Nadat het Hof van Cassatie op 11 juni 2024 de schandalige uitspraak deed dat organisaties zoals Animal Rights geen belanghebbende zijn in rechtszaken waarbij dieren mishandeld worden, riep de dierenrechtenorganisatie politici op om hun verantwoordelijkheid op te nemen en een wetswijziging door te voeren om dit in de toekomst te gaan voorkomen.
Animal Rights schreef in de ochtend van 10 juli 2024 enkele politici, waaronder Ben Weyts en Meyrem Almaci, een e-mail met de volgende boodschap:
Geachte minister Weyts, geachte politici
Zoals jullie allen waarschijnlijk vernomen hebben, is er gisteren in de media heel wat verschenen over het onbegrijpelijke arrest van het Hof van Cassatie dat op 11 juni van dit jaar uitgesproken werd.
Een wetswijziging is dan ook aan de orde, zodat dierenrechtenorganisaties kunnen blijven opkomen voor dieren in de rechtbank. Wij hopen ten zeerste dat we op onze politici kunnen rekenen om deze belangrijke wijziging binnenkort door te voeren met de nieuwe regering.
Hieronder kunnen jullie alle artikelen in de media vinden en in bijlage een artikel over het arrest dat eerder verscheen in de juristenkrant.
Politica Meyrem Almaci liet ons al snel na het mailtje weten dat ze bezig zijn met een nieuw wetsvoorstel en zal ons op de hoogte houden.
Ook juridische wereld bekritiseert het arrest
Op 9 juli verscheen in De Standaard een artikel over het arrest, waarbij Animal Rights aan het woord kwam. Daarnaast kwamen juridische experten aan het woord die het arrest openlijk veroordeelden:
Juriste Paulien Christiaenssen van de KU Leuven reageerde: “Tot nu konden Gaia en Animal Rights zich moeiteloos burgerlijke partij stellen in rechtszaken rond dierenmishandeling. Dat gebeurde ook vaak. Cassatie heeft daar nu genadeloos komaf mee gemaakt. De gevolgen zijn voor mij juridisch onaanvaardbaar en ongrondwettig. Als we inbreuken op dierenwelzijn willen aankaarten, zijn we in grote mate afhankelijk van dierenrechtorganisaties. Zij treden op als waakhond, voor de overheid is dierenwelzijn niet altijd een prioriteit.”
En rechtswetenschapper Simon Van Eekert van de KU Leuven zei daarover: “Milieuverenigingen dienen een algemeen belang: ze strijden voor biodiversiteit of de kwaliteit van lucht en water. Opdat ze naar de rechter kunnen stappen voor inbreuken tegen de milieuwetgeving, maakt een internationaal verdrag – het Verdrag van Aarhus – voor hen een uitzondering. Het is al controversieel dat de rechter stelt dat een dierenrechtenvereniging geen milieuvereniging is en zich dus niet op dat verdrag mag beroepen. Maar sinds 2018 staat ook letterlijk in de wet dat verenigingen die ‘opkomen voor fundamentele vrijheden en rechten gewaarborgd in internationale verdragen’ rechtszaken in een algemeen belang mogen aanspannen om die algemene doelen te bereiken. Het Hof van Cassatie interpreteert die wet van 2018 nu zo restrictief dat dierenorganisaties daar alsnog buiten vallen.”
Juridische tijdlijn
Samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen die vooraf gingen aan het arrest van het Hof van Cassatie
Op 11 september 2017 bracht Animal Rights schokkende beelden naar buiten uit het runderslachthuis te Izegem. Op de beelden is te zien hoe werknemers runderen systematisch mishandelden met de elektrische prikkelaar en stokslagen gaven en één stier werd zelfs anaal gepenetreerd. De bedwelming ging regelmatig mis, de dieren zagen hoe hun soortgenoten opgetakeld werden en meerdere runderen werden bij volle bewustzijn de keel doorgesneden.
Animal Rights diende meteen een klacht met burgerlijke partijstelling in tegen het slachthuis Verbist Izegem en tegen de zaakvoerder wegens dierenmishandeling.
Na vier jaar juridische strijd, werd het slachthuis op 22 maart 2021 vrijgesproken voor dierenmishandeling, maar wel veroordeeld voor inbreuken op hygiëne. De rechtbank in Ieper weigerde de beelden van Animal Rights uit het slachthuis van Izegem als bewijs te accepteren omdat ze verkregen zijn zonder toestemming en daardoor inbreuken op de privacywetgeving zouden vormen.
Animal Rights ging daarop in beroep tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg.
Op 20 oktober 2023 kreeg Animal Rights dan toch gelijk toen het Hof van Beroep een historische uitspraak deed, waarbij slachthuis Verbist schuldig werd bevonden aan grove dierenmishandeling op basis van de onthullende undercoverbeelden van Animal Rights.
Het Hof weerlegde het eerdere privacy-oordeel en erkende de legitieme rol van undercoveracties in het blootleggen van misstanden. Bovendien bevestigde het Hof dat slachthuis Verbist nalatig was in het waarborgen van het welzijn van de dieren tijdens het doden en gerelateerde activiteiten, het opstellen van passende werkmethoden en het implementeren van effectieve monitoringprocedures.
Het Hof van Beroep zei daarbij letterlijk: “Er is sprake van grove schending van het dierenwelzijn, waarbij de te slachten dieren als dode, gevoelloze voorwerpen op brutale wijze werden behandeld. Dat dieren wezens met gevoelens zijn en zij fysiek en psychisch kunnen lijden, werd op manifeste wijze miskend.”
Zoals Animal Rights verwachtte hadden zowel slachthuis Verbist als de eigenaar Verbist op 7 december 2023 een cassatieberoep ingediend bij het Hof van Cassatie. Animal Rights heeft daarom ook een cassatie advocate ingehuurd om dit horrorslachthuis voor eens en altijd veroordeeld te krijgen voor grove dierenmishandeling.
Op 11 juni 2023 volgde de uitspraak van het Hof van Cassatie: daarbij volgde het Hof de absurde redenering dat Animal Rights niet voor dieren mag opkomen in de rechtbank, waarvan de dierenrechtenorganisatie geen eigenaar is en dat alleen de eigenaar van de dieren hierbij ‘te lijden’ zou hebben en klacht zou kunnen indienen. Dat betekent concreet dat dierenmishandeling bij dieren die een wettelijke eigenaar hebben (in dit geval was dit het slachthuis) gewoon kan gebeuren en dat de hoogste rechtbank van het land hier de ogen voor sluit.
Het Hof van Cassatie vernietigde daarmee de eerdere uitspraak van het Hof van Beroep van Gent en stuurt de zaak nu door naar het Hof van Beroep Antwerpen. De openingszitting vond plaats eind september 2024 en het arrest staat gepland op 5 februari 2025.
