Op 31 mei 2024 stuurden Animal Rights, Animal Welfare Party, Cheshire Animal Rights Campaigns en AboliciónVivisección een brief aan de Duitste charter maatschappij BinAir Aero Service GmbH. Deze luchtvrachtmaatschappij transporteert apen voor apenhandelaar Hartelust uit Tilburg.
Omdat nog maar weinig respectabele luchtvaartmaatschappijen hun handen willen branden aan de onethische praktijk van proefdierentransport, kwam Hartelust terecht bij de Duitsers van BinAir met een verre van vlekkeloos verleden:
Op 19 januari 2010 raakte een BinAir Swearingen SA-227-DC Metro beschadigd toen het rechter hoofdonderstel instortte bij de landing op de luchthaven van Stuttgart;
De Europese Unie waarschuwde de luchtvaartmaatschappij in 2011 om haar veiligheid te verbeteren, anders zou ze worden opgenomen op de zwarte lijst van luchtvaartmaatschappijen met een EU-vliegverbod;
Op 7 maart 2013 was een metrolijner van BinAir verantwoordelijk voor de tijdelijke sluiting van de hoofdbaan van Dublin Airport toen het neuswiel tijdens de landing instortte;
Op 29 oktober 2018 werd het certificaat van Bin Air ingetrokken door het Luftfahrtbundesamt, waardoor de luchtvaartmaatschappij gedwongen werd alle activiteiten stop te zetten. Uiteindelijk kreeg het zijn licentie terug in december 2020.
Brandbrief
To whom it may concern:
We are writing to you regarding your involvement in the cruel business of transporting long-tailed macaques, dogs and other animals to be experimented on at European laboratories.
BinAir is one of the few airlines involved in this unethical and anti-scientific industry of animal testing, and we want to urge you to please reconsider your position as an accomplice in the abuse and trade of animals.
Beyond the indisputable ethical issues of torturing and killing these animals, the results obtained from these experiments are meaningless for humans. The situation is especially critical for long-tailed macaques as in 2022, the IUCN classed this species as endangered in the red list.
Despite this, the animal testing industry keeps massacring these animals by the thousands with the complicity of airlines like yours; even though cases of irregularities, fraud, illegal capturing and trafficking are regularly brought to light.
The public is not only getting more aware of the truth behind animal testing, this horrendous trade of lives and the conditions these animals are put through during these journeys but also realising the health risk these transports pose as long-tailed macaques are natural hosts of grave zoonotic diseases. Just this week and last month, you transported dozens of macaques from R.C Hartelust B.V, where there has been a tuberculosis outbreak that spread over various centres in Spain, France, Germany, Hungary and Italy, putting the health of lots of people at risk, primarily your workers.
From our organisations, as scientists, and as people who want to avoid the extermination of another species, we are asking you to seriously reconsider your role in this cruel business and stop being responsible for posing so many risks to public health and preventing science from developing non-animal methods and human-relevant research.
We hope to hear from you soon regarding this important and urgent matter.
In navolging van de tbc-uitbraak bij Hartenlust werden er 177 aapjes vermoord bij Hartenlust. Dit en andere informatie over de apenhandel leren we uit feitelijke vragen die werden gesteld aan de minister van Landbouw, Natuur en Volksgezondheid.1
De minister bevestigt nogmaals dat de apenhandel van en naar Hartelust enkel van nut is voor het geldgewin van Hartelust zelf. De Nederlandse laboratoria experimenteren enkel op aapjes afkomstig van BPRC. Het betreft een intentie zoals beschreven in de kamerbrief van de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschap van 18 december 2015 2: “De Nederlandse instellingen hebben sindsdien conform de afspraak enkel apen vanuit het BPRC gebruikt of zijn volledig met onderzoek op apen gestopt.”
Reden te meer om met de apenhandel te stoppen.
Minister gaat de fout in met cijfers rond apenhandel
Er werden vragen gesteld over de omvang van de apenhandel van en naar Nederland. De minister zegt dat er vanaf 2020 tot nu 159 java-apen (Macaca Fascicularis) werden uitgevoerd, met name naar Groot Brittannië en Thailand. Verder zouden er volgens de minister in 2022 240 Java-apen uit Vietnam zijn ingevoerd. In 2023 waren het 480 apen. Dit klopt niet met de CITES-documenten die onder de WOO-wetgeving openbaar werden gemaakt. Daarin gaat het om een zending van 240 apen in 2022, een zending van 480 apen in 2023 en nog een zending van 500 apen in 2023.
