Jager martelt gans in Stolwijk

Om 09:45 in de ochtend, op 2 april 2025, werd er achter de Beijerscheweg, tussen de Beijersche Vliet en Achterbroek, geschoten op ganzen. Dit is bij Stolwijk in de Krimpenerwaard.

Het zal ondertussen niemand meer verbazen dat het ook in Stolwijk weer misgaat. Voorbijgangers filmden hoe een hond een aangeschoten gans naar de jager brengt. De jager tracht de gans te doden door het dier aan de nek rond te slingeren en gooit de gans daarna op de grond zonder te controleren of het dier dood is. Het dier spartelt daar wild verder. Jagers, bestuurders en handhavers gooien het ongetwijfeld weer op ’stuiptrekkingen’. Maar, wat de jager doet is echter illegaal. Cervicale dislocatie – het breken van de nek wat deze jager ondeskundig tracht te doen – is niet toegestaan voor het doden van ganzen.

In de wetgeving – tot voorheen artikel 3.9, negende lid, van het Besluit natuurbescherming en nu artikel 8.74q, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving – staat: ”Aan het gebruik van de methode van cervicale dislocatie wordt als voorschrift verbonden dat het gebruik van deze methode alleen is toegestaan:
a. voor het doden van in nood verkerende, gewonde vogels van een omvang kleiner dan of gelijk aan eenden;
b. door personen die aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om deze activiteit humaan en doeltreffend te verrichten; en
c. als er redelijkerwijs geen alternatief middel voorhanden is met minder mogelijke nadelige gevolgen voor het welzijn van het dier.”

Uit deze beperkingen volgt dat deze methode niet kan worden toegestaan voor het doden van ganzen, aangezien die een grotere omvang hebben dan eenden.

Verder bezat deze jager duidelijk niet de benodigde kennis en vaardigheid. En er was een alternatief: het geweer in zijn klauwen.

Opnieuw hebben we dus te maken met gewetenloze monsters, zie ook de beelden uit Ohé en Laak, Ransdorp, Reeuwijk en Hof van Twente.
Het gaat hier niet om incidenten, het martelen van dieren bij stroperij/jacht/beheer – er is geen verschil wat er toe doet voor de dieren – vindt structureel plaats.

Er worden in Nederland jaarlijks tussen een kwart en een half miljoen ganzen afgemaakt, de meesten via afschot en enkele duizenden via vergassing.

Ganzen worden beschoten met hagel. Vaak raakt slechts een deel van de gebruikte hagel de ganzen, die daardoor verwond worden maar niet sterven, het zogenaamde ‘crippling’ (Noer et al., 2007). Onderzoek uit 2021 toont aan dat veel ganzen in Nederland hagel in hun lijf hebben. Van de levend gevangen brandganzen (979 bij 22 vangacties) bleek 17% aangeschoten te zijn en van de grauwe ganzen (118 bij 6 vangacties) 22% (Moonen, S.,11 november 2021, ‘Continu onderzoek naar aangeschoten ganzen en andere   watervogels’, presentatie tijdens AEWA Webinar over ‘crippling’, WenR). 1

Aangeschoten ganzen sterven uiteindelijk een langzame en pijnlijke dood. Bovendien zorgt afschot bij de overgebleven soortgenoten voor extreme stress. Ganzen zijn immers monogame familiedieren.
Ook ‘Ruivangsten’ gaan met veel stress gepaard en verstikking door vergassing met CO2 is een langzame, vreselijke dood.

Animal Rights heeft inmiddels de gemeente Krimpenerwaard, de faunabeheereenheid Zuid-Holland, omgevingsdienst Midden-Holland, het Zuid-Hollands Landschap en wildbeheereenheid Krimpenerwaard om uitleg gevraagd.

Update

Lokale politieke partij Pro Krimpenerwaard heeft over deze zaak 30 raadsvragen aan het college gesteld, omdat ook het college hiervoor verantwoordelijk is en maatregelen dient te nemen. 2

De FBE Zuid-Holland laat aan Animal Rights weten: “De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft deze zaak in onderzoek. In verband hiermee kunnen wij geen reactie geven.”

De WBE-Krimpenwaard laat weten: “Dank voor uw bericht waar we kennis van hebben genomen. Als bestuur zullen wij dit intern onderzoeken en naar bevind van zaken handelen. Het moge duidelijk zijn dat jacht en schadebestrijding binnen de wettelijke kaders uitgevoerd moet worden.”

Vanuit de gemeente:
“Gemeente Krimpenerwaard heeft kennisgenomen van de beelden. De beelden zijn niet prettig om te zien. Of de jachtvoorwaarden vanuit de Provincie hier worden nageleefd is aan deskundigen om te beoordelen. Echter lijkt het erop dat de gebruikte methode niet is toegestaan. Zoals o.a. beschreven in onze Nota Dierenwelzijn heeft de gemeente hierin verder geen taak, tenzij de openbare orde en veiligheid in het geding komt. Wel zullen we de beelden bij betrokken instanties (Provincie, FBE ZH, WBE Krimpenerwaard en Omgevingsdienst ZH Zuid) onder de aandacht brengen.”

