TBC en de hebzucht van apendealer Hartelust – een tijdlijn

Bron foto: Vlaamse dienst Dierenwelzijn.

Op 9 februari 2024 wordt dierenrechtenorganisatie Animal Rights getipt door haar Spaanse collega’s van Abolición Vivisección over een tuberculose uitbraak onder makaken in het Catalaanse dierproevencentrum Anapath Research. De makaken waren afkomstig uit Vietnam en in de EU geïmporteerd via Nederland door apenhandelaar Hartelust BV uit Tilburg.

Op 22 februari vraagt Animal Rights met een beroep op de Wet open overheid (Woo) bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om alle documenten over gevallen van tuberculose bij primaten die door Nederland zijn in-, uit- of doorgevoerd.

De Nederlandse overheid doet er echter alles aan om transparantie over wat er met proefdieren gebeurt te voorkomen. In de documenten die wel vrijgegeven worden, zijn de namen van de betrokken bedrijven, landen, plaatsnamen, diersoorten en aantallen gelakt.
Men beroept zich daarbij op dreiging/onheuse bejegening/in een kwaad daglicht stellen, maar dit is geen weigeringsgrond én geen omstandigheid die ervoor kan zorgen dat er bij openbaarmaking sprake is van onevenredige benadeling. De zaak loopt nog.

Ondanks deze bewuste sabotage van openheid rondom proefdieren en dankzij eigen onderzoek en contacten in het buitenland heeft Animal Rights de gebeurtenissen van eind 2022 tot en met juli 2023 in relatie tot de TBC uitbraak onder makaken bij Hartelust toch weten te reconstrueren.

Op 3 februari 2023 vertrekt er vanuit Ho Chi Minh City, Vietnam een vlucht met 480 Macaca fascicularis, de java-aap of krabbenetende makaak, aan boord in kleine houten kratten.
Het Vietnamese CITES (de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) bureau heeft hiervoor op 28 oktober 2022 een vergunning afgegeven die geldig is tot 26 april 2023 (CITES VNMK 02112022 / 224009S). Het gaat om 320 mannetjes en 160 vrouwtjes.

Op 5 december stuurt de RVO in haar hoedanigheid van het Nederlandse CITES-bureau een ontvangstbevestiging voor de importaanvraag (aanvraagnummer: 4890027545823) van Hartelust.

Hartelust heeft haast. Op 1 december 2022 mailt hij met de RVO:
“Ik verzoek u vriendelijk doch dringend enige spoed te betrachten aangaande het verlenen van de invoervergunning. Het bedrijf waar wij zaken mee doen heeft in het verleden al leveringen gedaan en moet dus bekend zijn bij het internationaal CITES bureau.

Verder laat ik u weten dat wij inmiddels 2.000.000 dollar bij dit bedrijf hebben uitstaan als aanbetaling voor de leveringen. U zult begrijpen dat het voor ons bedrijf van cruciaal belang is dat de activiteiten omtrent invoer zo spoedig mogelijk van start kunnen gaan.”

Op 10 januari vraagt Hartelust:
“is er al iets bekend over onze import cites? deze aanvraag loopt nu al meer dan 2 maanden en is echt onwerkbaar op deze manier.”

Het CITES bureau/RVO laat Hartelust diezelfde dag weten dat het de taak is van de Wetenschappelijke Autoriteit (WA) van CITES om vast te stellen dat alle 480 geleverde apen inderdaad in gevangenschap zijn geboren en getogen en dus oorsprongscode C mogen hebben.

“De WA zoekt dit nu uit met de autoriteiten van Vietnam. Het zou ons helpen als u ook informatie over de [Vina Mekong Group] kunt overleggen waaruit blijkt dat dit een betrouwbaar bedrijf is en dat met hun dierregistratie systeem overtuigend kan worden aangetoond dat de dieren in gevangenschap zijn geboren uit Java apen die ook in gevangenschap zijn geboren.”

Hartelust wordt er verder op gewezen dat er recent in de VS weer mensen zijn gearresteerd, die betrokken waren bij de illegale handel in wilde java-apen voorzien van oorsprongscode C. “Het is in uw en ons belang om er nauwkeurig op toe te zien dat hiervan in dit geval geen sprake is.”

Op 12 januari laat de RVO aan Hartelust weten:
“Uiteraard twijfelen wij niet aan uw goede intenties. Alle partijen moeten gelijkwaardig behandeld worden en houden wij 1 lijn aan. Zeker wanneer misstanden zijn ontstaan is het goed om hier voorzichtig mee om te gaan. Ook al is een bedrijf geregistreerd, dit wil nog niet altijd 100% garantie bieden dat alles ook juist gaat. Vandaar dat onze WA de keuze maakt om Vietnam te consulteren en voorlopig geen meerjarig advies af te geven.