Van Campenhout: “Wat eigen is aan alle rechtszaken die Animal Rights voert, is dat dierenmishandelaars in de rechtbank alle soorten argumenten gaan aanhalen – gaande van privacy, het wijzen met de vinger naar de klokkenluider, tot ons grondwettelijke recht om te mogen opkomen voor dieren in de rechtbank – zodat er zo weinig mogelijk gepraat wordt over het vreselijke leed dat de dieren is aangedaan.”
Animal Rights blijft zich echter inzetten voor toegang tot de rechtbank, zodat de allerzwaksten in onze maatschappij gehoord kunnen worden en ook zij gerechtigheid in de rechtbank kunnen krijgen.
Op 19 juni 2024 vernam Animal Rights van het Functioneel Parket te Zwolle, dat de zaak waarvan zij op 17 juli 2023 aangifte had gedaan, ten aanzien van alle betrokkenen zou worden geseponeerd. Het gaat hier om de laffe moord op een wolf in Wapse. Animal Rights heeft inmiddels een klacht ingediend op grond van artikel 12 lid 2 Sv.
Artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering geeft belanghebbenden de mogelijkheid een klachtprocedure te starten om een zaak die is geseponeerd, of afgedaan met een transactie of strafbeschikking, alsnog voor de rechter te brengen. In dit geval is het aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om de klacht inhoudelijk te behandelen en te besluiten of het OM alsnog tot vervolging over moet gaan.
In verband met de burgemeester en de loco-burgemeester, die het besluit namen, en de politieagent die de executie uitvoerde, heeft het Openbaar Ministerie (OM) blijkens de sepotbrief overwogen dat deze personen strafrechtelijke immuniteit toekomt.
De tekst van artikel 175 Gemeentewet luidt: “In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht.” Animal Rights benadrukt dat er geenszins sprake was van een gevaarlijke situatie, zeker niet vanaf het moment dat de wolf zich verscholen hield onder de zonnepanelen. Hierdoor kan er geen sprake zijn van strafrechtelijke immuniteit op grond van artikel 175.
Onduidelijke juridische situatie
Het OM weet dat natuurlijk ook wel en geeft daarom aan dat ook in geval voornoemden géén strafrechtelijke immuniteit toe zou komen, zij de zaak jegens deze beklaagden zou seponeren in verband met de grote onduidelijkheid omtrent de juridische situatie.
Zelfs als daarvan sprake zou zijn, gaf de situatie geenszins aanleiding tot de genadeloze executie van de wolf. De wolf was ingesloten (tegen het advies van de politie in) en verschool zich onder een zonnepaneel.
In tegenstelling tot hetgeen het OM beweert was er volgens Animal Rights geen enkele onduidelijkheid over de juridische situatie. De Gemeente Westerveld wist dat het (juridisch) uitgangspunt is dat het afschieten van een wolf, als strikt beschermde diersoort, uitsluitend in zeer uitzonderlijke omstandigheden überhaupt aan de orde kan zijn.
Daarbij waren er op het moment van het incident al meerdere uitgewerkte protocollen voorhanden. Ondermeer het ‘Interprovinciaal Wolvenplan’, de fact-finding study ‘De wolf terug in Nederland’ en de juridische analyse ‘De juridische bescherming van de wolf in Nederland en in een aantal andere Europese landen’ vormen de basis voor het provinciaal wolvenbeleid.
In het Interprovinciaal Wolvenplan d.d. 24 januari 2019 (dus ruim voorhanden voor de executie) staat op pag. 16 bij ‘4.4.1.3 Ingrijpen bij wolven in Nederland’ en vooral in tabellen 1a/b/c hoe situaties in te schatten en welke maatregel daarbij passen. In het hoofdstuk staat verder wie bevoegd is en wat tot de mogelijkheden behoort.
In het document ‘De juridische bescherming van de wolf in Nederland en in een aantal andere Europese landen’ d.d. 24 september 2021 (dus ook ruim voor de executie voorhanden) wordt dat nog verder uitgewerkt.
Van de gemeente Westerveld mag worden verwacht dat zij zich van dergelijke informatie had voorzien.
Bovendien is gebleken dat de gemeente Westerveld zich pas ná het onomkeerbare handelen is gaan bekommeren om de vraag of het doodschieten juridisch gezien wel mocht. De suggestie van het OM, dat de gemeente Westerveld zich voor een juridische ingewikkelde kwestie gesteld voelde, berust dan ook op een veronderstelling die onjuist is.
Gebrek aan bewijs
Met betrekking tot de dierhouder en zijn zoon heeft het OM overwogen dat deze zaak geseponeerd dient te worden aangezien er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs jegens deze beider beklaagden zou zijn.
Animal Rights acht die stelling verre van geloofwaardig. Niet alleen waren er tenminste vijf personen (en daarmee getuigen) aanwezig, waaronder notabene een bevoegd opsporingsambtenaar van de politie, ook zouden er, volgens de berichten, camerabeelden moeten zijn geweest.
Onnavolgbaar is de stelling van het OM dat weliswaar kan worden bewezen dat de wolf gevangen is gehouden en dat de wolf is geslagen, maar niet kan worden “bewezen dat de verdachten de wolf zodanig hebben verstoord dat dit een overtreding van de (oude) Wet Natuurbescherming oplevert.”
Animal Rights ziet dan ook geen reden om de zaak jegens deze twee beklaagden te seponeren met de stelling dat zij de situatie – in woorden van het OM – niet bewust hadden opgezocht en slechts werden geconfronteerd met de situatie en daarmee sprake zou zijn van een te geringe strafwaardigheid. Door het advies van de politie te negeren en eigenhandig de wolf actief op te zoeken om deze te slaan, hebben beklaagden willens en wetens de situatie onnodig opgezocht en laten voortduren.
Moes
Een zesde beklaagde, een notoire wolfhater, wordt niet genoemd in de sepotbeslissing, hetgeen bij Animal Rights de vraag oproept of het onderzoek jegens deze beklaagde überhaupt is opgestart. Animal Rights meent dat dit alsnog zou moeten gebeuren en verwijst daarvoor naar haar aangifte.
Afrastering was niet wolfwerend
Volledigheidshalve merkt Animal Rights nog op dat het OM in haar sepotbrief telkens spreekt van een wolf binnen een wolfwerend raster. Animal Rights bestrijdt dit ten zeerste; zoals uit beelden van RTV Drenthe blijkt, was de wolf haast van een trappetje (een stapel stenen) voorzien om het terrein binnen te komen.
Onafhankelijke rechtspraak van groot maatschappelijk belang
Er is in de media veel te doen om de komst van wolven naar Nederland. Hoewel Animal Rights van oordeel is dat deze verrijking van de biodiversiteit het verdedigen waard is, weet ook zij van de negatieve reacties en daarmee de politieke, maatschappelijke en juridische gevoeligheid van de kwestie. Om die reden acht zij tussenkomst van onafhankelijke rechtspraak van groot maatschappelijk belang. Onwenselijk is de beschreven situatie waarin voorhanden zijnde protocollen links blijven liggen, experts niet worden geraadpleegd en gemeentes of politieagenten naar eigen goeddunken handelen.
