Animal Rights werd op de hoogte gebracht dat er in de regio Turnhout en Ravels wel tot 500 kippen (witte leghorns), duidelijk afkomstig van een eierbedrijf, gedumpt zijn in de natuur. De dieren zouden afgelopen weekend daar achtergelaten zijn. De dieren zijn overgeleverd aan koude, regen. Het mag dan ook niet verbazen dat een groot deel van deze verwaarloosde dieren al dood is teruggevonden. Animal Rights dient klacht in tegen de onbekende daders wegens het dumpen van dieren. Enkele tientallen van de dieren werd al in veiligheid gebracht door de organisatie Red Een Legkip Nederland.
De maximumstraf voor het dumpen van dieren is maximaal vijf jaar gevangenisstraf en 100.000 euro geldboete volgens artikel 66 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn.
Het dumpen heeft onder andere plaatsgevonden in het Turnhoutse vennengebied (vlak voor de oversteek naar de kijktoren Bels Lijntje), in de roodhuisstraat in Turnhout, de vogelbergstraat in Ravels en in de Ravelse Staatsbossen.
De daders hebben de kippen op minstens vier verschillende locaties achtergelaten. Het is niet uitgesloten dat er nog meer kippen gaan gedumpt worden de komende dagen. Animal Rights roept buurtbewoners uit Turnhout en Ravels daarom op om uit te kijken naar loslopende kippen en de politie en Animal Rights meteen te contacteren wanneer één van de dieren worden aangetroffen.
Uitgehongerde hennen en verscheurde kadavers
Op de foto’s die Animal Rights toegestuurd kreeg, is onder meer te zien hoe aangevreten karkassen in het natuurgebied liggen en hoe ook levende hennen in groepjes rondlopen. We zien ook een groepje dode hennen bij elkaar liggen.
Animal Rights campagneleider Els Van Campenhout is woedend: “Op de foto’s is te zien dat de gedumpte kippen recht uit een eierbedrijf komen. Ze zijn lijkbleek, erg mager en ze hebben vuile en beschadigde veren. Nu blijkt ook nog dat de veren van de dieren in verschillende kleuren geverfd waren (oranje, blauw, groen, geel,…) terwijl ook dit bij wet verboden is. Alleen een zieke geest dumpt deze dieren na een droef bestaan in de stallen in een natuurgebied waar ze omkomen van de koude, dorst, honger of levend opgegeten worden door wilde dieren.”
Klacht tegen onbekenden
Animal Rights dient een klacht in via haar advocaat tegen de onbekende daders. De politie van Turnhout is op de hoogte van deze situatie en heeft reeds contact gehad met de advocaat van Animal Rights, meester Anthony Godfroid.
Meester Godfroid laat weten: “In al de jaren dat ik al werkzaam ben voor dierenrechtenorganisaties ben ik nog nooit met dergelijke trieste feiten geconfronteerd. Het gaat om duidelijk vermagerde kippen die afkomstig zijn uit een legbedrijf. Waar gaat het naar toe dat deze dieren klaarblijkelijk worden “vrij” gekocht om ze vervolgens te dumpen in de natuur? Ik zal er bij het parket op aandringen dat er gerechtelijke vervolging wordt ingesteld tegen alle betrokkenen. Dieren moeten met respect behandeld worden en verdienen het niet om gedumpt te worden.”
Animal Rights maakt bezwaar tegen een nieuwe poging van de provincie Utrecht om de wolven op de Utrechtse Heuvelrug te verstoren. Op 9 oktober, gepubliceerd op 13 oktober, gaf de provincie Utrecht de Zoogdiervereniging toestemming om een strikval te gebruiken om 5 wolven in het gebied te vangen, verdoven en te voorzien van een zender, nu onder het mom van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.1
Eerder, in 2023, trachtte de Zoogdiervereniging hetzelfde te doen bij de wolf die nu bekend staat als Bram, om hem ‘aversief’ te conditioneren. Toen alleen met een verdovingsgeweer. De Zoogdiervereniging maakt daarbij, net als nu, gebruik van een reeds in juni 2023 verleende vergunning die breed en algemeen gericht is op alle (grondgebonden) landzoogdieren en waar geen bezwaar of beroep meer tegen openstaat.
Op 13 september 2023 diende Animal Rights daarom een verzoek tot preventief handhavend optreden in tegen het verdoven en zenderen en op 28 november 2023 liet de provincie weten de opdracht tot het zenderen van de wolf in te trekken.
Omdat de provincie bakzijl haalde zonder een beslissing te nemen op het bezwaar van Animal Rights tegen de weigering om te handhaven en voordat een rechter zich kon buigen over de zaak, stemde Animal Rights in met het intrekken van het bezwaar onder de toezegging dat de provincie, mochten de vangacties worden hervat, de dierenrechtenorganisatie hiervan op de hoogte zou stellen. Daar heeft Utrecht zich niet aan gehouden.
Omdat de Zoogdiervereniging nu gebruik wil maken van een strikval is er een nieuwe vergunning aangevraagd en verleend in de vorm van een ‘maatwerkvoorschrift’. Daar staat wel bezwaar tegen open.
Of een maatwerkvoorschrift hiervoor gebruikt mag worden is twijfelachtig. In de zaak van de ‘springende wolf’ in de gemeente Barneveld deed de voorzieningenrechter hier geen uitspraak over omdat er al voldoende andere redenen waren om deze vergunning/maatwerkvoorschrift te schorsen.
De strikval is een variant op de illegale klem (‘Softcatch leghold traps’), die de Zoogdiervereniging wilde gebruiken om Bram in 2024 te zenderen. Hier stak de rechter een stokje voor na bezwaar van Animal Rights.
