Op 23 januari 2020 stuurde minister Grapperhaus een brief naar de Tweede Kamer die moest doorgaan voor antwoorden op Kamervragen gesteld door Esther Ouwehand (PvdD) over zijn uitspraken bij de Algemene Ledenvergadering van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). Veel verder dan een bevestiging van zijn aanwezigheid als minister van Justitie en Veiligheid kwam het echter niet.1
Op de acht vragen die gingen over de minister’s specifieke uitlatingen van die avond, waaronder de [oproepen tot diefstal, geweld en haat](https://www.animalrights.nl/dierenrechtenorganisaties-doen-aangifte-tegen-minister-van-justitie-veiligheid-grapperhaus), en de consequenties daarvan, kwam geen antwoord. Hij groept deze samen in een verklaring waarin hij het heeft over ‘handelingsperspectieven’ die aan de orde zijn gekomen.
“Zelden heb ik een minister met een dergelijke minachting voor de Tweede Kamer zien reageren,” zegt Erwin Vermeulen van Animal Rights. “Een Kamervraag is een van de meest gebruikte democratische middelen om de regering te controleren. Grapperhaus profileert zich als een ‘gesetz ist gesetz’ man, maar als het aankomt op verantwoording afleggen voor zijn eigen daden, geeft hij niet thuis.”
[Op 5 december deden 12 organisaties en 122 personen aangifte](https://www.animalrights.nl/de-aangifte-tegen-minister-van-justitie-ferdinand-g) tegen de minister van veiligheid en justitie vanwege zijn uitspraken. Dat Grapperhaus deze deed in zijn hoedanigheid van minister maakt hem via artikel 119 van de Grondwet [onschendbaar voor de gewone burger](https://www.animalrights.nl/minister-grapperhaus-onschendbaar-voor-gewone-burger). De beslissing over een eventuele strafvervolging is voorbehouden aan de Kroon en de Tweede Kamer.
Daarom hebben de organisaties en de individuele burgers de aangifte omgezet in een klacht bij de minister zelf. De klacht mag niet door Grapperhaus zelf worden afgehandeld, maar moet door een van zijn ambtenaren volstrekt onpartijdig worden beoordeeld.
Wetenschappers van een Britse universiteit hebben een nieuw type immuuncel in menselijk bloed ontdekt die mogelijk álle types van kanker te lijf zou kunnen gaan.
Jen Hochmuth van Animal Rights is verontwaardigd dat de onderzoekers nu proefdieren gebruiken in plaats van verder op menselijk materiaal te werken, het systeem dat we willen genezen: “Als we volop inzetten op proefdiervrij onderzoek kunnen we niet alleen proefdierleed besparen maar ook betere resultaten bij de mens boeken.”
Wetenschappers van een Britse universiteit hebben een nieuw type immuuncel ontdekt die mogelijk álle types van kanker te lijf zou kunnen gaan. 1 De onderzoekers beweren dat er een kans is om elke patiënt te behandelen. Voorheen geloofde niemand dat dit mogelijk was. Wat opmerkelijk is, dat de wetenschappers de vondst toevallig deden, bij de analyse van stalen uit een menselijke bloedbank.
Er is echter ook een schaduwkant aan dit veel belovende verhaal. 2 In plaats van hun onderzoek verder te richten op menselijk materiaal hebben de onderzoekers ervoor gekozen om dierproeven op muizen uit te voeren. Ze hebben daarvoor menselijk immuuncellen in genetisch gewijzigde muizen gespoten waarbij het natuurlijke afweersysteem onderdrukt is.
Meer dan één vijfde van alle dierproeven in België en Nederland wordt uitgevoerd voor onderzoek naar kanker. Experimenten met niet-menselijke dieren worden doorgaans verdedigd met het argument dat ze betrouwbaar zijn, dat dieren voldoende goede modellen van de menselijke biologie en ziektes zijn en relevante informatie opleveren, en dat het gebruik ervan bijgevolg grote voordelen voor de menselijke gezondheid oplevert.
