DE KONIJNENHOUDERIJ VIER JAAR LATER: DE DIEREN LIJDEN NOG STEEDS IN KRAPPE KOOITJES!

In 2019 onderzochten Animal Rights en Konijn in Nood een jaar lang de commerciële konijnenhouderij in Nederland en publiceerden de beelden in december van dat jaar. Nu, vier jaar later, inspecteerde Animal Rights een van de slechtste bedrijven van destijds opnieuw. Animal Rights leverde de beelden in bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) vergezeld van een handhavingsverzoek. Er is niets veranderd!

2019

Ongeveer een kwart van de, destijds, 40 konijnenbedrijven werd in 2019 geïnspecteerd. De aangetroffen omstandigheden waren ronduit schokkend. Bijna overal troffen de onderzoekers dode, zieke en stervende dieren aan tussen de levende konijnen. Konijnen hebben verwondingen, zijn gedeeltelijk verlamd of hebben beschadigde of ontbrekende oren.

Konijnen worden nog altijd gehouden in kleine, volgepakte kooien. Veel konijnen brengen hun hele korte leven nog steeds op een bodem van gaas door waar hun pootjes niet op gebouwd zijn. Ook bij de hoogste welzijnsstandaard -‘parkkooien’ – tonen de beelden een ongelofelijke hoeveelheid dierenleed.

Ulicoten 2023


Een van die, nu nog 30, bedrijven staat in het Brabantse Ulicoten en een aantal van de verschrikkelijkste beelden van 2019 kwamen uit die fokkerij. We zijn inmiddels vier jaar verder. Opeenvolgende Landbouwministers zijn, naar eigen zeggen, in gesprek gegaan met de sector, maar hebben aan de misstanden niets gedaan. Er zijn geen maatregelen opgelegd en er vinden geen structurele welzijnsinspecties plaats.
Daarom hielden we opnieuw burgerinspecties bij dit bedrijf en leverden de beelden in bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) vergezeld van een handhavingsverzoek.

De geconstateerde misstanden in 2023 zijn bekend uit 2019:

  • Het ontbreken van welzijnsmatjes;
  • Het ontbreken van verrijkings- en schuilmateriaal;
  • Dieren met ontstoken oren;
  • Dieren met ontstoken ogen;
  • Dieren met ‘draainek’;
  • Dieren met schurft;
  • Dode dieren tussen de levenden;
  • Konijnen met wonden (gevuld met pus).

Meer algemeen beschouwt Animal Rights het houden van konijnen in dergelijke kleine kooien – die alleen te vergelijken zijn met de reeds verboden legbatterij- en nertsenkooien – in strijd met de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Daarin staat onder andere dat er voldoende ruimte moet worden gelaten voor de fysiologische en ethologische behoeften van het dier. In dat verband wijst Animal Rights ook op hetgeen in artikel 1.3. van de Wet dieren is bepaald over de intrinsieke waarde van het dier en de vijf “vrijheden” van Brambell. Het betekent in casu dat het konijn voldoende ruimte moet worden geboden voor soortspecifiek, natuurlijk en sociaal gedrag. Dergelijk gedrag zoals graven en rennen is in deze kleine kooien – en ook in ‘parkkooien’ – niet mogelijk zodat dit artikel wordt overtreden. Dat de kooien mogelijk voldoen aan de toegelaten afmetingen, uitvoeringen en vormgeving maakt dit niet anders.

Opnieuw burgerinspecties bij Brabantse konijnenhouder in Ulicoten

Geen mogelijkheid tot natuurlijk gedrag

Ongeacht het systeem komen deze dieren nooit buiten, zien geen daglicht, er is niet of nauwelijks ruimte voor huppelen en rennen, ze kunnen niet graven, hebben onvoldoende schuil- en knaagmogelijkheden, eten eenzijdig voer, moeten lopen over een gespleten ondergrond, leven boven hun eigen uitwerpselen en ademen daarvan de ammoniaklucht in, zijn blootgesteld aan constant lawaai van mechanische ventilatie, muziek en rammelende kooien, en leven in onnatuurlijke groepsverbanden.

De konijnenhouderij kan op geen enkele wijze voldoen aan de natuurlijke behoefte van deze dieren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de sterfte hoog is.
De ‘voedsters’ (moederdieren) leven over het algemeen eenzaam in hun kooien wanneer ze geen jongen hebben. Hetzelfde geldt voor de rammen (mannetjes) die gehouden worden voor hun zaad.

Handhaven

Animal Rights verzocht de NVWA om snel, doeltreffend en afschrikwekkend handhavend op te treden tegen deze misstanden. Dat was begin juni … De NVWA verdaagde de beslistermijn tot september, vervolgens tot november en uiteindelijk tot midden januari 2024.
Volgens de NVWA heeft er inmiddels een (eigen) inspectie plaatsgevonden. “Momenteel wordt nader onderzoek afgerond.”

Kerst

Terwijl we wachten op handhaving door de NVWA naderen de feestdagen. De consumptie van konijnenvlees is in Nederland niet populair en ligt rond de 600 gram per hoofd van de bevolking per jaar, met vooral een piek rond Kerst. Nederland heeft geen gespecialiseerd slachthuis voor konijnen en de ‘slachtrijpe’ dieren gaan dan ook op transport naar vooral België. Slechts een deel vindt de weg weer terug naar Nederlandse supermarkten.

Afschaffen

De consument moet weten dat de konijnenhouderij op geen enkele wijze in staat is om te voldoen aan de behoeften van konijnen. Konijnen zijn volstrekt ongeschikt voor de vee-industrie. We moeten daarom stoppen met de zoektocht naar steeds weer kleine, vaak denkbeeldige, verbeteringen in de houderijomstandigheden, die voor de konijnen zelf van weinig betekenis zijn.

Sterker nog, nieuwe ‘welzijnsaanpassingen’ brengen steeds weer nieuwe welzijnsproblemen met zich mee: de voedsters vertonen agressief gedrag wanneer ze in een groep gehuisvest worden en hygiëne wordt een probleem zodra verrijkingsmateriaal en betere bodems worden gegeven.
Dierenwelzijn is een illusie in de konijnenhouderij. Dit systeem behoeft geen verbeteringen, maar afschaffing.

Animal Rights streeft dan ook naar een konijnenhouderijverbod in navolging van het verbod op legbatterijen en de pelsdierhouderij.

Kamervragen & antwoorden 2019

Naar aanleiding van de konijnenbeelden van eind 2019 kwamen zowel de PvdD als de SP met Kamervragen. Het duurde meer dan vijf maanden vooradat deze beantwoord werden. “We worden steeds vaker geconfronteerd met beelden van dierenleed in de Nederlandse veehouderij. Dat raakt mij en ik begrijp dat mensen hierdoor geschokt, verdrietig en verontwaardigd zijn,” zegt minister Schouten uiteindelijk.

Een groot deel van de conclusies uit het onderzoek en wat de beelden tonen, moet Schouten bevestigen:
“De huisvestingssystemen zijn zodanig ingericht dat konijnen boven hun eigen uitwerpselen leven. Voor konijnenhouderij zijn er nog geen normen gesteld voor de uitstoot van ammoniak. Er zijn geen regels voor hoe vaak de mest moet worden afgevoerd of voor het gescheiden opvangen van mest en urine.”
“Ik kan me voorstellen dat mensen bij parkhuisvesting een andere associatie hebben.”
“In de gangbare houderij worden moederkonijnen alleen gehuisvest.”
“[S]terfte voor het spenen is gemiddeld 9,0% en sterfte na het spenen is gemiddeld 9,0% per worp.”
“In het handboek van de sector van 2019-2020 staat dat de gemiddelde totale sterfte 17,2% is.”

Ondanks de misstanden weigert de minister de konijnenhouderij op te doeken; ze gaat maar weer eens praten met de sector:
“Uit de beelden kan geen algemene conclusie worden getrokken over de konijnensector als geheel. Desalniettemin vormen de beelden, samen met andere signalen, aanleiding om de sector aan te spreken en aan te dringen op verbetering.”

Uit de beantwoording van de feitelijke vragen over het jaarplan van de NVWA over 2020, in mei van dat jaar, blijkt vooral dat de minister en dus de NVWA nauwelijks toezicht houden op de konijnenfokkerij. Zo kan de minister niet vertellen hoeveel commercieel gehouden konijnen er op jaarbasis buiten de slachthuizen geslacht worden. De minister kan niet aangegeven hoe vaak de NVWA controles heeft uitgevoerd op stations voor kunstmatige inseminatie waar fokrammen worden gehouden. De minister moet toegeven dat sterftecijfers niet centraal worden geregistreerd en dat de aantallen daarom niet bekend zijn.

Inspecties

Midden 2022 vroeg Animal Rights (opnieuw) de inspectierapporten van de konijnenhouderij op om te kijken of er sinds de publicatie van de beelden ook maar iets veranderd is. De inspecties blijken nog steeds minimaal, maar het beeld is nog altijd hetzelfde: ziekte en dood domineren de Nederlandse vleeskonijnenindustrie. Bovendien is het antibioticagebruik vele malen hoger dan in enige andere dierindustrie.

Update 2024

Op 15 januari 2024 laat de NVWA weten dat ze weigert handhavend op te treden.

Naar aanleiding van het handhavingsverzoek hebben een toezichthouder en een toezichthoudend dierenarts van de NVWA op 15 augustus 2023 een inspectie uitgevoerd bij het bedrijf in Ulicoten. De beelden lijken volgens de toezichthouders authentiek en gemaakt te zijn op het genoemde bedrijf.