Hoogleraar in de Algemene Rechtswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, prof. dr. mr. Brouwer zei hier publiekelijk over: ”Ik denk wel dat er een signaal moet uitgaan van de eventuele strafzaak waarin de strafrechter laat zien: denk erom dat het niet nog eens gebeurt, want er is geen wettelijke basis voor een optreden van de politie onder leiding van de burgemeester”
Het gerechtshof dient nu te beslissen of het OM deze zaak alsnog voor de rechter moet brengen. Dat lijkt Animal Rights vanzelfsprekend.
Update – de schutter
Uit een brief van 13 augustus 2024 van het OM aan Animal Rights’ advocaat blijkt dat naar de agent die de wolf afmaakte alleen een feitenonderzoek is gestart. Indien een politieambtenaar van de geweldsbevoegdheid gebruikgemaakt heeft, kan de officier van justitie op grond van art. 511a van het Wetboek van Strafvordering een feitenonderzoek gelasten en dat is hier gebeurd. Het feitenonderzoek is, anders dan een opsporingsonderzoek, gericht op de vraag of het geweldgebruik in overeenstemming met de geweldsinstructie is geweest, en dus niet gericht op de vraag of de politieambtenaar een strafbaar feit heeft gepleegd. De opsporingsambtenaar wordt in het feitenonderzoek niet aangemerkt als verdachte, noch als getuige.
Dit onderzoek is uitgevoerd door de afdeling Veiligheid Integriteit en Klachten van de politie Eenheid Noord-Nederland, terwijl het milieuteam onder leiding van het Funktioneel Parket in Zwolle onderzoek deed naar het handelen van de andere personen waartegen aangifte was gedaan, onderzoek Lissabon.
Uit dit separate onderzoek blijkt opnieuw dat door een medewerker van de politie in de meldkamer is geadviseerd om het raster te openen, teneinde ontsnapping mogelijk te maken, en dat hieraan geen gehoor is gegeven, waardoor de wolf effectief gevangen werd gehouden. Door de loco-burgemeester en vier politiemensen ter plaatse is geen advies ingewonnen. De loco-burgemeester heeft desondanks het bevel gegeven tot afschot.
Naar de mening van het OM was er geen sprake van accuut gevaar en geen sprake van een probleemwolf. Er waren andere (niet dodelijke) interventies mogelijk. Er is in de onderhavige situatie verkeerd gehandeld.
Omdat de loco-burgemeester dacht te handelen ter handhaving van de openbare orde en dus ter uitvoering van een exclusieve overheidstaak, zou hem immuniteit toekomen. Omdat de loco-burgemeester vanwege die immuniteit niet vervolgd kan worden, kan ook de politieambtenaar, als uitvoerder van zijn bevel, niet vervolgd worden. Dit is dus eigenlijk geen sepotbeslissing, maar een (geen) vervolgingbeslissing.
Omdat het OM ook wel weet dat dit een zeer wankel betoog is, dat grote kans maakt om door een rechter van tafel te worden geveegd, beroept men zich ook nog op het al even wankele argument dat er nog zo weinig bekend was en men het allemaal nog niet kon weten.
Het OM ziet tenminste wel in dat de politieambtenaar zich niet kan beroepen op art. 43 van het Wetboek van strafrecht: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag”. Hij adviseerde de loco-burgemeester immers zelf. Het bevel is onbevoegd gegeven en hij heeft zelf de inhoud mede bepaald.
Doordat het gaat om twee gescheiden onderzoeken is het nog even de vraag welk gerechtshof, Arnhem-Leeuwarden of Den Haag, de klacht van Animal Rights zal behandelen.
Update – beantwoording schriftelijke vragen
Op 15 juli 2024 stelden de de fracties van de SP, Partij voor de Dieren en Lijst Pormes vragen aan de voorzitter van Provinciale Staten van Drenthe over het besluit van het OM over de doodgeschoten wolf in Wapse. De antwoorden kwamen pas op 18 september. Uit de reactie van de provincie spreekt vooral een grote tegenzin tot het geven van antwoorden en wordt er voor die antwoorden vooral veel verwezen naar derde partijen, zoals de gemeente, de politie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het OM.
De provincie lijkt de hele zaak vooral snel achter zich te willen laten en doet het af als een leermoment: “De toelichting van het OM verscherpt het beeld van het juridisch kader bij het handelen in situaties wolf-mens.” En: ”Wij zijn in overleg met de politie en de Drentse burgemeesters om de handelswijze op elkaar af te stemmen in het geval er zich in de toekomst soortgelijke situaties met wolven voordoen.”
De aangiftes en impliciete veroordeling door het OM, ondanks de sepots, lijken wel indruk te hebben gemaakt: ”Het is algemeen bekend dat deze zaak bij alle betrokkenen diepe sporen heeft achtergelaten en alleen maar verliezers kent. Naar aanleiding van de uitspraak van het OM kunnen wij ons dan ook niet voorstellen dat er ook maar iemand is die “denkt ermee weg te komen”.”
Bij vraag 6 wordt de vraag gesteld of GS beschikt over beeldmateriaal dat betrekking heeft op deze kwestie. Het gaat dan vooral om de videobeelden van het bijten van de wolf, gemaakt door de familie van de hobbyboer, waarvan LTO Noord voorzitter Dirk Bruins kort na het incident op televisie zei dat hij ze had gezien. De provincie antwoordt: “Het bij ons beschikbare beeldmateriaal is naar aanleiding van een Woo-verzoek openbaar gemaakt en staat op onze website.” Maar daar zitten geen videobeelden bij.
Het antwoord op de vraag over de wolfwerendheid van de afrastering is ook interessant: ”Destijds hebben wij geconstateerd dat dit een van de degelijkste wolf- werende hekken was die wij tot dat moment in Drenthe hadden gezien. Op de dag van de aanval is vastgesteld dat het hek aan de richtlijnen voor wolfwerende rasters voldeed. Later hebben wij vastgesteld dat er strikt genomen op detailniveau nog wel wat kleine verbeterpunten waren. Dit geeft aan dat dit ook voor ons een leerproces is.” De provincie geeft schoorvoetend toe dat het hek niet wolfwerend was.
De provincie besluit de beantwoording zoals men deze begon: “Aangezien wolven een relatief nieuw fenomeen zijn in Nederland, hebben verschillende partijen, waaronder wijzelf, waardevolle lessen getrokken uit de situatie in Wapse. Onze voorkeur gaat ernaar uit deze kwestie hiermee af te sluiten en onze inspanningen te richten op het maken van heldere afspraken met de politie en burgemeesters. Zo zorgen wij ervoor dat iedereen weet hoe te handelen in situaties met wolven.”
