Omgevingsvergunning: Intrekken vergunningen eendenslachter Tomassen

Op 3 september 2025, gepubliceerd op 16 september jl., nam het college van burgemeester en wethouders van Ermelo een (aanvullend) ontwerpbesluit met het voornemen om de door Tomassen Duck-To B.V. aangevraagde vergunningen te weigeren en de voor de inrichting van Tomassen Duck-To B.V. huidige, vigerende vergunningen in te trekken. Tot 29 oktober was het mogelijk een zienswijze in te dienen. Animal Rights deed dat. Lees de tekst hieronder.

Lees er verder alles over in: 

Animal Rights stelt voorop geen bezwaren te hebben tegen de inhoud van voornoemd ontwerpbesluit. Voorliggende zienswijze geldt dan ook uitsluitend als steunbetuiging aan uw college om in het besluit te volharden.

Bovendien geeft Animal Rights in deze zienswijze nog (aanvullende) informatie ter ondersteuning van het ontwerpbesluit.

Uit het ontwerpbesluit is gebleken dat de aangevraagde vergunningen worden geweigerd op grond van de Wet Bibob. Het besluit berust tevens op redenen van goede ruimtelijke ordening, omdat de raad in oktober besloot om de verklaring van geen bedenkingen, nodig voor een nieuwe omgevingsvergunning, te weigeren.

Daarnaast is het college voornemens om de aan Tomassen Duck-To B.V. op 8 oktober 2002 verleende (revisie-)omgevingsvergunning en de op 31 juli 2006 verleende omgevingsvergunning voor het veranderen van de inrichting, alsook de eerder verleende omgevingsvergunningen in te trekken, op grond van de Wet Bibob.

In het kader van de geheimhoudingsplicht, zoals verankerd in de Wet Bibob, is het Animal Rights niet bekend om welke feiten en omstandigheden het gaat. Echter, uit eigen onderzoek, zoals bijvoorbeeld gepubliceerd in de navolgend genoemde artikelen staat vast dat Tomassen Duck-To structureel de Wet Dieren overtreedt:

Animal Rights wil daarbij benadrukken dat het bij overtredingen geconstateerd door de NVWA in het slachthuis om het topje van de ijsberg gaat vanwege de institutionele terughoudenheid van de NVWA in het opleggen van sancties. Naast de ‘onherroepelijke boetes’ zouden ook de uitgedeelde ‘schriftelijke waarschuwingen’ en ‘niet akkoord’ bevindingen uit de inspectierapporten moeten worden meegewogen.

Daarnaast dienen ook de lasten onder dwangsom die zijn opgelegd voor overtredingen van verschillende vergunningen te worden meegewogen, zoals:

Omdat Tomassen Duck-To ‘ketenregisseur’ is van de eendensector in Nederland zouden volgens Animal Rights ook de overtredingen en opgelegde boetes bij zijn eendenmesters, transporteurs en vangploegen meegewogen moeten worden. Zie bijvoorbeeld:

Met voornoemde voorbeelden is naar het oordeel van Animal Rights voldoende gebleken dat Tomassen Duck-To B.V. strafbare feiten heeft gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de in te trekken vergunningen zijn verleend.

Uit het Bibob-advies en eigen onderzoek van Animal Rights blijkt dat de betreffende strafbare feiten zijn gepleegd bij de inrichting waarop de aangevraagde en de vigerende vergunningen betrekking hebben. Daarnaast gaat het om feiten waarvan de aangevraagde en de vigerende vergunningen het mogelijk maken (kunnen faciliteren) om deze te plegen.

SLOTSOM

Gelet op het voorgaande verzoekt Animal Rights het college om het ontwerpbesluit te bekrachtigen in het definitieve besluit en Animal Rights een afschrift te sturen van het definitieve besluit wanneer deze is genomen.

Update – Eendenslachter heeft geen vergunningen meer

Op 6 januari 2026 stuurde de gemeente Ermelo aan eendenslachter Tomassen Duck-To B.V. het ‘Definitief besluit weigering aangevraagde revisievergunning en intrekking vigerende revisievergunningen’. Ook gaf ze een reactie op alle ingestuurde zienswijzen. 

Daarmee zijn alle vergunningen van het slachthuis vernietigd.

Het bedrijf krijgt 11 weken om met onmiddellijke ingang te stoppen met het uitbroeden van eendeneieren en de eendenstallen ‘leeg te draaien’. Dit kan de gemeente echter niet afdwingen. De landbouwminister en de NVWA kunnen dat wel via artikel 2.6 lid 4 van de Wet dieren:

“Onverminderd het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling voorts regels worden gesteld over het fokken van en het voor de fok gebruiken van dieren behorende tot bij die regeling aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer een geheel of gedeeltelijk verbod op het fokken of het voor de fok gebruiken van dieren, voor zover zonder een dergelijk verbod de gezondheid of het welzijn van het dier door uitzonderlijke omstandigheden ernstig in het geding komt.”

Animal Rights heeft de NVWA informeel gevraagd of zij daartoe bereid is.

Het lijkt voor de NVWA überhaupt een onhoudbare situatie dat zij een slachthuis blijft faciliteren,  door ondermeer het sturen van inspecteurs, terwijl dat bedrijf opereert zonder vergunningen en waartegen door zowel de provincie Gelderland als de gemeente Ermelo handhaving is aangezegd. Het intrekken van de erkenning van het slachthuis – de ‘slacht licentie’ – lijkt een logische volgende stap.

Update: Op 12 januari 2026 kondigt de Partij voor de Dieren via haar sociale media kanalen aan dat ze woensdag 14 januari, tijdens het Commissiedebat over zoönosen en dierziekten een voorstel zullen doen om nu snel het fokken en uitbroeden te verbieden. “Hiermee komt er een einde aan het vreselijke lijden van eenden in de bio-industrie.” Minister Wiersma – voorspelbaar – weigert iets aan het verwachte eendenleed te doen dus er zal een motie nodig zijn.

Update: De gemeente Ermelo heeft het ‘Definitief besluit weigering aangevraagde vergunning en intrekking vigerende revisievergunningen Tomassen Duck-To B.V.’ op 14 januari 2026 gepubliceerd. Tomassen kan haar volgende verzoek om een voorlopige voorziening en beroep dus indienen. De 11 weken die Tomassen heeft gekregen om de eendenbedrijven ‘leeg te draaien’ loopt gewoon door.

Update – Stap voor stap naar het einde van de eendenindustrie in Nederland – 1 miljoen aan dwangsommen voor eendenslachter

In opvolging van het besluit om alle vergunningen van eendenslachter Tomassen Duck-To in te trekken en een nieuwe vergunning te weigeren, legde de gemeente Ermelo Tomassen nu dwangsommen op die kunnen oplopen tot bijna een miljoen euro. 1

Om de eendenmesterijen ‘leeg te kunnen draaien’, gaf de gemeente Tomassen elf weken tijd. Dat de dwangsommen over acht weken in werking treden, sluit daar precies bij aan.

Als Tomassen daarna nog open blijft, zal het 785.000 euro moeten betalen. En als het vier illegale bouwwerken – luchtwasser met schoorsteen, bloed- en slibtank, verenlaadplaats en een gasstation – dan nog niet heeft gesloopt, dan komt daar nog 195.000 euro bovenop. Opgeteld: 980.000 euro.

Tomassen is wel wat gewend wat betreft dwangsommen, maar dit zijn de hoogste ooit. Nog een half miljoen aan dwangsommen staat in de wacht totdat de Raad van State uitspraak doet in de beroepszaak daarover. Deze gaan onder andere over het illegaal gebruik van diverse percelen rondom het slachthuis.

Daarnaast legde Gelderland Tomassen 200.000 euro aan dwangsommen op, omdat de slachterij illegaal opereert zonder de vereiste natuurvergunning.

Update – Nog meer dwangsommen voor eendenslachter Tomassen

Dat eendenslachter Tomassen een criminele organisatie bestiert, blijkt niet alleen uit het Bibob onderzoek of de FIOD inval, maar ook uit de lange reeks aan dwangsommen die zijn bedrijven opgelegd zijn. Behalve de dwangsommen voor het illegaal opereren van het eendenslachthuis zonder natuur- en omgevingsvergunning (195.000 + 785.000 van de gemeente en 200.000 van de provincie), hangt ook zijn ‘Thaise’ restaurant ‘Lazy Tiger’ 150.000 euro aan dwangsommen boven het hoofd vanwege het niet voldoen aan de regels omtrent parkeerplaatsen en een illegale bijbouw. Deze laatste zal de gemeente op Tomassen’s kosten slopen als hij dat niet zelf doet.

Ook ligt er nog 500.000 euro aan dwangsommen ‘in de wacht’ voor, onder andere, het illegaal gebruik van percelen rondom het slachthuis.

Nu zijn er ook dwangsommen opgelegd door de gemeente voor illegale activiteiten aan de Eendenparkweg 12 en 32 waar de broederij van Tomassen is gevestigd. Twee uitritten aan de achterzijde, die uitkomen op de Eendenparkweg, heeft hij volgens de gemeente zonder vergunning aangelegd; alleen de uitrit aan de Harderwijkerweg is legaal. Omwonenden klaagden over geluidsoverlast en trillingen van voorbij denderende vrachtwagens vanaf 4 uur ’s ochtends en het gevaar dat deze opleveren voor wandelaars en fietsers. Ook staan de toegangspoorten daar illegaal. De last om de uitritten en de poorten te doen verdwijnen levert Tomassen tweemaal een dwangsom van 15.000 euro op.

Opvallend is hoe de pers over deze zaak bericht. De Stentor kopt ‘Ook op deze plek negeert hij de regels: Ermelo legt slachterijbaas Gertjan Tomassen opnieuw dwangsommen op’ 2 en De Ermelose Courant ‘Welke regel dan ook, Lisuda Vastgoed overtreedt hem wel’.3 Het is duidelijk dat iedereen klaar is met de criminelen van Tomassen Duck-To en het gelieerde vastgoedbedrijf Lisuda, niet alleen omwonenden, dierenrechtenorganisaties, gemeente Ermelo en provincie Gelderland, maar zelfs de pers.

