Graag stellen we aan jullie voor: Zara en Zoe! Twee lieve, kleine biggetjes die door het Animal Rights Rescue team werden bevrijd uit de varkensindustrie. Deze dieren zouden, zoals miljoenen anderen, in slechts zes maanden tijd vetgemest worden om vervolgens op gruwelijke wijze vermoord te worden in het slachthuis.
Dankzij het Animal Rights Rescue team krijgen Zara en Zoe nu de kans op een nieuw leven.
Zara en Zoë zijn op een veilige plek waar ze alleen maar liefde en zorg zullen kennen
We realiseren ons dat het redden van twee varkens het systeem waarin tienduizenden individuen per dag geslacht worden niet verandert. Maar voor deze twee dieren maakt het een wereld van verschil. In plaats van opgesloten te zitten in een donkere, bedompte stal, ademen ze nu frisse lucht en wroeten ze met hun neus in de modder. In plaats van op een kille betonnen vloer te liggen, slapen ze nu op zacht stro. En in plaats van gedood te worden om gegeten te worden, ontvangen ze nu liefde, aandacht en de zorg die elk dier verdient.
De varkensindustrie
In Nederland zitten volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zo’n 10 miljoen varkens opgesloten in stallen in 2025. 1 In Vlaanderen gaat het volgens Statbel in het jaar 2023 om ongeveer 5 miljoen dieren 2 en in Wallonië om zo’n 330.000 varkens. 3 De overgrote meerderheid daarvan ziet nooit daglicht, met uitzondering van de rit naar het slachthuis. Deze transporten vinden regelmatig plaats tijdens extreme weersomstandigheden (in kou, regen, wind en warmte) en gaan soms dwars door meerdere landen. Zieke of gewonde varkens horen wettelijk gezien niet vervoerd te worden, maar uit verschillende Animal Rights onderzoeken blijkt dat toch te gebeuren.
De nadruk in deze industrie ligt namelijk niet op de dieren, maar op efficiëntie: zo snel mogelijk vetmesten en slachten. Animal Rights bracht eerder al schokkende beelden naar buiten uit Nederlandse varkensstallen en Belgische varkensslachthuizen zoals dat van Tielt, waarin het dierenleed pijnlijk zichtbaar werd. Hoe men het ook wendt of keert, deze dieren lijden van begin tot einde in de varkenshouderij. De enige oplossing is sluiting van de gehele industrie.
Lees hier alles over ons meest recente onderzoek in de Nederlandse varkensindustrie.
We blijven strijden voor een einde aan deze uitbuiting van dieren. Elk gered dier is voor ons een overwinning. Maar we blijven ook streven naar structurele verandering, zodat geen enkel varken meer hoeft te lijden en in absolute vrijheid mag leven.
Update
Help mee!
Door te kiezen voor plantaardige voeding, help je dieren zoals Zara en Zoë. Op die manier draag je niet meer bij aan het dierenleed dat plaatsvindt achter de gesloten deuren van de vee-industrie.
Animal Rights informeert via haar campagne Plant Power over hoe je makkelijk plantaardig kan eten. Lees hier meer over alternatieven voor varkensvlees.
Op 30 september 2025 dient bij de Rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch het beroep van Animal Rights en Fauna4Life tegen het besluit op bezwaar van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 26 april 2024. In dat bestreden besluit werd het bezwaarschrift van de stichtingen tegen een ontheffing van 27 juni 2023, waarin de stichtingen zich richten tegen het doden van bevers, gegrond verklaard en werd het bestreden besluit vervolgens gewijzigd.
De ontheffing is verleend voor het verstoren en vernielen van burchten, dammen en holen en het eventueel vangen en verplaatsen, dan wel doden van bevers. De ontheffing is verleend voor de zomerperiode voor de periode 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2029, ten behoeve van de Noord-Brabantse waterschappen (Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta, Rivierenland en de Dommel) en Rijkswaterstaat, voor alle infrastructurele dijklichamen en waterlopen in de provincie Noord-Brabant.
Animal Rights en Fauna4Life stellen vast dat de ontheffing ‘op voorhand’ is verleend omdat de ontheffing is verleend voor nog onbekende situaties in de toekomst. Het is niet mogelijk om voor onbekende situaties in de toekomst aan te tonen dat voor al deze situaties het noodzakelijk is om bevers te doden en dat een andere bevredigende oplossing in al deze situaties niet bestaat.
De natuurbeschermingssystematiek eist dat er aan voorwaarden wordt voldaan voordat een ontheffing wordt verleend: Er moet een wettelijk belang zijn, geen andere (deels) bevredigende oplossingen bestaan, en de staat van instandhouding van de soort mag niet verslechteren.
