EEN WOLF KAN IN NEDERLAND NIET LEGAAL WORDEN AFGESCHOTEN VANWEGE WOLF-VEE-CONFRONTATIES

De wolf is volgens het internationale recht (Verdrag van Bern), het Unie recht (Habitatrichtlijn (Hrl)) en Nederlands recht (Wet natuurbescherming (Wnb)) een diersoort waarvoor strikte bescherming geldt (artikel 6 Verdrag van Bern; artikel 12 Hrl). Nederland heeft geen voorbehoud gemaakt. Hier ten lande geldt volgens het Verdrag van Bern de strikt beschermde status voor de wolf. 1

Lees ook: GELDERLAND EN DRENTHE WILLEN GRAAG WOLVEN SCHIETEN, MAAR HET BLIJFT BIJ DAGDROMEN

Op grond van artikel 11.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving (het voormalige artikel 3.5 uit de Wet natuurbescherming) en de vermelding van de wolf in bijlage IV van de Hrl en bijlage II van het Verdrag van Bern, is het verboden in ons land de wolf opzettelijk te doden, vangen of verstoren en voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernietigen.
De wolf is volgens de Hrl verder een ‘prioritaire diersoort’ waarvoor aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is.

Deze Hrl-verplichtingen tot soort- alsmede gebiedsbescherming zijn volgens jurisprudentie van het Europese Hof resultaatsverplichtingen, geen inspanningsverplichting. 2

Om verwarring weg te nemen – onwetende (of kwaadwillende) CDA-politici hielden de wolf voor een invasieve exoot en er zijn nog steeds complotdenkers die geloven dat de wolf is uitgezet – en de strikt beschermde status van de wolf onder de Hrl te benadrukken is op 30 juni 2014 de wolf in Nederland aangewezen als strikt beschermde inheemse diersoort. 3

De wolf is niet alleen beschermd in aangewezen gebieden maar in zijn hele verspreidingsgebied, wat inhoudt dat de bescherming ook geldt wanneer de wolf in de nabijheid komt van menselijke nederzettingen. De wolf mag niet belet worden om bepaalde plaatsen tot zijn leefgebied te beschouwen. Het is aan de wolf om zijn leefgebied te kiezen en niet aan de mens. 4

Uitzonderingen

Volgens artikel 16 Hrl (artikel 3.8 lid 5 Wnb) mogen lidstaten afwijken van de bepalingen voor soortenbescherming indien er
(1) geen andere bevredigende oplossing is,
(2) de afwijking geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan en
(3) in de vijf gevallen genoemd in artikel 16 lid 1, sub a) t/m e) Hrl:
a) in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
b) ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom;
c) in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
d) ten behoeve van onderzoeken, onderwijs, repopulatie en herintroductie van deze soorten, alsmede voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten;
e) ten einde het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, door de bevoegde nationale instanties vastgesteld aantal van bepaalde specimens van de in bijlage IV genoemde soorten te vangen, te plukken of in bezit te hebben.

Deze drie voorwaarden zijn cumulatief 5 en de voorwaarden dienen restrictief te worden uitgelegd. 6 De bewijslast voor de noodzakelijke voorwaarden om af te wijken van de strikte bescherming ligt bij de bij de bevoegde nationale autoriteit. 7 Er moet een een wettelijk bepaald belang zijn. De beoordeling of een alternatief wel of niet bevredigend is moet worden gebaseerd op objectief verifieerbare factoren, zoals wetenschappelijk en technische overwegingen. Ook moet de uiteindelijke oplossing beperkt worden tot de mate die nodig is om het specifieke probleem of de specifieke situatie op te lossen. 8 Als uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er onzekerheid heerst over de schadelijkheid van de ontheffing, dan dient de bevoegde autoriteit, op basis van het voorzorgsbeginsel van artikel 191, lid 2, VWEU af te zien van de ontheffing. 9 Bij (3) b) gaat het om het voorkomen van schade, niet om een reactie op ontstane schade. 10

Dan is nog de vraag wat ‘ernstige schade’ inhoudt. ‘Ernstige’ schade’ geeft aan dat er een zekere mate van schade vereist is om onder artikel 16 lid 1 sub b Hrl te vallen, de schade moet groter zijn dan geringe of belangrijke schade en niet vallen onder overlast of een normaal bedrijfsrisico. 11

Bij de uitleg van de Wnb en de interpretatie van de Hrl en internationale verdragen, richt de bescherming zich niet (alleen) op populaties van beschermde diersoorten, maar op het individuele dier. De memorie van toelichting is daar duidelijk in: de intrinsieke waarde van een dier is onverkort van toepassing op in het wild levende dieren en de nadruk moet liggen op de bescherming van het individuele dier. 12

Het Oostenrijkse arrest van 11 juli 2024 in zaak C-601/22

Tussen 29 juli en 31 oktober 2022 stond het provinciebestuur van Oostenrijks Tirol toe dat getracht werd een wolf die zo’n 20 schapen had gedood af te schieten. Het ging hier om onbeschermde schapen op alpenweiden. Diverse dierenbelangenorganisaties stapten naar de rechter. Het Landesverwaltungsgericht Tirol, de regionale bestuursrechtbank, vroeg vervolgens het Europese Hof van Justitie om advies, een zogenaamde prejudiciële beslissing. Op 11 juli 2024 volgde het arrest van het Hof. Het afschieten van de wolf mislukte, overigens.

Het Hof van Justitie stelt dat hun onderzoek geen enkele factor aan het licht heeft gebracht die de geldigheid van de strikte bescherming van wolven in Oostenrijk zou kunnen aantasten.

De Oostenrijkse autoriteiten moeten om af te kunnen wijken van het verbod op wolvenjacht om ernstige schade aan bijvoorbeeld de veehouderij te voorkomen, ervoor zorgen dat aan de diverse voorwaarden wordt voldaan. Een van de belangrijkste daarvan is de gunstige staat van instandhouding:
Artikel 16, lid 1, van de habitatrichtlijn moet aldus worden uitgelegd ”dat de daarin opgenomen voorwaarde dat de krachtens deze bepaling toegestane afwijking geen afbreuk mag doen aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, enkel kan worden beoordeeld aan de hand van de beschikbare gegevens op het niveau van de ruimere, grensoverschrijdende biogeografische regio wanneer eerst is vastgesteld dat deze afwijking geen afbreuk doet aan het behoud van een dergelijke gunstige staat van instandhouding op het lokale en nationale niveau van de betrokken lidstaat.”

”Daarnaast moet ook worden benadrukt dat, overeenkomstig het voorzorgsbeginsel van artikel 191, lid 2, VWEU, de lidstaat, indien het onderzoek van de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens onzekerheid laat bestaan over de vraag of een dergelijke afwijking al dan niet schadelijk is voor de instandhouding of het herstel van de populaties van een met uitsterven bedreigde soort in een gunstige staat van instandhouding, zich ervan dient te onthouden deze vast te stellen of uit te voeren.”

Bij een eventuele afwijking van de strikte bescherming hoeft geen rekening te worden gehouden met indirecte toekomstige schade en het moet gericht zijn op een specifiek dier:
Artikel 16, lid 1, onder b), van de habitatrichtlijn moet aldus worden uitgelegd ”dat het begrip ‘ernstige schade’ in die bepaling geen indirecte toekomstige schade omvat die niet kan worden toegeschreven aan het specifieke dier waarvoor krachtens die bepaling een afwijking is toegestaan.”

De kosten van ‘andere bevredigende oplossingen’ zijn geen beslissende factor:
Artikel 16, lid 1, van de habitatrichtlijn moet aldus worden uitgelegd ”dat de bevoegde nationale autoriteiten, bij de vaststelling of er een ‘andere bevredigende oplossing’ in de zin van deze bepaling bestaat, de andere mogelijke oplossingen moeten beoordelen op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke en technische kennis, en met name daarbij de economische gevolgen ervan in aanmerking moeten nemen, zonder dat deze evenwel beslissend zijn, door deze af te wegen tegen de algemene doelstelling om de betrokken diersoort in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen.”

”Het kan immers niet worden aanvaard dat een andere bevredigende oplossing bij voorbaat kan worden afgewezen op de enkele grond dat de economische kosten van uitvoering ervan bijzonder hoog zijn.”

