ONTHEFFING VOOR ROEKEN-SLACHTING IN GRONINGEN VAN TAFEL

Op 28 december 2023 dienden Groningse jagers een aanvraag in bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen voor een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming van het verbod om roeken te mogen vermoorden. Op 22 mei 2024 verleent Groningen de vergunning onnadenkend en kritiekloos zoals provincies dat nu eenmaal doen. Dierenlevens tellen niet voor deze bestuurders.

Roeken zouden schade toebrengen aan percelen waar mais – voornamelijk veevoer – is ingezaaid, omdat het gif Mesurol sinds 2020 niet meer gebruikt mag worden. Hierdoor zouden maiszaad en jonge maisplanten niet meer beschermd zijn tegen vraat door de roek.
In dit plan mochten roeken worden afgeschoten van 2024 tot en met 2029 in de periode 15 april tot en met 15 juli.

Tegen dat besluit is bezwaar aangetekend door Animal Rights en Fauna4Life en is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland. Bij uitspraak van 13 juni 2024 is het verzoek door de voorzieningenrechter toegewezen en is het besluit geschorst. Het bezwaarschrift en de uitspraak van de voorzieningenrechter inclusief zijn overwegingen, zijn aanleiding om het bestreden besluit te vervangen door een nieuw besluit. Op 6 september weigert Groningen de vergunning alsnog, omdat de executies niet overeenkomstig een daartoe vastgestelde en goedgekeurde faunabeheerplan zouden worden uitgevoerd.

Een mooi resultaat voor de roeken die de slachting overleefd hebben, de reeds vermoorde roeken hebben er niets aan. De ambtenaren van de provincie Groningen moet zelf hun hersens en moreel kompas gebruiken en stoppen met het frivool afgeven van jachtontheffingen.

TRANSPARANTIE EN REGISTRATIE VAN DE PROEFAPENHANDEL LAAT TE WENSEN OVER

Animal Rights vraagt met enige regelmaat Cites en Traces informatie op om het gesleep met primaten bestemd voor de proefdierindustrie in kaart te brengen. Zowel de NVWA als RVO saboteren onze doelstelling tot transparantie door documenten niet te verstrekken of er veelvuldig in te lakken. Men gebruikt daar verschillende redenen voor, variërend van een denkbeeldige angst voor ‘dierenrechtenextremisme’ tot het beschermen van de handelspositie van onder andere Hartelust.

Lees ook:

Dat de verantwoordelijke minister en ministerie er ook maar beperkt zicht op hebben, bleek eerder dit jaar uit antwoorden op feitelijke vragen bij het jaarverslag van het ministerie van LNV van 5 juni 2024 (Kamerstuk 36560-XIV, nr. 7). 1 Animal Rights schreef daarover:

Er werden vragen gesteld over de omvang van de apenhandel van en naar Nederland. De minister zegt dat er vanaf 2020 tot nu 159 java-apen (Macaca Fascicularis) werden uitgevoerd, met name naar Groot Brittannië en Thailand. Verder zouden er volgens de minister in 2022 240 Java-apen uit Vietnam zijn ingevoerd. In 2023 waren het 480 apen. Dit klopt niet met de CITES-documenten die onder de WOO-wetgeving openbaar werden gemaakt. Daarin gaat het om een zending van 240 apen in 2022, een zending van 480 apen in 2023 en nog een zending van 500 apen in 2023.

De minister antwoordt verder: “In de jaren 2022 t/m 2023 zijn er geen apen van de soort Macaca Fascicularis vervoerd tussen Nederland en een ander EU land.” Dit strookt niet met de eerdere beantwoording van Kamervragen naar aanleiding van de tbc-uitbraak in Franse en Spaanse laboratoria verspreidt door Java-apen die in 2023 door Hartelust werden verkocht. Daarover zei de minister: “Uit de originele groep zijn apen naar erkende proefdiercentra verplaatst in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Hongarije en Italië.”

Wat betreft de handel in resusapen zouden er volgens de minister in de periode 2020-2024 geen apen van de soort Macaca Mulatta ingevoerd zijn vanuit landen buiten de EU. Toch is er door de RVO op 18-02-2020 een CITES-import certificaat verstrekt voor de import van 120 resusapen vanuit China.

Tenslotte zegt de minister dat er sinds 2020 90 penseelaapjes (Callithrix Jacchus) zijn uitgevoerd naar derde landen, onder andere naar Groot Brittannië en Thailand. In 2023 werden er nog 43 penseelaapjes verhandeld aan Duitsland. Ook dit strookt niet met door de RVO afgeleverde CITES-certifcaten die aantonen dat er in 2022 al 93 penseelaapjes enkel naar Thailand gingen.

De minister geeft een verklaring voor deze verwarring in een brief aan de Kamer op 11 september 2024 (DGA-DAD / 82382219):

“Bij de beantwoording van vragen 29 tot en met 31 is gebruikgemaakt van de afgegeven gezondheidscertificaten aan ‘derde landen’ en niet van CITES-gegevens.

Het aantal afgegeven certificaten en het aantal dieren dat daadwerkelijk geïmporteerd of geëxporteerd is kan om verschillende redenen verschillen van CITES-gegevens:

  • een CITES-vergunning is zes maanden geldig. Deze kan in het ene kalenderjaar worden afgegeven en in het andere jaar worden gebruikt (mits binnen die zes maanden);
  • een CITES-vergunning wordt afgegeven voor een maximaal aantal specimen. Het komt voor dat een vergunning uiteindelijk niet wordt gebruikt en verloopt of dat er minder specimen worden geëxporteerd dan waren vergund. De douane meldt de daadwerkelijke aantallen bij import/export terug aan het CITES-bureau bij RVO. De daadwerkelijke aantallen worden aan CITES gerapporteerd en zijn te raadplegen via de CITES Trade Database.

De ontstane verwarring heeft betrekking op de volgende soorten en aantallen:

  • Java-apen (Macaca fascicularis): In 2023 zijn er daadwerkelijk 480 exemplaren ingevoerd. De CITES-importvergunning voor de 500 java-apen die daarnaast was afgegeven is niet gebruikt en vervallen (de import heeft niet plaatsgevonden).
  • Resusapen (Macaca mulatta): De CITES-importvergunning voor 120 resusapen vanuit China is niet gebruikt en komen te vervallen. De import heeft niet plaatsgevonden.
  • Penseelapen (Callithrix jacchus): Er is een CITES-uitvoervergunning afgegeven voor Thailand voor 93 specimen. Hiervan zijn 90 specimen daadwerkelijk uitgevoerd naar Thailand.