In mei 2024 diende de Eerste Kamerfractie van de Partij voor de Dieren een officiële klacht in bij de Europese Commissie tegen de Nederlandse Staat over het negeren van Europese dierenwelzijnsregels. De Europese richtlijn die het routinematig couperen (oftewel afbranden of afknippen) van biggenstaarten verbiedt, wordt door Nederland niet gehandhaafd.1
Datzelfde geldt voor België. In overleg met de Partij voor de Dieren besloot Animal Rights eveneens een officiële klacht bij de Europese Commissie in te dienen, maar dan tegen de Belgische Staat. De brief die Animal Rights aangetekend verstuurde werd door de Europese Commissie ontvangen op 8 juli 2024.
In de Europese richtlijn – die minimumnormen ter bescherming van varkens vaststelt – is sinds 1991 opgenomen dat het couperen van biggenstaarten niet als routinemaatregel mag worden uitgevoerd. In België is die Europese richtlijn vormgegeven in het ‘Koninklijk besluit betreffende de toegestane ingrepen bij gewervelde dieren, met het oog op het nutsgebruik van de dieren of op de beperking van de voortplanting van de diersoort’ van 17 mei 2001. In de bijlage staat bij E. Varkens, 3. Amputatie van de staart: “mag niet routinematig gebeuren, maar slechts in die gevallen waar staartbijten niet door een wijziging van de bedrijfsvoering voorkomen of verholpen kan worden”. 2
In het ‘Verslag vergadering Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand en Dierenwelzijn’ van 14 juni 2023 zegt minister Ben Weyts: “Het is algemeen geweten dat in Vlaanderen, net zoals in de rest van de Europese Unie, het wegnemen van de staart een gangbare praktijk is.” En: “Als het over EU-regelgeving gaat, wil ik voor alle duidelijkheid vermelden dat die regelgeving het routinematig couperen verbiedt. Daarbij moeten er voorafgaand altijd andere maatregelen worden toegepast, zoals verrijking in de stallen, om ervoor te zorgen dat er geen stress is, die vervolgens aanleiding kan geven tot staartbijten. Heel wat varkenshouders passen dat toch toe, vanuit een preventief oogpunt. We zijn daarom ook bezig met nieuwe regelgeving, om ervoor te zorgen dat er altijd eerst initiatieven zoals verrijking worden genomen.” 3
Minister Jo Brouns zei in het ‘Verslag vergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid’ van 6 december 2023: “In de Europese lidstaten waar het houderijsysteem vergelijkbaar is met dat in Vlaanderen, zien we trouwens hetzelfde beeld. Om het couperen structureel te bannen, zijn dan ook verregaande inspanningen nodig, die kostenverhogend zijn en niet gegarandeerd tot succes leiden. We moeten echter blijven inzetten op onderzoek, sensibilisering en informatiedeling, in de hoop dat positieve praktijkervaringen steeds verder uitgedragen worden in de sector.” 4
De Europese richtlijn is dus vertaald naar De Belgische wet, maar niet geïmplementeerd. Immers, implementatie impliceert dat de richtlijn wordt uitgewerkt in wettelijke voorschriften die zich voor rechtstreekse toepassing en handhaving lenen.
Animal Rights acht het van groot belang dat België de verplichting tot implementatie van EEG-Richtlijn 2008/120 naleeft. Dat belang is des te groter nu inmiddels 16 jaar verstreken zijn sinds de totstandkoming van artikel 8 van bijlage I bij die richtlijn terwijl bij een geschatte 99% van de biggen in België de staart wordt gecoupeerd hoewel routinematig couperen zich niet verdraagt met het bepaalde in de richtlijn.
In artikel 8 van de Bijlage I van de EEG-Richtlijn 2008/120 die betrekking heeft op minimumnormen ter bescherming van varkens, is bepaald:
“Het couperen van staarten en het verkleinen van de hoektanden mogen niet als routinemaatregel worden uitgevoerd, maar alleen wanneer bepaalde kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd. Voordat tot deze ingrepen wordt besloten, moeten maatregelen worden getroffen om staartbijten en andere gedragsstoornissen te voorkomen, de omgeving en de varkensdichtheid in aanmerking genomen. Hiertoe moeten ontoereikende omgevingsfactoren of beheersystemen worden aangepast.”
Animal Rights
Animal Rights streeft niet naar symptoombestrijding, maar naar het einde van een industrie die dieren uitbuit en ze modificeert naar de menselijke behoefte en gemakzucht. We vragen iedereen om de morele afweging te maken of ze bij wil dragen aan dit systeem en roepen consumenten op om over te stappen op een plantaardig dieet.
12 april 2024 kopt het Ermelo’s Weekblad “Excuses aan Tomassen Duck-To van toezichthouder na onterechte beschuldiging ‘stelselmatig overschrijden’ aantal eenden in fokkerij Hierden”. Het artikel opent met: “Eendenfokkerij Hendrikse & Roos aan de Parallelweg in Hierden is niet stelselmatig in de fout gegaan als het gaat om het maximum aantal te houden eenden.” En vervolgt: “In een brief aan eendenslachterij Tomassen Duck-To erkent de boa/toezichthouder van de provincie Gelderland dat hij in zijn overzicht een aantal fouten heeft gemaakt waarvoor hij excuus aanbiedt. Het blijkt volgens hem dat het aantal gehouden dieren in de eendenfokkerij gemiddeld onder de vergunde aantallen blijft. En daarmee de bewering niet klopt dat regelmatig te veel dieren zijn gehouden.”
In de eerste plaats: Het klopt dat de de boa/toezichthouder van de provincie Gelderland fouten maakte in zijn berekeningen en daarvoor maakte hij netjes zijn excuses, maar, legt hij in diezelfde email haarfijn uit, de fouten komen voort uit het feit dat het bedrijf aan de Parallelweg 20 in Hierden niet voldeed aan de wettelijke plicht om van elke maand een registratie bij te houden van het aantal tijdens die maand in een dierenverblijf aanwezige landbouwhuisdieren (Besluit activiteiten leefomgeving § 4.82. Dierenverblijven, Artikel 4.810 (registratie) Er wordt elke maand een registratie bijgehouden van het aantal tijdens die maand in een dierenverblijf aanwezige landbouwhuisdieren).
In de tweede plaats: Het gaat niet om gemiddelde aantallen eenden! In de last onder dwangsom die de gemeente Harderwijk aan Duck-To Farm BV, eigenaar van de eendenschuren aan de Parallelweg 20, oplegt, zegt men expliciet: “In de vergunningvoorschriften voor de Parallelweg 20 in Hierden wordt echter gesproken dat er in de inrichting ten hoogste 80.595 vleeseenden aanwezig mogen zijn. Er wordt niet aangegeven dat er gemiddeld genomen ten hoogste dat aantal aanwezig mag zijn. Dit houdt in dat er nooit meer dan 80.595 vleeseenden aanwezig mogen zijn.”
