okt 30, 2019
Willem Vermaat, campagnecoördinator bij Animal Rights, publiceerde dit artikel op Joop.nl. “Er zijn veel beroepen waar we niet zonder kunnen, maar de wereld is beter af zonder veehouders.”
Op de eerste landelijke actiedag van boeren op 1 oktober hield het Radio 1-programma Stand.nl een peiling: 90% van de Nederlanders bleek veel begrip te hebben voor de actievoerende boeren. De demonstrerende boeren zijn vooral veehouders: zij hebben te maken met stikstofregels. Harde acties, zoals het openbreken van de deuren van het provinciehuis in Groningen, zorgen misschien voor een kleine vermindering van ons begrip, maar over het algemeen kunnen veehouders rekenen op ruime steun en sympathie van het volk. Dat zegt iets over ons: in ons volksgeloof zijn veehouders nobele, hardwerkende mensen die voor ons voedsel zorgen en ons respect verdienen. We geloven daarmee in een sprookje.
Een veehouder kan hard werken en aardig zijn. Maar het idee van de nobele veehouder die voor ons voedsel zorgt, kan de prullenbak in. Veehouders verspillen voedsel. 635 miljoen ton graan, meer dan een derde van de wereldwijde oogst, is bestemd voor veevoer. Tegelijk zijn 900 miljoen mensen chronisch ondervoed. We zouden hen meer dan een flink overgewicht kunnen bezorgen.
De veehouderij produceert geen voedsel. Geef een koe 20 kilo plantaardig voedsel en je krijgt er misschien 1 kilo vlees voor terug. Er zijn veel beroepen waar we niet zonder kunnen, maar de wereld is beter af zonder veehouders.
Op 14 oktober protesteerden boeren bij provinciehuizen. Zo ook in Groningen, waar ik een bord op een tractor zag: “Onze dieren vermoord, voor die hobby in Zandvoort.” Een vreemde tekst. Dieren uit de veehouderij doden we aan de lopende band. In Nederland 1,75 miljoen per dag. Vleeskuikens worden 6 weken oud, vleesvarkens 6 maanden. Minder dieren houden, betekent minder dieren fokken. Niet meer dieren vermoorden.
Opvallend is ook het woord ‘vermoorden’. In ons sprookje waarin veehouder een normaal beroep is en we het gebruiken van dieren als normaal zien, bezigen we een andere taal. Wat is het verschil tussen slacht en moord?
We zeggen dat boeren dieren verzorgen. Een mooi eufemisme voor dieren zo snel mogelijk ‘slachtrijp’ maken. Een gaskamer of een elektrisch waterbad noemen we verdoving. We geloven dat boeren van dieren houden. Is dat de reden dat ze dieren naar het slachthuis sturen? Het is moeilijk met elkaar te rijmen, maar we vertellen onszelf dat het ‘nou eenmaal moet gebeuren’.
Een koe in de wei vinden we een vredig gezicht. Maar het zijn moeders wier kinderen zijn weggenomen. En het is hoogst onwaarschijnlijk dat de koeien die je vandaag ziet, er over vijf jaar nog grazen. Tegen die tijd zijn ze op iemands bord beland.
Als boeren het goed met dieren voorhebben, waarom werken ze dan niet samen met organisaties die voor dieren opkomen? Of geloven we werkelijk in boerenliefde voor dieren? Zouden we zelf object van die vorm van liefde willen zijn?
Niet dat het allemaal de schuld van veehouders alleen is. Ze zijn onderdeel van het probleem, maar dat is eenieder die eraan bijdraagt. Ook de consument van dierlijke producten. Iedereen die het sprookje helpt in stand te houden.
Het is tijd om uit dit sprookje te ontwaken. We hoeven dieren niet te gebruiken en te doden. We moeten af van het idee dat veehouder een normaal beroep is dat respect verdient.
okt 30, 2019
Animal Rights dient bezwaar in tegen de uitbreiding van een megastal voor vleeskuikens in de Hernestraat in Tielt. Het gaat om de bouw van twee nieuwe stallen waarin 184.000 vleeskuikens opgesloten zouden worden. Campagnecoördinator Els Van Campenhout vindt het onaanvaardbaar dat deze stallen nog steeds gebouwd worden: “Het is absoluut niet meer van deze tijd om dieren op te sluiten en uit te buiten. Als we écht willen investeren in de toekomst en in de gezondheid van dieren, mensen en onze planeet, moeten boeren mee inzetten op plantaardige alternatieven.” 1
1:Pluimveebedrijf Tielt wil capaciteit verdubbelen
Het veebedrijf in Tielt wil met de uitbreiding het aantal kuikens opvoeren van 84.500 naar 184.000 vleeskuikens. Nog tot en met 1 november kunnen bezwaarbrieven ingediend worden bij de gemeente Tielt en Provincie West-Vlaanderen.
Animal Rights dient bezwaar in en roept op om massaal bezwaarschriften te sturen die gericht zijn aan zowel de gemeente Tielt als de Provincie West-Vlaanderen. Dat kan je doen via
[deze link](https://www.omgevingsloket.be/omvPubliek/?openbaaronderzoek “”) In de zoekbalk typ je ‘Tielt’ en dan kan je doorklikken naar ‘Van Vyncky S.: uitbreiding pluimveehouderij + actualisatie & hernieuwing’ en kan je een bezwaarschrift indienen.