Animal Rights is van mening dat ook het gebruik van deze strik illegaal is, dat een maatwerkvoorschrift niet kan worden gebruikt om af te wijken van de wettelijke zorgplicht – het huidige beschermingsregiem voor de wolf – en dat het vangen, verdoven en zenderen onnodig excessief is voor wetenschappelijk onderzoek. Dit is al een van de intensiefst gemonitorde roedels van Nederland. Monitoring kan prima met DNA analyse van drollen en schadegevallen en via wildcamera’s, zoals dat nu ook al gebeurd.
Op 17 oktober 2025 dienden Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden bezwaar in bij de provincie Utrecht tegen het op 9 oktober 2025 door hen genomen besluit om via een maatwerkvoorschrift toe te staan dat wolven worden gevangen met gebruik van strikvallen.
Diezelfde dag verzochten de organisaties de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland om een voorlopige voorziening te treffen dat het gebruik van het maatwerkvoorschrift onmiddellijk schorst tot zes weken nadat door de provincie op het bezwaarschrift is besloten. Verder vragen de organisaties om een ordemaatregel om te voorkomen dat het maatwerkvoorschrift al gebruikt wordt voor de zitting, wanneer de provincie niet uit zichzelf toestemt om te wachten op de voorzieningenrechter.
In de namiddag werd de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd. De bezwaarcommissie heeft het college gevraagd om de ontbrekende documenten toe te sturen. De ontvangst van het verzoekschrift is ook bevestigd en de rechtbank heeft laten weten dat het maatwerkvoorschrift op dit moment niet gebruikt wordt. Als het goed is krijgen we maandag ook zwart op wit dat deze niet gebruikt wordt tot aan de zitting. Een ordemaatregel is dus niet nodig.
Op 21 oktober 2025 laat de Rechtbank Midden-Nederland weten: “Omdat nog niet direct uitvoering zal worden gegeven aan het besluit, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een ordemaatregel te treffen af.” Utrecht laat aan de rechtbank weten: “Naar verwachting zal de inhoudelijke behandeling van het bezwaar middels een hoorzitting eind november of begin december plaatsvinden. Het treffen van een voorlopige voorziening heeft een spoedeisend karakter en in die zin vinden GS het belangrijk om aan te geven dat de daadwerkelijke uitvoer van de vergunning op zijn vroegst pas begin december kan plaatsvinden en dat van spoed geen sprake is.”
Dat wil niet zeggen dat er op het bezwaar is beslist voordat de Zoogdiervereniging van de vergunning gebruik gaat maken. We wachten dus op een zittingsdatum bij de voorzieningenrechter.
Update 2
Op 22 oktober laat de rechtbank weten dat ze op 21 oktober 2025 een e-mail ontving van de Zoogdierstichting waarin werd verklaard dat met de uitvoering van het zenderproject zal worden gewacht totdat het college van gedeputeerde staten van Utrecht een besluit heeft genomen op de bezwaren. Animal Rights en Werkroep Wolf Leusden hebben daarom op 29 oktober ingestemd met het intrekken van het verzoek tot een voorlopige voorziening. Er worden op de Utrechtse Heuvelrug voorlopig geen wolven gezenderd!
Update 3
In deze bezwaarprocedure zou een hoorzitting plaatsvinden op 16 of 18 december, maar dat gaat niet door. Deze wordt later opnieuw gepland. Dat lijkt nu 17 februari 2026 te worden.
Update 4
28 januari 2026 stierf een ongeveer 3 jaar oude mannelijke wolf die in 2023 vanuit Oregon was overgebracht en de patriarch van de King Mountain-roedel was, in Routt County, Colorado tijdens een zenderoperatie.2
Op vrijdag 27 februari 2026 meldde Colorado Parks and Wildlife in een persbericht dat de autopsie van de wolf (tag nummer 2305) uitwees dat “vangst-gerelateerde complicaties” de oorzaak waren van zijn dood op 28 januari. “Deze complicaties leidden tot acute cardiogene shock, die mogelijk verergerd werd door verschillende factoren, waaronder hyperthermie, inspannings-/vangstmyopathie, ademhalingsproblemen of een reactie op het verdovingsmiddel.” De wolf werd in totaal ongeveer drie minuten achtervolgd voordat hij in de spier van zijn linker bovenachterpoot werd verdoofd. “Tijdens de vangst vertoonde 2305 geen abnormale hijgverschijnselen (d.w.z. er werden geen duidelijke tekenen van benauwdheid waargenomen) en het hele proces werd door het vangteam als kort en goedaardig beschreven.” Dit incident laat zien dat ook een snelle, professionele vangactie – waarvan het twijfelachtig is of het onervaren Zoogdierverenigingsteam daartoe instaat is – catastrofaal kan aflopen. Deze ellende tracht Animal Rights in Nederland te voorkomen.
De hoorzitting in de bezwaarprocedure tegen de zenderplannen van de Zoogdiervereniging op de Utrechtse Heuvelrug vond plaats op 17 februari 2026. De Zoogdiervereniging moest opnieuw erkennen dat feitelijk de enige reden voor deze invasieve voornemens hun nieuwsgierigheid is.
Het bleef tijdens de hoorzitting onduidelijk hoeveel strikken men wil gebruiken en wie welke handelingen uit gaat voeren. Dat laatste is belangrijk, omdat een verdoving een dierproef is en deze moet worden uitgevoerd door een (wildlife) dierenarts, niet door een jager. Uit de stukken blijkt dat de Zoogdiervereniging echter jagers wil gebruiken, de dierenarts wordt pas later gebeld.
De dertig minuten om ter plaatse te zijn na het vangsignaal is overigens ook onvoldoende: de wolf dient binnen dertig minuten na vangst verdoofd te zijn. Bij de gestorven Colorado wolf lukte dat in 24 minuten.