Op advies van de Commissie bezwaarschriften heeft Noord-Brabant dit gebrek gemeend te kunnen repareren door nieuwe voorschriften aan de ontheffing te verbinden. Met deze twee voorschriften wordt echter op geen enkele manier het gebrek gerepareerd. Het verlenen van een ontheffing is uitsluitend toegestaan nadat aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. De toetsing vooraf door de provincie mag niet vervangen worden door een controle achteraf door een toezichthouder.
Animal Rights en Fauna4Life menen voorts dat Noort-Brabant de bescherming van de bever geen goede dienst bewijst door de regels voor het gebruik van een ontheffing te verspreiden over een beverprotocol met een beslisboom, een faunabeheerplan met een escalatieladder, beleidsregels en een nota faunabeheer. De verschillende documenten hanteren andere begrippen, andere systematieken en spreken elkaar tegen.
Verder bestrijden Animal Rights en Fauna4Life dat de noodzaak voor het doden van bevers door de provincie is aangetoond. Het enige dat de aanvrager in het faunabeheerplan aantoont is dat bevers schade kunnen veroorzaken, maar dat bewijst niet dat het nodig is om bevers te doden.
Ook stellen Animal Rights en Fauna4Life zich op het standpunt dat Noord-Brabant met het opsommen van mogelijke ‘preventieve maatregelen’ niet heeft aangetoond dat deze, al dan niet in combinatie, geen bevredigende oplossing zijn voor zowel het voorkomen als het oplossen van eventuele problemen waar-dan-ook in de provincie. Dat had wel gemoeten.
Afwijkingen van de verbodsbepalingen zijn alleen toegestaan om een resterend probleem op te lossen; dat deel van het probleem dat overblijft nadat alle andere redelijkerwijs uit te voeren deeloplossingen zijn ingezet.
De provincie heeft helemaal niets getoetst, omdat er geen concrete situaties voorlagen die konden worden getoetst. Noord-Brabant heeft zich beperkt tot de onbewezen stelling dat het soms nodig is om bevers te doden in toekomstige situaties waarin bevers problemen veroorzaken, omdat er geen andere bevredigende oplossing is.
Update – Winst voor Brabantse bevers – Ontheffing voor het doden van bevers door rechtbank vernietigd
Op 9 december deed de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak in de zaak tussen Animal Rights en Fauna4Life aan de ene kant, opkomend voor de bevers, en het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant aan de andere kant, als de vervolgers van bevers.
De provincie verleende 27 juni 2023 een ontheffing voor het verstoren en vernielen van burchten, dammen en holen en het eventueel vangen en verplaatsen, dan wel doden van bevers en negeerde het bezwaar van Animal rights en Fauna4Life daartegen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de inhoudelijke toetsing van de vraag of in het concrete geval is voldaan aan de voorwaarden voor ontheffingverlening door het college wordt doorgeschoven naar de gebruiker van de ontheffing (de jagers van de Faunabeheereenheid Noord-Brabant), hetgeen in strijd is met met het stelsel van de Wet natuurbescherming. De ontheffing is ‘op voorhand’ verleend en dat mag niet.
‘Op voorhand’ verlenen komt er op neer dat de provincie het aan de jagers overlaat om te bepalen of het in een bepaalde situatie noodzakelijk is om een bever af te maken, terwijl de wet voorschrijft dat de provincie dat oordeel zelf eerst moet vellen, voordat ze een ontheffing afgeeft.
Hetzelfde geldt voor andere voorschriften uit de zogenaamde escalatieladder. Ook de beoordeling of het gebied waarin de bever zich bevindt een ecologische functie heeft en of verplaatsen in plaats van vermoorden van een ‘lastige’ bever een optie is, laat de provincie aan de jagers (of een ingehuurde ecoloog) over, terwijl dat haar taak is, vooraf.
Animal Rights en Fauna4Life krijgen dus gelijk en het beroep is daarmee gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en treft een voorlopige voorziening die het doden van bevers op basis van deze ontheffing niet toestaat. De provincie moet een nieuwe beslissing nemen.
In dat verband wijst de rechtbank de provincie er nog fijntjes op dat er een uitgebreid (ander) wettelijk instrumentarium (Gemeentewet, Omgevingsvergunning) bestaat om bij ‘bevercalamiteiten’ maatregelen te kunnen nemen en dat als Noord-Brabant deze ‘ontheffing op voorhand’ toch wil doorzetten, ze de redenen daarvoor wel heel goed moet motiveren.
