In de zomer van 2018 liet Animal Rights door middel van NVWA-inspectierapporten, opgevraagd via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), zien dat er veel mis is bij eendenslachthuis Tomassen Duck-To in Ermelo. Een nieuwe Wob die betrekking heeft op de eerste maanden van 2018 toont opnieuw veel misstanden aan.
“Ons geduld met ‘eendenbaron’ Tomassen is op,” zegt Animal Rights campagneleider Erwin Vermeulen. “Deze eindverantwoordelijke voor al het eendenleed in Nederland moet gestopt worden.”
“Ons geduld met ‘eendenbaron’ Tomassen is op. Deze eindverantwoordelijke voor al het eendenleed in Nederland moet gestopt worden.“
– Erwin Vermeulen, Animal Rights
Stront aan het eendenvlees
Tussen januari en augustus 2018 werd er maar liefst negen keer een rapport van bevindingen (RvB) opgemaakt omdat karkassen “fecaal verontreinigd” waren; inspecteurs duidde dit ook aan door te noteren dat de “karkassen verontreinigd waren met inhoud van het maagdarmkanaal.” In gewoon Nederlands: “Er zit stront aan het eendenvlees.” Dit gebeurde op 23 februari, 15 maart, 28 maart, 6 juni, 12 juni, 3 juli, 6 juli, 31 juli, en 6 augustus 2018.
De inspecteurs concluderen: “Uit controle na afloop van het slachtproces bleek dat er verontreiniging op de geslachte dieren werd waargenomen, waaruit geconcludeerd kan worden dat de exploitant van het slachthuis niet of onvoldoende had zorggedragen voor het voorkomen van verontreiniging van het vlees en het schoonmaken van de geslachte dieren.”
HET PROCES
Het slachterijproces ziet er als volgt uit: De eenden worden op de boerderij ruw gevangen, in kratten gesmeten, op een vrachtwagen geladen en naar het slachthuis in Ermelo getransporteerd. De kratten worden bij Tomassen Duck To gelost en de eenden wachten in de kratten op hun ‘beurt.’ Als het zover is, worden de eenden door personeel uit de kratten gehaald en aan hun poten opgehangen aan de slachtlijn. De haken met eenden gaan door een elektrisch waterbad ter verdoving, dan wordt de keel doorgesneden, bloeden de dieren uit, gaan een broeibad in om de veren los te weken, worden geplukt en van ingewanden ontdaan, en gaan via de karkascontrole op de ‘panklaar’ afdeling uiteindelijk de koeling of vriezer in.
Hygiënevoorschriften overtreden
Uit de inspectierapporten blijkt ook dat gereedschappen en ander verwerkingsmateriaal regelmatig niet goed schoongemaakt worden. Alleen op 28 maart wordt daar een rapport van bevindingen voor opgemaakt. Die dag werd voor aanvang van het slachten geconstateerd dat op twee van de vier kratten, die gereed stonden voor gebruik, forse vleesresten aanwezig waren. “Hieruit bleek dat artikelen, uitrustingsstukken en apparatuur die met voedsel in aanraking komen, niet afdoende werden schoongemaakt en zo nodig ontsmet, om elk gevaar van verontreiniging te vermijden,” schrijft de inspecteur in het rapport.
Een ander in de inspectierapporten steeds terugkerend feit is condensvorming in de eendenvleesfabriek. Op 14 maart zag een inspecteur opnieuw dat er op verschillende plekken aan het plafond condens hing. De condens bevond zich ook boven de transportband met karkassen. “Hieruit bleek dat de plafonds niet zo waren ontworpen en uitgevoerd dat condens werd beperkt,” noteert de inspecteur in zijn rapport.
Een ander regelmatig geconstateerd hygiëne probleem is het niet functioneren van de sterilisator. Op 24 april 2018, bleek dat de temperatuur van de sterilisator van de nasnijder in de broei- en plukafdeling 22°C bedroeg. “Hieruit bleek dat het slachthuis waar pluimvee of lagomorfen werden geslacht niet beschikte over de nodige voorzieningen om gereedschap te ontsmetten met heet water van ten minste 82 °C of over een alternatief systeem met een gelijkwaardig effect,” is de conclusie in het rapport van bevindingen.
Schriftelijke waarschuwingen
Al deze overtredingen werden gevolgd door een schriftelijke waarschuwing (SW). Ondanks dat deze voorzien zijn van de tekst: “Mocht u bij een volgende (her)inspectie hieraan nog niet voldoen, dan kan dit op grond van de wetgeving en het NVWA interventiebeleid leiden tot een bestuurlijke sanctie en/of een strafrechtelijk traject,” lijkt het altijd bij waarschuwingen te blijven.
“Een watervogel houden in een schuur zonder zwemwater, zonder ooit naar buiten te mogen, zonder daglicht, is misdadig.“
– Erwin Vermeulen, Animal Rights
En dierenwelzijn?
Voor het met voeten treden van dierenwelzijnsvoorschriften worden vreemd genoeg geen rapporten van bevindingen opgemaakt. Het lijkt net alsof voor de NVWA dierenleed van ondergeschikt belang is. Toch blijkt uit de inspectierapporten dat er ook op dat gebied heel veel mis gaat in het slachthuis, met dierenleed als gevolg.
Het proces
Het slachterij-proces ziet er als volgt uit: De eenden worden op de boerderij ruw gevangen, in kratten gesmeten, op een vrachtwagen geladen en naar het slachthuis in Ermelo getransporteerd. De kratten worden bij Tomassen Duck-To gelost en de eenden wachten in de kratten op hun ‘beurt.’ Als het zover is, worden de eenden door personeel uit de kratten gehaald en aan hun poten opgehangen aan de slachtlijn. De haken met eenden gaan door een elektrisch waterbad ter verdoving, dan wordt de keel doorgesneden, bloeden de dieren uit, gaan een broeibad in om de veren los te weken, worden geplukt en van ingewanden ontdaan, en gaan via de karkas control op de ‘panklaar’ afdeling uiteindelijk de koeling of vriezer in.
Bedwelmen gaat regelmatig mis
De beschikbare NVWA inspectierapporten beslaan de periode van 1 januari 2018 tot 31 mei van dat jaar. Onder meer het bedwelmen van dieren gaat regelmatig mis:
Op 4 januari voldoet de bedwelming niet en gaat de “bedwelming moeizaam.”