Al deze eisen doen er in feite niet toe, omdat het vangen met een pootklem – waaronder een strikval die zich evenzo om de poot heen klemt waardoor het dier niet weg kan – niet is toegestaan – en alle daarop volgende handelingen zoals in de vergunning weergegeven dus ook niet.
Het zenderen van wolven is niet ethisch te verantwoorden. De ego’s van zelfverklaarde wetenschappers moeten ondergeschikt worden gemaakt aan de belangen van de wolf. Dat houdt minimaal in het respecteren van de integriteit van de wolf en afzien van invasieve ingrepen, zoals zenderen.
Update 5
Animal Rights heeft haar gronden van beroep ingediend tegen het negatieve besluit van de provincie Utrecht op het bezwaar tegen het zenderen van de roedel wolven op de Utrechtse Heuvelrug. De Zoogdierstichting heeft inmiddels toegezegd om het maatwerkvoorschrift in elk geval tot 1 oktober 2026 niet uit te voeren. De datum voor de vovo zitting is vervolgens bepaald op 24 augustus om 10.00 uur.
Update 6 – Beroepszitting op 24 augustus en de positie van Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft in oktober 2025 de Zoogdiervereniging toestemming gegeven om strikvallen te gebruiken om 5 wolven op de Utrechtse Heuvelrug te vangen, verdoven en te voorzien van een zender, onder het mom van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.
Eerder, in 2023, trachtte de Zoogdiervereniging hetzelfde te doen bij wolf Bram om hem ‘aversief’ te conditioneren. Toen alleen met een verdovingsgeweer. De Zoogdiervereniging maakt daarbij, net als nu, gebruik van een reeds in juni 2023 verleende ontheffing die breed en algemeen gericht is op alle (grondgebonden) landzoogdieren en waar geen bezwaar of beroep meer tegen openstaat.
Omdat de Zoogdiervereniging nu gebruik wil maken van strikvallen die niet opgenomen zijn in de ontheffing uit 2023 moest er een aanvullende vergunning aangevraagd worden. Deze werd verleend in de vorm van een ‘maatwerkvoorschrift’. Daar stond wel bezwaar tegen open en dat maakten Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden op 17 oktober 2025. Utrecht wees dat af waarna de stichtingen in beroep gingen. De zitting is op 24 augustus 2026. Er is toegezegd dat het maatwerkvoorschrift in elk geval tot 1 oktober 2026 niet wordt gebruikt.
Het college is van mening dat zenderen nodig is, omdat wildcamera’s, sporenonderzoek en DNA-analyses onvoldoende toereikend zijn om het gedrag van de wolf te onderzoeken. Echter, op de Veluwe loopt al een gelijksoortig onderzoek door Wageningen Universiteit.
De stichtingen begrijpen dat het voor de Zoogdiervereniging interessant is om een eigen onderzoek te kunnen uitvoeren en niet de resultaten te gebruiken van een gelijksoortig lopend onderzoek door een andere, concurrerende onderzoeksinstelling. Dat betekent echter niet dat een extra onderzoek noodzakelijk is. Zij lezen in de reactie van het college met name een interesse in extra onderzoek, met verdoving en gebruik van een halsbandzender, en geen noodzaak.
Vanwege de bijkomende stress en risico op letsel voor de wolf is het vangen met een strik of klem vele malen invasiever dan direct verdoven met een geweer. Het college heeft onvoldoende betwist dat het gebruik van het verdovingsgeweer in de Utrechtse Heuvelrug onmogelijk is, terwijl dat op de Hoge Veluwe klaarblijkelijk wel werkt. Bovendien wordt slechts gesteld dat met zenderonderzoek meer informatie kan worden verkregen, niet waarom specifiek die aanvullende informatie noodzakelijk en in het belang van de wolven is.
28 januari 2026 stierf een ongeveer 3 jaar oude mannelijke wolf in Routt County, Colorado tijdens een zenderoperatie. Op vrijdag 27 februari 2026 meldde Colorado Parks and Wildlife in een persbericht dat de autopsie van de wolf uitwees dat “vangst-gerelateerde complicaties” de oorzaak waren van zijn dood. In reactie daarop schrijft het college dat de uitvoerder zich aan het besluit en bijbehorende voorschriften moet houden om te voorkomen dat de wolf overlijdt en als dat niet gebeurt, kan het maatwerkvoorschrift worden ingetrokken. De stichtingen voeren dit punt aan vanwege het risico op overlijden door verdoving, niet vanwege een overtreding van voorschriften. Van het laatste is bij de wolf uit Colorado ook niets gebleken. Als er toch voorschriften worden overtreden, niet ongebruikelijk in Utrecht, en de wolf overlijdt, dan is het al te laat. Het gaat de stichtingen erom dat het doel van de ingreep (het verkrijgen van aanvullende onderzoeksgegevens) niet opweegt tegen het risico van de ingreep (het doden van wolven).
Het college gaat in haar verweer op het beroepschrift van Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden niet inhoudelijk in op het standpunt van de stichtingen dat het net als bij de soft-catch klem ook bij de strikval, die precies hetzelfde doel en werking heeft als de soft-catch klem, namelijk het dier gevangenhouden aan de poot, noodzakelijk is om een tijdsperiode van dertig minuten in acht te nemen waarbinnen het dier verdoofd moet zijn (in plaats van dat er dan slechts een team ‘aanwezig’ is) en om het dier te laten verdoven door een professionele dierenarts (in plaats van een faunabeheerder, wiens ervaring bestaat uit het vermoorden van dieren). Dit is namelijk wat de Europese Commissie verplicht stelt voor een dergelijke handeling, terwijl uit de verweerschriften van het college en het plan van aanpak van de Zoogdiervereniging aannemelijk wordt dat een dierenarts niet of nauwelijks onderdeel zal uitmaken van het zogenaamde team van deskundigen. Het vereiste van die deskundigheid (in dit geval een professionele dierenarts die ervaring heeft met het verdoven van wilde dieren) volgt naast de richtsnoeren ook uit de toelichting bij de specifieke zorgplicht.