Zoals Animal Rights in de berekening hieronder laat zien is de beschuldiging terecht dat het vergunde aantal eenden op de Parallelweg 20 te Hierden stelselmatig overschreden werd. Het bedrijf ging opzettelijk, stelselmatig in de fout. De bewering klopt dat regelmatig te veel dieren zijn gehouden. Pas na de aankondiging van de last onder dwangsom in augustus 2023 bracht Duck-To het aantal gehouden eenden onder het het aantal vergunde eenden.
Duck-To deed dit moedwillig en bewust!
Op 14 mei 2024 kopt de Harderwijker Courant “Eendenhouderij gevrijwaard van houden teveel eenden; bij één overtreding geen strafrechtelijk optreden”. Het artikel opent met: “Bij een eerste overtreding door een bedrijf is er niet direct aanleiding om zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk op te treden. Dit tenzij er duidelijk sprake is van moedwillig en bewust handelen. Bij het houden van te veel eenden door Hendrikse & Roos aan de Parallelweg in Hierden was daar naar de mening van het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk geen sprake van.”
Dit is in strijd met de feiten. In de vooraankondiging van de last onder dwangsom van de gemeente van 3 augustus 2023 staat te lezen: “Bij de heer Hendrikse is navraag gedaan naar de reden van het teveel gehouden aantal vleeseenden ten tijde van de ruiming in juni 2022. Hij heeft hierover verklaard dat ‘het klopt dat er gedurende 1 maand meer dieren waren opgezet dan vergund. Door de vele uitbraken en vervoersverboden vanwege de vogelgriep, was het opzetten van de uitgebroede eenden veelal moeilijk of onmogelijk in de daarvoor geplande stallen. Hier was er nog geen vervoersverbod en deels ruimte waardoor deze voor nood zijn opgezet. In alle andere opgezette rondes zijn beduidend minder dieren opgezet dan de vergunde aantallen’.”
Hendrikse liegt hier: het opzetten van meer dieren dan vergund, was de standaard tot en met augustus 2023.
Hij geeft tevens aan dat de overtreding moedwillig en bewust was, zogenaamd uit nood.
Hij geeft hiermee ook aan heel goed te weten dat de vergunning niet draait om het gemiddeld aantal dieren per jaar, maar om het aantal op ieder moment!
Als hij er op gewezen wordt dat er ook op andere data in 2022 meer vleeseenden aanwezig waren dan vergund, past hij zijn verhaal aan: “De heer Hendrikse heeft aangegeven dat er kuikens worden gebracht die eerst in een verwarmde stal gaan en later naar de opfokstal worden gebracht. Als de kuikens worden overgebracht naar de opfokstal worden er nieuwe kuikens gebracht in de verwarmde stal. Op deze momenten waren er meer eenden binnen de inrichting aanwezig dan vergund.”
Dit lijkt opnieuw een leugen. Het valt moeilijk in te zien hoe deze bewering valt te rijmen met het feit dat eenden regelmatig met 50.000 of meer tegelijkertijd worden aangevoerd.
Ook uit dit antwoord blijkt dat Hendrikse zich bewust is van het feit dat het vergunde aantal op ieder moment geldt en dit moedwillig overtreden wordt.
Pas daarna, als verzachtende omstandigheid, wordt gezegd: “ … dat gemiddeld genomen er binnen de inrichting minder vleeseenden worden gehouden dan maximaal toegestaan.”
De omgevingsdienst benadrukt dan nog een keer dat er nooit meer dan 80.595 vleeseenden aanwezig mogen zijn.
In de (gedeeltelijke) toewijzing van het handhavingsverzoek van 28 november 2023 en de oplegging van de last onder dwangsom, wordt de zienswijze van Tomassen Duck-To besproken: “Op 16 augustus 2023 is uw zienswijze ingediend. In de zienswijze worden de constateringen niet weerlegt. Er wordt aangegeven dat de overschrijdingen van aanwezige aantal vleeseenden het gevolg zijn van het fluctuerende karakter van de opzet van eendagskuikens en (gewenste) aflevering van volgroeide eenden aan de slachterij.”
Duck-To geeft hier dus ook aan dat het overschrijden van de vergunde aantallen de normale gang van zaken was binnen het bedrijf. Men ontkent ook niet dat men het niet wist, maar had het gemakshalve ”anders geïnterpreteerd”.
Ook stelt het college de zaken verkeerd voor wanneer ze ontkent dat er sprake is van structurele ondermijning. Het bedrijf heeft bewust en structureel te veel eenden opgezet. Als je het bedrijf/integratie Tomassen Duck-To als geheel bekijkt is er alle redenen om haar illegale activiteiten als ondermijnend te beschouwen. Enkele voorbeelden:
Houden van meer eenden dan vergund;
Langere werktijden dan vergund;
Meer verkeersbewegingen dan vergund;
Gebruik percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 in strijd met omgevingsvergunning;
Diverse illegaal geplaatste bouwwerken;
Illegaal snoeien.
Het gestuntel van de provincie Gelderland
Op 18 juni 2024 stuurt de provincie een nieuw besluit op het handhavingsverzoek van Animal Rights van 24 januari 2023. We zijn dan anderhalf jaar verder. De provincie heeft besloten het besluit van 22 maart 2024 in te trekken en het verzoek van 24 januari 2023 alsnog af te wijzen.
Eerder had de provincie naar aanleiding van het verzoek om handhaving een last onder dwangsom opgelegd aan het bedrijf, gebaseerd op de KIP-registraties. KIP staat voor Koppel Informatiesysteem Pluimvee.
De provincie verstrikt zich in haar onderbouwing in een fantasieverhaal dat kant noch wal raakt: “[…], de sterfte van pluimvee hoeft enkel te worden gemeld indien deze (uitzonderlijk) hoog is, denk hierbij aan een uitbraak van vogelgriep of andere calamiteiten op het bedrijf. Hierdoor zat er een discrepantie tussen de berekening die wij gemaakt hebben ten behoeve van het primaire besluit.”
Behalve dat dit grammaticaal bedroevend is, is het ook volstrekte onzin. De uitval bij het bedrijf is uiterst eenvoudig te berekenen omdat bij elke aanvoer en afvoer van pluimvee op het KIP-formulier vermeld staat wat de geboortedatum is van de dieren. Het aantal aangevoerde dieren van een bepaalde geboortedatum minus het aantal afgevoerde dieren van diezelfde geboortedatum is de uitval, de sterfte van pluimvee.
En dat wist de provincie. Op 2 april 2024 stuurt de boa van de provincie zijn berekeningen naar Tomassen. Hij schrijft: “Bij deze ontvangt u de berekening zoals ik deze heb opgesteld om het gemiddelde aantal gehouden vleeseenden te bepalen op de locatie parallelweg 20 te Hierden. De aan-en afvoer is afkomstig uit de KIP registraties. Het verschil tussen aan- en afvoer is als dood afgevoerd aangemerkt.”
