokt en gedood zonder dat ze in een procedure worden gebruikt, worden echter niet in de jaarlijkse statistische gegevens opgenomen. Voor deze dieren hoeven de gegevens slechts eens in de vijf jaar bij de indiening van het vijfjaarlijkse verslag te worden verstrekt. Er worden dan echter alleen gegevens verzameld voor dieren die zijn gedood in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het vijfjaarlijkse verslag wordt ingediend (voor het volgende verslag worden alleen gegevens voor het jaar 2022 verzameld). De Europese Commissie is zich bewust van dit probleem en een nationale verplichting om deze informatie te verstrekken kan alleen worden overwogen als men van mening is dat dit geen strengere nationale maatregel is dan die welke in Richtlijn 2010/63 is voorzien.

Op dit moment kunnen dus alleen op vrijwillige basis volledige cijfers worden verkregen. In dit stadium hebben 10 laboratoria deze vraag beantwoord en als gevolg daarvan hebben 2 laboratoria dieren moeten euthanaseren (101 kuikens en 30 muizen). De andere laboratoria hoefden geen dieren te euthanaseren.

Met betrekking tot de dieren die gebruikt worden voor onderzoek in verband met COVID-19, is één project dat in mei is gestart, geïdentificeerd op basis van de niet-technische samenvattingen. Het project zal maximaal 5 jaar duren en er zullen maximaal 783 muizen worden gebruikt.

In april heeft Animal Rights al een brief gestuurd met het dringende verzoek aan de 19 Belgische onderzoekscentra die de transparantieverklaring inzake proefdieronderzoek hebben ondertekend om het aantal en de soorten dieren die gedood zullen worden in hun laboratoria tijdens de COVID- 19 crisis openbaar te maken. Omdat er in heel België meer dan 250 erkende laboratoria bevoegd zijn om dierproeven uit te voeren, had Animal Rights ook al een brief aan de 3 Belgische ministers van Dierenwelzijn gestuurd met het verzoek alle proefdiercijfers openbaar te maken.

Lees ook: [Proefdieren in de corona-crisis behandeld als vervallen producten](https://www.animalrights.be/proefdieren-de-corona-crisis-behandeld-als-vervallen-producten)

Het Fonds Voor Wetenschappelijk Onderzoek in Vlaanderen (FWO) heeft ondertussen een lijst gepubliceerd met 9 bijzondere onderzoeksprojecten in het kader van COVID-19.2 Het gaat om een totaalbudget van bijna 5 miljoen euro. Echter staat er nergens vermeld of het daarbij om dierproeven gaat, over welke diersoort het telkens gaat, noch het maximum aantal proefdieren dat voor de onderzoeksprojecten vergund is.

Jen Hochmuth: “Animal Rights blijft de situatie nauwgezet opvolgen. Het gaat om geld van de belastingbetaler zonder dat er enige verantwoording afgelegd wordt over mogelijke dierproeven aan de burger.”

2:Lijst met 9 bijzondere onderzoeksprojecten gesponsord door het FWO in het kader van COVID-19

In heel België worden jaarlijks meer dan 500.000 proefdieren in experimenten gebruikt. Omdat bestaande diersoorten als model voor corona falen, creëren wetenschappers nu genetisch gemanipuleerde muizen door het DNA te modificeren zodat de muizen überhaupt ziek kunnen worden en hun ziekteverschijnselen meer op die van de mens lijken. Voor Animals Rights is het genetisch modificeren een schending van dierenrechten en de laatste strohalm in een verloren zaak: “Het feit dat proefdieren eerst genetisch gewijzigd dienen te worden is al een bewijs dat hun voorspellende waarde voor de mens nooit voldoende gaat zijn”, aldus Hochmuth.

Lees ook: [Hoe hopeloos is de jacht naar het perfecte proefdier?](https://www.animalrights.be/hoe-hopeloos-de-jacht-naar-het-perfecte-proefdier
)

Gelukkig is er in de strijd tegen corona naast proefdieronderzoek ook proefdiervrij onderzoek gaande. Een voorbeeld is het gebruik van antilichamen in het bloed van mensen die hersteld zijn van een COVID-19-infectie om zo zieke patiënten te behandelen. Het Universitair Ziekenhuis van Gent heeft een kritieke coronapatiënt er in sneltempo bovenop geholpen, door hem bloedplasma te geven van iemand die het virus al had overwonnen.3

Jen Hochmuth: “Als we de resultaten uit dierproeven pas na 5 jaar mogen verwachten, lijkt het corona-vaccin nog heel ver buiten bereik en zijn de mensen die nu ziek vallen er helemaal niet mee geholpen.”