De minister antwoordt verder: “In de jaren 2022 t/m 2023 zijn er geen apen van de soort Macaca Fascicularis vervoerd tussen Nederland en een ander EU land.” Dit strookt niet met de eerdere beantwoording van Kamervragen naar aanleiding van de tbc-uitbraak in Franse en Spaanse laboratoria verspreidt door Java-apen die in 2023 door Hartelust werden verkocht. Daarover zei de minister: “Uit de originele groep zijn apen naar erkende proefdiercentra verplaatst in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Hongarije en Italië.”
Wat betreft de handel in resusapen zouden er volgens de minister in de periode 2020-2024 geen apen van de soort Macaca Mulatta ingevoerd zijn vanuit landen buiten de EU. Toch is er door de RVO op 18-02-2020 een CITES-import certificaat verstrekt voor de import van 120 resusapen vanuit China.
Tenslotte zegt de minister dat er sinds 2020 90 penseelaapjes (Callithrix Jacchus) zijn uitgevoerd naar derde landen, onder andere naar Groot Brittannië en Thailand. In 2023 werden er nog 43 penseelaapjes verhandeld aan Duitsland. Ook dit strookt niet met door de RVO afgeleverde CITES-certifcaten die aantonen dat er in 2022 al 93 penseelaapjes enkel naar Thailand gingen.
Rowena Vanroy, campagnecoördinator Animal Rights: “De minister schijnt zelf het overzicht op de apenhandel kwijt te zijn. Het hele CITES-systeem is een rommeltje vol fouten. Het wordt steeds ongeloofwaardiger dat CITES effectief toezicht houdt op welke apen binnen en buiten gaan.”
Advies wetenschappelijke autoriteit
De Java-aap wordt door de IUCN aangemerkt als een bedreigde diersoort, onder andere omwille van de impact van de proefdierenindustrie. Daarom is de handel in deze apen aan regels gebonden. Er is een CITES-vergunning nodig voor wie deze dieren wil in- of uitvoeren. De beslissing of deze vergunning wordt verstrekt hangt af van de inschatting van CITES of de handel in apen impact heeft op het voortbestaan van de soort.
Volgens de Nederlandse CITES-afdeling is er geen vuiltje aan de lucht. Hun beslissingen worden gebaseerd op het advies van de Wetenschappelijke Autoriteit. Waarop deze adviezen dan gebaseerd zijn, daar blijft men vaag over.
“Ten behoeve van aanvragen voor een CITES importvergunning geeft de CITES Wetenschappelijk Autoriteit (WA) onafhankelijk advies gericht op de instandhouding van de soort in het wild (doel CITES). De WA is momenteel samengesteld uit zeven aangestelde onafhankelijk experts op verschillende gebieden van flora en fauna.
Soorten die zijn opgenomen in EU CITES-bijlage A en B kunnen onder voorwaarden worden geïmporteerd of geëxporteerd voor (onder andere) medisch onderzoek. Wanneer een dergelijke invoeraanvraag wordt ontvangen, beoordeelt de WA het risico dat de invoer het voortbestaan van wilde populaties van de soort negatief zou kunnen beïnvloeden. Als uit de beschikbare informatie blijkt dat de invoer niet schadelijk is voor de wilde populaties, kan de WA een positief advies uitbrengen.
De WA werkt nauw samen met de WA’s van andere EU-lidstaten. Afstemming en uitwisseling vindt plaats in the EU Scientific Review Group. Dit zorgt ervoor dat alle Europese lidstaten consistente beslissingen nemen.”
“Gezien het aantal inconsistenties in de communicatie van de minister, vinden wij dit antwoord weinig overtuigend. Het kan niet worden aangetoond dat de CITES documenten die worden verstrekt vanuit derde landen waarheidsgetrouw zijn. Het is te gemakzuchtig om enkel te vertrouwen op verklaringen van exporterende landen in de aanname dat er geen sprake is van wildvangst.” zegt Vanroy.
Wat willen wij?
Animal Rights herhaalt nogmaals dat de apenhandel meteen moet worden stopgezet.
