De undercoverbeelden uit het slachthuis VanDrie Hasselt werden op het nationale nieuws getoond en het slachthuis werd tijdelijk gesloten. Intussen is het slachthuis al sinds 2021 dicht omdat de milieuvergunning afliep. Wij zetten hier alle belangrijkste gebeurtenissen op een rijtje in chronologische volgorde.
18/09/2025
Het Hof van Cassatie blijft echter bij zijn standpunt en weigert de eerdere uitspraak van 11 juni 2024 te vernietigen. In het arrest wordt gezegd dat de burgerlijke partijstelling van Animal Rights opnieuw niet-ontvankelijk verklaard wordt én dat de prejudiciële vraag niet aan het Grondwettelijk Hof wordt gesteld. Volgens het Hof van Cassatie is daar geen reden toe. Animal Rights benadrukt dat dierenrechtenorganisaties hiermee dramatisch gekortwiekt worden en dat heel wat dierenleed gewoon onbestraft blijft. Animal Rights bekijkt nu met haar advocaat welke volgende stappen ze zullen ondernemen.
17/09/2025
Intussen heeft het Hof van Cassatie op 16 september in de loop van de namiddag zelf al een communicatie naar de pers gestuurd met de mededeling dat het cassatieberoep dat Animal Rights aantekende, verworpen werd. Het arrest is nog niet meegedeeld. Animal Rights wacht nog steeds op de uitspraak en ook de pers heeft nog geen arrest ontvangen.
16/09/2025
Op dinsdag 16 september om 9u30 zullen de pleidooien en enkele uren later ook al meteen de uitspraak plaatsvinden in het Hof van Cassatie te Brussel. Het Hof van Cassatie zal zich na de uitspraak van het Hof van Beroep Antwerpen nu opnieuw over de rechtszaak buigen. De kern van de zaak zijn de undercoverbeelden uit het slachthuis van Hasselt waarop te zien is hoe bij VanDrie dieren systematisch mishandeld werden.
03/09/2025
Op woensdag 3 september publiceert Animal Rights haar eerste podcast aflevering waarin host en campagneleider Els Van Campenhout de geschiedenis van de Animal Rights rechtszaak tegen het Hasseltse runderslachthuis VanDrie toelicht. Vanaf het uitkomen van de undercoverbeelden in 2018 en de start van de juridische procedure in 2019 tot en met het moment dat de grootste kalverslachter van de wereld, VanDrie Group, voor het hoogste gerechtshof van België zal verschijnen: het Hof van Cassatie.
Nieuwe episodes verschijnen elke twee weken op woensdag via Spotify, YouTube en zo goed als alle platforms waar je podcasts kan beluisteren.
In de nacht van 6 op 7 juli 2025 vond een slachthuisbezetting plaats bij kalverslachter VanDrie in Apeldoorn en in Sobeval, Frankrijk. De actie werd geleid door de Franse dierenrechtenorganisatie 269. Animal Rights heeft geen banden met deze organisatie en was niet bij deze actie betrokken. De VanDrie Group kwam de voorbije jaren al internationaal in opspraak kwam wegens hard dierenleed in verschillende slachthuizen in België en Frankrijk. VanDrie reageerde bij NOS Nederland dat zij zich aan de regels zouden houden en zei daarbij: ”Diergezondheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid staan daarbij centraal”.
Animal Rights benadrukt dat het hier om ‘s werelds grootste kalverslachter gaat die zich de aflopen jaren schuldig maakte aan dierenmishandeling in verschillende slachterijen: ”Wanneer een speler als VanDrie zich schuldig lijkt te maken aan gruwelijke dierenmishandeling in meerdere vestigingen, verspreid over verschillende landen, rest er maar één conclusie: VanDrie is niet alleen marktleider, maar ook het toonbeeld van een industrie die tot op het bot verrot is.”
10/02/2025
Animal Rights kondigt aan dat ze de zaak naar het Hof van Cassatie brengt.
05/02/2025
Op woensdagochtend 5 februari om 9u deed het Hof van Beroep Antwerpen de uitspraak in de zaak: In de uitspraak werd de burgerlijke partijstelling van Animal Rights niet-ontvankelijk verklaard. De prejudiciële vraag die Animal Rights gesteld wilde zien aan het Grondwettelijk Hof, werd niet gesteld. Animal Rights wilde dat het Grondwettelijk Hof zich zou uitspreken over de discriminatie van dierenrechtenvereningen in verhouding tot milieuverenigingen. Deze laatste mogen zich namelijk nog wél burgerlijke partij stellen wanneer het gaat om inbreuken op de milieureglementering.
“De rechtbank weigert nog steeds het belang van levende, voelende wezens met name dieren te erkennen. Het Hof van Beroep Antwerpen kon een eigen beslissing maken en moest niet meegaan in het Cassatie-verhaal van 11 juni 2024, maar besloot dat toch te doen. Het Hof heeft duidelijk de kant van de dierenmishandelaars gekozen. Dit getuigt van niets minder dan morele corruptie en totale desinteresse in de vreselijkheden die de dieren moesten ondergaan. Animal Rights bekijkt nu de mogelijkheden met haar advocaat, meester Anthony Godfroid, om terug naar het Hof van Cassatie te gaan en deze immorele uitspraak ongedaan te laten maken.
Op woensdag 8 januari 2025 was Animal Rights in de het Hof van Beroep Antwerpen aanwezig voor de pleidooien in de Animal Rights rechtszaak tegen kalverslachters VanDrie Hasselt. Zowel het Openbaar Ministerie als burgerlijke partij Animal Rights gingen in beroep tegen het eerste vonnis van de correctionele rechtbank van oktober 2023. Tijdens de zitting op 8 januari 2025 kondigde het Openbaar Ministerie – tegen alle verwachtingen in – aan dat ze afstand neemt van het door hen aangetekende beroep. Dat betekent concreet dat er geen veroordeling meer kan uitgesproken worden. Animal Rights ziet dit als een morele corruptie van het Openbaar Ministerie: Dit getuigt van totale desinteresse in de martelingen die de dieren ondergingen in slachthuis VanDrie Hasselt. Het gaat nu dus alleen nog om het burgerlijke luik van de zaak: de ontvankelijkheid van Animal Rights als burgerlijke partij.