Nieuw Vlaams minister van Omgeving, Zuhal Demir, weigerde eerder deze maand al een vergunning voor een gelijkaardig pluimveebedrijf dat maar liefst 180.000 vleeskuikens wilde opsluiten. Demir gebruikte de volgende argumentatie: “De mogelijke geurhinder, de effecten op de mens en het gebrek aan inpasbaarheid in het omliggende open landschap vormen de basis van deze beslissing.” 2 3
2:Demir weigert vergunning voor pluimveebedrijf met 180.000 kippen in Borgloon
3:Demir weigert megastallen in Borgloon
Hieronder kan je het bezwaarschrift lezen dat Animal Rights overmaakte aan de gemeente Tielt en Provincie West-Vlaanderen. Gebruik ons bezwaarschrift gerust als voorbeeld om je eigen brief op te stellen.
Referentie omgevingsloket: OMV_2019096475
BEZWAARSCHRIFT
Aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Tielt, de omgevingsambtenaar van de gemeente Tielt en aan de Provincie West-Vlaanderen. Animal Rights dient dit bezwaarschrift in tegen de aanvraag van een milieuvergunning in Tielt, Hernestraat 1, OMV ref. OMV_2019096475 voor de verdere exploitatie en verandering door de uitbreiding van een pluimveebedrijf. Animal Rights VZW, onze medewerkers, onze vrijwilligers en onze medestanders dienen collectief bezwaar in tegen deze vergunningsaanvraag. Wij zijn fel gekant tegen dit project en vragen daarom om de omgevingsvergunning te weigeren op basis van onderstaande argumenten:
1. Levende, voelende individuen opsluiten is onethisch
2. Ammoniakuitstoot werkt klimaatverandering in de hand
3. Vervuiling van intensieve veeteelt veel hoger dan gedacht
4. Langdurige effecten op menselijke gezondheid, dieren en biodiversiteit
5. Wetenschap roept massaal op minder vlees te eten
6. Hoge risico’s volksgezondheid
7. Geurhinder, geluidsoverlast en verhoogde CO2 uitstoot
8. Tijd van dieren fokken loopt ten einde – de toekomst is plantaardig
9. Dierenwelzijn
10. Evacuatie moeilijk tot onmogelijk
11. Intensieve veeteelt is niet duurzaam of diervriendelijk
1 Kippen zijn levende, voelende en gevoelige individuen. Het is onethisch om voelende wezens op te sluiten in megastallen waar ze bovendien geen natuurlijk gedrag kunnen vertonen, nooit een greintje zonlicht zullen zien, frisse buitenlucht kunnen inademen of gras onder hun poten zouden kunnen voelen.
2 Kippenstallen zijn verantwoordelijk voor 7,5% van de ammoniakuitstoot in Vlaanderen. Het verdampt uit de kippenmest in de stallen en vindt de weg naar buiten via de ventilatiesystemen. Tot 40% van het fijn stof in Vlaanderen zou bestaat uit ammoniak. Ammoniak verzuurt de bodem, vervuilt de lucht en is een belangrijke bron van secundair fijn stof. Het is daarbovenop een van de drie voornaamste gassen die het broeikaseffect versterken en dus bijdragen aan klimaatopwarming.
3 De vervuiling van bijna alle kippenstallen wordt zwaar onderschat. Dat is aangetoond door documenten van de Vlaamse Landmaatschappij en onderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en van de Universiteit van Wageningen. Uit dit onderzoek blijkt o.a. dat de ammoniakuitstoot veel hoger ligt dan aanvankelijk gedacht. Vooral op plekken waar er veel intensieve veeteelt is, wordt er meer ammoniak en fijn stof in de lucht opgemeten dan op andere plekken. Bovendien worden de toegelaten waarden in die regio’s het vaakst overschreden.
4 Op locaties met industriële veeteelt, en dus veel dierlijke mest, komt veel ammoniak vrij. Langdurige blootstelling aan het gas kan leiden tot ernstige longziektes bij mensen. Maar ook de dieren, gewassen en de hele biodiversiteit rondom de boerderijen lijden hier ernstig onder.
5 Volgens wetenschappers moeten we minder vlees eten. In het licht van de overgang van dierlijk eiwit naar plantaardig eiwit kan niet worden verklaard dat men vandaag de dag de uitbouw van grootschalige pluimveefabrieken zou toestaan of zelfs maar overwegen.
6 De risico’s van de intensieve veehouderij voor de volksgezondheid zijn hoog. Het lijden van elk dier in dergelijke stresserende omstandigheden is niet alleen enorm, maar het betekent ook dat ziekten zich snel verspreiden. Bovendien is de kans reëel dat bij een uitbraak van een epidemie de besmetting ook overgedragen wordt naar de werknemers en de gemeenschap.
7 Bij de uitbouw van dergelijke stallen is er ook meer geurhinder en toename van geluidsoverlast. Bovendien zal de uitbouw het aantal grote vrachtwagenbewegingen rond dit bedrijf aanzienlijk doen toenemen. Aangezien de 184.000 vleeskuikens al op een leeftijd van zes weken naar het slachthuis gebracht worden, zullen er ook meer vrachtwagens in en rond Poppel rondrijden, wat opnieuw voor een verhoogde uitstoot zorgt van CO₂
8 We moeten beseffen dat de tijd van het fokken van dieren ten einde loopt en op een intelligente, ethische en morele manier reageren op deze verzoeken om stallen verder uit te bouwen. Het is in niemands belang om hiermee door te gaan, en vooral niet in dat van de dieren en het milieu. Wie mee wil evolueren moet niet investeren in grotere stallen, maar in dier- en milieuvriendelijke, plantaardige alternatieven die bovendien ook nog eens beter zijn voor de menselijke gezondheid.