Waar mogelijk moeten maatregelen genomen worden om de menselijke praktijken die aanleiding geven tot conflicten aan te passen om een cultuur van co-existentie tussen de wolvenpopulatie, de kuddes en de veehouders te verwezenlijken.

De ”evenredigheid van de alternatieve maatregel qua economische kosten moet worden beoordeeld in het licht van de verplichtingen van de lidstaten om uit hoofde van artikel 12 van de habitatrichtlijn systematische maatregelen en beheersplannen op te stellen die noodzakelijk zijn voor de strikte bescherming van de betrokken diersoort, waarvoor met name op het niveau van de Unie financieringsprogramma’s kunnen worden opgezet. De uitvoering van die programma’s en beheersplannen kan met name leiden tot aanpassingen van de betrokken landbouwactiviteiten […], die noodzakelijkerwijs gepaard gaan met bepaalde kosten en die – gezien de […] doelstellingen van de habitatrichtlijn om de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna van communautair belang in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen – geen voldoende grond kunnen vormen om op grond van artikel 16, lid 1, onder b), van de habitatrichtlijn af te wijken van de verbodsbepalingen van artikel 12 van deze richtlijn”. 13

Ook dit arrest laat weer zien dat het praktisch onmogelijk is om wolven legaal te verstoren of doden vanwege het aanvallen van vee. De dagdromen van Gelderland en Drenthe over wolvenvrije regio’s en het afschieten van ‘probleemwolven’ blijven daarmee populistische fantasieën. Ook de oproepen van provincies, de Zoogdiervereniging en andere ‘experts’ om wolven te verdoven en te zenderen worden hiermee moeilijker gemaakt. Animal Rights zal hier dankbaar gebruik van maken.

Het Spaanse arrest van 29 juli 2024 in zaak C-436/22

Hoe leidend het principe van de gunstige staat van instandhouding is, bleek ook uit een nog recenter arrest. In Spanje besloot de autonome provincie Castilië en León de jacht te openen op wolven. In dit deel van Spanje, boven de rivier de Duero, wordt de wolf conform bijlage V Hrl beschermd, terwijl dat in de rest van Spanje onder de strikte bescherming van bijlage IV Hrl valt. Echter, in heel Spanje is de soort in een ongunstige staat van instandhouding.

Het Europese Hof van Justitie oordeelde:
“Artikel 14 van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, zoals gewijzigd bij richtlijn 2013/17/EU van de Raad van 13 mei 2013, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een regeling van een lidstaat op grond waarvan de wolf wordt aangewezen als soort waarvan de specimens kunnen worden bejaagd op een deel van het grondgebied van deze lidstaat waar de wolf niet onder de strikte bescherming van artikel 12, lid 1, van deze richtlijn valt, hoewel de staat van instandhouding van deze soort in die lidstaat als „ongunstig-ontoereikend” wordt aangemerkt.”

Het Hof oordeelt dus dat er een verplichting is om soorten die op grond van de Hrl worden beschermd in een gunstige staat van instandhouding te brengen, of ze nu op bijlage IV of V staan. De Europese Commissie, de Nederlandse regering en druk lobbyende triple-B gedeputeerden, die de wolf graag alleen nog op bijlage V zou willen zien, omdat hij dan gemakkelijker zou kunnen worden afgeschoten, komen opnieuw (zelf)bedrogen uit:
“Krachtens het in artikel 191, lid 2, VWEU verankerde voorzorgsbeginsel moet de betrokken lidstaat zich er immers van onthouden dergelijke activiteiten toe te staan indien het onderzoek van de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens onzekerheid laat bestaan over de vraag of de exploitatie van een soort van communautair belang verenigbaar is met de handhaving van deze soort in een gunstige staat van instandhouding.”

Het Finse arrest van 10 oktober 2019 in zaak C-674/17

Met twee besluiten van 18 december 2015 stond het Finse ‘Wildcentrum’ toe om in januari en februari 2016 in de regio Noord-Savo in totaal zeven wolven af te schieten, omdat de wolven honden doodden en de lokale bevolking ‘bezorgd’ was.
Finland wil wolven die ‘overlast’ veroorzaken af kunnen maken om de bevolking tevreden te houden en zo, theoretisch, het illegaal doden van wolven voorkomen.

Tapiola, een Finse milieubeschermingsvereniging, stelde tegen die twee besluiten van het ‘Wildcentrum’ beroep in.

De hoogste bestuursrechter van Finland (Korkein hallinto-oikeus) deed bij het Europese Hof een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de uitleg van artikel 16, lid 1, van de habitatrichtlijn.

Artikel 16, lid 1, van de habitatrichtlijn bepaalt dat wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en op voorwaarde dat de afwijking geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, de lidstaten mogen afwijken van het bepaalde in, onder andere, artikel 12.
Het gaat in deze zaak met name om afwijkingsgrond e) ”teneinde het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, door de bevoegde nationale instanties vastgesteld aantal van bepaalde specimens van de in bijlage IV genoemde soorten te vangen, te plukken of in bezit te hebben.”

Artikel 12, lid 1, van die richtlijn bepaalt onder a) dat de lidstaten maatregelen treffen voor de instelling van een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, punt a), vermelde diersoorten, waaronder de wolf, in hun natuurlijke verspreidingsgebied, waarbij een verbod wordt ingesteld op het opzettelijk vangen of doden van in het wild levende specimens van die soorten.

De verwijzende Finse rechter vroeg zich met name af of de staat van instandhouding van een soort, met het oog op de verlening van een dergelijke afwijking moet worden beoordeeld voor dat gebied of voor het gehele grondgebied van de lidstaat.
Hij vroeg zich voorts af in hoeverre dergelijke afwijkingen kunnen worden gerechtvaardigd door de vermindering van de illegale jacht.
De verwijzende rechter wenst ook opheldering te verkrijgen over de gevolgen van de problemen bij het toezicht op de illegale jacht, in het kader van de analyse of er een bevredigend alternatief bestaat voor het doden van wolven.
Ten slotte wenst de verwijzende rechter te vernemen of de wens om schade aan honden te voorkomen en het algemene gevoel van veiligheid van de in het betrokken gebied wonende bevolking te vergroten, redenen zijn die de toepassing van die afwijking kunnen rechtvaardigen.

De verwijzende rechter zette zelf al uiteen dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is dat de legale jacht de illegale jacht zozeer terugdringt dat de legale jacht over het algemeen beschouwd een positief effect heeft op de staat van instandhouding van de wolf.
De Finse autoriteiten slagen er dus niet in aan te tonen dat het afschot geschikt is om die doelstelling te bereiken.

Het loutere bestaan van een illegale activiteit zoals de illegale jacht of de problemen die zich bij handhaving daartegen voordoen, kunnen niet volstaan om een lidstaat vrij te stellen van zijn verplichting om de bescherming van beschermde soorten te waarborgen. In een dergelijke situatie is het de plicht van de lidstaat bij voorrang te zorgen voor een strikt en doeltreffend toezicht op deze illegale activiteit en alle middelen in te zetten zonder overtreding van verbodsbepalingen.
Er is daarom niet naar behoren aangetoond dat de doelstelling die de Finse autoriteiten nastreven niet kan worden bereikt door een andere bevredigende oplossing.

Uit cijfers blijkt dat in Finland in het jachtseizoen 2015‑2016 op grond van afwijkingen in het kader van de beheersjacht die zijn toegestaan op grond van de nationale regeling, 43 of 44 wolven zijn gedood, waarvan de helft voortplantende specimens waren, op een populatie van in totaal tussen de 275 en 310 specimens op nationaal niveau. Zo zou ten gevolge van de beheersjacht bijna 15 % van de totale wolvenpopulatie in Finland zijn gedood, waaronder veel voortplantende individuen. Voorts is het jaarlijkse aantal illegale vangsten in het beheersplan geschat op ongeveer 30 specimens per jaar.
Het kan daarom worden betwijfeld dat de bestreden besluiten geen schade zullen toebrengen aan het behoud, in een gunstige staat van instandhouding, van de populaties van de wolf in hun natuurlijke verspreidingsgebied.