Update – Ermelo levert stukken te laat in volgens rechtbank

Bij Animal Rights zijn we wel wat gewend als het gaat om de laksheid bij gemeentes en de arrogantie van rechtbanken. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland is boos op de gemeente Ermelo omdat ze ondanks meerdere verzoeken de gedingstukken niet heeft ontvangen over het weigeren en intrekken van de vergunningen van eendenslachter Tomassen Duck-To:

“Het college is op 13 februari 2026 al verzocht om de gedingstukken zo snel als mogelijk aan te leveren. Niet valt in te zien waarom het aanleveren zo lang op zich laat wachten en (zonder enige toelichting) in het geheel niets is toegezonden. Door toedoen van het college zijn de voorzieningenrechter en verzoekster dus niet in staat om de zaak voor aanstaande vrijdag (tijdig) voor te bereiden. De zitting wordt daarom aangehouden. Partijen zullen op termijn opnieuw uitgenodigd worden voor een zitting. Omdat het aan het college te wijten is dat de zitting geen doorgang kan vinden en verzoekster daarentegen wel een groot belang heeft bij een tijdige behandeling van haar verzoek, treft de voorzieningenrechter een ordemaatregel en schorst het bestreden besluit tot de (inhoudelijke) uitspraak op het verzoek.” 4

Wat meer doortastendheid van Ermelo en wat meer nederigheid bij deze voorzieningenrechter zou beiden sieren. Dankzij dit gestuntel is het nog even wachten op de laatste nagels in eendenslachter Tomassen’s doodskist. De bodemprocedure – de inhoudelijke behandeling – in deze zaak is al op 7 mei 2026.

De advocaat van Tomassen zag meteen een gaatje om de andere zitting bij de voorzieningenrechter op diezelfde dag over de dwangsommen met betrekking tot het illegaal in bedrijf zijn van de eendenslachterij zonder natuurvergunning ook af te laten blazen. Daar zag de rechter echter geen brood in en ook Animal Rights en Mobilisation hebben de rechtbank laten weten hiermee niet akkoord te gaan.

Update – Vermeende belangenverstrengeling

Vervolgens wees de rechter de zaak tussen Duck-To en Ermelo door naar de Rechtbank Midden-Nederland vanwege mogelijke belangenverstrengeling. Rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank van Arnhem, Marcel Soppe, adviseerde in 2023 de gemeente Ermelo over het eendendossier. Soppe heeft niets met de huidige zaak te maken en er is geen sprake van belangenverstrengeling voor de behandelende rechter in Arnhem, maar zo werkt het systeem.

Update – Zitting in Amsterdam

De datum van 7 mei staat nog steeds voor de spoedzitting over het weigeren en intrekken van alle vergunningen van de eendenslachter door de gemeente Ermelo. De zittingslocatie is opnieuw verschoven, en wel naar Amsterdam, blijkbaar vanwege nog een gevalletje belangenverstrengeling.

Animal Rights, Mobilisation en Doeh zijn uitgenodigd bij de rechtbank als derdebelanghebbenden in deze zaak. Het verzoek om een voorlopige voorziening (schorsing) zal door de voorzieningenrechter worden behandeld op donderdag 7 mei 2026, om 10.30 uur in Amsterdam, Parnassusweg 280.

Animal Rights nam digitaal aan de zitting deel. Omdat een groot deel van de zaak ging over het advies van het landelijk bureau Bibob dat in theorie geheim is, mochten we een groot deel van de behandeling immers toch niet bijwonen. De voorzieningenrechter liet weten dat de inhoudelijke behandeling van de zaak pas het vierde kwartaal van dit jaar zal plaatsvinden. Binnen twee weken doet ze uitspraak en weten we of de eendenslachter nog langer respijt krijgt, of onmiddellijk is overgeleverd aan dwangsommen, oplopend tot bijna een miljoen, die ze zegt niet te kunnen betalen.

Eerder opgelegde dwangsommen voor diverse illegale praktijken, oplopend tot een half miljoen, zijn in april door de Raad van State rechtmatig verklaard en treden op 10 juni in werking:

Update – Uitspraak voorzieningenrechter – Tomassen moet afschalen

Al op 13 mei 2026, binnen een week na de zitting, kwam de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam met een uitspraak in de voorlopige voorzieningen zaak tussen Tomassen Duck-To en het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, met als derde-partijen Stichting DOEH, Stichting Mobilisation for the Environment en Stichting Animal Rights, over het weigeren en intrekken van de vergunningen van de Ermelose eendenslachter.

Tomassen verzoekt primair om het slachthuis te kunnen exploiteren alsof de vergunning tot legalisatie van al haar illegale handelingen was verleend, tot zes weken na de uitspraak op het beroep. Ermelo zou dan verboden worden om handhavend op te treden ten aanzien van hetgeen onder de aangevraagde vergunning valt en zou Tomassen moeten behandelen als ware zij in het bezit van de aangevraagde vergunning.

De voorzieningenrechter wijst dit primaire verzoek (gelukkig) af, omdat dit er feitelijk op neer zou komen dat Tomassen haar bedrijfsvoering voortzet zonder te beschikken over de daarvoor vereiste uitbreidingsvergunning en zonder daar in het verleden ooit over te hebben beschikt. Tomassen zou, naar mening van Animal Rights, in dat geval beloond worden voor haar jarenlange illegale praktijken.

Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoekster er in 2016 zelf voor heeft gekozen haar bedrijfsvoering zonder de benodigde vergunning uit te breiden. Maar ook betrekt de voorzieningenrechter bij haar oordeel de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 april 2026. Waar Tomassen om vraagt, is legalisering van de activiteiten waarvan de Afdeling juist heeft bevestigd dat handhavend moet worden opgetreden. De voorzieningenrechter ziet aanleiding, noch ruimte, om die uitspraak te doorkruisen.

Subsidiair verzoekt Tomassen het intrekkingsbesluit te schorsen tot zes weken na de uitspraak op het beroep. Ermelo geeft aan dat Tomassen daar geen baat bij heeft, omdat dit betekent dat ze moet afschalen en eerder heeft aangegeven dat dit niet mogelijk is.

De voorzieningenrechter wijst het subsidiaire verzoek toe, in die zin dat het bestreden besluit zal worden geschorst tot de uitspraak in beroep.

Het slachthuis heeft tot 2016 ook op kleinere schaal gefunctioneerd. Het valt niet in te zien dat Tomassen, zoals zij op de zitting heeft betoogd, op korte termijn geen aanpassingen zou kunnen doen om haar bedrijfsvoering terug te schalen.

In de interpretatie van Animal Rights houdt dat in dat Tomassen in ieder geval terug moet naar maximaal vier vrachtwagenbewegingen per dag, geen gebruik meer mag maken van de aan het slachthuis grenzende percelen op nummer 112 en 122 waar nu vrachtwagens over rijden en dat de illegale bouwwerken alsnog worden afgebroken, of in ieder geval niet mogen worden gebruikt. 

Voor deze illegale zaken treden op 10 juni sowieso ook de lasten onder dwangsom in werking, die kunnen oplopen tot een half miljoen euro, vanwege de uitspraak van de Raad van State op 15 april. Tomassen ontkomt dus niet langer aan afschalen, het zich onthouden van de structurele illegale handelingen (werktijden, vrachtwagenbewegingen, gebruik belendende percelen) en zal de illegale gebouwen moeten afbreken.

De voorzieningenrechter acht het belang van Tomassen dat zij in ieder geval tot aan de uitspraak op het beroep de bedrijfsactiviteiten die in het verleden waren vergund kan voortzetten, groter dan de door het college genoemde belangen bij onmiddellijke uitvoering van het bestreden besluit tot intrekking van alle vergunningen. 

Zoals Ermelo tijdens de zitting ook al aangaf, zei Tomassen eerder dat het bedrijf niet kan functioneren onder deze voorwaarden. De uitspraak kent geen termijn en is dus onmiddellijk van kracht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

De bodemzaak zal naar verwachting in het vierde kwartaal van dit jaar door een meervoudige kamer worden behandeld.

Update – Collegevoorstel

Van 3 juli 2026 dateert het collegevoorstel in de gemeente Ermelo om de verzoeken van eendenslachter Tomassen om de lasten onder dwangsom in te trekken of de begunstigingstermijn te verlengen te weigeren. Het advies luidt:
1. Het verzoek de dato 28 mei 2026 om intrekking van de lasten onder dwangsom de dato 19 december 2023, kenmerk 02330000193059, af te wijzen.
2. Het verzoek de dato 28 mei 2026 om verlenging van de begunstigingstermijnen in de lasten onder dwangsom de dato 19 december 2023, kenmerk 02330000193059, af te wijzen en de begunstigingstermijnen ook niet op te schorten.
3. Het aanvullende verzoek de dato 30 juni 2026, om de last onder dwangsom de dato 19 december 2023, kenmerk 02330000193059, voor wat betreft de schoorsteen van de luchtwasser in te trekken, af te wijzen.

Op 19 december 2023 heeft het college van Ermelo een drietal lasten onder dwangsom opgelegd aan Tomassen Duck-To B.V. De eerste last gaat over het beëindigen en beëindigd houden van het gebruik van de achterzijde van het perceel Fokko Kortlanglaan 112 voor een pluimveeslachterij. De tweede last gaat over het beëindigen en beëindigd houden van het gebruik van het perceel Fokko Kortlanglaan 122 voor een pluimveeslachterij. De derde last gaat over het aanleggen van een houtsingel om het perceel Fokko Kortlanglaan 122, conform het beeldkwaliteitsplan bij het tijdelijk deel van het omgevingsplan – bestemmingsplan Driehoek 2016.