Op 3 oktober 2023 werd na een jarenlange juridische strijd eindelijk het vonnis uitgesproken in de strafzaak tegen kalverslachterij VanDrie voor de correctionele rechtbank van Hasselt. Het horror-slachthuis, dat inmiddels is gesloten, is over de hele lijn vrijgesproken. De gruwelijke beelden die Animal Rights in 2018 in het Hasseltse slachthuis maakte zijn door de rechter onrechtmatig verkregen verklaard en uit het dossier geschrapt. Zowel Animal Rights als het Openbaar Ministerie gaan in beroep tegen de beslissing en de zaak wordt doorverwezen naar het Hof van Beroep Antwerpen.
03/09/2023
Op dinsdag 5 september 2023, om 9 uur, vonden voor de correctionele rechtbank van Hasselt de pleidooien plaats in de strafzaak tegen kalverslachterij VanDrie uit Hasselt. De verdediging vroeg dat de undercoverbeelden die in 2018 gemaakt zijn uit het dossier zouden worden verwijderd op grond van een beweerde schending van de rechten van verdediging. Animal Rights verzet zich daar natuurlijk tegen. Uit de vragen die de rechter op de zitting stelde, kon afgeleid worden dat de voorzitter van de rechtbank de beelden in detail bestudeerd had. Het is nu de taak van de rechter om de legaliteit van de beelden af te wegen tegen de dierenmishandeling die erop te zien is. Het vonnis zal uitgesproken worden op 3 oktober in Hasselt.
07/03/2023
Op dinsdag 7 maart 2023 vond de inleidende agendazitting van de strafzaak tegen kalverslachter VanDrie plaats in de correctionele rechtbank van Hasselt. De pleitdatum werd vastgelegd en zal plaatsvinden in de correctionele rechtbank van Hasselt op 5 september 2023.
17/06/2022
Op 17 juni 2022 besliste de Raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg in Hasselt over de zaak: De dierenmishandelaars bij VanDrie en het verantwoordelijke slachthuis VanDrie zullen worden voor dierenmishandeling doorverwezen naar de correctionele rechtbank van Hasselt.
Opnieuw wordt de Nederlandse kalf-integratie VanDrie Group, wereldmarktleider op het gebied van kalfsvlees, kalvervoeders en kalfsvellen, in verlegenheid gebracht. Nadat eind 2018 Animal Rights undercoverbeelden naar buiten bracht van verschrikkelijke dierenmishandeling in het kalverslachthuis VanDrie België te Hasselt, is het nu de beurt aan het slachthuis in Sobeval in de Franse Dordogne. De beelden werden gemaakt door dierenrechtenorganisatie L214. In Sobeval worden elke dag bijna 700 kalveren gedood, of 90 dieren per uur. Het is een van de grootste kalverslachthuizen in Frankrijk.
Net als in de Animal Rights beelden uit Hasselt is te zien hoe de verdoving met het penschiettoestel misgaat en kalveren meerdere keren de kogel krijgen. Tussen de pogingen in worstelen ze met een gat in hun hoofd om in leven te blijven. Kalveren zijn duidelijk in paniek in de zogenaamde fixeerbox. Kalveren worden zowel verdoofd als onverdoofd geslacht. Ook past men in Sobeval de omstreden ‘post-cut stunning’ methode toe, waarin eerst de keel wordt doorgesneden voordat een pen door het voorhoofd van een kalf wordt gejaagd. Voordat kalveren aan de beurt zijn, zien ze hun lotgenoten doodbloeden. Ook na het kelen vertonen kalveren tekenen van herwonnen bewustzijn. Net als in Nederland de NVWA lijken de verantwoordelijke inspecteurs in Frankrijk niet of nauwelijks in te grijpen bij de wreedheden. Opnieuw blijkt dat aan slachthuizen verleende certificaties niets betekenen voor de dieren.
Een van de aanpassingen is volgens VanDrie dat de zogeheten drijfstokken, waarmee de dieren in het gezicht werden geslagen of in de anus gepord, niet meer mogen worden gebruikt. Ook elektrische prikkers zijn vanaf nu verboden. “Animal Rights is benieuwd of dit alleen in Hasselt gaat gelden of voor het hele VanDrie concern?” zegt Animal Rights campagnecoördinator Els van Campenhout. “En is de politiek bereid dit verbod in de wet te verankeren – ook voor boeren en transporteurs?” Krijgen de medewerkers te maken met onwillige kalveren, dan wordt de slachtlijn stilgelegd en worden ‘experts in dierenwelzijn’ ingeschakeld, belooft het bedrijf. Wie die experts zijn is vooralsnog onduidelijk. VanDrie zegt verder niets over het straffen van de schuldigen en verantwoordelijken. “Het lijkt er vooral op dat het ‘interne onderzoek’ snel afgewerkt moest worden om terug te kunnen naar ‘business as usual’,” zegt Vermeulen. “Er worden wat eenvoudige technische wijzigingen aangebracht, maar echt verantwoordelijkheid nemen zien we niet.”
Weekend Knack schrijft: “Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) geeft toe dat de huidige controles niet volstaan. Zo zeg zijn woordvoerder: ‘De beelden worden nog onderzocht, maar je kan minstens zeggen dat opnieuw werd aangetoond dat de mazen in het net te groot zijn.’ Met dat net worden de controles bedoeld zoals die nu grotendeels door het federaal Voedselagentschap (FAVV) worden georganiseerd. Dat controleert eerder met het oog op voedselveiligheid dan dat het toekijkt op dierenwelzijn. Om daaraan tegemoet te komen, pakt Weyts nu uit met de oprichting van een eigen Vlaamse inspectiedienst. De dienst zou vanaf volgend jaar in werking moeten treden.”
In een artikel van september 2024 geeft ‘Boerderij’ 1 inzicht in de toestand van de voormalig bedrijvencluster van varkensbaron Adriaan Straathof in Duitsland. Het gaat om 19 varkensbedrijven.