Het Hof oordeelde verder dat er bij het toestaan van het afschot geen beoordeling geweest is van de staat van instandhouding van de populaties van de betrokken soort en van de impact die de beoogde afwijking daarop kan hebben, op het niveau van het grondgebied van die lidstaat of, in voorkomend geval, op het niveau van de betrokken biogeografische regio.

Als laatste punt stelt het Hof dat niet is voldaan aan de voorwaarden dat op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt en vastgesteld aantal wolven wordt gevangen onder strikt gecontroleerde omstandigheden, van welke voorwaarden de naleving moet worden vastgesteld, met name met betrekking tot de populatie, de staat van instandhouding en de biologische kenmerken.

Aanwijzing van Natura 2000-gebieden voor de wolf

Op grond van artikel 4 en artikel 6 Hrl rust op de Nederlandse overheid de verplichting om voor de wolf Natura 2000-gebieden aan te wijzen dan wel in aanwijzingsbesluiten van bestaande Natura 2000-gebieden een instandhoudingsdoelstelling voor de wolf op te nemen. In Nederland wordt daar nog niet aan voldaan.

Alternatieven: preventieve maatregelen

In algemene zin is de eigenaar van de landbouwhuisdieren verantwoordelijk voor het welzijn van de dieren. Daarmee is de dierhouder ook verantwoordelijk voor het nemen van preventieve maatregelen. Artikel 1.6, derde lid, van het Besluit houders van dieren 14 bepaalt dat een dier, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, door de houder bescherming moet worden geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren. Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren 15 bepaalt vervolgens dat het verboden is om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Artikel 2.1, zesde lid, van de Wet dieren bepaalt dat een ieder een hulpbehoevend dier – en dat is een gehouden dier dat door een roofdier bedreigd wordt – de nodige zorg verleent.

Een wolf leert tijdens zijn opvoeding welke prooi bejaagd wordt. Als vee herhaaldelijk een gemakkelijke optie was voor ouders, zullen ze dit gedrag doorgeven aan hun jongen en wordt predatie op vee een toenemend probleem.

Uit buitenlands onderzoek blijkt dat schade aan landbouwhuisdieren niet zozeer samenhangt met het aantal wolven of het aantal landbouwhuisdieren, maar vooral met de inzet en effectiviteit van preventieve maatregelen. 16 Bewezen is dat tijdig inzetten van preventieve maatregelen ervoor zorgt dat er geen prooidiergewenning bij de wolf optreedt. 17

De inzet van preventieve maatregelen hangt nauw samen met de beoordeling dat er geen andere bevredigende oplossing is dan het doden van een wolf. Men zal dit moeten motiveren op basis van beste wetenschappelijke en technische kennis en rekening moeten houden met de specifiek omstandigheden. 18

Ook het ‘Advies Wolvencommissie Gelderland’ van oktober 2023 geeft aan dat het wijdverbreide idee onder schapenhouders dat preventieve maatregelen minder noodzakelijk zouden zijn indien het beschermingsniveau van de wolf verlaagd zou worden, waardoor beheersmaatregelen eerder toegepast kunnen worden, een misverstand is: “het is niet denkbaar dat deze benadering kans van slagen heeft. In alle gevallen zal bij toetsing van maatregelen door overheden en rechtelijke macht steeds bezien worden of de maatregelen proportioneel zijn en of er geen alternatieven zijn, waaronder preventie.“

De wolvencommissie zegt ook: “Schadepreventie is de sleutel om maatschappelijke onrust zo veel mogelijk te voorkomen.”

En: “Wij adviseren u kortom om concreet in onderlinge samenhang een forse impuls te geven aan het preventiebeleid door een combinatie van een sterk verbeterde subsidieregeling en een sterke beperking van schadevergoeding indien geen of onvoldoende maatregelen zijn getroffen.

De verruiming van de regeling leidt er niet toe dat we Gelderland vol plaatsen met hekken
Het wolfwerend maken van bestaande rasters leidt nauwelijks tot het plaatsen van nieuwe rasters. Tijdelijke afrasteringen worden alleen een stukje hoger en vaste afrasteringen kunnen uitstekend landschappelijk worden ingepast. Vaste wolfwerende afrasteringen met draden zijn doorlatend voor kleine zoogdieren, hazen en reeën, maar niet voor wolven en wilde zwijnen.”
19

Uit de nulmeting van de Wolvencommissie in wolvengebied op de Veluwe van april tot augustus 2023 blijkt dat er nog weinig rasters zijn geplaatst en dat geplaatste wolfwerende rasters niet per definitie wolfwerend blijven.

Alterntief: stop met jagen

Een andere methode om te voorkomen dat de wolf vee pakt, is dat de wolf een leefgebied heeft waar voldoende andere, wilde prooidieren leven. 20 Ecologisch onderzoek laat zien dat bij voldoende aanbod van wilde prooidieren de schade aan vee verminderd. 21

Dit gaat natuurlijk nog sterker op in combinatie met afdoende bescherming van gehouden dieren: “Als oudere wolven herhaaldelijk een vervelende ervaring hebben gehad bij aanvallen op vee, door bijvoorbeeld stroomschokken, en wilde hoefdieren zijn wel beschikbaar, zullen zij zich focussen op wilde hoefdieren en dit gedrag doorgeven aan hun jongen.” 22

De boodschap is duidelijk: jacht/beheer op prooidieren van de wolf – alle herten, zwijnen en hazen – dient te stoppen.

Alternatief: beëindig de schapenhouderij

Uit de gegevens van BIJ12 blijkt (per 1/7/2023) bij bewezen wolvenaanvallen, dat van de 87 schadegevallen in Gelderland er 83 plaatsvond op schapen, 1 op een geit, 1 op een kalf en 2 op een pony. De database van de Nederlandse schadedossiers van wolvenaanvallen tussen 2015 en 25 juni 2023 laat zien dat schapen het grootste risico lopen. Van de in totaal 741 aanvallen van een wolf, of vermoedelijk een wolf, waren in 684 gevallen schapen betrokken.

Hieruit blijkt overduidelijk dat vooral schapen een makkelijke prooi zijn voor de wolf; door de laksheid van de schapenhouders in het nemen van preventieve maatregelen, maar ook door het gemak waarmee deze gedomesticeerde soort zich door de wolf ‘laat’ pakken.

Schapenhouders hebben de dieren 150 jaar op de huidige wijze kunnen houden in Nederland vanwege het uitroeien van de wolf, met als enige predatie die van vossen en loslopende honden. Nu de wolf terug, ook de goudjakhals gearriveerd en de lynx mogelijk op komst is, is er een nieuwe situatie ontstaan.

Een alternatief voor afschot, is het verwijderen van (gemakkelijke) voedselbronnen voor de wolf. Dat kan door preventieve maatregelen zoals wolfwerende rasters en het ophokken van de prooidieren, maar ook door het beëindigen van de schapenhouderij.

De immense impact van de mens op de natuur, klimaat en biodiversiteit in heden en verleden schept de morele verplichting dat bij conflicten tussen wilde dieren en de mens, het de mens moet zijn die een stap op zij, een stap terug, zet, om ruimte te maken voor de wilde dieren en coëxistentie.

Runderen en paarden kunnen beschermd worden door ze enkel nog te houden in natuurlijke kuddes. Het houden van hertachtigen zou onder de nieuwe positieflijst verboden moeten blijven.

Alternatief: toon leiderschap

Interessant is dat de wolvencommissie Gelderland in het advies van oktober 2023 ook oproept tot leiderschap: “De forse impuls aan het preventiebeleid moet niet alleen bestaan uit instrumentele zaken zoals subsidieregelingen en informatieverstrekking maar ook uit leiderschap. Wij doen een beroep op bestuurders zoals Gedeputeerde en Burgemeesters om volmondig en overtuigend de preventieboodschap uit te dragen: “In het gehele risicogebied moeten op de kortst mogelijke termijn alle kwetsbare dieren beveiligd worden. Niets doen is geen optie”. Deze boodschap is misschien niet zo populair, maar erkent wel de realiteit.”

In het advies wordt verder opgetekend: “Samengevat kenmerkt de actualiteit zich door maatschappelijke onrust, zorg om andere landbouwhuisdieren dan geiten en schapen, de zeer geringe deelname aan de subsidieregelingen en twijfel over de effectiviteit van de wolfwerende voorzieningen.