”De toezichthouders constateerden dat de beelden van de burgerinspecteurs zijn gemaakt in afdelingen waarin zogenoemde ‘achterblijvers’ (dit zijn konijnen met mogelijk achterblijvende groei en prestaties) zitten.”

Grootte van de hokken
De toezichthouders constateren dat de hokken van de konijnen voor wat betreft de grootte van de hokken lijken te voldoen aan de normen die zijn neergelegd in artikel 2.76o, van het Besluit houders van dieren, maar negeren daarbij het beroep van Animal Rights op artikel 2.1 en
2.2 van de Wet dieren. Volgens dit regelcomplex moet voldoende ruimte worden gelaten voor de fysiologische en ethologische behoeften van de dieren. Ook wezen we op artikel 1.3. van de Wet dieren dat gaat over de intrinsieke waarde van het dier en de de vijf “vrijheden” van Brambell. Het betekent dat een konijn voldoende ruimte moet worden geboden voor soortspecifiek, natuurlijk en sociaal gedrag, zoals graven en rennen, wat in deze kleine kooien niet mogelijk is zodat dit artikel wordt overtreden. Dat de kooien voldoen aan de toegelaten afmetingen, uitvoeringen en vormgeving maakt dit niet anders.

Konijnen niet gehouden in groepen
“De toezichthouders zagen aan de uiterlijke kenmerken van de alleen gehouden konijnen dat die overeenkwamen met die van voedsters, dan wel gereformeerde voedsters voor de slacht.” De verplichting tot groepshuisvesting is op voedsters niet van toepassing.

Ontbreken van welzijnsmatten van voldoende omvang
”De toezichthouders zagen op de beelden mogelijk enkele gereformeerde voedsters waarbij de welzijnsmatjes beschadigd of afwezig waren. Omdat de toezichthouders dit op basis van de beelden niet met zekerheid kunnen constateren, kan hier geen overtreding aangetoond worden.“

“De toezichthouders constateerden tijdens de fysieke inspectie dat de aanwezige voedsters beschikking hadden over welzijnsmatten van voldoende omvang. De toezichthouders constateerden dat in hokken waarin opfokkonijnen zaten, geen welzijnsmatten aanwezig waren, hetgeen niet is vereist.”

Konijnen met schurft en wonden en zenuwsymptomen (draainekken)
De toezichthouders constateerden dat op de door Animal Rights aangeleverde beelden enkele konijnen te zien zijn met meer uitgebreide wonden en schurft. Volgens de toezichthoudend dierenarts was – vanwege het chronisch uitzicht van de wonden en de uitgebreidheid van de schurft – op de beelden te zien dat de schurft en de wonden al meerdere dagen aanwezig waren. ”Op basis van de op de beelden vastgestelde schurft en wonden is niet te achterhalen of deze konijnen hier reeds tegen werden behandeld of niet.”

Ook tijdens de NVWA inspectie ziet de toezichthoudend dierenarts ”een beperkt aantal gespeende konijnen en opfokkonijnen met een lichte vorm van schurft in het oor, waarbij er ook enkele korsten aanwezig waren in het oor. De toezichthoudend dierenarts constateerde geen konijnen met wonden. De houder verklaarde dat de aangeduide dieren met schurft hiertegen werden behandeld.”

“De houder verklaarde dat hij konijnen die niet meer rechtop kunnen komen, meteen laat euthanaseren. Desgevraagd heeft de vaste dierenarts van de Stille Maatschap verklaard dat het bedrijf konijnen met zenuwsymptomen laat euthanaseren.”

Dode konijnen in de hokken bij levende konijnen
De toezichthouders constateerden dat op de door Animal Rights aangeleverde beelden dode konijnen te zien zijn in hokken waarin zich ook levende konijnen bevinden. ”De toezichthoudend dierenarts zag niet dat de konijnen al in staat van ontbinding verkeerden. De vachten zagen er nog vers uit. De toezichthoudend dierenarts kan op basis van de beelden niet vaststellen hoelang de konijnen al dood waren, omdat de toezichthoudend dierenarts hiervoor de konijnen fysiek moet kunnen onderzoeken.”
”De toezichthouders constateerden tijdens de fysieke inspectie dat in enkele hokken een dood konijn lag tussen de levende konijnen. De toezichthoudend dierenarts constateerde dat de dode konijnen nog geen vertroebeling in de ogen hadden en dat zij nog een flexibele verse vacht hadden. Naar het oordeel van de toezichthoudend dierenarts waren de konijnen niet langer dood dan één dag. De houder verklaarde dat dagelijks alle hokken in het bedrijf worden nagelopen om dode konijnen uit de hokken te verwijderen.”

Tijdens de fysieke inspectie constateerden de toezichthouders een overtreding die valt buiten de reikwijdte van het handhavingsverzoek. Hiervoor is aan het bedrijf een Officiële Waarschuwing gegeven.

Update 2025

Animal Rights constateerde bij het besluit uit 2024 al dat de NVWA onwillig is om te handhaven. Uit de de documenten die Animal Rights in 2025 ten langen leste verkreeg via een informatieverzoek onder de Wet open overheid (Woo) blijkt net als uit de beelden van 2019 en 2023 dat er binnen dit konijnenfokbedrijf van alles mis was.

Lees hier over het moeizame Woo-proces: DE JURIDISCHE STRIJD VOOR TRANSPARANTIE OVER DE VEE-INDUSTRIE

Tijdens de inspectie op 15-08-2023 na aanleiding van het handhavingsverzoek van Animal Rights, noteert de inspecteur. eerst: “Geen afwijking in onthouden nodige zorg gezien.” om meteen daarna te constateren: “Bij enkele kooien voor huisvesting van overblijvers begon de bodem los te raken van de tussenwand. Meerdere plateaus in welzijnkooien bij de voedsters waren niet beschikbaar.”

De konijnenfokker geeft de konijnen de schuld van de plateaus: “De plateaus worden door de voedsters omhoog gedrukt en zijn dan niet beschikbaar. Wij zullen hier op letten en terstond terug zetten.” Maar moet toegeven dat de toestand van de kooien ondermaats is: “De kooien in stal 2 zijn inderdaad aan vervanging toe. De kooien met losse bodems gaan we niet meer gebruiken en we gaan kijken om alles te vervangen.”

Er wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven omdat de behuizing van de dieren ‘niet akkoord’ is: Art. 1.8, lid 2 scherpe randen of uitsteeksels in de stal. En er wordt een hercontrole aangezegd.

Die hercontrole vindt plaats op 24-01-2024. De NVWA-inspecteur ziet verbeteringen: “Wij zagen aangepaste huisvesting voor de uitgeselecteerde voedsters en aangepaste huisvesting voor achterblijvers. De kooien waren voorzien van kunststof bodems. De bedrijfshygiene was op meerdere punten zichtbaar verbeterd. Wij zagen geen dieren met afwijkingen in de vorm van draainekken, schurft, bijtschade en/of verwondingen. Alle plateaus waren akkoord. Huisvesting was akkoord. Er is wekelijks overleg tussen voervertegenwoordiger, dierenarts en houder om bedrijfsvoering en nu voerstrategie te optimaliseren. Wij zagen dus een duidelijke verbetering van de bedrijfsvoering en een verbetering van het welzijn van de dieren.”

De konijnenfokkers zeggen er het volgende over: “Na jullie bezoek van afgelopen zomer, hebben wij een besluit genomen dat het beter moet. Wij zijn in overleg gegaan met dierenarts en voervertegenwoordiger om plannen te maken. Wij hebben nu samen een wekelijks overleg om de bedrijfvoering en de verbeteringen door te spreken. Wij hebben de bedrijfshygiene verbeterd en de huisvesting is aangepast. Het voerregime is aangepast om de verteringsproblemen aan te pakken. Het voelt nu zeker beter. De externe aandacht voor ons bedrijf vinden wij nog steeds erg ingrijpend, Dat er burgerinspecteurs binnen zijn geweest vinden wij ongepast en het heeft ons beschadigd. We zijn op de goede weg en we gaan door op deze weg.”

Wat deze zaak laat zien, is dat burgerinspecties en handhavingsverzoeken effect hebben. Niemand, noch de NVWA, noch de konijnenfokkers zullen de illusie hebben dat er op het bedrijf iets was veranderd zonder het ingrijpen van Animal Rights. Dat neemt, echter, niet weg dat konijnen natuurlijk helemaal niet gehouden dienen te worden en ook dat hebben de beelden laten zien.

Ook in 2022 onbeschrijfelijk dierenleed bij eendenslachter Tomassen Duck-To

Op 22 mei 2023 werd de zogenaamde NVWA-slachthuismonitor gepubliceerd over de eerste helft van 2022. In die periode zijn er door de NVWA 5.700 tekortkomingen vastgesteld in de 39 grote Nederlandse roodvlees- en pluimveeslachthuizen. Dit heeft geleid tot 401 schriftelijke waarschuwingen of boetes.
Gerard Bakker, inspecteur-generaal van de NVWA zegt daarover: ”De cijfers laten zien dat slachthuizen op dit moment onvoldoende verantwoordelijkheid nemen om dierenwelzijn en voedselveiligheid te borgen. Het gaat te vaak mis en het moet beter. De vereiste verandering en houding van de sector moet uit het bedrijfsleven zelf komen. Daar waar het bedrijfsleven tekortschiet, grijpen we in.”
En minister Adema zegt in het daaropvolgende Kamerdebat: ”Het gaat niet om incidenten maar om structurele dierenmishandeling”.