Deze man heeft fouten gemaakt in zijn rekenwerk – met name 3 afvoeren gemist, waar Tomassen hem een dag later op wijst – en bovendien had hij geen gemiddelde aantallen moeten berekenen, maar absolute aantallen, want daar ziet de vergunning namelijk op. De sterfte op het bedrijf had hij echter wel correct berekend. De gemaakte fouten waren begin april al bekend en hersteld, ruim twee maanden voor het nieuwe besluit van de provincie.
Naast het feit dat de vergunningen niet over gemiddelden gaan, is de manier waarop de gemiddelden werden berekend ook statistisch problematisch. Voor een correct berekening van het gemiddelde, moet je voor iedere dag weten hoeveel dieren er aanwezig zijn en via de KIP-informatie heb je die cijfers alleen voor de aan- en afvoerdagen als je die doorrekent vanaf een bekend nulpunt.
Omdat een stal na een ‘ronde’ van 7 weken vetmesten een week of twee leeg staat voordat de volgende ‘ronde’ eenden arriveert, zou je de vergunde aantallen fors kunnen overschrijden en gemiddeld toch nog veilig zitten, zeker op een bedrijf met 9 stallen. Het bedrijf aan de Parallelweg 20 stond in 2022, naast deze normale leegstand tussen de ‘rondes’, ook nog eens in totaal 3 maanden leeg vanwege twee vogelgriepruimingen. Het was dus allang bekend dat het gemiddelde in 2022 niet overschreden werd.
Op 18 juli 2024 diende Animal Rights haar bezwaar in bij de provincie.
Update
Op 14 augustus 2024 heeft Animal Rights vervolgens een reactie van de provincie op dit bezwaar ontvangen en geeft daar op 23 augustus een reactie op.
De provincie schrijft: “Wel kan GS zich indenken dat de toelichting, zoals die hiervoor is gegeven, op grond van de tekst van het bestreden besluit niet geheel kenbaar was. Bezwaarmaker geeft in dat kader ook aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is en dat niet duidelijk is welke nieuwe informatie precies tot het bestreden besluit heeft geleid. GS kan zich dit voorstellen. Dit heeft mede te maken met het feit dat helaas een onjuiste versie van het bestreden besluit is verzonden. GS had een beter gemotiveerd besluit in voorbereiding, maar per abuis is een onvoldragen concept aan zowel bezwaarmaker als het bedrijf toegezonden.”
Nog altijd is niet duidelijk op welke nieuwe informatie het bestreden besluit berust. Het college schrijft dat: “GS ten onrechte hadden geconstateerd dat het bedrijf gemiddeld meer dan de vergunde 80.595 eenden heeft gehouden. […] Door intern te salderen met de rechten die voortvloeien uit de natuurvergunning uit 2013 is uitgesloten dat er sprake is van significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, omdat de eendenhouderij gemiddeld niet meer eenden houdt dan het eerder vergunde aantal.”
En: “Er wordt niet bestreden dat incidenteel meer dan 80.595 eenden op het bedrijf aanwezig waren.”
In de eerste plaats werden er niet “incidenteel” teveel eenden gehouden, maar structureel. Het college bagatelliseert.
Uitgaan van gemiddelde aantallen is ook niet vol te houden. Het college benoemt zelf ook een maximum dieraantal en niet gemiddelden in het oorspronkelijke besluit van het college van 21 maart 2024: “Wij verzoeken u de geconstateerde overtreding te herstellen door het aantal vleeseenden terug te brengen naar maximaal 80.595.”
Het bedrijf heeft een natuurvergunning uit 2013, waarmee is toegestaan dat het 80.595 eenden mag houden. Dit betreft maximale aantallen, en geen gemiddelden zoals het college dat lijkt te interpreteren. Op basis van dit maximale aantal eenden wordt namelijk een beoordeling gemaakt van de te verwachten effecten voor omliggende natuurgebieden als gevolg van het houden van deze dieren.
Als op een moment meer dieren worden gehouden, heeft dit ook meer ammoniakemissie en stikstofdepositie als gevolg. Dat zijn dan (mogelijk) nadelige gevolgen voor beschermde natuurgebieden waar bij de vergunningverlening geen rekening mee is gehouden / geen voorafgaande beoordeling van is gemaakt. Dat klemt te meer nu het bedrijf is gelegen op slechts 160 meter van het Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’; een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone voor habitattypen die zeer gevoelig zijn voor de gevolgen van stikstofdepositie en waarvan de kritische depositiewaarden reeds ruimschoots worden overschreden. Deze zeer stikstofgevoelige natuur trekt zich niets aan van ‘gemiddelden’. Als op een moment 100.500 eenden aanwezig zijn (zoals in juli 2023), betekent dat een overschrijding van het maximum dieraantal van 19.905 eenden. Dat is een enorm aantal dieren, met bijhorende emissies waar in de beoordeling voorafgaand aan het verlenen van de natuurvergunning in 2013 geen rekening mee is gehouden.
Animal Rights kan dan ook niet anders dan tot de conclusie komen dat er wel degelijk sprake is van een overtreding en dus een grondslag voor handhaving. Dat er sprake zou zijn van intern salderen waardoor er toch géén overtreding zou zijn, is onnavolgbaar en een onvoldoende onderbouwd standpunt dat geen stand kan houden.
Op 3 september 2024 was er een hoorzitting.
Stikstofexpert Ton Brouwer rekende de commissie voor hoe de emissie van de teveel gehouden eenden bepaald kan worden door telkens het boventallig aantal eenden te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat dit aantal aanwezig was en het totaal van deze perioden te delen door 365. Dat levert het gemiddeld aantal boventallig op jaarbasis. Het gemiddeld aantal boventallig vermenigvuldigd met een stikstof emissiefactor per eend conform de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV) systematiek levert dan de stikstofemissie veroorzaakt door het teveel aan gehouden eenden.
In 2023 waren gedurende 81 dagen meer dan de vergunde 80.595 eenden aanwezig waren op het bedrijf. Het gemiddeld aantal boventallig op jaarbasis is 2600 eenden, gegeven RAV Emissiefactor G2.1.100 van 0.21 Kg NH3 per eend levert dan een emissie van 546 Kg NH3 (Ammoniak) per jaar op. Een Aerius berekening levert daarbij als resultaat een depositie van meer dan 18 Mol/Ha in de onmiddellijke omgeving van het bedrijf en een depositie van meer dan 1 mol/ha binnen een afstand van 1 kilometer van het bedrijf. De grenswaarde bij toetsing is 0.005 mol/ha.