De antwoorden op de vragen 30 en 31 (over het jaarverslag LNV en DGF 2023) zijn bij nader inzien onvolledig; graag maak ik van de gelegenheid gebruik om in aanvulling en ter correctie op die antwoorden het volgende te melden. In de gestelde periode is er ook een CITES-uitvoervergunning afgegeven voor Zwitserland voor een aantal van 14 resusapen. Hiervan zijn 10 dieren daadwerkelijk uitgevoerd. Anders dan bij CITES, wordt voor de afgifte van gezondheidscertificaten Zwitserland beschouwd als intra-EU, waardoor de uitvoer niet naar boven kwam bij het raadplegen van het datasysteem. In 2020 is er ook een CITES-uitvoervergunning afgegeven voor 12 penseelapen bestemd voor Israël. Deze 12 dieren zijn ook daadwerkelijk uitgevoerd. Doordat de soort niet goed vermeld stond in het systeem van de gezondheidscertificaten werd deze uitvoer over het hoofd gezien bij de eerdere beantwoording van de vragen. Als laatste wordt in het antwoord op vraag 31 per abuis Groot-Brittannië genoemd, maar daar zijn in de gestelde periode geen specimen naar uitgevoerd.”

De minister is het niet eens met de stelling van Animal Rights dat de Cites administratie een rommeltje is, zegt ze in een brief aan Animal Rights, maar dat ze wel begrijpt dat het feit dat (het gebruik van) verschillende databronnen kan leiden tot verwarring.

Animal Rights stelt daarom voor om transparanter te zijn over de import en export van proefdieren en de aantallen, herkomst en bestemming regelmatig te publiceren.


  1. Brief aan Stichting Animal Rights over import van primaten voor proefdierenonderzoek ↩︎

DE INSPECTIERAPPORTEN VAN 2024 – EENDENHEL TOMASSEN DUCK-TO

Animal Rights rapporteert regelmatig over de misstanden binnen de integratie van eendenslachter Tomassen Duck-To. Ook in het eerste halfjaar van 2024 gaat Tomassen op de oude voet verder.

Lees ook: DE INSPECTIERAPPORTEN VAN 2023 – ELLENDE BIJ EENDENSLACHTER TOMASSEN ONVERANDERD

DOA
Al op 5 januari is er sprake van overbeladen kratten en veel eenden die dood bij het slachthuis arriveren. In de woorden van een NVWA-inspecteur: “Om 6:50 bij de aanvoer tijdens de AM keuring zag ik dat de aanvoer kratten helemaal vol waren. Dieren zaten dicht tegen elkaar, tijdens het ophangen werd duidelijk dat er veel DOA’s waren het blijkt na berekening dat het er meer dan 1 % waren, na overleg met het bedrijf blijkt dat de eenden zwaarder waren dan door de pluimvee houder wordt aangegeven.
Tomassen gaat met de pluimvee houder in gesprek over deze situatie om herhaling in de toekomst te voorkomen.”

Zoals gebruikelijk bij eendenleed wordt er geen rapport opgemaakt en dus ook niet bestraft.

Uit de antwoorden van Piet Adema, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en Christianne van der Wal-Zeggelink, minister voor Natuur en Stikstof, op de kamervragen over de Slotwet ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds 2023 (Kamerstuk 36560 XIV nr. 3 en 4) op 5 juni 2024, blijkt dat er ieder jaar duizenden eenden dood aankomen bij het slachthuis:

”In 2023 zijn 9.078 eenden dood aangevoerd op slachthuizen (dead on arrival); dat is 0,16% van het totaal aantal geslachte eenden (5,8 miljoen) in 2023. In 2022 zijn 12.117 eenden dood aangevoerd op slachthuizen (dead on arrival); dat is 0,2% van het totaal aantal geslachte eenden (6,1 miljoen) in 2022. In 2021 zijn 11.075 eenden dood aangevoerd op slachthuizen; dat is 0,17% van het totaal aantal geslachte eenden (6,6 miljoen) in 2021. In 2020 zijn 7.464 eenden dood aangevoerd op slachthuizen; dat is 0,16% van het totaal aantal geslachte eenden (4,5 miljoen) in 2020.” 1

“Tot en met 31 augustus 2024 zijn er bijna 5.600 eenden dood aangevoerd op het slachthuis.”

Uit nieuwe antwoorden op de vragen van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over Jaarverslag ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2024, blijkt dat in 2024 8.131 eenden dood zijn aangevoerd opzet slachthuis. In 2025 zijn dat er tot 1 mei 2025 2.227. In 2024 zijn 4.6 miljoen eenden geslacht (4.629.540). Het aantal DOA bedraagt daarmee 0,18%, het hoogste percentage sinds 2022.

Ook worden eenden afgekeurd voor menselijke consumptie:
Afkeuringen bij PM-keuring 1 jan t/m 31 aug 2024: 17.515 eenden.

Ook op 25 januari gaat het met het laden mis: “niet alle eenden hebben eigen ligplaats, sommige liggen half over andere heen, …”

Op 10 september: “De eerste koppel heeft >0.5% DOA’s het bedrijf heeft dit niet gemeld.”

Tijdens het bedrijfsoverleg NVWA-Tomassen van 08-11-2024 wordt gemeld bij ‘bevindingen afgelopen weken’: “1x 2% DOA’s maar tijdig gemeld door bedrijf aan NVWA en tijdig maatregelen genomen op andere auto’s”.

Ook op de agenda van 1 oktober 2024 staat: “2,07% DOA: geen RvB, wel een TAV geschreven.” Het is onduidelijk of dit hetzelfde geval betreft.

Rugliggers
In het eerste halfjaar worden opnieuw regelmatig rugliggers gevonden door NVWA-inspecteurs, terwijl het de taak is van het slachthuis om hierop te controleren. En wel op 10, 12, 15 en 19 januari, 26 februari, 8 maart, 4 april en 16 mei.
Dus ook na dat Animal Rights een handhavingsverzoek indiende bij de NVWA om af te dwingen dat de NVWA hiertegen optreedt.