Naar mening van Animal Rights is dit opnieuw een duidelijk voorbeeld van hoe de jagers als ontheffing/vergunning aanvrager en de provincie als verlener opereren als twee handen op één buik en gemakzuchtig overgaan tot het terroriseren en vermoorden van wilde dieren, die voor de arrogante mensheid ongewenst gedrag vertonen. Gelukkig hebben Animal Rights en Fauna4Life het tij hier weten te keren.
Op 1 augustus 2025 dienden Fauna4Life en Animal Rights een bezwaarschrift in tegen de op 1 juli 2025 door Drenthe verleende omgevingsvergunning voor het doden van brandgans, grauwe gans, kolgans en grote Canadese gans en voor het vernietigen van nesten en legsels. Deze vergunning is geldig tot en met 31 december 2030 en geldt voor heel Drenthe met uitzondering van Natura 2000-gebieden en ganzenfoerageergebieden.
Het bezwaar richt zich op het feit dat de noodzaak voor deze vergunning en de effectiviteit van de vergunde ingrepen niet is aangetoond, zodat deze vergunning in strijd met de Omgevingswet is verleend.
De vergunning is enerzijds verleend voor ”schadebestrijding met ondersteunend afschot” zonder dat daar beperkingen of voorwaarden voor zijn opgenomen, zodat onduidelijk is wanneer en waar dit ondersteunend afschot mag plaatsvinden en welke beoordeling daaraan vooraf gaat. Er is ook geen beperking gesteld aan het aantal ganzen dat onder deze noemer (per actie) mag worden geschoten.
Verder is de vergunning verleend voor ‘populatiebeheer’ van grauwe ganzen, ”het voorkomen van de verdere groei van de standpopulatie grauwe ganzen”. Dat is echter geen in de wet aangewezen belang. Ganzen zijn beschermde vogels, die in principe met rust moeten worden gelaten. Alleen vanwege aangewezen belangen is het mogelijk toestemming te verlenen voor ingrijpende maatregelen, maar daarbij moet wel aan voorwaarden worden voldaan.
Er wordt in de vergunning niet aangetoond dat er een relatie is tussen het populatiebeheer en een beperking van de landbouwschade.
In het faunabeheerplan wordt aangegeven dat verjaagteams heel effectief zijn, maar dat de ganzen vervolgens naar andere gebieden gaan en daar wellicht schade veroorzaken. Daaruit blijkt dus dat actieve verjaging een andere bevredigende oplossing is. Dat de ganzen zich vervolgens verplaatsen, is logisch en dat geeft direct aan waarom het essentieel is dat er meer kwalitatief hoogstaande foerageergebieden van voldoende omvang voor de ganzen worden aangewezen.
Uit de tekst van de vergunning blijkt niet of er met hagelgeweer of kogelgeweer mag worden geschoten. Bij het gebruik van een hagelgeweer is de kans klein dat een vliegende gans met hagel direct dodelijk wordt getroffen. Ganzen raken door hagelkorrels meer of minder zwaargewond, waardoor pijn en stress wordt veroorzaakt. In veel gevallen betekent dit een lange lijdensweg. Vanwege het feit dat er al een uur voor zonsopkomst tot een uur na zonsondergang mag worden geschoten, wordt de kans vergroot dat een aangeschoten gans niet wordt gevonden. Ook dit leidt tot extra leed.
Op grond van bovenstaande komen Fauna4Life en Animal Rights tot de conclusie dat de vergunning onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet voldoet aan de eisen van de wet. Wij verzoeken de provincie Drenthe deze vergunning daarom zo spoedig mogelijk in te trekken.
Update
Op 11 september wijzigde Drenthe de vergunning. Op verzoek van de jagers is de bufferzone van 250 meter rondom Natura 2000-Vogelrichtlijngebieden in de provincie Drenthe verwijderd uit de omgevingsvergunning. ”De effecten van de activiteit op soorten in Natura 2000-gebieden zal separaat van deze omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden onderzocht.” Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld, de potentiële schadelijke effecten moeten worden onderzocht, voordat een vergunning wordt afgegeven.
Eendenslachter Tomassen gaf nooit interviews. Maar nu het bedrijf in korte tijd haar natuurvergunning verloor bij de provincie en haar vergunningen bij de gemeente Ermelo dreigt te verliezen, kwaakt adjunct directeur Jeroen IJzerman voluit. In lijn met de korte reacties van het bedrijf waneer er weer eens criminele activiteit aan het licht kwam, neemt IJzerman het met de feiten niet zo nauw.