De commissie heeft vele gesprekken gevoerd met dierhouders en deskundigen over de oorzaken van deze geringe deelname. Deze is niet eenduidig te verklaren, maar wat wel beklijft is dat de subsidieregeling te beperkt en te vrijblijvend is. Te beperkt in het gebied en de diersoorten, maar ook in de vergoeding voor arbeid en onderhoud. Te vrijblijvend omdat het niet beschermen van de eigen landbouwhuisdieren vooralsnog geen consequenties heeft. Preventie moet daarom een forse impuls krijgen: op de huidige voet doorgaan is geen optie.”

Animal Rights is van mening dat een belangrijke oorzaak van het grote aantal aanvallen in Gelderland (maar ook in Drenthe) mede het gevolg is van het gebrek aan leiderschap van de huidige BBB-politici en andere partijen behorende tot conservatief-, populistisch- en extreem-rechtse partijen. Het demoniseren van de wolf in combinatie met de focus op verlagen van de beschermingsgraad via de EU en het zoeken naar afschot-opties, heeft afgeleid van het inzetten op preventieve maatregelen en daarmee de wolven ‘opgeleid’ tot schapen-jagers.
Sterker nog BBB en andere politici van rechtse snit verspreiden het waanidee dat hekken toch niet helpen en te duur zijn, naast nog veel bizardere theorieën over uitgezette en hybride wolven.

Naast de actieve demonisering van de wolf en de daarmee samenhangende “onrust” in de maatschappij, is het falende leiderschap ook terug te zien in de verschillende kanttekeningen bij de subsidies en het ontbreken van handhaving op het gebied van de beschermplicht van de houders van dieren.

Het gaat deze partijen natuurlijk ook helemaal niet om ‘probleemwolven’. Ze vinden dat er geen plek is in Nederland voor de wolf en willen al schietend naar een nulstand voor wolven. Nederland kent geen probleemwolven maar heeft een overschot aan ‘probleempolitici’.

Interprovinciaal wolvenplan

Het interprovinciaal wolvenplan (IPO) kent interventierichtlijnen. De richtlijn voor situaties wolf-vee is niet meer aangepast ten opzichte van de richtlijn zoals die in 2019 is vastgesteld. 23 Het toepassen van de richtlijnen op zichzelf is geen wettelijke rechtvaardiging om in te grijpen!

In de interventierichtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen een probleemsituatie en een probleemwolf. Het verschil tussen die twee is dat een probleemwolf problematisch gedrag vertoont dat niet noodzakelijk onnatuurlijk, maar wel afwijkend is. Het gaat om gedrag dat de wolf zeer waarschijnlijk heeft aangeleerd als reactie op menselijke omstandigheden. In een probleemsituatie gedraagt de wolf zich niet afwijkend, maar ontstaan wel conflictsituaties. 24

Bij ingrepen worden escalatieladders gehanteerd. Pas in het uiterste geval kan toestemming worden verleend om een wolf te doden. In dat geval is het niet voldoende dat alle stappen in de escalatieladder zijn doorlopen, de keuze dient goed onderbouwd te zijn, hiervan moet waar mogelijk ook bewijs overlegd kunnen worden.

Doel is te komen tot een onpartijdig en objectief oordeel en advies dat enerzijds een analyse biedt van de situatie in dat gebied en aanbevelingen doet over een eventuele aanpak.

Zelfs al wordt een wolf tot ‘probleemwolf’ bestempeld dan gelden als maatregelen in de escalatieladder nog altijd dat eerst nog betere preventieve maatregelen moeten worden aangewend en dat moet worden getracht de wolf negatief te conditioneren (vuurpijlen, lichtkogels, knallen). Zelfs als dan het laatste oordeel is dat de wolf moet worden gedood, moet eerst nog worden gekeken naar de ‘populatiestatus’ van de wolf: is het bijvoorbeeld een zogende moeder met niet zelfstandige jongen, of een reproducerende wolf.

Kijken naar de vos

In een zaak over de ontheffing voor nachtelijke jacht op de vos wegens predatie van Freilandkippen stelde de rechtbank dat een ontheffing in beginsel moet worden geweigerd en pas mag worden verleend in uitzonderingssituaties. 25
De rechtbank oordeelde dat het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland tekort was geschoten met het onderzoek van alternatieve methoden en de dreigende schade door de vos onvoldoende had gemotiveerd. Ook de rechtbank Noord-Nederland kwam in een vergelijkbaar geval tot hetzelfde oordeel. 26

Als je deze lijn doortrekt naar een ontheffing voor het afschieten van een wolf, dan lijkt het niet waarschijnlijk dat de provincies dergelijke ontheffingen kunnen verlenen.
Zolang niet voldoende gemotiveerd wordt dat de inzet van preventieve maatregelen vee onvoldoende bescherming biedt, komt men niet eens toe aan deze derogatiemogelijkheid. 27 De kans is klein dat aan deze voorwaarde wordt voldaan, er zijn immers voldoende bewijzen zijn dat elektrische afrasteringen en kuddebewakingshonden vee effectieve bescherming bieden tegen wolvenaanvallen. 28

De wolf is een strikt beschermd diersoort en Nederland is gebonden aan de verplichtingen van artikel 12 en 16 Hrl. Het is dus niet voorstelbaar dat er een kostenafweging mag plaatsvinden tussen de schade die de wolf aanbrengt en de kosten van preventieve middelen. 29

Afschieten van een wolf vanwege aanvallen op vee is juridisch onmogelijk

Op basis van de Wet Natuurbescherming kan een wolf alleen worden geschoten als deze agressief de mens benadert, of verdacht wordt van hondsdolheid, waarbij alternatieve oplossingen niet bevredigend zijn om het ‘probleem’ op te lossen.

Omdat de wolf in ons land in een ongunstige staat van instandhouding verkeert en het ook lastig wordt te bewijzen dat preventieve maatregelen geen bevredigend alternatief zijn voor het beschermen van vee, blijft het onmogelijk om op de grond van de verschillende uitzonderingen de wolvenpopulatie in Nederland te ‘reguleren’ vanwege aanvallen op gehouden dieren.

Er moet een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd en verleend om een wolf te kunnen schieten. Als dat gebeurt zal Animal Rights bezwaar maken, een voorlopige voorziening indienen en zo nodig de voorzieningenrechter vragen om een ordemaatregel te nemen die de ontheffing schorst totdat de zaak op zitting wordt behandeld. Animal Rights ziet het oordeel van de rechtbank met vertrouwen tegemoet.


  1. De wolf en de wet natuurbescherming: Regulering van de wolvenpopulatie in Nederland ↩︎
  2. HvJ EU 07-09-2004, C-127/02 (Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee en Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels tegen Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) ↩︎
  3. Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 25 juni 2014, nr. 13107468, tot wijziging van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (Aanwijzing van de wolf als beschermde inheemse diersoort) ↩︎
  4. Case note: ECLI:EU:C:2020:458 ↩︎
  5. „Niet-nakoming – Richtlijn 92/43/EEG – Instandhouding van natuurlijke habitats en van wilde flora en fauna – Uitvoeringsmaatregelen” ↩︎
  6. Afwijking op grond waarvan een beperkt aantal van bepaalde specimens mag worden gevangen – Beheersjacht – Staat van instandhouding van de populaties van de betrokken soort ↩︎
  7. „Behoud van vogelstand – Richtlijn 79/409/EEG – Afwijkingen van de beschermingsregeling” ↩︎
  8. Guidance document on the strict protection of animal species of Community interest under the Habitats Directive 92/43/EEC ↩︎
  9. Afwijking op grond waarvan een beperkt aantal van bepaalde specimens mag worden gevangen – Beheersjacht – Staat van instandhouding van de populaties van de betrokken soort ↩︎
  10. HvJ EG, 14-06-2007, nr. C-342/05 ECLI:EU:C:2007:341 ↩︎
  11. ARREST VAN HET HOF VAN 8 JULI 1987. – COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN KONINKRIJK BELGIE. – NIET-UITVOERING VAN EEN RICHTLIJN – BEHOUD VAN DE VOGELSTAND. – ZAAK 247/85. ↩︎
  12. Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) MEMORIE VAN TOELICHTING ↩︎
  13. Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 juli 2024 ↩︎
  14. Besluit houders van dieren ↩︎
  15. Wet dieren ↩︎
  16. BfN Schriften 530 – Empfehlungen zum Schutz von Weidetieren und Gehegewild vor dem Wolf: Konkrete Anforderungen an die empfohlenen Präventionsmaßnahmen ↩︎
  17. De ‘Faunaschade PreventieKit’ voor de wolf ↩︎
  18. Afwijking op grond waarvan een beperkt aantal van bepaalde specimens mag worden gevangen – Beheersjacht – Staat van instandhouding van de populaties van de betrokken soort ↩︎
  19. Advies Wolvencommissie Gelderland, Oktober 2023 ↩︎
  20. Wolvenplan voor Nederland ↩︎
  21. Wolf Canis lupus numbers, diet and damage to livestock in relation to hunting and ungulate abundance in northeastern Belarus during 1990–2000 ↩︎
  22. De wolf terug in Nederland : een factfinding study ↩︎
  23. Interventie richtlijnen – interprovinciaal wolvenplan ↩︎
  24. Analyse probleemsituaties wolf ↩︎
  25. ECLI:NL:RBMNE:2018:1972 ↩︎
  26. ECLI:NL:RBNNE:2019:2184 ↩︎
  27. Noot bij ECLI:EU:C:2020:458 – de Habitatrichtlijn en de grote boze wolf ↩︎
  28. BfN Schriften 530 – Empfehlungen zum Schutz von Weidetieren und Gehegewild vor dem Wolf: Konkrete Anforderungen an die empfohlenen Präventionsmaßnahmen ↩︎
  29. Guidelines for Population Level Management Plans for Large Carnivores ↩︎