Een van de slachthuizen met permanent toezicht is eendenslachter Tomassen Duck-To in Ermelo. Bij 1211 controles werden 2 ‘vaststaande boetewaardige overtredingen’ geconstateerd, 1 voor dierenwelzijn en 1 voor voedselveiligheid, en 6 ‘schriftelijke waarschuwing waardige overtredingen’, allen voor voedselveiligheid.
Afhankelijk van hoe je daar in staat, kan je zeggen: dat is niet zoveel, of: iedere overtreding is er één te veel.

NVWA inspectieresultaten

De NVWA-slachthuismonitor blijkt echter helemaal geen afspiegeling te zijn van de misstanden die daadwerkelijk bij de eendenslachter plaatsvinden. Animal Rights en omwonenden van het slachthuis vragen al jaren de inspectierapporten op die zijn opgesteld door de NVWA-inspecteurs. Zo ook voor 2022. Hierin staat veel meer dan wat uiteindelijk door de NVWA als ‘boetewaardig’ of ‘waarschuwing waardig’ wordt beoordeeld.

Als je je, terwijl je onderstaande analyse leest, verplaatst in een individuele eend die dit slachtproces gedwongen moet ondergaan, kom je terecht in een horror-wereld; Tomassen Duck-To is een vernietigingskamp en martelkamer in een. We zijn het voor een keer met Landbouwminister Adema eens: Het gaat niet om incidenten maar om structurele dierenmishandeling!

‘Rugliggers’

Op 17 februari 2022 maakt een NVWA-inspecteur een Rapport van Bevindingen (RvB) op voor een eend die met de hals beklemd zat tussen de bovenrand van de lade waarin de eend zich bevond en de metalen rand van de container (RvB 2022/171185/137029). De inspecteur beschrijft in datzelfde rapport ook het leed dat ‘rugliggers’ ondergaan: “Behalve de eend met de nekbeklemming is er tevens een rugligger gezien in de container met eenden van mester […]. Ook bij een rugligger is er sprake van vermijdbare spanning en lijden; deze eend was aan het spartelen om overeind te komen, maar dat lukte steeds niet, de ademhaling was duidelijk versneld. Deze positie van de rugligger kan zelfs resulteren in het doodgaan van de eend. Omdat eenden geen middenrif hebben, drukken alle organen op de longen indien de eend op de rug ligt; hierdoor krijgt de eend een bemoeilijkte ademhaling en kan door gebrek aan lucht zelfs overlijden. Eenden vallen in een stilstaande behuizing niet zomaar om, de eend is vóór het neerzetten van de container in de wachtruimte op de rug terecht gekomen en had dus opgemerkt moeten worden bij de welzijnscontrole in het slachthuis. De eend lag tevens goed zichtbaar aan de buitenzijde in de krat.”

Medewerkers van het slachthuis horen de afgeladen kratten met eenden te controleren op dieren die in moeilijkheden zijn en aandacht nodig hebben en het incident te noteren op een welzijnslijst. Het zal geen verwondering wekken dat dit keer op keer niet gebeurt. De NVWA-inspecteurs nemen echter geen andere maatregelen dan iedere keer opnieuw als een schooljuffrouw achter het slachthuispersoneel aan te lopen en ze te wijzen op ‘rugliggers’, zodat deze omgedraaid kunnen worden:

7 januari: “eenden op de rug worden niet teruggedraaid. Samen met medewerker tot 3x toe een eend teruggedraaid.”

27 januari: ”1 rugligger gevonden. Bedrijf heeft hem omgedraaid.”

17 februari: ”1 nekbeklemming en 1 rugligger gezien door mij in lading die ongeveer 1 uur daarvoor aangevoerd en neergezet was.” Als hierboven beschreven en het enige geval waarbij een RvB werd opgesteld.

1 maart: ”1 rugligger gevonden. Onmiddellijk door de chef aanvoer omgedraaid en op het welzijn papier goed genoteerd.”

3 maart: ”Tussen 5:45 en 6:00 uur 2x rugligger gezien. … had de eend gecheckt met de lamp maar die rugliggers had hij niet gezien. Gevraagd om de eenden om te draaien.”

8 maart: ”1x rugligger gevonden. Gevraagd om rugligger om te draaien.”

11 april: ”Omstreeks 10:20 levende rugligger gevonden. Verantwoordelijk persoon aanvoer eend laten zien en omdraaien.”

20 april: ”Om 5:55 uur 1x rugligger aangetroffen na pwo controle. Gevraagd om dier om te draaien.”

12 mei: ”1 rugligger. Laten omdraaien door medewerkers. Rugligger is niet vermeld op welzijnslijst van het bedrijf.”

28 juni: ”1x rugligger om 5:55 uur. Medewerker gevraagd om eend om te draaien.”

1 juli: ”Rugligger in krat in wachtruimte. Medewerker heeft weer teruggedraaid. Is niet genoteerd in welzijnslijst van het bedrijf.”

8 juli: ”Om 5.45 een rugligger in de aanvoerhal in een geloste stapel containers. Laten zien aan chef aanvoer en omdraaien. Rugligger niet ontdekt.”

9 augustus: ”1x rugligger rond 8:30 uur gezien. Medewerker gevraagd om de eenden om te draaien.”

11 augustus: ”1e auto 1x rugligger. Laten omdraaien.”

16 augustus: ”Een rugligger gezien. Chef aanvoer daarop aangesproken, wordt gelijk de eend in
de krat omgekeerd.”

12 september: ”Omstreeks 10:20 uur een rugligger gevonden. Verantwoordelijk aanvoerhal laten zien en laten omdraaien.”

23 november: ”06:50 1 levende rugligger in een krat. stond niet genoteerd op de controle lijst van het bedrijf. pwo [poultry welfare officer] laten zien. eend laten omdraaien.”

1 december: ”1 rugligger laten omdraaien, geen notitie op welzijnslijst. rugligger om laten draaien door medewerker aanvoer.”

14 december: ”1 rugligger gezien. stond niet vermeld op de lijst van het bedrijf.”

Met uitzondering van de eend op 17 februari, die wordt bijgevoegd aan een gelijktijdig geval van beklemming, worden er geen rapporten opgemaakt voor ‘rugliggers’ en wordt het slachthuis dus ook niet bestraft voor hun desinteresse in dit dierenleed.

‘Rugligger’

Beklemmingen

Op 17 februari 2022 maakt een NVWA-inspecteur een RvB (2022/171185/137029) op: “Ik zag dat er containers met eenden van een vrachtwagen werden geladen en op de verzamelplaats werden gezet. Bij het inspecteren van de containers zag ik dat één eend met de kop naar buiten stak en ter hoogte van de hals beklemd zat tussen de bovenrand van de lade waarin de eend zich bevond en de metalen rand van de container […]. De eend leefde nog en snakte regelmatig met geopende bek geforceerd naar adem. Hieruit maakte ik op dat de beklemming ernstige benauwdheid veroorzaakte bij de eend.
[…]
In de tijd tussen aankomst in de slachterij en het moment dat ik de beknelling zelf heb gezien, was er ruim voldoende tijd om een correct uitgevoerde welzijnscontrole door het bedrijf zelf te laten plaatsvinden.”

Op 24 maart wordt voor een vergelijkbaar geval geen rapport opgemaakt: ”Rond 8.15 koppel … eend met snavelbeklemming niet opgemerkt. Door medewerker aanvoer beklemming laten opheffen.”

Beschadigde krat

30 maart: ”Levende eenden in beschadigde aanvoerkrat, risico op doorsteken van de kop. Besproken met bedrijfsleider. Werkwijze m.b.t. beschadige aanvoercontainers herzien.”

Hittestress

Hittestress bij de eenden is een een jaarlijks terugkerend probleem bij Tomassen Duck-To. Een probleem voor de eenden dan, want het slachthuis zelf maalt hier niet om. Steeds opnieuw moeten de NVWA-inspecteurs slachthuismedewerkers wijzen op naar adem snakkende eenden, zodat er extra ventilatie geplaatst kan worden, kratten verder uit elkaar gezet, en creperende dieren met voorrang geslacht worden:

10 mei: ”De dieren hadden duidelijke symptomen van hittestress. Ik heb gevraagd om ventilatoren toe te voegen.”

9 juni: “Omstreeks 11:40 uur eenden met hittestress verschijnselen gezien in de aanvoerhal. Ik heb met de medewerker besproken en gevraagd om de extra ventilatoren bij de deur aan te zetten. Ook met … besproken. Extra ventilatoren aanzetten. 15 min later waren de dieren rustig.”

20 juni: ”Dieren in 2 lades in een container voor de muurventilatoren (!!) Ademen met open bek = verschijnselen van hittestress. Besproken met bedrijfsleider.”

23 juni: ”12:00 uur Meerdere eenden van koppel … verschijnselen van hittestress, vooral in de lades van de bovenste containers. 2 extra ventilatoren geplaatst door bedrijfsleider.”

29 juni: ”De eenden in de achterste containers boven in de lades hebben verschijnselen van hittestress, ademen met de bek open. Besproken met verantwoordelijke, containers verder uit elkaar zetten en ventilatoren op vol vermogen. Welzijnscheck Voldoet niet. Geen afwijkingen genoteerd, terwijl er afwijkingen waren (pantende eenden en meerdere niet bedwelmde eenden).”