In een interview met Pluimveeweb 1 zegt hij bijvoorbeeld: “De relatie met de gemeente is gespannen. Als we er niet uitkomen met hen stappen we naar de bestuursrechter of desnoods naar de Raad van State. We staan sterk. Eendenhouders hoeven zich geen zorgen te maken.” Zo werken juridische procedures echter niet. De gemeente heeft een ontwerpbesluit genomen. Daar kan Tomassen een zienswijze op indienen, zoals ook Animal Rights zal doen. Vervolgens volgt een definitief besluit. Daar kan Tomassen tegen in beroep gaan bij de bestuursrechter. Als de uitkomst Tomassen dan nog niet bevalt, staat hoger beroep open bij de Raad van State. Eendenhouders zouden zich grote zorgen moeten maken en het zinkende schip verlaten.
Van niet begrijpen hoe het juridische proces werkt, gaat IJzerman vervolgens over op ontkenning: “Een gemeente mag de wet Bibob toepassen als ze aanwijzingen hebben dat er sprake is van criminele activiteiten, zoals drugshandel. Daar is bij ons absoluut geen sprake van. De wet Bibob is oneigenlijk toegepast op ons.” IJzerman vergeet hier te vermelden dat de gemeente Ermelo werd getipt door het Openbaar Miniserie om een Bibob-onderzoek op te starten. Daarnaast was er ook al meerdere keren vanuit de maatschappij, onder andere door Animal Rights, opgeroepen om een Bibob-onderzoek te houden. Het gaat ook niet persé om drugshandel, witwassen of prostitutie, maar om de integriteit van houders en/of aanvragers van vergunningen en subsidies te toetsen bij het landelijk bureau BIBOB. Er wordt onderzocht of er een kans bestaat dat een vergunning, subsidie of overheidsopdracht misbruikt wordt of misbruikt zal worden voor criminele activiteiten. Tomassen heeft een vergunning voor het in bedrijf hebben van een slachthuis en dus wordt er logischerwijs in eerste instantie gekeken naar het overtreden van de Wet dieren en de Warenwet.
“De gemeente wijst op het aantal boetes die we hebben ontvangen van de NVWA. Wij staan evenals andere slachterijen onder permanente controle van de NVWA en hebben ongeveer 2.000 controles per jaar van de NVWA. We krijgen weleens een boete van de NVWA, maar van alle pluimveeslachterijen in Nederland scoren wij het beste blijkt uit de jaarlijkse NVWA-monitoring. Wij scoren geen 10 maar wel een 9 en daar ben ik trots op.” IJzerman verwijst hier naar de ‘slachthuismonitor’ van de NVWA. Het is reeds lang bekend dat de NVWA-slachthuismonitor helemaal geen afspiegeling is van de misstanden die daadwerkelijk bij slachthuizen en dus ook de eendenslachter plaatsvinden. Zo had ook varkens- en runderslachthuis Gosschalk in Epe een ’10’ op die monitor toen het vanwege ernstige dierenmishandeling, aangetoond via undercoverbeelden, werd gesloten en vervolgens failliet ging. Ook de NVWA zelf weet dat. Op 22 mei 2023 werd de NVWA-slachthuismonitor gepubliceerd over de eerste helft van 2022 en nam de NVWA voor het eerst ook alle zogenaamde ‘niet akkoord’-bevindingen mee. Zo bleken er in die periode door de NVWA 5.700 tekortkomingen vastgesteld te zijn in de 39 grote Nederlandse roodvlees- en pluimveeslachthuizen, maar dat leidde tot ‘slechts’ 401 schriftelijke waarschuwingen of boetes. Gerard Bakker, inspecteur-generaal van de NVWA zei daarover: ”De cijfers laten zien dat slachthuizen op dit moment onvoldoende verantwoordelijkheid nemen om dierenwelzijn en voedselveiligheid te borgen. Het gaat te vaak mis en het moet beter. De vereiste verandering en houding van de sector moet uit het bedrijfsleven zelf komen. Daar waar het bedrijfsleven tekortschiet, grijpen we in.” En verantwoordelijk minister Adema zei in het daaropvolgende Kamerdebat: ”Het gaat niet om incidenten maar om structurele dierenmishandeling”. Animal Rights en omwonenden van het slachthuis vragen al jaren de inspectierapporten op die zijn opgesteld door de NVWA-inspecteurs bij het eendenslachthuis. Hierin staan veel meer misstanden en overtredingen dan wat uiteindelijk door de NVWA als ‘boete-waardig’ of ‘waarschuwing-waardig’ wordt beoordeeld.
Ook de productie van het eendenslachthuis stelt IJzerman rooskleuriger voor dan deze is: “Nu zitten we overigens rond de zes miljoen eendenslachtingen per jaar.” In werkelijkheid slachtte het slachthuis in 2024 4.629.540 eenden. 6 Miljoen zal ook in 2025 niet gehaald worden. De laatste keer dat 6 miljoen eenden werden geslacht was in 2022.