Volgens Jen Hochmuth is het niet alleen moreel onaanvaardbaar om muizen te gebruiken, maar riskeren de onderzoekers daarmee zelfs wetenschappelijke vooruitgang te vertragen: “Het feit dat proefdieren eerst genetisch gewijzigd dienen te worden is al een bewijs dat hun voorspellende waarde als model voor de mens niet voldoende is.”
Dr. Richard Klausner, voormalig directeur van het nationale kankerinstituut in de VS zei ooit: “De geschiedenis van het kankeronderzoek is de geschiedenis van het genezen van kanker in de muis. We hebben decennialang muizen van kanker genezen en het werkte gewoonweg niet bij de mens.”
Meer en meer wetenschappers realiseren zich nu dat dierproeven geen geschikte methode zijn voor het testen van medicijnen omdat de menselijke biologie verschilt van die van andere diersoorten. Zo verloopt botgenezing in proefmuizen anders dan bij de mens. [Onderzoekers van het Erasmus MC hebben een methode ontwikkeld](https://www.animalrights.be/botkanker-bestrijden-met-een-betere-onderzoeksvraag-zonder-proefdieren) waarmee in één keer grote aantallen medicijnen kunnen worden getest voor de mogelijke genezing van uitgezaaide kanker in het bot. 3 Deze methode is gebaseerd op kweekmodellen met menselijke botcellen en volledig proefdiervrij.
Vorig jaar hebben onderzoekers uit Groot-Brittannië een [baanbrekende ontdekking in de zoektocht naar de behandeling voor diabetes](https://www.animalrights.be/vooruitgang-geboekt-tegen-diabetes-zonder-gebruik-dierproeven) gedaan, en dit zonder gebruik van proefdieren. 4 Meer nog, deze ontdekking was niet eens mogelijk geweest met dierproeven. Lang dacht men, op basis van dierproeven, dat diabetes het gevolg was van het afsterven van de insuline- producerende cellen was. Maar deze onderzoekers ontdekten echter voor de eerste keer dat een aanzienlijk deel van de cellen niet sterft, maar in een ander type cel verandert die niet langer insuline kan aanmaken.
Dit is niet alleen baanbrekend onderzoek, maar was ook nooit mogelijk geweest met proeven op muizen.
Jen Hochmuth: “Het wordt tijd dat we stoppen met het proefdiermodel als gouden standaard en volop inzetten op proefdiervrij onderzoek.”
Het wordt tijd dat we stoppen met het proefdiermodel als gouden standaard en volop inzetten op proefdiervrij onderzoek.
Het feit dat proefdieren eerst genetisch gewijzigd dienen te worden is al een bewijs dat hun voorspellende waarde als model voor de mens niet voldoende is.
De geschiedenis van het kankeronderzoek is de geschiedenis van het genezen van kanker in de muis. We hebben decennialang muizen van kanker genezen en het werkte gewoonweg niet bij de mens.
Een tijdje terug meldden Belgische nieuwsmedia dat in beslag genomen vechthanen waren ‘geëuthanaseerd.’ Als redenen werden gegeven dat de hanen niet herplaatst konden worden en dat er het risico bestond dat ze opnieuw in het illegale circuit terecht zouden komen. Dit waren verder gezonde vogels, die volgens de berichten ook goed verzorgd waren. Het gebruik van het woord euthanasie is daarom ongepast en misleidend. Mensen doden om deze drogredenen zou moord heten. Waarom zou dat voor dieren anders zijn?
Euthanasie vereist meer dan pijnloos of met een minimum aan lijden doden. Het beëindigen van het leven van een individu dient niet alleen via de juiste methode te gebeuren, maar ook om de juiste reden(en).