De Afdeling heeft op 15 april 2026 uitgesproken dat het college deze lasten terecht heeft opgelegd. Tegen deze uitspraak van de hoogste bestuursrechter staan geen rechtsmiddelen meer open. De opgelegde lasten zijn hiermee onherroepelijk geworden. Dat wil zeggen dat de opgelegde lasten in rechte vaststaan. Conform de uitspraak van 15 april 2026 diende Tomassen uiterlijk op woensdag 10 juni 2026 deze drie lasten te hebben uitgevoerd. Er zijn inmiddels controles uitgevoerd.

Update – Tussenbeslissing

In een tussenbeslissing op 15 juli 2026 wijst de Rechtbank Amsterdam een aantal absurdistische verzoeken van de eendenslachter af. Het gaat daarbij om het verstrekken van een aantal documenten door Ermelo, waarvan de rechtbank zegt dat ze niet inziet hoe deze voor de rechtbank relevant kunnen zijn om tot een uitspraak te komen. 

Verder wil de advocaat van Tomassen dat de Ermelose burgemeester, (voormalige) wethouders en projectleiders, een bibob-coördinator en een gedeputeerde van de provincie Gelderland worden gehoord. De rechtbank wijst het verzoek om getuigen op te roepen af, omdat de ‘Letter of Intent’-overeenkomst zelf onderdeel is van de processtukken en Tomassen niet duidelijk heeft gemaakt waarom de rechtbank de nakoming daarvan niet zou kunnen beoordelen zonder het horen van de getuigen.

De rechtbank ziet ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie, zoals Tomassen wenst.

Tot slot heeft Tomassen de rechtbank verzocht de zitting achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, op het moment dat het Bibob-gedeelte wordt behandeld. Dat is altijd al het geval en wordt dus toegewezen.

Update – Animal Rights dient nieuw handhavingsverzoek in

Op 10 juni verliep de 8-weken-termijn die de Raad van State had gesteld in haar uitspraak van 15 april 2026 waarop eendenslachter Tomassen moest voldoen aan alle opgelegde lasten onder dwangsom, waaronder die met betrekking tot geluidsoverlast, werktijden en vrachtwagenbewegingen.
Daarnaast heeft de Raad van State in die uitspraak expliciet overwogen dat voor het gebruik van onder meer de luchtwasser, schoorsteen, verenlaadplaats en bloed- en slibtank geen concreet zicht op legalisatie bestond en er dus reden is om ook daarop te handhaven.

Op 13 mei 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam uitsluitend de intrekking van de bestaande vergunningen geschorst. De weigering van de aangevraagde legalisatievergunning is uitdrukkelijk niet geschorst. Dat betekent dat voor de activiteiten uit het weigering- en intrekking-besluit van 3 september 2025 geen vergunning bestaat en derhalve sprake is van voortdurende overtredingen van de Omgevingswet. Dit gaat onder andere over de bouw van een bloed- en sliptank, een geluidsscherm, een schoorsteen, gebouwen voor een verenlaadplaats, een luchtwasser, een transporthal en een gasdruk regel-meetstation en het gebruiken van het buitenterrein ten behoeve van transport en opslag.

Vanaf dat moment moest Ermelo handhaven omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn om daar vanaf te zien en handhaving ook niet onevenredig is.

Uit een infomemo van 9 juni blijkt echter dat Ermelo de intentie heeft om slechts op 3 punten te gaan controleren: het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het perceel Fokko Kortlanglaan 112 (achterzijde) en 122 ten behoeve van de eendenslachterij en de verplichting om een houtsingel aan te leggen. Verdere handhaving bleef, zover Animal Rights kan nagaan, uit.

Animal Rights acht deze opstelling, mede gelet op de lange geschiedenis van overtredingen en de recente uitspraken van zowel de voorzieningenrechter als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onvoldoende en heeft zich derhalve genoodzaakt gezien een handhavingsverzoek in te dienen.

Daarin verzoekt Animal Rights in ieder geval óók op te treden tegen het niet naleven van de geluidsvoorschriften, de vergunde werktijden en het vergunde aantal verkeersbewegingen uit de milieuvergunning, waarvoor al dwangsommen zijn opgelegd.

Ook moet Ermelo naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van State en de Rechtbank Amsterdam optreden tegen alle illegale bouwwerken, zoals de luchtwasser, schoorsteen, verenlaadplaats, bloed- en slibtank, etc.

Om aan de punten waarop Ermelo wel controleert te voldoen zou de eendenslachter nieuwe overtredingen begaan. Zoals het rijden over groenstroken en het versplaatsen van bouwwerken zonder de daarvoor benodigde vergunningen. Ook daar dient tegen te worden opgetreden.

Ermelo heeft, door de eendenslachter jarenlang de hand boven het hoofd te houden, de werkdruk en capaciteitsproblemen, die gepaard gaan met handhaving op deze waslijst aan overtredingen, aan zichzelf te danken. Ermelo lijkt nu vooral achterover te willen leunen in afwachting van de rechtszaak over het intrekken van de vergunningen begin december. Het is juist die ruggengraatloze houding tegenover Tomassen Duck-To die de waan van onaantastbaarheid bij de eendenslachter jarenlang heeft gevoed.

Animal Rights heeft daar geen geduld mee en verwacht van Ermelo dat ze controleert op alle opgelegde lasten, overgaat tot het innen van de dwangsommen en het opleggen van nieuwe lasten waar nieuwe overtredingen plaatsvinden.

Update – Dwangsommen worden niet ingetrokken of verdaagd

Op 1 september 2026 berichtten het Ermelo’s Weekblad 5 en Veluwe FM 6 dat het Ermelose college van burgemeester en wethouders niet zal voldoen aan de verzoeken van eendenslachterij Tomassen Duck-To van 24 mei 2026 om opgelegde dwangsommen in te trekken. Ook wordt geen gehoor gegeven aan het verzoek de begunstigingstermijn te verlengen.
Het gaat om drie dwangsommen die het college 19 december 2023 heeft opgelegd aan het bedrijf. De eerste heeft betrekking op het beëindigen van het gebruik van de achterzijde van het perceel Fokko Kortlanglaan 112 voor een pluimveeslachterij. De tweede heeft betrekking op het moeten stoppen met het gebruik van het perceel Fokke Kortlanglaan 122 als pluimveeslachterij. De derde heeft betrekking op het aanleggen van een houtsingel om het perceel Fokko Kortlanglaan 122.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 15 april 2026 al dat het college de dwangsommen terecht heeft opgelegd en beroep daartegen was niet mogelijk.

Update – Tomassen moet opnieuw dwangsommen betalen

Op 31 augustus 2026 doet de portefeuillehouder op het Tomassen-dossier, wethouder Tigchelaar, een collegevoorstel, dat op de vergadering van 8 september door het college van burgemeester en wethouders wordt overgenomen, om twee dwangsommen in te vorderen en twee nieuwe, zwaardere lasten onder dwangsom op te leggen.
Eendenslachter Tomassen Duck-To BV heeft in juni en juli de maximale dwangsom van € 250.000 verbeurd door illegaal gebruik te maken van het perceel Fokko Kortlaanglaan 122 en € 6.000 voor het niet aanleggen van een houtsingel.
Nieuwe dwangsommen voor dezelfde lasten worden nu € 100.000 respectievelijk € 4.000 per week tot maxima van € 500.000 en € 12.000.
Tomassen zal met een zienswijze zijn gekomen; daar had het bedrijf twee weken voor, daarna volgt ongetwijfeld bezwaar tegen het definitieve besluit en beroep tegen de afwijzing daarvan.

In de informatiememo van 31 augustus gaat het ook over het handhavingsverzoek van Animal Rights:
“Op 13 augustus 2026 is een handhavingsverzoek binnengekomen van stichting Animal Rights (hierna: de stichting). De stichting verzoekt om in ieder geval te handhaven op de vergunde werktijden, verkeersbewegingen en geluidsvoorschriften. Verzocht is zowel om bestuursrechtelijke als om strafrechtelijke handhaving. Het handhavingsverzoek is meteen ook doorgezet naar de Omgevingsdienst Veluwe, voor wat betreft de strafrechtelijke handhaving. Als het gaat om handhaving van de milieuregels is door ons college aan de Omgevingsdienst verzocht onderzoek te doen en te adviseren over de (eventueel) te nemen handhavingsmaatregelen. Daarnaast heeft de stichting Animal Rights in het handhavingsverzoek ook aandacht gevraagd voor handhaving op de vier bouwwerken waarvoor de omgevingsvergunning op 6 januari 2026 is geweigerd, de controle op naleving van de opgelegde lasten op de percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122 en het nemen van nieuwe handhavingsmaatregelen indien nodig, met betrekking tot het gebruik van deze percelen.”

En over het vervolg:
“Wij zullen toezicht blijven houden of de last onder dwangsom met betrekking tot perceel 112 wordt nageleefd. Daarnaast zijn wij een invorderingsprocedure gestart met betrekking tot de verbeurde dwangsommen op perceel nr. 122. Ook zijn wij een handhavingsprocedure gestart om een nieuwe, tweede, last onder dwangsom op te leggen voor dit perceel. 
Tot slot gaan wij het handhavingsverzoek van St. Animal Rights in behandeling nemen en beoordelen of er ook nog nieuwe handhavingsprocedures gestart moeten worden ten aanzien van eventuele nieuwe overtredingen.”

  1. Hoogste dwangsom ooit voor Tomassen Duck-To: rechter is laatste strohalm voor eendenslachterij ↩︎
  2. Ook op deze plek negeert hij de regels: Ermelo legt slachterijbaas Gertjan Tomassen opnieuw dwangsommen op ↩︎
  3. Welke regel dan ook, Lisuda Vastgoed overtreedt hem wel’ ↩︎
  4. ECLI:NL:RBGEL:2026:1854 Uitspraak delen ↩︎
  5. Geen genade dwangsommen voor Tomassen Duck-To; verzoeken voor verlengen begunstigingstermijn zijn afgewezen ↩︎
  6. Ermelo weigert intrekking dwangsommen voor Tomassen Duck-To ↩︎

Dezelfde strijd, met een nieuwe website

Animal Rights heeft een nieuw digitaal thuis. Onze vernieuwde website brengt alles samen waar we elke dag voor strijden: dieren bevrijden uit de industrie, misstanden zichtbaar maken en mensen in beweging brengen.