Het college schrijft verder dat beoordeling van de staat van instandhouding op lokaal niveau niet noodzakelijk is, terwijl het Europese Hof van Justitie meermaals heeft benadrukt dat “deze staat van instandhouding in de eerste plaats en noodzakelijkerwijs op lokaal en nationaal niveau moet bestaan”. De conclusie van het college dat de grensoverschrijdende populatie zich in een gunstige staat van instandhouding bevindt en daarom de lokale staat van instandhouding in Nederland niet beoordeeld hoeft te worden (met andere woorden, dat in Nederland geen enkele ingreep kan stranden op het instandhoudingsvereiste), kan daardoor niet getrokken worden.
De stichtingen benadrukken dat het vangen van vijf wolven op de Utrechtse Heuvelrug geen beperkte ingreep is, omdat er slechts één roedel wolven is gevestigd en het dus zal gaan om het vangen, verdoven en zenderen van alle op de Utrechtse Heuvelrug gevestigde wolven, wat betekent dat je de gehele lokale populatie wolven in gevaar brengt door de ingreep. Als een wolf hierdoor toch overlijdt dan kan dit direct grote gevolgen hebben voor de roedel, en dus ook de gehele lokale populatie, met name als het een ouderwolf betreft. Overigens is het niet eens zeker dat er vijf wolven gezenderd kunnen worden, omdat de roedel bestaat uit een ouderpaar met welpen die nu nog te jong zijn, of mogelijk al zijn overleden en over een aantal maanden naar een ander gebied kunnen zijn vertrokken.
Het college komt verder met een wetenschappelijke artikel waarin onder andere wordt geconcludeerd dat een type strikval – niet het type dat men in Utrecht wil gebruiken – minder letsel veroorzaakt dan conventionele stalen wildklemmen, maar dat is ook niet iets dat de stichtingen betwisten (en juist de reden dat er een Europese Pootklemverordening bestaat) en geen reden om aan te nemen dat alle niet-conventionele stalen wildklemmen ‘humaan’ zijn. Saeidi et al. waarschuwen juist dat niet alle strikvallen zonder meer over één kam kunnen worden geschoren en dat er verschillen kunnen zijn in de frequentie en ernst van verwondingen en bijvangst. Zij bevelen daarom juist nader vergelijkend onderzoek aan naar het gebruik van verschillende typen strikvallen bij wolven.
Naast het type vangmiddel noemen Saeidi et al. ook de kennis en vaardigheid van de vanger als factor bij het ontstaan van letsel, zoals concrete ervaring met het plaatsen van de val en het afstellen van de kabel. Dergelijke deskundigheid van de vangers is door de stichtingen niet te beoordelen, doordat uit het Plan van Aanpak niet duidelijk wordt welke faunabeheerders bij de activiteit betrokken zijn. In zijn algemeenheid kan echter gesteld worden dat er in Nederland geen ervaring is met het gebruik van strikken en klemmen, omdat deze verboden zijn. Ook het gebrek aan succes van een eerdere zenderpoging van de Zoogdiervereniging in 2023 (naar de redenen is het gissen want het college en de Zoogdiervereniging weigeren nog altijd het evaluatierapport openbaar te maken) wekt geen vertrouwen. Ten slotte concluderen Saeidi et al. ook dat de duur dat een dier in de val wordt vastgehouden invloed heeft op zowel de kans als de ernst op stress en verwondingen.
De stichtingen zijn van mening dat de strikval net als de soft-catch klem onder de definitie van wildklem valt en dus verboden is op grond van de Pootklemverordening. De strikval heeft namelijk hetzelfde doel en werking als de soft-catch klem.
Maar ook als de rechtbank dit standpunt niet deelt is het vangmiddel nog steeds verboden op grond van de Pootklemverordening, doordat het vangmiddel vanwege de non-selectiviteit (risico voor bijvangst) en het gevangen houden aan de poot geen humaan vangmiddel betreft.
De uitspraak van de rechtbank van 16 september 2024 over een eerder verleende vergunning om gebruik te maken van klemmen om wolf Bram te zenderen, is relevant doordat de voorzieningenrechter overwoog dat de brief van de Europese Commissie, waarnaar het college in het verweerschrift verwijst, onvoldoende was om het uitdrukkelijke verbod op het gebruik van een wildklem (zoals de soft-catch klem en, volgens de stichtingen, ook de strikval) te passeren, zelfs wanneer is aangetoond dat het gebruik noodzakelijk is voor onderzoek of monitoring ten gunste van de wolf: “De genoemde Europese Verordening voorziet in een verbod op het gebruik van de wildklem voor een wolf. Deze Verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in Nederland. De Verordening bevat geen afwijkingsmogelijkheden van het verbod. Uitgangspunt is en blijft dus dat een wildklem niet mag worden ingezet voor het vangen van de wolf. In de brief van 14 maart 2018, waarnaar het college heeft verwezen, gaat de Europese Commissie in op de vraag of een soft catch leghold trap zou kunnen worden toegestaan, indien gebruik van dit middel noodzakelijk is voor wetenschappelijk onderzoek of monitoring dat erop is gericht de staat van instandhouding van de soort te verbeteren. De Europese Commissie schrijft dat, als wordt voldaan aan de drie opgesomde voorwaarden én de wildklem gebruikt wordt om de instandhoudingstatus van de soort te verbeteren, de inzet van de wildklem niet in strijd zou zijn met de doelstelling van de Verordening. De voorzieningenrechter vindt deze brief onvoldoende om in dit stadium van de procedure al te oordelen dat het uitdrukkelijke verbod op het gebruik van een wildklem in dit geval gepasseerd kan worden. Haar is geen (Europese) rechtspraak bekend waarin aan het verbod is voorbijgegaan.”