Op 8 februari voldoet de bedwelming opnieuw niet, want “bewustzijnsverlies houdt niet aan tot de dood is ingetreden.”
Op 14 februari is er weer wat mis met de bedwelming: “geen water op de haken bij het verdoven.”
Op 22 maart is er opnieuw sprake van “onvoldoende bedwelming”: “meerdere dieren (5) in 5 minuten, met tekenen van bewustzijn bij het aansnijden. O.a. slikbewegingen, oogreflexen, fladderen en optrekken van de nek.”
Op 5 april voldoet het “snijden en verbloeden” niet: “halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden.”
Op 17 april komen dieren “bij voor het aansnijden of tijdens verbloeden” en “een onbedwelmd dier is gewoon aangesneden.”
Op 20 april constateert een inspecteur dat er die dag onvoldoende controle op de “afwezigheid teken van leven voor verdere slachthandeling / broeien” is.
Eenden worden ruw behandeld
Ook voor het slachten gaat er veel mis en wordt er ruw met dieren omgesprongen:
Op 22 januari worden gewonde dieren niet apart gehouden.
Op 22 maart zit een eend “met de kop vast tussen de krat en lopende band naar ophangbordes.”
Op 29 maart pakken de ‘ophangers’ bij het lossen, overbrengen en verplaatsen dieren op bij de vleugels en/of poot in plaats van, zoals voorgeschreven, bij de nek.
Op 20 april constateert een inspecteur dat eenden “zeer wild aangehangen” worden.
Op 30 april gaat een krat met eenden “bijna voorbij bordes. Ophanger pakt de [eenden] ruw op (ook bij vleugels/poten) en tilt ze hardhandig over het schotje om ze bij de andere [eenden] in de krat te zetten. […] Even later zelfde ophanger: pakt loslopende [eend] op bij de vleugels, zet hem weer neer en pakt hem op aan 1 poot. Loopt zo met de [eend] naar het bordes. Dier krijgt geen ondersteuning.”
“De manier waarop eenden gehouden worden, staat zo ver af van hun natuurlijke behoeften dat afschaffen van deze industrie de enige rechtvaardige actie is.“
– Erwin Vermeulen, Animal Rights
Eenden happen naar lucht
Zelfs bij het wachten op de dood lijden de dieren al:
Op 8 mei worden containers met eenden verplaatst in verband met “luchthappen.”
Op 24 mei zijn er opnieuw containers met eenden in de aanvoerhal die verplaatst moeten worden omdat de dieren “naar lucht happen.”
Veel loslopende eenden in slachthuis
Eenden die van de haken vallen, waaraan ze opgehangen werden, zwerven door het slachthuis:
Op 28 mei wijst een inspecteur op de loslopende eenden bij de ‘ophang’ die vervolgens door de bedrijfsleider worden gevangen.
Ook op 29 mei ziet de inspecteur “veel loslopende [eenden] de hele dag door”; hij zegt een rapport van bevindingen aan.
Ook op 30 mei zijn er “teveel loslopende [eenden]”. Er zou een rapport van bevindingen opgemaakt zijn volgens het inspectierapport, maar het zit niet bij de door de NVWA geleverde stukken via de Wob.
Jaarlijks tienduizenden eenden met vangletsel
Tussen de inspectierapporten zitten ook enkele vangletsel tellingen:
Op 26 maart komt men uit op een gemiddelde van 1,08% eenden met vangletsel;
Op 30 april bedraagt het gemiddelde van de vangletsel tellingen 1.75%.
Op ruim 8 miljoen geslachte eenden per jaar gaat het dan om vele tienduizenden eenden die bij het slachthuis aankomen met botbreuken en/of bloedingen ten gevolge van het ruwe vangen van de eenden in de schuren; een vreselijke martelgang.
Salpingitis
Uit de inspectie rapporten blijkt verder dat er regelmatig tekenen van salpingitis worden geconstateerd (5 februari, 1 maart, 8 maart, 9 april, 26 april, 1 mei, 16 mei, 17 mei, 18 mei, 23 mei en 24 mei). Salpingitis is eileiderontsteking die gepaard kan gaan met zeer hevige pijn.
Illegaal slachten
Na de overname van eendenslachterij VSE in harderwijk in 2016 was Tomassen de enige overgebleven eendenslachter in Nederland. Door de sluiting van de vestiging in Harderwijk steeg het aantal te slachten eenden in Ermelo. De omgevingsdienst heeft in oktober 2016 al geconstateerd dat Tomassen Duck-To te veel eenden slacht en zich niet houdt aan de vergunde werktijden. Ook werd er geslacht buiten de uren dat dit was toegestaan.
De vergunde werktijden (WERK- en dus niet SLACHTtijden) lopen van 07:00 tot 16:00 uur van maandag tot vrijdag. Tomassen mag vier vrachtwagens per dag aanvoeren (dat zijn 20.000 eenden) en maximaal 3500 eenden per uur slachten . In een juli 2016 interview met ‘Pluimveehouderij’ geeft directeur Gertjan Tomassen toe dat hij bezig is om zijn slachtcapaciteit uit te breiden van 5,2 naar 9,4 miljoen dieren per jaar en de vergunning aan zijn laars lapt: “Een deel van de uitbreiding van de slachtcapaciteit realiseren we door van 5 slachtdagen van 7,5 uur te gaan naar 5 dagen van 12 uur.”
Uit de nieuwe Wob blijkt nu dat tot 2016 Tomassen Duck-To zich hield aan de toegestane slachtaantallen, maar daar na de overname van VSE structureel over heen ging en dat nog steeds doet. De gemeente Ermelo heeft in mei 2018 Tomassen Duck-To een last onder dwangsom opgelegd van € 15.000 per week waarin de slachterij terug moet worden gebracht naar de vergunde staat. Nadat Tomassen Duck-To een nieuwe vergunningsaanvraag indiende, heeft de gemeente Ermelo de last onder dwangsom opgeschort. De aanvraag loopt nu nog steeds en lijkt mede in verband met de Raad van State uitspraak met betrekking tot de PAS (plan aanpak stikstof) op de lange baan geschoven. Tomassen Duck-To blijft dus meer eenden slachten dan vergund zonder dat er zicht is op legalisatie van zijn illegale activiteiten (de voorwaarde voor opschorting van de dwangsom).