Duizenden dieren opgeofferd voor kattenvaccins – Animal Rights gaat naar de rechter

In Nederland zullen de komende vijf jaar een kleine 2000 dieren worden opgeofferd voor experimenten voor kattenvaccins. Het gaat om honden, katten, cavia’s, hamsters, konijnen, paarden, kippen, muizen en ratten. 1

Geldgewin

Een groot deel van de experimenten heeft als doel een vijfvoudig vaccin te ontwikkelen voor feline herpesvirus, feline calicivirus, feline chlamydiosis, feline panleukopenie (kattenziekte) en feline leukemie.
Voor de beoordeling van een experimentaanvraag, weegt de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) het leed van de proefdieren af tegenover de baten voor, in dit geval, mens en dier. Het experiment werd dan ook goedgekeurd omwille van de voordelen van een vaccin voor de bescherming van katten.

Echter bestaan er voor voornoemde pathogenen al, enkelvoudige of gecombineerde, vaccins. Het voornaamste voordeel dat een nieuwe combinatievaccin dus zou opleveren, is dat het farmaceutische bedrijf een nieuw product op de markt kan brengen. Een groot deel van dit project is dus gebaseerd op geldgewin.

Rowena Vanroy, Animal Rights: “Mensen gaan er ten onrechte van uit dat dierproeven levensreddend zouden zijn. Dit project is maar een van vele voorbeelden van dierproeven die enkel gaan over winst maken voor farmabedrijven.”

Ook honden, cavia’s en konijnen de klos

De dierproefnemer geven aan ook te moeten testen op andere soorten. Daarvoor wordt deze verklaring gegeven:

“Bij de ontwikkeling van kattenvaccins worden naast katten ook andere diersoorten ingezet. Dit gebeurt om te onderzoeken of een nieuw vaccin veilig is voor andere dieren waarmee katten in contact kunnen komen. Door het vaccin op deze dieren te testen, kan worden bepaald of het vaccin veilig kan worden gebruikt in een omgeving waar verschillende diersoorten samenleven.”

Animal Rights vraagt zich af waarom de vaccins dan niet in de eerste plaats op mensen worden getest, aangezien zij toch de primaire diersoort zijn waar huiskatten mee in aanraking komen.

Humane eindproducten

De dierproefnemers zullen verschillende diersoorten gaan infecteren met soms ernstige ziektes. Toch wordt de schade voor de dieren, het “ongerief”, veelal als licht of matig ingeschat. Dit komt omdat dierproefnemers gebruik maken van zogenaamde “humane eindpunten”.

Het komt erop neer, dat je een dier ernstig ziek kunt maken. Maar als je het dan doodmaakt voor het echt ellendig is, heet dat een “humaan eindpunt”. Vervolgens kun je in de statistieken weergeven dat het met het ongemak voor de dieren allemaal wel meevalt.

Warrige projectaanvraag

Animal Rights verkreeg in het kader van ons bezwaar tegen het verlenen van de vergunning het aanvraagdossier voor dit project. Wat we te zien kregen was een kluwen van deelprojecten waaruit onmogelijk kan worden bepaald wat er nu precies wordt getest, op welke manier en waarom. De CCD stelt enkele vragen, krijgt daar slechts deels een antwoord op, maar kiest er vervolgens toch voor om de vergunning zonder voorwaarden te verlenen.

Rowena Vanroy: “We zien nogmaals wat we eigenlijk al wisten, vrijwel alle aanvragen voor dierproeven worden zonder meer goedgekeurd.”

Lees ook:

Bezwaar

Animal Rights diende bezwaar in tegen het verlenen van de vergunning voor deze dierproef op basis van de volgende gronden:

  • De CCD heeft in haar belangenafweging niet meegenomen dat er al vaccins op de markt zijn
  • De aanvraag is onvoldoende overzichtelijk om te achterhalen welke proef met welk doel wordt uitgevoerd
  • Er is gebrek aan inzicht over de duur van sommige proeven. Zo komt uit het aanvraagdossier plots naar voren dat bepaalde experimenten wel vier jaar zullen lopen
  • Er worden nieuwe infectiemodellen (dieren worden geïnfecteerd met bepaalde pathogenen) opgezet, maar de onderbouwing daarvan ontbreekt
  • Voor een bepaald experiment worden katten 21 uur voedsel ontzegd
  • Er is onduidelijkheid over het doel van een experiment waarvoor cavia’s worden geïnfecteerd met een influenzavirus

Dierproeven zijn onnodig en achterhaald. Animal Rights ziet keer op keer voorbeelden van laksheid van toezichthoudende instanties en proefdiernemers. Dierproeven worden goedgekeurd, zelfs al is het zogenaamde voordeel voor de maatschappij twijfelachtig. In sommige gevallen worden dierproeven door de wetgever zelfs verplicht zelfs als er alternatieven zijn.


  1. NTS-NL-743958 ↩︎

GELDERLAND EN DRENTHE WILLEN GRAAG WOLVEN SCHIETEN, MAAR HET BLIJFT BIJ DAGDROMEN

Sinds de feitenvrije meningen van bepaalde politieke partijen de provinciale politiek bevuilen, zoeken enkele gedeputeerden naar mogelijkheden om wolven te kunnen vermoorden. Het maandenlang aangekondigde Gelderse beleidsstuk ‘Grenzen aan de wolf’ 1 werd in maart 2024 opgeleverd. Drenthe volgde in juni 2024 met ‘Aanpak wolf in Drenthe’. 2 De citaten hieronder zijn uit beide stukken.

Lees ook:

Beide provincies realiseren zich inmiddels dat organisaties als Animal Rights, Bite Back, Fauna4Life en de Faunabescherming naar de rechter zullen stappen bij iedere provinciale stap die niet in het belang van de wolf is en strijdigheid oplevert met de juridisch strikt beschermde status van de wolf. De twee stukken zijn dan ook doorspekt met opmerkingen over de juridische consequenties van het voorgestelde beleid:
“Indien Drenthe besluit over te gaan tot het afschieten van probleemwolven bij aanvallen op vee, is de kans op juridische procedures aanzienlijk.”

Er zijn veel overeenkomsten tussen de stukken. Vooral Drenthe heeft veelvuldig gespiekt bij het drie maanden eerder gepubliceerde plan van Gelderland. Beide provincies zullen blijven lobbyen waar ze maar kunnen om de beschermde status van de wolf omlaag te krijgen. Gelderland werkt dat het verst uit:
“De wolf moet dan verschuiven van bijlage IV naar bijlage V van de Habitatrichtlijn zoals in andere delen van Europa al het geval is. In Nederland moet de wolf vervolgens worden aangemerkt als andere beschermde soort als bedoeld in artikel 3.10 Wet Natuurbescherming. Verstoren wordt dan eenvoudiger en opzettelijk doden of vangen vraagt dan redelijkerwijs een lichtere onderbouwing.