Volgens Animal Rights onderstreept de huidige corona-crisis dat er iets fundamenteel mis is met dierproeven en daarom pleiten we ook voor een einde aan de zinloze wreedheid van dierproeven.

Teken onze petitie: [Stop genetische modificatie van dieren](https://www.animalrights.be/stop-de-genetische-modificatie-van-dieren)

3:Coronapatiënt geneest in sneltempo dankzij behandeling met bloedplasma aan UZ Gent

We martelen dieren om een pandemie te stelpen die veroorzaakt wordt door de consumptie van dieren. Dit model is niet langer houdbaar.

Animal Rights blijft de situatie nauwgezet opvolgen. Het gaat om geld van de belastingbetaler zonder dat er enige verantwoording afgelegd wordt over dierproeven aan de burger.

Als we de resultaten uit dierproeven pas na 5 jaar mogen verwachten, lijkt het corona-vaccin nog heel ver buiten bereik en zijn de mensen die nu ziek vallen er helemaal niet mee geholpen.

ALS NERTSEN HET DOEN

Op de Hofplaats in Den Haag eisten Bont voor Dieren en Animal Rights de vervroegde sluiting van alle nertsenfokkerijen. Theun, de zoon van een nertsenfokker en de hoofdpersoon uit Jeroen Siebelink’s roman Pels, was er ook bij. Hij vertelde de demonstranten iets over de gebruiken in de stallen.

Ik wil het even niet hebben over de dood van nertsen.

Ik wil het hebben over het leven.

Over seks.

Paren, zeggen nertsenfokkers.

Dit weekend gaf een fokker, wiens dieren inmiddels zijn geruimd, toe dat hij het virus heeft opgelopen tijdens carnaval. Na dat weekje feestvieren hadden hij en zijn mensen de nertsen besmet. In de krant zei hij: „Dat was tijdens de paartijd. Dan is er veel intensief contact. In de paartijd zetten wij drie weken lang de reuen bij de teven en weer terug.”

Openhartig, van deze fokker. Zo moet het gegaan zijn. Je een week lang laten vollopen in de kroeg, met iedereen in en rond het dorp op de bek gaan, lekker het leven vieren, als vrij mens, daarna terug naar je strafkamp vol gevangenen, die nog steeds rondjes draaien in hun kooitjes, terwijl jij een reu erbij pakt en hem bij een teef zet en met je kater en je druipneus erboven hangt om te zien hoe zíj nou het leven vieren.

Het is zoals het is. Deze fokker hanteert in elk geval geen mystificerend taalgebruik, zoals minister Schouten. Zij spreekt niet van fokkers, of van boeren, ze heeft het steevast over ‘verzorgers’. Alsof ze in de dierenopvang werken. Alsof fokkers dieren liefdevol grootbrengen, als ware het hun eigen kinderen.

Ach, het is ook vreselijk, voor zo’n fokker. Het is toch zijn levenswerk.

En hoe het voor de nertsen is? Tja. Wat weten we van ze. Nertsen zijn de vergeten terdoodveroordeelden van ons land. Niemand zag ze, bijna niemand wist van hun bestaan af. Hoopjes leed en verstomming, in afwachting van de gaskist. Tot die tijd was hen zelfs de dood niet gegund. Tot nu dan. Ineens zijn ze gezien. Met hele stallen tegelijk mogen ze naar de eeuwige velden.

De nerts is een wild dier, dat door iemand die veel geld wil verdienen wordt opgesloten, om het te laten voorplanten, waarna hij het dier vergast en slacht. Pardon, hij ‘oogst’ de pels. Tot die tijd kan de nerts niet rennen, niet zwemmen, niet jagen, niet klimmen, niet spelen, niet seksen, geen nest bouwen. Hij kan niet schuilen voor soortgenoten direct links en rechts naast hem, tegenover hem, concurrenten die hij haat. Een solitair dier, dat in de natuur een domein van tien hectare voor zichzelf nodig heeft. In zijn kooitje rest hem niets dan de godganse dag rondjes draaien om zijn as.

