Animal Rights directeur Susan Hartland blikt terug op 2024
Ook in 2024 bleef Animal Rights campagne voeren tegen de wrede en onmenselijke industrieën. We gingen door met het opvolgen van jarenlange rechtszaken, onderzoeken en lopende drukcampagnes, uitbrengen van onthullende beelden en met het opzetten van nieuwe campagnes tegen industrieën die dieren uitbuiten.
Animal Rights ontvangt geen subsidie vanuit de overheid en kan de campagnes alleen maar voeren met de trouwe steun van donateurs. Een donatie is daarom een grote steun aan de dieren, maar ook een krachtig signaal naar de overheid en de dierindustrie dat wij verandering voor hen willen! En daar zijn we jullie erg dankbaar voor.
Ik blik graag met jullie terug op het afgelopen jaar, op ons team en op hoe we ons in blijven zetten voor de dieren. Want samen staan wij sterk voor hen!
Achter gesloten deuren
Voor talloze niet-menselijke dieren is een leven van gevangenschap, eenzaamheid en verlies het enige dat ze ooit zullen kennen. De industrieën die hen uitbuiten, martelen en vermoorden zullen er alles aan doen om het lijden te verbergen en elke transparantie in de wreedheid die ze anderen aandoen te bestrijden.
Het is onze rol om de waarheid over wat er met de dieren gebeurt aan het licht te brengen, de daders verantwoordelijk te stellen en niet alleen aan te dringen op verantwoording of transparantie, maar ook op het beëindigen van alle uitbuiting van andere diersoorten.
Animal Rights komt op tegen een verouderde en onrechtvaardige wettelijke status quo die alle niet-menselijke dieren ziet en behandelt als legale “dingen” zonder rechten. Als “dingen” die gekocht, verkocht, verhandeld, opgesloten, verborgen en uitgebuit kunnen worden zonder toezicht of consequenties.
Wij hebben gestreden voor de grootste en de kleinste individuen.
We bleven ook aandringen op gerechtigheid voor Buba en Smiley. Buba, de olifant, werd na alle noodkreten van het Freiwald circus en supporters, dat Buba niet naar een opvangcentrum kon, stilletjes overgeplaatst naar een afschuwelijk circus in Hongarije. De verblijfplaats van Smiley is onbekend. Waar ze ook zijn, we zullen niet opgeven totdat ze veilig zijn in een opvangcentrum.
Dit is de toewijding die we hebben voor elk individu.
We zetten ons in om wolven te beschermen die naar Nederland zijn teruggekeerd. We mogen er trots op zijn dat we een diersoort terugbrengen die bijna was uitgestorven. We zullen blijven vechten om hen en anderen te beschermen.
Ons voortdurende werk om ratten, konijnen en andere dieren uit laboratoria te herplaatsen, redt levens en toont de waarde van elk leven, hoe klein ook. En ondertussen werken we aan een einde van deze nutteloze praktijken!
“Jouw donatie helpt om belangenbehartiging om te zetten in actie en een blijvende verandering voor dieren te creëren.”
– Susan Hartland, Animal Rights
Het Animal Rights team
Voor mij is het een grote eer om deel uit te maken van dit team. Ondanks de schijnbaar onoverkomelijke uitdagingen en veranderingen waar we mee te maken hebben, ben ik elke dag onder de indruk en geïnspireerd door ons kleine team bij Animal Rights. Dit doen we samen met zoveel toegewijde vrijwilligers, die zo hard werken om de wereld een betere plek te maken en die zich elke dag afvragen: hoe kunnen we meer doen? De tijd en moeite die we steken in het onderzoeken van informatie, het verzamelen van gegevens, het gebruik van juridische middelen, het informeren van het publiek en het creëren van een strategie om een einde te maken aan de uitbuiting en het lijden van niet-menselijke dieren, is niet alleen wat we doen, het is wie we zijn. Dat is de toewijding, overtuiging en kracht die verandering teweeg zal brengen.
Jouw donatie helpt om belangenbehartiging om te zetten in actie – of het nu gaat om een nieuw onderzoek, een reddingsactie of een campagne die de publieke perceptie verandert. Jouw betrokkenheid kan deel uitmaken van een collectieve inspanning om blijvende veranderingen voor dieren te creëren.
Net als bij mensenrechten zijn niet-menselijke rechten gebaseerd op fundamentele waarden en principes van rechtvaardigheid, zoals vrijheid, autonomie, gelijkheid en eerlijkheid.
De strijd gaat door in 2025!