Lees hiervoor: EENDEN STERVEN VRESELIJKE DOOD DOOR LAKSHEID EENDENSLACHTER TOMASSEN

Vangletstel
Al in 2018 filmde Animal Rights hoe hardhandig er met de eenden wordt gesmeten tijdens het laden van de dieren in de kratten voor transport van de eendenhouderijen naar het slachthuis. De nieuwe beelden laten zien dat er in 2024 nog steeds niets veranderd is.

Zie: NIEUWE BEELDEN: EENDEN WORDEN NOG ALTIJD MISHANDELD TIJDENS HET VANGEN EN LADEN!

Uit de recentste inspectierapporten blijkt dat tussen 1 januari 2024 en 31 maart 2024 bij eendenslachter Tomassen Duck-To drie vangletsel-tellingen uitgevoerd werden via het zogenaamde ‘CL Vangletsel PLU tds Toezicht’ programma, en wel op 10 januari (1,74% gem.), 13 februari (0,63% gem.) en 7 maart (4,7% gem.).

In twee van die drie gevallen werd de handhavingsgrens van 1% dus overschreden; op 7 maart zelfs met 470%! Let wel: Voor het bepalen van het percentage vangletsel worden alleen bloedingen geteld welke minimaal 3 centimeter en donkerrood tot paars van kleur zijn!

In het tweede kwartaal werden helemaal geen vangletsel-tellingen uitgevoerd.

Op 29 augustus (0,2% gem.) en 17 september (0,37% gem.) valt de vangletseltelling binnen de norm. Op 9 september wordt 4,9% en 3,9%, gemiddeld 3,9%, vangletsel vastgesteld. Dat is boven de interventiegrens van 1%. Het gaat om eenden uit Duitse stallen.

Het aantal eenden dat de afgelopen vijf jaar vanuit EU-lidstaten naar Nederland is vervoerd voor de slacht:
Tot en met 31 augustus 2024 840.000
2023 1,4 miljoen
2022 1,5 miljoen
2021 1,3 miljoen
2020 880.000
2019 1,5 miljoen
Er zijn geen levende eenden geïmporteerd vanuit landen buiten de EU.

Op 17 juli en 11 september wordt bij een eend “omvangrijk letsel”vastgesteld.

In het laatste kwartaal van 2024 worden ook slechts twee vangletseltellingen uitgevoerd: Op 29 oktober 0,68% gemiddeld en op 21 november 0.27%.

Het verzoek van Tomassen om samen met het bedrijf de vangletsels te tellen wordt niet gehonoreerd, “omdat wij dan niet meer het tijdstip kunnen bepalen en ivm de AVG (melding naar mester; Tomassen hoeft niet te weten welke mester)”.

Hittestress
Al op 14 mei zijn er opnieuw tekenen van hittestress bij het slachthuis: “enkele eenden in de bovenste aanvoerkratten happen naar lucht door hittestress. 16 per krat is bij dit weer (>25°C) wellicht te dicht beladen….?”

Op 2 september: “Bij slachten van koppel … rond 11:30 uur meerdere dode dieren uit de lades gehaald. AM wat panting en enkele dode dieren gezien.
Bedrijf heeft containers zitten verplaatsen, afhalen bovenste containers, belading van de andere auto’s aangepast.
ventilatie en vernevelen stond al op maximaal. Uiteindelijk 2,07% DOA’s.”

Er wordt geen rapport van bevindingen opgesteid.

Slachtproblemen
Ook is er weer ‘gedoe’ met het automatische mes dat alle aders in de keel helemaal moet doorsnijden: “automatische mes te oppervlakkig afgesteld waardoor de besnijdenis in de knoei dreigde te komen”.

Op 15 juli voldeed het ‘snijden en verbloeden’ niet en moest het aansnijmes dieper worden gezet.

Op 23 juli staat er op een van de ‘agenda’documenten: “De laatste tijd valt het op, dat er meer niet goed verbloedde dieren worden geregistreerd. Blijf dat goed in de gaten houden en zorg voor een juiste afstelling van het automatische aansnijmes bij elke nieuwe koppel.”

Hoe er bij Duck-To met het administreren van het slachtproces wordt omgegaan, wordt op 4 november geïllustreerd: “assistent chef slacht vult op welzijn formulier voor de start van de slacht al in dat verbloeden, verdoven etc goed is gegaan, dit kan medewerker voor aanvang slacht nog niet controleren”.

Ziek
Uit de eerder genoemde antwoorden op feitelijke vragen bleek ook dat in 2023 23.519 eenden post mortem – na de slacht dus – werden afgekeurd voor menselijke consumptie. Vaak omdat de dieren ziek zijn of pathologische afwijkingen hebben.

Uit de NVWA-documenten van het vierde kwartaal blijkt dat er een eendenmester is met een ‘uitval’ van 11,82%, ofwel 1104 van de 9340 in de stal geplaatst eenden crepeert in de 6 weken (Opzetdatum 12-9-2024, Afleverdatum 21-10-2024) die het vetmesten duurt. Als oorzaak van de uitval wordt ‘maagerosie’ genoemd.
Een ander bedrijf met ouderdieren (opzetdatum 2-08-2023, leeftijd 86 weken, 21-11-2024 geslacht) heeft gedurende de ‘ronde’ 19% ‘uitval’ gehad, dit ontstond als gevolg van locomotieproblemen, veroudering.
Bij de documenten zitten ook twee dierenartsverklaring van 29 november en 9 december 2024 over verhoogde ‘uitval’ bij eenden opgezet op 21 oktober 2024 als gevolg van Aspergillose infectie bij de eenden.

Inspecties
Niet alleen in het slachthuis, ook op de eendenhouderijen is het een hel.

Lees: ZIEKTE, HITTESTRESS, MASSALE STERFTE EN ONNOEMELIJK LIJDEN OP NEDERLANDSE EENDENHOUDERIJEN

Maar nog altijd worden eendenhouderijen niet structureel geïnspecteerd. Van de 8 inspecties die in 2023 hebben plaatsgevonden op eendenhouderijen, waren 2 inspecties gebaseerd op meldingen en vonden 6 inspecties plaats op basis van een handhavingsverzoek. In 2022 vond één inspectie plaats!

Export
En dat allemaal voor een export-industrie. In 2023 zijn veterinaire certificaten van de NVWA voor ongeveer 530.000 kg eendenvlees afgegeven voor export naar derde landen (buiten de EU). Voor verplaatsing van eendenvlees binnen de EU worden door NVWA geen gegevens bijgehouden.