9 Het welzijn van de dieren kan onmogelijk gegarandeerd worden voor alle 184.000 dieren in een megastal. Dat betekent ook dat zieke dieren geen aangepaste medische zorgen kunnen krijgen. Zieke of dode dieren zorgen voor een snelle en gevaarlijke verspreiding van ziektes. Dit zorgt voor vreselijk lijden.
10 Door de omvang van de stal is het amper tot niet mogelijk om de dieren in geval van nood te evacueren. Dit kan vreselijk lijden en een enorm verlies aan levens met zich meebrengen.
Bij uitbraak van ziektes in de stallen, ruimingen vanwege ziektes in de nabijheid, verwaarlozing door de veehouder, uitvallen ventilatie of stalbranden is het aantal slachtoffers ook automatisch hoger.
11 Intensieve veeteelt en bijhorende megastallen zijn niet duurzaam of diervriendelijk. Deze redenen alleen al zouden doorslaggevend moeten zijn om de vergunning niet toe te kennen.
Wij hopen dan ook dat jullie, College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Tielt, omgevingsambtenaar van de gemeente Tielt en Provincie West-Vlaanderen, de juiste beslissing nemen en de omgevingsvergunning te weigeren.
Hoogachtend
(jouw naam)
Animal Rights roept iedereen op bezwaar aan te tekenen tegen de bouw van de gigantische kippenstal in Tielt. De organisatie raadt ook aan om een oogje in het zeil houden en bij de bouw of uitbreiding van stallen onze hulp in te roepen.
Animal Rights helpt je graag op weg met het opstellen van een bezwaarschrift om de bouw en uitbreiding van stallen tegen te houden. Contacteer ons via [email protected] of [email protected]
Deze dieren worden in gigantische stallen op industriële wijze op elkaar gepropt zonder ooit een greintje daglicht gezien te hebben. Na zes miserabele weken in de groezelige stallen worden de piepende kuikens naar het slachthuis gebracht, waar ze een verschrikkelijke dood sterven. Dit is compleet onethisch en onnodig.
Het is absoluut niet meer van deze tijd om dieren op te sluiten en uit te buiten. Als we écht willen investeren in de toekomst en in de gezondheid van dieren, mensen en onze planeet, moeten boeren mee inzetten op plantaardige alternatieven
Animal Rights roept iedereen op om melding te maken wanneer er stallen uitgebreid worden of nieuwe stallen gebouwd worden
okt 28, 2019
Vorige week toonde Animal Rights videobeelden, waarop te zien is hoe een[ jachthond wordt afgericht met een levende duif](https://www.animalrights.nl/jagers-gebruiken-levende-duif-om-hond-af-te-richten). Het dier hangt langdurig bij bewustzijn aan een touw te bengelen en is duidelijk gestresseerd. Animal Rights was geschokt door deze beelden en vroeg minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts in een brief om te verduidelijken of deze feiten al dan niet strafbaar zijn.
Volgens Animal Rights was er op de beelden duidelijk sprake van dierenmishandeling. Het dier leed vermijdbare pijn en lijden, dit is verboden onder de Dierenwelzijnswet en kan worden bestraft met boetes tot 2.000 euro. Het kabinet van minister Ben Weyts heeft nu de bezorgdheid van Animal Rights bevestigd. In een antwoord op onze brief zegt het dat “de daden uitdrukkelijk verboden en strafbaar zijn onder de huidige wetgeving.” De beelden zijn overgemaakt aan de inspecteurs voor dierenwelzijn voor verder gevolg.
Voor Animal Rights is elk dier een individu met recht op leven en welzijn. Dierenmishandeling moet daarom hard worden aangepakt. Wij zijn verheugd te horen dat ook de minister de zaak ernstig neemt en verwachten dat de betrokken jagers snel worden bestraft.
okt 25, 2019
Oktober 2017 vroeg Animal Rights met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om de documenten die in de periode 12 juni 2017 tot 27 juni 2017 bij 18 pluimveeslachterijen zijn opgesteld naar aanleiding van de 118 inspecties die plaatsvonden om te controleren of pluimveehouders voldoende maatregelen nemen om vangletsel te voorkomen. De beslistermijn voor de NVWA liep af op 14 december 2017. Wij kregen een eerste inventaris van de stukken in de eerste week van februari 2019, meer dan een jaar later.
Er waren 31 documenten aangetroffen, waarvan 29 rapporten van bevindingen en twee waarschuwingen, maar vervolgens kregen de slachthuizen nog twee weken de tijd om bezwaar te maken tegen openbaarmaking; één slachthuis deed dit en daarvan hebben we de documenten dus niet ontvangen. In alle andere documenten, die we de tweede week van maart ontvingen, zijn de namen en adressen van slachthuizen, pluimveehouderijen, vangploegen en transporteurs zwart gemaakt, zodat misstanden niet te linken zijn aan specifieke bedrijven.
De uiterst trage reactie van de NVWA op een verzoek tot openbaarheid zorgt ervoor dat informatie al weer verouderd kan zijn op het moment dat de aanvrager deze ontvangt. Je kan je afvragen of dit opzettelijk gebeurt.