Op 9 april vraagt het Zuid-Hollands Landschap aan Animal Rights om haar naam uit dit artikel te verwijderen, omdat de beelden niet zijn gemaakt op hun terrein en ze vervelende vragen krijgen. Het Zuid-Hollands Landschap beheert het nabijgelegen ‘Polder het Beijersche’, een 40 hectare natuurgebied, waar ook op ganzen wordt gejaagd, maar daar gebeurt dit natuurlijk niet:
“Dit werk moet plaatsvinden omdat de schade anders niet te overzien is, en het moet nu, omdat de ganzen zich nu vermenigvuldigen.
[…]
En men moet beseffen dat het uitgevoerd en begeleid wordt op professionele wijze door mensen met gevoel voor natuur en verstand van het vak.”

Wat is leven toch eenvoudig als je in sprookjes geloofd.

Op 14 april laat de Omgevingsdienst Midden-Holland weten:
“We hebben uw melding doorgestuurd naar de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Zij kunnen u hiermee verder helpen. OZHZ heeft de provinciale taak wat betreft handhaving op jacht, beheer en schadebestrijding.”

Op 11 april stelt Ines Kostić, lid van de Tweede Kamer namens de fractie van de Partij voor de Dieren, schriftelijke Kamervragen aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over ernstige en structurele misstanden bij de ganzenjacht. 3 Op 27 mei volgen de antwoorden: 4
Vraag 1
Bent u bekend met de op 2 april 2025 gemaakte beelden van de ganzenjacht bij Stolwijk, waarbij een jager een gewonde gans aan zijn nek rondslingert en het dier vervolgens spartelend op de grond achterlaat zonder controle op de dood?
Antwoord
Ik ben bekend met de beelden.
Vraag 2
Erkent u dat deze methode (cervicale dislocatie) wettelijk niet is toegestaanvoor het doden van ganzen, zoals vastgelegd in artikel 8.74q, derde lid, vanhet Besluit kwaliteit leefomgeving? Zo nee, wat is dan uw juridische onderbouwing?
Antwoord
Artikel 8.74q van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat voorschriften die moeten worden opgenomen in omgevingsvergunningen voor het doden of vangen van beschermde vogels op grond van de vogelrichtlijn. Het derde lid van art 8.74q bepaalt inderdaad dat in een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het doden van vogels, gebruikmaking van de dodingsmethode cervicale dislocatie alleen mag worden toegestaan voor het doden van in nood verkerende, gewonde vogels van een omvang kleiner dan of gelijk aan eenden.
Omdat het hier echter een nijlgans betreft, een exoot die niet op basis van de vogelrichtlijn beschermd wordt, is bovenstaande bepaling niet op deze situatie van toepassing.
Wel geldt voor het doden van alle in het wild levende dieren in het kader van jacht of faunabeheer de zorgplicht van artikel 11.27 lid 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dat artikel bepaalt dat eenieder die een in het wild levend dier doodt moet voorkomen dat het dier onnodig lijdt.
Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of in dit geval sprake is van een overtreding en of hiertegen handhavend opgetreden wordt. In dit geval is dat de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, die namens de provincie toezicht op het faunabeheer in Zuid-Holland. Ik heb de beelden met de provincie Zuid-Holland gedeeld.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de betrokken jager duidelijk niet beschikte over de vereiste deskundigheid om deze dodingsmethode humaan en effectief toe te passen, en dat bovendien een alternatief voorhanden was? Zo nee, op welke wetenschappelijke experts baseert u zich dan?
Antwoord
Ik kan op basis van deze video niet beoordelen of de betrokken jager over de deskundigheid beschikt om deze dodingsmethode humaan en effectief toe te passen en of een alternatief voorhanden was. Zie mijn antwoord bij vraag 2 voor de bevoegde instantie voor toezicht op het faunabeheer in Zuid-Holland.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de reactie van de gemeente Krimpenerwaard die stelt geen taak te hebben, ondanks een eigen Nota Dierenwelzijn en het feit dat hier mogelijk sprake is van dierenmishandeling in de openbare ruimte? Wie heeft volgens u dan wel de taak om in te grijpen en de dieren te beschermen, waarbij u wordt verzocht te verwijzen naar de exacte stukken van de wet- en regelgeving waar u zich op baseert?
Antwoord
Op basis van artikel 18.2 Omgevingswet is de provincie het bevoegd gezag voor flora en fauna-activiteiten en belast met het bestuursrechtelijk handhaven van de algemene regels en omgevingsvergunningen. Zoals gemeld in het antwoord op vraag 2, houdt in dit geval de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid namens de provincie Zuid-Holland toezicht op het faunabeheer. Op de website van de Omgevingsdienst staat aangegeven hoe melding kan worden gemaakt van misstanden of vermeende overtredingen.
Overtredingen van voorschriften van omgevingsvergunningen voor flora en fauna-activiteiten zijn tevens overtredingen op basis van art 1a, onder 3 in combinatie met artikel 2 lid 3 van de Wet op de economische delicten. Voor het opsporen van dergelijke strafbare feiten is onder andere de politie bevoegd.
Vraag 5
Wordt er actief toezicht gehouden op jachtactiviteiten, waaronder zogeheten «faunabeheer» en «schadebestrijding» in en rondom natuurgebieden zoals Polder het Beijersche, dat direct grenst aan de plek van dit incident? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Namens de provincie Zuid-Holland houdt de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid toezicht op het faunabeheer in de gehele provincie Zuid-Holland. Dat gebeurt binnen en buiten natuurgebieden. Daarnaast heeft de politie een handhavende taak in het buitengebied.
