In 2016 antwoordde staatssecretaris Van Dam op vragen van SP Kamerlid Van Gerven dat sinds 2009 het aantal meldingen per jaar van voor destructie aangeboden levende dieren van Rendac was gedaald van 35 naar 18 in 2015 en concludeerde daaruit dat de getroffen maatregelen hun uitwerking leken te hebben.
Uit documenten, de afgelopen jaren opgevraagd door Animal Rights via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet open overheid (Woo), blijkt echter dat er al jaren geen progressie meer wordt geboekt. Een belangrijke reden daarvoor, vermoedt de dierenrechtenorganisatie, is dat er toch geen bestraffing plaatsvindt; er worden alleen waarschuwingen uitgedeeld. Bovendien zullen de geregistreerde aantallen slechts het topje van de ijsberg zijn. Daarnaast: Ook één levend ter destructie aangeboden dier is er één te veel!
Geen vooruitgang
In 2016 zijn er tenminste 24 meldingen (11 varkens, 9 runderen en 4 kippen) van levend ter destructie aangeboden dieren en in 2017 zeker 21 (9 varkens, 4 runderen, 5 kippen, 1 geit, 1 schaap en 1 konijn). 1 De gegevens van 2018 zijn niet compleet. In januari 2018 worden een varken, een kalf en een kip levend aangeboden ter destructie en van augustus tot en met december, geldt dat voor 2 zeugen, een schaap, een kuiken en een rund. In 2019 gaat het om zeker 12 gevallen, waaronder 2 schapen, drie kalveren en 3 biggen. 2 In 2020 betreft het minimaal 15 levend bij Rendac aangeboden dieren, waaronder een pony, een vis en “4 a 5 eenden”. Verder weten we dat er bij de ‘ruimingen’ van nertsen in 2020 tenminste “twee keer een levende nerts bij Rendac in de loshal aangetroffen” is. 3
In 2021 worden zeker 18 levende dieren als kadavers aan de weg gezet: 7 kippen, 4 runderen, 6 varkens en een schaap. Bovendien zijn er dat jaar twee meldingen van voorbijgangers bij het Rendac complex in het Brabantse Son die dieren in nood horen schreeuwen. In januari belt een meldster door dat ze tot twee keer toe de noodkreet van een koe heeft gehoord. De NVWA noteert: “mogelijk niet dood rund meegenomen door Rendac”. In oktober meldt een wandelaar in de bossen naast Rendac de maand ervoor drie keer het krijsen van, vermoedelijk, varkens te hebben gehoord. 4
In 2022 worden zeker 16 dieren levend ter destructie aangeboden: 6 kippen, 3 varkens, 5 kalveren/runderen en 2 schapen.
Omdat de NVWA/Rendac er iedere keer een jaar over doen om de gegevens te verstrekken, zijn die van 2023 nog niet compleet, maar in de eerste helft van dat jaar werden in ieder geval twee kalveren en drie biggen levend ter destructie aangeboden.
Geen bestraffing
Dat er geen vooruitgang geboekt wordt, is niet verwonderlijk want zover Animal Rights uit de documenten kan opmaken, wordt er nooit een boete uitgedeeld voor deze ernstige vorm van dierenmishandeling.
Uit de gegevens die Animal Rights van 2016 t/m 2023 bezit, komt slechts één geval naar voren waarbij meer werd gedaan dan een waarschuwing geven. Op 4 maart 2019 maakt een opsporingsambtenaar van de NVWA een Proces Verbaal op voor het aanbieden van een levend kalf van 10 dagen oud ter destructie. Nergens komt uit naar voren dat dit ook tot een boete of een werk- of gevangenisstraf heeft geleid.
De ene na de andere veeboer trekt in zijn of haar verklaring het boetekleed aan en de NVWA volstaat vervolgens met een schriftelijke waarschuwing met als motivering dat het tenslotte niet opzettelijk is gebeurd.
“Dat moest er nog bijkomen dat veehouders opzettelijk levende dieren bij het afval dumpen ter destructie,” reageert Animal Rights adviseur Erwin Vermeulen. “Ook de nalatigheid in het controleren of een dier wel echt dood is, zou zwaar bestraft moeten worden. Deze laksheid resulteert in een urenlange lijdensweg omdat kadavers meestal ’s avonds aan de weg worden gezet, maar pas de ochtend daarna worden opgehaald.”
Ook toenmalig landbouwminister Staghouwer zei in april 2022: “Ook wanneer sprake is van onbewuste onbekwaamheid is hier sprake van het onthouden van de nodige zorg voor een dier, met ernstige welzijnsaantasting tot gevolg.”
NVWA
Animal Rights vroeg de eerste informatie al op 1 augustus 2018 bij de NVWA op, maar ontving de stukken pas op 24 november 2020, meer dan twee jaar na het verzoek. De NVWA heeft geen boodschap aan de vastgelegde termijnen in de Wet openbaarheid van bestuur / open overheid en is dan ook nog zo star dat ze slechts de stukken levert tot aan het moment van opvragen, waardoor alle informatie meer dan twee jaar oud is.
Ook het tweede informatieverzoek, ingediend op 29 oktober 2020, werd pas op 17 februari 2022, bijna 16 maanden later, gehonoreerd.
Animal Rights vroeg vervolgens op 10 augustus 2023 de gegevens op over 2021, 2022 en de eerste helft van 2023 en ontving deze nog net binnen een jaar na het verzoek.
De ministers
In een Kamerbrief van 27 oktober 2020 inzake slachthuizen, liep voormalig Landbouwminister Schouten al op publicatie van dat eerste Wob-verzoek vooruit. Ze heeft het daarin over “signalen die de NVWA heeft dat er zeer incidenteel tussen kadavers die aan Rendac worden aangeboden nog een levend dier wordt aangetroffen.”5
Spreken over “signalen” is absurd, omdat Rendac de verplichting heeft om deze zaken te melden bij de NVWA, waarna deze vervolgens een ‘onderzoek’ instelt en een standaard waarschuwing uitdeelt. Het zijn dus geen “signalen” maar geregistreerde feiten.