De stichtingen hebben al betwist dat de onderhavige activiteit niet noodzakelijk is voor onderzoek en niet in het belang van de wolf. Het is duidelijk dat de Europese Commissie in die gevallen niet voorstelt om de Pootklemverordening te passeren (hetgeen overigens ook niet bindend zou zijn).
De Zoogdiervereniging heeft voor haar onherroepelijke ontheffing uit 2023 een CCD-vergunning (een projectvergunning voor dierproeven van de Centrale Commissie Dierproeven; het vangen van een dier in een val en vervolgens verdoven, geldt als een dierproef), maar die CCD-vergunning ziet niet op het vangen van wolven met een strikval waarvoor het maatwerkvoorschrift dient en daarom ontbreekt er voor het onderhavige project een beoordeling en vergunning van de CCD. De activiteit kan ook om die reden niet worden uitgevoerd.
Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden verzoeken de rechtbank om alle genoemde redenen het verzoek gegrond te verklaren en het besluit te schorsen totdat op het beroepschrift is beslist, of gelijktijdig aan het verzoek ook het beroep gegrond te verklaren en de bestreden besluiten te vernietigen.
De rol van de provincie Utrecht bij het zenderproject
11 mei 2025 stuurt Commissaris van de Koning Hans Oosters een email rond binnen de provincie Utrecht met als onderwerp “Bespreking voortgang vergunningverlening zenderen wolvenroedel”. Uit deze email blijkt dat het vooral de provincie zelf is, en dan met name Oosters en op dat moment gedeputeerde, nu minister, Mirjam Sterk, die pusht om wolven te zenderen. Er wordt zelfs gesproken over een “bestuurlijke opdracht” daartoe: “Afgelopen week ontstond er in het PO VTH [provinciaal overleg vergunningverlening, toezicht en handhaving] Landelijk Gebied een ongemakkelijke situatie naar aanleiding van een vraag van Mirjam over de voortgang van de vergunningverlening voor het zenderen van de wolvenroedel. Mirjam en ik hebben gevraagd om, met tussenkomst van het management, aan te geven hoe de vorig jaar gegeven bestuurlijk opdracht wel op snelheid kan worden gebracht. Nu lees ik dat in het komende PO morgen opnieuw een mondelinge mededeling wordt beoogd. Dat lijk mij niet conform onze wens en ook een recept voor meer gedoe. Mag ik jullie vragen om Mirjam en mij buiten het PO om zo spoedig mogelijk te informeren over de voortgang en het perspectief van de vergunningverlening?”
In een lange reactie daarop noemt de Senior Beleidsmedewerker Team Vergunningverlening Natuur en Landschap Domein Landelijke Leefomgeving (LLO) van de Provincie Utrecht die “ongemakkelijke situatie” een schoffering van de betrokken vergunningverlener: “Tijdens het PO zijn er fatsoensnormen overschreden. Ook bestuurders hebben zich te houden aan deze normen. Ik sta als senior van VVN [Vergunningverlening Natuur en Landschap] niet toe dat de betrokken vergunningverlener wordt geschoffeerd (‘dus sinds november hebben jullie helemaal niets gedaan??’).”
De beschuldiging aan Sterk en Oosters is niet mals: “Er wordt continu paniekvoetbal gespeeld, en we moeten hen steeds maar herinneren aan gemaakte afspraken (zowel landelijk als provinciaal). Zo werd toch de spoedanalyse aangevraagd nav de doodgereden wolf bij Austerlitz, terwijl de afspraak was dat we dit niet zouden doen. In het afgelopen PO hebben we hen er wederom meerdere keren aan moeten herinneren dat ook zij zich te houden hebben aan de gemaakte afspraken.”
Vooral Mirjam Sterk lijkt zich niet aan de gemaakte afspraken om “rust in de tent” te brengen te kunnen houden: “Mirjam stelde ‘dat zij signalen had ontvangen dat de wolf wederom mensen dicht benaderde’, waarna ik vroeg van wie zij deze signalen had ontvangen. Dit bleek wederom [gelakt] te zijn. Ik heb haar gevraagd of zij hem de boodschap terug had gegeven om dit via het landelijke wolvenmeldpunt te melden, zoals we landelijk ook hebben afgesproken. De signalen die wij ([gelakt], [gelakt], HUL en de RUD Utrecht) ontvangen, zijn namelijk dat de wolven zich prima gedragen, en het rustig is in het bos. Wij horen juist hele andere geluiden: dat er vanuit den Treek wolven worden opgejaagd, zodat zich incidenten voordoen (speculatie dat dit een onderliggende oorzaak kan zijn dat de wolf bij Austerlitz daarom is aangereden).”
Vervolgens heeft de Senior Beleidsmedewerker het over “een ‘bestuurlijke opdracht’ vanuit Mirjam en [gelakt, waarschijnlijk Hans] voor het zenderen van het wolvenroedel. Deze opdracht is kennelijk aan [gelakt] verstrekt.”
Terwijl Commissaris van de Koning Oosters in bovenstaande email eist dat hij en Sterk geïnformeerd worden “over de voortgang en het perspectief van de vergunningverlening”, weigert de Senior Beleidsmedewerker hieraan mee te werken: “Ik heb gezegd dat er geen memo vanuit VVN zal komen. Het is namelijk niet aan VVN om te zorgen dat de aanvraag volledig/ ontvankelijk wordt. Wij zijn niet het ecologisch adviesbureau van de provincie, maar bevoegd gezag, belangenverstrengeling is niet toegestaan.”