13 juli: ”De DOA’s van koppel 2, stal 1 waren > 1%, er is geen rapport aangezegd wel een TAV. Extra ventilatoren verplaatst in de aanvoerhal de containers uit elkaar geplaatst om beter te ventileren, buiten temperatuur is 25 graden.”
”Omstreeks 13:15 uur Mester …, veel eenden met verschijnselen van hittestress in de achterste containers vlak bij de afzuigventilatoren. Deze containers met voorrang laten slachten.”

20 juli: ”Hittestress verschijnselen rond 8:30 uur. Gevraagd om mee te kijken. Stapels verder uit elkaar plaatsen. Planning aangepast. Volgende dieren 12 in een krant ipv 14.”

2 augustus: ”Bij de achterste stapels kratten eenden met wat hittestress verschijnselen. Ik heb de medewerker gevraagd om deze stapels naar voor te verplaatsen zodat de dieren meer lucht stroom kregen. Stapels verplaatsen. Na het verplaatsen waren de eenden beter.”

3 augustus: ”Mester … omstreeks 10:15 uur verschillende eenden die in de beneden laden van de achterste containers liggen, met begin verschijnselen van hittestress, ademen met de bek open. Verantwoordelijk aanvoer laten zien en gevraagd om de achterste containers in de voorkant te verplaatsen.”

12 augustus: ”Ondanks acties van het bedrijf, waren dieren door de warmte aan het hijgen.”
Er werden geen corrigerende maatregelen genomen.

18 augustus: ”In de loop van de ochtend meer panten gezien en zwakkere en dode eenden in de containers gezien. Chef aanvoer verzocht meer maatregelen te nemen om nog meer uitval te voorkomen.”

13 september: ”Omstreeks om 14:00 uur eenden in de laatste rij containers achterkant van de aanvoer begin verschijnselen hittestress (snel ademen). Medewerker afdeling laten zien en laten de containers naar het voorkant van de aanvoer verplaatsen.”

26 september: ”13:00 uur, Bovenste container rechts achter in aanvoerhal eenden snel aan het happen. Medewerker aanvoer container naar voren verplaatst om zo spoedig mogelijk op de band te zetten.”

Eenden creperen van de hitte. Telkens weer moeten de slachthuismedewerkers er op gewezen worden dat ze maatregelen moeten nemen. Geen enkele keer wordt er een rapport van bevindingen opgesteld. Het is overduidelijk uit de jarenlange reeks van opmerkingen over naar lucht snakkende en creperende eenden dat Tomassen Duck-To niet is ingericht op slachten bij zomerse temperaturen, in ieder geval boven de 25 graden, en dan dus gesloten zou moeten zijn.

Dead on Arrival (DOA)

Er creperen ook eenden onderweg naar en meteen na aankomst bij Tomassen Duck-To, waarbij de conclusie over de doodsoorzaak minder duidelijk is dan ‘hittestress’. Stress, mishandeling, ziekte? Soms wordt het niet eens onderzocht, zo blijkt:

16 juni: ”Meer dan 1% DOA bij koppel stal 1. Volgens bedrijfsleider waren de DOA’S aan het einde van de koppel, bij de laatste 600 dieren. Er waren geen hittestress verschijnselen. Bij de PM keuring weinig ziekte en afkeur.
Dieren verzameld om naar de GD te sturen. GD had geen mogelijkheid om de eenden vandaag op te halen. Alleen morgen. Tomassen is morgen dicht. Wachten tot maandag is geen optie, omdat de dieren bederfde [sic] zouden zijn. Bovendien ligt Tomassen in een AI [Aviaire Influenza = vogelgriep] gebied. Dat maakt het transport naar de GD nog meer ingewikkeld. Het is niet mogelijk om de oorzaken van dood achter te halen. Het is mogelijk dat de pluimveehouder dode dieren in de kratten heeft geplaatst.
Door de onzekerheid van deze situatie wordt geen RVB opgesteld. TAV wordt opgesteld in pladmin.
Met bedrijfsleider gesproken. Doorgegeven dat er geen rvb zal volgen maar wel een voldoet niet op de lijst. Ook doorgegeven dat het bedrijf moet melden als er meer dan 0,5% DOA in een koppel zit. Dit is ook met COO besproken.”

26 augustus: ”Tijdens het aanvoeren en onderbrengen zijn er veel eenden dood gegaan: eerste wagen ongeveer 10%, beide wagens samen 4,84%.
Ik heb direct het bedrijf geïnformeerd over de DOA ’s en diverse mensen gesproken inzake doa’s. Gezien het zwakke gestel van deze dieren is besloten pauze achterwege te laten om ze zo spoedig mogelijk uit hun lijden te verlossen. GD heeft 2 doa’s in onderzoek. Eventuele consequentie hiervan wordt nog onderzocht. RvB nog niet uitgesloten.”

Er zit geen RvB van deze sterfte bij de aangeleverde documenten.

13 september: ”stal 2 doa > 0,5. Bedrijf heeft nvwa niet op de hoogte gebracht. Chef aangesproken.”

Net als in andere jaren tracht de slachterij de hoge sterfte bij aankomst in het slachthuis, die men verplicht is te melden boven 0,5%, te verzwijgen voor de NVWA-inspecteurs.

Blauw licht

Eenden mogen alleen opgehangen worden aan de slachtlijn bij blauw licht, dat de enorme stress die gepaard gaat met het levend, op de kop hangend in slachthaken, door het bedrijf te worden getrokken, zou moeten verminderen. Dit wordt wel eens vergeten:

20 april: ”Tussen 6:01 tot 6:13 uur was het bedrijf begonnen met hangen terwijl het licht aan stond.”

7 juli: ”tijdens aanhangen levende eenden dient er blauw licht te zijn bij ophang. TD [technische dienst] daar bezig met gewoon licht. Moet volgende keer anders.”

Er wordt niet bestraft.

Ruw ophangen

Ook de jaarlijks terugkerende mishandelingen van eenden bij het ophangen blijven onbestraft:

17 maart: ”15:30 uur: bij aanhangen van de laatste eenden gaat een ophanger de eenden versneld en ruw ophangen. Aanhanger op aangesproken en doorgegeven aan de chef, die op dat moment aanwezig was.”

26 juli: ”Tijdens een storing moesten de dieren van de haken gehaald worden. Medewerkers pakten meerdere dieren bij de poten ipv de nekken. Chef aangesproken.”

1 augustus: ”8.30 een van de ophangers geeft eenden door aan de andere collega op een ruwe en groffe manier. Medewerker en chef aangesproken.”

30 november: ”2 van de ophangers hangen de eenden wat hard op. met bedrijfsleider gesproken. hij gaat medewerkers aanspreken.”

Voor geen van deze ‘incidenten’ werd een rapport van bevindingen opgesteld.

Loslopende eenden

Ook loslopende eenden komen ieder jaar weer in de inspectierapporten terug. Het los rondlopen van dieren binnen een slachthuis is in strijd met de wet. Ook in 2022 is er weer een eend die zich weet te verbergen tot het slachtproces voorbij is. Ook nu is er geen genade:

6 mei: ”8.30 loslopende eend in de aanvoer. Verantwoordelijk aangesproken en de eend laten vangen.”

12 mei: ”Rond 15:17 uur aanvoer was al klaar maar er was nog een levende eend onder het ophangbordes. Met medewerker gesproken. De eend was in een krat verplaatst en zal morgenochtend geslacht worden. Ik heb dit aan … gemeld.”

Verdoven gaat verkeerd

Ook in 2022 is Tomassen Duck-To niet in staat om de eenden fatsoenlijk te verdoven, voordat deze de keel worden doorgesneden. Animal Rights durft wel te stellen dat er bij Tomassen Duck-To meer dieren onverdoofd geslacht worden dan tijdens het offerfeest:

3 maart: ”Rondom 10:40 uur niet goed bedwelmde eend ging door de automatische mes. Nasnijder heeft hem in het bakje geplaatst.”

26 april: ”1 eend aangetroffen met zijn kop omhoog en licht aan het fladderen. Nasnijder heeft een klap op zijn kop gegeven. Daarna heeft hij de nek gesneden.”

15 juni: ”1 eend niet goed bedwelmed. Bedrijfsleider had hem al uit de lijn gehaald en vervolgens opnieuw laten hangen en bedwelmen. Eend opnieuw gehangen en bedwelmd.”

20 juni: ”Enkele eenden niet bewusteloos na waterbad. Actie bedrijfsleider: verlagen frequentie naar 160 hz en toevoegen zout aan waterbad.”

28 juni: ”Eenden waren uit de lijn gehaald door de medewerker en in de kooi geplaatst. De eenden waren opnieuw bedwelmd.”

29 juni: ”Vandaag 7 eenden levend na de bedwelming van de band gehaald door de voorsnijder. Welfare Afwijkingen correct vastleggen op het daarvoor bedoelde document.
Er wordt besloten of een rvb aangezegd wordt na het kijken van de videobeelden tijdens de waterbad storing van vanmorgen. Bedrijf is hiervan op de hoogte gebracht.
Omstreeks om 6.30 uur functioneert het waterbad onvoldoende. Per 3 minuten gingen enkele eenden door de aansijder heen hoewel ze niet goed verdoofd waren.”

Er zat geen Rapport van Bevindingen bij de verstrekte documenten en er wordt van deze misstand ook geen melding gemaakt in de slachthuismonitor.

26 juli: ”Waterbadbedwelming apparatuur functioneert niet goed.”