De NVWA zegt zelf over dit project in de Integrale Risicoanalyse Pluimveevleesketen uit maart 2018:
“De ‘actieweken vangletseltelling’ maakten deel uit van het toezicht op dierenwelzijn tijdens transport van pluimvee. De NVWA voerde in juni 2017 bij 18 pluimveeslachthuizen in totaal 118 inspecties uit om te controleren of houders van pluimvee voldoende maatregelen nemen om letsel (verwondingen of bloedingen) tijdens het vangen te voorkomen. Tijdens deze periode van intensieve handhaving is de naleving verbeterd van 45% naar 92%. De meeste tekortkomingen werden geconstateerd bij de zwaardere vleeskuikenrassen. De dieren waren voornamelijk afkomstig uit Nederland en Duitsland. Handhaving door de NVWA bleek effectief, de verbetering van naleving tijdens de actie is hoofdzakelijk bij koppels van Nederlandse bodem geconstateerd. Een vervolgmeting is noodzakelijk om na te gaan of de gesignaleerde verbetering structureel van aard is. Recente inspecties op de slachthuizen na deze ‘actieweken’ laten zien dat het probleem van vangletsel nog steeds aanwezig is, maar het aantal inspecties is nog te beperkt om al een actueel nalevingsniveau te kunnen bepalen.”
Het lijkt dubieus om tijdens een project van slechts twee weken te spreken van een nalevingsverbetering.
[vimeo:https://vimeo.com/275689585]
Al op de eerste dag, 12 juni, constateert een inspecteur met toezichthoudernummer 26145 tijdens de postmortem (PM) keuring dat “meerdere karkassen ernstig tot zeer ernstig vleugelletsel hadden variërend van (grote) bloeduitstortingen tot luxatie in het schoudergewricht of ellebooggewricht en/of gesloten/open fracturen van vleugels of poten waarbij ik de botjes zag uitsteken.” Bij twee maal twee minuten tellen, conform het NVWA protocol, komt hij uit op 2,8% letsel en concludeert dat dat bij het vangen ontstaan moet zijn.
De inspecteur legt de oorzaak bij de vangploeg en de kippenboer: “Het ernstige letsel heeft ertoe geleid dat deze dieren vanaf het ontstaan van het letsel en vervolgens tijdens het vervoer tot aan de slacht, pijn en stres hebben ervaren. Dit heeft het welzijn van de dieren ernstig gecompromitteerd. Het personeel van de vangploeg voerde zijn werkzaamheden niet op zodanige wijze uit dat de dieren letsel en lijden bespaard bleef en dat hun veiligheid was gegarandeerd.
De houder van het pluimvee op de plaats van vertrek zorgde er niet voor dat de voorschriften met betrekking tot het behandelen van de dieren nageleefd werden, omdat door de vangploeg pijn en lijden bij de dieren is veroorzaakt.”
De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de boer: “deze bevindingen worden pluimveehouder (naam zwart gemaakt) aangerekend.”
Een dag later, 13 juni, zag een inspecteur met toezichthoudernummer 35442 in een slachthuis “dat er veel bloedingen aanwezig waren op de karkassen. Deze varieerden van rood-roze, donkerrood tot paarsrood. Ik stelde vast dat de meeste bloedingen ter hoogte van de vleugels zaten, maar ook kwamen er bloedingen voor op de poten en borststreek.”
Bij tellingen van drie koppels komt de inspecteur tot 2,34%, 2,22% en 3,11% letsel. De NVWA hanteert een interventiegrens van 2%.
De inspecteur noteert: “Naar mijn deskundige mening als dierenarts is het welzijn van de kuikens geschaad tijdens het vangen en hebben deze botbreuken en bloedingen aanleiding gegeven tot erge pijngewaarwording en stress bij de kuikens tijdens het transport en in de tijd daarna tot het bedwelmen.
[…]
Vanuit mijn professionele ervaring als dierenarts concludeer ik uit bovenstaande feiten dat hier sprake is van ernstig dierenletsel ten gevolge van onaanvaardbaar verwijtbaar handelen tijdens het vangen van de kuikens.”
Ook op 13 juni, ziet een inspecteur met toezichthoudernummer 35500 tijdens de antemortem (AM) screening “14 dieren met zogenaamde ‘spreadlegs’, een positie waarbij 1 of beide poten in een hoek van bijna 180 graden gestrekt naast het lichaam worden gehouden. Dit is een onnatuurlijke houding van het kuiken en wordt veroorzaakt door pijn ten gevolge van ontsteking of letsel.” Bij PM-tellingen komt de inspecteur uit op “een gemiddelde score van 4,0% letsel bestaande uit ernstige tot zeer ernstige bloedingen van vleugels en rug en fracturen van vleugels.” Dit is tweemaal de interventiewaarde.
Op 15 juni om 04:45 zag een inspecteur met toezichthoudernummer 20383 op het keurbordes voor de PM-keuring van kuikens veel dieren voorbij komen met letsel en besloot om een vangletselcontrole uit te voeren. De inspecteur kwam na de twee tellingen van twee minuten op een gemiddelde score van 5,8% vangletsels, bijna driemaal de interventiewaarde.