Na het beroepsverbod in 2015 moest Adriaan Straathof afstand doen van zijn Duitse varkensbedrijven. De bedrijven waren toen al ondergebracht in LFD-Holding (Landwirtschaftlichen Ferkelzucht Deutschland) 2 met als stroman/bewindvoerder Christian Graf Brockdorff. Eind 2015 werd Jorn Göbert aangesteld als directeur van LFD om de bedrijfssanering door te voeren. Na het zogeheten ‘Magdeburger Urteil’ 3 moesten de te smalle voerligboxen vervangen worden door groepshokken voor zeugen.
In maart 2020 werd bekend gemaakt dat het Zwitserse Terra Grundwerte de LFD-Holding had gekocht. De Lindhorst Gruppe wordt ingehuurd in een advies- en ondersteunende rol.
Het gaat het megabedrijf bepaald niet voor de wind. Naast de last van de Straathof-erfenis zijn daar de corona- en varkenspestpandemieën mede debet aan.
Twee bedrijven worden getroffen door brand. Op 30 maart 2021 brandt het bedrijf in Alt Tellin af. 4 Daarbij komen ongeveer 60.000 varkens om. Net als in Nederland bij Knorhof verzetten dierenrechtenorganisaties en omwonenden zich tegen herbouw, 5 die daardoor ook niet van de grond komt. 12 april 2024 is er brand op het bedrijf in Binde. Er komen 1749 zeugen en 5850 biggen om. 6 Het bedrijf draait na deze brand door, maar met minder dieren.
Een aantal bedrijven zit tegen het varkenspestgebied aan en staat mede om die reden leeg. Dat geldt waarschijnlijk voor Drebkau en Uthmöden. Wadelsdorf is stilgelegd door de lokale overheden. Ook Wellaune staat grotendeels leeg vanwege problemen met de vergunningen. En ook de beren-boerderijen van Parchen en Wustenwitz staan leeg. Loburg is verkocht aan de Nederlanders Johan en Erwin van den Borne (Vabor Agrar) uit Reusel. Fahrbinde, Demsin en Wasmerslage zijn verkocht aan Duitsers. Alleen Mlode, Medow, Wannewitz, Reichertsweiler, Waldenburg en Thierbach zijn nog in gebruik. Dat geldt ook voor de voormalige hoofdvestiging in Gladau, maar deze is onderbezet. Daar liggen volgens ingewijden naar schatting 5.500 zeugen, terwijl op dit bedrijf plaats was voor 14.000 zeugen, zo meldt Boerderij.
In de nacht van woensdag 29 januari op donderdag 30 januari van middernacht tot 2 uur voerden Bite Back en Animal Rights met zo’n 30 actievoerders actie voor de poorten van konijnenslachthuis Lonki in Temse om het vreselijke dierenleed aan te kaarten dat schuilgaat achter de gesloten deuren van de konijnenvleesindustrie. De organisaties planden de actie naar aanleiding van de Week van het Konijn: een jaarlijkse promotiecampagne van VLAM voor konijnenvlees.
Bij Lonki in Temse worden jaarlijks miljoenen konijnen geslacht. En uit door Bite Back opgevraagde inspectierapporten bij Dierenwelzijn blijkt dat het in het slachthuis regelmatig mis gaat tussen september 2023 en september 2024: dieren zijn in paniek wanneer een hele toren transportbakken kantelt, de verdoving gaat mis, gewonde en zieke dieren worden aangevoerd, konijnen worden aan de oren opgetild uit de transportkrattten, dieren lopen los in de wachtruimte, te veel dieren worden in transportkratten gepropt, konijnen raken met hun poten gekneld tussen kapotte transportkratten en de transportband en we zien hoe een konijn meer dood dan levend in een krat ligt bij aankomst bij slachthuis Lonki.
Animal Rights en Bite Back klagen elke schakel in deze keten van leed aan. De konijnenhouderij kan op geen enkele wijze voldoen aan de natuurlijke behoefte van konijnen. Dit systeem hoeft geen verbeteringen, maar afschaffing.
Rond 2u ’s nachts arriveerde een transport vol met konijnen gestapeld. Als koopwaar in bakken gepropt met weinig bewegingsruimte zijn ze op weg naar een akelig einde in het slachthuis. Sommige dieren zijn natgeregend, anderen proberen hun snuit door de plastic tralies te duwen om de buitenlucht in te ademen. We zien dat verschillende konijnen zich overmatig poetsen en dat kan mogelijk wijzen op het feit dat ze dorst hebben. Deze dieren worden urenlang vervoerd zonder toegang tot voer of water.
Samen met de aanwezige journalisten filmen we de laatste levensmomenten van de dieren in de vrachtwagens. Animal Rights en Bite Back livestreamen en de vrachtwagen blijft zo’n 12 minuten in totaal staan, zodat de actievoerders eervol afscheid kunnen nemen van de konijnen.
Week van het konijn
Animal Rights en Bite Back uiten kritiek op de jaarlijkse campagne van VLAM, ‘De Week van het Konijn’ (24 tot 31 januari), waarin konijnenvlees gepromoot wordt als ‘duurzaam’ en ‘gezond’. ‘De Week van het Konijn’ is een marketinginitiatief van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) dat via de website Lekker Van Bij Ons konijnenvlees promoot. De campagne wordt gefinancierd door konijnenhouders en slachthuizen en ondersteund door het gesubsidieerde VLAM. In 2024 kreeg VLAM een promotiebudget van €3.193.000 toegewezen. Lonki ontving in 2023 alleen al €49.476 aan steun van het VLIF (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds).
Op de website Lekker Van Bij Ons wordt vermeld dat België een voortrekkersrol speelt op het gebied van dierenwelzijn voor parkkonijnen. Deze dieren worden gehouden in hoge kooien met kunststof bodems en afleidingsmateriaal.
“De nieuwe ‘parken’ zijn nog steeds kooien en bieden geen welzijnsvoordelen voor de konijnen; nog steeds sterft één op vier dieren nog voor ze naar het slachthuis gestuurd worden. Elk opgevraagd inspectieverslag staat bol van de misstanden. De marketingcampagne van VLAM is dan ook niet ethisch verantwoord en strookt niet met de trieste realiteit in kwekerijen en slachthuizen,” zeggen Animal Rights en Bite Back.