Ook het “zeer incidenteel” is een poging om deze grove vorm van dierenmishandeling te bagatelliseren.
Schouten’s opvolger – en inmiddels ook al weer vervangen – Staghouwer heeft het op 14 april 2022 in de ‘Verzamelbrief dierenwelzijn’ opnieuw over “het zeer incidenteel aantreffen van levende dieren tussen kadavers die door ondernemers aan Rendac worden aangeboden”. 6 Zoals Animal Rights in 2020 al uitlegde, vertegenwoordigen de geregistreerde gevallen zeer waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg.
Topje van de ijsberg
Animal Rights deed het eerste informatieverzoek in 2018 nadat bleek dat Rendac een standaard, voorgedrukt formulier gebruikt om veeboeren er op te wijzen dat ze geen nog levende dieren tussen de kadavers mogen stoppen. “Als je een dergelijk formulier standaard aan je chauffeurs moet meegeven, kan je op je vingers natellen dat deze misdaad met enige regelmaat voorkomt,”zei Animal Rights destijds.
Sterker nog, Animal Rights gaat ervan uit dat deze door de NVWA verstrekte meldingen slechts het topje van de ijsberg zijn. De Rendac chauffeurs houden natuurlijk geen uitgebreide controles. Ze keren de kadavertonnen met biggen, konijnen en pluimvee niet om om ieder individueel dier te inspecteren en zijn ook geen experts op dat gebied. Ook zal menig geval eenvoudigweg niet gemeld worden.
Het grote aandeel varkens en runderen in de meldingen vloeit logischerwijs voort uit het feit dat deze dieren individueel aangeboden worden en apart met een grijper geladen moeten worden. Dat dieren nog leven is dan eenvoudiger te constateren, terwijl de tonnen vol pluimvee, konijnen, nertsen en biggen omgekeerd worden boven de laadbak zelf en alleen een nog levend dier boven op de stapel ontdekt zal worden.
Daarnaast zullen ook nog veel dieren creperen tussen het tijdstip dat ze aan de weg worden gelegd – meestal de dag of avond er voor – en het tijdstip – vaak de volgende ochtend – dat Rendac ophaalt. Dit geldt zeker voor de dieren die levend onderin de tonnen terecht komen en stikken onder hun soortgenoten. Tonnen worden over het algemeen pas aangemeld bij Rendac als ze vol zijn.
Geen gerechtigheid voor de dieren – gerechtigheid afdwingen
Staghouwer legde in een verzamelbrief dierenwelzijn destijds uit waar het probleem ligt: “Het OM heeft aangegeven dat de schriftelijke notificatie die de Rendac naar de dierhouder stuurt en de melding aan de NVWA onvoldoende basis biedt voor strafrechtelijke vervolging. Nu strafrechtelijke vervolging niet mogelijk blijkt, heeft de NVWA haar handhavingsstrategie aangepast. Vanaf dit najaar wordt bij een eerste melding van een levend aangetroffen dier door Rendac een last onder dwangsom opgelegd, omdat de houder het dier de nodige verzorging heeft onthouden. […] Bij een tweede melding, binnen één jaar per locatie, van een levend aangetroffen dier door Rendac wordt een fysieke inspectie uitgevoerd en de dwangsom ingevorderd. Het doel van de fysieke inspectie is om na te gaan of er mogelijk meer problemen spelen op het gebied van onder andere dierenwelzijn.”
In principe verandert er dus niets. De kans dat een veeboer binnen een jaar nog een keer wordt betrapt is nihil en de dwangsom is gewoon een andere vorm van waarschuwen. De minister vermeldt niet hoe hoog de dwangsom zal zijn, maar over het algemeen stellen de boetes voor het mishandelen van dieren niets voor. Bovendien is er van die dwangsommen niets terug te vinden in de recentste opgevraagde documenten.
De minister, het ministerie en de NVWA accepteren eenvoudigweg dat strafrechtelijke vervolging voor het behandelen van levende dieren als kadavers niet mogelijk is, maar dat is niet wat het OM zegt. Het OM meldde de NVWA alleen dat de huidige methode van melden ondeugdelijk is. Als de Rendac chauffeurs verplicht zouden worden om bij het aantreffen van een levend ter destructie aangeboden dier de politie in te schakelen en een dierenarts dan kan er rapport opgemaakt worden dat het OM wel de mogelijkheid geeft om strafrechtelijk op te treden.
De mogelijkheid ontbreekt niet, maar de wil is er gewoonweg niet op het Landbouwministerie.
Animal Rights bekijkt met haar advocaten of het mogelijk is Rendac hier toe te dwingen. Animal Rights gaat ervan uit dat zowel Rendac als de NVWA in principe de situatie van levend aangeboden dieren ter destructie onwenselijk vinden en alleen een duwtje in de rug nodig hebben om uit hun lethargie te ontwaken en er ook daadwerkelijk iets aan te gaan doen. Als dat duwtje in de rug hebben we hen eerst gemaild:
“Conform de Wet Dieren artikel 2.1. 6de lid moet ”een ieder de nodige zorg verlenen aan een hulpbehoevend dier”. Levende dieren die door Rendac chauffeurs gevonden worden tussen kadavers of eenzaam en alleen ter destructie aangeboden worden, vertegenwoordigen de definitie van “hulpbehoevend”.