Apenexperimenten zijn wreed en onethisch;
De apenhandel vormt een gevaar voor de volksgezondheid, omwille van het risico op verspreiding van zoönosen;
De handel in Java-apen voor dierproeven vormen een bedreiging voor de instandhouding van de soort in het wild;
Nederland heeft geen belang bij deze apenhandel. Hartelust bedient enkel internationale laboratoria.
In Rijswijk bevindt zich het grootste apentestcentrum van Europa, het Biomedical Primate Research Centre (BPRC). Hier zitten java-apen (een bedreigde diersoort), resusapen en penseelaapjes opgesloten. Rowena Vanroy, campagnecoördinator Animal Rights: “Het BPRC is de grootste speler in apenexperimenten in Europa. Wij voeren al jaren campagne tegen deze schande. Het BPRC moet gewoon dicht.”
Dronebeelden
Nooit eerder werd getoond hoe enorm de apenhel precies is. Nieuwe dronebeelden tonen vijf gebouwen. Volgens een kaart van het BPRC omvat elk gebouw vier apenverblijven. In totaal bevatten deze volgens de laatste cijfers 944 dieren.
Apendealer
Elk jaar worden er bij BPRC 150 tot 200 apen gebruikt in vaak dodelijke experimenten. Ze worden bijvoorbeeld ziek gemaakt met vogelgriep, tbc of malaria, of ze krijgen experimentele medicijnen toegediend waardoor ze in shock kunnen raken.
Daarnaast fokt het BPRC ook apen om door te verkopen aan andere laboratoria, zoals bijvoorbeeld aan de KU Leuven waar de dieren gruwelijke hersenexperimenten worden aangedaan. 1
In 2023 werden er onder andere experimenten goedgekeurd waarbij het BPRC tientallen apen mag besmetten met malaria, dengue of coronavirussen. Ze moeten invasieve handelingen ondergaan. Soms wordt er onder verdoving een temperatuurmeter geïmplanteerd in de buikholte. Of ze worden regelmatig verdoofd voor bloedafname, het afnemen van monsters, het schoonspoelen van de longen, scans en huidbiopten. Voor een experiment rond tuberculose worden honderden dieren besmet. Ze krijgen symptomen zoals gewichtsverlies, verlies van eetlust, longontsteking, kortademigheid en verminderde alertheid. 2
Aantal apenexperimenten stagneert
Het afbouwplan voor de apen bij BPRC loopt ten einde. BPRC heeft het aantal apen in haar instelling inderdaad verminderd. Het doel was de kolonie terug te brengen naar 1000 individuen in 2025. Volgens de laatst beschikbare cijfers van 2022 waren het er 944. BPRC zegt ook het aantal experimenten te zullen verminderen naar het gewenste aantal van 150 per jaar. Volgens de laatst beschikbare cijfers is dit nog niet het geval. In 2022 werden er nog steeds 180 experimenten op apen uitgevoerd. 3
Voorlopig is er nog geen verdere reductie van het aantal dierproeven voor na 2025 vastgesteld. Wel is er een commissie opgericht die de mogelijkheid om het aantal proeven op niet-humane primaten verder te verlagen onderzoekt en eind 2024 hierover verslag zal uitbrengen. De insteek van het ministerie is dat deze reductie geen gevolgen mag hebben voor het onderzoek dat strikt noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheid bedreigen. 4
Animal Rights is van mening dat de apentesten niet de gouden standaard zijn die ze beweren te zijn. BPRC voert inmiddels al tientallen jaren proeven uit op apen voor MS, malaria en tbc, maar dit heeft niet geleid tot het oplossen van deze ziektes. De enige acceptabele vervolgstap is het volledig stopzetten van de apentesten en omschakelen naar alternatieven.
Rechtzaak ongeriefscore
In 2023 trok Animal Rights naar de rechtbank, omwille van een nieuw experiment bij het BPRC. De onderzoekers gaan bij 108 aapjes MS-symptomen opwekken, wat leidt tot verlamming, blindheid en evenwichtsstoornissen. De onderzoekers bestempelden de lijdensweg die de apen hiervoor moeten doorstaan slechts als “matig ongerief”. Onacceptabel vindt Animal Rights. Het apenleed moet als ernstig worden ingeschat. Door deze zaak voor te leggen aan een rechter hoopt Animal Rights een precedent te kunnen scheppen voor toekomstige aanvragen.