De dieren zijn onze cliënten, wij horen ze en geven hen een stem bij diegene die weigeren naar ze te luisteren. We vertellen hun verhalen en we brengen hun lijden onder de aandacht. We roepen op om een einde te maken aan de uitbuiting en het lijden in schuren en slachthuizen, in het wild en tijdens gruwelijke experimenten. En we zullen niet stoppen totdat er fundamentele rechten zijn voor de dieren en zij allen in vrijheid mogen leven!
Doneren aan Animal Rights betekent ook een betere toekomst creëren voor de volgende generaties. Door ons te steunen help je mee aan een wereld waarin dieren niet langer worden uitgebuit of misbruikt en waarin toekomstige generaties zullen opgroeien met een sterker gevoel van empathie en respect voor alle levende wezens. Het is een investering in een barmhartigere toekomst voor mens en dier.
We zetten elke euro in voor de dieren. Een toekomst waarin de rechten van niet-menselijke wezens worden erkend en beschermd is onze hoop! Daar moeten we voor vechten. Doe met ons mee en help mee om te blijven vechten voor een wereld waarin rechten voor dieren worden geaccepteerd en de norm zijn!
In juli 2024 vroeg Animal Rights via de Wet open overheid (Woo) bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) om inspectierapporten bij Nederlandse kalkoenhouderijen sinds 2022. In de voorbije twee jaar is er, zo blijkt, op slechts 3 bedrijven gecontroleerd. En dan enkel na terugkoppeling over misstanden vanuit het Duitse slachthuis.1
Omdat bekend is dat het antibioticagebruik in de kalkoensector hoog ligt, dat de snavels van de dieren afgebrand (moeten) worden omdat de dieren elkaar anders verwonden of doodpikken en omdat Animal Rights in 2022 nog verschrikkelijke omstandigheden filmde in Vlaamse kalkoenenhouderijen, is de dierenrechtenorganisatie geïnteresseerd in hoe vaak de NVWA controleert op dierenwelzijn binnen deze sector. Er blijkt al vele jaren geen georganiseerde, structurele controle plaats te vinden.
Er wordt al jaren niet of nauwelijks gecontroleerd bij kalkoenen
Animal Rights informeerde ook in 2022 al bij de NVWA hoe het gesteld was met inspecties binnen de kalkoenenindustrie. Uit de informatie die de stichting destijds verkreeg, bleek dat in de 5 jaar na 1 januari 2017 slechts bij 15 kalkoenbedrijven was gecontroleerd. Praktisch alle inspecties hadden te maken met het bijhouden van de administratie door de veeboer, en niets met de omstandigheden voor de dieren. Meer dan 80% van de documenten vermeldde niets over dierenwelzijn. Wanneer er iets met betrekking tot dierenwelzijn werd geconstateerd, was dat over het algemeen ‘bijvangst’ bij inspecties op administratieve malversaties.
De voorlopige cijfers over 2024 van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat er in Nederland iets meer dan een half miljoen kalkoenen worden gehouden op 23 bedrijven. Er is een gestaag dalende trend waarneembaar. In het jaar 2000 ging het nog om anderhalf miljoen kalkoenen op 123 bedrijven.
Nederland heeft al lange tijd geen gespecialiseerd kalkoenenslachthuis meer. De Nederlandse kalkoenen worden in overgrote meerderheid naar Duitse slachterijen getransporteerd.
De recentste inspecties
Op 16 augustus 2022 voert de NVWA een inspectie uit bij de voormalige LTO-voorzitter kalkoenenhouderij in Steenwijkerwold. Er was een melding van een kalkoenenslachterij in Duitsland dat er hanen tussen de hennen zaten, wat leidde tot problemen bij het bedwelmen. De aanzienlijke verschillen in grootte zorgden voor problemen bij het afstellen van de hoogte van het elektrische waterbad van het verdovingssysteem. Met de hoogte afgesteld op hennen, raakten de linkervleugelpunten van de hanen te vroeg het waterbad. Dit leidde tot ongerief tijdens het verdovingsproces en moest er herhaaldelijk dieren handmatig geslacht worden. Ook werden er bij deze hanen, borstblaren en vangletsel waargenomen. De houder kan zich er niets bij voorstellen en is inmiddels ook gestopt met kalkoenen. De NVWA tekent voor akkoord.
Op 16 mei 2023 inspecteert de NVWA een kalkoenenbedrijf in Weert, na een terugmelding vanuit het Duitse slachthuis dat er kalkoenen bevuild waren. De houder beweert dat tijdens het laden van de kalkoenen er een slang van de waterleiding losgeraakt is. ”Daardoor zijn er wat kalkoenen met het natte strooisel bevuild.”