Vraag 6
Hoe vaak is er in Zuid-Holland in de afgelopen vijf jaar daadwerkelijk gecontroleerd op naleving van jachtregels? Hoeveel overtredingen zijn er vastgesteld?
Antwoord
In het betreffende voorval is formeel geen sprake van jacht, maar van exotenbeheer. De provincie Zuid-Holland laat mij weten dat de toezichthouders van de omgevingsdienst vrijwel dagelijks en gedurende het gehele jaar op pad zijn om in het veld te controleren op de naleving van de regels over activiteiten die de natuur betreffen, waaronder ook activiteiten in het kader van jacht en faunabeheer. Gemiddeld worden daarbij jaarlijks 150 tot 200 faunabeheerders in het veld gecontroleerd, aldus de provincie. De provincie Zuid-Holland laat weten dat daarbij over het algemeen geen ernstige overtredingen worden geconstateerd.
Vraag 7
Bent u bekend met onderzoek waaruit blijkt dat 17 procent van de brandganzen en 22 procent van de grauwe ganzen in Nederland rondloopt met hagel in het lichaam als gevolg van jacht («crippling»)? Wat vindt u hiervan?
Antwoord
Mij is bekend dat een aanzienlijk deel van de ganzen die zich in Nederland bevinden hagel in het lijf heeft. Ik vind dit onwenselijk.
Vraag 8
Hoe duidt u het feit dat er structureel beelden opduiken van dieren die langdurig lijden na jachtschoten, waaronder een spartelende gans in Reeuwijk, een mishandelde eend bij Ransdorp, en een haas die met negenstokslagen wordt gedood in Hof van Twente?
Antwoord
Ik kom op basis van deze beelden niet tot de conclusie dat er structureel beelden opduiken van dieren die langdurig lijden. Wel maak ik me zorgen over de opduikende beelden. Ik roep eenieder op die beelden bezit van (vermoedelijke) diermishandeling dit te melden bij de omgevingsdienst of de provincie.
Vraag 9
Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het functioneren van toezicht en handhaving op jachtactiviteiten in Nederland en een toegankelijk meldpunt voor burgers in te stellen? Zo nee, waarom niet en op welke recente onafhankelijke onderzoeken baseert u dan uw oordeel overtoezicht en handhaving op jachtactiviteiten?
Antwoord
Het is op dit moment al mogelijk voor burgers om melding te maken van vermeende overtredingen. Dit kan bij de omgevingsdienst van de provincie, Zuid-Holland-Zuid in dit geval. Bij betrapping op heterdaad kan de politie direct worden ingeschakeld. Een apart meldpunt is daarom niet nodig. Ik zie ook nog onvoldoende aanleiding om een apart onderzoek in te stellen. Het is vooral belangrijk dat mensen gebruik maken van de mogelijkheden die er al zijn, als ze overtredingen zien.
Vraag 10
Deelt u de conclusie van Nettie Dekker dat het massaal afschieten van ganzen niet leidt tot minder schade, noch tot een kleinere populatie? Zo nee, op welke recente onafhankelijke (bijvoorbeeld niet gerelateerd aan jagers en faunabeheereenheden) wetenschappelijke inzichten baseert u zich dan op?
Antwoord
Provincies zijn verantwoordelijk voor beleid voor ganzen. Het is aan hen om besluiten te nemen over beheer en schadebestrijding en om die besluiten te motiveren.
Vraag 11
Bent u bereid om extensieve graslandmaatregelen en vermindering van het voedselaanbod in te zetten als alternatief voor het huidige beleid van afschot? Zo nee, waarom niet en op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich dan?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 10
Vraag 12
Bent u bereid de ganzenjacht in Zuid-Holland op te schorten zolang het onderzoek naar de misstanden bij Stolwijk loopt? Zo nee, hoe gaat u er dan voor zorgen dat de misstanden zich niet herhalen en dat de dieren worden beschermd?
Antwoord
Jacht op ganzen is in Nederland niet toegestaan. Ganzen mogelijk uitsluitend worden geschoten in het kader van beheer en schadebestrijding. Provincies zijn verantwoordelijk voor beleid voor ganzen. Het is aan hen om besluiten te nemen over beheer en schadebestrijding en om die besluiten te motiveren.
Vraag 13
Kunt u uitsluiten dat het incident bij Stolwijk plaatsvond tijdens het broedseizoen? Hoe wordt hierop gecontroleerd, door wie precies, hoe vaak en hoe onafhankelijk?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 10. Handhaving is een bevoegdheid van het bevoegd gezag, in dit geval gedeputeerde staten van de provincie Zuid Holland.
Vraag 14
Bent u op de hoogte dat het schot viel om 09:45 uur op 2 april 2025 tussende Beijerscheweg en Achterbroek, grenzend aan natuurgebied Polder het Beijersche? Was de jacht, oftewel «faunabeheer», «schadebestrijding», daar toegestaan?
Antwoord
De precieze tijd van het schot is mij niet bekend, maar op dat moment en op die locatie was volgens het betreffende bevoegd gezag het beheer en de bestrijding van diverse diersoorten, waaronder nijlganzen toegestaan op basis van het aanwijzingsbesluit exoten en verwilderde dieren.
Vraag 15
Bent u bereid te erkennen dat het lijden van dieren bij de jacht, of «faunabeheer», «schadebestrijding, geen incident is, maar structureel voorkomt en dat het gebrek aan optreden door provincies en toezichthouders een systeemprobleem vormt waarvoor dringend ingrijpen nodig is? Zo nee, op welke wetenschappelijke onderzoeken en feiten baseert u zich dan?
Antwoord
Degene die gerechtigd is schadebestrijding uit te voeren heeft op grond van artikel 11.27 lid 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de plicht om onnodig lijden te voorkomen. De omgevingsdienst van de provincie en de politie zien toe op handhaving van die plicht.