2013 4.562.594 eenden per jaar.
2014 4.750.734 eenden per jaar.
2015 4.802.632 eenden per jaar.
2016 6.051.955 eenden per jaar.
2017 8.063.760 eenden per jaar.
2018 5.722.627 eenden tot 01-09-2018, dat zou op jaarbasis 8.583.940 eenden zijn.
Eendenfokkerijen
Een derde vraag via de Wob was om alle inspectierapporten en documenten die gaan over de eendenfokkerijen die leveren aan Tomassen Duck-to. Uit de gegevens over 2018 blijkt vooral hoe zelden eendenhouderijen geïnspecteerd worden:
Twee berichten gaan over de aanmelding voor zelfcontrole met betrekking tot diergeneesmiddelen gebruik (12-11-2018).
Die zelfde dag bleek dat een houder zijn staloppervlakte verkeerd genoteerd had bij de overkoepelende pluimvee organisatie Avined.
Eén inspectie vindt plaats naar aanleiding van de Animal Rights undercover vangbeelden.
Op 31-08-2018 wordt het vangen van eenden op een bedrijf gecontroleerd als “aandachtspunt”.
Een administratieve inspectie op 9 juli 2018 toont aan dat de maximale bezettingsgraad in een stal is overschreden.
Het ongelofelijke leed dat Animal Rights in iedere eendenschuur die we inspecteren tegenkomt, wordt nergens gemeld.
“Na het vangen en transport is hun ellende nog niet voorbij. De eenden belanden vervolgens in een nieuwe hel bij slachthuis Tomassen Duck-To in Ermelo.“
– Susan Hartland, Animal Rights
Handhaving op de undercover eendenvangbeelden
In juli 2019 handhaafde de NVWA dan eindelijk op de undercover eenden-vangbeelden die een jaar eerder naar buiten waren gebracht: Ze deelde een boete uit voor het doodslaan van eenden in Epe en gaf schriftelijke waarschuwingen aan alle drie betrokken eendenhouderijen. Dit vormt een belangrijk precedent: Op zichzelf staande undercoverbeelden kunnen, zonder aanvullend bewijs, gebruikt worden om te handhaven.
Toch zijn waarschuwingen en boetes onvoldoende, want ze stoppen het leed niet; dat gebeurt pas als de eendenhouderij verboden wordt.
Demonstratie
Daarom demonstreert Animal Rights samen met de Save Movement op 30 augustus opnieuw bij het eendenslachthuis van Tomassen Duck-To in Ermelo. “Wij willen een einde aan deze misselijkmakende industrie,” zegt Animal Rights directeur Susan Hartland.
“Een watervogel houden in een schuur zonder zwemwater, zonder ooit naar buiten te mogen, zonder daglicht, is misdadig,” legt Vermeulen uit. “De manier waarop eenden gehouden worden, staat zo ver af van hun natuurlijke behoeften dat afschaffen van deze industrie de enige rechtvaardige actie is.”
Animal Rights filmde in 2018 de misstanden bij het vangen van eenden. “Na het vangen en transport is hun ellende nog niet voorbij,” volgens Hartland. “De eenden belanden vervolgens in een nieuwe hel bij slachthuis Tomassen Duck-To in Ermelo.”
Het is Animal Rights’ positie dat geen enkel diergebruik te verdedigen valt en dat veganisme dus de enige rechtvaardige consequentie is!
Kom 30 augustus ook naar het eendenslachthuis in Ermelo van 12:00 tot 15:00 aan de Fokko Kortlanglaan 116 en wees een stem voor de eenden: DEMONSTRATIE tegen eendenhel Duck-To!
In de zomer van 2018 liet Animal Rights door middel van NVWA-inspectierapporten, opgevraagd via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), zien dat er veel mis is bij eendenslachthuis Tomassen Duck-To in Ermelo. Een nieuwe Wob die betrekking heeft op de eerste maanden van 2018 toont opnieuw veel misstanden aan.
“Ons geduld met ‘eendenbaron’ Tomassen is op,” zegt Animal Rights campagneleider Erwin Vermeulen. “Deze eindverantwoordelijke voor al het eendenleed in Nederland moet gestopt worden.”
Tussen januari en augustus 2018 werd er maar liefst negen keer een rapport van bevindingen (RvB) opgemaakt omdat karkassen “fecaal verontreinigd” waren; in gewoon Nederlands: “Er zit stront aan het eendenvlees.”
Uit de inspectierapporten blijkt ook dat gereedschappen en ander verwerkingsmateriaal regelmatig niet goed schoongemaakt worden.
Een ander in de inspectierapporten steeds terugkerend feit is condensvorming in de eendenvleesfabriek. De condens bevond zich ook boven de transportband met karkassen.
Een ander regelmatig geconstateerd hygiëne probleem is het niet functioneren van de sterilisator voor snijgereedschap.
En dierenwelzijn?
Voor het met voeten treden van dierenwelzijnsvoorschriften worden vreemd genoeg geen rapporten van bevindingen opgemaakt. Het lijkt net alsof voor de NVWA dierenleed van ondergeschikt belang is. Toch blijkt uit de inspectierapporten dat er ook op dat gebied heel veel mis gaat in het slachthuis, met dierenleed als gevolg.
Bedwelmen gaat regelmatig mis
De beschikbare NVWA inspectierapporten beslaan de periode van 1 januari 2018 tot 31 mei van dat jaar. Onder meer het bedwelmen van dieren gaat regelmatig mis: Op 4 januari voldoet de bedwelming niet en gaat, in de woorden van de NVWA-inspecteur, de “bedwelming moeizaam.” Op 8 februari wordt genoteerd: “bewustzijnsverlies houdt niet aan tot de dood is ingetreden.” Op 22 maart constateert de inspecteur “meerdere dieren (5) in 5 minuten, met tekenen van bewustzijn bij het aansnijden. O.a. slikbewegingen, oogreflexen, fladderen en optrekken van de nek.” Op 5 april voldoet het “snijden en verbloeden” niet: “halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden.” Op 17 april komen dieren “bij voor het aansnijden of tijdens verbloeden” en “een onbedwelmd dier is gewoon aangesneden.”