Sommige illegale activiteiten moet IJzerman wel toegeven: ”Dat we zonder vergunning een luchtwasser buiten ons bouwblok hebben gebouwd is één ding. Het tweede is dat we een nieuwe vergunning hebben aangevraagd, die er nog steeds niet is. Twee jaar geleden hebben we samen met de gemeente nog een intentieovereenkomst gesloten voor die nieuwe vergunning. Nu dreigt de nieuwe vergunning er niet te komen, maar dreigt ook de oude vergunning ineens te worden ingetrokken.” De nieuwe vergunning komt er in de eerste plaats niet omdat Tomassen niet heeft voldaan aan wat er in de intentieovereenkomst was afgesproken en in de tweede plaats vanwege de criminele geschiedenis van het bedrijf zoals naar voren komt uit het Bibob-onderzoek.
“Indien Tomassen wegvalt heeft dat, volgens hem, grote gevolgen voor de voedselveiligheid van eendenvlees in Nederland maar ook de omringende landen.” Ook dat is onzin. Tomassen is helemaal geen grote speler binnen Europa. Landen als Hongarije, Frankrijk en Polen produceren vele malen meer eendenvlees dan Nederland en ook Bulgarije en Duitsland zitten daar waarschijnlijk boven. Al deze landen moeten zich aan dezelfde Europese slachthuis- en voedselveiligheid-regels houden als Tomassen.
Tegen De Stentor 2 zegt IJzerman: ”Het is schandalig en niet houdbaar. Wat er in het Bibob-rapport staat is geheim, maar ik mag er wel iets over zeggen. Het gaat om die inval van vorig jaar, waar we nooit voor veroordeeld zijn. En er staan bestuurlijke boetes in: een vies kratje, condens aan het plafond, een keer met een vrachtwagen gereden waar het niet mocht. Dat soort dingen. Wij hebben Bibob-experts ernaar laten kijken en die zeggen: dit is flinterdun. Hier kun je de vergunning van een bedrijf onmogelijk voor intrekken.” Met ”nooit voor veroordeeld” bedoelt IJzerman: nog niet voor veroordeeld. IJzerman zou alles kunnen vertellen over die inval wat hij weet, want dat komt niet uit het Bibob-onderzoek, maar vanuit zijn kennis als dader van dit misdrijf (het ‘omkatten’ van eendenvlees). Dat doet hij niet. Tomassen is nog niet veroordeeld omdat het onderzoek nog loopt. Een Woo-verzoek naar de zaak werd recent – 23 september – geweigerd, omdat ”openbaarmaking van de door u gevraagde informatie de opsporing en vervolging in deze zaak kan benadelen, omdat daarmee inzicht wordt verkregen in het kennisniveau van de instanties die belast zijn met de opsporing en vervolging. Bovendien wordt de strafzaak daarmee onderwerp van een publiek debat, nog voordat de rechter een oordeel heeft gegeven. Ik maak deze informatie daarom niet openbaar.” Het gaat ook niet om ”een vies kratje, condens aan het plafond, een keer met een vrachtwagen gereden waar het niet mocht,” maar om, bijvoorbeeld, het doorsnijden van de kelen van niet voldoende bedwelmde eenden, het niet afdoende controleren op ‘rugliggers’ en beklemde eenden, levende eenden bij het afval en eenden die creperen aan hittestress.
IJzerman gaat door met liegen: ”Mensen denken: zie je wel, het zal wel weer niet kloppen bij Tomassen. Voor onze beeldvorming is dit funest. Maar wij plegen geen strafbare feiten.” De boetes bevestigen dat het bedrijf strafbare feiten pleegt en de hierboven genoemde inval doet dat sterk vermoeden.
Dat moet hij vervolgens ook zelf toegeven: ”Wij hebben VSE in 2016 overgenomen omdat het bedrijf noodgedwongen moest stoppen. Daardoor nam onze productie toe, maar dat viel binnen de vergunning. Wel zijn er inderdaad een paar bouwwerken geplaatst, zoals een slibtank, bloedtank en een luchtwasser, die nog vergund moesten worden. Dat is ook de reden waarom er in 2017 een nieuwe vergunning is aangevraagd. Maar let wel: die bouwwerken zijn juist geplaatst om het milieu en de omwonenden te beschermen.” Illegaal bouwen is een strafbaar feit. Bovendien valt de extra productie niet binnen de vergunning. IJzerman liegt hier opnieuw. Er staat weliswaar geen maximaal aantal te slachten eenden in de huidige vergunning, maar wel een maximaal aantal vrachtwagenbewegingen, die er voor zorgen dat er per slachtdag niet meer dan ongeveer 20.000 eenden mogen worden aangevoerd.