Animal Rights heeft op 29 mei navraag gedaan bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid naar de afhandeling van deze zaak.


  1. Factsheet schade door ganzen in landelijk gebied ↩︎
  2. Jacht en dierenmishandeling in de gemeente Krimpenerwaard ↩︎
  3. Schriftelijke vragen: Ernstige en structurele misstanden bij de ganzenjacht ↩︎
  4. Beantwoording Kamervragen misstanden ganzenjacht ↩︎

Duizenden muizen doodziek voor botulisme-detectie ondanks alternatief

Een recente analyse van de ALURES-databank, de Europese databank waarin dierproeven worden gepubliceerd, onthult dat in België maar liefst 2932 muizen zijn misbruikt voor de detectie van botuline- en tetanustoxines in voeding of voeders en in patiënten, via het verouderde ‘mouse bioassay’. Van deze dieren hebben er 603 ernstig leed ondervonden. 1 Deze tests, vermoedelijk uitgevoerd door het nationaal referentielaboratorium van Sciensano, zijn niet alleen ethisch verwerpelijk, maar ook wetenschappelijk achterhaald. 2

Ernstig leed, verlamming en dood

Het “Mouse bioassay” voor botulisme en tetanus detectie bestaat eruit dat muizen in het buikvlies geïnjecteerd worden met monsters waarvan men vermoed dat deze met botulisme of tetanus verontreinigd zijn. Indien het monster toxines bevat, ontwikkelen de muizen binnen 48 uur gruwelijke symptomen: ze krijgen een opstaande vacht (wat bij dieren een eerste signaal is dat ze zich ziek voelen), een karakteristieke verlamming van het middenrif (wespentaille), verlamming van de ledematen en uiteindelijk verstikking door ademhalingsverlamming. 3

Dit is geen wetenschap, maar niets minder dan systematisch dierenleed en moord onder het mom van onderzoek.

Diervrije alternatieven

Er bestaan echter diervrije alternatieven voor al dit dierenleed. In Nederland is het Wageningen Bioveterinary Research als een van de eerste laboratoria in Europa onlangs volledig overgestapt op in vitro-methoden voor het aantonen van botulinetoxinen. 4 Voor de detectie van zowel botulisme- als tetanus-bacteriën, bestaan er meerdere in vitro-testen (ELISA, PCR testen) die bovendien in slechts enkele uren een resultaat opleveren. 5 6

Het voortzetten van deze afschuwelijke dierproeven voor botulisme- en tetanusdetectie is niet alleen barbaars, maar ook in strijd met overweging (12) van de Dierproevenrichtlijn die stelt dat: “het gebruik van dieren voor wetenschappelijke of onderwijskundige doeleinden alleen worden overwogen als een alternatief voor dierproeven niet voorhanden is.” 7

Stop dierproeven

De trage adoptie van diervrije alternatieven is onaanvaardbaar. Animal Rights roept de Brusselse minister van Dierenwelzijn, Bernard Clarfayt, en Sciensano op om onmiddellijk een einde te maken aan deze gruwelijke experimenten.

Steun onze oproep om deze afschuwelijke misdaden tegen weerloze dieren te stoppen. Hoe kun jij helpen:


  1. RA-BE-665775 ↩︎
  2. Sciensano website ↩︎
  3. Cheng (2012) ↩︎
  4. WUR stapt over op nieuwe botulisme test ↩︎
  5. Current Developments in Diagnostic Assays for Laboratory Confirmation and Investigation of Botulism ↩︎
  6. Rapid Detection of Botulinum Neurotoxins – A Review ↩︎
  7. Dierproevenrichtlijn ↩︎

Schaamteloos: lobbycampagne voor dierproeven op honden

Achter dierproeven gaat een krachtige lobby schuil. Dat deze lobby alles in het werk stelt om dierproeven goed te praten, is opnieuw gebleken. De European Animal Research Association (EARA) lanceerde een nieuwe campagne, gericht op het rechtvaardigen en behouden van het gebruik van honden in biomedisch onderzoek. 1

De European Coalition to End Animal Experiments (ECEAE), waarvan ook Animal Rights deel uitmaakt, weerlegt deze campagne met harde feiten. Lees hier het statement van de ECEAE:

De European Animal Research Association (EARA), een Europese koepelorganisatie die voorstanders van dierproeven vertegenwoordigt, heeft een campagne gelanceerd om het gebruik van honden in biomedisch onderzoek te rechtvaardigen en te promoten. Deze campagne staat in scherp contrast met de wereldwijde wetenschappelijke en ethische beweging naar het verminderen van dierproeven en het vervangen ervan door moderne, proefdiervrije methoden (Non-Animal Methods, NAMs).

Aangezien het merendeel van het biomedische onderzoek en veiligheidstesten op dieren wordt uitgevoerd ten behoeve van de mens, zijn NAMs een relevanter model voor de menselijke biologie. Vooral voor soorten zoals honden en primaten worden er heel wat inspanningen geleverd om hun gebruik in wetenschappelijk onderzoek zo snel mogelijk te stoppen.