En nog meer dierenleed
Ook voor het slachten gaat er veel mis en wordt regelmatig genoteerd dat door personeel ruw met dieren wordt omgesprongen. Eenden in de wachtruimte moeten verplaats worden, omdat ze happen naar lucht. Eenden die van de haken vallen, waaraan ze opgehangen werden, zwerven door het slachthuis.
Tussen de inspectierapporten zitten ook enkele vangletsel tellingen. Deze variëren tussen de 0,8 en 1.75% dieren met letsel. Op ruim 8 miljoen geslachte eenden per jaar gaat het dan om vele tienduizenden eenden die bij het slachthuis aankomen met botbreuken en/of bloedingen ten gevolge van het ruwe vangen van de eenden in de schuren; een vreselijke martelgang.
Uit de inspectierapporten blijkt verder dat er regelmatig tekenen van salpingitis worden geconstateerd. Salpingitis is eileiderontsteking die gepaard kan gaan met zeer hevige pijn.
Handhaving op de undercover eendenvangbeelden
In juli 2019 handhaafde de NVWA dan eindelijk op de undercover eendenvangbeelden: Ze deelde een boete uit voor het doodslaan van eenden in Epe en gaf schriftelijke waarschuwingen aan alle drie betrokken eendenhouderijen. Dit vormt een belangrijk precedent: Op zichzelf staande undercoverbeelden kunnen, zonder aanvullend bewijs, gebruikt worden om te handhaven. Toch zijn waarschuwingen en boetes onvoldoende, want ze stoppen het leed niet; dat gebeurt pas als de eendenhouderij verboden wordt.
Demonstratie
Daarom demonstreert Animal Rights samen met de Save Movement op 30 augustus opnieuw bij het eendenslachthuis van Tomassen Duck-To in Ermelo. “Wij willen een einde aan deze misselijkmakende industrie,” zegt Animal Rights directeur Susan Hartland.
“Een watervogel houden in een schuur zonder zwemwater, zonder ooit naar buiten te mogen, zonder daglicht, is misdadig,” legt Vermeulen uit. “De manier waarop eenden gehouden worden, staat zo ver af van hun natuurlijke behoeften dat afschaffen van deze industrie de enige rechtvaardige actie is.”
Animal Rights filmde in 2018 de misstanden bij het vangen van eenden. “Na het vangen en transport is hun ellende nog niet voorbij,” volgens Hartland. “Ze belanden vervolgens in een nieuwe hel bij slachthuis Tomassen Duck-To in Ermelo.”
Het is Animal Rights’ positie dat geen enkel diergebruik te verdedigen valt en dat veganisme dus de enige rechtvaardige consequentie is!
Kom 30 augustus ook naar het eendenslachthuis in Ermelo van 12:00 tot 15:00 aan de Fokko Kortlanglaan 116 en wees een stem voor de eenden: DEMONSTRATIE tegen eendenhel Duck-To!
Uit onderzoek van Animal Rights blijkt dat Belgische [trofeejagers](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht) ongehinderd naar het buitenland trekken om onder meer bedreigde dieren af te schieten. De jachttrofeeën: hoofden, huiden, slagtanden, lichaamsdelen of hele lichamen, worden vervolgens geïmporteerd. Het gaat om ijsberen, zwarte en bruine beren, wolven, olifanten, antilopen, bavianen, zebra’s, krokodillen en zelfs de algazel, een antiloop die officieel is uitgestorven in het wild, kan voor genoeg geld worden doodgeschoten en geïmporteerd.
Animal Rights: “Rijke Belgische jagers betalen grof geld om in het buitenland vaak bedreigde dieren af te schieten en ze thuis trots aan de muur te hangen. Dit is onze samenleving onwaardig. Wij willen onmiddellijk een volledig invoerverbod op jachttrofeeën en zijn een petitie gestart.”
Lees ook: [trofeejacht helpt wilde dieren niet – 5 argumenten](https://www.animalrights.nl/trofeejacht-helpt-wilde-dieren-niet-5-argumenten)
Over de afgelopen 6 jaar is er 345 maal een jachttrofee ingevoerd naar België. Dit wil echter niet zeggen het dat ook om 345 dieren gaat.1 Zo bestond één invoer uit maar liefst 8 berenhoofden, een andere invoer bestond uit 80kg aan olifantenslagtanden, in een volgend geval werden er 13 zebrahuiden geïmporteerd, weer iemand importeerde 6 olifantenoren en er werden zelfs 18 cheetapoten mee terug genomen naar België. Het is lastig om te achterhalen om hoeveel dieren het precies gaat, omdat landen de in- en uitvoer van trofeeën op [verschillende manieren registreren](https://trade.cites.org/en/cites_trade/download/view_results?filters%5Btime_range_start%5D=2013&filters%5Btime_range_end%5D=2018&filters%5Bexporters_ids%5D%5B%5D=all_exp&filters%5Bimporters_ids%5D%5B%5D=104&filters%5Bsources_ids%5D%5B%5D=all_sou&filters%5Bpurposes_ids%5D%5B%5D=116&filters%5Bterms_ids%5D%5B%5D=all_ter&filters%5Btaxon_concepts_ids%5D%5B%5D=&filters%5Breset%5D=&filters%5Bselection_taxon%5D=taxonomic_cascade&web_disabled=&filters%5breport_type%5d=comptab).
“Wij haalden deze cijfers uit een [internationale database](https://trade.cites.org/en/cites_trade/download/view_results?filters%5Btime_range_start%5D=2013&filters%5Btime_range_end%5D=2018&filters%5Bexporters_ids%5D%5B%5D=all_exp&filters%5Bimporters_ids%5D%5B%5D=104&filters%5Bsources_ids%5D%5B%5D=all_sou&filters%5Bpurposes_ids%5D%5B%5D=116&filters%5Bterms_ids%5D%5B%5D=all_ter&filters%5Btaxon_concepts_ids%5D%5B%5D=&filters%5Breset%5D=&filters%5Bselection_taxon%5D=taxonomic_cascade&web_disabled=&filters%5breport_type%5d=comptab) en waren sprakeloos toen we zagen wat er allemaal wordt geïmporteerd. Er zijn zelfs Belgische jagers die ijsberen hebben doodgeschoten, hét klimaaticoon van deze tijd.”