Ondanks dat het slecht functioneren van de bedwelming bij Tomassen Duck-To ondertussen bij een ieder bekend moet zijn, voert het slachthuis de verplichte controles daarop niet uit:

21 oktober: ”welzijnscheck Voldoet niet. Chef heeft geen eend uit de lijn gehaald om bedwelming te beoordelen. Gevraagd om een eend uit de lijn te halen en 4 mij wachten zoals staat op ww.”

15 november: ”controles op de monitoring van het bedwelmen worden niet 2x uitgevoerd zoals staat beschreven op WI 110.02. worden ook niet vastgelegd.”

Ook dit probleem keert ieder jaar weer terug in de inspectierapporten. Het achterhaalde systeem van waterbad elektrocutie ter verdoving werkt niet. Eenden worden illegaal, onverdoofd geslacht.

Slachten gaat verkeerd

Na de waterbadbedwelming is de ellende voor de eenden nog niet voorbij. Ook het automatische mes dat de halsslagaders en toevoerende vaten van de eenden moet doorsnijden, zodat ze doodbloeden, functioneert slecht. Eenden die verdoofd zijn, maar niet ‘aangesneden’ worden, leven nog en kunnen weer bij bewustzijn komen. Als de eenden vervolgens ook nog eens door de ‘nasnijder’, een man met een mes, gemist worden, verdwijnen ze levend in het hete broeibad – bedoeld om de veren los te weken – om daarin te verdrinken. Dit is op het keurbordes te zien aan de donkerdere kleur van het karkas dat nog vol met bloed zit:

12 januari: ”Nasnijder mist eend. Deze is vervolgens goed gekeurd door bankeurder. Karkas alsnog afgekeurd.”

24 januari: ”Nasnijder door bedrijf op aangesproken aan de hand van niet aangesneden eenden (is geen welzijnsissue).”

23 juni: ”Niet aangesneden eenden (niet verbloed) op keurbordes afwaarderen, niet in bak met te kleine eendjes deponeren.”

20 juli: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Eend was afgekeurd.”

18 augustus: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Chef AV [Administratief Verantwoordelijke] geprobeerd halssnijder beter af te stellen. Niet gelukt, 17 Niet of slecht verbloede eenden. Morgen wordt apparaat veranderd.”

26 augustus: ”3 niet verbloede eenden gezien over gehele dag.”

8 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Medewerker heeft geprobeerd machine af te stellen.”

9 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Afstelling machine is niet meer verder te optimaliseren dus nasnijder probeert alles nogmaals te snijden.”

26 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Omstreeks 11:35 meerdere eenden handmatig na de aansnijder gesneden. Bedrijfsleider laten weten en gevraagd om de aansnijder te controleren.”

28 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Bedrijfsleider gewaarschuwd dat de automatische mes te veel fouten maakt. Automatische mes continu monitoren, risico van te veel werk voor de nasnijder. Bij waterbadbedwelming moeten alle bloedvaten worden opengesneden per dier.”

30 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. 12% van eenden wordt niet door automatisch mes gesneden. De nasnijder snijdt de gemiste dieren goed, maar tussen verdoving en snijden zit 30 seconden. Machine is niet anders af te stellen en nasnijder doet het goed.”

7 oktober: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders/toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. automatisch mes snijdt in 15% niet de halsslagaders. Nasnijder doet zijn werk goed, maar die eenden worden pas na 34-40 seconden gesneden. automatisch mes niet kunnen verbeteren, bij tweede koppel grote eenden, beter afgesteld.”

15 november: ”beide halsslagaders worden niet altijd aangesneden.”

Er werd hiervoor geen enkel Rapport van Bevindingen opgemaakt. De NVWA-inspecteurs accepteren dat het slachthuis niet in staat is de problemen te verhelpen en treden hier niet tegen op. De misstanden duren zo jaar na jaar voort met de eenden als slachtoffer.

Eenden met breuken

Eveneens op het keurbordes worden de karkassen nog gecontroleerd op ‘pathologische afwijkingen’. Dit gebeurt steekproefsgewijs door 50 of 100 karkassen te keuren:

13 januari (fractuur), 14 januari (hydropa; een zwelling van het kniegewricht, doordat er vocht in het gewricht zit), 1 maart (vangletsel), 25 maart (2 eenden met fractuur aan poot, beschadiging van de vleugel) 1 april (bloeding), 25 mei (vangletsel), 20 juni (salpingitis; een ontsteking van de eileiders en eierstokken), 23 juni (polyserositis; ontsteking van de vliezen die de organen en de wanden van de buik- en borstholte omgeven), 29 juni (2x salpingitis), 7 juli (polyserositis), 13 september (?), 14 september (letsel poot), 27 oktober (hydrops), 23 november (3x pootletsels).

NVWA-Slachthuismonitor

Als de slachthuismonitor geen representatief beeld geeft van wat zich werkelijk afspeelt bij eendenslachter Tomassen Duck-To, geldt dat hoogstwaarschijnlijk ook voor andere slachthuizen. Animal Rights zal van enkele andere slachthuizen ook de inspectierapporten opvragen.

De NVWA-slachthuismonitor is daarmee een vrijwel nutteloos instrument geworden wat vooral door slachthuizen en de vleessector misbruikt wordt om het imago op te poetsen.

Voedselveiligheid

In de inspectierapporten komen we naast dierenleed ook een groot aantal overtredingen op het gebied van administratie en hygiëne tegen. Animal Rights is, vanzelfsprekend, vooral geïnteresseerd in het onrecht dat de eenden wordt aangedaan bij slachter Tomassen Duck-To. De reden dat we hier toch de jaarlijkse, lange reeks aan waarschuwingen op het gebied van voedselveiligheid tonen is dat deze overtredingen tekenend zijn voor de achteloze werkwijze op dit slachthuis. Diezelfde onachtzaamheid zien we ook in de inspectierapporten terug bij de behandeling van levende eenden, maar hier treden de NVWA-inspecteurs veel minder daadkrachtig tegen op.

Waarschuwingen hygiëne/voedselveiligheid:
11 november 2021: “Op 1 november 2021, omstreeks 10.50 uur, zagen de inspecteurs dat er in de inpakafdeling meerdere eendenkarkassen op de grond lagen. Deze karkassen werden door een medewerker van de grond geraapt, zonder behandeling individueel ingepakt in plastic zakken en vervolgens in dozen gedaan welke bestemd waren voor humane consumptie.”
2 december 2021: “Op 24 november 2021, omstreeks 11.00 uur zag de inspecteur tijdens de controles van pluimveekarkassen dat 3 van de 150 gecontroleerde pluimveekarkassen in de buikholte verontreinigd waren met mest. Deze constatering is gedaan op het bordes nadat de controle op verontreiniging aan het einde van het slachtproces door een medewerker van het bedrijf is voltooid. Hierna vindt geen controle op verontreiniging van karkassen meer plaats.” 21 december 2021: “Op 30 november 2021, omstreeks 12.40 uur, zagen de toezichthouders tijdens de controle van 50 eendenkarkassen dat één karkas rond de cloaca opening aan de rugzijde, verontreinigd was met inhoud van het maagdarmkanaal. Deze constatering is gedaan aan het einde van de panklaarlijn op het bordes, na de controleur van de karkassen, voordat deze naar de ingang van de voorkoeling gaan.”
20 april 2022: “Op 16 maart 2022, omstreeks 8.45 uur, zag de inspecteur tijdens een controle van pluimveekarkassen op verontreiniging, dat één karkas in de buikholte verontreinigd was met inhoud uit het spijsverteringskanaal. Deze constatering is gedaan op de slachtafdeling. Na deze plek kunnen geen opknaphandelingen aan de karkassen meer uitgevoerd worden.”
10 mei 2022: “Op 13 april 2022, omstreeks 7.30 uur, zag de inspecteur tijdens een controle van pluimveekarkassen op verontreiniging dat vier karkassen in de buikholte waren verontreinigd met inhoud uit het spijsverteringskanaal. Deze constateringen zijn gedaan in de slachthal aan het einde van de panklaarlijn.”
13 juni 2022: “Op 13 mei 2022, omstreeks 7.00 uur, zag de inspecteur tijdens een controle van pluimveekarkassen op verontreiniging, in de panklaar, aan het einde van de slachtlijn dat één karkas was verontreinigd met inhoud uit het maagdarmkanaal.”
16 juni 2022: “Op 1 juni 2022, omstreeks 6.45 uur, zag de inspecteur tijdens een controle van pluimveekarkassen op verontreiniging dat één karkas aan de binnenkant van de rugzijde was verontreinigd met inhoud van het maagdarmkanaal. Deze constatering is gedaan aan het einde van de panklaarlijn, op het bordes na de controleur van de karkassen, voordat deze naar de ingang van de koeling gaan.”
13 juli 2022: “Op 10 juni 2022, omstreeks 13.20 uur zag de inspecteur tijdens de derde controle van vijftig pluimveekarkassen op verontreiniging, dat één karkas aan de binnenkant was verontreinigd met darminhoud. Deze constatering is gedaan op de panklaarafdeling, vlak voor de ingang van de koeling en nadat alle slachthandelingen zijn uitgevoerd.”
8 augustus 2022: “Op 30 juni 2022, omstreeks 6.50 uur zag de inspecteur tijdens de derde controle van vijftig pluimveekarkassen op verontreiniging dat één karkas aan de binnenkant verontreinigd was met darminhoud. Deze constatering is gedaan op de panklaarafdeling, vlak voor de ingang van de koeling en nadat alle slachthandelingen zijn uitgevoerd.”
8 december 2022: “Op 23 november 2022, omstreeks 12.43 uur, zag de inspecteur tijdens een controle van eendenkarkassen op verontreiniging dat één karkas aan de binnenkant was verontreinigd met inhoud van het spijsverteringskanaal. Deze constatering is gedaan in de panklaarafdeling.”
15 december 2022: “1. De inspecteur zag dat de organen geproduceerd op 15 en 16 november 2022, werden toegevoegd aan de partijen eenden karkassen die op 21 november 2022 geproduceerd zijn. Op deze manier produceerde het bedrijf een partij die groter is dan één productiedag. De omvang van een partij vlees mag echter niet meer bedragen dan de productie van één dag in één enkele inrichting.”
“2. De inspecteur zag vervolgens in de koelcel een partij bevroren eendenlevers staan. Op het etiket stond het EG-nummer van het slachthuis. Daaruit maakte de inspecteur op dat de partij bestemd was voor humane consumptie. Op het etiket was slechts één batchnummer aanwezig, namelijk: “0512201 “en werd als herkomstinformatie “reared in: NL/DE” vermeld. Op deze manier produceerde het bedrijf een partij waarbij de relatie tussen de oorspronkelijke partij – en het land van herkomst niet meer te traceren is. Op het etiket hadden de batchnummers per land vermeld moeten worden, om de levers terug te kunnen traceren naar de leverancier van de dieren.”