Per 1 juli is ook artikel 1.4 ‘Algemene zorgplicht’ in werking getreden: “1 Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor dieren. 2 De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Zover wij het begrijpen – maar we horen graag uw uitleg – is de opdracht aan uw chauffeurs om, conform het Rendac protocol, het levend aangeboden dier niet mee te nemen en Rendac’s transportplanning te bellen. Vervolgens gaat een chauffeur verder op zijn of haar route zonder zich verder om het dier te bekommeren. Uw chauffeurs verzaken daarmee hun plicht om de nodige zorg te verlenen.
De transportplanning van Rendac informeert vervolgens de veehouder eerst telefonisch en vervolgens per brief. Ook de transportplanning van Rendac schakelt nergens in dit proces de politie in of een dierenarts. Ook niet als de betreffende boer niet te bereiken is. In dergelijke gevallen vermeldt men in de brief dat de transportplanning er niet in geslaagd is om telefonisch contact op te nemen. Ook waarschuwt Rendac’s transportplanning niet per direct de NVWA; deze krijgt enkel een kopie van de brief aan de veehouder. Ook Rendac verzaakt daarmee als bedrijf haar wettelijke plicht om de nodige zorg te verlenen aan een hulpbehoevend dier.
Animal Rights zou via aangifte bij de politie of een handhavingsverzoek bij de NVWA kunnen afdwingen dat Rendac en haar chauffeurs bestraft worden voor het niet uitoefenen van de wettelijke zorgplicht en/of een dwangsom laten opleggen om herhaling hiervan te voorkomen; we hebben immers alle dossiers.
We gaan er echter van uit dat zowel Rendac als de NVWA in principe de situatie van levend aangeboden dieren ter destructie onwenselijk vinden en alleen een duwtje in de rug nodig hebben om uit hun lethargie te ontwaken en er ook daadwerkelijk iets aan te gaan doen. Dit is dat duwtje.
Animal Rights hoort graag van u wat uw plannen en initiatieven zijn om bij het levend aanbieden van een dier ter destructie er voor te zorgen dat er ook strafvervolging plaatsvindt.”
Er kwam geen antwoord. niet van Rendac en niet van de NVWA.
Op maandag 5 augustus kantelde rond 5u30 een vrachtwagen met 38 runderen in de Bosstraat in het Vlaams-Brabantse Bever. 123 De dieren waren op weg vanuit vanuit een veebedrijf in Namen naar slachthuis Adriaens-Vion, dat eerder dit jaar onder vuur kwam te liggen nadat Animal Rights aan het licht bracht dat structureel zieke en kreupele runderen getransporteerd worden naar dit slachthuis.
Animal Rights ging ter plaatse bij het ongeluk waarbij al minstens vier runderen om het leven kwamen. De dieren werden afgemaakt omwille van ernstige verwondingen. De brandweer probeert intussen zoveel mogelijk dieren levend uit het wrak te halen.
“De paniek bij de dieren moet enorm geweest zijn. De overlevende dieren – waarvan sommigen met ernstige verwonderingen – zaten vast in het wrak en moesten met lede ogen toezien hoe hun familieleden leden en stierven. Het meest droeve is misschien nog dat alle dieren in deze vrachtwagen al ten dode waren opgeschreven vanaf het moment dat ze geboren werden in de vleesindustrie,” zegt Animal Rights campagneleider Els Van Campenhout.
Toen Animal Rights arriveerde was 1 van de 2 aanhangers al leeggehaald en rechtop getakeld. De andere helft lag nog in de berm. De dieren werden 1 voor 1 uit de vrachtwagen gehaald.
Voor dieren die een transport ongeluk overleven is er zelden of nooit genade. Ze werden dan ook niet ‘gered’ na het ongeval, maar op een volgende vrachtwagen geladen voor een troosteloos bestaan in een stal of op weg naar een gewelddadige dood in het slachthuis.
De helft van de vrachtwagen die al was opgetakeld toen Animal Rights aankwam
Animal Rights ziet de transportongelukken, net als bijvoorbeeld de slachthuismishandelingen of de stalbranden, als bewijs dat de hele keten van de vlees-industrie door en door immoreel is. De dieren in de vee-industrie lijden van geboorte tot vreselijke dood.
Toekomst zonder dierenleed
Het is voor de dieren, maar ook voor het klimaat, de natuur, het milieu en de volksgezondheid, noodzakelijk dat er volop ingezet wordt op een eiwittransitie van vlees, zuivel en eieren naar plantaardige voeding. Want een toekomst zonder dierenleed begint op ons bord, door te kiezen voor heerlijke, plantaardige alternatieven.
De gekantelde vrachtwagen op de Bosstraat in Bever kostte het leven aan minstens 4 runderen
Varkensfabriek de ‘Knorhof’ van de beruchte ‘varkensbaron’ Adriaan Straathof brandde in de zomer van 2017 tot de grond toe af met tienduizenden varkens als slachtoffer en werd nooit herbouwd. Voor de herbouw van dit bedrijf aan de Burensewal 3 te Kapel Avezaath zijn tot op heden niet de vereiste vergunningen afgegeven. Sterker nog, de nog geldende omgevingsvergunningen worden actief ingetrokken door de provincie en het bestemmingsplan is gewijzigd door de gemeente.
Het bedrijf heeft nog wel een natuurvergunning. Animal Rights heeft om intrekking daarvan verzocht.
Omgevingswet Op 22 december 2009 heeft Gelderland aan “De Knorhof” nu zijnde Sebava B.V. een vergunning verleend ingevolge artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998. Op 22 februari 2024 heeft Animal Rights de provincie verzocht deze in te trekken op grond van de omstandigheid dat deze vergunning reeds 7 jaar niet meer wordt gebruikt en toekomstig gebruik ook zeer waarschijnlijk kan worden uitgesloten. Dit vanwege de intrekking van de omgevingsvergunningen door de provincie Gelderland en het wijzigen van het bestemmingsplan door de gemeente Buren.
Op basis van de Omgevingswet is de provincie bevoegd om om deze reden de vergunning in te trekken.