Op 15 juni ’s ochtends om 09:20 kwam een inspecteur met toezichthoudernummer 37123 tot een gemiddelde score van 3,20% vangletsels. Deze inspecteur voerde nog een verdere telling uit: “Na het levend aanhangen heb ik voor de elektrische waterbadverdover de afhangende vleugels geteld. Dit heb ik 2 minuten gedaan en ik kwam op 13 in totaal, wat 4,88% is […] de afhangende vleugels waren gedisloceerd en/of gebroken.”
Eveneens op 15 juni constateerde een inspecteur met toezichthoudernummer 22735 bij letseltellingen rond het middaguur een gemiddelde van 2,69% vangletsels. Drie en een half uur uur later voert deze zelfde inspecteur nog twee tellingen uit op een koppel uit een andere stal van waarschijnlijk dezelfde mester. Nu komt deze tot een gemiddelde score van 3,46%. Om half zes en kwart voor zeven voert deze inspecteur nog meer tellingen uit bij kuikens van een andere mester uit twee verschillende schuren en komt nu tot gemiddeldes van 3,98% en 3,71%.
’s Ochtends om 6 uur al had dezelfde inspecteur 3,01% vangletsel vastgesteld bij een ander koppel. Die dieren waren een dag eerder om 22:45 uit Duitsland vertrokken.
Iets na 8 uur en kort voor 11 uur heeft deze inspecteur nog twee bevindingen: 3,12% en 2,31%. Dat laatste koppel was om 02:00 uit Duitsland vertrokken.
Op 16 juni komt een inspecteur met toezichthoudernummer 22735 om half zes ’s ochtends tot 5,72% vangletsels. Een uur later tot 4,36% en om half 10 tot 2,58% gemiddeld. In de laatste twee gevallen ging het om Duitse kuikens.
Op de avond van 16 juni zag een inspecteur met toezichthoudernummer 35500 “bij 625 karkassen 24 karkassen met forse donkerrode tot paarse bloedingen groter dan 3 cm van de vleugels en 14 fracturen met forse donkerrode tot paarse bloedingen groter dan 3 cm van voornamelijk de vleugels. Tellingen leiden tot 4,0% vangletsel. De kuikens waren om 14:00 uit Duitsland vertrokken.
Die zelfde avond, bij een ander koppel, komt deze inspecteur tot 6,6% gemiddeld; ook hier gaat het om uit Duitsland aangevoerde dieren.
Op de vroege ochtend van 19 juni komt een inspecteur met toezichthoudernummer 22735 bij tellingen tot een gemiddelde van 2,36% vangletsels. Rond half 10 en tweemaal vlak na het middaguur voert deze inspecteur nog meer tellingen uit bij vleeskuikens afkomstig van verschillende mesters en komt tot 5,31%, 2,76% en 6,40% vangletsel; die laatste telling vertegenwoordigd meer dan drie keer de NVWA interventiewaarde.
Uit de bijbehorende administratie blijkt dat die laatste groep vleeskuikens van de genetische lijn Ross 308 op 9 mei 2017 als 26.640 individuen in schuur 2 van deze mester geplaatst werden. Alleen de eerste week al gingen er 730 van hen dood, iets minder dan 200 in elk van de volgende vier weken en in week zes stierven 675 individuen. Een mortaliteit van 7,94% of 2055 dieren die nooit het slachthuis halen, ondanks het feit dat Amoxy werd gebruikt tegen kreupelheid en Flumequine tegen E.coli infectie en er diverse vaccinaties via spray en drinkwater werden toegediend. Na 41 dagen werden de overlevende kuikens met de hand gevangen. Van de 19.700 aangevoerde kuikens komt 0,20% dood aan op het slachthuis en dus 6,4% met ernstige verwondingen; meer dan 1200 dieren dus die ernstig lijden.
19 juni om 10 uur ’s ochtends constateert een inspecteur met toezichthoudernummer 24135 2,5% vangletsel in het slachthuis waar hij of zij te wrk is gesteld.
Op de avond van 19 juni voert een inspecteur met toezichthoudernummer 37123 tellingen uit om vijf uur en half zes die leiden tot een gemiddelde score van 4,95% vangletsels, om zeven uur en half acht die leiden tot een gemiddelde score van 3,6% vangletsels en later op de avond bij een koppel uit een andere stal komt het gemiddelde uit op 3,00%.
De inspecteur voert nog enkele additionele controles uit. Na het aanhangen telt hij of zij de afhangende vleugels corresponderend met de dieren van de tweede telling: “Dit heb ik 2 minuten gedaan en ik kwam op 24 in totaal, wat 7,20% is. De afhangende vleugels waren gedisloceerd en/of gebroken.”
“Tijdens de postmortem keuring op het keurbordes heb ik 5 minuten beide koppels bekeken. Hier telde ik respectievelijk 42 vleugelletsels, wat neerkomt op een percentage van 10,08% en 34 vleugelletsels, wat neerkomt op op een percentage van 8,16%. Dit zijn zowel de letsels veroorzaakt door het slachtproces als de vangletsels.”
De inspecteur geeft verder aan dat er ook vele kleinere (<3 cm) bloedingen zijn ter hoogte van de vleugels en de borst, maar dat deze kleinere bloedingen niet meegenomen worden in de officiële tellingen.
Op 21 juni komt een inspecteur met toezichthoudernummer 37123 tot een gemiddelde score van 4,5% letsel.