Op 30 november 2023 controleert de NVWA een kalkoenenmesterij in Uithuizen. De melding vanuit het Duitse slachthuis dateert al van 20 januari. Van de 4247 aangevoerde kalkoenen stierven er drie gedurende het transport, 311 hele kalkoenen en 651 deelstukken werden afgekeurd voor menselijke consumptie: 24 vanwege vermagering, 19 vanwege polyartritis (gewrichtsontsteking van meerdere gewrichten), 25 vanwege hematomen (bloeduitstortingen), 100 vanwege borstblaren, 10 vanwege buikwaterzucht, 62 vanwege luchtzakontstekingen en 71 vanwege kleurveranderingen van het vlees. Het transport had een afkeur van 7,33%, terwijl het weekgemiddelde van het slachthuis 0,75% bedroeg.
Als de NVWA ruim 10 maanden later navraag doet bij de houder blijkt dat het uitvalspercentage in de stallen ook al op 15,8% uitkwam. De veeboer wijdt dit ondermeer aan een combinatie van vaccineren tegen Newcastle Disease (pseudovogelpest) en frezen – het hakken en mengen van het strooisel. “Hierbij komt veel ammoniak in de stallucht. Wij hebben natuurlijk geventileerde stallen. In combinatie met het koude weer kan het zijn dat de slechte stallucht maar moeilijk wordt ververst. Samen met de enting kan dit de dieren hebben aangetast.” Dit riekt naar onkunde en nalatigheid, maar de NVWA tekent voor akkoord.
Volgens een antwoord bij de vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van LVVN uit oktober 2024 heeft er in 2024 nog één dierenwelzijnsinspectie plaatsgevonden, waarvan Animal Rights de documenten nog niet heeft. 2
Kalkoenen zijn kwetsbaar
Vooral het laatste geval laat zien hoe kwetsbaar kalkoenen zijn voor ziekten, slechte luchtkwaliteit, weersomstandigheden en de (in)competentie van de veeboer. Alleen al het feit dat deze sector niet kan bestaan zonder de dieren te verminken door ze van hun snavelpunt te beroven, zou veelzeggend genoeg moeten zijn. Animal Rights is van mening dat kalkoenen ongeschikt zijn voor het houderijsysteem.
Zeker in het licht van deze grote welzijnsrisico’s is het voor Animal Rights onaanvaardbaar dat de NVWA deze sector niet controleert.
Op 28 november 2024 besloot het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe het bezwaar van Animal Rights en Fauna4Life tegen het Faunabeheerplan ‘vrijgestelde soorten’ gegrond te verklaren en het goedkeuringsbesluit in te trekken. Het plan stond toe om zwarte kraaien, Canadese ganzen en vossen door de hele provincie af te schieten.
Landelijke vrijstelling
Omdat bepaalde diersoorten, volgens de overheid, in het gehele land schade veroorzaken en niet in hun voortbestaan worden bedreigd, heeft de landbouwminister hun bestrijding, door deze soorten opzettelijk te doden of te vangen, en voor zover het om vogels gaat ook te storen, aangewezen als vergunningvrij geval. Deze dieren mogen het hele jaar worden bestreden, als er op tenminste één perceel schade is ontstaan of dreigt te ontstaan in het huidige of komende jaar aan landbouw of aan flora of fauna. Deze vergunningvrije gevallen zijn aangewezen in artikel 4.18 en 4.27 van de Omgevingsregeling. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet waren dezelfde soorten landelijk vrijgesteld op grond van artikel 3.15 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Voorwaarde om van de aanwijzing gebruik te kunnen maken, is dat de faunabeheereenheid (FBE) een faunabeheerplan (FBP) vaststelt dat de goedkeuring van het college behoeft.
Tijdlijn
Het voorliggende FBP, op 6 maart 2024 vastgesteld door de FBE Drenthe en aangevuld op 16 mei 2024, gaat in op de noodzaak en het effect van het bestrijden van alle aangewezen soorten, met als conclusie dat ‘slechts’ aanleiding bestaat om bestrijding van Canadese ganzen, vossen en zwarte kraaien toe te staan (en niet die van houtduiven, kauwen en konijnen, de andere landelijk vrijgestelde soorten).
Bij besluit van 2 juli 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe goedkeuring gegeven aan het FBP ‘vrijgestelde soorten’ Drenthe 2024-2029. Dit betekent dat voor de duur van het FBP grondgebruikers gebruik kunnen maken van de ministeriële aanwijzing van vergunningvrije gevallen, voor zover het de Canadese ganzen, vossen of zwarte kaaien aangaat.
Fauna 4 Life en Animal Rights hebben hiertegen bezwaar gemaakt op 15 juli 2024.
Op 16 september 2024 werd een openbare hoorzitting gehouden bij de Commissie rechtsbescherming van de provincie Drenthe. Deze commissie bracht advies uit op 16 oktober.