Uw aanvraag met nummer 4890027545823 is wat later opgepakt dan u van ons gewend bent, excuses hiervoor. We hebben een behandeltermijn van 4 weken en bij drukte kan het voorkomen dat pas tegen het einde van dit termijn de aanvraag wordt opgepakt. Als er dan nog een advies nodig is, kan de aanvraag inderdaad vertraging oplopen. Onze excuses hiervoor, maar helaas is dit niet altijd te voorkomen.

Hopelijk krijgt de WA snel een reactie vanuit Vietnam zodat wij advies ontvangen en we uw aanvraag kunnen afhandelen. U zou uw contactpersoon in Vietnam kunnen contacteren om te vragen contact op te nemen met de Vietnamese autoriteiten. Dit zou eventueel iets kunnen bespoedigen.”

Op 18 januari dringt Hartelust opnieuw aan:
“Goede morgen,
Op dit moment hebben wij de mogelijkheid om onze dieren uit Vietnam binnenkort te vervoeren per luchtvracht naar Nederland.
Deze dieren wachten nu al ruim ± 3 maanden in […] en zijn volledig klaar voor transport naar NL/EU.
NVWA & TRACÉS is al compleet en ook de benodigde Export CITES.
Vriendelijk en beleefd verzoek ik nogmaals om de NL import CITES nu al ± 3 maanden in behandeling spoedig te verlenen.
Ook heeft de farm VNMK volgende bericht gestuurd vandaag…
I am ready for your transport of 480 monkeys, you can rest assured and not worry , / was informed Cites Vlet Nam also confirmed the legality of Vina Mekong Company with Cites Netherlands! thank you!
In afwachting en met vriendelijke groet,”

Op 24 januari geeft de WA een ‘éénmalig positief advies’ (4890027545823 / CC22/240-3) “over de invoer van levende exemplaren van de soort Macaca fascicularis, oorsprong C, afkomstig van [Vina Mekong Group] uit Tay Ninh, Vietnam, bestemd voor [Hartelust] bv uit Tilburg, doel M.”
Doel M is biomedisch onderzoek.

“De WA vindt het aannemelijk dat het hier gefokte exemplaren betreft en is derhalve van mening dat invoer van 480 levende exemplaren van de soort Macaca fascicularis, oorsprong C, afkomstig van Vina Mekong Group uit Tay Ninh, Vietnam, geen nadelige effecten heeft op de wilde populaties.”

Dit, ondanks dat de soort is aangemerkt door de IUCN als ‘endangered’ en er wereldwijd grootschalige handel plaatsvindt. “Deze handel omvat met name levende exemplaren en weefsel samples van wilde en gefokte exemplaren die bestemd zijn voor medisch en wetenschappelijk onderzoek.”

De 480 makaken landen 4 februari 2023 op Maastricht Aachen Airport en worden in busjes naar Tilburg, de thuisbasis van Hartelust, vervoerd.

Op 15 maart begint Hartelust met het verspreiden van de apen (en daarmee de nog verborgen ziekte TBC onder hun leden) over Europa. Op 15 maart vertrekken 32 makaken naar Duitsland en 100 naar Spanje. Op 20 maart nog eens 60 naar Spanje.
Uit de originele groep van 480 makaken bij Hartelust in Tilburg gaan zo apen naar ‘erkende proefdiercentra’ in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Hongarije en Italië. Het laatste transport is op 13 april.

Op 28 april ontvangt het ‘NVWA National Contact Point Animal Welfare and Animal Health’ een verontrustende email van La Direction générale de l’alimentation (DGAL, de Franse NVWA) van le ministère de l’Agriculture et de la Souveraineté alimentaire (de Franse LNV): “Dear Colleagues,
We received a non-negative result on a tuberculosis PCR following an autopsy on a macaque arrived in France. This animal was very weak and died in the days following its arrival.

This macaque belongs to a batch of 20 animals arrived on 30th March from the Netherlands TRACES […] from an establishment in which they were in quarantine.
[Hartelust]
Some other macaques in the lot show also positive reactions to the search for tuberculosis. These animals are believed to be from a batch of 480 animals from Vietnam.
These establishments are approved and must therefore have a surveillance programme for these diseases.
Please inform us of the follow-up given to this report.
Best regards,”

De NVWA vraagt om het id-nummer van de makaak, welke TBC-test uitgevoerd is en informeert de Fransen: “In the meantime Hartelust has been blocked and we are tracing the other 460 animals from Vietnam.”