Ook de rest van het jaar zullen we de inspectierapporten opvragen.


  1. Beantwoording Kamervragen Slotwet LNV en DGF 2023 ↩︎

HET BEZWAAR VAN ANIMAL RIGHTS TEGEN DE VERVOLGING VAN WOLF GW3237M

Op 23 augustus 2024 verleende het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht een omgevingsvergunning voor het verstoren, vangen, verdoven, onder zich hebben, zenderen en negatief conditioneren van wolf GW3237m met gebruik van pootklemmen, verdovingsgeweer en paintballgeweer.

GW3237m is een wolf geboren op de Noord-Veluwe en gevestigd op de Utrechtse Heuvelrug die af en toe interesse in loslopende honden toont.

Animal Rights maakt hiertegen bezwaar en heeft de Voorzieningenrechter van rechtbank Midden-Nederland verzocht om schorsing van de verleende vergunning. De zaak dient op 9 september om 13:30.

Lees ook:

De wolf is een strikt beschermde diersoort. In de Habitatrichtlijn zijn verbodsbepalingen opgenomen die voor Nederland zijn geïmplementeerd in het Besluit activiteiten leefomgeving. Wanneer hiervan mag worden afgeweken volgt eveneens uit de Habitatrichtlijn, geïmplementeerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Om de bepalingen te duiden heeft de Europese Commissie richtsnoeren gepubliceerd.
Het bezwaar van Animal Rights tegen de vervolging van deze wolf en dus het afwijken van de verboden (verstoren, etc.) is gebaseerd op de bepalingen in de Habitatrichtlijn, de richtsnoeren van de Europese Commissie en wetenschappelijke publicaties over wolvengedrag.

Er is geen noodzaak of wettelijk belang om de afwijking toe te staan

De provincie geeft in het besluit als doel van de afwijking van verbodsbepalingen:
“De aanvrager geeft aan dat zij verantwoordelijk is voor de bescherming van de wolf en vanuit deze hoedanigheid de vergunning aanvraagt. De aanvrager heeft als doel het behoud van een individu en het behoud van draagvlak voor een vorm van samenleven met de wolf.”

De provincie zegt eigenlijk dat ze handelen in het belang van de wolf zelf, maar zo werkt de rechtvaardiging op dit punt niet. Men kan een wolf eventueel verstoren, zegt de richtsnoer, “in een geval waarin bijvoorbeeld een in het wild levende prooisoort wordt bedreigd door predatie door wolven.” Het wordt in Nederland gebruikt om roofdieren, zoals vossen, af te schieten om weidevogels te beschermen. Utrecht roept dit wettelijke belang ten onrechte in.

Zonder de deskundigen te identificeren, zegt de provincie:
“Deskundigen concluderen dat sprake is van onnatuurlijk en potentieel gevaarlijk gedrag en hebben daarom een plan van aanpak voor het negatief conditioneren van deze wolf gemaakt.”

Uit het lijstje met meldingen in het plan van aanpak blijkt daar echter niets van. Het gaat hierbij om de verdeling tussen wolf-hond en wolf-mens situaties. Dit verschil is van belang om te kunnen beoordelen of er sprake is van onnatuurlijk gedrag en zogenaamde, in het Wolvenplan benoemde ‘probleemsituaties’.

Situaties tussen wolf en hond betreffen met name situaties waarin een wolf interesse heeft in een (loslopende) hond, of andersom. Dit betreft natuurlijk en voor mensen ongevaarlijk gedrag, zoals wordt toegelicht in hoofdstuk 7 van het rapport ‘De wolf terug in Nederland; Een factfinding study’:
“Honden, of mensen met een hond, kunnen anders benaderd worden dan een mens alleen. Dit komt omdat de wolf in de hond een sociale partner kan zien, een paringspartner of een concurrent. In die gevallen kan de wolf de aanwezige mens volledig negeren, zoals al enkele keren in Duitsland is vastgesteld. […] Indien de wolf de hond als concurrent ziet, kan het voorkomen dat de hond wordt aangevallen, ook als de mensen nog in de buurt zijn. De aanval is dan altijd gericht op de hond, nooit op de mens.”

Daarom zijn niet-dodelijke incidenten tussen wolf en loslopende hond niet opgenomen in de escalatieladder van het Wolvenplan en worden dus ook niet bestempeld als ‘probleemsituatie’.

Ook het plan van aanpak erkent dat wolf GW3237m enkel belangstelling heeft in honden en niet in mensen:
“Van deze wolf is enkel belangstelling voor honden bekend en geen gedrag wat direct wijst op een relatie met aangeboden voedsel.”

Het lijstje meldingen bevat slechts drie meldingen in maar liefst 424 dagen tijd waarbij GW3237m is waargenomen door een mens zonder hond (wolf-mens situatie) en zijn van langer geleden.

Het incident waarbij wolf GW3237m een kind omver liep betreft geen wolf-mens situatie: ook bij dit incident was een loslopende hond betrokken en ook hier toonde de wolf geen interesse in het kind.

Het is dus onjuist dat wolf GW3237m voortdurend mensen benadert. De drie waarnemingen geven ook geen blijk van een gevaar voor de openbare veiligheid, maar van natuurlijk en ongevaarlijk gedrag, zoals toegelicht in het rapport ‘How to deal with bold wolves – Recommendations of the DBBW’:
“Today, wolves in Central Europe live in fragmented and densely populated cultural landscapes close to people. (…) Every day, wolves cover large distances, and it is therefore inevitable that they will regularly come into contact with human settlements. They may occasionally pass through villages at night, look for food on the outskirts or walk in view of inhabited buildings during the day. Experience has shown that this type of behaviour does not, in itself, represent a threat to humans.” (p. 6)

“Habituation in the sense used here is the adaptation of wolves and other wild animals to living in human-dominated landscapes and to the constant presence of people. Habituated wolves have become used to the presence of humans and learnt that they are not a danger. This can lead to a noticeably lower flight distance. Habituated behaviour is acquired through individual experience. Habituation is vital to the survival of wild animals living in a human-dominated landscape. (…) This form of habituation, in which animals tolerate humans at a certain distance without showing an interest in them, is unproblematic.” (p. 8)

“This report defines close encounters as encounters of human and wolf within 30 metres of each other, in which the wolf can recognise the human as such (i.e. not in a vehicle, on a raised hide or on horseback). Close encounters are not problematic in themselves” (p 9)

“Like all wild animals living in cultivated landscapes, wolves have to cope with the fact that their habitat is full of human settlements. This makes it inevitable that at times they will pass close by or be obliged to pass through scattered settlements (see 4.1).” (p. 10)

Animal Rights concludeert dat er geen bewijs is dat wolf GW3237m voortdurend mensen benadert of anderszins sprake is van gevaarlijk gedrag dat optreden in het belang van de openbare veiligheid noodzakelijk maakt. Wolf GW3237m is in 424 dagen tijd slechts negentien keer herkenbaar waargenomen waarbij overwegend loslopende honden zijn betrokken, vermoedelijk omdat de wolf een partner zoekt. Dergelijke situaties vallen niet onder een probleemsituatie, niet volgens het Wolvenplan en al helemaal niet volgens de Richtsnoeren van de Europese Commissie.