De algazel, een antiloop, is uitgestorven in het wild.2 Toch is ook dit dier over de afgelopen jaren meermaals doodgeschoten en geïmporteerd, zo blijkt uit de [database](https://trade.cites.org/en/cites_trade/download/view_results?filters%5Btime_range_start%5D=2006&filters%5Btime_range_end%5D=2018&filters%5Bexporters_ids%5D%5B%5D=all_exp&filters%5Bimporters_ids%5D%5B%5D=104&filters%5Bsources_ids%5D%5B%5D=all_sou&filters%5Bpurposes_ids%5D%5B%5D=116&filters%5Bpurposes_ids%5D%5B%5D=117&filters%5Bterms_ids%5D%5B%5D=all_ter&filters%5Btaxon_concepts_ids%5D%5B%5D=11205&filters%5Breset%5D=&filters%5Bselection_taxon%5D=taxonomic_cascade&web_disabled=&filters[report_type]=comptab). De dieren worden gefokt op boerderijen en voor genoeg geld, kunnen ze worden opgejaagd en doodgeschoten.3
In Canada worden ijsberen, zwarte en bruine beren, wolven en walrussen doodgeschoten. Voor olifanten, luipaarden, leeuwen, bavianen, apen, krokodillen, zebra’s en antilopen kunnen reizen worden geboekt naar Zuid-Afrika, Botswana, Zimbabwe, Zambia en Mozambique. De prijzen voor een jachtreis beginnen rond de 4.000 dollar en kunnen oplopen tot 30.000 dollar.4
Het gaat veelal om soorten die door het IUCN (The International Union for Conservation of Nature’s Red List of Threatened Species) als kwetsbaar worden aangemerkt.5 Over het laatste decennium hebben jagers wereldwijd meer dan 1.7 miljoen jachttrofeeën meegenomen van dieren die zijn gedood voor deze bloederige sport. Meer dan 200.000 van deze jachttrofeeën zijn van soorten die met uitsterven worden bedreigd.6
Beschermde dieren en planten mogen niet zomaar worden verhandeld, vervoerd, verzameld of gehouden. Hiervoor hebben overheden van 183 landen regels en afspraken gemaakt en vastgelegd in het [CITES-verdrag](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht).7 Dit verdrag is opgesteld om ervoor te zorgen dat wilde dier- en plantsoorten niet in hun voortbestaan worden bedreigd naar aanleiding van internationale handel.
Toch laat deze wetgeving voor dieren, zoals de ijsbeer, leeuw, neushoorn en olifant de [import van jachttrofeeën gewoon toe](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht), zolang er een CITES-vergunning is afgegeven. Bovendien is het mogelijk dat jachttrofeeën vanuit België verder worden vervoerd naar andere Europese landen, zoals Nederland. “Controleert de Belgische overheid, nadat een vergunning is afgegeven, of de trofee ook op het opgegeven adres aanwezig is en blijft?”
Nederland kent strengere regels voor de invoer van jachttrofeeën. [Soorten die met uitsterven worden bedreigd](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht), mogen sinds 2017 niet meer worden ingevoerd.8 Daarnaast mogen ook de ijsbeer, witte neushoorn, Afrikaanse olifant, moeflon, leeuw en het nijlpaard niet meer worden geïmporteerd naar Nederland.9
Animal Rights wil een onmiddellijk verbod op de invoer van alle jachttrofeeën en is [een petitie gestart](https://www.animalrights.nl/stop-de-trofeejacht-nu). “De huidige regelgeving laat te veel uitzonderingen toe, bedreigde dieren worden nog steeds doodgeschoten. Enkel met een totaalverbod wordt de motivatie voor het jagen op bedreigde diersoorten weggenomen.”
Daarnaast moeten zowel de Nederlandse als Belgische overheid ijveren voor het opnemen van een totaalverbod op de trofeejacht in het CITES-verdrag. Totdat dit is gerealiseerd, moet de trofeejacht voor alle ingezetenen worden verboden.
[Teken nu en roep de overheid op om actie te ondernemen!](https://www.animalrights.nl/stop-de-trofeejacht-nu)
Er zijn zelfs Belgische jagers die ijsberen hebben doodgeschoten, hét klimaaticoon van deze tijd.
Over het laatste decennium hebben jagers wereldwijd meer dan 1.7 miljoen jachttrofeeën geïmporteerd.
Enkel met een totaalverbod wordt de motivatie voor het jagen op bedreigde diersoorten weggenomen.
Sommige natuurorganisaties, wetenschappers en jagers betogen dat “leeuwen neerschieten leeuwen kan helpen”. Jachttoerisme, zoals [trofeejacht](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht), zou stroperij tegengaan en geld opleveren dat gebruikt kan worden voor de bescherming van natuur en diersoorten en om de lokale bevolking vooruit te helpen. Een [ban op de trofeejacht](https://www.animalrights.nl/stop-de-trofeejacht-nu) zou volgens hen kunnen leiden tot een slechtere bescherming van onder andere Afrikaanse wilde dieren.1 Animal Rights: “Een individu opjagen en doden om geld te genereren dat vervolgens theoretisch gebruikt kan worden om zijn of haar soortgenoten te beschermen is altijd immoreel. De trofeejacht is gebaseerd op uitbuiting en moet verboden worden.”
De [trofeejacht](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht) is de legale jacht op wilde dieren, zoals neushoorns, olifanten of leeuwen en vooral toeristen houden zich ermee bezig. Deze [jachttoeristen betalen enorme bedragen](https://www.animalrights.nl/belgische-jagers-importeren-ongehinderd-exotische-jachttrofee%C3%ABn) om tijdens een vakantie een wild dier te mogen doden. De reizen zijn te boeken via tientallen bedrijven. Voor een vast bedrag koop je een vergunning, de gids en al het materiaal voor de jacht. Nadat het dier is gedood, kan de jager ermee op de foto, of delen van zijn prooi als trofee mee naar huis nemen.