De afgelopen jaren is ons werk enorm gegroeid. Van undercoveronderzoeken in slachthuizen tot acties tegen bont, jacht en dierproeven: onze campagnes hebben één doel: het beëindigen van dierenleed. Om dat beter dan ooit te kunnen doen, hebben we onze website volledig vernieuwd.

Op de nieuwe website vind je onze campagnes, nieuwsberichten en acties overzichtelijk bij elkaar. De donatiepagina’s zijn eenvoudiger geworden, zodat je in enkele klikken kunt bijdragen aan het verschil. Ook onze kalender, met protesten, evenementen en herdenkingen, heeft een nieuw jasje gekregen. Beelden zeggen meer dan duizend woorden. Daarom hebben we extra aandacht besteed aan onze beeldverhalen en dossiers. Je ziet direct waar dieren vandaag nog worden uitgebuit – en hoe jij kunt helpen dat te stoppen.

Deze website is gebouwd met één doel: onze beweging versterken. Of je nu een petitie wilt ondertekenen, vrijwilliger wilt worden of structureel wilt doneren – alles is makkelijker vindbaar en toegankelijk.Dankzij de steun van onze donateurs en vrijwilligers kunnen we blijven vechten voor een wereld waarin dieren niet langer worden gezien als producten, maar als voelende wezens met recht op vrijheid en respect.

Inspecties kalkoenenhouderij in 2025 – Gasconcentraties een probleem

Animal Rights vraagt sinds 2017 de inspectierapporten op uit de kalkoenenindustrie. Een in Nederland en België relatief kleine tak van de vee-industrie waarbij de snavels van de kalkoenen moeten worden afgebrand en het antibioticagebruik hoog ligt, om de dieren het houderijsysteem in economisch acceptabele aantallen te laten overleven.

2017-2024

In de 5 jaar tussen 2017 en 2022 werden slechts 54 documenten opgemaakt van 15 kalkoenbedrijven, een teken aan de wand. Meer dan 80% van deze documenten had niets met dierenwelzijn te maken. Wanneer er iets met betrekking tot dierenwelzijn werd geconstateerd was dat over het algemeen ‘bijvangst’ bij inspecties op administratieve malversaties.

Lees: OOK DE KALKOENENINDUSTRIE WORDT NIET GECONTROLEERD OP DIERENWELZIJN

Tussen 2022 en 2024 werd er op slechts 3 kalkoenenhouderijen gecontroleerd. En dan enkel na terugkoppeling over misstanden vanuit het Duitse slachthuis.

Lees: HET WELZIJN VAN DE ‘KERSTKALKOEN’ WORDT NIET GEÏNSPECTEERD

2025

Ook dit jaar vroeg Animal Rights de inspectierapporten op en er werd daadwerkelijk, hoewel vooraf aangekondigd, gecontroleerd door de NVWA.

Op 20 december 2024 stuurt de NVWA een aankondiging dat ze vanaf januari 2025 start met inspecties bij kalkoenenbedrijven:
“Mogelijk komt de NVWA ook bij u inspecteren.”
De kalkoenensector werd dus vooraf gewaarschuwd en kreeg zo de tijd om hun zaakjes op orde te brengen en/of misstanden te verbergen.
Volgens de NVWA staan er 27 of 28 kalkoenenbedrijven op hun lijst, waarvan er 21 zijn gecontroleerd.

Gasconcentraties

Het meest schrijnende geval dat uit de rapporten naar voren komt gaat over een kalkoenenbedrijf in Hellum (Groningen) met zo’n 20.000 kalkoenen. De inspecteurs constateren op 29 januari 2025:
”Nadat we ongeveer 10 meter de stal in waren gelopen, roken wij een scherpe geur in de stal, die wij herkenden als ammoniak. We merkten aan onze ogen en luchtwegen dat deze geïrriteerd raakten. Wij besloten de stal te verlaten.”

De inspecteurs besluiten de waarden van de ammoniak en koolstofdioxide te meten:
”Ongeveer 10 minuten later betraden wij opnieuw stal 4 om de concentratie ammoniak (NH3) en koolstofdioxide (CO2) te meten. Wij gebruikten voor deze meting een RAE lite gasmeter. De meter liep op naar meer dan 99 parts per million (ppm). Wij schatten dat de tijd tussen het betreden van de stal en het tijdstip dat de meter 99 ppm ammoniak aangaf, minder dan 1 minuut is geweest. 99 ppm is de maximale hoeveelheid ammoniak die deze meter kan meten. Wij, toezichthouders A en B, weten daardoor niet hoeveel ppm de ammoniakconcentratie exact was, maar wel dat het 99 ppm of meer was. De hoeveelheid koolstofdioxide was 3200 ppm tijdens deze meting, in stal 4. Voor onze eigen gezondheid hebben we de stal na de meting direct verlaten.”

De maximaal toegestane ammoniakconcentratie is 20 ppm. In stal 4 bevonden zich op dat moment bijna 5.000 kalkoenhennen van iets meer dan twee maanden oud. Ongeveer hetzelfde aantal kalkoenhennen van dezelfde leeftijd bevond zich in stal 3:
”Daarna hebben we een meting uitgevoerd in stal 3. Ook in deze stal roken we een sterke ammoniakgeur en voelden we dat onze ogen en luchtwegen geïrriteerd raakten. We zagen dat de meter, naar schatting binnen een minuut, 99 ppm aangaf.”

Er wordt een rapport van bevindingen opgesteld, waaruit deze citaten komen:
”We hebben bij houder aangegeven dat de ventilatie in de stallen niet voldoende was, gezien de gemeten CO2- en ammoniakconcentraties, We zeiden tegen houder dat er meer luchtverversing in de stal moet zijn. Houder gaf aan dat de mogelijkheden hiervoor beperkt zijn, gezien de invloed van de koude lucht die daarvoor moet worden binnen gelaten op de gezondheid van de kalkoenen. Houder heeft vervolgens maatregelen genomen om meer frisse lucht in de stal te laten.”

Wat die maatregelen dan zijn, wordt uit het rapport niet duidelijk en de inspecteurs vertrouwen dit ook duidelijk niet:
”Omdat houder aangaf dat de hoge concentraties ammoniak alleen na het frezen en bij de huidige weersomstandigheden optreden, hebben wij, toezichthouders A en B, besloten om enkele weken later opnieuw ammoniak- en CO2-metingen uit te voeren in de stallen.”
Frezen is het hakselen en mengen van het strooisel om de aangestampte ‘koek’ van uitwerpselen en stro op de stalvloer (mechanisch) los te maken.

Op donderdag 27 februari 2025 vindt een herinspectie plaats:
”We zagen aan de door de gasmeter gemeten concentratie ammoniak, dat deze wederom veel te hoog was: 99 ppm of meer in stal 1 en 2, gemiddeld 77 ppm in stal 3 en gemiddeld 56 ppm in stal 4. Deze metingen zijn op diverse plaatsen in de stal uitgevoerd (voor, achter, midden en zijkant), op ooghoogte van de kalkoenen.
Houder gaf aan dat stal 1 en 2 net gefreesd waren in de ochtend. Stal 3 en 4 waren volgens houder een week geleden gefreesd.”

In stal 1 en 2 bevinden zich duizenden kalkoenhanen van, dan, 3 maanden oud; in stal 3 en 4 dezelfde hennen als eerder. Deze dieren verblijven dus al maanden in deze verstikkende omstandigheden.

De kalkoenenmester wordt verhoord:
”V: Hoe vaak freest u de vloer van de kalkoenenverblijven?
A: Minimaal sowieso één keer in de week. De eerste vijf/zes weken niet. Twee weken vóór afleveren frezen we ook niet meer.
V: Hoe weet u hoe hoog het ammoniakgehalte is na het frezen?
A: Dat is boerenverstand. Geur et cetera.
V: Weet u wat de gevolgen zijn van een te hoog ammoniak gehalte, zo ja, kunt u aangeven wat deze gevolgen zijn?
A: Nee, ik weet niet wat de gevolgen zijn.
V: Wat heeft u er zelf aan gedaan om het ammoniakgehalte naar beneden te brengen?
A: Ventileren, maar dat gaat deels automatisch. Het is ook afhankelijk van de temperatuur, binnen en buiten. Dus bij koude lucht is er minder ventilatie.
V: Wat gaat u in de toekomst doen om te voorkomen dat het ammoniak gehalte weer zo hoog wordt?
A: Geen idee nog eigenlijk, dat moet ik nog uitzoeken. We gaan informeren bij andere kalkoenenhouders, hoe zij dat doen.”

De onwetendheid en desinteresse van deze veeboer zijn schokkend, maar niet verassend. Het levert hem een boete op van €1.500,00.
Of de NVWA daarna nogmaals gecontroleerd heeft bij dit kalkoenenbedrijf blijkt niet uit de documenten.

Ook bij een kalkoenenmester uit Uithuizen (Groningen) worden op 10 april 2025 gasconcentraties ammoniak gemeten ”van 36 tot 60 ppm, op meerdere plaatsen in de stal, op ooghoogte van de vleeskalkoenen die in deze stal gehuisvest waren.
Uit deze meting bleek ons dat de gasconcentraties in de omgeving van het dier schadelijk waren voor het dier.”

Bij deze veeboer blijkt ook de administratie niet op orde:
”Op 10 april 2025 zagen wij, dat in Avined (KIP) onjuiste slachtaantallen zijn vermeld.”
”Op 10 april 2025 zagen wij in Avined (KIP) geen capaciteit/taloppervlakte vermeld staan.”

Voor deze overtredingen krijgt het bedrijf slechts een officiële waarschuwing ondanks dat het bedrijf ook al voorkwam in een inspectie uit 2023.