Op 19 september 2024 schorste de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland het afschot van zwarte kraai en Canadese gans.
Animal Rights en Fauna4Life zijn van mening dat de aanwijzingen in de Omgevingsregeling van de vergunningvrije gevallen door de minister onvoldoende zijn onderbouwd. Hiertoe verwijzen de stichtingen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 april 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1545), waarin de Afdeling dit over de landelijke vrijstellingen op grond van de Wnb heeft bepaald.
De stichtingen stellen dat de huidige aanwijzingen in de Omgevingsregeling op exact dezelfde informatie zijn gebaseerd als de landelijke vrijstelling op grond van de destijds geldende Wnb en dat aan deze aanwijzingen derhalve dezelfde gebreken kleven.
Het Faunabeheerplan en het goedkeuringsbesluit van Drenthe gaan niet in op de gevolgen van deze uitspraak en bovendien mist het goedkeuringsbesluit überhaupt een motivering.
Het advies
Op basis van het dossier en de standpunten die de partijen tijdens de hoorzitting naar voren hebben gebracht, stelde de commissie vast dat de partijen niet van mening verschillen dat aan de door de minister onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangewezen vergunningsvrije gevallen eenzelfde gebrek aan de onderbouwing kleeft als bij de eerdere landelijke vrijstellingen. ”Het geschil strekt zich daarmee primair uit tot de vraag of bij de goedkeuring van het Faunabeheerplan uitgegaan mag worden van de ministeriële aanwijzing van vergunningvrije gevallen.”
”De commissie leest in deze uitspraak dat wanneer de ministeriële aanwijzingen onvoldoende zijn onderbouwd niet van deze aanwijzingen mag worden uitgegaan. De onderbouwing kan ook niet worden hersteld op provinciaal niveau. Wanneer de aanwijzing zelf niet voldoet, komt aan de vraag of de wijze waarop uitvoering aan de aanwijzing wordt gegeven geen betekenis meer toe.”
”Gelet op het voorgaande kan het college geen goedkeuring geven aan het faunabeheerplan en dient het goedkeuringsbesluit te worden herroepen.”
”De commissie concludeert op basis van het voorgaande dat de aanwijzing vrijgestelde soorten (landelijke vrijstelling) niet als grondslag kan worden gebruikt voor dit Faunabeheerplan. Dit betekent dat de schadebestrijding van de soorten in Drenthe alleen mogelijk is na het verlenen van een omgevingsvergunning voor deze activiteit.”
Besluit op bezwaar
Op 28 november 2024 besluit het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe op basis van het advies van de Commissie rechtsbescherming van 16 oktober 2024 en de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 19 september 2024 om het bezwaar van Fauna4Life en Animal Rights gegrond te verklaren. Dit betekent dat het goedkeuringsbesluit van 2 juli 2024 wordt herroepen en goedkeuring wordt onthouden.
Vossen, Canadese ganzen en zwarte kraaien kunnen in Drenthe niet langer worden afgeschoten vanuit het frivole idee dat deze dieren overal in het land schade zouden veroorzaken. In een dichtbevolkt land als Nederland is de ruimte voor wilde dieren al uiterst beperkt, waardoor conflicten tussen menselijke belangen en het welzijn van wilde dieren onvermijdelijk zijn. Helaas trekken de dieren in deze situaties bijna altijd aan het kortste eind.
Animal Rights benadrukt dat wilde dieren recht hebben op bescherming en een leefbare habitat. Het routinematig doden van deze dieren, onder het mom van schadebestrijding, gaat voorbij aan de kern van het probleem: het gebrek aan ruimte en respect voor de natuur. In plaats van de natuur naar onze hand te zetten, zouden we manieren moeten zoeken om harmonieus samen te leven met wilde dieren.
Op 19 december 2023 besloot het college van Gedeputeerde Staten (GS) van Drenthe tot het verlenen van een ontheffing aan de Faunabeheereenheid Drenthe van artikel 3.17 en 3.26 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor populatiebeheer van reeën met gebruik van het geweer binnen Drenthe.
Animal Rights en Fauna4Life dienden op 29 januari 2024 een bezwaarschrift in dat de provincie op 16 juli 2024 besloot te negeren.
Op 26 augustus 2024 hebben de stichtingen beroep ingediend bij de Rechtbank Noord–Nederland tegen dat besluit van het college van 16 juli.
Op 3 december verzochten de stichtingen, in afwachting van de behandeling van dit beroep, de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen en het bestreden besluit inclusief de verleende ontheffing te schorsen tot zes weken nadat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.