De apen krijgen een nummer op de borst getattoeëerd
BPRC levert ook apen aan de KU Leuven voor wrede hersenexperimenten
Geen transparantie
Ook BPRC is een van de dierproefnemers in Nederland die in beroep gaat tegen de openbaarmaking van documenten waaruit we meer kunnen leren over de experimenten die zij uitvoeren. Ze ontzegt dierenrechtenorganisaties zoals Animal Rights het recht op informatie over lopende projecten, welke inbreuken de NVWA vaststelt tijdens inspecties, waar de dieren vandaan komen en waar ze naartoe gaan, hoe het goedkeuringsproces van hun experimenten verloopt, … Onze WOO-verzoeken (Wet Open Overheid) leiden steevast tot lange juridische procedures. Toch is het belangrijk dat we deze strijd blijven voeren!
Op 8 oktober 2020 diende Creil Exploitatie B.V., onderdeel van het Straathof varkensimperium, een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen bij en veranderen van de varkensfabriek aan het Zuidermeerpad 4 in Creil. In een besluit van 8 maart 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland de gevraagde revisievergunning geweigerd en de in 2006 voor de varkenshouderij verleende omgevingsvergunningen milieu en de daarop gevolgde gewijzigde vergunningen ingetrokken, omdat volgens het college sprake is van een integriteitsrisico, zoals bedoeld in de Wet bibob. Animal Rights steunde dit besluit via een zienswijze.
De Wet Bibob, wat staat voor ‘Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur’, stelt overheidsinstellingen zoals gemeentes in staat om de achtergrond van bedrijven en individuen waarmee zij samenwerken te onderzoeken.
Creil Exploitatie ging in beroep en de zitting vond plaats op 9 november 2023 waaraan Animal Rights als derde belanghebbende deelnam. De rechtbank oordeelde op 1 februari 2024 dat de juiste procedure is gevolgd, dat er een duidelijke band is tussen Straathof, Creil Exploitatie B.V. en bestuurder Maarten Verdoorn, dat Creil Exploitatie in relatie staat tot strafbare feiten op andere locaties, deze samenhangen met de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd en reeds vergunningen zijn verleend en het college deze strafbare feiten bij de beoordeling van het gevaar mocht betrekken, dat het college daarin terecht een ernstig gevaar zag voor nieuwe strafbare feiten, en dat het college in beginsel bevoegd is om de vergunningen te weigeren en in te trekken.
De zaak strandde – hopelijk tijdelijk – op de evenredigheid van het genomen besluit.
De positie van het college en Animal Rights
Door vennootschappen van Straathof zijn in de jaren 2009 tot en met 2018 strafbare feiten gepleegd op grond van onder meer de Wet Dieren, het Varkensbesluit en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Meststoffenwet, de Wet Milieubeheer en de Wabo. Deze strafbare feiten hangen samen met de exploitatie van varkenshouderijen waarvoor de vergunningen zijn verleend en aangevraagd. Volgens het college staat Creil Exploitatie in relatie tot deze strafbare feiten, omdat Straathof (indirect) zeggenschap heeft over en indirect vermogen verschaft aan het bedrijf. Het college vindt het tijdsverloop sinds de gepleegde strafbare feiten, mede gelet op het gerechtelijk beroepsverbod van Straathof, niet zodanig lang dat die feiten niet bij de beoordeling van het gevaar kunnen worden betrokken. Daarnaast blijkt uit dit advies dat twee vennootschappen onder het bestuur van Verdoorn staan (te weten in Hoeven en Lierop) recenter (2020/2021) ook overtredingen hebben begaan. Creil Exploitatie staat daarmee in relatie omdat Verdoorn ook bestuurder is van Creil Exploitatie. Gezien deze relatie tot in het verleden gepleegde strafbare feiten en gezien de omvang ervan, is sprake van een ernstig gevaar dat de vergunning gebruikt zullen worden om strafbare feiten te plegen. Het college vindt verder dat de weigering en de intrekking van de omgevingsvergunningen niet onevenredig is met de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten. Het alleen weigeren van de gevraagde vergunning heeft volgens het college geen of weinig invloed op de bedrijfsvoering van Creil Exploitatie, omdat met de reeds verleende vergunningen nog steeds strafbare feiten kunnen worden gepleegd.