In een open verklaring verwerpt de European Coalition to End Animal Experiments (ECEAE) deze campagne en weerlegt zij elk van de gebruikte argumenten. De coalitie van Europese dierenwelzijns- en antivivisectieorganisaties stelt dat de meerderheid van het publiek tegen dierproeven op honden is.

Undercover onderzoek in verschillende laboratoria heeft aangetoond dat honden onder erbarmelijke omstandigheden worden gehouden en onderworpen zijn aan wrede en illegale handelingen. Het meest opvallend zijn echter de wetenschappelijke argumenten tegen het gebruik van honden in biomedisch onderzoek en testen. De resultaten van experimenten op honden kunnen niet betrouwbaar naar mensen worden vertaald. Honden zijn noch geschikt voor het identificeren van giftige stoffen die relevant zijn voor de menselijke gezondheid, noch kunnen zij dienen als betrouwbare modellen voor menselijke ziekten zoals de ziekte van Duchenne (Duchenne spierdystrofie, DMD), hartritmestoornissen of ouderdomsziekten.

In plaats daarvan moeten proefdiervrije, op mensen gerichte methoden (NAMs) — zoals microfysiologische systemen en onderzoek gebaseerd op menselijke data, inclusief genetische analyses — worden toegepast.


  1. EARA publicatie ↩︎

Politici laten de dieren stikken: toegang tot de rechter weggestemd

Op woensdag 2 april 2025 werd het wetsvoorstel van oppositiepartij Groen gestemd in de Kamer van Volksvertegenwoorders in Commissie Justitie in Brussel. Met het wetsvoorstel zou in de wetgeving verankerd worden dat dierenrechtenorganisaties kunnen opkomen voor dieren in de rechtbank. Politieke partijen Ecolo-Groen en Vlaams Belang stemden voor, PVDA-PTB en PS onthielden zich, NV-A, Open VLD, CD&V, MR en Les Engagés stemden tegen. De meerderheid van onze politici laten met hun tegenstem en onthouding de dieren in de kou staan en de straffeloosheid blijft verder duren. Het vernietigende en schandalige arrest van het Hof van Cassatie op 11 juni 2024 stelde dat dierenrechtenorganisaties geen belanghebbende zijn in zaken waarbij dieren mishandeld worden. “Daarmee zegt de rechtbank dat dieren zelf naar de rechtbank moeten stappen, maar dieren kunnen dat uiteraard niet zelf. Daarom is toegang tot de rechter zo belangrijk voor dierenrechtenorganisaties,” zegt Animal Rights campagneleider Els Van Campenhout.

Lees ook:

Lees ook:

Hypocrisie

Het is hypocriet om eerst dierenrechten in de grondwet te verankeren, want als het erop aankomt om dieren ook effectief in de rechtbank gehoord te krijgen en dierenmishandelaars te vervolgen, blijkt de absolute meerderheid van onze politici niet in staat om iets te betekenen voor de dieren.
 
Klaarblijkelijk ontbreekt het in de Belgische politiek aan elke daadkrachtigheid om verandering voor de dieren te gaan invoeren. Dit toont opnieuw hoe belangrijk het werk is van dierenrechtenorganisaties die dierenleed en illegale mishandelingen aan het licht brengen.

Deur naar rechter stond open

Jarenlang konden dierenrechtenorganisaties naar de rechter stappen en dat leidde ook tot historische veroordelingen die er zonder tussenkomst van dierenrechtenorganisaties, nooit gekomen zou zijn. In 2019 was slachthuis Tielt het eerste slachthuis dat ooit veroordeeld werd in ons land, en dat was dankzij de undercoverbeelden van Animal Rights. Animal Rights bracht in het voorjaar van 2017 een undercoverreportage naar buiten waarop te zien is hoe dieren systematisch mishandeld werden bij aankomst in het slachthuis van Tielt. Dieren werden geslagen, geschopt, met kettingen voortgetrokken en sommige dieren werden bij bewustzijn gekeeld.

De deur naar de rechter stond open tot 11 juni 2024, toen sloot het Hof van Cassatie deze deur. Er werd naar de wetgever verwezen om een oplossing te vinden voor het feit dat toegang tot de rechter niet verankerd zit in onze wetgeving.

“Het ontzeggen van toegang tot de rechte voor dierenrechtenorganisaties is een mokerslag in het gezicht van alle dieren. Eigenlijk zegt de rechter dat de dieren zelf naar de rechter moeten stappen, maar iedereen weet dat dit niet kan.”

Dierenrechtenorganisaties fungeren als waakhond en brengen misstanden naar buiten die inspecteurs niet kunnen vaststellen tijdens controles. Wanneer er een inspecteur meekijkt over de schouder van de mishandelaars, zullen er immers geen mishandelingen plaatsvinden.

Wetsvoorstel Groen

Op 16 september 2024 werd in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel ingediend door politica Meyrem Almaci (Groen). Het gaat om de ‘wijziging van het Gerechtelijk Wetboek teneinde de dierenbeschermingsverenigingen de bevoegdheid toe te kennen om in rechte op te treden.’ De goedkeuring van dit wetsvoorstel zou betekenen dat dierenrechtenorganisaties niet meer onontvankelijk verklaard kunnen worden in de rechtbank.

De Commissieleden in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers

Wat gebeurde er op 11 juni 2024 in het Hof van Cassatie?