Voorlopige voorziening
De ontheffing geldt vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2029 en mag dus al gebruikt worden. Het doden van reeën is onomkeerbaar en dat is de reden dat bestuursrechters in vergelijkbare zaken spoedeisend belang aannemen.
Deze ontheffing is verleend voor het doden van reeën in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid (specifiek zijnde de verkeersveiligheid), alsmede ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren.
Aan de besluitvorming tot het verlenen van een dergelijke ontheffing zijn strikte voorwaarden verbonden, welke voorwaarden de oorsprong hebben in de Habitatrichtlijn (Hrl). Afwijkingen zijn mogelijk, maar moeten dan wel een laatste redmiddel zijn, zo schrijft artikel 16 voor.
In tegenstelling tot de provincie Drenthe, zijn de stichtingen van oordeel dat niet aan de cumulatieve voorwaarden uit artikel 16 Hrl is voldaan: Er is niet voldoende onderbouwd dat er sprake is van een reëel gevaar voor de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang. De ontheffing is op voorhand verleend. Er bestaan andere bevredigende oplossingen / Afschot van reeën biedt geen bevredigende oplossing.
Noodzaak? – Er kan geen verband gelegd worden tussen aantal reeën en aantal aanrijdingen
De stichtingen stellen voorop dat het gebrek aan een noodzaak voor de bestreden ontheffing reeds volgt uit het Faunabeheerplan (fbp) Ree Drenthe 2024 – 2029: 1 “Wanneer we de trendtelling en de aanrijdingen beschouwen als twee steekproeven uit de populatie, kan de conclusie alleen maar zijn dat we weinig weten van de populatieomvang en -structuur. Dit resultaat vormt een belangrijk argument voor een andere vorm van beheer”.
“De cijfers leiden tot de vraag wat dit beheer betekent voor de werkelijke populatieomvang en -structuur i.c. voor het aantal aanrijdingen met reeën. Opnieuw een argument voor ander beheer.”
“Wanneer we de trendtelling van en de aanrijdingen met reeën als gelijkwaardige steekproeven beschouwen, luidt de conclusie dat we bij de volwassen reeën niet alleen in het duister tasten over de werkelijke aantallen, maar ook over de populatiestructuur. Dat maakt gericht ingrijpen lastig te beargumenteren en vormt een pleidooi om het beheer niet zozeer te baseren of te richten op aantallen (doelstand), ook niet van een bepaalde leeftijd of geslacht, maar veel meer op het voorkomen van vormen van overlast.”
”In het geval van wilde hoefdieren is beheren op aantallen en het hanteren van ‘doel-, streef- of gewenste standen’ in veel gevallen een illusie. Onderzoek naar de vraag of het beoogde effect (bijvoorbeeld minder aanrijdingen) wordt bereikt is daarom lastig tot onmogelijk.”
Besluitvorming ter rechtvaardiging van afschot van beschermde dieren, dient gebaseerd te zijn op een zorgvuldig onderzoek en onderbouwing. Dat ontbreekt in Drenthe.
De stichtingen stellen bovendien dat geenszins is onderbouwd waarom 600 aanrijdingen acceptabel is voor de provincie Drenthe en alles daarboven niet. Er is niet toegelicht waarom een dergelijk streefgetal kan worden aangehouden als zijnde een ‘redelijke invulling van het begrip openbare veiligheid’.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland–West-Brabant sprak zich daar in de uitspraak van 11 april 2024 in een vergelijkbare zaak reeds over uit: “Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat het verlenen van de ontheffing nodig is in het belang van de openbare veiligheid en meer specifiek de verkeersveiligheid. (…) Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder echter niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken onderbouwd dat in Zeeland een zodanig risico voor de verkeersveiligheid bestaat, dat het nodig is om de reeën te doden. Verweerder heeft in het bestreden besluit niet of onvoldoende onderbouwd wat de omvang van de aanrijdingen met reeën in Zeeland is, hoe ernstig de aanrijdingen zijn en welke schade (materiële- of letselschade) daaruit voortkomt.”
Deze overweging is volgens de stichtingen direct toepasbaar op het bestreden besluit van Drenthe, waarin een dergelijke onderbouwing eveneens ontbreekt.
In conclusie stellen de stichtingen dat het belang waarop een beroep wordt gedaan – hier verkeersveiligheid – overtuigend moet worden aangetoond. Hiervoor is van belang dat onderzoeksrapporten actueel zijn, onderzoeksresultaten gedetailleerd zijn en inzicht moet worden geboden in de onderzoeksgegevens die aan de resultaten ten grondslag hebben gelegen. Verder is het van belang dat ondubbelzinnig dient vast te staan dat het belang zwaarder weegt dan het belang van de bescherming van de betrokken soort.