Ieder individu heeft het recht om zelf te beslissen over wat er met zijn of haar leven gebeurt. Een arts heeft in de eerste plaats rekening te houden met de wensen van de patiënt. Daarna heeft hij de plicht ondragelijk lijden te verlichten.
Wetgeving voor mensen
Euthanasie is in Nederland geregeld in de ‘Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’. De wet is met een parlementaire meerderheid vastgesteld op 12 april 2001. Een jaar later traden de wetsregels in werking, op 1 april 2002. 1 Euthanasie in België is mogelijk sinds de ‘Wet betreffende de euthanasie’ in het parlement werd aangenomen en op 28 mei 2002 afgekondigd. België is, na Nederland, het tweede land ter wereld waar euthanasie onder voorwaarden is gelegaliseerd. 2
De voorwaarden voor euthanasie
In de Nederlandse wet staat dat een arts mag meewerken aan euthanasie of hulp bij zelfdoding. Hij moet dan wel alle zorgvuldigheidseisen uit de wet volgen: 1. De beslissing van de patiënt moet vrijwillig genomen zijn en goed overdacht. 2. Het moet gaan om uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Er is sprake van uitzichtloosheid als: de patiënt niet meer kan genezen; de patiënt onnodig lijdt en dit niet minder kan worden. Bij ondraaglijk lijden gaat het vooral over hoe de patiënt dit ervaart. 3. De arts moet de patiënt informeren over de medische situatie en de vooruitzichten. De arts moet nagaan of de patiënt voldoende weet en of de patiënt de informatie ook begrepen heeft. 4. Er is geen redelijke andere oplossing. De arts moet samen met de patiënt besluiten dat er geen redelijke andere oplossing is voor de situatie van de patiënt. 5. Een onafhankelijke arts moet geraadpleegd worden. 6. Euthanasie moet medisch zorgvuldig uitgevoerd worden. Hiervoor hebben artsen en apothekers een richtlijn gemaakt: ‘Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding’. 3
De voorwaarden voor euthanasie in België zijn vergelijkbaar: het moet gaan om aanhoudend ondraaglijk en uitzichtloos fysiek of psychisch lijden, dat het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening. Het verzoek tot euthanasie dient vrijwillig, overwogen en herhaald te zijn, en niet tot stand gekomen als gevolg van enige externe druk. Ook enkele verder in de wet beschreven voorwaarden en procedures moeten nageleefd worden.
De wens van de patiënt
Een belangrijke voorwaarde in beide wetgevingen is dat de vraag om euthanasie vanuit de patiënt zelf moet komen en de patiënt over zijn of haar medische situatie en de vooruitzichten geïnformeerd moet worden. Dat is een probleem bij dieren (naast kleine kinderen, seniele ouderen, zwaar geestelijk gehandicapten, comateuze patiënten, etc.): We hebben grote moeite om met ze te communiceren; we kunnen ze niet om toestemming vragen. Ware (vrijwillige) euthanasie bij dieren is dus in principe onmogelijk.
Ondraaglijk en uitzichtloos lijden
Toch komen er situaties voor bij dieren van aanhoudend ondraaglijk en uitzichtloos lijden, waarvoor geen redelijke andere oplossing bestaat. Hoe lossen we dit op zonder de integriteit – de intrinsieke waarde – van het dier aan te tasten?
Het verschil tussen de mens en andere dieren is niet absoluut, maar gradueel, constateerde Charles Darwin al. We kunnen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat dieren die ondraaglijk lijden zich bewust zijn van hun pijn en zo snel mogelijk van die pijn af willen. Dit is hun belang, hun voorkeur voor de onmiddellijke toekomst. Als het lijden niet te verlichten is en de onderliggende oorzaak onbehandelbaar is, lijkt het in het belang van het dier te zijn hem of haar te doden, want er is een lot erger dan de dood en dat is de beschreven toestand.