Habitatrichtlijn Tevens acht Animal Rights het nodig om de natuurvergunning in te trekken in het belang van de Habitatrichtlijn Op het moment dat het bedrijf onverhoopt toch wel de bedrijfsvoering weer kan opstarten en weer gebruik kan worden gemaakt van de natuurvergunning, zal dat resulteren in een feitelijke toename van stikstofdepositie. Immers, de bedrijfsvoering ligt al 7 jaar stil.
Voorgaande betekent, dat wanneer de vergunde activiteiten weer worden uitgevoerd, de activiteiten van het bedrijf verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen hebben voor omliggende Natura 2000-gebieden.
Veranderde omstandigheden Dat geldt des te meer nu de daadwerkelijk emissie als gevolg van de vergunde activiteiten vele malen hoger zal zijn dan waar in de verleende vergunning aan is getoetst. Immers, de activiteit was destijds ‘mogelijk’ gemaakt door toepassing van emissie reducerende technieken, zoals luchtwassers, waarvan inmiddels vast staat dat deze niet doen ‘wat ze beloven’.
Rechtbanken over heel Nederland, alsmede de Raad van State, hebben zich in dat kader veelvuldig uitgesproken dat twijfel bestaat over de juistheid van de emissiefactor voor emissiearme stallen in de varkenshouderij waarmee wordt gerekend.
Verantwoordelijkheid van de provincie Het is de verantwoordelijkheid van de provincie, als bevoegd gezag, om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de huidige veel te hoge stikstofdepositie op relevante Natura 2000-gebieden afneemt.
Intrekking van de vergunning is een relatief lichte passende maatregel, wanneer van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt. Het is bovendien de meest zekere passende maatregel.
De omstandigheden zijn sedert het tijdstip waarop de natuurvergunning is verleend zodanig gewijzigd, dat deze nu waarschijnlijk niet zou worden verleend, zeker niet zonder beperkingen of voorwaarden.
Update
Op 9 juli 2024 laat de provincie Gelderland aan Sebava weten dat ze besloten heeft de natuurvergunning van de ‘Knorhof’ voor het grootste deel in te trekken. 1 Er is in de eerste plaats geen omgevingsvergunning voor herbouw van de ‘Knorhof’ van de provincie. Ten tweede heeft de gemeente Buren het bestemmingsplan voor de locatie gewijzigd zodat er geen intensieve veehouderij meer mogelijk is, waardoor er ook geen gebruik meer kan worden gemaakt van de (veebezetting in de) natuurvergunning. Ten derde is het bedrijf verwoest, er worden al jaren geen dieren meer gehouden en de vergunning wordt al die tijd dus ook niet meer gebruikt. Dit is voldoende reden tot (gedeeltelijke) intrekking van de vergunning. Het deel van de vergunning dat in stand blijft, ziet alleen op het bemesten en beweiden van de gronden.
Tegen alle besluiten lopen diverse juridische procedures waarbij ook Animal Rights een vinger in de vegan pap heeft. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Op zaterdagochtend eerste kerstdag 25 december 2022 komt het nieuws naar buiten dat in een schuur aan de Sundertweg in Rhenen honderden varkens bewusteloos zijn geraakt nadat de ventilatie uitviel. 1 Uit de documenten die Animal Rights opvroeg, blijkt dat uiteindelijk 48 zwaardere varkens van de 700 aanwezige dieren het niet overleven. Ook voor de overige varkens moet het bewusteloos raken door verstikking, zonder een mogelijkheid tot ontsnappen, verschrikkelijk zijn geweest.
Om 8:30 komt de boer in de stal. Hier volgt zijn relaas:
”De lucht was niet fris. Ik schrok, kom in de eerste afdeling. Ik voelde erg warme lucht. De lucht was erg vochtig en bedompt. Het was mistig. Ik wist dat de ventilatie uit was. Direct alle andere afdelingen de deuren open. Toen naar buiten gelopen en de ventilatie op handbediend gezet op hand. Ik hoorde direct de ventilator aanslaan. Ik heb direct 112 gebeld. In verband met veiligheid ben ik niet in de stal gegaan.”
Rond 08.45 uur werd de brandweer opgeroepen voor ‘dier in problemen’. Hierop rukten de brandweer met meerdere voertuigen uit.
“Brandweer met perslucht naar binnen. Steun ventilatoren voor extra lucht. Politie gekomen en mij ondersteunt. Geen dierenarts aanwezig. Brandweer heeft geteld. Elektricien […] gekomen. Er moet een nieuwe frequentieregelaar op. Om 11-12 uur nog geweest. Ik hoorde ventilator. Mijn idee is dat hij direct na middernacht is gestopt. Ik heb zelf de frequentieregelaar met telefonische hulp gereset.”
Het is onduidelijk hoe lang de boer zich niet om de varkens heeft bekommerd. Om 11 uur ’s avonds komt hij nog langs de stal, maar gaat niet naar binnen; dat doet hij pas weer de volgende ochtend om half negen, maar vlucht na het openen van de afdelingsdeuren weer naar buiten.
”De varkens houd ik voor eigen rekening. Ik heb geen verstikkingsverzekering. Er zijn 45 varkens overleden, ca 205 euro per stuk, ca 110 kg”
De brandweer/NVWA komt tot 48 dode varkens. De stal bestaat uit 7 afdelingen in afdeling 4 zijn 13 varkens overleden, in afdeling 3 35.
De omgevingsdienst
De 7 afdelingen met varkens zijn aangesloten op een centraal ventilatiesysteem met afzuiging door 3 ventilatoren, aangestuurd door die ene frequentieregelaar. De ventilatielucht wordt door een luchtwasser naar buiten geblazen.
De Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) vroeg bij het bedrijf de monitoringsgegevens van de luchtwasser van de maand december 2022 op. Hierin wordt onder andere ieder uur het drukverschil vastgelegd tussen de drukkamer – de ruimte voor de luchtwasser waar de lucht tot rust moet komen om zich zo optimaal mogelijk te verdelen over het filterpakket van de luchtwasser – en de buitenlucht. In deze gegevens is te zien dat op zaterdagavond tussen 19:26 en 20:26 de druk is weggevallen en niet na middernacht, zoals de boer inschat. Daarnaast lijkt het dat de ventilatie na het drama op zaterdag, ook zondagmiddag nog niet goed was ingeregeld.
De installateur
Op 10 januari 2023 stelt de installateur van het ventilatie- en alarmeringssysteem een rapport op:
”1e kerstdag hebben we telefonisch een storingsmelding ontvangen […] dat de ventilatie was uitgevallen bij de varkens. De installatie was door de klant al in noodbedrijf gesteld door de overbruggingsschakelaar van de frequentieregelaar om te zetten. [De boer] gaf aan dat de frequentieregelaar in storing stond en de ventilatie niet liep. De rode storingsmelding brandde ook en hij kreeg de regelaar niet direct gereset. Na aanhoren van de situatie hebben wij de klant geholpen met het resetten en terug in bedrijf stellen van de frequentieregelaar waarna de gehele installatie weer terug kon in de automatische bedrijfsstand.”
Wat de storing inhield of waardoor deze werd veroorzaakt, wordt nergens gemeld, of naar gevraagd.
Later gaat het elektrotechnisch bedrijf langs bij de boer. Op 28 december had de NVWA hen al gevraagd om naast een reparatie- c.q. storingsverslag ook een uitlezing/uitdraai te ontvangen van logboek, instellingen, alarmmeldingen, etc van het alarmsysteem, de klimaatregelaar en de frequentieregelaar. De reactie van het bedrijf is summier: “Het uitlezen van de logboeken was niet mogelijk, omdat de huidige alarmapparatuur niet beschikt over loggegevens en/of alarmgeschiedenissen.”
Naast het vervangen van de frequentieregelaar adviseert de installateur ook om de alarmkiezer in te bouwen in een IP66 dichte slagvaste omvatting voor bescherming tegen vervuiling, extra ventilatie bij te maken in de besturingskast voor meer koeling en dus meer bedrijfszekerheid, vervangen van de accu’s in de alarmapparatuur voor optimale capaciteit en betrouwbaarheid en controleren van alarmlussen en instellingen voor optimale zekerheid.
Op de foto’s die onderdeel uitmaken van de documenten die Animal Rights opvroeg, valt te zien dat de onderdelen van het klimaatregel- en alarmeringssysteem los in een gang van het bedrijf hangen en vies zijn. Ook de elektrische bekabeling ziet er niet bepaald professioneel aangelegd uit.
De ventilatie valt uit tussen 19:26 en 20:26
Vies en stoffig: de alarminstallatie
Alarmering klimaatcontrole
De frequentieregelaar die faalde met slordig afgewerkte bekabeling
De Octalarm alarmkast
Ingestelde alarmen voor hoge en lage temperaturen
NVWA-onderzoek – hoe werkt(e) het alarmsysteem?
Bij ”Opmerkingen geïnspecteerde”, de varkensboer dus, in het ‘verificatieverslag’ staat onder andere: ”Doordat de frequentieregelaar weigerde, viel de ventilatie uit. Het octalarm heeft geen alarm door gebeld. Het contact met de GSM-kaart was mogelijk vuil. Ik had recent voor dit voorval mijn alarm nog gecontroleerd en dit functioneerde prima. Smorgens waren er ongeveer 48 zware varkens dood. De frequentieregelaar is vervangen en het octalarm is aangepast.”
Maar klopt die lezing over de alarmering wel?
De eindconclusie van de NVWA echoot die van de varkensboer: “[d]oor een storing in de frequentieregelaar van de ventilatoren viel de ventilatie uit. Door een storing in de telefoondoorkiezer, mogelijk contactverlies met de GSM-kaart, heeft betrokkene geen alarm ontvangen.”
Dat eerste punt is duidelijk: falende frequentieregelaar, geen ventilatie, varkens raken bewusteloos en 48 van hen stikken; maar bij het verhaal over de alarmering zijn kanttekeningen te plaatsen.
Er lijkt automatisch vanuit te worden gegaan dat er een alarm gegenereerd is, maar niet doorgegeven. Dat lijkt niet controleerbaar omdat de installateur aangeeft dat “de huidige alarmapparatuur niet beschikt over loggegevens en/of alarmgeschiedenissen.”
Eén verzoek van de NVWA op 28 december die de installateur op 10 januari niet beantwoordt, is een “Korte beschrijving van alarmingangen en beschrijving van de alarmuitgangen”.
Men laat in het ‘verificatieverslag’ in het midden wat dan precies de bron is die het alarm had moeten ‘triggeren’. Het is duidelijk dat de frequentieregelaar alarm gaf; dat geeft een rood ledje en mogelijk een lokaal piepje, maar nergens wordt vermeld of dat alarm verbonden is met de Octalarm-kast, die een alarm doorgeeft aan de GSMs, in dit geval die van de varkensboer en zijn schoonzoon.
De foto van de Octalarm kast is niet de meest duidelijke en deze is ook nog eens vies, maar aan de leds te zien heeft deze slechts één digitale ingang. Omdat uit een document uit de Woo blijkt dat het Octalarm getest wordt door de stekker uit het stopcontact te trekken, zou dat de alarmering voor (volledige) stroomuitval kunnen zijn. Daarvan was echter geen sprake; er was stroom, alleen de frequentieregelaar faalde.