Ook hechten wij belang aan het schrappen van de wolf van Bijlage II van de Habitatrichtlijn die aanzet tot het aanwijzen van speciale beschermingsgebieden. Wij vinden dat reguliere soortenbescherming volstaat en aanvullende gebiedsbescherming niet wenselijk is. Specifiek bedoelen we daarmee dat we de minister vragen om de wolf definitief niet aan te wijzen als doelsoort voor Natura2000 Veluwe (ook niet in 2029).”

Beide provincies staan in principe een xenocidaal beleid voor; het zover mogelijk uitroeien van de wolf op hun grondgebied. Gelderland lijkt zich te realiseren dat dat voor de Veluwe sowieso onhaalbaar is en ook elders juridisch niet mogelijk is:
“We onderkennen dat er juridisch nu geen ruimte is voor nulstandgebieden voor wolven in Gelderland en dat ook het definiëren van bijvoorbeeld wolvencorridors ons niet gaat helpen.”

Zonder werkelijke onderbouwing noemt de provincie het huidige aantal wolven als de bovengrens:
”We vinden ook dat de praktijk uitwijst dat de aantallen wolven in Gelderland niet verder moeten groeien en willen een stand nastreven van maximaal 80 wolven in Gelderland. Populatiebeheer bij wolven moet mogelijk worden zoals dat in Gelderland ook gebruikelijk is bij andere wilde diersoorten zoals herten en zwijnen.”

Ook Drenthe ziet in dat haar droom van een wolven-nulstand niet haalbaar is:
“Vanwege de vele aanvallen van wolven op schapen en soms op ander vee streven Gedeputeerde Staten naar een wolfvrije regio. Dit staat echter op gespannen voet met de wetgeving. Het spreekt vanzelf dat Gedeputeerde Staten voorstander zijn van het verlagen van de beschermde status van de wolf op Europees niveau. Zij hebben daartoe reeds de benodigde acties in Europa en in Den Haag ondernomen en zullen dit ook blijven doen. Dit is de enige weg om binnen de wettelijke kaders stappen te zetten richting een wolfvrije regio.
Indien Europa ervoor kiest de beschermde status van de wolf te verlagen, gaat het aanpassen van de Europese en landelijke wetgeving nog jaren duren. Ondanks dat hierop ook in de komende jaren wordt ingezet, is de ambitie uit het coalitieakkoord ‘een wolfvrije regio’ op de korte termijn niet realistisch.”

Drenthe wordt er in het ‘Juridisch Naslagwerk Interventierichtlijn wolf-vee’ op gewezen dat het streven naar een wolvenvrije regio, onverenigbaar is met het streven naar een gunstige staat van instandhouding, die weer een van de voorwaarden is om eventueel in te kunnen grijpen:
“Althans, de kans is groot dat een bestuursrechter het op die wijze zal interpreteren […]. Om die reden is het juridische risico bij interventies groter dan in Gelderland. De provincie Gelderland brengt globaal in beeld op welke wijze aan de gunstige staat van instandhouding wordt gewerkt, hetgeen een steviger fundament biedt voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor interventies en beheer van de wolf. Overigens blijft het ook in Gelderland onzeker of deze uitwerking voldoende zal zijn bij juridische procedures.”

Beide provincies hameren ook op de angst onder de bevolking voor de wolf. Juist het demoniseren van de wolf door de rechtse politiek, dierhouders en hun belangenorganisaties maakt dat gevoel van onveiligheid tot een selffulfilling prophecy. De tweede zin van de Gelderse anti-wolf propaganda luidt:
“De aanwezigheid van de wolf geeft veel inwoners in het buitengebied op en rond de Veluwe een onveilig gevoel.”
De derde zin is:
“Gelderland heeft te maken met een groot maatschappelijk probleem.”
En zo cirkelt men dan terug naar het idee dat het zelfgecreëerde, geringe draagvlak voor de wolf meegewogen zou moeten worden in waar de ‘grenzen aan de wolf’ liggen:
“Wij zijn van mening dat bij de discussie over waar die grens moet liggen niet alleen gekeken moet worden naar ecologisch draagvlak en wettelijke verplichtingen, maar ook naar maatschappelijk draagvlak voor de wolf.“

Waar er met cijfers gesmeten wordt om aan te geven hoe groot het wolvenprobleem wel niet is, vermelden de provincies over het algemeen niet dat de dierlijke slachtoffers in overgrote meerderheid onbeschermd waren.

Toch zetten beide provincies nu in op meer beschermingsmaatregelen. Niet zozeer vanwege de aan de wolf blootgestelde, gehouden dieren, maar omdat ze inzien dat aan een eventuele ontheffing voor het afschieten van wolven minimaal de eis verbonden zal zijn dat het aangevallen vee goed beschermd was:
“Op dit moment zijn er nog geen wettelijke mogelijkheden om beheer van probleemwolven uit te voeren indien veelvuldig landbouwhuisdieren worden gedood. Mogelijk is dit op de langere termijn wel mogelijk maar dat kan dan alleen juridisch worden uitgevoerd, als de dierhouders preventieve maatregelen tegen aanvallen van de wolf hebben genomen.”

“We stimuleren onze inwoners de dieren achter wolfwerende rasters te plaatsen, ’s avonds de dieren binnen of in nachtkralen te zetten en/of eventueel kuddebewakingshonden in te zetten.”

Gelderland is daar minder stellig in:
”Duidelijk is al wel dat de inzet daarvan [kuddebewakingshonden] redelijkerwijs bij de reguliere en hobbymatige dierhouder in Nederland niet als standaard of verplichte preventieve maatregel moet worden gezien. En daarmee ook niet randvoorwaardelijk om tot verdere escalatie over te gaan. Datzelfde geldt voor ophokken van dieren overdag, uitgangspunt blijft dat dieren in Gelderland veilig buiten moeten kunnen lopen.”

Gelderland ondergraaft in een moeite door ook meteen het belang van en het vertrouwen in preventie:
”Helaas hebben we inmiddels ook ervaring met het overwinnen door wolven van wolfwerend raster dat voldoet aan de technische eisen. Daarmee is een situatie ontstaan waarin we niet langer alleen kunnen vertrouwen op preventieve maatregelen en conflictarm samenleven. Sterker nog, met preventieve maatregelen alleen gaan we het probleem niet oplossen. Eerder en laagdrempeliger ingrijpen om conflicten te voorkomen is nu cruciaal. Daarom willen we grenzen stellen aan de wolf in Gelderland.”

Drenthe zorgt wel voor wat extra motivatie voor dierhouders:
“Op termijn wordt er waarschijnlijk alleen nog schade uitgekeerd indien is vastgesteld dat de getroffen dieren achter een wolfwerend raster stonden.”

“Daarnaast heeft de provincie de plicht om melding te maken bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) indien dieren niet goed beschermd worden.”

“De NVWA werkt momenteel een handhavingskader uit om handhavend op te treden bij dierhouders die vee niet beschermen tegen aanvallen van de wolf.”

Beide provincies kijken hoopvol naar het buitenland:
“Ondertussen verschenen er berichten in de media dat andere Europese landen wel overgaan tot het beheer van wolven.”
En dan vooral naar Duitsland:
“Zo is er in Duitsland een interventiemaatregel vastgesteld die uitgaat van het beheer van een wolf als drie keer landbouwhuisdieren zijn aangevallen die achter een wolfwerend raster staan. De provincie Gelderland heeft aangegeven deze richtlijn te volgen.”

Drenthe’s wolvenplan is wat realistischer omdat het drie maanden later gepubliceerd is dan het Gelderse:
“In Duitsland is een wettelijke richtlijn geïmplementeerd, om in dat soort gevallen meteen over te kunnen gaan tot afschot. Op 12 april 2024 is de uitzonderingsvergunning die gebaseerd is op deze richtlijn, door het Oberverwaltungsgericht Niedersachsen echter vernietigd. Op basis van deze uitspraak, gecombineerd met diverse andere juridische studies die er met betrekking tot een interventierichtlijn wolf-vee zijn gedaan, heeft de provincie Drenthe voorlopig geconcludeerd dat de hierboven-genoemde interventierichtlijn, waarbij overgegaan kan worden tot afschot van een probleemwolf niet binnen de wettelijke kaders past.”