Beroep
Creil Exploitatie heeft tegen dat besluit beroep ingesteld en gelijktijdig een verzoek om een voorlopige voorziening bij de rechtbank ingediend. Animal Rights en Mobilisation hebbenhierop een reactie gegeven. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De meervoudige kamer van de rechtbank midden-Nederland heeft het beroep op 9 november 2023 op zitting behandeld en deed op 1 februari 2024 uitspraak.
Uitspraak
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Daarbij is het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen over de intrekking en de weigering van de vergunningen. Gelet hierop is er geen grond meer voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening, zodat dat verzoek wordt afgewezen.
Juiste procedure gevolgd
De rechtbank oordeelt wel dat het college procedureel juist heeft gehandeld en het LBB-advies van 22 juni 2022 aan zijn besluit ten grondslag heeft mogen leggen.
Straathof en de vennootschappen die tot zijn concern behoren, waaronder Sebava BV., als ook de vennootschappen die behoren tot het concern van Verdoorn in Creil, Hoeven en in Lierop hebben tussen 2009 en 2021 veelvuldig strafbare feiten gepleegd op het gebied van dierenwelzijn en aan hen zijn boetes opgelegd wegens het (herhaaldelijk) overtreden van diverse wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Deze overtredingen rechtvaardigen daarom een gegronde vrees voor het plegen van nieuwe strafbare feiten, aldus het LBB-advies.
Straathof nog altijd betrokken
De rechtbank erkent ook de band tussen Adriaan Straathof, Creil Exploitatie B.V. en Maarten Verdoorn.
Gezien de structuur van het concern en de financiële betrokkenheid van Straathof bij de exploitatie van de varkenshouderij van Creil Exploitatie, volgt de rechtbank het college in zijn standpunt dat Straathof zeggenschap heeft over Creil Exploitatie en tot haar in een zakelijk samenwerkingsverband staat. Het college heeft daarbij terecht doorslaggevend gewicht toegekend aan het feit dat Straathof met zijn bedrijf Creil Vastgoed BV. financieel eigenaar is van alle gebouwen en opstallen van Creil Exploitatie. Hiermee heeft Straathof ook na de gewijzigde bedrijfsstructuur van 20 augustus 2020 (de knip) nog zeggenschap en invloed gehouden over de vennootschappen van eiser. Verder heeft het college mogen betrekken dat Verdoorn sinds 28 augustus 2020 bestuurder (en daarmee leidinggevende) is van de vennootschappen in Hoeven en Lierop, op grond waarvan deze vennootschappen deel uitmaken van het concern.
Creil Exploitatie staat in relatie staat tot strafbare feiten
De rechtbank erkent verder dat Creil Exploitatie in relatie staat tot strafbare feiten op andere locaties, deze samenhangen met de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd en reeds vergunningen zijn verleend. En het college deze strafbare feiten bij de beoordeling van het gevaar mocht betrekken.
Een ernstig gevaar voor nieuwe strafbare feiten
Ook oordeelt de rechtbank dat het college daarin terecht een ernstig gevaar zag voor nieuwe strafbare feiten.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college op basis van de strafbare feiten van Creil Exploitatie en de (recente) strafbare feiten van de andere vennootschappen kunnen concluderen dat er sprake is van een ernstig gevaar voor nieuwe strafbare feiten. Het college heeft in de knip geen aanleiding hoeven zien om een mindere mate van gevaar aan te nemen. Evenmin heeft het college in het tijdsverloop een reden hoeven zien om aan te nemen dat sprake is van een mindere mate van gevaar. Het college heeft inspectierapport van de NVWA onvoldoende mogen vinden als bewijs dat er geen gevaar meer bestaat dat de eerdere strafbare feiten die zijn gepleegd door de vennootschappen van Straathof en van eiser zich in de toekomst niet meer zullen voordoen. Daarbij heeft het college van belang mogen vinden dat sprake is van een patroon van strafbare gedragingen over een langere periode op het gebied van dierenwelzijn.
Evenredigheid
Met dit alles is voldaan aan de gevaarzetting van de Wet bibob en was het college in beginsel bevoegd om de vergunningen te weigeren en in te trekken. Die intrekking en weigering mag echter alleen als die ook evenredig is.