Lees: HET WELZIJN VAN DE ‘KERSTKALKOEN’ WORDT NIET GEÏNSPECTEERD

Bij een kalkoenenmester in Linde (Drenthe) zijn de concentraties ook te hoog:
”We zagen dat de ammoniak en CO2 concentraties opliepen, volgens de houder deels als gevolg van de activiteit en de verplaatsing van de hanen. We maten ammoniak concentraties variërend van 25 tot 50 ppm en CO2 van 3000 tot 5500 ppm. Later, toen de dieren weer tot rust gekomen waren, hebben we in stal 1 nog snel een keer gemeten, toen was het 27 ppm ammoniak en 2200 ppm CO2. In stal 3 was het later voorin de stal 25 ppm ammoniak en 3000 ppm CO2.”
Maar hier wordt niet opgetreden.

Alarmsysteem en -plan

Bij de inspectie van een kalkoenenbedrijf in Creil (Flevoland) wordt de veeboer gevraagd hoe hij gealarmeerd wordt als de temperatuur in de stal te hoog wordt of de ventilatie uitvalt. Hij gaf aan dat er een alarm afgaat door middel van een hoorn. Op de vraag hoe hij dan bij een alarm op de hoogte wordt gebracht, moest hij toegeven dat hij geen melding via zijn telefoon krijgt.

Veebedrijven moeten een alarm hebben met twee parallelle verbindingen, dat de houders direct kan alarmeren bij bijvoorbeeld uitval van de ventilatie of een te hoge staltemperatuur. De kalkoenenmester:
“We waren niet op de hoogte dat dit moest. We hebben een alarm, dat is de toeter. Wij zijn altijd aanwezig op het bedrijf en zeker wanneer de temperaturen oplopen. Als er iets mis zou gaan in stallen kunnen wij gelijk acteren. We hebben de installateur inmiddels gebeld voor de installatie van een goed alarmsysteem.”*

Er werd een boete opgelegd van €1.500,00.

Een kalkoenenhouder uit Maasbree (Limburg) kreeg voor hetzelfde vergrijp een officiële waarschuwing.

Verder worden er officiele waarschuwingen uitgedeeld voor het ontbreken van een volledig alarmplan aan kalkoenenbedrijven in Helden (Limburg), Putten (Gelderland), Moergestel (Noord-Brabant), Oisterwijk (Noord-Brabant), Nederweert (Limburg) en Zwiggelte (Drenthe),

Administratieve fouten werden er verder nog gemaakt in Moergestel (”2 aanvoermeldingen en 1 afvoermeldingen buiten de wettelijke termijn van 5 werkdagen”) en Zwiggelte (”Er is geen oppervlakte opgegeven in KIP/Avined””het aantal kalkoenen afgevoerd (uit- en weggeladen) naar de slacht niet altijd juist opgegeven in KIP/Avined”).

NVWA

Animal Rights is tevreden dat de NVWA eindelijk inspecties uitvoert in de kalkoenenhouderij, maar vindt het minder gepast dat men dat vooraf aangekondigd heeft; dat geeft mogelijk een vertekend beeld.
De gasconcentraties, vooral ammoniak, lijken een flink probleem te zijn. Hoe groot weten we niet, want op een aantal locaties werden deze niet gemeten en/of niet genoteerd. Veiligheid lijkt niet al te serieus te worden genomen in deze sector.

Animal Rights blijft vanzelfsprekend van mening dat kalkoenen helemaal niet gehouden moeten worden.

Aanvoer van eieren en kuikens

Een aspect van de kalkoenenindustrie waar nauwelijks zicht op is, is de aanvoer van broedeieren en kuikens van over zee. In 2025 werden 8 zendingen met 686.600 broedeieren uit Canada en 1 zending van 10.000 broedeieren uit de VS geïmporteerd. Dat zelfde jaar werden 92 zendingen met kuikens uit het Verenigd Koninkrijk geïmporteerd, met ongeveer 3 miljoen dieren. Er werden 2 zendingen met kuikens uit de Verenigde Staten geïmporteerd met circa 44.000 dieren.

WUR omzeilt vergunningverleningstraject om wolf te zenderen

Animal Rights is woedend over de achterbakse wijze waarop Wageningen University & Research (WUR) en Park Hoge Veluwe een wolf hebben gezenderd. WUR omzeilt een specifiek vergunningverleningstraject door gebruik te maken van een zeer brede ontheffing uit 2021 die geldt voor wetenschappelijk onderzoek naar praktisch alle fauna en flora in de provincies Gelderland, Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen, Noord-Brabant en Utrecht.
WUR weet dat alles met betrekking tot de wolf controversieel is, maar koos er desondanks voor dit project in het geniep uit te voeren, buiten het zicht van organisaties die daadwerkelijk opkomen voor de wolf.

Het zenderen van een wolf is een aantasting van de integriteit van dit individu. “Als jij en ik niet op straat een verdovingspijl in de bil geschoten wensen te krijgen om vervolgens wakker te worden met een kraag om onze nek die daar anderhalf jaar blijft zitten, waarom een wolf dan wel,” geeft Animal Rights woordvoerder Erwin Vermeulen aan.

Het onderzoek is daarnaast volstrekt overbodig. Wolven worden al intensief gemonitord via wildcamera’s, sporen, zichtmeldingen en DNA uit uitwerpselen en van gedode prooidieren. Alles aan wolven is al uitentreuren bestudeerd in landen waar de wolf nooit verdween.
“Dit onderzoek dient alleen de eerzucht en ijdelheid van de betrokken onderzoekers,” zegt Vermeulen, “en er lijkt daarin een wedloop gaande tussen WUR en de Zoogdiervereniging die vergelijkbare plannen heeft in Utrecht.”
Bovendien is Park Hoge Veluwe een omheind safaripark/schiettent. Weinig van wat de ‘wetenschappers’ mogelijk binnen de hekken leren, is toepasbaar op de ‘echte’ wereld daarbuiten.

Lees: ANIMAL RIGHTS OPNIEUW NAAR DE RECHTER VOOR WOLVENROEDEL IN UTRECHT

Animal Rights is al een tijd op de hoogte van de WUR plannen. In december 2024 zei de provincie Gelderland op vragen van de dierenrechtenorganisatie daarover nog: “Provincie Gelderland, als initiatiefnemer, is niet voornemens om een wolf of meerdere wolven in de provincie Gelderland te gaan zenderen.”

Op 12 december 2024 reageerde Animal Rights via haar advocaat op dit ontwijkende antwoord van de provincie met: “Niet uw college, maar het WUR / WU lijkt […] voornemens te zijn om wolven te zenderen […] Cliënte meent dat dit voornemen onrechtmatig is, maar zonder publicatie van het voornemen of van de start van het onderzoek kan zij daar juridisch weinig tegen doen, behalve een preventief handhavingsverzoek indienen. Als een dergelijke procedure beide partijen bespaard kan blijven verdient dat natuurlijk de voorkeur.
Daarom verzoekt cliënte u aan haar door te geven zodra u van de WUR of WU een melding ontvangt dat het onderzoek uitgevoerd gaat worden. Deze melding zou conform de voorschriften behorende bij de ontheffing minimaal 3 weken voor aanvang van het onderzoek bij uw provincie moeten worden gedaan.
Cliënte hoort graag of zij hierop mag vertrouwen en het preventieve handhavingsverzoek op de plank kan laten liggen.”

Animal Rights is niet geïnformeerd en zal nu alle stukken met betrekking tot deze, in principe, illegale handeling van WUR opvragen en mogelijk alsnog een handhavingsverzoek indienen.

Citaten uit het onderzoeksvoorstel

… een open vraag is hoe grote carnivoren, zoals de wolf, zich gedragen in een dichtbevolkt half-natuurlijk/cultuurlandschap. Ook is onbekend wat de invloed is van carnivoren op het gedrag van prooidieren, zoals edelhert, wild zwijn en ree – deze dieren moeten nu manoeuvreren tussen menselijke verstoring aan de ene kant, en predatierisico aan de andere kant. Het beantwoorden van deze vraag is belangrijk vanuit zowel fundamentele als maatschappelijk perspectief.

Met uitzondering van kennis verkregen door enkele Duitsland gezenderde en naar Nederland dispenserende wolven, is er nog geen GPS-onderzoek naar gevestigde wolven in een Nederlandse context.

In dit project willen wij wolven, edelherten, wilde zwijnen en reeën in NP Hoge Veluwe uitrusten met GPS-zenders, om zo meer kennis te krijgen de gedragsecologie van wolven en hoefdieren in een half-natuurlijk/cultuurlandschap.

… wetenschappelijk belang … Er is echter nog relatief weinig kennis van hoe grote carnivoren en prooidieren zich gedragen in cultuur/half-natuurlijke landschappen (overeenkomstig bevindingen een aanbevelingen in Gerber et al. 2023). In hoeverre en op welke mate manier carnivoren zich aanpassen in en aan deze landschappen, en hoe prooidieren vervolgens reageren op carnivoren binnen de beperkingen van infrastructuur en menselijke aanwezigheid en activiteit, is een openstaande vraag.

We zullen daartoe [vergroten van begrip van gedragsecologie van wolven en prooidieren in een gebied met veel menselijke activiteit] in nationaal park Hoge Veluwe vijf wolven, tien edelherten, tien wilde zwijnen en tien reeën uitrusten met GPS-zenders en het ruimtegebrek vastleggen. Door deze dierdata te combineren met recreatiedruk, alsmede contextuele factoren zoals weer, zal in detail kunnen worden onderzocht in hoeverre en hoe wolven mensen mijden en tegelijkertijd jagen op prooidieren.

Dit onderzoek zal bijdragen aan een beter begrip van hoe mensen, grote carnivoren en hoefdieren interacteren in een dichtbevolkt cultuur/half-natuurlijk landschap. Concreet zal dit onderzoek inzichten moeten opleveren over de factoren die leiden tot negatieve mens-wolf interacties, in de vorm van ongewenste (of ongewenst ervaren) ontmoetingen, en deprivatie (aanvallen op vee). Deze kennis is nodig om proactief te beheren, zodat deze negatieve interacties kunnen worden voorkomen.