Paternalisme
De filosoof Tom Regan 4 heeft voor ‘euthanasie’ bij dieren een aantal regels opgesteld die uitgaan van het paternalisme, maar dat uiteindelijk overstijgt. Paternalisme is een aantasting van de autonomie van een individu in de aanname dat die aantasting in de bestwil van het individu is.
Bij paternalistische daden moet het dus om die ander – in wiens leven je ingrijpt – gaan, niet om eigenbelang. We moeten niet alleen de intentie hebben en gemotiveerd zijn om voor de bestwil van die ander te handelen, maar ook daadwerkelijk geloven dat we dat doen, en wel vanuit bezorgdheid om die ander. Het moet waar zijn dat de aantasting van de autonomie van die ander plaatsvindt in het belang van die ander.
Het doden moet gebeuren door middel van de meest pijnloze methode. Degene die doodt gelooft – en dat moet waar zijn – dat de dood van het individu dat wordt gedood in het belang is van dat individu. Degene die doodt, moet gemotiveerd zijn om het leven te beëindigen van degene die gedood wordt door bezorgdheid om de belangen of het welzijn van dat individu. Vier van de hierboven genoemde zes zorgvuldigheidseisen voor euthanasie uit de Nederlandse Wet kunnen ook op dieren toegepast worden.
Voorkeur-respecterende euthanasie
Dit doden uit genade is geen vrijwillige euthanasie want er is geen toestemming van degene die gedood wordt. Het is ook geen onvrijwillige euthanasie want, in tegenstelling tot comateuze patiënten, behouden deze dieren hun voorkeuren.
Tom Regan construeerde de uitdrukking voorkeur-respecterende euthanasie voor die gevallen waarbij de enige manier waarop we de wens van een dier om zijn of haar lijden te beëindigen kunnen respecteren, is door hem of haar te doden. We respecteren hun voorkeur – niet hun wens – om te sterven. Tom Regan ziet voorkeur-respecterende euthanasie als niet-paternalistisch, omdat we dieren niet onze wil op leggen voor hun bestwil, maar gehoor geven aan hun eigen wil zoals we die kennen.
Dierenrechten
De overgrote meerderheid van de gevallen waarin dieren door de mens worden gedood, voldoen niet aan de criteria voor (voorkeur-respecterende) euthanasie. Deze dieren zijn niet beter af dood dan levend. In veruit de meeste gevallen waarbij het woord euthanasie wordt gebezigd, gaat het om menselijke belangen en/of economische afwegingen.
In een rechtvaardige maatschappij, waarin dierenrechten verankerd zijn in de grondwet, is voorkeur-respecterende euthanasie de enige vorm van actieve levensbeëindiging die toegestaan is. Daarnaast kan voor zelfverdediging in een acute, levensbedreigende situatie waarin geen andere optie, zoals niet-dodelijke zelfverdediging of vluchten, redelijkerwijs beschikbaar is, na onderzoek, een uitzondering worden gemaakt.
Animal Rights
De gemakzucht waarmee het woord euthanasie wordt misbruikt bij het doden van dieren, en de tegenstelling met de zorgvuldigheid waarmee euthanasie bij mensen wordt uitgevoerd, is een van de vele redenen waarom Animal Rights pleit voor het erkennen van alle dieren, wild en in gevangenschap, als (staats)burgers, (rechts)personen en ingezetenen. Dierenrechten moeten worden opgenomen in de grondwet!
De konijnensector in Nederland klopt zich op de borst na het verschijnen van een rapport van de European Food Safety Authority EFSA over de vergelijking van verschillende houderijsystemen voor konijnen. Hiervoor is niet alleen geen enkele reden, het is bedrog.12
De konijnenindustrie is een typisch voorbeeld van hoe maatregelen voor het ene welzijnsprobleem, weer nieuwe, soms zelfs grotere welzijnsproblemen creëeren. Dit nieuwe rapport van de EFSA laat dit weer overduidelijk zien. 3
EU regels
Hoewel er regels zijn die minimumnormen vaststellen voor de bescherming van landbouwhuisdieren (Richtlijn 95/98 / EG van de Raad), inclusief konijnen, bestaat er geen soortspecifieke wetgeving ter bescherming van het welzijn van gefokte konijnen in de EU. Dit ondanks het feit dat in aantallen konijnen na kippen de meest gehouden dieren in de EU zijn.