De NVWA bezoekt het bedrijf op 1 mei.
Volgens de administratie van Hartelust zijn de makaken op 19 februari en 19 april negatief getest voor tbc.

Op 2 mei wil de GGD weten of het gaat om open TBC. De NVWA antwoordt ontkennend: “haarden gevonden in milt en lever, dus geen open TBC.”

Op 3 mei komt er bericht vanuit Frankrijk. Het gaat om de TBC variant M. caprae.

Op 26 juni gaat de NVWA samen met de dierenarts van Hartelust tuberculineren (de NVWA moest het product eerst bestellen).
Bij een tuberculinatie of huidtest wordt in in de huid een zogenaamde tuberculine ingespoten, een proteïnenmengsel verkregen uit de bacterie Mycobacterium bovis. Met tuberculine wordt een huidreactie opgeroepen bij dieren die besmet zijn (geweest).
Eén makaak overlijd gedurende de narcose met ketamine.

Op 29 juni worden de resultaten ‘afgelezen’. 15 makaken blijken positief te testen voor TBC, waarvan 3-4 dubieus. Het NVWA Incidenten- en Crisiscentrum (NVIC) geeft opdracht tot euthanasie van de 15 dieren en hun afvoer naar Wageningen Bioveterinary Research Lelystad voor necropsie.

De NVWA Chief Veterinary Officer (CVO) vraagt waarom de positief getuberculineerde makaken niet elders ondergebracht kunnen worden? De NVWA raadt dit af, onder andere omdat de dieren vervolgens nog zes maanden aan de antibiotica zouden moeten. Bovendien zijn de overige apen bij Hartelust ook nog verdacht, dan moet je alle makaken opvangen, dit raadt de NVWA af.

De overige makaken blijven op locatie in Tilburg geblokkeerd in de isolatieruimte op de eerste verdieping in verschillende hokken, totdat de uitslagen van nader onderzoek (PCR (Polymerase Chain Reaction (polymerase ketting- reactie)) en BO (bacteriologisch onderzoek)) bekend zijn.

Op 30 juni blijkt uit sectie op de 15 afgemaakte dieren dat 5 van hen ernstige granulomateuze (opeenhopingen van afweercellen) ontstekingen in de longen hadden. Bij de andere apen zijn er ook vergelijkbare ontstekingen in de buik.

Op 4 juli is er ook de uitslag van de PCR. 12 van de 15 makaken hebben een positieve PCR op Mycobacterium complex, 14 van de 15 hebben laesies (schade aan weefsel) op de longen wat duidt op Mycobacterium complex.

Hartelust besluit alle makaken af te laten maken.

Op 6 juli volgen de uitslagen van PCR genotypering van 95 monsters: 20x M. caprae.

Op 18 juli worden alle overgebleven apen afgemaakt door de dierenarts van Hartelust onder toezicht van een dierenarts van de NVWA en aansluitend ter destructie afgevoerd. Op 28 juli stelt de NVWA vast dat de verblijfplaats van de bedoelde apen is gereinigd en ontsmet (R&O).

Op 31 juli 2023 volgt de opheffing van de verdachtverklaring TBC.

Op 5 juni 2024 antwoordt de minister dat in totaal 177 apen geëuthanaseerd zijn in Tilburg. We weten uit Spanje dat AnaPath in Barcelona alle 114 makaken heeft afgemaakt en ook het Franse laboratorium waar de eerste besmetting werd vastgesteld doodde alle 20 apen. Animal Rights gaat ervan uit dat alle 480 makaken die op 4 februari in Maastricht landden zijn afgemaakt.

Eind juli kan Hartelust dus verder met ‘business as usual’, het dealen in aapjes. 480 individuele levens zijn volstrekt zinloos vernietigd, opgeofferd aan de hebzucht van een apenhandelaar, gefaciliteerd door gewetenloze overheidsorganisaties als LNV, NVWA en RVO.

Het moge duidelijk zijn dat Animal Rights tegen iedere vorm van dierproeven is. Het is een morele nullijn die niet overschreden mag worden. Er moet ingezet worden op alternatieven. Hartelust dient te worden gesloten!

Olifant Buba overleden

Uit Hongarije komt het trieste bericht dat olifant Buba is overleden. Triest omdat Buba nooit van (relatieve) vrijheid en rust heeft kunnen genieten in een gespecialiseerd opvangcentrum. Buba is door haar dood nu wel bevrijd van een leven van circus-slavernij.