En daar gaat het voorlopig mis.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit de evenredigheidstoets niet kan doorstaan, omdat de gevolgen van de permanente intrekking voor eisers zeer zwaar zijn. Er staan grote (eigendomsrechtelijke) belangen op het spel en die worden door de maatregelen op ernstige wijze aangetast. De rechtbank acht niet ondenkbaar dat het permanent intrekken van de vergunningen voor Creil Exploitatie een faillissement kan betekenen.
Gelet op de grote gevolgen voor eisers, bezien tegen de aard en ernst van het gevaar, is de rechtbank van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat in dit geval niet volstaan had kunnen worden met de oplegging van een minder zware sanctie, zoals een vergunning met voorschriften. Het beroep is daarom gegrond.
Het college moet daarom een nieuw besluit nemen, rekening houdend met deze uitspraak, en wel binnen zes weken. In het nieuw te nemen besluit moet het college bij de beoordeling van de evenredigheid ook de door eisers aangedragen mogelijkheid tot verkoop van het bedrijf betrekken.
Animal Rights is natuurlijk van mening dat de financiële gevolgen voor dierenmishandelaars in geen enkele verhouding staan tot het onrecht dat de dieren werd en wordt aangedaan.
Hoger beroep
Op 13 maart 2024 volgt een pro forma hoger beroep van het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland en op 17 april worden de hogerberoepsgronden aangevuld. Op 30 mei geeft Animal Rights haar ondersteunende reactie.
In het kort komt het er op neer dat de provincie en Animal Rights het eens zijn met de meeste conclusies van de rechtbank, maar het oneens zijn met de beoordeling van de evenredigheid van het bestreden besluit en de daaraan verbonden conclusie dat dit besluit moet worden vernietigd.
De provincie bevestigt dat de strafbare feiten begaan door Straathof ernstig zijn en dat het gaat om een patroon van strafbare gedragingen over een langere periode op het gebied van dierenwelzijn, maar spreekt haar eigen oordeel vervolgens weer tegen. De rechtbank doet hetzelfde met de nog altijd grote (financiële) betrokkenheid van Adriaan Straathof bij het bedrijf.
”De rechtbank overweegt verder dat de overtredingen van Straathof, hoewel deze zijn aan te merken als ernstig, deels ver in het verleden liggen. De recente overtredingen die zijn te wijten aan de vennootschap in Creil en de twee andere vennootschappen waar eiser bestuurder van is, zijn minder in aantal en te kwalificeren als minder ernstig. Daarbij weegt de rechtbank mee dat eiser stappen heeft gezet om zijn bedrijfsvoering te verbeteren en overtredingen in de toekomst te voorkomen. In dat verband is van belang dat Straathof sinds 28 augustus 2020 op afstand is gezet van de exploitatie van de varkenshouderij van eiser en dat het niet zo is dat de verklaring van de dierenarts en het inspectieverslag van de NVWA in het geheel geen aanknopingspunten bieden voor de aanname dat de situatie met betrekking tot het dierenwelzijn in het bedrijf van eiser in de afgelopen drie jaar is verbeterd.”
Het eventuele faillissement van Creil Exploitatie is door de rechtbank zelf verzonnen en nooit als argument aangedragen. Een vergunning met voorschriften is niet mogelijk omdat de vele overtredingen voornamelijk over dierenwelzijn gaan, waarover de provincie geen bevoegdheid heeft, want die ligt bij de NVWA. De mogelijkheid tot verkoop is door Creil Exploitatie nooit serieus onderzocht.
De provincie en Animal Rights blijven er dus bij dat het intrekken van de vergunningen de enige juiste en evenredige maatregel is.
Die hoger beroep procedure loopt momenteel nog. In afwachting van de uitkomst daarvan geven Gedeputeerde Staten van Flevoland met een (ontwerp)besluit gepubliceerd op 20 november 2024 uitvoering aan de opdracht van de rechtbank. Alvorens een herstelbesluit te nemen, heeft de provincie een (aanvullende) adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) ingediend. Op 23 juli 2024 heeft het LBB advies uitgebracht. Op grond van dit Bibob-advies blijft de provincie voornemens om de aanvraag om een omgevingsvergunning te weigeren en de reeds verleende omgevingsvergunningen in te trekken.