Slachthuis Lonki
Bij slachthuis Lonki worden jaarlijks miljoenen dieren geslacht. Het gaat om duizenden dieren per dag die er de dood vinden. Het slachthuis draait een omzet van 20 miljoen per jaar 1 en is het grootste konijnenslachthuis in de Benelux.
Een bedrijf waarvan je zou verwachten dat het een voortrekkersrol zou spelen in “konijnenwelzijn”. Wat werd aangetroffen lijkt echter in de verte verste niet op de promofoto’s Het is er smerig, karkassen liggen te rotten in de kooien en onafgedekte afvaltonnen en op de grond. Nog meer karkassen worden in transportkratten en zelfs de kooien aangetroffen.
Naast dode, zien we ook veel gewonde en zieke dieren: dieren met draainek door infecties die niet meer normaal kunnen lopen, afgeknaagde en soms zelfs bloedende oren, kale snuiten en wonden op het hoofd of andere lichaamsdelen, al dan niet met abcesvorming. Een konijn heeft een abces op de bil, het pootje is verlamd.
Konijnen bij Konzo in hetzelfde schuitje
In januari 2024 bracht ook Ongehoord beelden van konijnenhouderij Konzo in Minderhout (Hoogstraten) naar buiten. Op de beelden is te zien dat de konijnen aan hun oren, hun staart en vacht uit de kooien worden gehaald. Ze worden daarna hardhandig in een kar gesmeten. Daarnaast zijn er ook veel dode of gewonde konijnen te zien.
Geen verbetering, maar afschaffing
Volgens de Boerenbond zouden er vanaf 2025 nog maar 4 konijnenkwekerijen in Vlaanderen overblijven vanwege de steeds strengere huisvestingsregels die opgelegd worden. 2 Dit is een uitdovende industrie waarbij we alleen maar kunnen concluderen dat de konijnenhouderij op geen enkele wijze in staat is om te voldoen aan de behoeftes van konijnen en dat konijnen volstrekt ongeschikt zijn voor de vee-industrie. We moeten daarom stoppen met de zoektocht naar steeds weer kleine, vaak denkbeeldige, verbeteringen in de leefomstandigheden die er enkel voor zorgen dat de consument met een goed gevoel verder konijn kan eten, maar voor de konijnen zelf geen verschil maken. Dieren lijden nog steeds in kooien en er ontstaan zelfs nieuwe welzijnsproblemen: voedsters vertonen bijvoorbeeld agressief gedrag wanneer ze in een groep gehuisvest worden en hygiëne wordt een probleem zodra verrijkingsmateriaal en betere bodems worden gegeven.
Doe mee!
In onze strijd tegen konijnenvlees voeren Animal Rights en Bite Back actie in de nacht van woensdag 29 januari op donderdag 30 januari van middernacht tot 2 uur bij konijnenslachthuis Lonki in Temse. Dit is een van de slechts twee konijnenslachthuizen in de Benelux. Lonki is het grootste konijnenslachthuis van de Benelux, gevolgd door Van Assche in Deinze.
Demonstranten zullen plaatsnemen met borden en banners voor de poorten van het slachthuis om de dieren die naar de slachtbank worden gevoerd een laatste eerbetoon te brengen. Wil je graag mee een stem zijn voor de dieren? Zet je dan via deze link op “gaan” in het Facebookevent.
Na Zeeland is ook in Drenthe en Flevoland de reeën-slachting gestaakt!
Op 28 januari 2025 deed de rechtbank Noord-Nederland uitspraak op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen Animal Rights en Fauna4Life enerzijds en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe anderzijds, over het afschieten van reeën.
De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter acht het spoedeisende belang aan de zijde van de stichtingen als gegeven, omdat van de verleende ontheffing gebruik wordt gemaakt. Dat de ontheffing reeds meer dan een jaar van kracht is doet daar niet aan af.
Noodzaak
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college de noodzaak voor de ontheffing ten behoeve van de verkeersveiligheid onvoldoende gemotiveerd. In het Faunabeheerplan (Fbp) wordt geen inzicht gegeven in het aantal aanrijdingen per wildbeheereenheid (wbe). Derhalve is niet duidelijk in welke wbe’s de streefnorm overschreden wordt en of er dus een noodzaak is voor het verlenen van de ontheffing voor de gehele provincie. Verder blijkt uit de door de provincie aangeleverde gegevens niet wat voor soort aanrijdingen het zijn geweest en wat de schade daarvan is en of er dus een risico voor de verkeersveiligheid is.
Onvoldoende is onderbouwd dat er een risico voor de verkeersveiligheid ontstaat indien de streefnorm van 600 aanrijdingen dan wel 6% van het aantal getelde reeën overschreden wordt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet aangetoond dat bij een percentage hoger dan 6% in de provincie Drenthe automatisch sprake is van een onaanvaardbaar gevaar voor de verkeersveiligheid. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daarvoor inzicht moet bestaan in de aard en ernst van de ongevallen. Dat inzicht ontbreekt.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is voorts onvoldoende onderbouwd dat afschot een positief effect heeft op het aantal aanrijdingen. Dat er een zwak positief verband bestaat tussen de dichtheid van reeën en het aantal aanrijdingen is daartoe onvoldoende, nu dit niet betekent dat afschot effect heeft op het aantal aanrijdingen. Uitgangspunt is dat in elke zaak de noodzaak tot het verlenen van de ontheffing inzichtelijk is gemaakt en onderbouwd met de juiste informatie en cijfers.
Ontheffing op voorhand
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de inhoudelijke toetsing van de vraag of is voldaan aan de voorwaarden voor ontheffingverlening, namelijk het bestaan van een risico voor de verkeersveiligheid en de afwezigheid van andere bevredigende oplossingen, wordt verricht na ontheffingverlening door het college.
Het voorgaande is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in strijd met de Wet natuurbescherming (Wnb). In de Wnb dient de bevoegdheid tot ontheffingverlening, en daarmee de beoordeling of is voldaan aan de voorwaarden voor ontheffingverlening, vooraf te worden beoordeeld in het kader van het verlenen van de ontheffing en niet pas daarna. Gelet op het voorgaande is de verleende ontheffing niet rechtmatig.