De Duitse uitspraak is gegrond op 4 punten:

  • Natuurbeschermingsorganisaties zijn ten onrechte niet betrokken bij de richtlijn;
  • Er is onvoldoende aangetoond dat er geen alternatieven waren (betere bescherming vee);
  • Er is onvoldoende gemotiveerd waarom de schade op vee ernstig is;
  • Er is onvoldoende gemotiveerd dat het af te schieten dier ook daadwerkelijk het schadeveroorzakende dier is. 3

“De volledige tekst van de uitspraak laat zien dat het bijzonder lastig zo niet onmogelijk zal worden om tot een richtlijn te komen die overeind zal blijven in gerechtelijke procedures,” concludeert men in het juridische advies aan Drenthe.

Gelderland heeft het oordeel niet gelezen of begrepen. Op 18 juni presenteerde de provincie haar wolvencommissie die vooral een anti-wolf commissie is met vertegenwoordigers van LTO, schapen- en geitenhouders, de sectorraad paarden, particulier grondbezit, terreinbeherende organisaties, gemeenten en de Faunabeheereenheid Gelderland. Geen dierenrechtenorganisaties, geen ethici, geen wetenschappers en daarmee kansloos om beheer beslissingen te nemen.

Gelderland wil graag het volgende:
”Dit betekent dat afschot van wolven mag plaatsvinden:
– bij 2 aanvallen binnen een week op goed beschermd vee, en
– als dit plaatsvond binnen een gemeente of aangrenzende gemeenten, en
– dat afschot zich beperkt tot een straal van 1.000 meter van het hart van de betreffende percelen, en
– gedurende een tijdsbestek van maximaal 21 dagen na de 2e aanval, en
– door een daartoe namens de FBE en lokale wildbeheereenheid gemachtigde jachtaktehouder.“

”Om snel te kunnen handelen moet een dergelijke ontheffing op voorhand beschikbaar zijn. We houden er, gezien het vernieuwende karakter van de aanpak, rekening mee dat deze werkwijze ook door de rechter zal worden getoetst.”

”We willen snel en laagdrempelig kunnen ingrijpen in probleemsituaties en willen daarnaast kunnen sturen op het aantal wolven in Gelderland zodat ad hoc ingrijpen zoveel mogelijk kan worden beperkt.”

Het juridisch advies aan Drenthe schetst, echter, de onmogelijkheid van dit waanidee:
“Het tweede juridische risico zit in het punt dat er, ook gezien de onduidelijkheid over de gunstige staat van instandhouding, absolute zekerheid moet bestaan dat het bij het doden van een probleemwolf dit individu daadwerkelijk verantwoordelijk is geweest voor de herhaalde aanvallen op hetzelfde vee binnen een wolfwerend raster. Dit is in de praktijk zeer moeilijk te realiseren.
[…]
Een interventierichtlijn waarbij sprake is van afschot van een probleemwolf zal zeer moeilijk of geheel niet binnen wettelijke kaders passen.”

Beide beleidsplannen konden nog geen rekening houden met het [Oostenrijk-arrest](https://www.animalrights.nl/een-wolf-kan-nederland-niet-legaal-worden-afgeschoten-vanwege-wolf-vee-confrontaties) dat op 11 juli werd gepubliceerd, waarin nog eens werd bevestigd dat de voorwaarden zeer streng zijn om af te wijken van de strikt beschermde status van de wolf.

Het plan van de provincie Gelderland is een beleidsstuk. Er moet een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd en verleend worden om een wolf te kunnen schieten. Als dat gebeurt zal Animal Rights bezwaar maken, een voorlopige voorziening indienen en zo nodig de voorzieningenrechter vragen om een ordemaatregel te nemen die de ontheffing schorst totdat de zaak op zitting wordt behandeld. Animal Rights ziet het oordeel van de rechtbank met vertrouwen tegemoet.


  1. Grenzen aan de wolf ↩︎
  2. Aanpak wolf in Drenthe ↩︎
  3. Ausnahmegenehmigung zur zielgerichteten letalen Entnahme eines Wolfs war rechtswidrig ↩︎

Gans doorzeefd met hagel gered van autoweg

Ongeveer een week geleden kreeg Animal Rights bericht van een gewonde gans die werd gevonden langs de autoweg. Het slachtoffertje liep vlakbij de N59 in de omgeving van Goeree Overflakkee. In dit gebied wordt er al jaren fanatiek op ganzen gejaagd.

De gans die is gevonden, die de naam Appeltje heeft gekregen, is een van de vele slachtoffers van de barbaarse jagers die van het gebied hun eigen ‘wilde-westen’ hebben gemaakt.

Lees ook:

Bloed uit het oog en een scheur in zijn snavel

“Ik zag de gans heel snel op de weg lopen, alsof hij ergens moest zijn. Dat is ongebruikelijk gedrag voor een gans, dus ik reed terug en zette de auto stil langs de weg. Zodra de gans mij zag begon hij nog harder te rennen. Toen wist ik zeker dat er iets niet klopte,” aldus de vinder van de gans.

De gans schoot de berm in en bleef daar ineengedoken zitten. Dat was geen goed teken. Uiteindelijk is het de bezorgde voorbijganger gelukt om de gans te vangen. Dit ging gelukkig vrij snel.
In eerste plaats wordt er gedacht dat de verwondingen van Appeltje wel meevallen, maar eenmaal in de auto viel het al gauw op dat er bloed uit zijn oog kwam en er zelfs een scheur in zijn snavel zat.

Nadat Appeltje de nodige zorg heeft ontvangen van zijn redder, wordt er gepoogd om hem uit te zetten. Het ging inmiddels al wat beter en hij werd wat pittiger.
“We dachten dat hij wellicht was aangereden en wat oppervlakkige verwondingen hier aan over had gehouden. Blikschade. Niets ingewikkelds”.

Alleen blijkt al gauw dat Appeltje aanzienlijk meer verwondingen heeft dan gedacht.

7 kogeltjes in zijn kleine lijfje

Appeltje wordt meegenomen naar de dierenarts, waar er röntgenfoto’s van hem worden gemaakt. De redders van Appeltje en de dierenarts schrikken wanneer ze tot de ontdekking komen dat er maar liefst 7 kogeltjes in zijn kleine lijfje zitten. Hij was doorzeefd met hagel, maar had het overleefd.

“We krijgen wel vaker slachtoffers van de jacht binnen. Wat we zien is dat ze, met name doordat ze keihard op de grond vallen nadat ze zijn aangeschoten, schade aan hun hoofd en hersenen oplopen. Dat verklaart ook het bloed aan de snavel”, vertelt de dierenarts. “De schade aan het hoofd kan ook hersenschade veroorzaken. Daarom loopt de gans wat slechter op zachte ondergrond.”

“We krijgen wel vaker jacht slachtoffers binnen. Wat we zien is dat ze, met name doordat ze keihard op de grond vallen nadat ze zijn aangeschoten, schade aan hun hoofd en hersenen oplopen.”

Appeltjes dierenarts

Kans op herstel voor Appeltje

“De enige oplossing voor deze martelpraktijken is een einde maken aan de jacht in al haar vormen.”

campagnecoördinator Aysis Plet

Volgens de dierenarts is er gelukkig kans op herstel voor Appeltje, omdat het al een stuk beter gaat met hem dan toen hij voor het eerst in de praktijk kwam. Vliegen gaat lastiger worden, omdat er ook een kogeltje in zijn vleugel zit.

“Ik zie wel 7 kogeltjes op de foto, verspreid over meerdere gewrichten en organen van de gans, waardoor de schade vrij groot is. Dat is niet te vergelijken met bijvoorbeeld een schot hagel in het been van een mens”, verklaart de arts.

Het zoveelste slachtoffer

Het willekeurig afschieten van ganzen uit een groep zorgt voor stress, angst en verstoring van de harmonie binnen de groep. Vanwege zijn lichaamsbouw en gedrag is de gans een moeilijke diersoort om te bejagen.