Lees ook:

Op 30 december plaatste Kimba Elefant Park het volgende bericht (vertaald uit het Hongaars) op sociale media:
“Helaas is dit het moment om te melden… Buba, die 3 jaar geleden vanuit Nederland aankwam in Kimba Park, overleed aan een maag-darmontsteking.
[…]
Buba was een circusdier, die op verzoek van de eigenaar door Kimba Park werd geaccepteerd.
[…]
Na de eerste tekenen die wezen op ziekte, behandelden we haar met hulp van de eigen dierenarts van het park en met advies van twee specialistische dierenartsen uit de dierentuin, maar haar toestand ging snel achteruit en Buba was binnen enkele dagen weg…”

In Nederland kennen we Buba als de laatste olifant die door een circus werd meegesleept. Sinds 15 september 2015 geldt er in Nederland een verbod op wilde dieren in het circus. Circus Freiwald kreeg voor Buba een ontheffing. Buba mocht van het ministerie voorlopig meereizen met het circus op voorwaarde dat deze zou meewerken aan opvang zodra een geschikte locatie zich aandiende. Voorwaarde was ook: de olifant mag niet in direct contact komen, of aangeraakt worden, door publiek, een verbod dat meermaals werd overtreden. Dat opvangcentrum werd eind 2020 gevonden, namelijk Elephant Haven in Frankrijk, maar Freiwald weigerde mee te werken.

Midden april 2020 bleek het circus met Buba gestrand te zijn op een veldje in het Noord-Limburgse Beringe dat was omgetoverd tot een tentenkamp/trailerpark. Vanwege corona waren circusshows net als andere evenementen voorlopig afgelast.

Buba leek vervolgens toch naar Elephant Haven te gaan, maar de Tweede Kamer neemt in december 2020 twee moties aan die de regering verzochten er zorg voor te dragen dat Buba bij haar ‘eigenaar’ kon blijven.
Toenmalig Landbouwminister Schouten negeerde de eigen ambtenaren, die haar afraadden om mee te gaan in het sentiment van de PVV- en CDA-moties, met Buba als hulpeloos slachtoffer. Schouten verleende Freiwald een permanente ontheffing om Buba (en zebra Smiley) bij het circus te laten blijven.

Animal Rights en Bite Back vochten die ontheffingen met succes aan, maar begin 2022 bleek Buba met medewerking van de NVWA en de RVO te zijn verplaatst naar het ‘Kimba Elefánt Park’ in Töltéstava, Hongarije: een attractiepark/circus waar wilde dieren gedwongen worden om publiek te vermaken met kunstjes.
De dierenrechtenorganisaties gaan ook met de NVWA en RVO de juridische strijd aan om deze onrechtmatige daad teniet te doen. Deze zaken liepen nog.

Buba is niet de eerste olifant die bij Kimba crepeert. Medio oktober 2020 werd bekend dat twee van de vijf olifanten van de Casselly’s al in augustus waren overleden, maar dat de familie dat twee maanden geheim hield. Volgens een informant liet het circus Mambo, Betty en Tonga ’s nachts in een vrachtwagen achter en trof het het drietal de volgende ochtend buiten bewustzijn aan, vermoedelijk door onvoldoende luchttoevoer. Tonga was in comateuze toestand, maar overleefde.

Naast droefheid over de dood van Buba leeft bij de dierenrechtenorganisaties vooral ook de woede over het onrecht dat deze olifant werd aangedaan door Circus Freiwald, populistische politici, de landbouwminister en de NVWA- en RVO-bureaucraten. We hebben voor haar gedaan wat we konden.

Rust zacht lieve Buba!

Animal Rights luidt noodklok over aantal verkeersslachtoffers onder wolven

Er werden in 2024 23 dode wolven gevonden in Nederland, 19 daarvan kwamen hoogstwaarschijnlijk om door een aanrijding. Dat houdt in dat meer dan 80% van de wolven die in Nederland sterven, op dit moment omkomen in het verkeer.

Volgens de laatste voortgangsrapportage van BIJ12 uit september over de periode van 16 februari tot en met 17 mei 2024, waren er op dat moment 11 roedels en naar schatting 104-124 wolven in Nederland. 1

We verloren dit jaar dus meer dan 15% van de Nederlandse wolven in het verkeer. Het zal vooral om zwervende jongeren en minder ervaren welpen gaan, maar de informatie/openheid hierover is beperkt en komt met grote vertraging tot ons.