De vergunning regelt het aantal dieren (in deze casus 80.595) dat maximaal mag worden gehouden op het bedrijf. Om te bepalen wat het mogelijk effect op de natuur is wordt daarbij op basis van de dieraantallen en de stalsystemen waarin deze gehouden worden berekend wat de stikstof-emissie van het bedrijf kan zijn. Bij het vaststellen van de RAV emissiefactoren wordt ook voor vleeseenden reeds uitgegaan van een percentage leegstand. Dat betekent dat in de berekening van de emissie verdisconteerd zit dat er gemiddeld genomen minder dieren aanwezig zijn dan het maximaal aantal dat vergund is. Het leegstandspercentage voor vleeseenden is 16%. Dat betekent dat bij 80.595 vleeseenden vergund de emissie wordt bepaald op basis van 84% daarvan, dat is dus : 67.699.8 eenden, als schatting voor het gemiddeld aantal aanwezige eenden op jaarbasis. Dat betekent in elk geval dat de redenering van de provincie onjuist is. Het vergunde aantal van 80.595 moet wel het maximaal aantal eenden zijn dat op enig moment aanwezig mag zijn op het bedrijf, omdat bij gemiddeld 80.595 eenden de daadwerkelijke emissie onderschat wordt.
In december 2024 heeft de provincie nog altijd geen besluit genomen. Op 9 december stelt Animal Rights de provincie in gebreke. Echter, ook aan de ingebrekestelling werd geen gehoor gegeven. Op 30 januari 2024 verzoekt Animal Rights de provincie om een besluit te nemen tot het betalen van de maximale dwangsom. Op 8 februari 2025 stuurt Animal Rights een ingebrekestelling dwangsombesluit.
Op 24 maart 2025 neemt Gelderland dan eindelijk een besluit dat luidt dat zij het handhavingsverzoek onder verbetering van de motivering (nog steeds) afwijzen.
Al op 4 oktober 2024 blijkt de Commissie Rechtsbescherming advies te hebben uitgebracht naar aanleiding van de hoorzitting. De Commissie kwam tot de conclusie dat de bestreden besluitvorming niet ongewijzigd in stand kan blijven. De Commissie stelt vast dat de intrekking van de last onder dwangsom en de afwijzing van het verzoek om handhaving bij besluiten van 18 juni 2024 in elk geval onvoldoende zijn onderbouwd en gemotiveerd. “De Commissie vraagt zich af wat de gevolgen voor de controleerbaarheid en handhaafbaarheid van de natuurvergunning zijn nu GS, gelet op bovenstaande uitleg, pas na een jaar zouden kunnen vaststellen of sprake is geweest van een overtreding als gevolg van het houden van te veel eenden per jaar omgerekend naar een maand gemiddelde.” “De Commissie treft onvoldoende onderbouwing en berekening aan van het standpunt van GS dat op het moment van het nemen van het besluit tot intrekking van de last onder dwangsom geen sprake (meer) was van een overtreding en het verzoek om handhaving op basis daarvan kon worden afgewezen.” “Ten overvloede merkt de Commissie op dat ondanks dat het belang van stikstof door GS als een prioritair belang wordt bestempeld, zoals ter zitting toegelicht, het lang heeft geduurd alvorens GS het verzoek om handhaving hebben opgepakt. En dat GS hierover de verzoeker ook niet tussentijds hebben geïnformeerd. De besluitvorming verdient niet de schoonheidsprijs.”
De provincie trekt zich weinig van de kritiek aan en blijft koppig bij haar mening en besluit (24 maart 2025). Animal Rights gaat hiertegen in beroep (4 mei 2025). Wordt vervolgd!
De relatieve berekeningen van de gemeente Harderwijk/omgevingsdienst Noord-Veluwe
De gemeente heeft haar besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom gebaseerd op 6 geconstateerde overtredingen in 2022. De onderzoeker legt in een email van 17 maart 2023 aan de provincie uit hoe hij tot deze conclusie is gekomen. Hij keek in de KIP-documenten van 2022 naar onafgebroken aan-en afvoeren. Als het bedrijf meer dan 80.595 eenden aanvoert zonder tussentijds eenden af te voeren, houdt het automatisch meer eenden dan toegestaan; als het bedrijf meer dan 80.595 eenden achter elkaar afvoert zonder tussentijdse aanvoer, overtreedt het de vergunning.
Zo kwam deze onderzoeker in de periode van 17 tot 21 januari tot een afvoer van 109.200 eenden, van 7 april tot 5 mei tot een aanvoer van 102.900 eenden, op 10 juni de ruiming van 101.400 eenden en tussen 15 augustus en 12 september tot een aanvoer van 97.000 eenden. De berekeningen zijn correct, maar vormen een onderschatting van het aantal momenten dat het bedrijf in overtreding was.
De onderzoeker maakte deze ‘noodsprong’, omdat op de KIP-documenten wel de aanvoer en afvoer van pluimvee in aantallen dieren vermeld wordt met de daarbij behorende datums, maar niet het totaal aantal aanwezige dieren op het bedrijf op die momenten. Hij zag dus geen nulpunt om met absolute aantallen te beginnen met tellen.
Op 2 juli was er een hoorzitting waarop dit alles werd voorgelegd aan de bezwaarcommissie. Dit naar aanleiding van het bezwaar dat Animal Rights op 8 januari 2024 indiende.
De absolute aantallen
Er zijn echter wel enkele van dergelijk nulpunten, namelijk de volledige ruiming van het bedrijf op 10 juni 2022, de ruiming van 4 februari 2022 en ook begin mei 2023 stond het bedrijf een week leeg. Door vanaf die nulpunten de aantallen aangevoerde eenden bij elkaar op te tellen en daar de aantallen afgevoerde eenden van af te trekken is voor elk van die aan- en afvoerdatums te berekenen hoeveel dieren er op het bedrijf zijn.
Je moet daar dan nog wel het aantal eenden van aftrekken die in de stallen creperen en in kadavertonnen belanden in plaats van in kratten gesmeten worden voor transport naar het slachthuis. Die sterfte kan worden berekend omdat de geboortedatums van de aan- en afgevoerde eenden op het KIP-formulier vermeld worden; het aantal aangevoerde eenden van een bepaalde geboortedatum minus het aantal afgevoerde eenden van diezelfde geboortedatum is de uitval. Deze kan oplopen tot 12%. Je kent de uitval alleen op de datum dat de laatste groep van een bepaalde geboortedatum is afgevoerd.
Het bedrijf werd dus op 10 juni 2022 ‘geruimd’ vanwege een vogelgriep besmetting. Er werden in totaal 101.400 eendenlijken afgevoerd, terwijl het bedrijf, zo ontdekte Animal Rights, slechts een vergunning heeft voor 80.595 eenden. Vandaar het handhavingsverzoek. Na die ruiming zijn er dus 0 eenden aanwezig op het bedrijf.