Maar die belangenverstrengeling is er dus overduidelijk. Hoewel er in februari 2025 een aanvraag is ontvangen van de Zoogdiervereniging zijn de drijvende krachten om die vergunning ook te verlenen Oosters en Sterk: “Wij hebben Mirjam Sterk meerdere keren horen zeggen bij publieke bijeenkomsten ‘dat de provincie de wolven wil vangen en zenderen’. Wij hebben geen idee wat de rol van de provincie hierin is. Wordt daar geld voor beschikbaar gesteld vanuit de PU? Wat is het doel van het vangen/ zenderen? Wie gaat dat doen, en met welke middelen?”
De haast van Sterk en Oosters wordt veroordeeld: “Inzet zou nu juist moeten zijn om te voorkomen dat zich incidenten zoals vorig jaar voordoen(militairen die verdwalen, bij de wolvenden terechtkomen, zodat de wolven in paniek de welpen verplaatsen naar de Treek Henschoten, waarna alle incidenten met recreanten zich voordeden). Duidelijke afspraken met defensie zijn daarom belangrijker dan de vergunningen vangen en zenderen!”
Oosters krijgt een veeg uit de pan: “Fatsoensnormen gelden ook voor bestuurders. Ik snap niet waarom er met name bij [gelakt, waarschijnlijk Oosters] emoties om de hoek komen kijken bij het onderwerp wolf; zo ken ik hem niet bij andere onderwerpen. Ongetwijfeld wordt hij vanuit zijn rol als CvdK [Commissaris van de Koning] regelmatig benaderd door burgemeester[s] die zich zorgen maken, maar dat is een bestuurlijk aapje dat hij zelf op de schouders heeft genomen toen hij een inhoudelijke portefeuille (in dit geval VTH) op zich nam. Dat mag hij niet bij ambtenaren neerleggen, hoe hij deze petten weet te scheiden, dat is aan hem.”
De strikklem
Update 8
De zitting vond plaats op 24 augustus en de uitspraak zal zijn op 2 oktober 2026.
Op 26 september 2025 deed de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland uitspraak in twee zaken tussen Sebava BV, het varkensconglomeraat van Adriaan Straathof, en gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, met Animal Rights als derde-partij. Het ging om de intrekking van vergunningen voor de in juli 2017 afgebrande varkensfabriek Knorhof in Kapel-Avezaath, waartegen Sebava in beroep ging. De zitting was op 7 juli.
De eerste uitspraak gaat over de (gedeeltelijke) intrekking van de natuurvergunning van de varkenshouderij Knorhof. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.
Zowel Sebava als Gelderland proberen Animal Rights buiten spel te zetten, maar de rechtbank is van oordeel ”dat de stichting opkomt voor een algemeen belang dat rechtstreeks wordt geraakt door de gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning”, omdat ”de werkzaamheden van de stichting niet alleen gericht [zijn] op de bescherming van dieren, maar ook op de bescherming van de habitats.” Het was tenslotte Animal Rights dat om intrekking van de natuurvergunning vroeg.
De tweede zaak gaat over de intrekking van twee omgevingsvergunningen (milieu) voor Knorhof. Animal Rights diende voor dit besluit een ondersteunende zienswijze in. Ook hier wordt het beroep van Sebava ongegrond verklaard.
In beide zaken voert Sebava min of meer dezelfde gronden van beroep aan en deze worden een voor een door de rechtbank ongegrond verklaard.
De ‘complottheorie’ van Sebava, dat provincie en gemeente hebben samengespannen – misbruik gemaakt van hun bevoegdheid – om herbouw van Knorhof onmogelijk te maken, wordt door de rechtbank verworpen. Vooraf afstemmen met de gemeente getuigt juist van een weloverwogen beslissing.
De rechtbank is van oordeel dat de provincie de natuurvergunning in redelijkheid heeft kunnen intrekken, omdat Sebava niet aannemelijk heeft weten te maken dat ze deze alsnog binnen korte termijn zal benutten. Dit omdat het bedrijfsgebouw is verwoest, binnen het nieuwe bestemmingsplan geen plaats is voor intensieve veehouderij, de aanvraag voor herbouw buiten behandeling is gelaten omdat het bedrijf zelf niet tijdig alle gevraagde gegevens had aangeleverd, en de milieuvergunningen waren ingetrokken.
Het algemeen belang van het niet willen laten voortbestaan van onbenutte stikstofruimte mag daarom zwaarder wegen dan het individuele belang van Sebava bij het behoud van de natuurvergunning. Bovendien heeft Sebava zelf niet inzichtelijk gemaakt waaruit de financiële consequenties voor het bedrijf precies bestaan.
Ondanks dat er nog andere procedures lopen – over het wel of niet terecht buiten behandeling laten van de aanvraag tot herbouw en het nieuwe bestemmingsplan – is het niet aannemelijk dat Sebava op korte termijn weer gebruik kan maken van de vergunningen.
Sebava had 6 weken om in hoger beroep te gaan en deed dat op 6 november in beide zaken.
Animal Rights is vanzelfsprekend tevreden over deze uitspraken. Sinds 2016 zet de dierenrechtenorganisatie zich in voor een einde aan de activiteiten van de in Duitsland tot een beroepsverbod veroordeelde varkensbaron Straathof en zijn handlangers. Er lopen ook juridische procedures tegen de varkensfabrieken in Koningsbosch (Limburg), Creil (Flevoland), Hoeven en Lierop (beide Noord-Brabant).