Wanneer er gesproken wordt over jachttoerisme, dan bedoelen we hiermee de [trofeejacht](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht). De argumenten voor de trofeejacht, of deze nu zijn gebaseerd zijn op conservatie of het helpen van lokale gemeenschappen, zijn geen van allen houdbaar.
Jachttoerisme toestaan om dieren te beschermen, gaat uit van een instrumentele kijk op dieren. Je beschermt de soort, maar doodt individuele dieren voor dit doel alsof zij er niet toe doen. Trofeejacht is gebaseerd op uitbuiting. Ieder voelend wezen is een individu met waarde van zichzelf, onafhankelijk van zijn of haar nut voor anderen. Dit houdt in dat je nooit een individu mag gebruiken als middel voor een doel. Een dier doden, zélfs om de soort of natuur te beschermen, is fundamenteel fout. Zelfs de [IUCN publiceerde een rapport](https://conbio.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/conl.12565) waarin ze stelt dat de trofeejacht om ethische redenen niet verenigbaar is met haar doelstellingen.
[Trofeejacht](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht) staat de gezonde ontwikkeling van natuurlijke populaties in de weg. Trofeejagers betalen geen duizenden euro’s om oude, verzwakte dieren uit hun lijden te verlossen, maar zijn op zoek naar de beste trofee: de mooiste leeuwenmanen, de grootste slagtanden, de fraaiste hoorns. Deze selectieve jacht heeft nadelige gevolgen voor de bejaagde diersoort, omdat de gezondste dieren met de beste genen worden doodgeschoten. In een natuurlijke situatie vinden juist de zwakke, zieke of oude dieren de dood.2
Bij beren is onderzocht dat met name het doden van mannelijke beren gevolgen heeft voor de sociale structuur en het gedrag van beren. Zo zouden mannelijke beren sneller geneigd zijn om jongen te doden. Wanneer er een beer wordt gedood, komt zijn territorium vrij. Bij de inname van het territorium door een nieuwe beer, gebeurt het dat hij reeds aanwezige jongen in de omgeving doodt.3
Bij soorten zoals leeuwen, waar de mannelijke dieren uitgebreide vaderlijke zorg bieden aan de welpen, kan het afschieten van slechts enkele individuen de gehele populatie al ernstige schade toebrengen. Daarnaast kunnen populaties ernstige schade oplopen, doordat de leeftijd van het dier niet juist wordt ingeschat. Ze worden doodgeschoten, voordat ze zich überhaupt hebben kunnen voortplanten.4
In Tanzania zorgt de intensieve trofeejacht voor een afname van leeuwen en luipaarden in nationale parken en een verandering in de balans van het ecosysteem door de afname van bepaalde diersoorten (met name eerder genoemde predatoren). Hoewel elk deel van het land onderhevig is aan -lokale- menselijke invloeden, is de intensiteit van de trofeejacht de enige belangrijke factor in de afname van populaties leeuwen en luipaarden.5
3: [Frank (2017). The indirect effects of bear hunting discussed.](https://www.researchgate.net/publication/322459520_Indirect_effects_of_bear_hunting_A_review_from_Scandinavia)
Uit een 30-jarige studie naar dikhoornschapen blijkt dat evolutionaire eigenschappen, zoals het lichaamsgewicht en de hoornmaat, afnemen als gevolgen van de onbeperkte trofeeënjacht.6 Jagers schieten het liefste de grootste en gezondste dieren met de meest fraaie hoorns. Het gemiddelde lichaamsgewicht van de onderzochte populatie dikhoornschapen liep van 85 kilogram in 1975 terug naar 65 kilogram in 2005. De hoorngrootte liep terug van circa 70 centimeter naar 50 centimeter.
Het is bekend dat olifanten, onder druk van jacht en stroperij, hun slagtanden verliezen. In Zuid-Afrika zijn deze effecten het meest zichtbaar. Maar liefst 98% van de 174 vrouwelijke dieren in “Addo Elephant National Park” waren begin 2000 slachttandloos. Het patroon wordt herhaald onder hun nakomelingen. De dieren zonder slagtanden hebben de meeste overlevingskans en deze evolutionaire eigenschappen worden doorgegeven aan de nieuwgeborenen.7
Slagtanden worden gebruikt voor verschillende taken: het graven naar water of belangrijke mineralen in de grond en het ontschorsen van bomen in de zoektocht naar voedsel. Als olifanten veranderen waar ze wonen, hoe ze zich verplaatsen en hoe ze leven, kan dit grote gevolgen hebben voor henzelf en het ecosysteem om hen heen.
In Namibië, Botswana en Zuid-Afrika zijn grondeigenaren wettelijk verplicht om hun private jachtgebieden af te schermen met hekken.8 Hierdoor wordt de natuurlijke migratie van wilde dieren in sommige gebieden onderbroken door de opgetrokken hekken.9
Conservatie gaat om meer dan aantallen alleen. Vele diersoorten leven in groepen met complexe verhoudingen. Zo is bekend van olifanten dat jonge mannelijke olifanten voor meer overlast zorgen wanneer er geen oudere mannetjes aanwezig zijn om hen in toom te houden.10
Vicki Fishlock, van Amboseli Trust for Elephants, een natuurorganisatie in Kenia: “Oudere en ervaren individuen zijn cruciaal. Ze zijn belangrijk voor veel meer dingen dan enkel voortplanting. Wanneer een dier deze omvang heeft bereikt, is het vijf of zes decennia lang onderdeel geweest van sociale netwerken en beschikken ze over sociale en ecologische kennis waar jongere dieren van leren.”11
10: [Slotow (2000). Older bull elephants control young males.](https://www.nature.com/articles/35044191?proof=true)
11: [National Geographic. Why Killing a Bull Elephant With Big Tusks Hurts the Herd.](https://www.nationalgeographic.com/news/2015/10/151017-zimbabwe-elephant-tusker-trophy-hunting-poaching-conservation-africa-ivory-trade/)
Voorstanders van [trofeejacht](https://www.animalrights.nl/de-trofeejacht) stellen dat deze jacht meer geld oplevert dan (eco)toerisme. Deze inkomsten kunnen vervolgens weer worden gebruikt voor de bescherming van natuur of de lokale bevolking vooruit helpen. Ondanks enkele successen, profiteren lokale gemeenschappen in of nabij jachttoerisme zelden voldoende van de activiteiten.