De ontheffing is op voorhand verleend
Afschot van reeën wordt in Drenthe (mede) toegestaan op basis van door de wildbeheereenheden (wbe’s) nog op te stellen, en door de faunabeheereenheden (fbe’s) goed te keuren, werkplannen. De onderbouwing wordt daarmee in feite pas achteraf aangeleverd, wat in strijd is met het wettelijke kader.
Eenzelfde handelingswijze is aangehouden door GS van de provincie Groningen. Hierover heeft de voorzieningenrechter op 29 augustus 2024 het volgende geoordeeld: “De voorzieningenrechter is gelet op voormeld voorschrift van oordeel dat de inhoudelijke toetsing van de vraag, of is voldaan aan de voorwaarden voor ontheffingverlening, namelijk het bestaan van een risico voor de verkeersveiligheid en de afwezigheid van andere bevredigende oplossingen, feitelijk berust bij de fbe, de aanvrager van de ontheffing. De fbe toetst namelijk, na aanlevering door de wbe van de daartoe benodigde gegevens in een werkplan, of in de betreffende wbe sprake is van een noodzaak voor het doden van de reeën en of en welke andere bevredigende oplossingen zijn toegepast. Dit is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in strijd met de Wnb, waarin de bevoegdheid voor ontheffingverlening, en daarmee de beoordeling of is voldaan aan de voorwaarden voor ontheffingverlening, berust bij het college. Nadat het college de betreffende toetst heeft verricht en al dan niet ontheffing heeft verleend, kan het besluit worden voorgelegd aan de rechter ter toetsing.”
Er zijn andere bevredigende oplossingen
De tweede voorwaarde voor ontheffingverlening is dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Alleen wanneer voldoende is aangetoond dat andere potentiële oplossingen niet bevredigend zijn en wanneer ook aan de andere voorwaarden is voldaan, kan het gebruik van de ontheffing worden gerechtvaardigd.
Of een afwijking van de verbodsbepalingen, dus afschot van reeën, kan worden toegestaan, dient te worden beoordeeld op basis van de aan-/afwezigheid van andere bevredigende, diervriendelijke, oplossingen en de mate waarin na het toepassen van die andere diervriendelijke oplossingen nog sprake is van een ‘resterend probleem’. In het bestreden besluit is niet (afdoende) toegelicht welke andere bevredigende, diervriendelijke, oplossingen er zijn uitgevoerd, wat daarvan het effect was en de mate waarin na het toepassen van die andere diervriendelijke oplossingen nog sprake is van een ‘resterend probleem’ waardoor afschot noodzakelijk is.
De stichtingen merken allereerst op dat het ‘onderzoek’ naar andere bevredigende oplossingen in Drenthe ten onrechte ziet op slechts een beperkt aantal maatregelen.
Bovendien is geen overzicht gegeven van exact welke maatregelen dan zijn ingezet, gespecificeerd per Wbe, over welke periode dat is geweest, op welke locaties dat is gedaan, hoe het effect daarvan dan is gemonitord en wat het ‘resterende probleem’ nog is na inzet van die maatregelen.
Reeds hierom is niet voldoende gemotiveerd dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan en kan het bestreden besluit geen stand houden.
De stichtingen verwijzen tevens nog naar de navolgende overwegingen van de Europese Commissie (EC): “Het proces om na te gaan of een andere oplossing onbevredigend is, moet gebaseerd zijn op een goed gedocumenteerde beoordeling van alle mogelijke beschikbare opties, onder meer wat betreft de doeltreffendheid ervan, op basis van de beste beschikbare feiten en gegevens.”
“Gezien het uitzonderlijke karakter van de afwijkingsregeling zou een afwijking alleen gerechtvaardigd zijn indien op objectieve wijze kan worden aangetoond waarom niet voor andere, op het eerste gezicht bevredigende oplossingen kan worden gekozen”
“De lidstaten hebben beperkte discretionaire bevoegdheid en indien er een andere oplossing bestaat, moeten alle argumenten dat deze niet bevredigend is overtuigend zijn.”
In dit kader verwijzen de stichtingen wederom naar eerder genoemde uitspraak van de rechtbank Zeeland –West-Brabant van 18 oktober 2024: “Alleen wanneer afdoende is aangetoond dat andere potentiële oplossingen niet bevredigend zijn, kan het gebruik van de afwijking worden gerechtvaardigd. Indien een maatregel gedeeltelijk bevredigend is, moet die maatregel eerst worden uitgevoerd. Afwijkingen voor dodelijke interventie moeten in verhouding staan tot het probleem dat overblijft nadat er niet-dodelijke maatregelen zijn genomen.”