Wat het hoogste gerechtshof van ons land moet voorstellen oordeelde in Brussel, kort gezegd, dat er voor dierenrechtenorganisaties als Animal Rights geen wettelijke grondslag is om toegang te hebben tot de rechter. Men benadrukte daarbij dat de recente opname van dierenwelzijn in de grondwet daar niets aan verandert.

Deze schertsvertoning heeft als gevolg dat geen enkele burger bij de rechter op kan komen voor de dieren. Het verandert België in een regelrechte schijndemocratie waar dierenmishandelaars vrijspel hebben in afwezigheid van een effectieve, daadkrachtige overheid.

“Ons rechtssysteem is duidelijk een vod waar de grootste dierenmishandelaars hun voeten aan mogen vegen. Ze moeten niet eens meer bang zijn voor een rechtszaak nu,” reageerde Animal Rights campagneleider Els van Campenhout toen woedend.

Scherpe kritiek uit juridische wereld

Op 9 juli 2024 verscheen in De Standaard een artikel over het arrest, waarbij Animal Rights aan het woord kwam. Daarnaast kwamen juridische experten aan het woord die het arrest openlijk veroordeelden:

Juriste Paulien Christiaenssen van de KU Leuven reageerde: “Tot nu konden Gaia en Animal Rights zich moeiteloos burgerlijke partij stellen in rechtszaken rond dierenmishandeling. Dat gebeurde ook vaak. Cassatie heeft daar nu genadeloos komaf mee gemaakt. De gevolgen zijn voor mij juridisch onaanvaardbaar en ongrondwettig. Als we inbreuken op dierenwelzijn willen aankaarten, zijn we in grote mate ­afhankelijk van dierenrechtorganisaties. Zij treden op als waakhond, voor de overheid is dierenwelzijn niet altijd een prioriteit.”

En rechtswetenschapper Simon Van Eekert van de KU Leuven zei daarover: “Milieuverenigingen dienen een algemeen belang: ze strijden voor biodiversiteit of de kwaliteit van lucht en water. Opdat ze naar de rechter kunnen stappen voor ­inbreuken tegen de milieuwet­geving, maakt een internationaal verdrag – het Verdrag van Aarhus – voor hen een uitzondering. Het is al controversieel dat de rechter stelt dat een dierenrechtenvereniging geen milieuvereniging is en zich dus niet op dat verdrag mag beroepen. Maar sinds 2018 staat ook letterlijk in de wet dat verenigingen die ‘opkomen voor fundamentele vrijheden en rechten ­gewaarborgd in internationale verdragen’ rechtszaken in een algemeen belang mogen aanspannen om die algemene doelen te bereiken. Het Hof van Cassatie interpreteert die wet van 2018 nu zo restrictief dat dierenorganisaties daar alsnog buiten vallen.”

Lees hier het artikel van De Standaard: Hof van Cassatie maakt Animal Rights en co machteloos tegen dierenmishandeling

Animal Rights

Zowel rechtbanken als politici sluiten schaamteloos hun ogen voor gruwelijk dierenleed, en laten straffeloosheid voortduren. Dit houdt Animal Rights niet tegen om dierenleed te blijven zichtbaar te maken en illegale mishandelingen aan te blijven kaarten.

Juridische tijdlijn

Samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen die vooraf gingen aan het arrest van het Hof van Cassatie

Op 11 september 2017 bracht Animal Rights schokkende beelden naar buiten uit het runderslachthuis te Izegem. Op de beelden is te zien hoe werknemers runderen systematisch mishandelden met de elektrische prikkelaar en stokslagen gaven en één stier werd zelfs anaal gepenetreerd. De bedwelming ging regelmatig mis, de dieren zagen hoe hun soortgenoten opgetakeld werden en meerdere runderen werden bij volle bewustzijn de keel doorgesneden.

Animal Rights diende meteen een klacht met burgerlijke partijstelling in tegen het slachthuis Verbist Izegem en tegen de zaakvoerder wegens dierenmishandeling.

Na vier jaar juridische strijd, werd het slachthuis op 22 maart 2021 vrijgesproken voor dierenmishandeling, maar wel veroordeeld voor inbreuken op hygiëne. De rechtbank in Ieper weigerde de beelden van Animal Rights uit het slachthuis van Izegem als bewijs te accepteren omdat ze verkregen zijn zonder toestemming en daardoor inbreuken op de privacywetgeving zouden vormen.

Animal Rights ging daarop in beroep tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg.

Op 20 oktober 2023 kreeg Animal Rights dan toch gelijk toen het Hof van Beroep een historische uitspraak deed, waarbij slachthuis Verbist schuldig werd bevonden aan grove dierenmishandeling op basis van de onthullende undercoverbeelden van Animal Rights.

Het Hof weerlegde het eerdere privacy-oordeel en erkende de legitieme rol van undercoveracties in het blootleggen van misstanden. Bovendien bevestigde het Hof dat slachthuis Verbist nalatig was in het waarborgen van het welzijn van de dieren tijdens het doden en gerelateerde activiteiten, het opstellen van passende werkmethoden en het implementeren van effectieve monitoringprocedures.

Het Hof van Beroep zei daarbij letterlijk: “Er is sprake van grove schending van het dierenwelzijn, waarbij de te slachten dieren als dode, gevoelloze voorwerpen op brutale wijze werden behandeld. Dat dieren wezens met gevoelens zijn en zij fysiek en psychisch kunnen lijden, werd op manifeste wijze miskend.”