In Kameroen komt slechts minder dan 3% van de opbrengsten ten goede aan lokale gemeenschappen, waarvan het meeste wordt ontvangen door slechts een klein deel van de bevolking.12 In Zambia bezitten gemeenschappen geen jachtgebieden waar wilde dieren leven, daarom ontvangen ze slechts 12% van de jachtinkomsten.9 In Tanzania moet 25% van de opbrengsten van het jachttoerisme ten goede komen aan lokale gemeenschappen die in de buurt van jachtgebieden wonen. De opbrengsten komen vaak niet verder dan het niveau van de gemeenteraad. Dit resulteert in wantrouwen tegen de overheid en de wrok dat jachtrechten zijn voorbehouden aan toeristen.13
Een recent rapport, in opdracht van Humane Society International en opgesteld door economen, toont dat in Botswana, Ethiopië, Mozambique, Namibië, Zuid-Afrika, Tanzania, Zambia en Zimbabwe het jachttoerisme slechts minimaal bijdraagt aan Afrikaanse werkgelegenheid en economieën. Regulier toerisme zorgt voor 132 keer zoveel werkgelegenheid als de trofeejacht.14
“Trophy hunting brings in just 0.78 % or less of the overall tourism spending and has only a marginal impact on employment in those countries, providing approximately 0.76 % or less of overall tourism jobs. The total economic contribution of trophy hunters is at most an estimated 0.03 % of gross domestic product (GDP).”
Jachttoerisme is een voedingsbodem voor onethische praktijken, zoals “canned hunting”. Bij deze vorm van jacht worden dieren opgesloten en opgejaagd in smalle afgerasterde gebieden, zonder enig perspectief om aan de jager te ontsnappen. Naar schatting wordt 80 tot 90% van de leeuwen in Zuid-Afrika op deze manier gedood.15 Uitvoervergunningen voor in gevangenschap geboren dieren worden vaker verleend omdat volgens de lokale wetenschappelijke CITES-autoriteiten er zogenaamd geen negatieve gevolgen zijn voor het voortbestaan van deze soorten in het wild. Naast leeuwen, worden er [in Zuid-Afrika ook steeds meer tijgers voor dit doel gefokt](https://www.animalrights.be/nieuw-rapport-legt-afschuwelijke-tijgerhandel-bloot).
Volgens onderzoek van Brits politicus en zakenman Lord Ashcroft zouden verspreid over ruim 250 fokkerijen zo’n 12.000 leeuwen gekweekt worden om kansloos afgemaakt te worden door rijke jagers. Vier keer zoveel als er in Zuid-Afrika in het wild leven. Klanten krijgen via WhatsApp brochures met foto’s van gevangen mannetjesleeuwen. Zo kunnen ze kiezen welk dier ze willen doden. Prijzen lopen van 11.500 tot 49.000 euro.16
Uit rapporten over fokbedrijven voor leeuwen in Zuid-Afrika blijkt dat de dieren vaak in erbarmelijke omstandigheden, uitgehongerd, onder de schurft en met veel te veel dieren in een kooi leven.17 De leeuwen worden enkel uit de kooien gehaald, op het moment dat de jager komt om ze dood te schieten.
Een recent rapport van de EMS Foundation legt verder de banden bloot tussen canned hunting en de handel in leeuwenbeenderen. Beenderen van leeuwen die zijn gekweekt in gevangenschap en door trofeejagers zijn gedood, worden verder verkocht op de Aziatische markt voor “tijgerwijn”. Omdat de vraag naar beenderen hoger is dan de vraag naar trofeeleeuwen, worden dieren ook naar leeuwenslachthuizen gestuurd. Omdat enkel de beenderen interessant zijn, worden de dieren amper gevoed.18
18: [EMS Foundation. Extinction business. South Africa’s lion bone trade.](http://emsfoundation.org.za/wp-content/uploads/THE-EXTINCTION-BUSINESS-South-Africas-lion-bone-trade.pdf)
Een ander voorbeeld van onethische praktijken is de algazel, een antiloop die is [uitgestorven in het wild](https://www.animalrights.be/uitgestorven-dieren-schieten-zuid-afrika). Toch is ook dit dier over de afgelopen jaren meermaals [doodgeschoten en geïmporteerd](https://trade.cites.org/en/cites_trade/download/view_results?filters%5Btime_range_start%5D=2006&filters%5Btime_range_end%5D=2018&filters%5Bexporters_ids%5D%5B%5D=all_exp&filters%5Bimporters_ids%5D%5B%5D=104&filters%5Bsources_ids%5D%5B%5D=all_sou&filters%5Bpurposes_ids%5D%5B%5D=116&filters%5Bpurposes_ids%5D%5B%5D=117&filters%5Bterms_ids%5D%5B%5D=all_ter&filters%5Btaxon_concepts_ids%5D%5B%5D=11205&filters%5Breset%5D=&filters%5Bselection_taxon%5D=taxonomic_cascade&web_disabled=&filters[report_type]=comptab) door Belgische jagers. De dieren worden gefokt op boerderijen en voor genoeg geld, kunnen ze worden opgejaagd en doodgeschoten.
Een veelgehoord argument is dat jachttoerisme stroperij tegengaat. Een studie uit 2020 besluit dat de stroperij van olifanten niet is afgenomen sinds 2011. Sinds 2007 zijn er zelfs meer dan 100.000 olifanten door stropers gedood.19
Eerder dit jaar heeft Botswana de ban op de trofeejacht op olifanten opgeheven. Volgens de CITES-lijst 20 is er een quotum van 400 olifanten ingesteld, ongeveer evenveel als er het jaar ervoor zijn gedood door stropers. Elk gedood dier was een volwassen stier tussen de leeftijd van 30 en 60 jaar, met grote slagtanden die duizenden euro’s waard zijn op de zwarte markt. Zowel stropers als trofeejagers hebben een duidelijke voorkeur voor de grootste en oudste olifanten met de grootste slagtanden.21
“Zolang er invoer, uitvoer en wederuitvoer is van ivoor van olifanten via de buitengrenzen van de Europese Unie, zullen criminelen Europa blijven gebruiken als een draaischijf voor de illegale smokkel, en zullen zij Europese certificaten blijven gebruiken als dekmantel voor de illegale handel en stroperij. De Europese Unie is de grootste “legale” exporteur ter wereld van ivoor richting Azië.”22
19: [Schlossberg (2020). State-space models reveal a continuing elephant poaching problem in most of Africa.](https://www.nature.com/articles/s41598-020-66906-w#:~:text=For%20Africa%20as%20a%20whole,most%20of%20Africa%20since%202011.)