Op 15 augustus 2022 voert Duck-To Farm BV voor het eerst na de ruiming weer 46.000 jonge eendjes aan op het bedrijf, dat in KIP nog steeds op naam staat van Hendrikse & Roos BV, en blijft daarmee binnen de vergunning. Op 12 september worden nog eens 51.000 eendjes aangevoerd zonder dat er tussentijds eenden zijn afgevoerd, het vetmesten duurt immers een week of zeven. Het bedrijf heeft op dat moment 97.000 eenden opgesloten in de schuren, een ruime overschrijding van de vergunde 80.595. Op 26 september voert het bedrijf 24.000 eenden af naar het slachthuis die geboren waren op 15 augustus, nog eens 11.000 op 27 september en 9.000 op 29 september van diezelfde geboortedatum. Het verschil tussen aan en afgevoerde eenden met die geboortedatum is 2.000. Dit is de zogenaamde uitval, de eenden die tussentijds op het bedrijf gestorven zijn. Op 29 september zijn er dus nog 51.000 eenden over op het bedrijf en voldoet het bedrijf weer aan de vergunning. Op 10 oktober voert Duck-To 51.000 nieuwe eendjes aan op het bedrijf wat resulteert in een totale bezetting van 102.000 eenden, opnieuw een ruime overschrijding van de 80.959 vergunde dieren. Enzovoort. Deze structurele, stelselmatige overtreding van de vergunde aantallen houdt Tomassen vol tot 14 augustus 2023, de eerste afvoer na de aankondiging van de last onder dwangsom op 3 augustus.
Animal Rights rekende het na en telt zo in 2023 tot het moment van de aankondiging van de last onder dwangsom op 3 augustus 13 momenten waarop het vergunde aantal eenden werd overschreden. In 2022 telt Animal Rights eveneens 13 momenten waarop er teveel eenden aanwezig zijn. De uitkomst van de omgevingsdienst was daarmee een onderschatting.
De berekeningen van het aantal eenden op Parallel weg 20 te Hierden
Onderzoek van de Animal Welfare Alliance bevestigt decennia van mishandeling van apen voor hersenexperimenten. Foto’s, afkomstig van een klokkenluider en verspreid door SOKO Tierschutz, tonen verminkingen, geweld en dierenleed bij het Ernst Strüngmann Instituut (ESI) voor neurowetenschappen in Frankfurt. De foto’s tonen apen en een rat met implantaten vastgemaakt aan hun hoofden.
Volgens informatie van een anonieme contactpersoon is de rat overleden na dagen van bloedingen. Ook zijn er in de afgelopen maanden twee apen gedood. Vanwege slechte huisvestingsomstandigheden trokken muizen hun vacht uit en werden dieren gedood door hun nek te breken zonder verdoving. Daarnaast worden sommige van de zeer sociale dieren, zoals aap Homer, individueel gehouden.
Rowena Vanroy, Animal Rights: “Zelden krijgen we een realistische blik achter de schermen te zien uit de laboratoria. Alles is heel goed afgeschermd en als er eens iets naar buiten wordt gebracht, zijn het promofoto’s van de dierproefnemers zelf. De Duitse beelden tonen nog maar eens hoe afgrijselijk het leven van proefdieren is.“
In het ESI in Frankfurt worden zwaar invasieve hersenexperimenten uitgevoerd op niet-menselijke primaten, ratten en muizen. De onderzoekers implanteren enorme apparaten in de schedels van de dieren en dwingen hen deel te nemen aan experimenten door hen water en voedsel te onthouden. De niet-menselijke primaten Gandalf, Rhea, Lenny en Homer worden al meer dan 20 jaar gehouden en gemarteld in dierproeven.
Ook in Belgisch en Nederlands hersenonderzoek krijgen apen implantaten
Ook in Belgisch en Nederlands hersenonderzoek krijgen apen implantaten
Ook in Belgisch en Nederlands hersenonderzoek krijgen apen implantaten
Ook in Belgisch en Nederlands hersenonderzoek krijgen apen implantaten
Ook in Nederland en België
Experimenten zoals die worden uitgevoerd in Duitsland, vinden ook bij ons plaats. In België doet de KU Leuven al decennialang proeven op resusapen. Ook deze apen krijgen elektroden in de schedel ingeplant en een fixatiestaafje waarmee ze urenlang in een plastic doos vastgemaakt kunnen worden. De dieren wordt bovendien ook nog water ontzegd. Ze krijgen enkel een slokje te drinken wanneer ze een gedragstaak naar behoren uitvoeren.
Rowena Vanroy, Animal Rights: “In laboratoria wereldwijd worden gelijkaardige experimenten uitgevoerd waar apen onbeschrijfelijk voor lijden. Het gaat om achterhaalde experimenten die nauwelijks bruikbare informatie opleveren die ook nog eens toepasbaar is op mensen.”
Duitse dierenactivisten dienen strafklacht in
In februari 2023 meldden Artsen tegen Dierproeven (DAAE) en PETA anoniem ontvangen informatie over misstanden bij het ESI aan de verantwoordelijke autoriteiten. “De informatie wees op ernstige schendingen van het dierenwelzijn in de huisvesting van primaten,” zegt Sabrina Engel, biotechnoloog en PETA’s expert op het gebied van dierproeven. De autoriteiten ontkenden aanvankelijk de erbarmelijke omstandigheden. In juli vorig jaar gaf het Ministerie van Wetenschap eindelijk toe dat de beschuldigingen gegrond waren en kondigde aan dat proeven onmiddellijk zouden worden gestopt en dat er maatregelen zouden worden genomen.
Begin 2024 informeerden anonieme klokkenluiders dat zowel de dierenarts als de vorige dierenwelzijnsofficier en het hoofd van de dierfaciliteit eind februari hun functies bij het ESI hadden neergelegd. Beiden hadden de wettelijk vereiste expertise in de omgang met primaten. Beide functies, die belast zijn met het “welzijn” van de apen, zijn nog steeds niet conform de wet ingevuld. Ook de langdurige directeur Prof Pascal Fries verliet het instituut zonder ruchtbaarheid. “In plaats van onmiddellijk de bestaande vergunningen voor het houden van proefdieren en uitvoeren van dierproeven in te trekken, aangezien niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten, lijken de autoriteiten volgens onze bron tevreden dat het ESI momenteel afziet van dierproeven, ondanks het ontbreken van adequate veterinaire zorg,” legt Dr. Melanie Seiler, primatoloog van DAAE uit.
Artsen tegen Dierproeven diende in april een strafrechtelijke klacht in tegen de verantwoordelijke vergunningverlenende autoriteit, de Regionale Raad van Darmstadt. Uiteindelijk bewijzen de recente beelden van SOKO Tierschutz het voortdurende lijden van de dieren bij het ESI. De organisatie zal ook strafrechtelijke aanklachten indienen vanwege de rat die na dagen van pijn is gestorven.
Muizen zitten hun leven lang opgesloten in piepkleine hokjes