De uitzonderingen

Van een karkas gevonden op 23 mei in Hoog Soeren (Gelderland) is de doodsoorzaak onbekend. Bij een dode wolf gevonden op 14 augustus op de Hoge Veluwe (Gelderland) gaat men uit van een natuurlijke dood. Bij de wolf die dood gevonden werd op 23 november langs de Houtkampweg in Nationaal Park Hoge Veluwe (Gelderland), vermoedt men een conflict tussen wolven. Op 20 september komt zo waarschijnlijk ook ‘mankepootje’ om het leven. De doodsoorzaak is nog niet bekend, maar ook hier gaat het mogelijk om een confrontatie met een ander roedel.

‘Nooddoding’

Op 29 oktober in Hoog Soeren (Gelderland), op 5 december in Ede (Gelderland) en op 27 december in Pesse (Drenthe), leefde de betrokken wolf nog na de aanrijding, maar werd door een opgeroepen jager of dierenarts gedood. Alleen necropsie resultaten kunnen duidelijkheid geven over de rechtmatigheid hiervan; was de ‘nooddoding’ in het belang van de wolf om ernstig lijden te beëindigen, of was het schot of het spuitje voorbarig en/of gemakzuchtig? Alle protocollen lijken uit te gaan van ‘euthanasie’ als enige reactie en niet of nauwelijks ruimte open te laten voor opvang en rehabilitatie. Dit lijkt in strijd met zowel de beschermingsverplichtingen uit de Habitatrichtlijn als met de zorgplicht uit de Wet dieren en Omgevingswet. Animal Rights zal die necropsie resultaten opvragen.

2023

In 2023 vonden 12 aanrijdingen plaats, waarvan 3 met treinen, en was er in één geval sprake van ‘nooddoding’. Twee dood gevonden wolven stierven vermoedelijk een natuurlijke dood, één dier kwam waarschijnlijk om bij een conflict met andere wolven en één wolf werd geëxecuteerd in het Drentse Wapse.

Het afgesloten ecoduct

Misschien wel het meest tragische ongeval vond op 26 september plaats op de Harderwijkerweg (N310), tussen Otterlo (Gelderland) en ecoduct Oud Reemst. Drie jonge wolven kwamen tegelijkertijd om het leven. De dieren hadden gebruik kunnen maken van het ecoduct, ware het niet dat dit met een hekwerk is afgesloten door het Nationale Park Hoge Veluwe om wolven en herten van buiten te weren. Animal Rights en Faunabescherming zullen binnenkort komen met een handhavingsverzoek om het hek te verwijderen.

Maatregelen

Animal Rights wil sowieso dat de provincies en de Staat meer maatregelen nemen om aanrijdingen met wilde dieren te voorkomen. Animal Rights ziet het nemen van verkeerstechnische maatregelen ter bescherming van de wolf als een vereist onderdeel van de actieve soortenbeschermings- en instandhoudingsverplichtingen die voortvloeien uit de Habitatrichtlijn en de Omgevingswet. Een mooie parallel is de ‘otterzaak’ uit 2014, waarin geconcludeerd werd dat de overheid de verplichting heeft knelpunten aan te pakken waar (veel) otterslachtoffers vielen. 2

Opties zijn lagere snelheden of zelfs het afsluiten van wegen op bepaalde tijden. Er kunnen strategisch hekken bij knelpunten worden geplaatst. Oversteekplaatsen voor de dieren moeten worden gecreëerd met een wildrooster in de weg waar het verkeer dan stapvoets moet rijden of via ecoducten. Afgesloten ecoducten moeten geopend worden.

De aanrijdingen van 2024

23 februari: Kruising Wekeromseweg met Edeseweg/Immenweg Wekerom (Gelderland)
21 maart: A28 Spier (Drenthe)
04 april: N297 Sittard (Limburg)
11 juni: A58 Ulvenhout (Noord-Brabant)
24 augustus: A28 Putten (Gelderland)
05 september: Westenengerdijk, Harskamp (Gelderland)
26 september: Harderwijkerweg (N310), tussen Otterlo en ecoduct Oud Reemst (Gelderland)
29 oktober: Hoog Soeren (Gelderland)
3 november: Arnhemseweg, Otterlo (Gelderland)
9 november: N226 Maarsbergseweg, Leersum (Utrecht)
10 november: A4 tussen Ossendrecht en Woensdrecht (Noord-Brabant)
22 november: Dr. Willem Dreeslaan (N781) in Bennekom (Gelderland)
24 november: N310 Otterlo (Gelderland)
30 november: N855 Wapse (Drenthe)
5 december: A12 Ede (Gelderland)
20 december: Tamoil tankstation op het A18 bedrijvenpark in Wehl (Gelderland)
27 december: A28 Pesse (Drenthe) 3