Statenvragen PvdD: Zenderen van een wolf in Park de Hoge Veluwe

Op 24 oktober 2025 heeft de Partij voor de Dieren Statenvragen 1 gesteld over de gang van zaken bij het zenderen van een wolf in Park Hoge Veluwe. Dit zijn de vragen:

  1. Kunt u ons de link op officiële bekendmakingen verstrekken van de ontheffing met zaaknummer 2020-003274 die aan de WUR is verleend? Zo nee, waarom is deze ontheffing niet bekendgemaakt? In hoeverre zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om bezwaar te maken? Graag ontvangen wij de ontheffing en de bijbehorende stukken als bijlage bij de beantwoording van deze vragen voor eenieder openbaar.
  2. Was het College er bij het verlenen van de ontheffing in 2021 van op de hoogte dat de ontheffing zou worden gebruikt voor het zenderen van meerdere wolven en prooidieren in samenwerking met Park de Hoge Veluwe? Zo nee, sinds wanneer is het College hiervan op de hoogte? En waarom heeft het College deze informatie niet gedeeld met PS, met belangenorganisaties en met het publiek?
  3. Voorschrift 12 van de ontheffing schrijft voor dat ”Alle onderzoeken of handelingen waarvoor aanspraak op deze ontheffing wordt gemaakt, minimaal 3 weken voor aanvang daarvan bij de desbetreffende provincie gemeld dienen te worden, […] Bij deze melding dient een projectplan voor het onderzoek of de handeling meegestuurd te worden.” In hoeverre is dit gebeurd? En kan het College dit plan met ons delen?
  4. De ontheffing is verleend aan de WUR, maar door wie wordt het project uitgevoerd? Wat is de rol van Park de Hoge Veluwe?
  5. Is bekend waar en wanneer de andere vier wolven en de prooidieren zullen worden gezenderd en zal hiervoor dezelfde ontheffing worden gebruikt? In hoeverre zal dit plaatsvinden in Gelderland?
  6. In hoeverre is de provincie Gelderland (financieel) betrokken bij dit onderzoek? Graag een toelichting.
  7. Hoe representatief zal de uitkomst van het WUR-onderzoek naar het gedrag van wolven volgens u zijn in een politiek klimaat waarin onvoldoende wordt ingezet op preventie zoals adequate bescherming van schapen, het sluiten van hondenlosloopgebieden in de natuur en gedragsverandering via publieksvoorlichting?
  8. Bent u het met ons eens dat we eerst de preventie op orde moeten brengen, alvorens over te gaan tot verstoring van wolven door ze te zenderen? Zo nee, waarom niet?
  9. Bent u het met ons eens dat dieren in het wild zoveel mogelijk met rust moeten worden gelaten, en dat het zenderen van 5% van de wolvenpopulatie een onevenredige maatregel is gelet op het doel ervan? Zo nee, waarom niet?
  10. Hoe representatief is een onderzoek naar het gedrag van wolven en hun prooidieren volgens u in een park dat is omheind met hekken om migratie van wolven en hun prooidieren te verhinderen?
  11. Gaat de provincie er nu dan eindelijk voor zorgen dat Park de Hoge Veluwe het hek op het ecoduct Oud Reemst verwijdert, aangezien deze afsluiting tot een vertekende uitkomst van het WUR-onderzoek zal leiden?
  12. Hoe kan het College een invasieve maatregel als zenderen in Park de Hoge Veluwe toestaan terwijl het Park stelselmatig weigert mee te werken aan monitoring van wolven via waarnemingen?
  13. Wat vindt u ervan dat het Park, een uitgesproken tegenstander van wolven, de zenders heeft betaald? Wat zegt dit volgens u over de onafhankelijkheid van het onderzoek?
  14. Hoe garandeert het College dat het zenderen van wolven geen verkapte maatregel is om wolf GW4655m (“Hubertus”) te vangen en te doden?

In antwoord van 18 november 2025 legt de provincie nog eens haarfijn uit hoe Gelderland, WUR en Park Hoge Veluwe omzeilen dat belanghebbenden, zoals Animal Rights, vooraf op de hoogte kunnen zijn en bezwaar kunnen indienen tegen een dergelijk zenderproject:

“…, op het moment van vergunningverlening was niet bekend op welk moment, op welke locatie en voor welke diersoort de ontheffinghouder uitvoering geeft aan de ontheffing. Zo is de ontheffing ook niet bedoeld. Mede daarom is het indienen van een startmelding en onderzoeksvoorstel opgenomen in de voorschriften. Op de startmelding en het onderzoeksvoorstel rust geen publicatieplicht en mogelijkheid van inzien, omdat dit geen separate besluitvorming betreft.” 2

Verder heeft Gelderland € 35.500 belastinggeld in het project gestoken; pure verkwisting!

WUR update

Donderdag 8 januari 2026 gaf Wageningen University & Research (WUR) een update over de gezenderde wolf. 3 Na het zenderen in park Hoge Veluwe vertrok de wolf vrijwel direct. Het valt niet uit te sluiten dat de zenderactie de wolf dusdanig heeft verstoord dat deze daardoor is verdreven uit zijn leefgebied.

De wolf maakte vervolgens een tocht door Overijssel en Drenthe maar keerde nog een paar keer terug naar de Veluwe – Zuidoost-Veluwe (Veluwezoom) en Kroondomein Het Loo. Hij heeft in drie maanden tijd ruim 2500 kilometer afgelegd. Begin december 2025 belandde hij op de Utrechtse Heuvelrug waar hij mogelijk de plaats ingenomen heeft van de daar geëxecuteerde wolf Bram.

Er is nog een voorval dat mogelijk wijst op de stress die het zenderen bij de dieren veroorzaakt. Een edelhert hinde stierf enkele dagen na het zenderen. “Onderliggend lijden” – bacteriologische bloedvergiftiging en longontsteking – zouden volgens een analyse de oorzaak zijn van haar dood. Een dergelijke analyse kan niet aantonen in welke mate de stress van het zenderen heeft bijgedragen aan haar dood en dat zeker ook niet uitsluiten.

Beide indicaties voor verstoring zouden voldoende reden moeten zijn om het nutteloze project stil te leggen. Een derde reden is dat de lokatie van de enige gezenderde wolf geen functie meer heeft voor de onderzoeksdoelstellingen.

Deze wolf is van een zender voorzien gebaseerd op een onderzoeksvoorstel om de ‘gedragsecologie’ van wolven en hoefdieren (edelherten, wilde zwijnen en reeën) te onderzoeken binnen het park Hoge Veluwe. Er zal geen interactie (meer) zijn tussen deze wolf, de drie overlevende, gezenderde edelherten en de bezoekers van het park die rondlopen met een GPS-tracker.
Als deze wolf zich vestigt op de Utrechtse Heuvelrug maakt deze geen onderdeel meer uit van het onderzoek en kan de zender op afstand worden verwijderd.

Handhavingsverzoek en klacht vanwege lokschapen voor het vangen en zenderen van wolven

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden hebben een handhavingsverzoek ingediend bij de provincie Gelderland om een einde te maken aan het gebruik van levende schapen om wolven te lokken. 

Op 1 september meldde Wageningen University & Research (WUR) in haar magazine Resource 4 en op LinkedIn 5 dat men in het Nationaal Park Hoge Veluwe (NPHV) een lokkooi met daarin levende schapen gebruikt om wolven te lokken voor een zenderproject. Dit omdat het vangen van wolven met een verdovingsgeweer niet vlot.

Onder de Omgevingswet is het gebruik van levende lokdieren in principe verboden, tenzij er sprake is van een specifieke wettelijke uitzondering, een landelijke of provinciale vrijstelling, of een geldige omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het gebruik van levende lokeenden en lokduiven voor de reguliere jacht en bij schadebestrijding en populatiebeheer van kraaiachtigen met een provinciale vrijstelling of vergunning. 

Bij het vangen van roofvogels voor onderzoek of beheer bepaalt het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat het gebruik van levende lokdieren hierbij verboden is. Het Bkl voorziet niet in het vangen van wolven, maar in de geest van het Besluit zou het gebruik van levende lokdieren verboden moeten zijn voor het vangen van welk roofdier dan ook vanwege de stress voor de gebruikte dieren. 

De zeer brede ontheffing (voor praktisch alle dieren en planten) van 7 september 2021 die de WUR voor dit zenderproject gebruikt, bevat geen ontheffing voor het gebruik van levende lokdieren. Het inzetten van lokschapen mag daarom niet.

Daarnaast is er door het (plan B) gebruik van kooien iets wezenlijks verandert aan het zenderproject. Wanneer een levend dier wordt gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden en het dier daarbij ongerief ervaart, geldt dat onderzoek als een dierproef. Hierbij wordt als grens genomen: als de handeling ten minste evenveel pijn of ongemak veroorzaakt als het inbrengen van een injectienaald door een deskundige, is het een dierproef waarvoor een vergunning nodig is. 
Bij het verdoven van wolven om deze te zenderen, geldt dat het verdoven van een vrij rondlopende wolf met een verdovingspistool of blaaspijp gelijk staat aan die naaldprik, maar dat het vangen met klem, strik of kooi, vanwege de bijkomende stress van gevangen worden en opgesloten zitten, voordat de verdoving plaatsvindt, een dierproef is. 

De brede ontheffing die Wageningen gebruikt voor dit project bevat een algemene vergunning voor dierproeven, maar bij ieder project moet vooraf beoordeeld worden of het om een dierproef gaat.
Het onderzoeksvoorstel van de WUR voorzag echter niet in het vangen van de dieren in kooien en beschrijft het verdoven van vrij rondlopende dieren. Dit zenderproject werd daarom niet beschouwd als een dierproef en daarop is daarom ook niet getoetst. Ook hierom is de gebruikte methode met lokdieren en kooien illegaal.

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden hebben Gelderland gevraagd er zorg voor te dragen dat de schapen onmiddellijk worden verwijderd en om handhavend op te treden tegen de opdrachtgevers/uitvoerders/ vergunninghouders (WUR en NPHV), bijvoorbeeld door het opleggen van een dwangsom.