Animal Rights merkt op dat het werkelijke belang waarvoor de vergunning lijkt te zijn verleend is om maatschappelijk draagvlak te creëeren en wegens (gebrek aan) wetenschappelijk onderzoek. Maatschappelijk draagvlak is geen reden om een vergunning te verlenen (en kan beter worden bereikt door fake news te bestrijden en niet de emotie de politieke boodschap te laten leiden, wat momenteel wel veel gebeurt) en de vergunning is niet verleend en kan dus niet worden uitgevoerd in het belang van wetenschappelijk onderzoek.

Er zijn andere bevredigende oplossingen die moeten worden uitgevoerd vorodat een afwijking kan worden toegestaan

Een andere voorwaarde die volgt uit de Habitatrichtlijn en het Besluit kwaliteit leefomgeving waaraan de provincie Utrecht moet voldoen is dat er geen andere bevredigende oplossing is om het doel te bereiken. Ten aanzien van een situatie zoals de onderhavige benoemt de Europese Commissie dat “het wegnemen van de specifieke oorzaken” als eerste moeten worden overwogen.

Dit werd al eerder geadviseerd door ecoloog Rick van Malssen, zo blijkt uit een recent NRC-artikel:
“Ruim een jaar geleden werd Rick van Malssen nog uitgelachen door een boswachter die werkzaam was in de provincie Utrecht. Van Malssen waarschuwde hem voor wolven die via loslopende honden zouden gaan wennen aan mensen. „Doe dat losloopgebied even in de ban zolang er daar wolven actief zijn”, schreef Van Malssen over de omgeving van Austerlitz. „Wolven dulden geen rondzwervende honden in hun leefgebied.” Het antwoord dat hij terugkreeg luidde: „De beste stuurlui staan aan wal”.”

In Duitsland is de ervaring dat het effectief is om een hond waarin een wolf interesse heeft getoond, tijdelijk niet toe te laten in de nabijheid van de wolf, zo blijkt uit het rapport ‘De wolf terug in Nederland’ (en uit het rapport ‘How to deal with bold wolves’):
“Ervaringen in Duitsland leren dat als een wolf interesse heeft in een bepaalde hond (bijvoorbeeld een loopse teef), het tijdelijk ‘verhuizen’ van de hond al kan resulteren in het niet meer terugkeren van de wolf. Dit valt onder het verwijderen van een aantrekkende prikkel voor de wolf.”

In het geval van wolf GW3237m zou het tijdelijk wegnemen van loslopende honden ook effectief kunnen zijn, immers, de oorzaak van het gedrag van wolf GW3237m is duidelijk loslopende honden, in welke hij vermoedelijk een partner zoekt. Dit wordt bevestigd in het plan van aanpak:
“Bij elke probleemsituatie moet overwogen worden wat de haalbaarheid is van het weghalen van de oorzaak van het ongewenste gedrag door de wolf. In deze casus betreft dit het los laten lopen van honden, met name in hondenlosloopgebieden in de omgeving van Zeist, Austerlitz, Leusden en Bussum.” (p. 16)

Desondanks heeft Utrecht zich nauwelijks ingespannen om de oorzaak (loslopende honden) weg te halen. Kort gezegd betreffen de getroffen maatregelen het geven van informatie over de aanwezigheid van de wolf en het advies om honden aan te lijnen. Dat advies, blijkt uit het plan van aanpak, werd massaal genegeerd. Een aanlijnplicht in plaats van advies voor honden opleggen ligt voor de hand waartegen bij overtredingen handhavend wordt opgetreden. De laksheid van hondeneigenaren om honden aan te lijnen kan geen reden zijn om dermate ingrijpende maatregelen toe te staan op een strikt beschermde diersoort. Luistert men niet, dan is de voor de hand liggende maatregel om het gebied voor (bepaalde) honden en, indien nodig, bezoekers te sluiten.
Voordat deze andere bevredigende maatregelen zijn uitgevoerd en beoordeeld kan het college geen toestemming verlenen om de wolf te verstoren (of zelfs zeer ingrijpende en risicovolle maatregelen uit te voeren zoals vangen met pootklem, verdoven en paintballen).

Deze oplossing is bevredigend gebleken in Den Treek: “Het positief effect van het noodbevel voor het kerngebied van het landgoed was goed merkbaar. Er vonden geen nieuwe incidenten plaats en er was rust in het gebied,” vermeldt een recente raadsinformatiebrief in Leusden.

De afwijking doet afbreuk aan het streven de populatie in dienst natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

De derde voorwaarde waaraan moet zijn voldaan is dat de afwijking geen afbreuk doet aan het streven de populatie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (of herstellen).

Utrecht erkent in het bestreden besluit dat de wolf niet aantoonbaar in een gunstige staat van instandhouding verkeert. Dit betekent volgens Animal Rights, met verwijzing naar de richtsnoeren, dat het onwaarschijnlijk is dat het toestaan van afwijkingen gerechtvaardigd is, behalve in de meest uitzonderlijke omstandigheden.