Andere bevredigende oplossingen
Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wnb volgt dat het bevoegd gezag het belang van de bescherming van de betrokken soort en het belang waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd tegen elkaar zal moeten afwegen. Als het doden van de betrokken dieren geheel of gedeeltelijk vermijdbaar is door het treffen van geschikte en proportionele mitigerende maatregelen, is het niet verlenen van de ontheffing of vrijstelling, of het daarbij voorschrijven van dergelijke maatregelen, uitgangspunt.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college onvoldoende onderzocht en onderbouwd dat er geen andere bevredigende maatregelen zijn en dat afschot onvermijdbaar is.
Daarbij is de voorzieningenrechter met Animal Rights en Fauna4Life van oordeel dat niet is aangetoond dat afschot een geschikt middel is om het doel, het verlagen van het aantal aanrijdingen, te bereiken.
Conclusie
Gelet op voorgaande rechtsoverwegingen is het besluit naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet rechtmatig. Het beroep is daarom gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Het college dient opnieuw te beslissen op het bezwaar binnen zes weken na datum van de uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot zes weken na de nieuwe beslissing op bezwaar.
Zeeland
Op 18 oktober 2024 oordeelde de rechtbank Zeeland-West-Brabant al dat Gedeputeerde Staten van Zeeland onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het terugbrengen van de populatie van het ree noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid: “De beroepen zijn gegrond, omdat verweerder niet in redelijkheid de gevraagde ontheffing heeft kunnen verlenen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.” De provincie verleende in december 2023 een ontheffing om tot en met 2029 reeën af te schieten.
Op 29 januari 2025 trekt de provincie Groningen de op 24 juli 2023 verleende ontheffing voor het doden van reeën in, nadat eerder op 29 augustus 2024 het verzoek om een voorlopige voorziening van Fauna4Life werd toegewezen en het bestreden besluit geschorst werd. Gedeputeerde Staten van Groningen zijn tot de conclusie gekomen dat de door hen verleende vergunning op basis van de huidige motivering niet in stand kan blijven.
Update
Wordt uitstel afstel? Op 6 februari 2025 sturen Gedeputeerde State (GS) van Drenthe een brief aan de Faunabeheereenheid (FBE) Drenthe met de conclusie dat, gezien de uitspraak van de voorzieningenrechter, het Faunabeheerplan niet voldoende informatie bevat om een ontheffing te verlenen. De FBE krijgt twee weken de tijd om de ontbrekende informatie (o.a. aanrijdingen per werkbeheereenheid (wbe), aard en ernst van de ongevallen, andere bevredigende oplossingen, etc) aan te leveren. Zo niet dan ziet GS zich genoodzaakt de ontheffing in te trekken.
Op 11 maart 2025 volgt de beslissing van Gedeputeerde Staten van Drenthe op het bezwaar van Animal Rights en Fauna4Life “inzake ontheffing beheer ree na uitspraak rechtbank Noord-Nederland”: “Wij hebben besloten uw bezwaar gegrond te verklaren. Dit betekent dat wij het bestreden besluit van 19 december 2023 herroepen.”
Uit de overwegingen bij dit besluit blijkt dat de jagers nog een poging hebben gedaan om de provincie van extra informatie te voorzien: “De FBE heeft ons informatie toegestuurd waaruit het aantal aanrijdingen met reeën in iedere Drentse wildbeheereenheid (WBE) moet blijken alsook de aard en ernst daarvan. Wij concluderen dat nog steeds niet voldoende inzichtelijk is gemaakt hoeveel aanrijdingen met reeën in iedere WBE hebben plaatsgevonden. Ook de aard en ernst daarvan achten wij onvoldoende onderbouwd. Om die reden kan de noodzaak van de ontheffing voor de gehele provincie Drenthe niet voldoende worden onderbouwd.”
Een andere belangrijke conclusie is: “Voorts constateren wij dat in het FBP expliciete twijfels zijn opgenomen over de effectiviteit van afschot in relatie tot het aantal aanrijdingen met reeën. Wij concluderen dat om die reden de effectiviteit van afschot onvoldoende is onderbouwd.”
Over andere bevredigende oplossingen: “De FBE heeft ons informatie toegestuurd waaruit de maatregelen in iedere WBE moeten blijken. Wij constateren dat uit die informatie niet voldoende blijkt welke maatregelen in iedere WBE zijn getroffen en wat de effecten daarvan zijn geweest. Om die reden kan niet voldoende worden onderbouwd dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan dan het doden van reeën.”
2026 – Drenthe wil hoe dan ook door met reeën-slachting
Begin November 2025 start de faunabeheereenheid van Drenthe een media campagne die door de noordelijke pers gretig en kritiekloos wordt overgenomen: “Aantal aanrijdingen met reeën neemt fors toe in Drenthe. ‘Soms zitten auto’s compleet in de kreukels’”. 1 Deze wordt begin mei 2026 nog eens herhaald: “Aantal aanrijdingen met reeën stijgt fors in Drenthe. Hoe komt dat? ‘Een omstander zei dat ik enorm geluk heb gehad’”.2 De mediacampagne begeleidt het besluit van 31 maart 2026 van het college van gedeputeerde staten van Drenthe om aan de Faunabeheereenheid Drenthe een omgevingsvergunning te verlenen voor een flora- en fauna-activiteit, waarbij reeën mogen worden gedood met gebruik van het geweer binnen het aangegeven uitvoeringsgebied in het belang van de verkeersveiligheid en ter voorkoming van onnodig lijden van reeën.
Animal Rights en Fauna4Life hebben op 12 mei 2026 bezwaar gemaakt tegen deze hernieuwde poging om reeën in Drenthe af te slachten.
Aan dergelijke besluiten zijn strikte voorwaarden verbonden, die hun oorsprong hebben in de Europese Habitatrichtlijn (Hrl). Hoewel de ree geen diersoort is die in Nederland wordt beschermd onder de Hrl, maar nationaal beschermd is, geldt ook voor de ree de systematiek van het toetsingskader van de Hrl. Daarbij moet aan een aantal cumulatieve voorwaarden worden voldaan en mag enkel worden overgegaan tot afschot als ‘een laatste toevlucht’. Aan die voorwaarden is niet voldaan want: Er bestaan andere bevredigende oplossingen; Afschot is geen bevredigende oplossing; En de noodzaak voor de vergunning ontbreekt.