Maar wacht eens! Is er niet toch een klein hoogtepuntje in zijn of haar leventje aan te wijzen? In het vroege voorjaar? De bronst. Het carnaval van de nertsen. De tijd van het paren. Een erg drukke tijd, voor de fokker. Ik sprak meerdere fokkers voor mijn roman Pels. Geen onderdeel van het vak waar fokkers zo enthousiast over kunnen praten als seks met dieren. In de bronsttijd verandert het strafkamp vol gevangenen namelijk in een afwerkplek, vol seksslavinnen en seksslaven. Dus nu nertsen vervroegd de gaskist in gaan, wil ik graag een stukje voorlezen uit mijn boek, als herinnering aan de oorsprong van hun leventjes, dat moment van levenskracht en hoop.

Het grote moment was aanstaande. Maar nog geen teef stond rechtop, geen enkel vrouwtje keek reikhalzend uit naar de komst van de grote baas en de grote bazin. Laat staan naar een grote reu, die haar even alle kanten van het hok ging laten zien. Een vrouwtje, gehuld in vlammend kastanjekleurig bont, lag opgekruld op het gaas. Strak tegen de zijwand, in de hoop een streep licht te bereiken dat het kooitje van haar buurvrouw wel verwarmde en waarin talloze betoverende stofdeeltjes dwarrelden. Maar haar kooi viel er net buiten. In de halfschaduw glansden haar ogen. Ze leek te dagdromen, keek door haar oogharen richting de talloze kamertjes aan de overzijde van het pad, een wand met oogjes die terug staarden. Vrouwtjes, zoals zij. Dezelfde soort, hetzelfde lot.

Of ze wilde of niet, er moest worden gepaard. Al waren er redenen denkbaar waarom ze zich niet zou willen laten dekken. Het kon zijn dat voor haar de ware dag nog niet was gekomen. Of de reu stond haar niet aan. Ook kwam het voor dat de reu van toeten noch blazen wist. Dan kon je hem wel boven op haar zetten en hem tegen haar aan duwen, maar dan keek ze de andere kant op en gunde ze dat natte washandje geen blik waardig. Maar als bieders van gelegenheid konden mijn ouders hier geen rekening mee houden. Teven waren in de bronst. Ze moesten worden gedekt. Soms wel twee dagen achter elkaar zetten ze een reu bij een teef, net zolang tot er actie was. Kwam die niet, volgden zes dagen rust, dan weer drie dagen achter elkaar. Net zolang tot het was gebeurd, al wist je dat nooit zeker. Je zag het alleen als er was gevochten. Dan viel er soms een dode te betreuren. Was een teef alleen gewond en wilde ze zich niet meer laten dekken, dan zat er niets anders op dan haar met klemmen of plakband te muilkorven, waarna er opnieuw een reu bij werd gezet.

Het hing maar net af ‘van de bui van madame’, zei mijn moeder altijd.

Ik vond mijn ouders in het laatste blok. Ze tuurden naar wat zich afspeelde in een kooi. Ze wezen elkaar ergens op, knikten mee met de bemerkingen van de ander. Terwijl mijn moeder het al had gezien en met een voldaan gezicht iets op een kaartje begon te krabbelen, knikte mijn vader nog bedenkelijk met haar mee en wierp hij een bijna verliefde blik op haar, die haar ontging. Daarna duwde hij de kar met dekreuen een metertje verder de gang in. Ze hielden halt bij de volgende kooi.

Samen waren ze op weg. Waarheen, dat was mij niet duidelijk.

Maar ze waren bezig. Ze volgden de instructies van hogerhand. Mensen van de sector, mensen van de bank. Kooi van reu open, reu eruit. Nestkast open, reu erin. Beetje samen naar de peesruimte staren, de ander wijzen op een onregelmatigheid. Samen op weg naar de stip aan de horizon. Dekken, werpen, zogen, oogsten. Dekken, werpen, zogen, oogsten. Dat cirkeltje rond, elk jaar opnieuw, een muizenrad dat nooit stopte met draaien en waarin het goed toeven was. Ik schudde mijn hoofd. In een flits wenste ik ze een bezoekje van het Dierenbevrijdingsfront toe. Het was weg voordat ik me ervoor kon schamen.