“Andere bevredigende oplossingen kunnen echter niet van meet af aan worden afgewezen omdat zij te duur zouden zijn.”
“Om te weten welke maatregel in een specifieke situatie zinvol is, […] zijn gegevens nodig over bijvoorbeeld locaties, aantallen en tijdstippen van de aanrijdingen, kenmerken van de weg, ligging in het landschap en uitgevoerd beheer.”
De afwijking, zijnde afschot, kan slechts dan toegestaan worden indien écht geen andere bevredigende oplossingen bestaan, waarvan op basis van objectieve controleerbare gegevens kan worden geconcludeerd waarom deze oplossingen niet voldoende bevredigend zijn. Enkel nadat alle mogelijke andere bevredigende oplossingen zijn uitgeput, kan afschot worden toegestaan voor het resterende probleem. Op geen enkele wijze blijkt uit het bestreden besluit dat wordt voldaan aan voorgaand beschreven kader. De stichtingen stellen dan ook dat tevens op dit punt er een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek aan het bestreden besluit kleeft.
Afschot is geen bevredigende oplossing
De stelling van het college, dat afschot invloed heeft op de omvang van de populatie, is niet onderbouwd.
Op basis van de aangeleverde cijfers kan niet eenduidig worden geconcludeerd dat afschot een daadwerkelijk positief effect heeft op het beperken van de reeënpopulatie of het aantal aanrijdingen. Hoewel afschot een constante maatregel lijkt te zijn, blijven de populatie en het aantal aanrijdingen relatief constant of nemen zelfs toe. Dat zegt het fbp in principe ook:
“Van belang is te beseffen dat er in dit verhaal niet veel zekerheden zijn: alleen het cijfer van het jaarlijks afschot is een ‘hard gegeven’. Het telresultaat en het aantal stuks geregistreerd valwild, inclusief slachtoffers van aanrijdingen, zitten waarschijnlijk onder de werkelijke aantallen. En omdat we dat niet weten, kennen we ook niet het exacte effect van het afschot op de stand c.q. de dichtheid en kan het nog steeds zo zijn dat dit afschot zich bevindt in de marge van de totale sterfte, dat het er met andere woorden niet zo toe doet.”
In het bestreden besluit op bezwaar is door het college geenszins onderbouwd dat afschot van reeën wél een positief effect zou hebben op het aantal aanrijdingen en bijdraagt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid, als zijnde het aangedragen wettelijke belang voor ontheffingsverlening.
Slotsom
De stichtingen stellen dat het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe ten onrechte is overgegaan tot het verlenen van een ontheffing voor afschot van reeën in de provincie Drenthe. De noodzaak van het afschot is onvoldoende onderbouwd. Tevens ligt aan de bestreden ontheffing ten onrechte geen deugdelijke afweging van andere bevredigende oplossingen ten grondslag.
De stichtingen vinden dat met de verleende ontheffing in strijd met de Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming wordt gehandeld.
Naar overtuiging van de stichtingen geeft dit voldoende aanleiding tot schorsing van de bestreden besluitvorming en verzoeken de rechtbank dan ook om het bestreden besluit en de bestreden ontheffing te schorsen tot zes weken nadat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.
Op 28 november 2024 besloot het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe het bezwaar van Animal Rights en Fauna4Life tegen het Faunabeheerplan ‘vrijgestelde soorten’ gegrond te verklaren en het goedkeuringsbesluit in te trekken. Het plan stond toe om zwarte kraaien, Canadese ganzen en vossen door de hele provincie af te schieten.
Landelijke vrijstelling
Omdat bepaalde diersoorten, volgens de overheid, in het gehele land schade veroorzaken en niet in hun voortbestaan worden bedreigd, heeft de landbouwminister hun bestrijding, door deze soorten opzettelijk te doden of te vangen, en voor zover het om vogels gaat ook te storen, aangewezen als vergunningvrij geval. Deze dieren mogen het hele jaar worden bestreden, als er op tenminste één perceel schade is ontstaan of dreigt te ontstaan in het huidige of komende jaar aan landbouw of aan flora of fauna. Deze vergunningvrije gevallen zijn aangewezen in artikel 4.18 en 4.27 van de Omgevingsregeling. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet waren dezelfde soorten landelijk vrijgesteld op grond van artikel 3.15 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Voorwaarde om van de aanwijzing gebruik te kunnen maken, is dat de faunabeheereenheid (FBE) een faunabeheerplan (FBP) vaststelt dat de goedkeuring van het college behoeft.