De enige andere alarmering die in de documenten vermeld wordt, is de temperatuuralarmering voor afdeling 3, laag: 17,9 °C, hoog: 30,9 °C. In het document ‘Samenvatting incident’ wordt gezegd: ”Klimaatalarmen worden doorgegeven naar een Octalarm B2.” Daar zal de hoge en lage temperatuuralarmering mee bedoeld worden. Vervolgens zegt de samenvatting: “De ventilatie in alle afdelingen was verstoord. Door een hogere temperatuur ging het alarm van de klimaatregelaar af. Het Octalarm kreeg een melding. Het Octalarm belde niet uit.”
Hoe weet deze inspecteur dat? In hetzelfde document onder het kopje ‘onderzoek’ staat onder andere: “Logboek gegevens van de klimaatcomputer waren gewist.” En: ”Logboekgegegens Octalarm worden door installateur veilig gesteld.” Deze inspectie was op 27 december 2022. Op 10 januari 2023 meldt de installateur: “Het uitlezen van de logboeken was niet mogelijk, omdat de huidige alarmapparatuur niet beschikt over loggegevens en/of alarmgeschiedenissen.” Hoe weet de inspecteur dan dat er een hoge temperatuur alarm is geweest en dat deze is doorgegeven aan het alarmsysteem? Dat lijkt een aanname te zijn geweest, geen vastgesteld feit.
Omdat het eerste kerstdag was, is het goed mogelijk dat de temperatuur-alarmgrens van bijna 31 °C nooit bereikt is. Dit klimaatregelsysteem van Hotraco lijkt ook het enige dat gekoppeld is aan de externe zoemer, en niet de Octalarm. In de samenvatting staat dan ook: ”Dit Octalarm heeft een mogelijkheid tot alarm met een zoemer. Deze was niet hoorbaar bij een alarmtest.”
Uit deze (beperkte) informatie valt de conclusie te trekken dat het uitvallen van de ventilatie helemaal niet gealarmeerd was en de wel aanwezige alarmering niet kundig getest werd.
Uit de ‘samenvatting’ blijkt hoe op dit bedrijf het alarm werd getest: ”Hij testte dit Octalarm maandelijks door de stekker van het Octalarm uit het stopcontact te trekken. Hij kreeg altijd melding op zijn GSM.” Dit is natuurlijk geen test van de alarmering voor het uitvallen van de ventilatie; op deze wijze test je alleen of de alarmering via GSM werkt als de stroom naar de alarmkast uitvalt.
Overtredingen
Op 19 september 2023, dus 9 maanden na de verstikking, wordt door de NVWA een ‘Rapport Welzijn Varkens SPEC’ opgesteld gebaseerd op de inspectie van 27 december 2022, waaraan gerefereerd wordt als het ‘verificatieverslag’. Er worden twee overtredingen vastgesteld:
”Door storing in de regelaar van de ventilator was de ventilatie uitgevallen en door storing in de telefoondoorkiezer was het alarm niet doorgemeld. 48 van de ongeveer 700 dieren waren overleden. De storing was incidenteel, de gevolgen waren zwaar.” Dit is in strijd met artikel 2.5, vierde lid, van het Besluit houders van dieren: “De luchtcirculatie, het stofgehalte van de lucht, de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de gasconcentraties in de omgeving van het dier zijn niet schadelijk voor het dier.”
”Door storing in klimaatregeling en storing in telefoondoorkiezer was ventilatie uitgevallen en geen alarm doorgemeld. 48 van de ongeveer 700 dieren waren overleden. De telefoondoorkiezer werd regelmatig getest en voor het incident nog recent in goede orde getest.” Dit is in strijd met artikel 2.5, zesde lid van Besluit houders van dieren: “Indien het ventilatiesysteem, bedoeld in het vijfde lid, uitvalt, treedt een alarmsysteem in werking.”
Animal Rights ziet nog wel meer overtredingen:
De varkenshouder heeft zonder redelijk doel bij 700 dieren pijn of letsel veroorzaakt dan wel de gezondheid of het welzijn van deze dieren benadeeld. Dit is een overtreding van artikel 2.1, eerste lid van de Wet dieren.
De varkenshouder heeft 700 dieren de nodige verzorging onthouden door de dieren niet de beschikking te geven over voldoende verse lucht en zuurstof. Dit is een overtreding van artikel 2.2, lid 8 van de Wet dieren.
De varkenshouder had er voor dienen te zorgen dat de varkens voldoende verse lucht of zuurstof kregen. Door dit niet te doen heeft de varkenshouder artikel 1.7, aanhef en onder g van het Besluit houders van dieren overtreden.
De stal van de varkenshouder, wiens 700 dieren voor hun gezondheid en welzijn afhankelijk waren van een kunstmatig ventilatiesysteem, diende over een passend noodsysteem te beschikken voor het geval dat het hoofdsysteem zou uitvallen. Een dergelijk noodsysteem was duidelijk niet aanwezig, want de varkens zijn bewusteloos geraakt en 48 dieren zijn gestikt. Op het moment dat de boer ’s ochtends merkt dat de ventilatie niet draait, opent hij alle deuren naar de afdelingen. Dit is natuurlijk geen noodsysteem. Uit het verslag van de boer en uit de persberichten blijkt dat de brandweer extra ventilatoren liet aanrukken. Er was dus geen functionerend noodsysteem aanwezig. Het ontbreken van een functionerend noodsysteem is in strijd met artikel 2.5, vijfde lid van het Besluit houders van dieren.