Zo is een afwijking volgens de Europese Commissie beter te rechtvaardigen als de lidstaat een uitgebreide reeks aan passende, doeltreffende en verifieerbare maatregelen heeft uitgevoerd om een gunstige staat van instandhouding te bereiken of handhaven. Nederland voert geen enkele van de passende, doeltreffende en verifieerbare maatregelen uit en werkt deze in veel gevallen zelfs tegen. Zo heeft de minister nog steeds geen beschermingsgebieden aangewezen voor de wolf (terwijl zij daartoe verplicht is op grond van de Habitatrichtlijn), worden er geen preventieve maatregelen genomen of verplicht gesteld (zoals een aanlijnplicht voor honden om zowel conflictsituaties met wolven als slachtoffers onder schapen te beperken, of een plicht een raster wolfwerend te maken om slachtoffers onder schapen en demonisering van de wolf te beperken) en worden er veelvuldig wolven doodgereden op wegen zonder afrastering. Animal Rights concludeert dat zolang Nederland zich niet inzet voor de bescherming van wolven er geen mogelijkheid bestaat om een afwijking toe te staan die nog meer afbreuk doet aan het streven de staat van instandhouding te herstellen.

Maar ook als Nederland wel passende, doeltreffende en verifieerbare maatregelen had uitgevoerd ter bescherming van de populatie wolven en een afwijking derhalve beter te rechtvaardigen is, blijft zij verplicht zich te onthouden van een maatregel als die (ernstige) twijfels laat bestaan over de vraag of deze schadelijk is voor de instandhouding of het herstel van de populatie.

Animal Rights stelt zich op het standpunt dat het gebruik van pootklemmen en het gebruik van een verdovingsgeweer zeer schadelijk kan zijn voor de de populatie wolven om de volgende redenen.

Ten eerste acht Animal Rights het niet aannemelijk dat de wolf binnen de door de Europese Commissie verplicht gestelde dertig minuten na het dichtklappen van de klem verdoofd is.

Ten tweede veroorzaakt gevangen worden in een pootklem hoe dan ook stress die kan resulteren in knagen aan de metalen pootklem of zelfs aan de eigen poot om los te komen. Er is geen garantie dat deze stress en eventuele verminkingen niet resulteren in het overlijden van de wolf.

Ten derde loopt niet alleen wolf GW3237m dit risico. Ook andere wolven, zoals het nabij levende wolvenpaar en diens welpen kunnen door de pootklemmen gevangen raken. Een
individu én gehele wolvenroedel hieraan blootstellen betekent grote risico’s aanvaarden hetgeen niet te verantwoorden is. Bovendien lopen niet alleen wolven het risico om gevangen te worden, maar ook andere (beschermde) diersoorten en (loslopende) honden.

Animal Rights concludeert dat het gebruik van pootklemmen veel risico’s en gevaren kent voor zowel deze wolf als andere wolven, waardoor er geen garantie is dat de maatregel geen afbreuk doet aan het streven de populatie wolven (en andere beschermde diersoorten) in een gunstige staat van instandhouding te herstellen. De maatregel kan om die reden niet worden toegestaan.

Utrecht erkent in het bestreden besluit dat het mogelijk is dat wolf GW3237m overlijdt aan het verdovingsmiddel, zich verwondt door het schot of zich onvoldoende kan voortbewegen als gevolg van de sedatie of zender:
“Er is bij alle wilde dieren een kans dat het dier onverwacht heftig reageert op het verdovingsmiddel en eventueel zelfs kan overlijden.” (p. 10)

“Het is een veilig middel indien correct toegepast en gericht op de juiste delen van het lichaam. Ter voorkoming van permanent letsel voor de wolf dient het geselecteerde wapen niet op dichte afstand van de wolf te worden gebruikt. (…) Daarbij dient de gebruiker van dit middel getraind te zijn en te richten op de achterste delen van het lichaam, de gespierde achterhand; niet de zijde of de kop met risico voor de ogen.” (p. 11-12)

Het risico neemt verder toe, omdat er in Nederland geen enkele ervaring is met het verdoven en zenderen van wilde wolven.

Volgens Animal Rights staat hiermee vast dat Utrecht niet kan garanderen dat wolf GW3237m niet aan de verdoving overlijdt en de maatregel om die reden in strijd is met het voorzorgsbeginsel en het streven de populatie wolven in een gunstige staat van instandhouding te herstellen.

De maatregelen en middelen zijn niet doeltreffend en effectief om het doel (beperken van belangstelling in honden) te bereiken

Volgens vaste jurisprudentie moet een maatregel waarmee afgeweken wordt van een verbodsbepaling doeltreffend en effectief zijn. Animal Rights betwist dat de onderhavige maatregelen doeltreffend en effectief zijn, omdat het vangen, verdoven en zenderen (en paintballen) wolf GW3237m niet duidelijk maken dat hij bij honden uit de buurt moet blijven en het doel met deze maatregelen dus niet bereikt wordt:
“Er is in Europa wel enige ervaring met verjaging, maar dan vooral met beren. Er zijn geen gepubliceerde studies over de effectiviteit van verjaging en gedragsbeïnvloeding van wolven.” (De wolf terug in Nederland, p. 113).

“There are no comprehensive scientific studies which have tested and compared the effectiveness of different forms of intervention aimed at preventing or resolving occurrences of bold wolves. (…) For aversive conditioning to succeed, an individual must be repeatedly exposed to negative experiences in clearly recognisable situations. If the wolf is to avoid such situations in future, it must understand why it is having the negative experience. It is also important to ensure that the wolf is not in the same situation elsewhere without suffering the same negative result, as this would again reinforce the positive experience.” (How to deal with bold wolves, p. 7-9)

“Animals that are captured in a certain way tend to avoid these situations again. If wolves have been caught from helicopters once, they will be more cautious of approaching helicopters. The more you capture them in different situations, the more they will avoid these situations. Otherwise, collaring does not seem to have a longterm effect on the condition or behavior of the animal. This is the premise of all research projects”. (Plan van aanpak, p. 39)

“De wolf moet leren dat hij uit de buurt moet blijven. Verdoven en zenderen heeft dus geen zin, want een wolf heeft geen idee hoe hij ineens aan die halsband om zijn nek komt.” (ecoloog Rick van Malssen, NRC)

Animal Rights leidt hieruit af dat vangen, verdoven en zenderen geen effect heeft op het gedrag van de wolf naar honden toe, maar slechts negatief conditioneert ten aanzien van de vangmethode en vanglocatie. De wolf kan immers geen link leggen tussen zijn belangstelling in honden en het gevangen worden met pootklem, het beschoten worden met een verdovingspijl, het om hebben van een zender en het mogelijk beschoten worden met paintballen.