Update
Op 16 januari 2026 gaf Animal Rights haar schriftelijke reactie op de twee hoger beroepschriften van het bedrijf Sebava B.V., voorheen ‘De Knorhof’, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 26 september 2025.
Animal Rights ziet alle reden om wederopbouw van dit bedrijf te voorkomen en kan zich verenigen met de besluiten van het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunningen en natuurvergunning van deze varkenshouderij. Eveneens kan zij zich vinden in de uitspraken van de rechtbank Gelderland, waarbij de beroepen van Sebava tegen deze intrekkingsbesluiten ongegrond werden verklaard en de intrekkingen van de vergunningen in stand zijn gelaten.
Animal Rights verzoekt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de ingediende hoger beroepen ongegrond te verklaren en de uitspraken van de rechtbank te bekrachtigen.
Van 1 juli 2025 dateert het besluit van het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân om aan de Faunabeheereenheid Fryslân een vergunning te verlenen om in de gehele provincie reeën af te schieten tot en met juli 2029. De vergunning wordt afgegeven in het belang van de verkeersveiligheid.
Op 12 augustus, aangevuld op 12 september, hebben Animal Rights en Fauna4Life bezwaar ingediend bij het college tegen voornoemd besluit. Op 16 september vragen de organisaties de Rechtbank Noord-Nederland om in afwachting van de behandeling van dit bezwaar een voorlopige voorziening te treffen en het bestreden besluit te schorsen tot zes weken nadat door het college op het bezwaar is besloten. De zitting is op 15 oktober.
De omgevingsvergunning geldt vanaf heden en mag dus gebruikt worden. Het doden van reeën is onomkeerbaar en dat is de reden dat er een spoedeisend belang is.
Op voorhand verleend
Een vergunning voor een flora- en fauna- activiteit, zoals deze, kan slechts worden verleend indien voorafgaand aan de besluitvorming vast staat dat in de specifieke situaties waarvoor de vergunning wordt verleend, het doden van individuele reeën volgens de beste relevante kennis nodig is en dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn. Daarvan is in het voorliggende geval geen sprake aangezien afschot (mede) wordt toegestaan op basis van ieder jaar opnieuw op te stellen werkplannen. Deze plannen moeten nog worden vastgesteld, waarmee de vereiste voorafgaande beoordeling dus pas ná de verlening van het primaire besluit daadwerkelijk zal plaatsvinden en dat is in strijd met het van toepassing zijnde wettelijke kader.
Dit houdt in dat het college zelf dient te beoordelen of het doden van reeën nodig is, gelet op een wettelijk belang, of er geen andere bevredigende oplossing is dan het doden van reeën en of een omgevingsvergunning afbreuk zou doen aan de gunstige staat van instandhouding van deze soort. Deze beoordeling kan niet worden veralgemeniseerd en ook niet worden uitbesteed aan de faunabeheereenheid of (andere) uitvoerders.
Andere bevredigende oplossingen
Er is geen inzichtelijk overzicht van de getroffen preventieve maatregelen per hotspot, geen evaluatie van de effectiviteit daarvan, en geen onderbouwing dat preventie aantoonbaar tekortschiet.
Zolang deze motivering ontbreekt, kan afschot niet als noodzakelijk en onvermijdbaar worden beschouwd. Gelet hierop is niet, althans onvoldoende, gemotiveerd dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan. Het besluit kan daarom geen stand houden.
Maatregelen die volgens wetenschappelijke literatuur juist zeer effectief zijn, zoals structurele snelheidsverlagingen en aangepast bermbeheer, worden in Fryslân slechts zeer beperkt toegepast.
Afschot is geen bevredigende oplossing
Het bestreden besluit veronderstelt dat afschot leidt tot lagere dichtheden van reeën en daarmee tot minder aanrijdingen. Deze aanname is echter op geen enkele wijze overtuigend onderbouwd.
In het faunabeheerplan wordt expliciet erkend dat eerdere afschotdoelen geen substantiële afname van de populatie tot gevolg hebben gehad. De veronderstelde effectiviteit van afschot als middel om populatiestructuren te beïnvloeden en aanrijdingen te verminderen is daarmee door de jagers zelf al gerelativeerd.
Ook maakt het plan duidelijk dat het risico op (ernstig) letsel in hoge mate vooral wordt beïnvloed door het gedrag van weggebruikers, met name de gereden snelheid, en niet door de absolute omvang van de reeënpopulatie.
Voor een afwijking van de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn is vereist dat de noodzaak en geschiktheid van de maatregel overtuigend en wetenschappelijk onderbouwd worden. Zulke onderbouwing ontbreekt.
Al met al ontbreekt iedere overtuigende motivering dat afschot daadwerkelijk bijdraagt aan het verminderen van aanrijdingen en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Daarmee kan afschot ook ten aanzien van een verondersteld ‘restprobleem’ niet gelden als een bevredigende oplossing.
Onvoldoende onderbouwing voor een reëel gevaar voor de verkeersveiligheid
Het besluit en het faunabeheerplan bieden geen voldoende bewijs dat er sprake is van een reëel gevaar voor de verkeersveiligheid dat het grootschalig doden van reeën in de gehele provincie Fryslân rechtvaardigt.
Er is geen deugdelijke motivering gegeven waarom met 500 aanrijdingen per jaar de verkeersveiligheid voldoende is geborgd. Het gaat om een ogenschijnlijk willekeurig gekozen norm zonder wetenschappelijke onderbouwing. Een dergelijke niet-onderbouwde streefnorm kan niet dienen als grondslag voor het aannemen van een reëel gevaar voor de verkeersveiligheid dat het grootschalig doden van reeën in de gehele provincie Fryslân zou rechtvaardigen.