Zoals Animal Rights verwachtte hadden zowel slachthuis Verbist als de eigenaar Verbist op 7 december 2023 een cassatieberoep ingediend bij het Hof van Cassatie. Animal Rights heeft daarom ook een cassatie advocate ingehuurd om dit horrorslachthuis voor eens en altijd veroordeeld te krijgen voor grove dierenmishandeling.

Op 11 juni 2023 volgde de uitspraak van het Hof van Cassatie: daarbij volgde het Hof de absurde redenering dat Animal Rights niet voor dieren mag opkomen in de rechtbank, waarvan de dierenrechtenorganisatie geen eigenaar is en dat alleen de eigenaar van de dieren hierbij ‘te lijden’ zou hebben en klacht zou kunnen indienen. Dat betekent concreet dat dierenmishandeling bij dieren die een wettelijke eigenaar hebben (in dit geval was dit het slachthuis) gewoon kan gebeuren en dat de hoogste rechtbank van het land hier de ogen voor sluit.

Het Hof van Cassatie vernietigde daarmee de eerdere uitspraak van het Hof van Beroep van Gent en stuurt de zaak nu door naar het Hof van Beroep Antwerpen. De openingszitting vond plaats op 24 september 2024 in het Hof van Beroep in Antwerpen.

Op 11 maart 2025 van 15.30u tot 16.30u vonden de pleidooien plaats in het Hof van Beroep in Antwerpen.

Op 1 april 2025 volgende de vernietigende uitspraak: de burgerlijke partijstelling van Animal Rights wordt onontvankelijk verklaard en het Hof van Beroep Antwerpen verwijst naar de uitspraak van het Hof van Cassatie in haar arrest.

Van Campenhout: “Wat eigen is aan alle rechtszaken die Animal Rights voert, is dat dierenmishandelaars in de rechtbank alle soorten argumenten gaan aanhalen – gaande van privacy, het wijzen met de vinger naar de klokkenluider, tot ons grondwettelijke recht om te mogen opkomen voor dieren in de rechtbank – zodat er zo weinig mogelijk gepraat wordt over het vreselijke leed dat de dieren is aangedaan.”

Animal Rights blijft zich echter inzetten voor toegang tot de rechtbank, zodat de allerzwaksten in onze maatschappij gehoord kunnen worden en ook zij gerechtigheid in de rechtbank kunnen krijgen.

Eendenslachter Tomassen Duck-To beboet voor het lijden van rugliggers: 2x €4.625,00

Op 24 januari 2025 werd het door Animal Rights ingediende handhavingsverzoek over ‘rugliggers’ bij eenden toegewezen. Eendenslachter Tomassen Duck-To krijgt boetes opgelegd van tweemaal € 4.625,00.

Lees ook:

Het lijden van ‘rugliggers’

In het bijbehorende Rapport van Bevindingen beschrijven de toezichthoudende dierenartsen nogmaals het lijden van eenden die op hun rug belanden:
“Vanuit mijn expertise als dierenarts weet ik dat voor pluimvee (waaronder eenden) rugligging een onnatuurlijke houding is, waarbij zij niet meer in staat zijn overeind te komen. Pluimvee heeft moeite met ademhalen wanneer zij op de rug liggen, omdat de dieren geen middenrif hebben. Hierdoor is buikademhaling niet mogelijk. Zij moeten lucht aanzuigen door beweging van borstbeen en ribben tegen de zwaartekracht in. De sterk ontwikkelde borstspieren verzwaren bovendien de ribben, waardoor ademhalen verder bemoeilijkt wordt met stikgevaar als gevolg. […]
Vanuit mijn expertise als dierenarts weet ik dat eenden (door het ontbreken van een middenrif) zeer moeilijk konden ademhalen en zichzelf niet konden keren, hetgeen ernstige spanning en lijden heeft veroorzaakt.”

Strenger ‘rugligger’ beleid geldt voor alle pluimveeslachthuizen

In het bijbehorende Rapport van Bevindingen beschrijven de toezichthoudende dierenartsen nogmaals het lijden van eenden die op hun rug belanden:
“Vanuit mijn expertise als dierenarts weet ik dat voor pluimvee (waaronder eenden) rugligging een onnatuurlijke houding is, waarbij zij niet meer in staat zijn overeind te komen. Pluimvee heeft moeite met ademhalen wanneer zij op de rug liggen, omdat de dieren geen middenrif hebben. Hierdoor is buikademhaling niet mogelijk. Zij moeten lucht aanzuigen door beweging van borstbeen en ribben tegen de zwaartekracht in. De sterk ontwikkelde borstspieren verzwaren bovendien de ribben, waardoor ademhalen verder bemoeilijkt wordt met stikgevaar als gevolg. […]
Vanuit mijn expertise als dierenarts weet ik dat eenden (door het ontbreken van een middenrif) zeer moeilijk konden ademhalen en zichzelf niet konden keren, hetgeen ernstige spanning en lijden heeft veroorzaakt.”

Maar…

Dat ‘in beginsel’ kan je lezen als een ‘maar’. Er volgt daarna een uitleg over wanneer de NVWA wel en wanneer ze niet op gaat treden:
“Echter, het valt in de praktijk niet uit te sluiten dat één dier na de welzijnscontrole nog op de rug terechtkomt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door toeval. De NVWA kan dan niet altijd bewijzen dat het dier al op de rug lag voordat de welzijnscontrole plaatsvond.