‘Zet ’m op, schatjes,’ zei mijn moeder, ‘veel plezier samen.’
Knipoog.
‘Dan gaan we,’ zei ze, ‘nu even verder naar het volgende gelukkige paar.’
Dikke, vette knipoog.
‘Mmm, ja toe maar,’ kreunde ze bijna, ‘zo gaat-ie goed.’

De dieren waren haar spreekbuis, terwijl hij zich doof hield voor die toespelingen. Steeds als zij zich als een soort bordeelhoudster manifesteerde, keek hij weg. Ik dacht dat ik hem zag blozen. Hij leek zich een beetje voor haar te schamen.
Glunderend liet ze weer haar grote, gehandschoende handen in de bak op de kar zakken, kwam met een reu dicht bij mijn vader staan, als een dealer in een donker steegje die zijn handelswaar afleverde, waarna mijn vader een stapje van haar vandaan deed.
Hij hield de reu nog even bij zich, koesterde hem, troostte hem, leek plaatsvervangend te lijden onder de gedwongen seks en zette hem ten slotte toch maar in een kooi, zo ver mogelijk van de teef. Mijn moeder zocht alweer naar een nieuwe reu, maar toen ze in de bak tastte, bleek dat de laatste te zijn geweest. Hongerig keek ze mijn vader aan, ze wilde weten waar de volgende voorraad gulle minnaars stond.
Mijn vader deed alsof zijn neus bloedde. Het was nu even wachten totdat de eerst geplaatste reu zijn werk had gedaan. En dat kon, als het tegenzat, wel langer dan even duren. In de vrije natuur duurde de paring, zo leek hij aan de eerstvolgende teef te willen uitleggen, gerust drie kwartier. Ja, ja, soms liep het uit tot een uur. Jullie dieren namen het er dan echt even van. Als nerts in gevangenschap besef je dat misschien niet, maar mijn eigen vrouw hier weet dat heus wel.
Ze moet maar even geduld hebben.
Mijn moeder vouwde haar armen over elkaar. Ze dacht er zo het hare van. Ook zij richtte zich tot een teef, een teef die door een reu werd betreden. Het baasje heeft wel een heel romantisch beeld van de natuurlijke paring, hè meid. Maar het baasje weet zelf ook wel dat de meeste zaadlozingen plaatsvinden meteen aan het begin van de dekking. De rest is maar gefoezel. Voorspel, naspel, allemaal nergens voor nodig, na tien minuten kun je de dekking gerust ruw onderbreken.
Ongedurig rammelde ze aan een kooi. Voortmaken jullie.
De eerstvolgende teef, die weinig krols gedrag vertoonde, krulde zich nog wat dieper op. Ze stopte haar snuitje diep weg tussen haar voorpoten.

APEN VERSLAAFD GEMAAKT AAN COCAÏNE IN VERWERPELIJKE DIERPROEVEN

Het is schokkend dat niet-menselijke primaten al meer dan 70 jaar worden gebruikt in het onderzoek naar drugsverslaving en dat dit nog steeds gebeurt. Apen of andere dieren systematisch verslaafd maken aan drugs zoals cocaïne is niet alleen compleet immoreel maar ook volledig nutteloos.

Jen Hochmuth, toxicologe en campagnecoördinator bij Animal Rights: “De complexe combinatie van factoren die betrokken zijn bij menselijke verslaving – waaronder genetica, emotionele en persoonlijke ervaringen, sociaaleconomische factoren – kunnen onmogelijk nagebootst worden bij proefapen.”

In een nieuwe studie uit de VS werden resusmakaken eerst verslaafd gemaakt aan cocaïne om achteraf te testen of een nieuwe drug de zelftoediening van cocaïne bij apen verminderde.1 Er werd gebruik gemaakt van 6 resusapen die allemaal in geïsoleerde kooien gehouden worden. Vooraf werden de apen verdoofd en werd een katheter in een grote ader onder de huid van de rug geïmplanteerd, zodat de cocaïne direct in de bloedbaan van de dieren kon worden geprikt.

1:Wetenschappelijke publicatie van 2020 over een cocaïneverslavingsexperiment met apen

Elke aap, voorzien van een aluminium kraag, werd volgens de auteurs “getraind” door met hun nekken vastgehouden in een standaard primatenstoel te zitten. Er werd geen informatie gegeven over de manier waarop de apen werden “getraind” om dit te bereiken. Tijdens het drugsexperiment werden de in bedwang gehouden apen individueel in geluiddempende isolatiekamers gehouden, met daarin schakelaars waarmee ze zelf cocaïne of de testdrug konden toedienen. De sessies konden wel vier uur duren.