Er geldt dat als het doden van dieren geheel of gedeeltelijk vermijdbaar is door het treffen van geschikte en proportionele mitigerende maatregelen, het niet verlenen van de afwijking van het verbod op het doden van beschermde dieren, dan wel het voorschrijven van maatregelen, uitgangspunt moet zijn. Er dient ten minste te worden gekozen voor een oplossing die de nadelige gevolgen voor de dieren zo veel mogelijk beperkt.
Het college dient objectief verifieerbaar te onderbouwen dat er een probleem is en dat andereoplossingen niet volstaan – hetzij omdat ze het probleem niet oplossen, hetzij omdat ze technisch niet haalbaar zijn. Dit moet met een wetenschappelijke of technische onderbouwing geschieden. Indien een maatregel het probleem slechts gedeeltelijk oplost, maar wél een reducerend effect heeft, dan dient deze maatregel eerst te worden uitgevoerd. Alleen voor het resterende probleem mag een dodelijke ingreep zoals afschot worden toegestaan, en ook dan slechts indien deze in proportie staat tot de resterende schade of dreiging.
Het is dus niet voldoende om te stellen dat bepaalde maatregelen zijn getroffen of overwogen; er moet sprake zijn van een volledige, concrete en objectieve motivering. Daarbij moet ook duidelijk worden gemaakt wat het resterende probleem is, na toepassing van de alternatieven, en voor welk deelprobleem het afschot nog noodzakelijk wordt geacht. Een dergelijke motivering ontbreekt in het bestreden besluit.
Effectieve maatregelen zijn bijvoorbeeld: Ecoducten en faunatunnels, olfactorische afweermiddelen, dynamische wildwaarschuwingssystemen / vroege waarschuwingsdetectiesystemen, verlagen tvan de oegestane snelheid, de weg permanent of gedurende bepaalde perioden van de dag of het jaar afsluiten, het gebruik van de weg door bepaalde voertuigen verbieden, de weg minder aantrekkelijk maken voor weggebruikers, de weggebruikers een alternatieve comfortabelere of snellere route aanbieden, een alternatief vervoermiddel aanbieden, zoals trein of bus, zodat de weg minder wordt gebruikt. Ook worden genoemd, de herinrichting van habitats, ontsnippering van leefgebied, handhaven op rijsnelheid.
Dit zijn allen andere bevredigende oplossingen die kennelijk niet zijn onderzocht en/of toegepast. Ondanks het grote scala aan beschikbare ‘andere bevredigende oplossingen’ is het college toch overgegaan tot vergunningverlening voor afschot. Het college heeft dus niet op basis van objectieve, concrete en verifieerbare gegevens inzichtelijk gemaakt dat redelijkerwijs beschikbare alternatieve maatregelen ontoereikend zijn en dat afschot noodzakelijk is voor het resterende verkeersveiligheidsprobleem. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde dat geen andere bevredigende oplossing bestaat en het besluit had daarom niet mogen worden genomen.
Daarnaast zijn Animal Rights en Fauna4Life van mening dat afschot geen geschikte of bevredigende oplossing is. Het bestreden besluit veronderstelt dat afschot leidt tot lagere dichtheden van reeën en daarmee tot minder aanrijdingen. Deze aanname is echter op geen enkele wijze overtuigend onderbouwd. Het aantal aanrijdingen fluctueert, ondanks het uitgevoerde afschot de afgelopen jaren. Het aantal reeën fluctueert en het aantal geregistreerde aanrijdingen neemt niet af, maar is juist gestegen van 679 in beheerjaar 2015 naar 952 in beheerjaar 2023 en 944 in beheerjaar 2024. Ook op het niveau van afzonderlijke wildbeheereenheden (wbe) blijkt geen consistent verband tussen afschot en een afname van het aantal aanrijdingen. In verschillende wbe’s blijven de aantallen aanrijdingen hoog of nemen deze toe ondanks substantieel afschot. De overgelegde cijfers onderbouwen niet dat het afschot daadwerkelijk leidt tot een vermindering van het aantal verkeersongevallen.
Duidelijk is dat het risico op ernstig letsel in hoge mate wordt beïnvloed door het gedrag van weggebruikers, met name de gereden snelheid, en niet door de absolute omvang van de reeënpopulatie. Onderzoek van SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) wijst uit dat menselijk gedrag (in)direct een rol speelt bij meer dan 90% van de verkeersongevallen. Voor het verbeteren van verkeersveiligheid ligt het daarom bij uitstek meer voor de hand maatregelen te treffen die gericht zijn op het rijgedrag van weggebruikers, zoals structurele snelheidsverlagingen, handhaven op maximum snelheden, en gerichte voorlichting. Dergelijke maatregelen dragen bij aan daadwerkelijke risicobeheersing, in tegenstelling tot het stellen van een arbitraire bovengrens van 600 aanrijdingen per jaar en overeenkomstig afschot van reeën.
Ook uit het rapport van G. Groot Bruinderink, ‘Factoren bij aanrijdingen met wilde hoefdieren op de Veluwe’, blijkt niet dat afschot van reeën leidt tot het verbeteren van de verkeersveiligheid wat betreft aanrijdingen met reeën. In tegendeel; in het bewuste rapport (p. 27) staat dat in het duister wordt getast over het precieze effect van afschot op populatiedichtheid; daaraan voegen de stichtingen toe, ‘laat staan op het aantal aanrijdingen’.
Ondanks dat er wellicht gesteld kan worden dat er bij meer dieren meer aanrijdingen zijn, is de effectiviteit van afschot niet bekend/ aangetoond en kan het daarom niet prevaleren boven andere maatregelen die te nemen zijn voor het verbeteren van de verkeersveiligheid.
Uit de richtsnoeren van de Europese Commissie volgt dat de beoordeling of een andere oplossing in een bepaalde feitelijke situatie bevredigend is, “moet berusten op objectief controleerbare factoren, zoals wetenschappelijke en technische overwegingen” en dat “indien er een andereoplossing bestaat, moeten alle argumenten dat deze niet bevredigend is overtuigend zijn.” De keuze voor afschot voldoet hier geenszins aan.