  1. Voortgangsrapportage ↩︎
  2. ECLI:NL:GHDHA:2014:3522 ↩︎
  3. Dode wolven ↩︎

Ook in 2024 tienduizenden stalbrandslachtoffers zonder zicht op maatregelen

Stalbrand in Landhorst

Ook in 2024 vielen opnieuw tienduizenden slachtoffers bij stalbranden. Op 3 januari al kwamen in Puiflijk (Gelderland) ruim 50.000 kippen om het leven toen de stal waarin de dieren zaten opgesloten afbrandden.

Op 25 maart vond in Boekel (Noord-Brabant) de grootste stalbrand met zoogdieren plaats. 4.000 varkens verbrandden levend of stikten in de rook. Op 14 mei overleden in Mussel (Groningen) “honderden” varkens bij een stalbrand. Op 27 juni sterven 500 varkens in Landhorst (Noord-Brabant). En op 13 september komen bij een brand in een varkensschuur in Beltrum (Gelderland) 700 biggen om.

Op 14 maart, in Werkendam (Noord-Brabant), creperen 40 à 50 schapen bij brand en op 4 november komen in Heeswijk-Dinther (Noord-Brabant) bij een brand in een geitenstal “tientallen geitenlammetjes” om in de vlammenzee.

25 juli is er een brand in een manege in Zeewolde (Flevoland). 16 paarden en 7 pony’s sterven in het vuur.

Op 4 maart komen in Terheijden (Noord-Brabant), ongeveer 20 koeien om het leven bij brand, op 8 april 3 kalveren in Holthone (Overijssel), op 20 november 2 koeien in De Klomp (Gelderland), op 23 november in Wirdum (Groningen) 2 kalfjes en op 10 december komen in Putten (Gelderland) ook 2 kalfjes om het leven, terwijl een onbekend aantal gewond geraakt.

Omdat er geen transparantie is over het aantal slachtoffers bij de verschillende stalbranden en er regelmatig gesproken wordt over “tientallen” of “enkele honderden” omgekomen dieren, valt niet precies te zeggen hoeveel stalbrandslachtoffers er precies vielen in 2024. Uit bovenstaande cijfers concludeert Animal Rights dat het zeker tegen de 60.000 zal lopen.

Meer slachtoffers dan in 2023, minder dan in 2022

Volgens de jaarlijkse Risicomonitor Stalbranden van het Verbond van Verzekeraars waren er in 2023 43 stalbranden, waarbij ruim 37.000 dieren omkwamen. In 2022 kregen Nederlandse agrariërs te maken met 42 stalbranden met ruim 130.000 dierlijke slachtoffers. 2024 zit daar wat aantal slachtoffers dus tussenin.

Ten minste 150 agrarische branden in 2024

Verontrustend is dat Animal Rights uit nieuwsberichten van het afgelopen jaar zo’n 150 agrarische branden haalden, veelal branden in hooischuren en machineopslagplaatsen waar, soms ternauwernood, voorkomen kon worden dat de brand oversloeg naar stallen met dieren, de dieren op tijd verplaatst konden worden, het niet duidelijk werd of er slachtoffers waren, of het onduidelijk bleef of er überhaupt dieren aanwezig waren.

Lees ook:

Onderzoeksraad voor Veiligheid

Op 24 maart 2021 publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) een vernietigend rapport over de aanpak van stalbranden. Een aangescherpte aanpak van stalbranden werd aangekondigd in een Kamerbrief van 8 oktober 2021, maar in oktober 2023 concludeerde de OvV dat er met haar aanbevelingen niets gedaan was.

Goede voornemens

In januari 2024 kondigde demissionair landbouwminister Piet Adema aan dat veeboeren niet alleen voortaan jaarlijks een brandveiligheidskeuring moeten laten uitvoeren, en eens per drie of vijf jaar de elektra en zonnepanelen moeten laten keuren (afhankelijk van het aantal gehouden dieren), maar ook rekening moeten houden met een maximum aan het aantal dieren per ‘brandcompartiment’. Met de maatregelen wilde Adema het aantal stalbranden halveren ten opzichte van 2020.

Naast preventieve maatregelen is er dan voor het eerst ook sprake van schadebeperkende maatregelen die bij het ontstaan van een brand gericht zijn op het beperken van de brand- en rookverspreiding naar dierverblijven en het beperken van slachtoffers.