Indien uit de feiten en omstandigheden blijkt dat een dier al een langere tijd (dus reeds voor de uitgevoerde welzijnscontrole) op de rug ligt, dan handhaaft de NVWA bij constatering van één rugligger per vrachtwagen. Of een dier al een langere tijd op de rug ligt, kan worden gezien aan bijvoorbeeld een nat en/of vies verenkleed of aan apathisch gedrag. Het kan eventueel ook worden gezien aan andere indicaties, dit ter beoordeling van de toezichthoudend dierenarts.

In gevallen waarin de toezichthoudend dierenarts één rugligger en minimaal één dier met een welzijnsschending (bijvoorbeeld een kopbeklemming of een vleugelbeklemming) constateert die afkomstig zijn van één vrachtwagen, dan gaat de NVWA ook over tot handhavend optreden. Dergelijke welzijnsschendingen zijn al bij het vangen en laden van de dieren ontstaan en zijn daarmee indicatief voor een onzorgvuldig uitgevoerde welzijnscontrole.

De NVWA gaat voorts over tot handhavend optreden wanneer de toezichthoudend dierenarts twee of meer rugliggers afkomstig van één vrachtwagen constateert.
De kans dat na de welzijnscontrole nog twee dieren op de rug terechtkomen, acht de NVWA verwaarloosbaar.”

Beboete ‘rugliggingen’

Aan de hand van deze ‘richtlijnen’ die volgens de notulen van het bedrijfsoverleg Tomassen-NVWA met de Nepluvi, de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie, zijn afgesproken, keken twee toezichthoudende dierenartsen opnieuw naar hun eigen inspectierapporten van januari 2022 tot 30 oktober 2024.

De NVWA geeft aan dat er voor rugliggers op 17 februari 2022 en 3 juli 2024 al boetes zijn opgelegd, “ambtshalve (dus niet naar aanleiding van uw verzoek tot handhaving).” Die laatste natuurlijk wel ná het indienen van het handhavingsverzoek.

De NVWA voegt daar voor het handhavingsverzoek van Animal Rights de rugliggers van 13 februari 2023 aan toe, waarbij de toezichthoudend dierenarts twee rugliggers constateerde, afkomstig van één vrachtwagen, nadat de welzijnscontrole door het bedrijf was uitgevoerd. Beide rugliggers waren niet genoteerd op welzijnslijst van het bedrijf.
“Hieruit concludeert de NVWA dat de welzijnscontrole onvoldoende had plaatsgevonden en niet had geleid tot maatregelen om in behoeften van de eenden te voorzien, hetgeen ervoor zorgde dat de eenden niet elke vorm van vermijdbare pijn, spanning of lijden werd bespaard. Destijds is er niet handhavend opgetreden naar aanleiding van deze overtreding.”

De overtredingen

Het gaat hier volgens de NVWA om overtredingen van Artikel 3, Verordening (EG) Nr. 1099/2009, eerste lid: Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt er niet voor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

En Artikel 15, Verordening (EG) Nr. 1099/2009, eerste lid: De bedrijfsexploitanten waarborgen niet dat de in bijlage III opgenomen operationele voorschriften voor slachthuizen in acht worden genomen, namelijk dat de welzijnsomstandigheden van elke zending dieren systematisch bij aankomst worden beoordeeld door de functionaris voor het dierenwelzijn of door een persoon die rechtstreeks aan die functionaris rapporteert om de prioriteiten in kaart te kunnen brengen, met name door te bepalen welke dieren specifieke welzijnsbehoeften hebben en welke maatregelen genomen dienen te worden om in die behoeften te voorzien.

De boetes

Vanwege de verstreken tijd tussen de boetebeschikking (24 januari 2025) en de begane overtreding (13 februari 2023) wordt de boete gematigd met 15% van € 2.500,00 naar € 2.125,00. Omdat Tomassen echter eerder beboet is voor dezelfde overtredingen (28 oktober 2022) wordt het boetebedrag ook verhoogd:
“Het boetebedrag voor elk van de boetes is gelijk aan de som van de voor de overtreding op te leggen boete (€ 2.125,00) en de voor die eerdere overtreding opgelegde boete (€ 2.500,00), zijnde € 4.625,00.”

Is dit winst?

Voor eenden maakt het niet uit of ze voor of na de ‘welzijnsinspectie’ op hun rug belanden. De ademhalingsproblemen zijn onmiddellijk, evenals de stress. Dat het lijden met het verstrijken van de tijd zou toenemen doet daar niets aan af.
Bovendien is Tomassen Duck-To als ketenregisseur gedurende het hele proces van ei tot vriezer verantwoordelijk voor het welzijn van de eenden en dus hun lijden.
Dat er behalve de corrigerende maatregel – rechtop zetten van de eend – verder nog steeds geen bestraffende actie wordt ondernomen bij de overgrote meerderheid van de ‘rugliggers’ voelt daarom onrechtvaardig.

Het handhavingsverzoek is toegewezen, dat is winst: in actie komen leidt tot resultaten, hoe klein de stap ook is.
Verder is de boete voor het bedrijf winst, niet zozeer de hoogte van het bedrag, maar als bevestiging van dit specifieke misdrijf dat eenden wordt aangedaan en als toevoeging aan de lange lijst van criminele activiteiten van Tomassen Duck-To.
Met hoeveel ‘mitsen en maren’ ook omkleed, is een strenger beleid op het gebied van ‘rugliggers’ voor de hele pluimvee-industrie ook winst.