RvB hygiene:
24 november 2021: “Ik zag bij de overhanger van de koellijn naar de inpaklijn dat een medewerker een op de grond liggend karkas van een geslachte eend van de vloer oppakte en zonder verdere beoordeling en behandeling ophing bij de andere karkassen aan de inpaklijn.” 20 juni 2022: “Ik zag dat deze medewerker een aantal eendennekken, die bij het ompakken niet in de doos maar op de vloer waren beland, met de hand oppakte van de vloer en deze toevoegde aan de overige nekken in de doos bestemd voor humane consumptie.”

DIERENRECHTENORGANISATIES BRENGEN KONIJNENHEL IN KASTERLEE AAN HET LICHT

Januari 2020 bracht Animal Rights gruwelbeelden naar buiten uit de Vlaamse konijnenvleesindustrie. Bijna vier jaar later tonen Animal Rights en Konijn in Nood dat het konijnenleed allerminst voorbij is. Op beelden van burgerinspecties uit november en december dit jaar bij een vooraanstaande konijnenkweker is te zien hoe een groot deel van de konijnen nog steeds in piepkleine kooitjes zitten in vreselijke omstandigheden.

Susan Hartland, directeur Animal Rights: “Animal Rights voert burgerinspecties uit omdat de consument zich alleen kan informeren over hoe dierlijke producten zijn geproduceerd wanneer hem of haar een eerlijke blik in het houderijsysteem gegund wordt. Waar de overheid en de sector hierin falen, zorgen de beelden van Animal Rights en Konijn in Nood voor de hoognodige transparantie over het leven en lijden van konijnen in deze industrie.”

Lees ook: Vlaamse vleeskonijnen lijden vreselijk.

UPDATE: Rechtszaak

Het burgerlijke luik van de rechtszaak ging pas in 2026 van start. Op 15 juni 2026 vonden de pleidooien plaats en op 29 juni 2026 volgt de uitspraak in de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen over de burgerlijke partijstelling van Animal Rights voor de konijnen in deze zaak.

Op 6 oktober 2025 deed de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen uitspraak in de zaak:
De rechter oordeelde dat de kooien te klein zijn en dat de verdoving bij het doden van de dieren ontoereikend was. De twee zaakvoerders werden elk afzonderlijk veroordeeld tot het betalen van 8000 euro, waarvan 6000 euro met uitstel. De gewone commanditaire vennootschap Lumakonijn werd veroordeeld tot het betalen van 20.000 euro boete, waarvan 8000 euro met uitstel.

Animal Rights campagneleider Els Van Campenhout reageert opgelucht op het vonnis van 2025: “Het opsporingsonderzoek bevestigde de bevindingen van Animal Rights: het dierenleed ging zelfs na ons onderzoek gewoon door. Zonder het Animal Rights onderzoek zou dit vreselijke leed onder de radar gebleven zijn.”

Advocaat Anthony Godfroid licht toe: “Het Antwerpse Openbaar Ministerie heeft op basis van de beelden van Animal Rights een onderzoek laten uitvoeren door de Vlaamse inspectie Dierenwelzijn. De dierenartsen-inspecteurs van de Vlaamse inspectie bevestigden dat de konijnen bij Lumakonijn in dramatische omstandigheden worden gehouden. De klokkenluidersrol van organisaties zoals Animal Rights blijft cruciaal.”

Het Openbaar Ministerie vorderde tijdens de pleidooien in september 2025 een boete van 24.000 euro voor de zaakvoerders en Lumakonijn.

Een voorbeeldige konijnenkweker?

De onderzoekers van Animal Rights en Konijn in Nood deden onderzoek naar een bedrijf in Lichtaart (Kasterlee) van de sectorvoorzitter konijn van de Landsbond Pluimvee. 1 2 Een bedrijf waarvan je zou verwachten dat het een voortrekkersrol zou spelen in “konijnenwelzijn”. Wat werd aangetroffen lijkt echter in de verte verste niet op de promofoto’s. We treffen een bedrijf aan waarbij het terrein al in totale chaos verkeert, met overal puin en andere rommel over het erf verstrooid en een levensgevaarlijke open mestkelder tegen een van de stallen aan. Ook binnen zijn de ruimtes stoffig en smerig. Overal hangt spinrag en konijnendons. Dat terwijl konijnen heel gevoelige luchtwegen hebben, de onhygiënische omstandigheden maken hen nog vatbaarder voor infecties.

Een karkas in een kooi verkeert in verregaande staat van ontbinding. Aan de wettelijke verplichting om de dieren tweemaal daags te controleren en kadavers te verwijderen wordt duidelijk niet voldaan. Nog meer dode konijnen vinden we in propvolle onafgedekte afvaltonnen tussen de kooien met dieren in, in transportkratten, bovenop de kooien gedeponeerd en zelfs halfvergaan op de grond, achtergelaten als afval.

Naast dode, zien we ook veel gewonde en zieke dieren: dieren met draainek door infecties die niet meer normaal kunnen lopen, afgeknaagde en soms zelfs bloedende oren, kale snuiten en wonden op het hoofd of andere lichaamsdelen, al dan niet met abcesvorming. Een konijn heeft een abces op de bil, het pootje is verlamd.

Honderden dieren op dit bedrijf zitten nog altijd in minuscule, metalen draadgazen kooien, zonder zelfs maar een bodemmatje. Deze kooitjes zijn alleen te vergelijken met de reeds verboden legbatterijen en nertsenkooien. Batterijkooien zijn ook voor konijnen sinds 2020 niet meer toegestaan. We zien dieren die met hun poten bekneld zitten tussen het gaas of andere onderdelen van slecht geconstrueerde kooien. Er is voedsel zichtbaar maar zeer zelden knaagmateriaal en nergens stro. Onder de kooien bevindt zich een immense berg urine en uitwerpselen.

In de verrijkte kooien hangen de verplichte plateaus, de verrijking die deze kooien onderscheidt van de kooien met nog lagere standaard, vaak schots en scheef waardoor ze onbruikbaar zijn.

We zagen ten minste één loslopend dier dat daardoor geen toegang heeft tot voedsel en water. Drie weken later liep er nog steeds een konijn los.

Te oordelen naar de slachthaken hangend van een leiding en slachtafval in een van de stallen worden in deze onhygiënische omstandigheden ook konijnen geslacht.

Een parksysteem is gewoon een kooi!

Enkel de konijnen voor het ‘afmesten’ zitten in ‘verrijkte parken’, de voedsters en hun jongen zitten per nest op elkaar gepropt in verrijkte kooien. De jonge konijntjes leven in goten van draadgaas zonder enig strooisel of ander nestmateriaal. We zagen diverse jonge dieren die vastzaten met hun pootjes. In een aantal van de ‘parksystemen’ zijn de plateaus opgeklapt waardoor het beschikbare oppervlak een stuk kleiner wordt. Men lijkt in dit bedrijf de plateaus op te klappen als de konijnen groter worden en juist meer ruimte nodig hebben.

Animal Rights: “Ook de parksystemen die we zagen zijn allesbehalve diervriendelijk. De konijnen hebben nog steeds te weinig ruimte om natuurlijk gedrag uit te oefenen en hebben te lijden onder onderlinge agressie met bijtwondes tot gevolg. Ook in de parkkooien zagen we veel dode en gewonde dieren.”

Onderzoekers van Animal Rights in Nederland filmden het meest schokkende konijnenleed bij parkhuisvesting. In België werd Lidl berispt voor haar misleidende reclame van vlees van parkkonijnen na een klacht van Animal Rights.

Vlaamse politici kloppen zich op de borst met de invoering van de parken: “Met die regelgeving zijn we koploper binnen Europa,” zei Ben Weyts. Gwenny De Vroe (Open Vld) zei in hetzelfde debat “dat we hier in België inderdaad een voortrekkersrol spelen op het vlak van de konijnen in vergelijking met de andere landen in Europa.” Tinne Rombouts (CD&V) bracht in: “… ik vind dat we best wat fier mogen zijn op onze konijnenhouderij in Vlaanderen en België, omdat we een enorme voortrekkersrol hebben gespeeld en nog altijd spelen op het vlak van dierenwelzijn van konijnen.“ 3

Maar de werkelijkheid is voor de konijnen niet zo rooskleurig, zo blijkt uit de beelden.