De varkenshouder is verplicht om over een alarmsysteem te beschikken dat bij uitval in werking treedt en hij dient dit systeem regelmatig te testen. We weten uit het dossier dat het systeem niet naar behoren gefunctioneerd heeft, want de boer werd niet gealarmeerd bij het uitvallen van de ventilatie. Dit is een overtreding van artikel 2.5, zesde lid van het Besluit houders van dieren. Verder blijkt uit het dossier dat het alarm getest werd door de stekker uit het stopcontact te trekken; dat is testen op uitvallen van stroom, niet op uitvallen van ventilatie. Er is dus niet getest of er alarmering optreedt bij het uitvallen van de ventilatie. Dit is een overtreding van artikel 2.5, zesde lid van het Besluit houders van dieren. Het document ‘Samenvatting incident’ suggereert dat het alarm getriggerd wordt door een te hoge temperatuur in de stallen. Dit is geen alarmering van het uitvallen van de ventilatie, maar een indirecte alarmering: doordat de ventilatie uitvalt, kan de temperatuur in de stallen stijgen boven de ingestelde alarmwaarde van 30,9 °C. Het was echter eind december en die temperatuur werd mogelijk nooit bereikt (7,5 °C gevoelstemperatuur, geheel bewolkte dag). Dit is een overtreding van artikel 2.5, zesde lid van het Besluit houders van dieren. De alarmapparatuur hing zonder bescherming van een omkasting in het bedrijf en ziet er vervuild uit op de gepubliceerde foto’s. Ook in het advies van de installateur wordt hieraan gerefereerd. De aangedragen oorzaak voor het niet werken van de alarmering, dat het contact met de GSM-kaart mogelijk vuil was, lijkt daar een logisch gevolg van. Ook dit is nalatig. Dit is een overtreding van artikel 2.5, zesde lid van het Besluit houders van dieren.
Wel of geen Proces-Verbaal?
Bij ”Opmerkingen inspecteur” staat onder andere: ”Er is een Proces-Verbaal aangezegd. In overleg met de projectgroep werd dit in de wacht gezet. Later diende dit PV als nog opgemaakt te worden.” De communicatie over wel of geen PV ontbreekt in de documenten die aan Animal Rights verstrekt werden en daarmee de motivering van het uiteindelijke besluit: ”Uiteindelijk is besloten om deze zaak niet strafrechtelijk op te pakken. Om deze reden is er geen proces-verbaal opgemaakt en dus ook niet aangetroffen bij de verzamelde documenten. “ Animal Rights maakt daarom bezwaar tegen het Woo-besluit.
Animal Rights ontdekte recent dat het OM ergens tussen november 2022 en mei 2023 nog vijf vergelijkbare zaken seponeerde. Dit ondanks verhoren, processen verbaal en tenlasteleggingen. Animal Rights heeft tegen deze gang van zaken een klacht ingediend.
Update
Na het besluit op het informatieverzoek via de Woo zat Animal Rights nog met een aantal vragen en diende bezwaar in op 3 augustus 2024: “In docnr 12 wordt gezegd: “Er is een Proces-Verbaal aangezegd. In overleg met de projectgroep werd dit in de wacht gezet. Later diende dit PV als nog opgemaakt te worden.” Ook in het Woo-besluit staat bij ‘Contextinformatie’: “In het document met nummer 12 wordt een proces-verbaal aangezegd. Uiteindelijk is besloten om deze zaak niet strafrechtelijk op te pakken. Om deze reden is er geen proces-verbaal opgemaakt en dus ook niet aangetroffen bij de verzamelde documenten.“ Over wel of geen pv, wel of geen strafrechtelijk oppakken, moet dus gecommuniceerd zijn binnen de NVWA en tussen de NVWA en het OM/FP/IOD/etc, met een motivering waarom gekozen werd voor geen pv en geen strafrechtelijk oppakken. Deze communicatie ontbreekt in de stukken.”
“In docnr 1 worden door de NVWA een aantal belangrijke vragen gesteld aan het electro technisch buro dat de klimaat- en alarmeringsinstallatie heeft geïnstalleerd en gereset/gecontroleerd na de verstikking. In docnr 9 worden deze slechts voor een deel beantwoord. Een vraag die niet beantwoord wordt en belangrijk is voor de beoordeling van de zaak is: “Korte beschrijving van alarmingangen en beschrijving van de alarmuitgangen.” Ik mag toch aannemen dat de NVWA hier op doorgevraagd heeft? Ook deze documenten ontbreken.”
De antwoorden volgen pas op 20 januari 2025, een jaar na het indienen van dit zeer beknopte informatieverzoek: “De inspecteur die bij deze casus betrokken is geweest heeft mij desgevraagd laten weten dat hierover verder geen andere documenten bij de NVWA aanwezig zijn dan de documenten die tot nu toe aan u zijn verstrekt. Hij gaf aan deze zaak destijds voortvarend te hebben opgepakt en vrijwel direct zijn onderzoek te zijn gestart naar dit incident. Omdat onduidelijk was welk beleid gevolgd moest worden, is deze casus toen voorgelegd aan de Projectgroep. In afwachting van de Projectgroep is deze zaak heel lang stil blijven liggen. Daarna is de zaak eigenlijk niet meer opgepakt. Er zou een pv opgemaakt moeten worden, maar het is de inspecteur nooit duidelijk geworden waarom dat in dit specifieke geval moest. Dit is uiteindelijk nooit gebeurd. De inspecteur is hier zelf ook verder niet meer achteraan gegaan. Dit is de reden waarom verdere (schriftelijke) communicatie over de afhandeling van deze specifieke casus ontbreekt.”
“De inspecteur gaf desgevraagd aan dat het klopt dat hij hierover geen documenten heeft ontvangen. Hij is later nog een keer de stallen ingegaan, samen met de veehouder, en heeft toen de alarmingangen en alarmuitgangen zelf beoordeeld/geïnspecteerd (hij heeft een goede basiskennis van alarmen en weet vanuit zijn verleden veel van klimaatsystemen en klimaatbeheersing). Dit is de reden dat hij hier ook geen verdere navraag meer over heeft gedaan bij het betreffende buro.”
Animal Rights is verbolgen over het feit dat de onderzoeken van de NVWA naar de verschillende verstikkingsgevallen stranden in het bureaucratische moeras van deze organisatie. We gaan kijken hoe we dit vlot kunnen trekken.