Ganzen zijn grote vogels en dit maakt het inschatten van hoogte en snelheid lastig. Niet elk schot is raak. Zo’n 25 tot 40% van de ganzen in Nederland vliegt rond met hagel in het lijf. Volgens onderzoeker Berend Voslamber is een schot hagel extreem stressvol en pijnlijk. Zo worden ze bijvoorbeeld geraakt in hun vleugel en kunnen niet meer verder vliegen.

Gewonde ganzen kunnen een langzame en pijnlijke dood sterven, en dit allemaal door een slecht geplaatst schot.

“De enige oplossing voor deze martelpraktijken is een einde maken aan de jacht in al haar vormen. Dieren zijn zowel in gevangenschap als in vrijheid niet veilig voor de mens. Dieptriest”, aldus campagnecoördinator Aysis Plet.

Animal Rights pleit voor een algeheel verbod op de jacht in Nederland en een einde aan de natuurterreur die wordt veroorzaakt door het huidige faunabeleid en de intensieve veehouderij.

De röntgenfoto van Appeltje

Lees ook:

HET ILLEGALE VERVOER VAN HOOGDRACHTIGE OF PAS AFGEKALFDE KOEIEN HOUDT AAN

”Een hoogdrachtig rund of pas afgekalfd rund vervoeren is een zware overtreding omdat het welzijn van de dieren daarbij ernstig kan worden geschaad. We controleren daar dan ook strikt en streng op. Voor ons geldt dat elk dier dat niet vervoerd mag worden, maar toch wordt vervoerd, er een teveel is,” zegt dierenarts Daphné Tindemans van de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) in het nieuwsbericht ‘NVWA: te vaak overtredingen vervoer hoogdrachtige runderen’ van 24 juli 2024. 1

Koeien dragen hun kind, net als mensen, negen maanden in de baarmoeder. Als een koe wordt geslacht, verdoofd en de keel doorgesneden, krijgt het ongeboren kalf geen zuurstof meer via de navelstreng en sterft het een verstikkingsdood in de baarmoeder.Onderzoeken wijzen uit dat het zenuwstelsel van het kalf in de laatste maanden van de dracht zover is ontwikkeld dat het dier pijn kan voelen.

Op 5 januari 2024 ontving een Nederlandse veeboer een boete van 3.000,- euro naar aanleiding van een handhavingsverzoek van Animal Rights, omdat deze een koe liet vervoeren die in de week daarvoor gekalfd had. De koe werd via het beruchte verzamelcentrum van Firma Dane en Zoon Agrarisch uit Oudemolen afgevoerd naar het Vlaamse slachthuis Moerbeko. De koe stierf nog voordat ze uit haar lijden kon worden verlost. Zie de video hierboven.

Al in 2019 berichtte Animal Rights dat er hoogzwangere runderen illegaal naar slachthuizen in Vlaanderen vervoerd werden. Op 12 april 2017 constateerde een dierenarts die in opdracht van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) inspecties uitvoerde bij het slachthuis Tampere BVBA in Lichtervelde, bij het post mortem onderzoek dat een geslachte koe hoogdrachtig was. Ook deze koe bleek afkomstig uit Oudemolen.

Deze zwartbonte koe werd geboren op 12 juli 2013 en stierf op 12 april 2017, nog geen vier jaar oud met haar kalf in de baarmoeder. Een koe draagt net als de mens haar baby voor 9 maanden. Na vijf maanden begint het kalffoetus te bewegen en weegt dan zo’n 2 kilogram en meet 35 centimeter. Na zeven maanden is het kalf wat lichaamsverhoudingen betreft volledig gevormd en weegt 15 kilo en is 65 centimeter lang. Het kalf moet dan vooral nog groeien, de ontwikkeling van haar en tanden volgt als laatst. Bij de geboorte is het kalf zo’n 80 cm lang en weegt het 30 tot 50 kg. Als een koe wordt geslacht, bloedt ze dood. Hierdoor krijgt het ongeboren kalf geen zuurstof meer via de navelstreng en sterft het een verstikkingsdood in de baarmoeder. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het zenuwstelsel van het kalf in de laatste maanden van de dracht zover is ontwikkeld dat het jonge dier in staat is pijn te voelen.

Van 2014 tot oktober 2018 deelde de NVWA 836 waarschuwingen uit en slechts 58 boetes, berichtte RTLNieuws destijds. 2 De NVWA zou het jaar daarop sneller boetes uit gaan delen en een ‘lik-op-stukbeleid’ gaan voeren. In januari 2022 werd opnieuw een strenger optreden aangekondigd. 3

Het heeft tot nu toe niet geholpen. Op 24 juli 2024 bericht de NVWA dat in 2023 bij 96 onaangekondigde en administratieve inspecties op het vervoer van hoogdrachtige of pas afgekalfde runderen, bij 60 inspecties onjuistheden werden geconstateerd waarbij er in 41 gevallen een rapport van bevindingen werd geschreven. Hiervoor zijn boetes opgelegd van 1.500,- euro aan de veehouders. Daarnaast zijn er in slachthuizen 114 keer grote kalveren in runderen aangetroffen waarbij de draagtijd vermoedelijk meer dan 90 procent betreft. 4

De in 2022 aangekondigde strafrechtelijke aanpak blijkt niet te werken: ”De uiteindelijke keuze voor een effectieve aanpak van deze overtredingen, heeft meer tijd in beslag genomen dan voorzien. Met als gevolg dat er op slachthuizen sinds 2022 weliswaar rapporten van bevindingen zijn geschreven voor het vervoeren van vermoedelijk hoogdrachtige runderen, maar dat deze nog niet zijn verwerkt”.

Animal Rights vreest dat we in 2026 weer een gelijkluidend bericht van de NVWA kunnen verwachten als er niet keihard tegen deze misdadigers wordt opgetreden via houdverboden en gevangenisstraffen. De enige echte garantie voor het beëindigen van deze misdaden is een einde aan de vee-industrie.

Update

In juni 2025 antwoordt demissionair landbouwminister Wiersma op feitelijke vragen: “De NVWA heeft in 2023, 2024 en in Q1 van 2025 in slachthuizen respectievelijk 114, 121 en 46 bevindingen gedaan van dieren die vermoedelijk > 90% drachtig waren. Dit betreft vrijwel uitsluitend runderen.” 5 Er wordt dus geen vooruitgang geboekt.

Update 2

In maart 2026 bericht RTLNieuws opnieuw over dit onderwerp. 6 De NVWA vermoedt dat sinds begin 2025 tot nu 227 keer een hoogdrachtige koe is vervoerd naar een slachthuis. 7 Al meer dan 10 jaar wordt er gesproken over een verbod om drachtige koeien vanaf zes maanden naar het slachthuis te vervoeren. Dat werkt niet omdat een koe elk jaar een kalf moet krijgen om de melkproductie op gang te houden en dus bij een melkveebedrijf altijd de meeste koeien drachtig zijn.

De roep om dit ene facet van het systeem van uitbuiting van melkkoeien (en hun kalfjes) te veranderen is dan ook voor de bühne en volstrekt zinloos. Het probleem van de slacht van hoogdrachtige en pas afgekalfde koeien verdwijnt pas samen met de zuivelindustrie! Schakel over op plantaardige melk, yoghurt, kwark en ijs!

Update 3

De NVWA heeft in 2025 in slachthuizen 196 bevindingen gedaan van dieren die vermoedelijk hoogdrachtig waren (>90% dracht). Dit betreft uitsluitend runderen.

Bron: Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XIV, nr. 6 39 


  1. NVWA: te vaak overtredingen vervoer hoogdrachtige runderen ↩︎
  2. NVWA: meteen boetes voor slachten hoogzwangere koeien ↩︎
  3. NVWA: Veehouder vanaf 1 februari 2022 risico op proces-verbaal bij afvoer hoogdrachtig rund ↩︎
  4. NVWA: te vaak overtredingen vervoer hoogdrachtige runderen ↩︎
  5. Beantwoording Kamervragen bij Jaarverslag LNV 2024 ↩︎
  6. Nog altijd hoogdrachtige koeien naar slachthuis: ‘Kalf sterft pijnlijke dood’ ↩︎
  7. Nog altijd hoogdrachtige melkkoeien naar slachthuis, NVWA doet onderzoek ↩︎