Op de ochtend van 22 juni komt een inspecteur met toezichthoudernummer 37231bij tellingen van letsel tot de verbijsterend gemiddelde score van 10,5% vangletsels “bestaande uit donker rode tot paarse bloedingen, groter dan 3cm. 33x aan de vleugel, 1x op de borst en 1x op de poot. De 25.000 dieren waren de dag ervoor om 22:00 geladen in Duitsland en het letsel was dus 8 a 9 uur oud en zo lang duurde dus ook het lijden van tenminste 2500 kuikens. 10,5% is meer dan vijf maal de NVWA interventiewaarde!
Op 23 juni ziet een inspecteur met toezichthoudernummer 35500 hoe een tiental lades zo vol zijn zijn “dat de dieren op elkaar zaten. Er was te weinig voeroppervlak voor ieder individueel dier om te kunnen staan of zitten. Er heerste onder deze dieren veel stress wat zichtbaar was aan het onrustig over elkaar heen bewegen en ademen met open bek.” Bij PM-tellingen komt de inspecteur uit op 4,6% letsel, “bestaande uit ernstige tot zeer ernstige bloedingen van vleugels en rug en fracturen van vleugels.”
Ook op 23 juni ziet een inspecteur met toezichthoudernummer 37126 “veel karkassen met bloeduitstortingen op de vleugels”. Na telling blijkt het gemiddelde letselpercentage 2,8% te zijn.
’s Ochtends om 09:30 constateerde deze inspecteur al 4,6% vangletsel bij een koppel.
Op 26 juni komt een inspecteur met toezichthoudernummer 24135 bij tellingen tot een gemiddelde score van 2,36% letsel. Hij voegde aan het rapport van bevindingen toe: “Het is verboden dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent.”
Diezelfde dag na de middag komt deze inspecteur bij een telling tot 2,04% gemiddeld vangletsel. De dieren waren ’s ochtends om 6 uur uit Duitsland vertrokken.
Eveneens op 26 juni komt een inspecteur met toezichthoudernummer 22735 na de middag tot een gemiddelde score van 3,72% vangletsels bij Duitse vleeskuikens. Op de vroege avond tot 3,28% vangletsels en later die avond tot 4,10%.
De begeleidende papieren bij deze laatste inspecties waren Duits. De vleeskuikens waren om 10:45 en 13:15 respectievelijk bij de houderij vertrokken en hingen om 18:45 en 20:30 aan de slachtlijn. Voor in ieder geval de 3,28% en 4,10% van die vleeskuikens met ernstig letsel was dit een lijden van zeker 7 uur.
Er werd door de NVWA een brief met de bevindingen gestuurd naar de Duitse collega’s: “Die festgestellten Verletzungen halen dazu geführt, dass die Tierre ab dem Zeitpunkt der Entstehung der Verletzungen bis zur Schlachtung, also auch während des transports, starke Schmerzen hatten und Grossem stress ausgesetzt waren.” De brief eindigt met de vraag om maatregelen te nemen tegen de houder en daarvan verder op de hoogte te worden gehouden. Een eventuele Duitse reactie zit niet bij de documenten die Animal Rights ontvangen heeft.
De vraag is hoe effectief dit is. Hoeveel indruk denkt de NVWA op Duitse kuikenmesters te maken, als ze naar Nederlandse pluimveehouders enkel een waarschuwing stuurt?
Naast dieren met letsel worden er ook nog tientallen dieren dood aangevoerd en tientallen tot enkele honderden dieren worden afgekeurd wegens ziekte (huidontstekingen, (poly)arthritis, hydropa ascites, polyserositis, hepatitis, tenosynovitis), vanwege omvangrijk letsel, omdat ze te klein zijn voor aanhangen, of omdat ze niet verbloed zijn.
Ieder rapport van bevinding eindigt met: “Hieruit bleek mij dat er gehandeld werd in strijd met artikelen 2.5 en 2.6 lid 1 van de Wet dieren, artikel 4.8 van de Regeling houders van dieren, aanhef artikel 3 en artikel 3 onder en artikel 8 lid 1, bijlage I, hoofdstuk III paragraaf 1.8 onder d, van Verordening (EG) nr 1/2005.” Maar wat volgt daar vervolgens op?
Alleen bij de overtreding van 15 juni om 04:45 en die van dezelfde dag om 09:20 heeft Animal Rights informatie ontvangen die gaat over het optreden van de NVWA (VI Divisie Veterinair & Import, Interventiebureau Dier) tegen de verantwoordelijke boer. In beide gevallen gaat het om een waarschuwing. Het beschrijft de letsels en het gemiddelde vangletsel percentage dat is geconstateerd:
“Op grond van bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8 onder d van de Verordening (EG) nr. 1/2005 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer (hierna: de Verordening) dient bij het vangen / laden in transportcontainers van pluimvee letsel en onnodige pijn of onnodig lijden zo veel mogelijk te worden voorkomen. U bent daar als houder van de dieren op de plaats van vertrek verantwoordelijk voor.
Gelet op de constateringen van de inspecteur heeft u niet aan dit voorschrift voldaan en de dieren onnodig lijden berokkend.
Hiermee heeft u artikel 8, eerste lid, van de verordening overtreden.
Uit het bovenstaande blijkt dat u niet voldoet aan een wettelijk voorschrift. Mocht u bij een volgende (her)inspectie hieraan nog niet voldoen, dan kan dit op grond van de wetgeving en het NVWA interventiebeleid leiden tot een bestuurlijke sanctie en/of strafrechtelijk traject.”