Het gebruik van gecensureerde zinnen door de auteurs, zoals “…zes cocaïne-ervaren mannelijke resusapen” en “…proefpersonen hadden uitgebreide ervaring met zelftoediening van cocaïne…” om de geschiedenis van de makaken te beschrijven, geeft een verontrustend inzicht in het lijden van deze proefdieren.
We moeten ons afvragen hoeveel jaren deze apen alleen in gevangenschap zijn gehouden en hoe vaak ze al in drugsexperimenten gebruikt zijn.

Jen Hochmuth: “Ondanks alle menselijke ellende die gepaard gaat met cocaïneverslaving, blijven onderzoekers opzettelijk nog meer ellende veroorzaken door niet-menselijke primaten verslaafd te maken.”

Cocaïne is een gevaarlijke drug en vormt een ernstig risico voor de gezondheid van mensen, met inbegrip van orgaanfalen en de dood. Veelvoorkomende tekenen van cocaïnegebruik zijn lange perioden van waakzaamheid, verlies van eetlust, paranoia, verwarring, overprikkeling, epileptische aanvallen en depressie. Het is vanzelfsprekend dat de apen die gedwongen worden om deze drug te ‘gebruiken’ hetzelfde ervaren.

Afgezien van de immoraliteit van het gebruik van niet-menselijke primaten in dergelijk verachtelijk onderzoek, kan de complexe combinatie van factoren die betrokken zijn bij menselijke verslaving – waaronder genetica, emotionele en persoonlijke ervaringen, sociaal-economische factoren -onmogelijk gesimuleerd worden bij proefapen. Dit experiment werd uitgevoerd in de VS en is gefinancierd door de belastingbetaler. Verder is dit een voorbeeld van hoe bevoegde ethische commissies er structureel in falen dieren te beschermen. Schokkend genoeg worden niet-menselijke primaten al meer dan 70 jaar gebruikt bij onderzoek naar drugsverslaving en dat dit nog steeds gebeurt.2 Ondanks de enorme wreedheid en het lijden van deze dieren, is er nog steeds geen enkel nuttig en naar de mens vertaalbaar resultaat gevonden.

2:Diverse publicaties over cocaïneverslavingsexperimenten met apen

In het verleden werd aan de [KU Leuven ook zeer controversieel verslavingsonderzoek met apen en cocaïne uitgevoerd](https://www.animalrights.be/vervang-dierproeven/proefapen-in-belgie). Proefapen werden verslaafd gemaakt aan cocaïne om te bestuderen welke veranderingen er in de hersenen plaatsvinden naarmate het verslavingsproces vordert. Daarbovenop werden deze experimenten betaald met belastinggeld! De voorbije jaren is er zomaar een slordige 341.500€ aan belastinggeld uitgekeerd door de Vlaamse overheid aan de KU Leuven om aapjes verslaafd te maken aan cocaïne.3

Op de dag van vandaag maakt de KU Leuven nog steeds misbruik van ratten in dierproeven voor onderzoek naar tabak-, alcohol- en cocaïneverslaving. 45

Jen Hochmuth: “Het geld van de belastingbetaler wordt royaal uitgedeeld aan dierproefnemers zonder enige verantwoording af te leggen aan de burger. Het kan niet door de beugel dat andere dieren lijden in een zoektocht naar een ’toverpil’-behandeling voor verslaving bij de mens.”

3:FWO geeft 341.500€ an de KU Leuven voor het dierproefproeject ‘De vorming en retentie van cocaine-geinduceerde stimulus-beloning associaties in de hersenen van de rhesus aap.’

4:Ratten verslaafd gemaakt aan alcohol in dierproeven aan de KU Leuven

5:Ratten verslaafd gemaakt aan cocaïne in dierproeven aan de KU Leuven

Ondanks alle menselijke ellende die gepaard gaat met cocaïneverslaving, blijven onderzoekers opzettelijk nog meer ellende veroorzaken door niet-menselijke primaten verslaafd te maken.

Het kan niet door de beugel dat andere dieren lijden in een zoektocht naar een ’toverpil’-behandeling voor verslaving bij de mens.