Al met al ontbreekt iedere overtuigende motivering dat afschot daadwerkelijk bijdraagt aan het verminderen van aanrijdingen en het verbeteren van de verkeersveiligheid.
Bij het gebruik van het belang ‘volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang’, zoals het geval is bij deze vergunning, moet “met voldoende bewijs” worden aangetoond “dat er een verband bestaat tussen de afwijking en de genoemde doelstellingen van groot openbaar belang.” “Een omgevingsvergunning kan alleen verleend worden als de activiteit aantoonbaar een van de genoemde belangen dient,” staat in de Richtsnoeren.
In de aanvraag en het besluit moet dus zijn aangetoond dat met het doden van reeën het opgegeven belang wordt gediend. Geenszins is onderbouwd waarom 600 aanrijdingen acceptabel is en alles daarboven niet; geenszins is toegelicht waarom een dergelijk streefgetal kan worden aangehouden als zijnde een ‘redelijke invulling van het begrip openbare veiligheid’. Verschillende rechtbanken bevestigden dat al eerder.
Daar komt nog bij dat het college weliswaar een provinciale streefnorm van maximaal 600 aanrijdingen per jaar hanteert, maar daarbij is geen enkele gebiedsdifferentiatie gemaakt, terwijl het aantal aanrijdingen per wildbeheereenheid sterk uiteenloopt: van 9 tot 88 per jaar (2024). Het verlenen van één generieke toestemming voor de gehele provincie, voor de duur van vier jaar, doet dan ook onvoldoende recht aan deze verschillen. Dit is volgens de stichtingen nog een extra bevestiging van hun standpunt dat het baseren van een zwaarwegend wettelijk belang, waarmee afschot wordt gerechtvaardigd, op enkel een provinciale streefnorm, geenszins volstaat.
Waar volgens de stichtingen wél naar zou moeten worden gekeken, zijn de omstandigheden in de betreffende gebieden waar de reeën voorkomen en de omstandigheden waaronder aanrijdingen plaatsvinden.
Zoals reeds beschreven, heeft onderzoek van de SWOV uitgewezen dat menselijk gedrag een belangrijke rol speelt bij meer dan 90% van de verkeersongevallen. In toenemende mate heeft afleiding door bijvoorbeeld het gebruik van de mobiele telefoon, stress of vermoeidheid een zeer negatieve invloed op de verkeersveiligheid. Ook normvervaging en normoverschrijdend gedrag onder automobilisten heeft een toenemende rol als het gaat om risicovol, onveilig verkeersgedrag.
In het “Strategisch Plan Verkeersveiligheid Drenthe 2022-2026” komen aanrijdingen met wild/ree niet voor. Aanrijdingen met wild vormen geen factor in de Drentse verkeersveiligheid. Ook de Drentse campagne ‘Samen richting nul’ 3 bevat geen enkele sensibilisering over overstekend wild. De stichtingen zien hierin bevestigd dat het probleem van de verkeersveiligheid in de kern niet is gelegen bij reeën; bij het zoeken van een oplossing van dit probleem moet dan ook niet gezocht worden bij afschot van beschermde dieren.
Het college stelt dat in situaties van aanrijdingen, ernstige verwondingen of ziekte sprake kan zijn van acuut en onherstelbaar dierenleed en dat daarom een snelle en effectieve ingreep noodzakelijk is. Uit het besluit blijkt niet aan de hand van welke objectieve criteria wordt vastgesteld dat een ree zodanig ziek, gewond of gebrekkig is dat afschot noodzakelijk is. Evenmin is geregeld wie deze beoordeling verricht en over welke deskundigheid deze persoon dient te beschikken. De enkele verwijzing naar “zieke of gebrekkige dieren” is daarvoor onvoldoende. Niet iedere verwonding of ziekte sluit immers herstel of behandeling uit. Niet is onderzocht in hoeverre opvang, veterinaire behandeling of inschakeling van een dierenambulance mogelijk is. Zonder nadere motivering kan niet worden aangenomen dat personen die bevoegd zijn tot afschot tevens beschikken over voldoende veterinaire deskundigheid om te beoordelen wanneer herstel redelijkerwijs uitgesloten is en onmiddellijke doding noodzakelijk is.
Uit voorschrift 13 en het Faunabeheerplan volgt dat de vergunning nader wordt uitgewerkt in jaarlijks op te stellen werkplannen. In deze werkplannen wordt per wildbeheereenheid beschreven welke knelpunten zich voordoen en hoeveel reeën moeten worden gedood ter behartiging van de wettelijke belangen waarop de vergunning is gebaseerd. Daarmee bevatten de werkplannen niet slechts uitvoeringsaspecten, maar vormen zij een essentieel onderdeel van de beoordeling of afschot in een concrete situatie noodzakelijk is. Deze beoordeling dient echter voorafgaand aan de vergunningverlening plaats te vinden en mag niet worden doorgeschoven naar een later vast te stellen document. De omgevingsvergunning is daarmee op voorhand verleend en dat mag niet.
Slotsom De stichtingen stellen dat het college ten onrechte is overgegaan tot het (ten dele op voorhand) verlenen van een omgevingsvergunning flora- en fauna- activiteit voor afschot van reeën in de provincie Drenthe. Aan de bestreden omgevingsvergunning ligt ten onrechte geen deugdelijke en volledige afweging van andere bevredigende oplossingen (per werkbeheereenheid) ten grondslag. Tevens is niet aangetoond dat het afschot daadwerkelijk bijdraagt aan een verhoging van de verkeersveiligheid. Daarbij mist tevens een deel van de motivering, aangezien nog nadere werkplannen dienen te worden opgesteld. Het bestreden besluit kan dan ook geen stand houden. De stichtingen verzoeken de commissie rechtsbescherming derhalve om aan het college te adviseren het bezwaar gegrond te verklaren, het bestreden besluit te vernietigen en de aangevraagde omgevingsvergunning alsnog te weigeren.
Na Zeeland is ook in Drenthe en Flevoland de reeën-slachting gestaakt!
Op 28 januari 2025 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen Animal Rights en Fauna4Life enerzijds en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland anderzijds, over het afschieten van reeën.