Een op vier sterft voor het slachthuis

Het sterftecijfer in de konijnenindustrie is hoog, rond de 20-25 procent en dat vermindert niet bij parkhuisvesting. Konijnen zijn niet geschikt voor industriële kwekerij. Ze zijn gevoelig voor infecties en zijn moeilijk te behandelen, in de industrie is de infectiedruk hoog en dus ook het sterftecijfer. Dit bevestigde ook Ben Weyts in 2018 in de commissie Dierenwelzijn.4

De konijnenhouderij kan op geen enkele wijze voldoen aan de natuurlijke behoefte van deze dieren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de sterfte hoog is. Ongeacht het systeem komen deze dieren nooit buiten, zien geen daglicht, er is niet of nauwelijks ruimte voor huppelen en rennen, kunnen niet graven, hebben onvoldoende schuil- en knaagmogelijkheden, eten eenzijdig voer met te weinig vezels, moeten lopen over een gespleten ondergrond, leven boven hun eigen uitwerpselen en ademen daarvan de ammoniaklucht in, zijn blootgesteld aan constant lawaai van mechanische ventilatie, muziek en rammelende kooien, en leven in onnatuurlijke groepsverbanden.

Het oordeel in rapporten van de European Food Safety Authority (EFSA) en Wageningen Universiteit is vernietigend voor de konijnenhouderij. Wageningen meldt bijvoorbeeld dat er bij konijnen “hoge scores voor ongerief“ voor komen en deze “worden vooral veroorzaakt door houderijcondities”.

Welzijnsmaatregelen werken averechts: Stop met de konijnenindustrie!

Animal Rights en Konijn in Nood zijn geschokt, ondanks de jarenlange ervaring met de konijnenhouderij, dat ze deze misstanden aantreffen bij, notabene, de sectorvoorzitter van deze dierenindustrie. De dierenrechtenorganisaties hebben op 11 december klacht ingediend bij de Afdeling Dierenwelzijn van de Vlaamse overheid. We verwachten van de Vlaamse overheid dat ze een inspectie uitvoert en vervolgens dit bedrijf sluit. Daarnaast heeft onze advocaat op 18 december een strafklacht neergelegd bij de Procureur des Konings tegen Lumakonijn en diens zaakvoerders. Animal Rights heeft gevraagd erkend te worden als benadeeld persoon. Het Antwerpse Parket heeft reeds gemeld een dossier te hebben geopend, wat ons positief stemt.

Het is tijd om te concluderen dat de konijnenhouderij op geen enkele wijze in staat is om te voldoen aan de behoeftes van konijnen en dat konijnen volstrekt ongeschikt zijn voor de vee-industrie. We moeten daarom stoppen met de zoektocht naar steeds weer kleine, vaak denkbeeldige, verbeteringen in de leefomstandigheden die er enkel voor zorgen dat de consument met een goed gevoel verder konijn kan eten, maar voor de konijnen zelf geen verschil maken. Dieren lijden nog steeds in kooien en er ontstaan zelfs nieuwe welzijnsproblemen: voedsters vertonen bijvoorbeeld agressief gedrag wanneer ze in een groep gehuisvest worden en hygiëne wordt een probleem zodra verrijkingsmateriaal en betere bodems worden gegeven.

’Dierenwelzijn’ is een illusie in de konijnenhouderij. Het is een kleine industrie in Vlaanderen met maar 15 konijnenhouders en twee slachthuizen. Hoog tijd dat deze tak van de vee-industrie verdwijnt. De feestdagen zijn bij uitstek een tijd van bezinning en gaan vaak vergezeld van een oproep tot vrede op aarde. Animal Rights en Konijn in Nood roepen iedereen daarom op om (ook) dit jaar het ‘Kerstkonijn’ van tafel te laten en te kiezen voor een vreedzaam, plantaardig alternatief.

“De reclames en promofoto’s van de sector zelf en supermarkten staan ver van de werkelijkheid. Dierenwelzijn is een illusie in de konijnenhouderij. Het is geen konijnenhemel, maar een konijnenhel,” besluit Animal Rights directeur Susan Hartland.

De konijnenhouder

Het nieuwsblad noteert op 20 december:
“Luc Buyens die samen met zijn vrouw al 38 jaar in het vak zit, ontkent de beelden niet, maar zegt dat hij zijn redenen heeft voor de chaotische toestand. “Vanaf 1 januari 2025 gelden er nieuwe welzijnsnormen. Daarom zijn we sinds juni onze hokken aan het aanpassen om juist het dierenwelzijn te verbeteren. Denk maar aan plastic bodems, grotere kooien en een open structuur. Door die verbouwingen zitten de konijnen nu in een noodstal en het is daar dat ze zijn gaan filmen.” Hij geeft mee dat de konijnen zodra de verbouwingen klaar zijn, over zo’n zes weken, de noodstal verlaten.” 5

Update

Na de beelden van Animal Rights vlak voor de Kerst, brengt Ongehoord Op 24 januari 2024 beelden van konijnenhouderij Konzo in Minderhout (Hoogstraten) naar buiten. Op de beelden is te zien dat de konijnen aan hun oren, hun staart en vacht uit de kooien worden gehaald. Ze worden daarna hardhandig in een kar gesmeten. Daarnaast zijn er ook veel dode of gewonde konijnen te zien. Het laat opnieuw zien dat de konijnensector door en door verrot is en afgeschaft dient te worden. We willen dan ook niets meer horen van Belgische politici over de voortrekkersrol van België in dierenwelzijn bij konijnen!!!

Op 22 februari 2024 beweert Cas Goossens, na bekladding van de voorgevel van zijn Grand Café De Rooden Hoed op de Oude Koornmarkt in Antwerpen met krijt en stickers, “dat het konijnenvlees dat wij serveren van een correcte fokkerij komt.”
De man begrijpt er niets van. Er zijn geen “correcte” konijnenfokkerijen. De beelden van Animal Rights uit Kasterlee (en ook die van Ongehoord uit Hoogstraten) laten juist zien dat ook ‘voorbeeldbedrijven’ – het bedrijf in Kasterlee is van de sectorvoorzitter konijn van de Landsbond Pluimvee – concentratiekampen zijn waar de dieren een verschrikkelijke bestaan lijden (geen spelfout!).
De konijnenfokkerij is niet ”correct”, zal ook nooit ”correct” zijn en dient dus afgeschaft te worden!

Op 28 februari 2024 worden er in het Vlaams Parlement vragen gesteld over de beelden.


  1. Landsbond Pluimvee contact ↩︎
  2. “Konijn houden is zeer leuk, maar we zoeken een overnemer voor na ons pensioen” ↩︎
  3. Vraag om uitleg over de konijnenhouderij ↩︎
  4. Vraag om uitleg over de konijnenhouderij ↩︎
  5. Konijnenleed blootgelegd in houderij in Lichtaart: “Er lagen dieren in verre staat van ontbinding tussen levende konijnen” ↩︎

Animal Rights niet vervolgd voor laster, bedreiging en belaging in Moerbeko-zaak

Op 24 november 2023 verscheen Animal Rights voor de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen in Dendermonde. Op 30 november 2020 werd tegen Animal Rights een klacht met burgerlijke partijstelling neergelegd door slachthuis Moerbeko en vier personen waaronder de zaakvoerder van het slachthuis. De beschuldigingen behelsen laster, bedreiging met een aanslag op personen, en belaging. De raadkamer besloot op 15 december dat Animal Rights (natuurlijk) niet wordt vervolgd!

30 september 2020 publiceerde Animal Rights schokkende beelden uit het slachthuis Moerbeko, groothandel in vlees en vleesproducten, in Zele. In de beelden van 2020 is te zien hoe er met schapen wordt gesmeten, hoe de dieren getuige zijn van de slacht van hun lotgenoten en hoe zeker één schaap bij volle bewustzijn aan de slachthaak lijkt te hangen.

De schapen in de beelden zitten al voor de slacht onder het bloed van hun soortgenoten, mogelijk zelfs familieleden. Ze kunnen zien, horen en ruiken hoe hun lotgenoten sterven, terwijl ze wachten op hun beurt. Je ziet de schapen op elkaars rug klauteren om zo ver mogelijk weg te komen van de slachtplek. Dit moet enorm stressvol voor deze dieren zijn.

Moerbeko-zaakvoerder Jan Doelet beweert diezelfde dag nog tegen de pers:
“Het filmpje dat Animal Rights laat zien, is een promotiefilmpje voor ons bedrijf. De wetten worden niet overtreden. Met dat filmpje is helemaal niks mis. Dat is ons ook bevestigd door de diensten die controles doen op dierenwelzijn. Wij hebben nog nooit een pv gekregen met ons slachthuis en staan dus meer dan 100 procent recht in onze schoenen.”

Dat bleek al snel een leugen te zijn. Tijdens de commissievergadering van 21 oktober 2020 verklaarde Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts: “Wat de beelden uit het slachthuis in Zele betreft, moet ik na analyse vaststellen dat er effectief een overtreding is. Schapen worden soms iets te lang gefixeerd vooraleer ze verdoofd worden en de keelsnede volgt niet altijd onmiddellijk na de verdoving.”
Daarnaast zegt minister Weyts: ”In 2018 werden een PV en een waarschuwing opgesteld tegen het slachthuis. De inspectiedienst heeft toen maatregelen opgelegd en de uitvoering hiervan opgevolgd. Voorts werd een administratieve boete opgelegd.”