[vimeo:https://vimeo.com/279050018]
Bij de start van het project was de naleving slechts 45%. Zoals uit bovenstaande bevindingen blijkt, worden alleen bloeduitstortingen van 3 cm doorsnee of groter meegeteld en een interventiewaarde van 2% vangletsel gehanteerd. Bij welke andere industrie is een dergelijk nalevingspercentage acceptabel? Het gaat hier om het toebrengen van zeer ernstige verwondingen aan levende, voelende wezens.
De NVWA zegt dat tijdens deze periode van twee weken van intensieve handhaving de naleving verbeterd is: “Handhaving door de NVWA bleek effectief.” Als je een agent bij ieder stoplicht zet, rijden ook al snel minder mensen door het rood, totdat je na twee weken die agenten weer weghaalt. De NVWA weet dit ook. De NVWA lijkt echter meer geïnteresseerd in het zichzelf schouderklopjes geven dan in het vreselijke lot van deze kuikens. Daarmee geeft ze de pluimveeindustrie de argumenten in handen om hun straatje schoon te vegen en hoeft er verder ook geen actie te worden ondernomen. Hiermee maakt de NVWA zichzelf medeplichtig aan deze misstanden.
Wat deze inspecties vooral aantonen, is dat in deze industrie het leed van de dieren volledig genegeerd wordt. Jaarlijks worden bij honderdduizenden kuikens de poten en vleugels gebroken tijdens het vangen, waarna ze nog uren in kratten op vrachtwagens door brengen. Een onvoorstelbaar leed. Waar koeien en varkens niet meer vervoerd mogen worden bij dergelijk letsel is dit bij pluimvee standaard het geval bij een percentage van de dieren tot meer dan 10%.
Wat de twee waarschuwingen aantonen is dat er ook geen enkele consequenties zijn voor het toebrengen van dit leed, niet voor de daders in de vangploegen, niet voor de verantwoordelijke boeren, en niet voor de slachthuizen die de vruchten van deze mishandelingen plukken.
De NVWA hanteert een interventiegrens van 2% letsel uit puur praktische overwegingen. Het toegestane letsel is 0%, maar als daarop gehandhaafd zou worden dan kwam de hele vleeskuikenindustrie stil te liggen.
Dit is opnieuw een voorbeeld van hoe door en door immoreel de vleesindustrie is. Kippenvlees is gemarteld vlees. Doe hier niet aan mee. Kies voor een plantaardig dieet.
okt 25, 2019
Juni 2017 hield de NVWA de ‘actieweken vangletseltelling’. Bij 18 pluimveeslachthuizen werden in totaal 118 inspecties uitgevoerd om te controleren of houders van pluimvee voldoende maatregelen nemen om letsel tijdens het vangen te voorkomen. “Het antwoord is volmondig: Nee,” zegt Animal Rights campagneleider Erwin Vermeulen. “Bij de inspecties zijn 29 rapporten van bevindingen opgesteld die vaak meerdere overtredingen per rapport bevatten. Dat de NVWA vervolgens na twee weken letsel tellen tot de slotsom komt dat de naleving verbeterd zou zijn, is ongeloofwaardig en zegt niets over de naleving op het moment dat de NVWA zich weer op andere taken richtte.” In mei 2019 gaf de NVWA nog aan dat er geen nieuwe specifieke acties met betrekking tot vangletsel zijn voorzien.
Het undercover onderzoek dat Animal Rights begin 2018 uitvoerde, werkend in vangploegen die schuren met tienduizenden [eenden](https://www.animalrights.nl/eenden-geschopt-bij-de-nek-gepakt-doodgetrapt-en-doodgeslagen), [vleeskuikens](https://www.animalrights.nl/animal-rights-filmt-misstanden-bij-het-vangen-van-vleeskippen) en [leghennen](https://www.animalrights.nl/mishandeling-afgedankte-leghennen) leeghalen, liet zien dat er nauwelijks enige consideratie is voor de dieren en het vangwerk vooral snel moet gebeuren.
Lees het uitgebreide rapport hier: [HET BREKEN VAN VLEUGELS EN POTEN IS DE STANDAARD PRAKTIJK BIJ HET VANGEN VAN VLEESKUIKENS](https://www.animalrights.nl/het-breken-van-vleugels-en-poten-de-standaard-praktijk-bij-het-vangen-van-vleeskuikens)
In oktober 2017 vroeg Animal Rights met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) de documenten op die tijdens deze inspecties zijn opgesteld. De NVWA deed er tot maart dit jaar over om hieraan te voldoen.
De beschrijvingen van de inspecteurs zijn vaak hartverscheurend: “Tijdens de AM-screening in de aanvoerhal zag ik 14 dieren met zogenaamde ‘spreadlegs’, een positie waarbij 1 of beide poten in een hoek van bijna 180 graden gestrekt naast het lichaam worden gehouden. Dit is een onnatuurlijke houding van het kuiken en wordt veroorzaakt door pijn ten gevolge van ontsteking of letsel.” Een ante mortem (AM) screening houdt in dat deze dieren nog leefden, dus voor de slacht.
Het oordeel van de inspecteurs is vaak terecht hard: “Vanuit mijn professionele ervaring als dierenarts concludeer ik uit bovenstaande feiten dat hier sprake is van ernstig dierenletsel ten gevolge van onaanvaardbaar verwijtbaar handelen tijdens het vangen van de kuikens.”