Ook over waarom de intentieovereenkomst niet tot een vergunning leidde, namelijk omdat Tomassen niet alle vereiste gegevens aanleverde, ontkent het bedrijf de eigen verantwoordelijkheid: ”Feit is dat kort nadat de intentieovereenkomst was gesloten, wethouder Weidema opstapte en de projectleider werd vervangen. Vanaf dat moment is de wind volledig gedraaid. Het contact werd heel moeilijk. Er werd van gemeentewege een advocatenkantoor ingeschakeld en ineens was het een heel ander verhaal. De deur ging dicht.”
Huisjurist Scholten vervolgt met: ”Wij hebben de nieuwe wethouder meermalen uitgenodigd om te komen kijken, om het gesprek te voeren, maar die uitnodiging is nooit aangenomen. De mensen die nu over ons beslissen, zijn hier nog nooit geweest. Dat is toch gek?” Wethouder Arap-John Tigchelaar reageert daarop tegen De Stentor: ”Op 23 juli 2024 zijn burgemeester Van Daalen en ik, expliciet op mijn verzoek, op bezoek geweest bij Tomassen Duck-To. De ‘mensen die erover beslissen’ zijn de gemeenteraad en het college van B&W. Uiteraard ben ik portefeuillehouder, maar ik beslis niet in mijn eentje. Ook verschillende raadsleden hebben een bezoek gebracht aan het bedrijf. Wat de heer Scholten zegt, klopt dus niet. Ik heb daarnaast veel gesprekken gevoerd met CFO Elbertsen over de gang van zaken, onder andere om hem te informeren welke stappen de gemeente nam. Dit laat onverlet dat het toetsen van een aanvraag gebeurt op basis van aangeleverde gegevens en niet op basis van gesprekken of een bezoek.”
Ook tegen de Volkskrant 3 mag IJzerman alleen zijn mond open doen met huisjurist Scholten aan zijn zijde. Ook hier oreert Scholten dat in de oude vergunning uit 2002 geen exacte aantallen slachtingen staan genoemd zonder te vermelden dat het aantal slachtingen wél wordt begrensd door de maximaal toegestane vrachtwagenbewegingen. Hij liegt vervolgens keihard: ”Ik durf me juridisch gezien wel op het standpunt te stellen dat de vergunning ongelimiteerd is.”
Ook hier bagatelliseert IJzerman de overtredingen van het bedrijf weer: ”‘Als ze ons op basis van de genoemde overtredingen in het Bibob-onderzoek willen sluiten, dan kan elke slachterij in Nederland dicht. Condens of een ruimte waar nog een veertje ligt, dat mag niet, maar gebeurt overal weleens.” Inderdaad zouden meer slachthuizen gesloten moeten worden. De boetes bij Tomassen draaien echter niet (alleen) om een beetje condens en een achtergebleven veertje. In werkelijkheid gaat het om boetes voor zware vormen van dierenmishandeling. Animal Rights zal deze binnenkort nog eens op een rij zetten.
Verder niets nieuws dus bij Tomassen Duck-To: de leugen regeert!
In een uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag van 16 september 2025 werden de beroepen van Animal Rights en Fauna4Life gegrond verklaard en daarmee de konijnenjacht in Zuid-Holland stilgelegd. De rechtbank had de beroepen op 5 juni 2025 op zitting behandeld.
Het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om het ‘Faunabeheerplan konijn Zuid-Holland 2023-2029’ goed te keuren (en het bezwaar van Animal Rights en Fauna4Life daar tegen af te wijzen), werd vernietigd. Evenals het besluit van het college om een ontheffing te verlenen van verboden op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het doden van konijnen.
Het standpunt van het college dat het faunabeheerplan inzichtelijk maakt dat andere bevredigende oplossingen (dan het afschieten van konijnen) ontbreken is onvoldoende gemotiveerd.
De eis dat eerst gekeken moet worden naar ‘andere bevredigende oplossingen’ komt uit de Habitatrichtlijn en de daarbij behorende ‘richtsnoeren’. Het college bracht naar voren dat het strikte beschermingsregime van de Habitatrichtlijn niet van toepassing is op nationale soorten, zoals het konijn, en dat de richtsnoeren daarom ook niet relevant zijn in het kader van de beoordeling van een ontheffing voor het konijn.