22: [Wetsvoorstel. 26 juni 2018. ot wijziging van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten](https://www.dekamer.be/doc/flwb/pdf/54/3202/54k3202001.pdf#search=%22neushoorn%20%2055,54%20%3Cin%3E%20keywords%22)
Het reeds genoemde rapport van de EMS Foundation stelt vast dat er verbanden zijn tussen de legale en illegale handel in wilde dieren. De stropers en criminele netwerken die leeuwenbeenderen en neushoorn afkomstig van stroperij verkopen, gebruiken het legale circuit om hun producten internationaal te verhandelen. Stropers sjoemelen bijvoorbeeld met leeuwenbeenderen die in zakken worden verpakt en gelabeld als zijnde afkomstig van een enkele leeuw, terwijl er halve skeletten extra bij worden gestoken.23 Adressen van bestemming en afzenders worden niet gecontroleerd. Vaak blijkt het om onbestaande adressen te gaan of personen die gekend zijn als actief binnen criminele netwerken.
Wie een blik op de CITES-databank werpt, ziet meteen dat de cijfers niet kloppen: vaak ontbreekt de verplichte uitvoervergunning, wat erop wijst dat de landen van herkomst niet zorgvuldig omspringen met het afleveren en registreren van vergunning. De voorbije tien jaar was dit alleen al in België het geval voor 370 trofeeën. Ook het omgekeerde is waar, in vele gevallen worden er uitvoervergunningen afgeleverd maar geen invoervergunningen geregistreerd terwijl dit wel nodig is. Hier gaat op tien jaar tijd om 451 trofeeën. De verklaring dat trofeejagers uiteindelijk beslissen toch geen trofee mee terug naar huis te nemen, is onvoldoende.24
23: [EMS Foundation. South Africa’s lion bone trade.](http://emsfoundation.org.za/wp-content/uploads/THE-EXTINCTION-BUSINESS-South-Africas-lion-bone-trade.pdf) 24: trade.cites.org
Animal Rights wil een [onmiddellijk verbod op de invoer van alle jachttrofeeën](https://www.animalrights.nl/stop-de-trofeejacht-nu). Daarnaast moeten zowel de Nederlandse als Belgische overheid ijveren voor het opnemen van een totaalverbod op de trofeejacht op internationaal niveau. Totdat dit is gerealiseerd, moet de trofeejacht voor alle ingezetenen worden verboden.
Nieuw onderzoek bevestigt dat de plantaardige revolutie al lang is begonnen. Mensen eten steeds minder dierlijke producten en kiezen steeds vaker voor vleesvervangers. Met Plant Power versnelt Animal Rights de transitie naar een diervriendelijke samenleving. Campagnecoördinator Willem Vermaat: “We willen mensen zoveel mogelijk inspireren om plantaardig te eten. Daarbij hoort informeren en ondersteunen. Dat is wat we met Plant Power doen.”
Uit onderzoek van IRI Nederland blijkt dat Nederlanders steeds meer plantaardig eten. Het is een trend die al jaren zichtbaar is en zich steeds sneller voortzet. NOS en andere media berichtten op 14 augustus op basis van het nieuwe onderzoek dat vleesvervangers met een snelle opmars bezig zijn.1 De verkoop van deze producten is sinds 2017 met 51% gestegen. Tegelijk daalde de verkoop van rund-, varkens-, en wildvlees met 9 procent.
Er komen ook steeds meer vleesvervangers op de markt. Supermarkt Jumbo heeft inmiddels bijna 200 verschillende vleesvervangers in hun schappen. Met een groeiende groep mensen die voor deze producten kiest, is het beter te spreken over vleesopvolgers. Mensen vervangen dierlijke producten niet tijdelijk, maar kiezen definitief voor plantaardig eten.
Willem Vermaat: “Het eten van dieren zal verworden tot iets wat we als primitief beschouwen. We gaan ook niet meer met uitgeholde boomstammen het water op om bijvoorbeeld een rivier over te kunnen steken.”
“Het is ondenkbaar dat mensen in de toekomst nog dieren eten,” gaat Vermaat verder. “Innovaties zorgen ervoor dat we plantaardig kunnen eten zonder daarvoor iets in te leveren. Waarom zou je dan nog dieren doden?” Zelfs boeren uit de intensieve veehouderij roepen inmiddels hun collega’s op te stoppen met hun boerenbedrijven. In een opiniestuk in de Volkskrant van 20 augustus pleiten drie boeren voor een plantaardige toekomst.2 De transitie naar een plantaardige samenleving gaat er komen. De enige vraag is hoe snel die transitie plaatsvindt. Daar kunnen we met zijn allen invloed op uitoefenen.
Vermaat: “Tegelijkertijd gaat het niet vanzelf. Wij kunnen de transitie verder versnellen, als burgers door ons uit te spreken en als consumenten door te kiezen voor plantaardig eten.”
Met Plant Power wil Animal Rights daaraan bijdragen. De campagne is erop gericht mensen te inspireren plantaardig te eten door bewustwording te creëren, te informeren en te inspireren. De campagne bestaat al sinds 2016 en heeft de afgelopen tijd minder aandacht gekregen, maar Animal Rights blaast deze nu nieuw leven in.
Willem Vermaat: “We merken dat mensen behoefte hebben aan informatie over plantaardig eten, bijvoorbeeld over gezondheid of manieren om dierlijke producten ‘op te volgen’. De komende tijd bouwen we de website daarom verder uit.” Met lezingen en andere activiteiten wil Plant Power de plantaardige revolutie in een verdere stroomversnelling brengen.
Innovaties zorgen ervoor dat we plantaardig kunnen eten zonder daarvoor iets in te leveren. Waarom zou je dan nog dieren doden?