Geen wetenschappelijk onderzoek
Er is op geen enkele wijze sprake van wetenschappelijk onderzoek als basis voor dit rapport. Een vragenlijst werd opgestuurd naar 122 zelfbenoemde ‘experts’, die zich daar ook zelf voor aangemeld hadden. 88 daarvan namen de moeite om de vragenlijst ook in te sturen, De vragen betroffen een twintigtal uit de beperkte literatuur bekende welzijnsproblemen voor drie dier categorieën (voedsters (moederkonijnen), Jongen tussen geboorte en spenen, en gespeende jongen (de vleeskonijnen)) in zes houderijsystemen (conventionele, draadgaas kooien; verrijkte of welzijns kooien; verhoogde of parksysteem kooien; vloerkooien (betonnen vloer met strooisel voor grotere groepen); buiten systemen (grote buitenhokken of vrije uitloop uit een schuur); en biologische systemen (grote verscheidenheid en dus ook moeilijk te vergelijken).
Het is niet ondenkbaar dat vele van deze zogenaamde experts op een of andere wijze met de industrie verbonden zijn en dat dit de uitkomsten van de survey gekleurd heeft.
parkkooisysteem in Ulicoten, Noord-Brabant; de ‘hoogste standaard’
Gebrek aan kennis – ‘experts’ verschillen van mening
Een van de treurigste conclusies uit het rapport is dat ‘we’ gewoon te weinig weten om uitspraken te doen over wat goed is voor konijnen (behalve dan ze niet fokken natuurlijk). Het rapport zegt: Objectieve gegevens over de welzijnsproblemen in verschillende huisvestingssystemen ontbreken en de opinies van de ‘experts’ over het voorkomen en relatieve ernst van de welzijnsproblemen is hoogst variabel.
In de conclusies staat: De huidige grootte van alle kooisystemen belemmert de bewegingsvrijheid, maar er is geen kennis over hoeveel ruimte wel genoeg is. Er is niet genoeg kennis over knaagmateriaal dat bevredigend is voor de konijnen. En er is te weinig kennis over de sociale behoeften van konijnen.
Natuurlijk gedrag en goede gezondheid moeilijk te combineren
Die variabiliteit in de meningen en gebrek aan kennis komt terug in alle conclusies. Het rapport concludeert bijvoorbeeld dat voor voedsters en opgroeiende jongen de welzijnsconsequenties als gevolg van het niet kunnen uitoefenen van natuurlijk gedrag hoger zijn in conventionele (draadgaas), verhoogde (park) en verrijkte (welzijns) kooien, maar dat het welzijn met betrekking tot gezondheid meer te lijden heeft in vloerkooien, en organische en buiten systemen. Het uitoefenen van natuurlijk gedrag, in dit rapport veelal beperkt tot bewegingsruimte, en een goede gezondheid zijn dus niet optimaal te combineren.
Welzijn voedsters en zogende jongen moeilijk te combineren
Ook lijkt het welzijn van de voedsters (moederdieren) moeilijk te combineren met die van haar zogende jongen. Het onderzoek toont aan dat het welzijn van voedsters lager is in conventionele kooien dan in de andere systemen, maar dat er op dat gebied geen verschil is tussen de andere systemen. Het welzijn van opgroeiende jongen scoort het slechts in buitensystemen, en hoger in parkkooien dan de overige vier systemen. Er kon geen onderscheid gemaakt worden in het welzijn voor opgroeiende jongen tussen die vier systemen. Op dit ene zinnetje uit het rapport baseert de Nederlandse sector zijn ‘voorbeeldfunctie’.