De brandveiligheidsvoorschriften uit het Bouwbesluit en het denkkader ‘Basis voor brandveiligheid’ van de Brandweer, zijn gebaseerd op het doel om menselijke slachtoffers te voorkomen, niet die van dierlijke slachtoffers. Eind 2024 moest een nieuw denkkader ontwikkelt zijn waarin de dieren betrokken worden om deze vervolgens te verankeren in wet- en regelgeving. Daarover hebben we van de huidige landbouwminister niets meer gehoord.

Wisseling van de wacht en weer uitstel

Sterker nog, landbouwminister Femke Wiersma meldt in december aan de Tweede Kamer dat de invoering van verplichte elektra- en brandveiligheidskeuringen om stalbranden te voorkomen vertraging oploopt. De Autoriteit Toetsing Regeldruk (ATR) vindt het op dit moment onvoldoende duidelijk wat de kosten voor veehouders zullen zijn ten aanzien van herstelreparaties die voortkomen uit de elektrakeuring. Voor de brandveiligheidskeuring heeft dit te maken met het feit dat deze nog in ontwikkeling is.
Daarnaast heeft de Stichting Milieukeur (SMK), dat het keuringsschema ontwikkelt, zorgen geuit over de praktische uitvoerbaarheid en effectiviteit van een jaarlijkse brandveiligheidskeuring.

Animal Rights

Animal Rights vermoedt dat met een minister en staatsecretaris van de BBB op het landbouwdepartement maatregelen ter voorkoming van stalbranden geen prioriteit meer zijn. De dierenrechtenorganisatie gaat ervan uit dat het opnieuw wachten is op een reprimande van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Ook in 2025 zal Animal Rights oog blijven houden voor dit onderwerp.

Stalbrand Boekel, 25 maart, 4.000 varkens dood

Update

In april 2025 komt de jaarlijkse Risicomonitor Stalbranden van het Verbond van Verzekeraars met haar cijfers over 2024: 43 stalbranden en 62.000 dode dieren. 1 9 van de 43 stalbranden (21%) werd veroorzaakt door falende elektra en eenzelfde aantal door werkzaamheden, vergelijkbaar met het jaar ervoor. Werktuigen, vermoedelijke brandstichting, haard/kachel en broei zorgden ieder voor 2 stalbranden. De oorzaak van 17 stalbranden (bijna 40%) is onbekend. 2

54.000 kippen kwamen om bij 1 brand, 8535 varkens, 150 geiten, 45 schapen, 42 runderen en 18 paarden. De cijfers komen niet volledig overeen met die van Animal Rights.

De hoofdconclusie is dat er ondanks al het gepraat en de beloften er dus niets verandert. De beloofde halvering van het aantal branden in 2026 ten opzichte van 2020, toen er 54 branden waren, wordt dan ook steeds minder realistisch.


  1. Weer méér dieren omgekomen door stalbranden in 2024 ↩︎
  2. Risicomonitor Stalbranden ↩︎

In beroep tegen afschieten van halsbandparkieten

Animal Rights en Fauna4Life gaan in beroep tegen de plannen van de provincie Gelderland om halsbandparkieten af te schieten.

Sinds 2015 is in de Europese Unie een Exotenverordening van kracht met als doel de introductie, verspreiding en impact van invasieve exoten in Europa te beperken. Daarbij hoort een lijst met soorten, de zogenaamde Unielijst 1, waartegen de lidstaten gezamenlijk moeten optreden.

Naar mening van Animal Rights is deze lijst eerder een politieke dan een wetenschappelijke lijst, omdat exoten zoals de Amerikaanse nerts (ter bescherming van de bontfokindustrie), de ‘postduif’ en de geliefde huiskat erop ontbreken. De Amerikaanse nerts werd per 7 augustus 2025 alsnog toegevoegd.

Daarnaast is Animal Rights van mening dat alle dieren een gelijk basisrecht op leven en tot bloei komen hebben en gevrijwaard dienen te blijven van vervolging en terreur, ongeacht hun afkomst. Ter voorkoming van de introductie van nieuwe exoten moet de handel in en het bezit van niet-inheemse planten en dieren worden verboden.

Een vrijbrief om exoten af te slachten

Op grond van de Exotenverordening heeft het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland op 12 september 2019 een opdracht verleend aan de Faunabeheereenheid (FBE) Gelderland om diverse uitheemse soorten te doden. Op 15 oktober 2024 is de opdracht aangevuld met meerdere soorten, waaronder de halsbandparkiet.