[vimeo:https://vimeo.com/275689585]
Vangbeelden uit Vlaanderen
Wat deze inspecties vooral aantonen, is dat in deze industrie het leed van de dieren volledig genegeerd wordt. Jaarlijks worden bij miljoenen kuikens de poten en vleugels gebroken tijdens het vangen. Een onvoorstelbaar leed. Waar koeien en varkens niet meer vervoerd mogen worden bij dergelijk letsel is dit bij pluimvee standaard het geval bij een percentage van de dieren dat kan oplopen tot meer dan 10%. Op de 600 miljoen jaarlijks in Nederland geslachte vleeskuikens is dat een enorm aantal dieren met gebroken vleugels, poten en andere verwondingen, die uren in kratten op vrachtwagens in pijn doorbrengen.
Ondanks het feit dat de Wet dieren de intrinsieke waarde van ieder dier erkent, vindt er discriminatie tussen de diersoorten plaats; wat met koeien en varkens op transport absoluut niet zou kunnen, is bij pluimvee de standaard. Hier is een term voor: speciesisme.
Naast dieren met letsel worden er met iedere vrachtwagen ook nog tientallen dieren dood aangevoerd. Uit antwoorden van het ministerie van LNV blijkt dat alleen voor pluimvee het aantal dieren dat dood op het slachthuis aankomt wordt geregistreerd. In 2017 werden naar 24 pluim-veeslachterijen ruim 643 miljoen dieren getransporteerd, waarvan gemiddeld 0,11% dood op het slachthuis aankwam. In 2018 werden naar 22 pluimveeslachterijen ruim 634 miljoen dieren getransporteerd, waarvan gemiddeld 0,11% dood op het slachthuis aankwam. In 2019 werden tot 1 juli naar 22 pluimveeslachterijen ruim 314 miljoen dieren getransporteerd, waarvan gemiddeld 0,11% dood op het slachthuis aankwam. Dat zijn in de eerste helft van 2019 dus al 345.400 levende voelende wezens.
Daarnaast worden tientallen tot enkele honderden dieren per transport afgekeurd wegens ziekte (huidontstekingen, (poly)arthritis, hydropa ascites, polyserositis, hepatitis, tenosynovitis), vanwege omvangrijk letsel, omdat ze te klein zijn voor het aanhangen, of omdat ze niet verbloed zijn.
Daarnaast sterven ook miljoenen dieren al voor het transport in de schuren waarin ze opgesloten zitten, maar “De ‘uitval’ van vleeskuikenouderdieren, leghenouderdieren, leghennen, eenden, kalkoenen wordt niet geregistreerd.”
“Voor vleeskuikens die gehouden worden op bedrijven met een hogere bezettingsgraad wordt de ‘uitval’ in percentages geregistreerd. In 2017 was de ‘uitval’ 3,55%; in 2018 was dat 3,25%; in 2019 tot 1 september is de ‘uitval’ 3,09%.
[vimeo:https://vimeo.com/manage/279050018/general]
Vangbeelden uit de provincie Utrecht
Uit de documenten blijkt dat een bloeduitstorting pas wordt meegeteld als deze meer dan 3 cm in diameter is. Dat is een enorme verwonding voor een vleeskuiken; kleiner leed is blijkbaar niet relevant.
Hele partijen vleeskuikens met zwaar vangletsel zijn afkomstig van Duitse kippenhouders, gevangen door Duitse vangploegen. We importeren dus ook nog eens dierenleed. In deze gevallen stuurt de NVWA een brief met de bevindingen naar haar Duitse collega’s. Hoe effectief is dit? “Hoeveel indruk denkt de NVWA op Duitse kuikenmesters te maken, als ze naar Nederlandse pluimveehouders enkel een waarschuwing stuurt?” vraagt Vermeulen zich af. “Deze import moet stop gezet worden.”
Uit de twee waarschuwingen die onderdeel uitmaakten van deze Wob blijkt dat er ook in Nederland zelf geen consequenties waren voor het toebrengen van dit leed, niet voor de daders in de vangploegen, niet voor de verantwoordelijke boeren, en niet voor de slachthuizen die de vruchten van deze mishandelingen plukken.
De twee waarschuwingen betreffen vangletsel van 5,8% en 3,2% en zijn beide geconstateerd op 15 juni. In haar nieuwsbericht van 7 juli 2017 zegt de NVWA echter dat ze sinds 12 juni direct een boete geeft als blijkt dat bij meer dan 2% van de dieren sprake is van vangletsel. In de eerste 6 maanden van 2017 heeft de NVWA, naar eigen zeggen, 112 boetes opgelegd aan pluimveehouders die onvoldoende maatregelen genomen hadden om vangletsel te voorkomen. Die bestuurlijke boete bedraagt € 1.500.
De NVWA hanteert een interventiegrens (daarna pas wordt een zogenaamd rapport van bevindingen opgemaakt) van 2% letsel uit puur praktische overwegingen. Het toegestane letsel is 0%, maar als daarop gehandhaafd zou worden dan kwam de hele vleeskuikenindustrie stil te liggen.
“Dit is opnieuw een voorbeeld van hoe door en door immoreel de vleesindustrie is,” zegt Vermeulen. “Kippenvlees is gemarteld vlees.” Animal Rights roept iedereen op om te [kiezen voor een plantaardig dieet.](https://www.animalrights.nl/plant-power)