Voor voedsters was het grootste welzijnsprobleem een gebrek aan bewegingsvrijheid. Voor opgroeiende jongen hittestress, gevolgd door geboorteaandoeningen en koudestress. Voor vleeskonijnen is opnieuw een gebrek aan bewegingsvrijheid het grootste probleem.
parkkooisysteem in Halle, Gelderland
Rapport vergelijkt systemen, maar geeft geen ethisch oordeel
Het onderzoek van EFSA is een vergelijking tussen de welzijnsconsequenties in zes huisvestingssystemen. Of er überhaupt wel een geschikte manier is om konijnen te fokken wordt niet aangestipt. Wel kijkt het rapport even terug op haar rapport uit 2005 dat ook al geen antwoorden had en voor geen enkele verbetering heeft gezorgd in Europa.
Eén aanbeveling uit het 2005 rapport wordt herroepen: Het scheiden van jongen en voedster als stimulatie voor oestrus-synchronisatie, het laten ‘ovuleren’ van voedsters op het moment dat de konijnenfokker dat wenst, wordt nu afgeraden vanwege de negatieve impact op de jongen.
De EFSA staat achter haar 2005 conclusie dat continue groepshuisvesting ongewenst is vanwege agressie en hoge verwondingsgraad.
Welzijn wordt bezien vanuit het negatieve
Er word in dit soort surveys altijd gekeken naar de negatieve impact: de ernst van welzijnsproblemen, zoals bijvoorbeeld de ‘ongerief’ analyses van Wageningen Universiteit ook doen.
In al dit soort onderzoeken wordt genegeerd hoe positief het leven van een konijn zou kunnen zijn zonder kooien, buiten, met daglicht en schemer, het kunnen graven en uitoefenen van andere natuurlijke behoeften. De mogelijkheid hebben tot zelfontplooiing in vrijheid, of een leven mogen doorleven en voltooien.
Parkkooisysteem
De beelden die Animal Rights en Konijn in Nood voor de Kerst naar buiten brachten lieten het vreselijke leven en lijden van konijnen in de Nederlandse industrie zien. De meest schokkende beelden van creperende dieren werden gemaakt bij parksystemen. Parksystemen reduceren de massale sterfte van dieren in deze industrie niet.
De naam ‘park’ is misleidend; deze dieren komen nooit buiten, zien geen daglicht, kunnen niet graven, hebben onvoldoende schuil- en knaagmogelijkheden, eten eenzijdig voer, leven boven hun eigen uitwerpselen, blootgesteld aan de contante herrie van ventilatie, muziek en rammelende kooien, en leven in onnatuurlijke groepsverbanden. Als deze dieren groeien word ook in parkkooien de ruimte minimaal.
De ‘vleeskonijnen’ leven alleen de tweede helft van hun korte leven in dit systeem (de eerste 5 weken brengen ze krap behuisd bij hun moeder door). Voedsters en rammen leven alleen. Slechts op het enige bedrijf in Nederland dat het al even misleidende één-ster beter leven keurmerk draagt, mogen voedsters theoretisch enkele dagen samen tussen het spenen en werpen van nieuwe jongen in.
Conclusie
Dit EFSA rapport laat zelfbenoemde experts hun ver uiteenlopende meningen spuien en kan vervolgens alleen iets zeggen over welk systeem waarschijnlijk het minst slecht is en welk het slechtst. De belangrijkste conclusie is dat de ‘experts’ en de wetenschappelijk literatuur eigenlijk nauwelijks iets weten over konijnenbehoeftes en -welzijn. Alleen een volstrekt immorele organisatie als LTO ziet hierin toch nog kansen om veren in eigen reet te steken.
De konijnenindustrie behoeft geen welzijnsverbeteringen, maar afschaffing!