Daarnaast hebben de stichtingen een klacht ingediend bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA). Niet alleen de vergunning wordt overtreden, maar ook de Wet dieren. 

Het is verboden om zonder redelijk doel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen (Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren) en de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, moet worden voorkomen (Artikel 1.3 van de Wet dieren). Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, is verplicht dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd (Artikel 1.4 van de Wet dieren).
De gewenste uitkomst van dit plan B – het opsluiten van een wolf in een kooi met daarbinnen een kooi met schapen – zal angst en stress bij de schapen veroorzaken en mogelijk leiden tot letsel wanneer de schapen in paniek raken. Het is daarmee, onder andere, een overtreding van het verbod op dierenmishandeling en de wettelijke zorgplicht.

De onherroepelijke vergunning uit 2021 die de WUR op de Veluwe gebruikt, verloopt op 1 oktober. Op 14 juli heeft Gelderland de vergunning verlengd. Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden hebben daartegen in augustus bezwaar aangetekend.

De vergunning dient als zogenaamde parapluvergunning voor alle in het wild levende diersoorten en planten en praktisch iedere denkbare fauna- en flora-activiteit, die pas gespecificeerd worden naar aanleiding van een melding op het moment dat de vergunning al is verleend.

Een dergelijke systematiek is niet toegestaan. Het vangen van in het wild levende beschermde diersoorten is niet toegestaan, tenzij in een aanvraag wordt verzocht om daarvan af te wijken. Daarvoor moeten een noodzakelijk wettelijk belang en het ontbreken van een andere bevredigende oplossing worden aangetoond. Daarnaast moet de staat van instandhouding van de diersoort beoordeeld worden. Een dergelijke beoordeling is vanzelfsprekend niet mogelijk bij zo’n brede, allesomvattende vergunning.
Vervolgens dient een vergunning te worden gepubliceerd en moet het voor belanghebbenden mogelijk zijn om bezwaar te maken tegen de verleende vergunning binnen een redelijke termijn. 

Met deze parapluvergunning wordt voor zowel de diersoort(en) als de activiteit(en) de beoordeling door het college doorgeschoven naar een later moment, namelijk naar het moment dat een verplichte melding van een project wordt gedaan en eventueel een projectplan wordt ingediend. Melding en plan worden, echter, niet gepubliceerd en op dat moment is het voor belanghebbenden ook niet meer mogelijk om bezwaar te maken tegen het vangen/doden/verstoren van de betreffende diersoort, omdat de vergunning al is verleend.. 
De juridische term hiervoor is ‘op voorhand verlenen’ en dat is niet toegestaan.

Dat was ook het geval bij het lopende zenderproject. De onherroepelijke vergunning uit 2021 werd gebruikt, het project ging stiekem van start en er werd niets over gepubliceerd tot de eerste wolf gevangen was. De brede vergunning was toen onherroepelijk, maar door de huidige verlenging kan deze nu alsnog onderuit gehaald worden.

Schriftelijke vragen Lokkooi met levende schapen op de Veluwe om wolven te zenderen 6

Op 8 september 2026 stelde Danielle van de Weerd, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren Gelderland, schriftelijke vragen over de lokkooi met levende schapen op de Veluwe om wolven te zenderen. De Partij voor de Dieren stelde al eerder vragen 7 over het zenderproject van de WUR. Onder meer over de zeer brede ontheffing waarbinnen het project is vergund en over het overlijden van een edelhert tijdens het zenderen. De enige wolf die tot nu toe in het kader van het project kon worden gezenderd, ging er vandoor en is inmiddels van de radar verdwenen. 8

De Partij voor de Dieren stelde de volgende vragen:

  1. Was het College en/of de provincie Gelderland op de hoogte van het gebruik van de lokkooi met levende schapen in Park de Hoge Veluwe? Zo ja, sinds wanneer? Zo nee, in hoeverre strookt dit met het voorschrift in de ontheffing dat handelingen minimaal 3 weken voor aanvang bij de provincie moeten worden gemeld?
  2. Kunt u onderbouwen in hoeverre het gebruik van levende schapen als lokdieren voor wolven strookt met de omgevingswet, de gerelateerde amvb’s en de voorschriften van de ontheffing waaronder het zenderproject valt? Klopt het dat de gebruikte vergunning het gebruik van levende lokdieren niet toestaat?
  3. Kunt u onderbouwen in hoeverre het gebruik van levende schapen als lokdieren strookt met de Wet Dieren? In hoeverre is in het project rekening gehouden met het ongerief dat schapen ervaren als ze voortdurend door wolven worden benaderd, en samen met wolven worden opgesloten in een kooi?
  4. Bent u van mening dat het verdoven van wolven na vangen in een kooi en de bijkomende extra stress, geldt als een dierproef en zodanig getoetst moet worden? Graag een toelichting.
  5. Voor duurzaam samenleven met wolven is het van groot belang dat wolven niet aanleren om schapen aan te vallen. Hoe rijmt u het lokken van wolven met schapen in het kader van onderzoek met de beleidsinzet van de provincie om wolvenaanvallen op schapen te voorkomen?
  6. De brede ontheffing waaronder het WUR-project valt, is op 15 juli 2026 verlengd. Ook de nieuwe vergunning dient als zogenaamde ‘parapluvergunning’ voor alle in het wild levende diersoorten en planten en praktisch iedere denkbare fauna- en flora-activiteit. In welk opzicht verschilt de nieuwe vergunning van de oorspronkelijke ontheffing uit 2021? Waarom is niet gekozen voor een specifiek op het WUR-project toegespitste vergunning?
  7. Kunt u ons de op 15 juli 2026 verleende vergunning doen toekomen, voor eenieder openbaar?
  8. In hoeverre vindt u verlenging van de ontheffing nog houdbaar, gezien de teleurstellende resultaten van het project en de hiermee gepaard gaande dierenwelzijnsinbreuken en verstoring van beschermde diersoorten? Onder welke voorwaarden trekt u de vergunning in of past u de vergunning aan?
  9. Bent u voornemens om handhavend op te treden naar aanleiding van de ingediende handhavingsverzoeken?

Gelderland doet nog niets tegen ‘lokschapen’

18 September meldt het ANP dat het handhavingsverzoek van de Faunabescherming is afgewezen. 9 Volgens de provincie mag de kooi gebruikt worden op grond van de huidige ontheffing die de WUR heeft voor dierenonderzoek. “De Omgevingswet en de daarbij horende regelgeving bevatten geen verbod op het gebruik van levende dieren als lokmiddel bij het vangen van wolven.” Er staat natuurlijk ook nergens in de Omgevingswet dat de WUR, bijvoorbeeld, Gelders BBB-gedeputeerde Harold Zoet niet als ‘lokschaap’ mag gebruiken, maar dat maakt dat gebruik nog niet legaal of wenselijk.
Het handhavingsverzoek van Animal Rights is gewoon in behandeling.

Gelderland wil niet handhaven, maar de ‘lokschapen’ zouden verwijderd zijn

Op 21 september 2026 lieten Gedeputeerde Staten van Gelderland weten dat ze voornemens zijn het handhavingsverzoek van Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden over het gebruik van schapen als levende lokdieren in een kooi om wolven te vangen, af te wijzen.

Gelderland is van mening dat er geen sprake is van een overtreding, omdat de Omgevingswet niets zegt over het vangen van zoogdieren met gebruikmaking van levende lokdieren: “Doordat het plaatsen van schapen in een kooi om een ander dier te vangen niet verboden is in de Omgevingswet, zijn wij niet bevoegd om handhavend op te treden.” 
Gelderland negeert hierbij dat er in de eerste plaats een verbodsbepaling geldt: Het is verboden om zonder vergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet). Er is geen vergunning voor het gebruik van levende lokdieren.
Dat iets niet in de Omgevingswet wordt vermeld, wil nog niet zeggen dat het is toegestaan. Het geeft eerder aan dat bij het opstellen van de Wetsregels geen rekening is gehouden met een dergelijke absurde, immorele optie.

Gelderland voegde daaraan toe dat Stichting Wageningen Research aangegeven heeft dat het onderzoek op dit moment niet plaatsvindt. Dat houdt in, nemen de stichtingen aan, dat de schapen verwijderd zijn.

Gelderland stuurde het handhavingsverzoek verder door naar de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA), omdat zij zich niet bevoegd acht te beslissen over het handhavingsverzoek voor zover het gaat over een dierproef. 
Het eerst vangen en daarna verdoven van een dier, hier een wolf, geldt, vanwege de bijkomende stress voor het verdoven, als een dierproef. Dat moet vooraf getoetst worden via een projectplan of werkprotocol.

Stress door de aanwezigheid van een wolf in de kooi en de kans op verwondingen bij de schapen als deze in paniek raken, hebben Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden, gelijktijdig met het handhavingsverzoek bij de provincie, reeds aangekaart bij de NVWA. Het is niet toegestaan om dieren zonder ‘redelijk doel’ ongerief te bezorgen volgens de Wet dieren. Dit zender-hobbyproject van de WUR en park Hoge Veluwe vertegenwoordigt, volgens de stichtingen, geen ‘redelijk doel’ dat het terroriseren van schapen rechtvaardigt. Naast een ontvangstbevestiging hebben de stichtingen van de NVWA nog niets gehoord.

Binnen twee weken kunnen de stichtingen een zienswijze indienen en dat zullen ze ongetwijfeld ook doen.

GS Gelderland logen over verwijderen schapen

23 september blijkt dat Gedeputeerde Staten van Gelderland gelogen hebben met de zin: “Daarnaast is door Stichting Wageningen Research aangegeven dat het onderzoek op dit moment niet plaatsvindt.” Navraag van Omroep Gelderland bij Wageningen Universiteit leert dat de kooi met de levende schapen daarin nog gewoon in gebruik is. 10 De WUR heeft geen idee hoe Gelderland bij haar bewering komt. Gelderland doet het af met haar gebruikelijke lak aan behoorlijk bestuur: de jurist geloofde dat wat hij intypte correct was en, ach, het maakt voor de onderbouwing van het voornemen tot afwijzen van het handhavingsverzoek toch niet uit.