Apen bedoeld voor laboratoria in heel Europa komen sinds 2023 voornamelijk de EU binnen via Zaventem-Brussels Airport. Dit blijkt uit officiële gegevens die Animal Rights opvroeg bij de Europese Commissie. In totaal gaat het sinds juli 2023 tot midden 2024 om 46 vluchten en in totaal ten minste 4.056 Java- en resusapen. Het merendeel van de vluchten is afkomstig uit Mauritius. Daarnaast kwamen er een 8-tal vluchten uit Vietnam.In vele gevallen worden ze vervoerd door Poolse cargo-maatschappij SkyTaxi.
Een vlucht van Mauritius naar Brussel duurt tussen de 11 en 14 uur. Vanuit Vietnam naar Brussel kunnen de apen wel 14 tot 18 uur onderweg zijn. Al die tijd brengen de apen doodsbang en gestrest door in kleine kratten gepropt, meestal vier per krat. En het stopt niet met de vlucht en wachtruimtes op vliegvelden. De apen worden op een volgend transport geladen of vervolgen het traject over de weg.
Rowena Vanroy, Animal Rights: “Nog slechts een handvol luchtvaartmaatschappijen en luchthavens is bereid om medeplichtig te zijn aan het misbruiken van apen. Zaventem-Brussels Airport is er een van.”
Een belangrijke factor daarin is dat Air France op 30 juni 2022 aankondigde te zullen stoppen met het transport van apen voor de proefdier industrie, zodra hun contractuele verplichtingen met onderzoeksinstellingen en apenhandelaren afliepen. De proefdierindustrie werd gedwongen om over te schakelen op vliegtuigmaatschappijen als SkyTaxi, gevestigd op Wroclaw Airport in Polen met een vloot van drie Boeing 767 vrachtvliegtuigen, de Letste luchtvaartmaatschappij SmartLynx Airlines met thuisbasis in Riga en negen Airbus A320-200 en één Airbus A321-200, of Air Master uit Cairo.
Een goede illustratie van deze omschakeling zijn de transporten van makaken van apendealers Nafovanny in Vietnam en Bioculture en Noveprim op Mauritius naar het Spaanse apenconcentratiekamp Camarney. Tot 2023 kwamen de apen aan op Parijs Charles de Gaulle vanuit Ho Chi Minh-stad (AF253) en Mauritius (AF473). De laatste vlucht met Air France met 116 makaken bestemd voor Camarney van Mauritius naar Parijs vond uiteindelijk plaats op 19 juni 2023.
Op 16 augustus 2023 ging de eerste SkyTaxi vlucht met apen bestemd voor Camarney via Brussel. De dertigste van die maand vloog SkyTaxi nog eenmaal naar Parijs en op 31 oktober en 2 november landden er vluchten met apen in Barcelona, maar vanaf 15 november 2023 tot en met 7 augustus 2024 reisden alle Camarney makaken – 941 makaken op 5 vluchten, 1 uit Vietnam en 4 van Mauritius – via Brussel.
Maar Zaventem is niet alleen de toegangspoort naar Europa voor makaken voor het Spaanse Camarney. Ook Labcorp importeert makaken uit Vietnam via Brussel voor haar vestigingen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.
Daarnaast fungeert Brussel als doorvoerhaven voor makaken uit Vietnam en Mauritius naar Amerikaanse importeurs als Valley Biosystems, LC Preclinical Research en BC US LLC – Bioculture.
Tussen januari en oktober 2025 kwamen maar liefst 2.229 makaken aan op Zaventem-Brussels Airport. Weinigen van hen zullen een lang leven beschoren zijn in de martelkamers van Europese en Amerikaanse laboratoria.
Vanroy: “Terwijl dierproeven en zeker die op apen een belangrijk maatschappelijk onderwerp zijn, weigert de Nederlandse overheid om openheid te geven over dierproeven en de handel in proefdieren en stelt ze alles in het werk om de paar bedrijven die profiteren van het mishandelen van apen te beschermen tegen openbaring van dit misbruik.”
Kom in actie
Trek je je het lot van de apen aan en wil je helpen?
Schrijf naar SkyTaxi om hen op te roepen te stoppen met het vervoer van proefapen, zoals al zo veel luchtvaartmaatschappijen voor hen hebben gedaan. Je vindt hieronder een voorbeeldbrief.
To whom it may concern:
We are writing to you regarding your involvement in the cruel business of transporting long-tailed macaques, dogs and other animals to be experimented on at European laboratories. SkyTaxi is one of the few airlines involved in this unethical and anti-scientific industry of animal testing, and we want to urge you to please reconsider your position as an accomplice in the abuse and trade of animals.
Beyond the indisputable ethical issues of torturing and killing these animals, the results obtained from these experiments are meaningless for humans. The situation is especially critical for long-tailed macaques as in 2022, the IUCN classed this species as endangered in the red list. Despite this, the animal testing industry keeps massacring these animals by the thousands with the complicity of airlines like yours; even though cases of irregularities, fraud, illegal capturing and trafficking are regularly brought to light.
The public is not only getting more aware of the truth behind animal testing, this horrendous trade of lives and the conditions these animals are put through during these journeys but also realising the health risk these transports pose as long-tailed macaques are natural hosts of grave zoonotic diseases, putting the health of lots of people at risk, primarily your workers.
I am asking you to seriously reconsider your role in this cruel business and stop being responsible for posing so many risks to public health and preventing science from developing non-animal methods and human-relevant research.
We hope to hear from you soon regarding this important and urgent matter.
Kind regards
Een SkyTaxi-vlucht met een vracht van honderden Java-apen uit Mauritius
Een SkyTaxi-vlucht met een vracht van honderden Java-apen uit Mauritius