Tijdlijn
Het voorliggende FBP, op 6 maart 2024 vastgesteld door de FBE Drenthe en aangevuld op 16 mei 2024, gaat in op de noodzaak en het effect van het bestrijden van alle aangewezen soorten, met als conclusie dat ‘slechts’ aanleiding bestaat om bestrijding van Canadese ganzen, vossen en zwarte kraaien toe te staan (en niet die van houtduiven, kauwen en konijnen, de andere landelijk vrijgestelde soorten).
Bij besluit van 2 juli 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe goedkeuring gegeven aan het FBP ‘vrijgestelde soorten’ Drenthe 2024-2029. Dit betekent dat voor de duur van het FBP grondgebruikers gebruik kunnen maken van de ministeriële aanwijzing van vergunningvrije gevallen, voor zover het de Canadese ganzen, vossen of zwarte kaaien aangaat.
Fauna 4 Life en Animal Rights hebben hiertegen bezwaar gemaakt op 15 juli 2024.
Op 16 september 2024 werd een openbare hoorzitting gehouden bij de Commissie rechtsbescherming van de provincie Drenthe. Deze commissie bracht advies uit op 16 oktober.
Op 19 september 2024 schorste de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland het afschot van zwarte kraai en Canadese gans.
Animal Rights en Fauna4Life zijn van mening dat de aanwijzingen in de Omgevingsregeling van de vergunningvrije gevallen door de minister onvoldoende zijn onderbouwd. Hiertoe verwijzen de stichtingen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 april 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1545), waarin de Afdeling dit over de landelijke vrijstellingen op grond van de Wnb heeft bepaald.
De stichtingen stellen dat de huidige aanwijzingen in de Omgevingsregeling op exact dezelfde informatie zijn gebaseerd als de landelijke vrijstelling op grond van de destijds geldende Wnb en dat aan deze aanwijzingen derhalve dezelfde gebreken kleven.
Het Faunabeheerplan en het goedkeuringsbesluit van Drenthe gaan niet in op de gevolgen van deze uitspraak en bovendien mist het goedkeuringsbesluit überhaupt een motivering.
Het advies
Op basis van het dossier en de standpunten die de partijen tijdens de hoorzitting naar voren hebben gebracht, stelde de commissie vast dat de partijen niet van mening verschillen dat aan de door de minister onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangewezen vergunningsvrije gevallen eenzelfde gebrek aan de onderbouwing kleeft als bij de eerdere landelijke vrijstellingen. ”Het geschil strekt zich daarmee primair uit tot de vraag of bij de goedkeuring van het Faunabeheerplan uitgegaan mag worden van de ministeriële aanwijzing van vergunningvrije gevallen.”
”De commissie leest in deze uitspraak dat wanneer de ministeriële aanwijzingen onvoldoende zijn onderbouwd niet van deze aanwijzingen mag worden uitgegaan. De onderbouwing kan ook niet worden hersteld op provinciaal niveau. Wanneer de aanwijzing zelf niet voldoet, komt aan de vraag of de wijze waarop uitvoering aan de aanwijzing wordt gegeven geen betekenis meer toe.”
”Gelet op het voorgaande kan het college geen goedkeuring geven aan het faunabeheerplan en dient het goedkeuringsbesluit te worden herroepen.”
”De commissie concludeert op basis van het voorgaande dat de aanwijzing vrijgestelde soorten (landelijke vrijstelling) niet als grondslag kan worden gebruikt voor dit Faunabeheerplan. Dit betekent dat de schadebestrijding van de soorten in Drenthe alleen mogelijk is na het verlenen van een omgevingsvergunning voor deze activiteit.”
Besluit op bezwaar
Op 28 november 2024 besluit het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe op basis van het advies van de Commissie rechtsbescherming van 16 oktober 2024 en de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 19 september 2024 om het bezwaar van Fauna4Life en Animal Rights gegrond te verklaren. Dit betekent dat het goedkeuringsbesluit van 2 juli 2024 wordt herroepen en goedkeuring wordt onthouden.
Vossen, Canadese ganzen en zwarte kraaien kunnen in Drenthe niet langer worden afgeschoten vanuit het frivole idee dat deze dieren overal in het land schade zouden veroorzaken. In een dichtbevolkt land als Nederland is de ruimte voor wilde dieren al uiterst beperkt, waardoor conflicten tussen menselijke belangen en het welzijn van wilde dieren onvermijdelijk zijn. Helaas trekken de dieren in deze situaties bijna altijd aan het kortste eind.
Animal Rights benadrukt dat wilde dieren recht hebben op bescherming en een leefbare habitat. Het routinematig doden van deze dieren, onder het mom van schadebestrijding, gaat voorbij aan de kern van het probleem: het gebrek aan ruimte en respect voor de natuur. In plaats van de natuur naar onze hand te zetten, zouden we manieren moeten zoeken om harmonieus samen te leven met wilde dieren.