De conclusie van de provincie luidt “dat met recht en rede geconcludeerd moet worden dat sprake is van een ernstig gevaar dat de aangevraagde omgevingsvergunning en de reeds verleende omgevingsvergunningen mede gebruikt zullen worden om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten en om strafbare feiten te plegen” en dat “weigering en intrekking van de aangevraagde en reeds verleende omgevingsvergunningen evenredig [is] met de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten in kwestie, alsook met inachtneming van de gevolgen van dat besluit. Een dergelijk besluit is in dit geval passend en geboden om doeltreffend te reageren op het geconstateerde ernstige gevaar. Daarmee wordt voorkomen dat wij door middel van vergunningverlening ongewild criminele activiteiten faciliteren, hetgeen het doel van het Bibob-instrumentarium is.”
Op maandag 13 januari 2025 is de verkoop in gang gezet van de ‘Knorpolder’. Dat meldt Omroep Flevoland. 1 Het gaat om de varkensflat, de grond en de 20.000 varkens. Adriaan Straathof zou ervoor gekozen hebben om Nederland te verlaten en zich volledig te richten op Hongarije. Een probleem voor eventuele kopers is dat de provincie de milieuvergunning van het bedrijf heeft ingetrokken en dat Creil een zogenaamde PAS-melder is en niet over een natuurvergunning beschikt.
De hoger beroep zitting bij de Raad van State in Den Haag op 26 maart 2026 over het weigeren en intrekken van de vergunning van Straathof’s varkensfabriek ‘Knorpolder’ in Creil in de Noordoostpolder ging eigenlijk alleen nog over de evenredigheid van die maatregel.
De invloed van Adriaan Straathof als eigenaar van de gebouwen en grond, zijn financieel belangen en de aanstelling door hem van aan hem loyale bedrijfsvoerders maakt zijn betrokkenheid bij het varkensbedrijf een gegeven.
Ook staat vast dat de ‘knip’ in augustus 2020 waarbij de bedrijfsvoering werd overgenomen door Maarten Verdoorn geen einde maakte aan de misstanden op het gebied van dierenwelzijn. Ook de recent opgetuigde constructie via een zogenaamde STAK is volgens Animal Rights een stroman-constructie.
Een alternatief voor het intrekken van de vergunningen was de verkoop van het bedrijf. Dat kreeg daar in juli vorig jaar van de provincie Flevoland een jaar voor. Nu geeft de advocaat van Creil Exploitatie BV aan dat het bedrijf onverkoopbaar is zonder natuurvergunning.
Zowel de provincie als Animal Rights – derdebelanghebbende in deze zaak – vinden dat de stekker uit het bedrijf moet. Dat gaat vrijwel zeker gebeuren als de Raad van State het hoger beroep van de provincie gegrond verklaart. De uitspraak is over 6 weken.
Op 4 april 2026 trok de advocaat van de varkenshouderij het verzoek bij de Raad van State in om de dwangsommen te schorsen, omdat de provincie beloofden het innen uit te stellen totdat de Raad van State uitspraak heeft gedaan in de rechtszaak over de geweigerde en ingetrokken vergunningen. 2 Die uitspraak zou op 7 mei moeten zijn.
De afgelopen jaren is Animal Rights meermaals naar de rechtbank getrokken tegen het onrecht dat wilde dieren werd aangedaan in België. Hieronder lijsten we op over welke zaken het nu precies gaat en hoe je ons kan helpen om gerechtigheid te bekomen voor wilde dieren in de rechtbank.
Succes: Gerechtigheid voor de vermoorde ganzen in Zandbergen
De beruchte boeren uit Appelterre die begin mei 2020 werden gefilmd terwijl ze een koe met een kabel om de hals uit de Dender trokken, werden amper een maand later in Zandbergen betrapt op het verminken en vermoorden van ganzen. Animal Rights ging ter plekke en ontdekte vier jonge, zwaar verminkte, dode Canadese ganzen. De moordzuchtige boer reed met zijn auto in op de jonge ganzen, die geen kant op konden omdat ze nog niet konden vliegen. Van sommige dieren werd genadeloos de kop afgerukt. Animal Rights ging naar de rechtbank om zware straffen te eisen en een levenslang verbod op het houden van dieren. Ook het Ninoofse en Geraardsbergse schepencollege en GAIA dienden klacht in tegen de boeren.