Het aantal aanrijdingen per wildbeheereenheid loopt sterk uiteen: van 2 tot 71 per jaar. Dit laat zien dat de problematiek niet gelijkmatig over de provincie is verdeeld. Desondanks ontbreekt een analyse per wildbeheereenheid waaruit blijkt of, en zo ja waar, daadwerkelijk sprake is van een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid (verkeersveiligheid). Daar komt bij dat evenmin inzichtelijk is gemaakt welk deel van de aanrijdingen zich heeft voorgedaan op de zogenaamde risicovolle wegen, terwijl juist daarop het beheer volgens het bestreden besluit en faunabeheerplan wordt geconcentreerd.
Samenvattend
Animal Rights en Fauna4Life stellen dat het college ten onrechte is overgegaan tot het (op voorhand) verlenen van een omgevingsvergunning voor afschot van reeën in de provincie Fryslân. De noodzaak van dit afschot is onvoldoende onderbouwd. Tevens ligt aan de bestreden omgevingsvergunning ten onrechte geen deugdelijke afweging van andere bevredigende oplossingen ten grondslag en is niet aangetoond dat het afschot daadwerkelijk bijdraagt aan een verhoging/verbetering van de verkeersveiligheid. Het bestreden besluit kan dan ook geen stand houden.
Zo ziet dat er uit
Update
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft het verzoek van Fauna4Life en Animal Rights om de omgevingsvergunning voor het afschot van reeën in de provincie Fryslân te schorsen, op 28 oktober 2025 afgewezen.
Het is een beetje een laffe uitspraak. De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit van het college op enkele punten gebrekkig gemotiveerd is, vooral wat betreft de onderbouwing van de noodzaak van afschot en de beoordeling van alternatieven. Toch ziet de rechter geen aanleiding om de vergunning voorlopig te schorsen, omdat ze ”verwacht dat de gebreken in bezwaar kunnen worden hersteld.”
”De rechter acht het aannemelijk dat afschot kan bijdragen aan vermindering van het aantal aanrijdingen, mits dit gericht en structureel wordt uitgevoerd. Daarbij weegt het belang van de verkeersveiligheid zwaarder dan het belang van de verzoekende organisaties bij onmiddellijke schorsing.”1
Ook deze uitspraak is stuitend: “Als het college in zijn besluit op het bezwaar tot een ander oordeel komt, kan de populatie reeën zich naar verwachting weer herstellen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om de omgevingsvergunning in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure te schorsen.”
Het gaat een dierenrechtenorganisatie als Animal Rights vanzelfsprekend om de waarde van en respect voor ieder afzonderlijk leven. Ieder ree is een individu, niet slechts een onderdeel van een ‘populatie’. Na deze teleurstellende uitspraak loopt het bezwaar-traject gewoon door. 13 november is er een hoorzitting over deze zaak in het Friese provinciehuis. De provincie verwacht eind december te beslissen op bezwaar. Daarna kunnen we in beroep.
Update 2 – In beroep
Op 21 april 2026 hebben Fauna4Life en Animal Rights pro forma beroep ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 10 maart 2026, waarmee het college het bezwaarschrift ongegrond heeft verklaard. Op 17 juni dienden de organisaties de gronden in.
Animal Rights en Fauna4Life (blijven) stellen dat het college ten onrechte op voorhand is overgegaan tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna- activiteit ten behoeve van het afschot van reeën in de provincie Fryslân. De noodzaak van het afschot is onvoldoende onderbouwd. Tevens ligt aan de bestreden vergunning ten onrechte geen deugdelijke en volledige afweging van andere bevredigende oplossingen ten grondslag. Deze motiveringsgebreken zijn niet (afdoende) ‘gerepareerd’ in het bestreden besluit op bezwaar. Het is nu wachten op een zittingsdatum.
Animal Rights is teleurgesteld in het Nobelcomité dat wederom het martelen van niet-menselijke dieren beloont met een Nobelprijs. Het gaat deze keer om de Nobelprijs voor Geneeskunde voor Mary Brunkow, Fred Ramsdell en Shimon Sakaguchi voor hun onderzoek naar het immuunsysteem.
Sakaguchi maakte jonge muizen ziek door hun thymus (zwezerik), die overtollige afweercellen wegfiltert, kort na de geboorte weg te halen. Vervolgens spoot hij gezonde cellen in bij de dieren om auto-immuunziekten te voorkomen.
Brunkow en Ramsdell ontdekten via genetisch onderzoek een celmutatie die leidde tot een huidaandoening bij een muis, een auto-immuunziekte.
Dit in slavernij houden van muizen, ze martelen en vermoorden, wordt beloond met 11 miljoen Zweedse kronen, ongeveer een miljoen euro.
De Nobelprijzen werden opgericht door de Zweedse industrieel Alfred Nobel, omdat hij besefte dat hij als uitvinder van het dynamiet en producent van kanonnen en ander wapentuig vooral herinnerd zou worden om de vernietiging die hij had mogelijk gemaakt. Ook de wetenschappers die nu instrumenteel gebruik maken van andere levende voelende wezens zullen door toekomstige historici en burgers in een wijzere, rechtvaardigere maatschappij veroordeeld worden voor de terreur die ze deze dieren hebben aangedaan.
Het Nobelcomité zou zich moeten realiseren dat het speciesisme dat ze vandaag belonen in dezelfde discriminatie-categorie thuishoort als racisme en seksisme en dat het excuus “we wisten het niet” niet langer geaccepteerd wordt. Geen enkel levend, voelend wezen is een middel tot een bepaald doel. Of dat doel de mensheid nu dient of niet!
Animal Rights zal via een brief het Nobelcomité op haar medeplichtigheid aan dit onrecht wijzen en haar oproepen tot inkeer te komen en haar moreel kompas bij te stellen.