Animal Rights concludeert daarom, dat zelfs in het geval dat er een noodzaak is om een afwijking van een verbodsbepaling toe te staan (hetgeen de dierenrechtenorganisatie gemotiveerd betwist), die afwijking niet kan worden toegestaan met de in de vergunning genoemde (ineffectieve) maatregelen en middelen, omdat daarmee het beoogde doel niet bereikt wordt.

Bovendien staat de door het gevangen dier te ervaren stress en pijn en het gevaar van verminking en het risico om na verdoving niet meer wakker te worden, op gespannen voet met de zorgplicht van artikel 11.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit artikel verplicht dat een ieder die een dier vangt of doodt, voorkomt dat het dier onnodig lijdt.
Animal Rights stelt zich op het standpunt dat de maatregelen niet doeltreffend en effectief zijn en het lijden dat daarmee gepaard gaat dus ook niet nodig is, waardoor uitvoering van de maatregelen strijdigheid oplevert met artikel 11.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Het gebruik van pootklemmen is (om nog meer redenen) niet toegestaan

Utrecht erkent in het bestreden besluit dat het gebruik van pootklemmen niet is toegestaan binnen de Europese Unie, maar dat een uitzondering geldt als een pootklem noodzakelijk blijkt bij onderzoek of monitoring met als doelstelling het verbeteren van de staat van instandhouding van de betreffende soort.

Animal Rights reageert hierop dat de vergunning niet is verleend in het belang van wetenschappelijk onderzoek en om de staat van instandhouding van de wolf te verbeteren. Dat betekent dat het gebruik van pootklemmen in het onderhavige geval niet is toegestaan.

Het gebruik van het verdovingsgeweer is (om nog meer redenen) niet toegestaan

Volgens de eerder genoemde richtsnoer kan het verdoven van een wolf om deze te voorzien van een halsband met radiozender enkel gebeuren “voor onderzoeks- of monitoringdoeleinden of voor translocatie ten behoeve van instandhouding”.

De vergunning is, echter, niet verleend in het belang van wetenschappelijk onderzoek en dus kan het vangen en zenderen in het onderhavige geval niet worden toegestaan.

Ten tweede is het verplicht dat een professionele dierenarts de verdoving zet en niet een jager zoals de provincie wil:
“Het dier moet worden verdoofd door een professionele dierenarts, van een zender worden voorzien en vervolgens onmiddellijk in het wild worden vrijgelaten.” (Richtsnoeren, p. 496)

Ten derde is voor het verdoven van een wolf om deze een zender om te doen ook een vergunning op grond van de Wet op de dierproeven (Wod) benodigd en die ontbreekt.

Animal Rights concludeert dat het gebruik van een verdovingsgeweer om te verdoven en te zenderen alleen is toegestaan in het kader van wetenschappelijk onderzoek en de vergunning voor dit wettelijk belang niet is afgegeven, er vermoedelijk geen Wod-vergunning is aangevraagd en/of verleend en zelfs als dat wel het geval is, het gebruik van het verdovingsgeweer plaats moet vinden door een dierenarts en ook daaraan in het onderhavige geval niet wordt voldaan.

Diverse voorschriften behorende bij de ontheffing zijn ondeugdelijk en/of geven blijk van een onzorgvuldige voorbereiding

In het besluit van de provincie Utrecht zijn verschillende voorschriften opgenomen. Bij voorschrift f) staat bijvoorbeeld:
“Monitoring van data en duiding van gedrag wordt gedaan door een onafhankelijke wolvendeskundige van de Zoogdiervereniging of die hiervoor door deze organisatie wordt ingeschakeld zoals genoemd is in het plan van aanpak (bijlage 4).”

Animal Rights acht het niet aannemelijk of bewezen dat de Zoogdiervereniging beschikt over een onafhankelijk wolvendeskundige. Geen van de vertegenwoordigers van de Zoogdiervereniging heeft aantoonbare ervaring met (wetenschappelijk en ecologisch onderzoek naar) wolven. Ook werd in een begeleidingsbrief provinciaal overleg van de provincie Utrecht van 5 februari 2024 nog overwogen dat de adviezen van de Zoogdiervereniging ten aanzien van de wolf ondermaats waren:
“Een ander bestuurlijk gevoelig punt dat we onder de aandacht willen brengen is het volgende. Voor de uitvoering van het IPO-wolvenplan en addendum, baseren we ons op de advisering vanuit vooral de Zoogdiervereniging. Wij zijn van mening dat deze adviezen op dit moment niet van dusdanige kwaliteit zijn dat we u op basis daarvan goed genoeg kunnen adviseren.”

Bovendien dringt de Zoogdiervereniging al maanden bij meerdere provincies aan op het zenderen van wolven, waardoor de Zoogdiervereniging volgens Animal Rights de drijfkracht achter het plan is en geen onafhankelijke partij die geschikt is om de effectiviteit van het plan te beoordelen.

In voorschrift o) staat:
“Individuen van deze soort die mogelijk worden gevangen maar die niet voldoen aan de identiteit GW3237m, of andere dieren, worden zonder dat deze worden gezenderd zo spoedig mogelijk vrijgelaten, zodanig volgens het plan van aanpak (bijlage 4).”

Ten aanzien van bijvangst geldt dat in de vergunning niet verplicht wordt gesteld dat deze dieren binnen dertig minuten (slechts “spoedig”) worden bevrijd en op welke manier dat gebeurd. De vergunning is op dit punt niet deugdelijk gemotiveerd.

Voorschrift q) bepaalt:
“Aanvullend negatief conditioneren wordt slechts uitgevoerd na een geslaagde poging tot vangen en zenderen en wanneer hier, op grond van duiding door betrokken wolvendeskundige, voldoende aanleiding toe is. Het middel dat hierbij wordt gebruikt is een paintballgeweer van het type FN-303.”

Animal Rights ziet het aanvullend negatief conditioneren (paintballen) als een nieuwe activiteit die mogelijk volgt na het vangen en zenderen. Op basis van dit voorschrift zou hiertoe direct kunnen worden overgegaan na beoordeling van “een betrokken wolvendeskundige” zonder dat die beoordeling wordt overgelegd en het nieuwe besluit kan worden aangevochten.
Animal Rights acht dat in strijd met het wettelijk stelsel, alsmede het besluit op dit punt onzorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, waardoor dit voorschrift en het gebruik van het paintballgeweer onrechtmatig is.