Naast dat de konijnenjacht nu stil ligt, is dit oordeel van de rechtbank de grote winst in deze zaak:
“De rechtbank volgt het betoog van eisers dat de richtsnoeren relevant zijn bij de uitleg van de toetsingscriteria die zijn genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing verklaard voor de andere (nationale) soorten’. De rechtbank volgt het college daarmee niet in het betoog dat de richtsnoeren niet relevant zijn in het kader van de beoordeling van een ontheffing voor een andere soort. Dat betekent niet dat het regime van de Habitatrichtlijn van toepassing is op de nationale soorten, maar wel dat voor de invulling van de toetsingscriteria de richtsnoeren van belang zijn. Eisers hebben er naar het oordeel van de rechtbank terecht op gewezen dat het toetsingskader voor andere soorten ten opzichte van de Habitatrichtlijnsoorten ruimer is in die zin dat bij de nationale soorten meer wettelijke belangen aan een ontheffing ten grondslag kunnen worden gelegd, gelet op artikel 3.10, tweede lid van de Wnb. Voor zover het college ter zitting heeft verwezen naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) overweegt de rechtbank dat — nog afgezien van het gegeven dat het Bkl in dit geval niet van toepassing is — daarin niet kan worden gelezen dat de drie toetsingscriteria voor andere soorten anders moet worden ingevuld dan bij de Habitatrichtlijnsoorten.”
“Dat ook gedeeltelijk bevredigende oplossingen in de beoordeling moeten worden betrokken, volgt niet alleen uit de richtsnoeren, maar ook uit de memorie van toelichting bij de Wnb. Daarin staat immers (ook) met betrekking tot het beschermingsregime voor de nationale soorten dat moet worden getoetst of er geen redelijke alternatieven aan de orde zijn en of door de ontheffing of vrijstelling geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van de betrokken soorten. Als het doden van de betrokken dieren geheel of gedeeltelijk vermijdbaar is door het treffen van geschikte en proportionele mitigerende maatregelen, is het niet verlenen van de ontheffing of vrijstelling, of het daarbij voorschrijven van dergelijke maatregelen, uitgangspunt.”
Animal Rights is vanzelfsprekend blij met deze uitspraak. Het gaat slecht met het konijn in Nederland. Zo heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 14 oktober 2020 besloten om het konijn op te nemen op de Nederlandse Rode Lijst Zoogdieren. Ook uit het rapport ‘Staat van instandhouding haas en konijn’ van Wageningen Environmental Research van maart 2022 (hierna: WENR-rapport) blijkt dat de staat van in instandhouding van het konijn zeer ongunstig is. De Minister voor Natuur en Stikstof heeft op 28 juli 2022 het konijn niet voor niets geschrapt als vrij bejaagbare soort.
Zuid-Holland moet nu binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De provincie kan ook in hoger beroep gaan.
Puur formeel heeft de rechtbank geoordeeld over een besluit op bezwaar en zou een kwaadaardig, gewetenloos college kunnen claimen dat het primaire besluit in stand is gebleven en besluiten ondanks een ontoereikend faunabeheerplan gewoon door te schieten. Om er zeker van te zijn dat dat niet gebeurt hebben Animal Rights en Fauna4Life op 17 september de Rechtbank Den Haag verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening en een ordemaatregel tot aan de zitting van de voorzieningenrechter.
Update – Alle toestemming voor ‘bestrijding’ van konijnen ingetrokken in Zuid-Holland
De directeur van de Directeur Faunabeheereenheid Zuid-Holland laat weten dat afgelopen dinsdagmiddag, 16 september 2025, vrijwel meteen na ontvangst van de uitspraak van de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:16921), alle toestemmingen voor het uitvoeren van konijnenbestrijding in het havengebied van Rotterdam ingetrokken zijn. Alle toestemmingshouders en relevante organisaties zijn diezelfde middag via mail op de hoogte gebracht van de uitspraak.
Buiten het havengebied was er door eerdere voorlopige voorzieningen-uitspraken geen bestrijding mogelijk en stonden er dus ook geen toestemmingen uit.
Binnen drie maanden wil de provincie Zuid-Holland een nieuw besluit nemen die bestrijding weer mogelijk maakt. Voorlopig, echter, is de massamoord op konijnen tot staan gebracht!
Update – Zuid-Hollandse jagers in hoger beroep om toch bedreigde konijnen te kunnen afslachten
Op 29 oktober 2025 bericht de Raad van State aan Animal Rights en Fauna4Life dat de Faunabeheereenheid Zuid-Holland – die kantoor houdt in het provinciehuis van Zuid-Holland – in hoger beroep gaat tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 september.
In die uitspraak werden de beroepen van Animal Rights en Fauna4Life gegrond verklaard en daarmee de konijnenjacht in heel Zuid-Holland stilgelegd.
Animal Rights walgt van de moordenaarsmentaliteit van de jagers, maar voorlopig ligt die konijnenmassamoord gewoon stil.