De zaak sleepte jarenlang aan en in eerste aanleg werden de boeren nog vrijgesproken. Zowel Animal Rights, GAIA als het Openbaar Ministerie gingen in beroep met als resultaat dat er eindelijk een veroordeling kwam. Het Hof van Beroep veroordeelde de boeren en zei daarover: “Het Hof kan daarbij niet om de cruciale vaststelling heen dat de beide beklaagden het niet nauw namen met het dierenwelzijn. Hun respectievelijk optreden was ronduit brutaal van aard.” Er werden boetes of vervangende gevangenisstraf opgelegd. Voor ons zijn de boetes uiteraard te laag, maar we zijn blij dat de rechtbank deze dierenmishandeling nu eindelijk erkend en veroordeelt.
Lees hier alles over het succes in het Hof van Beroep in Gent voor de ganzen:
Op zondag 31 mei 2020 hoorden omwonenden een luide knal in een naburig veld in Riemst. Een jong vosje van amper 10 weken oud werd dood gevonden bij zijn vossenburcht. Het diertje werd met hagel neergeschoten toen het net uit de burcht kwam en is aan zijn verwondingen overleden. Animal Rights werd ingelicht en stelde zich burgerlijke partij.
Hoewel de jager alle feiten bekende, sprak de rechtbank van eerste aanleg in Tongeren de jager vrij op 30 mei 2023 voor alle tenlasteleggingen en inbreuken op zowel de wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren als Jachtdecreet én Jachtvoorwaardenbesluit. Animal Rights en het Openbaar Ministerie gingen daarop samen in beroep. De openingszitting vond plaats op woensdag 8 mei 2024 in het Hof van Beroep in Antwerpen. De pleitdatum is vastgelegd op 7 november 2024 in het Hof van Beroep in Antwerpen.
Lees hier alles over de rechtszaak voor vosje Sammie:
Vos Willie zat levend vast in een gruwelijke strop
Op 5 maart 2021 maakten buurtbewoners van de gemeente Bierbeek melding van een sterk spartelende vos nabij een terrein waar kippen gehouden werden. De strop was geplaatst langs de afsluiting, zodat de vos erin vast zou komen te zitten als die onder de draad door probeerde te kruipen. Uit het bewijsmateriaal blijkt dat de vos werd gelokt door gebruik te maken van enkele oude kippenlijken. De vos werd door het Animal Rescue Team bevrijd, verzorgd en later op een andere plaats opnieuw vrijgelaten.
Animal Rights diende op basis van de sterke bewijzen en getuigenissen een klacht in met burgerlijke partijstelling in en eiste gerechtigheid voor de daden tegenover deze vos.
De zaak werd een succes voor vosje Willie: De dader werd over de gehele lijn schuldig bevonden door de rechtbank van eerste aanleg in Leuven. De rechter volgde de vordering van het openbaar ministerie en veroordeelde de beklaagde tot een gevangenisstraf van 4 maanden met uitstel en een boete van 250 euro, te verhogen met opdeciemen.
Animal Rights tekende beroep aan op 14 februari 2024 tegen het afleveren van een vergunning voor het plaatsen een vossenval in het Oost-Vlaamse Kluisbergen (Ruien). In eerste instantie had het college van burgemeester en schepenen dit blindelings goedgekeurd. Dankzij het beroep van Animal Rights werd een hoorzitting georganiseerd waarbij de raadsman van Animal Rights, meester Anthony Godfroid, aanwezig was.
En ons beroep werd een succes: de Deputatie van provincie Oost-Vlaanderen besliste daarop om op 8 mei 2024 de vergunning alsnog in te trekken.
Rechtszaken voeren werkt!
Het voeren van rechtszaken vergt een lange adem, maar de minimale wetten die er zijn om dieren te beschermen moeten nageleefd worden. Met procedures roepen we overtreders ter verantwoording en proberen we het onrechtvaardige systeem fundamenteel te veranderen. En daarin boeken we regelmatig succes! Jij kunt de dieren helpen door ons te steunen. Samen kunnen we deze rechtszaken blijven bekostigen.