Slotsom

Om alle genoemde redenen acht de stichting de verleende vergunning onrechtmatig. Zij vraagt de Voorzieningenrechter om het besluit te schorsen tot zes weken nadat het college haar beslissing op bezwaar bekend heeft gemaakt.

UPDATE: LEEN BAKKER HAALT DUCKY DONS PRODUCTEN UIT DE SCHAPPEN EN WEBSHOP

Op 24 augustus 2024 toont Animal Rights met nieuwe undercoverbeelden hoe eenden systematisch mishandeld werden door vangploegen op maar liefst 7 bedrijven in Nederland. Alle beelden werden in de eerste helft van 2024 gemaakt. Hoewel deze eenden in de eerste plaats geslacht worden voor vlees, verkoopt Nederlandse eendenslachter Tomassen Duck-To ook de veren. Deze gaan naar het Nederlandse bedrijf Ducky Dons om er dekbedden en kussens van te maken.

De producten van Ducky Dons werden nog steeds bij Leen Bakker België verkocht. Al in 2018 riep Animal Rights Leen Bakker op om actie te ondernemen en dons uit de rekken te halen, maar tot gisteren bleef Leen Bakker deze gruwelijke producten van Ducky Dons gewoon verkopen. Animal Rights riep de winkelketen op om deze artikelen onmiddellijk uit de rekken te halen. En daar geven ze nu dan vooralsnog gehoor aan.

Leen Bakker antwoordde binnen een dag op onze oproep:
“Dank voor uw mail. Wij nemen deze situatie uitermate serieus en gaan heel diepgaand uitzoeken wat hier aan de hand is. Wij hebben gelijk actie ondernomen en alle producten van Ducky Dons van onze website gehaald. Ook halen we in onze winkels de 2 Ducky Dons producten uit de schappen.
Wij komen zo spoedig mogelijk terug bij u met een inhoudelijke reactie.”

Animal Rights is tevreden over deze snelle reactie en actie. We wachten geduldig op het vervolg.

Animal Rights campagneleider Els Van Campenhout: “Er kleeft bloed aan het dons van deze mishandelde eenden. De dieren worden ruw gevangen, ze kunnen geen kant op en worden hardhandig in transportkratten gegooid of gepropt worden en vervolgens afgevoerd naar het slachthuis. De gebruikte certificeringen als RDS (Responsible Down Standard) of Downpass bestempelen beddengoed met deze eendendons onterecht als ‘ethisch'”.

Alle dons uit de rekken en webshop

Animal Rights liet Leen Bakker op maandagochtend 9 september via mail weten dat ook het eendendons van het merk Polydaun met dezelfde RDS en Downpass gecertificeerd waren als de eenden in de Animal Rights beelden. De dons van Polydaun was nog steeds te koop bij Leen Bakker. De labels als RDS en Downpass bieden geen garantie en ook de herkomst van het eendendons van Polydaun is onduidelijk. Daarop heeft Leen Bakker alle dons uit de rekken en webshop gehaald en liet ons dat weten via mail: “Ook deze producten hebben wij van de website afgehaald. Wij zijn hard bezig aan ons onderzoek en verwachten spoedig een reactie te kunnen geven.”

Animal Rights hoopt dat Leen Bakker alle donsproducten voorgoed uit de schappen laat.

Misselijkmakende mishandelingen

Animal Rights filmde vanaf de openbare weg en met drones hoe bij de eendenmesterijen er nog altijd misselijkmakend hardhandig met eenden wordt omgegaan tijdens het vangen en laden. Eenden worden ruw, van een afstand in de transportlades gegooid; de laatste eenden worden in de lades gepropt als vuile was in een wasmachine; de eenden klappen door het smijtwerk keer op keer tegen het frame van de container en bovenliggende lades aan; eenden raken voortdurend bekneld waneer lades achteloos worden dicht geduwd of getrapt. Individuele eenden worden getrapt en geslagen; eenden vallen uit lades op de grond en worden ruw weer opgeraapt en terug in een lade gesmeten.

Een eend wordt ruw vastgehouden aan de kop door een van gploegmedewerker

Structureel dierenleed blijft duren

Dit is niet de eerste keer dat Animal Rights dit soort misstanden aan het licht brengt. Al in 2018 infiltreerde Animal Rights in een pluimvee-vangploeg en legde vast hoe eenden aan hun nek werden gepakt en hardhandig in kratten gesmeten. Eenden werden geschopt, doodgetrapt en doodgeslagen.

Ducky Dons

De eenden worden in de eerste plaats geslacht voor vlees. Maar Tomassen Duck-To verkoopt ook de veren aan het Ermelose bedrijf Ducky Dons dat er dekbedden en kussens van maakt. Hoewel Ducky Dons zich verschuilt achter keurmerken zoals Downpass en RDS, tonen de beelden van Animal Rights duidelijk aan dat hun beweringen over dierenwelzijn holle woorden zijn. “Alle donzen dekbedden en hoofdkussens van Ducky Dons zijn gecertificeerd volgens Downpass of de Responsible Down Standard (RDS),” schrijven ze, maar de realiteit laat zien dat de eenden wel degelijk worden mishandeld.

Op hun ‘dons en dierenwelzijn’ pagina zegt Ducky Dons: “… ook voor ons als producent van donzen dekbedden en kussens is het belangrijk dat we zeker weten dat we een verantwoord product verkopen. Zo willen we kunnen herleiden waar ons dons vandaan komt en of deze bedrijven erop toezien dat hun eenden en ganzen zo prettig en natuurlijk mogelijk leven.” 1 De veren komen van eenden die geslacht worden voor vlees, eenden worden niet levend geplukt en de veren komen niet uit de foie gras dwangvoeder industrie. Aan deze voorwaarden is eenvoudig te voldoen, maar verder zegt Ducky Dons: “Ook mogen ze natuurlijk niet geslagen, geschopt of anderszins mishandeld worden.” En dat gebeurt wel zoals in de beelden van Animal Rights uit 2018 en 2024 te zien is.

Laat de gruwel uit je bed

Dons is net als vlees een product van de intensieve veeteelt, waar economische belangen primeren. Koop alsjeblieft geen dons, kies voor synthetische of plantaardige materialen als katoen en bamboe. Zo laat je de gruwel uit je bed.

Een van de dekbedden van Ducky Dons die intussen niet meer te koop zijn bij Leen Bakker