De halsbandparkiet is niet opgenomen in de Unielijst en niet door de minister aangewezen als invasieve exoot die in het belang van de bescherming van de wilde fauna moet worden bestreden. Dit betekent dat Nederland noch de provincies op grond van de Exotenverordening hoeven op te treden tegen de halsbandparkiet.
Dat houdt ook in dat de omvang van populaties van de halsbandparkiet alleen kan worden beperkt als die beperking nodig is.

Schade en concurrentie?

Volgens het college is de bestrijding van de halsbandparkiet in Gelderland nodig om belangrijke schade aan gewassen te voorkomen en ter bescherming van inheemse fauna.

In de aanvraag om de opdracht aan te vullen stelt de FBE dat te verwachten is dat de halsbandparkiet schade gaat veroorzaken in fruitteelt. Volgens Fauna4Life en Animal Rights is met enkel de “verwachting” van de jagersclub geen noodzaak aangetoond om ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen de opdracht te verlenen de halsbandparkiet te doden. Bovendien is de “verwachting” nergens op gebaseerd.

Zo beschrijft de Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland (SOVON) 2 in een risico-analyse dat een schademelding voor halsbandparkieten tot dan toe nog nooit gedaan is en het waarschijnlijk lijkt dat landbouwschade momenteel een incidenteel karakter heeft.
Indien dit dermate veranderd is dat ingrijpen door de provincie noodzakelijk wordt geacht, dient het college cijfermatig te onderbouwen dat sprake is van belangrijke schade en waarom ingrijpen in de gehele provincie (en niet per schadelocatie) nodig (alsmede effectief en doeltreffend) is. Dat is niet gebeurd.

Ook het Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) 3 adviseert dat nader onderzoek nodig is, met name met het oog op het voorkomen van land- en tuinbouwschade. Zo zou afschot bij grote aantallen papegaaiachtigen niet werken en ongewenst zijn, met name in stedelijke omgeving. Nader onderzoek is, zover de stichtingen uit het dossier opmaken, niet uitgevoerd.

In de aanvraag om de opdracht aan te vullen stelt de FBE dat de halsbandparkiet een negatief effect heeft op de inheemse diersoorten zoals de boomklever. Volgens de stichtingen is een dergelijk negatief effect niet aangetoond. Zo schrijft de Vogelbescherming 4 dat concurrentie met kauwtjes, spechten en uilen om beschikbare broedholten slechts in geringe mate lijkt te spelen en er landelijk gezien op het niveau van de populatie geen sprake is van concurrentie met de boomklever. Volgens Sovon biedt de literatuur enkel anekdotische informatie omtrent mogelijke voedselconcurrentie van halsbandparkieten met inheemse soorten en ontbreekt systematisch of experimenteel onderzoek.

Conclusie

De stichtingen achten het besluit om de opdracht ter bestrijding van invasieve exoten aan te vullen met de halsbandparkiet onrechtmatig, doordat niet is aangetoond dat het doden van halsbandparkieten nodig is om belangrijke schade te voorkomen of fauna te beschermen. Daarom vragen de stichtingen de rechtbank Gelderland om het beroep gegrond te verklaren en het besluit, voor zover dat ziet op de halsbandparkiet, te vernietigen.

Zitting

De zitting staat gepland voor dinsdagmiddag 2 juni 2026 in Arnhem.

Winst!

De rechtbank komt in de uitspraak van 3 juli 2026 5 tot het oordeel dat het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland de opdracht tot het bestrijden van de halsbandparkiet niet goed heeft gemotiveerd. Animal Rights en Fauna4Life krijgen dus op beide punten gelijk en het beroep is gegrond.

Het beroep is gegrond, omdat zowel het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen als de bescherming van fauna niet voldoende is gemotiveerd. Het college heeft niet voldoende gemotiveerd dat er sprake is van een concrete dreiging van belangrijke schade en het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat de opdracht bijdraagt aan het belang tot bescherming van de boomklever.

De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover dit ziet op de bestrijding van de halsbandparkiet. Dit betekent dat het college opnieuw moet beslissen op de aanvraag voor zover het de halsbandparkiet betreft.


  1. Unielijst invasieve exoten ↩︎
  2. Halsbandparkiet ↩︎
  3. Advies van BuRO over halsbandparkiet, grote Alexanderparkiet en monniksparkiet ↩︎
  4. Halsbandparkiet ↩︎
  5. ECLI:NL:RBGEL:2026:5224 ↩︎