Update – Reactie op het nieuwe besluit op de bezwaren van Animal Rights en Fauna4Life door Zuid-Holland
Op 9 december 2025 ontving de Raad van State een nieuw besluit op bezwaar dat de provincie Zuid-Holland was opgedragen te nemen door de rechtbank Den Haag op 16 september 2025. Voorspelbaar laat de provincie de originele goedkeuring van het faunabeheerplan konijn in stand, maar tracht men de door de rechtbank geconstateerde mankementen te repareren.
Ook de Omgevingsdienst Haaglanden verleent op 26 november 2025 gewoon een nieuwe ontheffing voor afschot. Moordenaarsbendes zijn hardnekkig.
Andere bevredigende oplossingen
Als bevredigende oplossingen noemt het addendum, dat ter reparatie aan het faunabeheerplan is toegevoegd, de aanwezigheid van konijnenwering en het ongeschikt maken van het terrein als konijnenhabitat. Dat zijn maar twee van de vele (gedeeltelijk) bevredigende oplossingen die mogelijk zijn. Andere alternatieven, zoals het verstevigen van de kwetsbare voorzieningen, zoals tankwallen, grondkabels, dijken en taluds worden ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Dat kan met onder andere gaas, klei, anti-erosiematten en kabelbuizen.
Vervolgens zijn er voor het plaatsen van een konijnenwerend raster zoveel vage uitzonderingen geformuleerd dat er vrijwel geen locaties zullen zijn waar een konijnenwerend raster zal worden vereist.
Ook ten aanzien van de enige andere (deels) bevredigende oplossing die het nieuwe besluit op bezwaar noemt, het ongeschikt maken van een habitat voor konijnen, geldt dat via een groot aantal uitzonderingen toepassing van deze (deels) bevredigende oplossing kan worden voorkomen.
Op voorhand verlenen
De door de Wet natuurbescherming aan Zuid-Holland opgedragen beoordeling van de vraag, of er (deels) andere bevredigende oplossingen bestaan, wordt in het faunabeheerplan en het addendum de facto uitbesteed aan de faunabeheereenheid. Deze beoordeling leidt in de praktijk tot een besluit van de faunabeheereenheid om het gebruik van een ontheffing vaker wel dan niet toe te staan.
Dit ‘op voorhand verlenen’ van een ontheffing, is in strijd met de beoordelingssystematiek zoals deze door de wetgever in de Wet natuurbescherming is voorgeschreven.
Onderbouwing
Het bestreden besluit herhaalt wat er volgens het faunabeheerplan in theorie allemaal zou kunnen gebeuren, maar dat dient dan wel aannemelijk te worden gemaakt. Een foto van een konijnenhol of een doemscenario bewijst niets.
Animal Rights en Fauna4Life stellen zich op het standpunt dat Zuid-Holland van elke “specifieke locatie” op verifieerbare wijze aannemelijk zal moeten maken wat voor schade zich in welke mate, ondanks de te nemen diervriendelijke maatregelen, zou kunnen voordoen. Anders is er van een fatsoenlijk gemotiveerd besluit geen sprake. Aan deze voorwaarde wordt in het bestreden besluit niet voldaan.
Staat van instandhouding
Het gaat slecht met het konijn in Nederland. Het is om deze reden dat de Minister van LNV op 14 oktober 2020 heeft besloten om het konijn op te nemen in de Nederlandse Rode Lijst Zoogdieren. Echter, provincies overal in het land compenseren het sluiten van de jacht door het verlenen van ontheffingen en het goedkeuren van faunabeheerplannen waarin het gebruik van de landelijke vrijstelling mogelijk wordt gemaakt. Telkens klinkt het excuus dat dit genomen besluit geen invloed heeft op de staat van instandhouding van de soort op het eigen grondgebied.
Door deze praktijk dreigt een “dood door duizend sneden”, zoals ook in de richtsnoeren wordt onderkend, want wanneer afwijkingen van de verbodsbepalingen op subnationaal niveau worden toegestaan, zoals in Nederland het geval is, dringt de Europese Commissie – logischerwijs – aan op coördinatie en monitoring op het niveau van de lidstaat. Nu deze nationale coördinatie ontbreekt (er is geen Actieplan Konijn) rust er een extra zware verantwoordelijkheid op Zuid-Holland om nadelige cumulatieve gevolgen voor de staat van instandhouding van het konijn en het herstel daarvan, te voorkomen. Het besluit om de komende zes jaar nog eens tienduizenden konijnen dood te schieten, doet afbreuk aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan en dat gegeven staat goedkeuring van het faunabeheerplan in de weg.