Spoedeisend belang
De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
In deze zaak bestaat er voldoende spoedeisend belang bij beoordeling van het verzoek tot er op het beroep van verzoeksters is beslist. Op de zitting heeft de Faunabeheereenheid desgevraagd toegelicht dat het quotum nog (lang) niet is gehaald en dat er in februari, maart en april naar verwachting in totaal nog zo’n 500 reeën zullen worden geschoten.
Noodzaak
De voorzieningenrechter kan volgen dat gedeputeerde staten meer dan één aanrijding met een ree per dag veel vinden, maar dat daarmee ook sprake is van een noodzaak tot ingrijpen in het belang van de volksgezondheid is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter wijst er op dat de ontheffing niet mag worden verleend in het belang van de verkeersveiligheid in het algemeen, maar in het belang van de verkeersveiligheid waar het de volksgezondheid betreft Gedeputeerde Staten hebben geen inzicht gegeven in de aard en ernst van de geregistreerde aanrijdingen met reeën in Flevoland. Als de meeste aanrijdingen alleen resulteren in (lichte) blikschade bijvoorbeeld, kan niet worden gesproken van een gevaar voor de volksgezondheid.
Verder heeft de voorzieningenrechter twijfels aan de door gedeputeerde staten gestelde positieve relatie tussen de populatieomvang en het aantal aanrijdingen met reeën in Flevoland.
Andere bevredigende oplossingen
De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat gedeputeerde staten in het bestreden besluit, de ontheffing en de daaraan ten grondslag liggende documenten, ook onvoldoende hebben onderbouwd dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan waarmee (in elk geval deels) het aantal aanrijdingen met reeën in Flevoland tot een verkeersveilig niveau kan worden teruggebracht.
Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat ontheffing uitsluitend wordt verleend als er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Dit betekent dat nauwkeurig en toereikend moet zijn gemotiveerd dat er geen alternatieve maatregel bestaat waarmee het nagestreefde doel op een bevredigende manier kan worden bereikt die geen of een geringere overtreding van de verbodsbepaling betekent.
De voorzieningenrechter acht de motivering van de provincie Flevoland te algemeen en daarmee onvoldoende toereikend. Gedeputeerde staten hebben de maatregelen in het bestreden besluit omschreven, maar hebben niet inzichtelijk gemaakt tot welke resultaten die leiden. Informatie over locaties, aantallen en tijdstippen van de aanrijdingen, kenmerken van de weg, ligging in het landschap en reeds uitgevoerd beheer ter plaatse, alsook een goed gedocumenteerde beoordeling daarvan ontbreekt. Ook zijn geen objectief verifieerbare factoren, zoals wetenschappelijke en technische overwegingen genoemd die de conclusie onderbouwen dat de maatregelen geen bevredigend alternatief vormen.
Belangenafweging
Gedeputeerde staten en de Faunabeheereenheid wijzen er op dat de meeste aanrijdingen in de eerste maanden van het jaar plaatsvinden. De reebokken vertonen dan territoriaal gedrag en verdrijven de jonge bokken, die gaan zwerven op zoek naar een eigen territorium. Schorsing zal volgens gedeputeerde staten verder resulteren in een ongehinderde groei van de populatieomvang met alle gevolgen van dien.
De voorzieningenrechter is van mening dat sprake is van onverwijlde spoed nu de ontheffing nog steeds wordt gebruikt, en dat de rechter gerede twijfels heeft over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Tegen deze achtergrond leggen de belangen van Animal Rights en Fauna4Life meer gewicht in de schaal dan de belangen van gedeputeerde staten en de Faunabeheereenheid bij gebruikmaking van de ontheffing. De gevolgen van het afschot zijn immers onomkeerbaar, en de vraag of het uitblijven van afschot zal leiden tot een onaanvaardbaar gevaar voor de verkeersveiligheid staat juist ter discussie.
Conclusie
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit en de verleende ontheffing tot en met de behandeling op een zitting van het beroep door de meervoudige kamer van de rechtbank. Dat betekent dat de Faunabeheereenheid tot en met de zitting in de bodemprocedure niet mag schieten op reeën op grond van deze ontheffing.
Zeeland
Op 18 oktober 2024 oordeelde de rechtbank Zeeland-West-Brabant dat Gedeputeerde Staten van Zeeland onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het terugbrengen van de populatie van het ree noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid: “De beroepen zijn gegrond, omdat verweerder niet in redelijkheid de gevraagde ontheffing heeft kunnen verlenen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.” De provincie verleende in december 2023 een ontheffing om tot en met 2029 reeën af te schieten.
Op 29 januari 2025 trekt de provincie Groningen de op 24 juli 2023 verleende ontheffing voor het doden van reeën in, nadat eerder op 29 augustus 2024 het verzoek om een voorlopige voorziening van Fauna4Life werd toegewezen en het bestreden besluit geschorst werd. Gedeputeerde Staten van Groningen zijn tot de conclusie gekomen dat de door hen verleende vergunning op basis van de huidige motivering niet in stand kan blijven.
Update – Uitspraak
In de uitspraak van 25 maart 2025 over de geplande massamoord op reeën in Flevoland, zogenaamd ten behoeve van de verkeersveiligheid, ondergraaft de Rechtbank Midden-Nederland de bescherming van wilde dieren in Nederland en levert ze uit aan de willekeur van de jagers en hun gewillige marionetten, de provinciebestuurders:
”De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals eisers stellen, in deze zaak het strengere toetsingsregime uit de Habitatrichtlijn toe te passen.”
Ook verder gaat de rechtbank nonchalant en gemakzuchtig mee in het sprookje dat de provincie en jagers oplepelen:
”Daarbij heeft het college overigens terecht gesteld dat de aard en de ernst van de aanrijding er niet toe doet.”
”De rechtbank oordeelt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen andere bevredigende oplossing is dan het doden van het ree.”
”Dat betekent dat afschot dus niet pas als laatste redmiddel aan de orde komt.”
Dit alles betekent dat na 28 maart 2025 de massaslachting van reeën in Flevoland is begonnen.
Omdat deze ontheffing eindigt op 30 april 2025 zou een hoger beroep pas dienen als deze ontheffing verlopen is.