Het maakt vanzelfsprekend wel uit voor de schapen die als aas worden gebruikt.


  1. Statenvragen: Zenderen van een wolf in Park de Hoge Veluwe ↩︎
  2. Antwoorden op Statenvragen zenderen wolf ↩︎
  3. Update onderzoek naar wolven, prooidieren en mensen ↩︎
  4. Wolf laat zich lastig vangen Zelfs een lokkooi met schapen heeft nog geen resultaat. ↩︎
  5. WUR LinkedIn ↩︎
  6. Schriftelijke vragen Lokkooi met levende schapen op de Veluwe om wolven te zenderen ↩︎
  7. Schriftelijke vragen Zenderen van een wolf in Park de Hoge Veluwe ↩︎
  8. Gezenderde wolf van Hoge Veluwe van de radar verdwenen ↩︎
  9. Lokkooi met schapen voor wolf mag in gebruik blijven ↩︎
  10. Wolven vangen met schapen in lokkooi mag van provincie ↩︎

De juridische strijd voor transparantie over de vee-industrie II

Op 29 oktober 2020 diende Animal Rights een informatieverzoek in onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) over het ter destructie aanbieden van niet-dode dieren aan destructiebedrijf Rendac. De NVWA nam een beslissing om de gevraagde documenten openbaar te maken, maar deed dat geanonimiseerd. Animal Rights heeft bezwaar gemaakt, omdat teveel informatie werd gelakt.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 18 mei 2022 geoordeeld dat de gevraagde informatie betrekking heeft op milieu-informatie, vernietigde het besluit van de NVWA en droeg de NVWA op om een nieuwe beslissing te nemen.

Omdat de weigeringsgrond ‘voorkomen van onevenredige benadeling’ niet van toepassing is op milieu-informatie moest de NVWA de bedrijfsgegevens – bedrijfsnaam en adresgegevens – van de overtreders bekend maken en deed dat in een nieuw besluit op 4 januari 2023. De NVWA lakte wel nog de UBN-nummers. Het Uniek Bedrijfsnummer (UBN) is een nummer voor een locatie waar dieren worden gehouden om daarmee tracering mogelijk te maken.

Zeven veebedrijven gingen bij de Raad van State in beroep, zo kreeg Animal Rights op 23 januari 2023 te horen. Op 25 september 2024 ontving Animal Rights de beroepschriften en reageerde daarop op 29 september 2024.
Animal Rights maakt daarin nog bezwaar tegen het weigeren van het openbaar maken van de UBN-nummers. Ook het UBN-nummer is milieu-informatie die niet te herleiden is naar personen of adressen.
De zitting in Den Haag was uiteindelijk op 16 oktober 2025.

Er is op dit vlak sinds 2020 zoveel jurisprudentie verschenen dat de minister van landbouw en haar vertegenwoordiger, de NVWA, ten minste in mei 2023 wisten dat bovengenoemde informatie niet geweigerd kan worden. In plaats van een nieuw besluit te nemen, besloot men echter achterover te leunen.

De beoordeling van de gronden in deze zaak komt in essentie neer op de vraag of de burger recht heeft op openbaarheid van overheidsinformatie die raakt aan onderwerpen waarover een maatschappelijk debat gaande is en waarvoor die informatie nodig is om dat debat te kunnen voeren.
Animal Rights had die informatie binnen twee weken moeten ontvangen, niet pas na vijf jaar.

Lees ook: DE JURIDISCHE STRIJD VOOR TRANSPARANTIE OVER DE VEE-INDUSTRIE

Het is inmiddels algemeen bekend dat de huidige minister van LVVN, meer nog dan haar voorgangers, haar ambt niet primair uitoefent ten dienste van het algemeen belang, maar in belangrijke mate ter bescherming van een specifieke groep ondernemers uit de agrarische sector. De minister is bereid daarin ver te gaan, ten koste van journalisten die via de Woo bijvoorbeeld haar stikstofbeleid willen kunnen toetsen, en ten koste van organisaties zoals Animal Rights die met regelmaat misstanden in de vee-industrie aan het licht brengen, tot ergernis van de achterban van de BBB, in wier belang de minister consequent lijkt te handelen.

Het handelen van de minister ten aanzien van de Woo is inmiddels zo ver gegaan dat de rechtbank Overijssel dit heeft bestempeld als misbruik van bevoegdheid en het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) als onbehoorlijk bestuur.
In een brief aan circa 60.000 boerenbedrijven gaf de minister te kennen de daaropvolgende uitspraak van de Raad van State te zullen opvolgen, maar niet te zullen respecteren.

De door de veeboeren gesuggereerde spanning tussen het recht op informatie en de veiligheid van bedrijven, personen en aanverwanten is een bekend frame dat al langer een rol speelt in Woo-procedures waarin de sector zich mengt.

Het ACOI heeft zich daarover uitgelaten naar aanleiding van een Woo-verzoek van drie journalistieke organisaties over stallocaties. In haar bemiddelingsadvies wijst het ACOI er terecht op dat deze discussie vaak voorbijgaat aan de kern.

Het ACOI stelde in haar advies van 19 mei 2025:
“De vraag is: moet deze vrees ertoe leiden dat we stoppen met het openbaar maken van (kern)gegevens over de omvang en plek van de uitstoot van schadelijke stoffen? Of moeten we onze aandacht richten op het aanpakken van (online) intimidatie, bedreiging en agressie, in het individuele geval en als maatschappelijke ontwikkeling? (…) Dat is belangrijk om op te merken, omdat het offeren van een groot maatschappelijk belang door de openbaarheid van emissiegegevens te beperken, nadrukkelijk géén adequate bescherming biedt tegen eventuele dreiging. Dit is geen oplossing en zou ook niet als zodanig gepresenteerd moeten worden. We hoeven ons hierover geen illusies te maken: wie kwaad in de zin heeft, kan zeker ook zonder deze openbaarmaking grote of specifieke veehouderijen vinden en benaderen. Dat dit feitelijk zo is, wordt bevestigd in het beeld dat in de media en politiek geschetst wordt met reeds bestaande voorbeelden. Echter, een direct aantoonbaar oorzakelijk verband tussen de openbaarheid van emissiegegevens en (een toename van) intimidatie, bedreiging en agressie ontbreekt. En dat terwijl openbaarheid (…) hier wel het kind van de rekening dreigt te worden.”

Wat voor emissiegegevens geldt, geldt onverkort voor andere publieke informatie die middels de Woo wordt opgevraagd. Dreiging moet worden bestreden, niet door transparantie af te schaffen, maar door onrechtmatig gedrag te sanctioneren.

Pogingen om activisme dat verband houdt met dierenrechten gelijk te stellen aan dreiging, zijn niet alleen feitelijk onjuist, maar ook juridisch onhoudbaar. Activisme is niets anders dan het overtuigen van anderen en het trachten hun standpunt te doen veranderen, binnen de kaders van de wet.

Zowel de Raad van State als andere rechtscolleges hebben keer op keer geoordeeld dat dierenrechtenactivisme niet alleen legitiem is, maar zelfs noodzakelijk binnen onze democratische rechtsorde.

De Raad van State overwoog eerder:
“Anders dan de minister heeft aangevoerd, wordt het publieke belang van openbaarmaking niet in voldoende mate gediend door een geanonimiseerde openbaarmaking van de inspectierapporten. Onderwerpen als voedselveiligheid en dierenwelzijn staan in de maatschappelijke belangstelling en het verstrekken van bij de overheid aanwezige informatie over welke onderneming welke bedrijfsactiviteiten op welke wijze in deze bedrijfssector uitoefent levert een bijdrage aan het voeren van het maatschappelijke debat hierover en het vergroten van de transparantie van het toezicht hierop door de NVWA.”

Hiermee onderstreept de Raad van State dat toezicht op de sector – waarvoor de Woo het geëigende middel is – van groot maatschappelijk belang is, en dat dit enkel kan door bedrijfsactiviteiten te koppelen aan de daadwerkelijke bedrijven, zonder dus te anonimiseren.

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat dierenrechtenactivisme geen bedreiging vormt, maar juist een maatschappelijke noodzaak is:
“Het hof is van oordeel dat voor het door de dierenactivisten, waaronder verdachte, beoogde doel (het aan de kaak stellen van misstanden in de varkenshouderij) het noodzakelijk is om de situatie in de stallen met eigen ogen te zien teneinde daaraan publiciteit te kunnen geven.”

Deze oordelen bevestigen dat activisme in de context van dierenrechten een legitiem en door het recht erkend middel is om misstanden onder de aandacht te brengen. Pogingen om activisme stelselmatig te framen als bedreigend of strafbaar ondermijnen niet alleen het maatschappelijk debat, maar ook de legitimiteit van openbaarheid zoals gewaarborgd door de Woo.

Lees over dit onderwerp ook:

NOG STEEDS GEEN BOETES VOOR HET AANBIEDEN VAN LEVENDE DIEREN TER DESTRUCTIE

NOG STEEDS LEVENDE DIEREN AANGEBODEN BIJ DESTRUCTIEBEDRIJF RENDAC

DIERENPOLITIE TREEDT WEL OP WAAR NVWA VERZAAKT: LEVEND DIER TER DESTRUCTIE AANGEBODEN

RAAD VAN STATE: STAGHOUWER MOET ANIMAL RIGHTS ANTWOORDEN OVER ‘DESTRUCTIEBEDRIJF’ RENDAC

NOG ALTIJD LEVENDE EENDEN TUSSEN DE KADAVERS

OPLOSSING: “… ALS EEN VARKEN DOODGAAT LAAT IK HET EERST EEN TIJDJE OP DE GANG LIGGEN OM ZEKER TE WETEN DAT HIJ DOOD IS VOOR IK HEM AAN DE WEG LEG.”

MINISTER SCHOUTEN’S VOLKSVERLAKKERIJ