Toch diende het slachthuis een klacht in tegen Animal Rights.

Na het afsluiten van het onderzoek maakte de onderzoeksrechter het dossier over aan de Procureur des Konings om te vorderen. De vordering luidt: ”De Procureur des Konings vordert de raadkamer: te verklaren dat er geen reden is Animal Rights vzw te vervolgen voor de tenlasteleggingen A, B en C; de burgerlijke partij[en] te veroordelen tot de kosten voor de tenlasteleggingen A, B en C.”

Animal Rights en haar advocaat zijn het daar natuurlijk mee eens. Er is geen sprake van laster. De minister van Dierenwelzijn heeft bevestigd dat in de beelden overtredingen te zien zijn. De vier personen werden daarbij niet eens genoemd. Er zijn ook geen bedreigingen geuit door of namens Animal Rights en het feit dat de burgerlijke partijen de boodschap van Animal Rights liever niet verspreid zien, maakt dat nog niet tot ‘belaging’. Het gaat om het uitoefenen van het grondwettelijk recht op vrije meningsuiting, intellectueel onderbouwd bovendien.

De raadkamer besloot op 15 december 2023 zoals verwacht en geadviseerd niet tot vervolging van Animal Rights over te gaan en zegt: “Immers, als er niet de minste aanwijzing tegen de betrokkenen bestond, zou het waarschijnlijk niet tot een vooronderzoek zijn gekomen, …”
Moerbeko moet Animal Rights 1800 euro rechtsplegingsvergoeding betalen.

Animal Rights ziet deze burgerlijke partijstelling als een poging om Animal Rights de mond te snoeren, een zogenaamde SLAPP. SLAPP is een Engels acroniem voor Strategic Lawsuit Against Public Participation en behelst een rechtszaak die aangespannen wordt met het oogmerk om een kritische partij te intimideren en tot zwijgen te brengen. Bijvoorbeeld door deze te dwingen tot het maken van dusdanig hoge juridische kosten dat de aangeklaagde partij de kritiek of oppositie dient op te geven.

De wanpraktijken bij slachthuis Moerbeko bleken zelfs zo hardnekkig dat op vrijdag 9 december 2022 minister van Dierenwelzijn Ben Weyts overging tot de sluiting van slachthuis Moerbeko na herhaaldelijke vaststellingen van dierenmishandeling.

De minister schreef op zijn sociale media: “Onvoldoende drinkwater, lammetjes die uitermate gewelddadig worden behandeld en dieren die bij bewustzijn geslacht en opgetakeld worden… De maat is meer dan vol voor Moerbeko. Ook in een slachthuis moeten dieren fatsoenlijk behandeld worden. En anders moet je de deuren sluiten.” en “Het slachthuis kreeg meerdere kansen om de situatie te verbeteren, maar blijft dezelfde fouten maken. De exploitatie moet nu onmiddellijk stopgezet worden. De productie kan alleen weer opstarten als de volledige werking structureel veranderd is en er overal in het slachthuis camera’s geïnstalleerd zijn.”

Animal Rights heeft nog een officiële klacht tegen het slachthuis lopen in verband met de mishandelingen die we op de beelden van 2020 konden vaststellen.

Crowdfunding Kennis is kracht

Dierenleed zichtbaar maken is zinvol! Mensen delen bijvoorbeeld met ons dat ze niet weten dat dieren in de veehouderij op jonge leeftijd en na een akelig bestaan naar de slacht gaan. Met daarop de vraag “hoe kan ik helpen?”. Kennis delen kan echt het verschil maken voor de dieren. In 2024 willen we nog meer middelen gaan benutten om zo nóg meer mensen te bereiken. Want, kennis is kracht!

Convenant ‘Dierwaardige veehouderij’ faalt

Juni dit jaar klapte het landbouwoverleg en kwam er geen landbouwakkoord. Piet Adema, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, is geen ezel, want hij stoot zich gewoon nog een keer aan dezelfde steen. Op 11 december 2023 biedt hij het verslag van de voorzitter van het convenanttraject dierwaardige veehouderij aan aan de Tweede Kamer. De voorspelbare conclusie is: ”Het is nu echter helaas niet gelukt om een convenant af te sluiten.”

Lees ook:

Het plannetje van Adema om het (derde) amendement-Vestering te torpederen faalt. Hij wilde het dictaat van de vee-industrie – het convenant – vastleggen in lagere regelgeving, door middel van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) gebaseerd op de afspraken in het convenanttraject. Nu er echter geen convenant is, kan hij daar de AMvB dus ook niet op baseren. Adema gaat nu zelf maar invulling geven aan de AMvB, althans, ”op hoofdlijnen schetsen” en dan nog alleen voor varkens, kippen, melkvee en kalveren.

Evenals bij het landbouwakkoord moddert Adema dus door met een eigen beleidsvisie op de toekomst van de agrarische sector. ”De contouren daarvan schets ik in februari 2024,” zegt hij in de Kamerbrief. Er spreekt echter geen enkele ”visie” of ambitie uit zijn ‘plannen’. Hij heeft het over een ”benadering, die er in de uitvoering toe zal leiden dat richting 2040 steeds meer veehouderijbedrijven over kunnen gaan tot diergericht ontworpen houderijsystemen”; het gebruikelijke langebaan-schuiven dus.

Zoals gewoonlijk chanteert de vee-industrie de politiek met ”randvoorwaarden” en houdt bedelend haar hand op: ”In het kort gaat het om de volgende zaken: vergunningverlening, (financiële) ondersteuning en een eerlijke prijs vanuit markt en keten.”

”Eén van de randvoorwaarden om stappen te kunnen gaan zetten is bijvoorbeeld de vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming. In veel gevallen bij ver- en nieuwbouw van stallen zal er sprake zijn van aanpassing van de natuurvergunning. Momenteel is de vergunningverlening voor stallen ten gevolge van gerechtelijke uitspraken echter (nagenoeg) stil komen te liggen.”
De vergunningverlening ligt dan misschien stil vanwege gerechtelijk uitspraken, maar de gerechtelijke uitspraken volgen op de sjoemel-mentaliteit van het Landbouwministerie en kabinet, die leidde tot de door de rechter van tafel geveegde Programma Aanpak Stikstof en de inzet op emissie-arme technologie waarvan iedereen van te voren kon zien aankomen dat die niet zou voldoen.

Het bezwaar van Adema dat het amendement-Vestering onduidelijk zou zijn, vragen oproept, of moeilijk te handhaven zou zijn, is onzin. Dit kabinet vreest gerechtelijke uitspraken, maar ook het klimaat- en stikstofbeleid wordt grotendeels gestuurd via de rechtbanken in zaken aangespannen door ngo’s. Waarom zou dat op het gebied van dierenwelzijn anders gaan? Ook voor een ‘dierwaardige veehouderij’ zal dit waarschijnlijk de enige werkende route zijn, omdat het Adema en consorten eenvoudigweg ontbreekt aan visie, wils- en daadkracht.

Disclaimer: natuurlijk staat Animal Rights voor dierenrechten en niet voor welzijnsmaatregelen, maar deze wetgeving, in welke vorm dan ook, zal handvaten aanreiken om de monsterlijke vee-industrie aan te pakken.

Update

Het stond vooraf vast natuurlijk dat iedere welzijnsmaatregel voorgesteld in het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ voor verzet onder de dierenuitbuiters zou leiden. 1 Nu de vleesveehouderij naast de melkvee-, kalver-, varkens- en pluimveesectoren ook lijkt te worden meegenomen in de regelgeving van de algemene maatregel van bestuur (AMVB) ‘dierwaardige veehouderij’, schreeuwt die sector moord en brand. Hoe haalt men het in het hoofd om dieren meer ruimte te geven of het afbranden van hun hoorns te verbieden?

Met “maatregelen die onvoldoende aansluiten bij de praktijk” bedoelt de sector dat men simpelweg door wil gaan op de aloude weg, business as usual. Meer ruimte voor de dieren, zeg dertien vierkante meter in plaats van twee en een half, betekent volgens de sector in de praktijk “dat je bijna geen koeien meer in een hok kunt houden”. Alsof het volstrekt absurd zou zijn dieren niet langer in kleine cellen gevangen te houden.

Deze sector koestert het waanidee dat een dier intact laten, met hoorns, “levensgevaarlijk” is. Men staat erop dat men dieren mutileert om hen aan te passen aan het houderijsysteem in plaats van de houderij aan te passen aan de fysiologie en behoeften van het dier.

Ook wil deze sector vasthouden aan keizersneden en de geboortekrik voor de geboortes van kalveren bij zogenoemde dikbilrassen zoals de Belgische Blauwe en de Verbeterd Roodbont. Het wil er bij deze slavenhouders niet in dat er ook een keuze bestaat om deze rassen niet meer te houden, ook als dat eeuwenoude stamboeken in gevaar brengt. Animal Rights is sowieso van mening dat veeartsen die hieraan meewerken uit hun ambt dienen te worden gezet.

Zoals altijd eindigt een treurzang vanuit de vee-industrie, die al decennia schranst uit de subsidietrog, met gebedel om nog meer gemeenschapsgeld, wat men dan “financiële waardering” noemt.

Het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ houdt niets anders in dan minimale veranderingen en cosmetische aanpassingen van een systeem van slavernij en massamoord, waar enkel volledige afschaffing op zijn plaats is.


  1. Vleesveesector toch in AMVB dierwaardige veehouderij; extra eisen op komst ↩︎