Update
Op 24 januari 2020 eist europarlementariër Anja Hazekamp Europese actie tegen de misstanden in de konijnenindustrie in een overleg met de Eurocommissaris voor Landbouw, Janusz Wojciechowski. “Konijnen zijn, na kippen, de meest gehouden diersoort voor vleesproductie in Europa. Dat terwijl konijnen totaal niet geschikt zijn om in een gesloten landbouwsysteem te houden. Brussel moet deze bevindingen serieus nemen en een einde maken aan deze konijnenindustrie,” aldus Hazekamp. 45
Maandag 20 januari werden de [everzwijnen](https://www.animalrights.be/everzwijnen-vlaanderen) in het Meerdaalwoud in Leuven afgemaakt. Voor Animal Rights zijn wilde dieren individuen met recht op leven en welzijn, die het niet verdienen om de kogel te krijgen. Met bloemen en kaarsen gaven we een eerbetoon aan de slachtoffers van de jacht.
Teken ook onze petitie: [Red het everzwijn](https://www.animalrights.be/red-het-everzwijn)
“Everzwijnen worden gereduceerd tot een “plaag”, alsof het geen levende, voelende wezens zijn die pijn lijden wanneer ze worden neergeschoten. Dit kan voor ons niet door de beugel.” zegt Animal Rights campagnecoördinator Rowena Vanroy.
In december 2019 waren er al twee drukjachten in het Meerdaalwoud. In totaal vielen er toen tien slachtoffers. Gisteren werden er opnieuw twaalf everzwijnen afgemaakt. De reden voor het afschot is schade aan landbouw en tuinen. Maar het afschieten van willekeurige dieren uit een groep zal dit niet kunnen voorkomen. Enkel hekken kunnen everzwijnen weghouden op plaatsen waar ze niet gewenst zijn. De nabijheid van akkers biedt juist een onbeperkte voedselbron waardoor de everzwijnen zich snel voortplanten.
Vanroy: “We leven in een versnipperd landschap waarin natuur, woonkernen en wegen met elkaar zijn verweven. Mensen willen dichtbij de natuur wonen, maar tegelijkertijd die ruimte niet delen met de wilde dieren. We moeten ernaar streven om harmonieus met wilde dieren samen te leven.”
Lees ook: [Stille wake voor de everzwijnen in Zonhoven](https://www.animalrights.be/stille-wake-tijdens-everzwijnjacht-zonhoven)
Tijdens de drukjachten wordt er heel wat dierenleed veroorzaakt bij [everzwijnen](https://www.animalrights.be/everzwijnen-vlaanderen). Onschuldige dieren worden opgejaagd en afgeschoten, families worden uit elkaar gerukt. Ook andere dieren zoals vogels en reeën worden verstoord door de drijvers die het hele gebied uitkammen. Telkens zien we tijdens en na een drukjacht angstige reeën die op zoek zijn naar een veilige plaats.
Ook buiten de drukjachten om zijn everzwijnen en reeën niet veilig in het Meerdaalwoud. Het bos is bezaaid met hoogzitten waar jagers de dieren naartoe lokken met likstenen en lokvoer. Zo hebben ze meer kans om de dieren te schieten. Ook staan er enkele vangkooien voor everzwijnen. Het lokvoer wordt daarin zo geplaatst dat er zoveel mogelijk dieren inlopen voordat het valmechanisme dichtvalt. Gevangen dieren worden afgeschoten.
Lees ook: [Hertenkalf voor dood achtergelaten](https://www.animalrights.be/drongengoed-hertenkalf-voor-dood-achtergelaten)
Animal Rights wil een einde maken de jacht op everzwijnen. Het zijn inheemse, wilde dieren die erbij horen. Het overheidsgeld dat het ANB nu gebruikt om al deze jachten te financieren, kan veel nuttiger worden gebruikt om te zorgen voor meer ruimte en rust voor onze wilde dieren.
Mensen willen dichtbij de natuur wonen, maar tegelijkertijd die ruimte niet delen met de wilde dieren. Terwijl zij er ook gewoon bij horen.