Tientallen biggen sterven door nitrietvergiftiging uit luchtwasser

Iets na het middaguur op dinsdag 9 juli 2024 belde een varkensboer met de meldkamer van de hulpdiensten. In een van zijn stallen aan de Gendringseweg in Aalten vond hij 35 dode biggen. Er stonden 1.100 biggen in de stal, maar de slachtoffers lagen allemaal in hetzelfde hok. De brandweer rukte uit om metingen te doen. 1

Lees ook: STALVERSTIKKINGEN – DE STAND VAN ZAKEN

Uit de incidentgegevens van de meldkamer, die Animal Rights via een informatieverzoek onder de Wet open overheid (Woo) verkreeg, blijkt dat men in eerste instantie denkt aan waterstofsulfide, een kleurloos, giftig gas met de kenmerkende geur van rotte eieren, maar alle gemeten waardes zijn ‘normaal’ voor een dergelijke stal.

Een veearts voert vervolgens necropsies uit op twee van de dode biggen. Het donkerbruine bloed duidde op vergiftiging.

Op 11 en 12 juli meldden boerenvakblad ‘Boerderij’ 2 en landbouwhuisdierenartsenvakblad ‘Veearts’, 3 respectievelijk, dat de meest waarschijnlijke doodsoorzaak vervuild water is dat in de trog stond: “Zeer waarschijnlijk is er na het reinigen water in de trog blijven staan, waarin zich schadelijke stoffen vormden”.

Op 23 juli, zo vermeldt het incidentrapport van de Brandweer Noord- en Oost-Gelderland uit hetzelfde Woo-verzoek, blijkt uit het autopsierapport van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) dat de doodsoorzaak van de biggen nitrietvergiftiging is.

De varkensboer meldt de brandweer: “Uit onderzoek is gebleken dat er inderdaad lekkage was uit de biologische luchtwasser. Deze luchtwasser is een dag voor het incident gereinigd. Tijdens het reinigen is een afdichtstrip beschadigd waardoor het waswater uit de luchtwasser via de muur het drinkwatersysteem in is gelopen”.

De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) laat echter in het besluit op het Woo-verzoek weten dat de vork toch iets anders in de steel zit:
”De conclusie dat de dieren zijn gestorven als gevolg van nitraat- of nitrietverontreiniging van het drinkwater is onjuist. Tevens is het feitelijk onjuist dat er water vanuit de luchtwasser in het drinkwatersysteem van de dieren is gekomen.
De uiteindelijke oorzaak van het overlijden van de dieren is gelegen in het feit dat er, na het schoonmaken van de luchtwasser, als gevolg van een lekkage, een kleine hoeveelheid spoelwater uit de luchtwasser langs de afdelingsmuur in het hok van de dieren is gelopen. Een aantal dieren hebben dit van de muur gedronken en zijn daardoor vergiftigd. Het gaat dan enkel om de dieren die een hogere concentratie hebben gedronken.
Het is voor VNOG op dit moment onbekend hoe de onjuiste weergave van de feiten in de documenten terecht is gekomen.”

Natuurlijk is dit een ongeluk en geen opzet, maar ook nalatigheid – het niet opmerken en/of vervangen van een beschadigde afdichtstrip – mag consequenties hebben; er zijn immers 35 jonge dieren ten gevolge daarvan gestorven – vroegtijdiger dan in de planning lag…

Blijkbaar zijn er bij de biggen ook geen vergiftigingsverschijnselen opgemerkt. Dit kan gezien worden als nalatigheid in het bewaken van de gezondheid van de gehouden dieren. Maar wie controleert dat ook op een bedrijf met 2.000 zeugen en 11.000 gespeende biggen in 6 stallen?

Er is geen melding gedaan bij de NVWA, want toen Animal Rights bij hen om de documenten vroeg, wist men van niets. Animal Rights zal alsnog een melding doen.


  1. Boer vindt dode varkens in stal in Aalten: brandweer verricht metingen ↩︎
  2. Vuil water wordt een hok biggen fataal ↩︎
  3. Vuil water wordt een hok biggen fataal ↩︎

Animal Rights eist verbod op gebruik van varkens bij zwijntje tikken

Animal Rights heeft bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit NVWA een verzoek tot (preventief) handhavend optreden ingediend tegen het achterlijke, middeleeuwse ‘kwelspel’ ‘zwijntje tikken’.

Een kwelspel is een spel waarbij men ter menselijk vermaak dieren leed aandoet, kwelt dus. Kwelspelen waren populaire volksvermaken met een ritueel tintje tot overheden deze in de meeste Europese landen verboden. Ze waren gebonden aan vaste data op de (religieuze) kalender – aanvang van de vasten, half-vasten, het begin van de lente en aan jaarmarkten en kermissen. Kwelspelen zijn dierenmishandeling. Voorbeelden ervan zijn katverbrandingen en -knuppelen, gans- en palingtrekken, hanen bekogelen, stierenvechten en hondengooien.

‘Zwientie tikken’ wordt vooral in het oosten van Nederland gespeeld. In een kuil wordt een berg modder gecreëerd. Een of meerdere deelnemers worden geblinddoekt en moeten kruipend door de modder de eveneens in de kuil losgelaten varkens aantikken. Wie het eerste het varken tikt mag zich winnaar noemen.

De ‘activiteit’ vindt onder andere plaats op het Dicky Woodstock Popfestival in Steenwijkerwold en het Luttenbergsfeest in Luttenberg, beide in Overijssel.

In 2020 en 2021 vonden er geen evenementen met ‘zwijntje tikken’ plaats vanwege COVID-19. In 2022 werd er bij Dicky Woodstock in plaats van een levend varken een mens verkleed als varken ingezet vanwege de angst voor verspreiding van Afrikaanse varkenspest. Volgens de Steenwijker Courant was het vermaak voor de bezoekers er niet minder om:
“Omdat er vlak over de grens in Duitsland Afrikaanse varkenspest was uitgebroken, had de organisatie besloten dit jaar geen echt varkentje de arena in te sturen. Het alternatief voor zwientietikk’n was vrientietikk’n en het publiek vond het net zo vermakelijk. Alleen in de finale kwam er een ‘varkentje’ (als zwijn verklede persoon) de baggerbak in. Het idee is simpel: wie als eerste geblinddoekt bij een ander z’n billen aanraakt, is winnaar.

Ook in Langedijk zou (meerdere jaren) gebruik zijn gemaakt van een nepvarken.

Volgens Animal Rights is het gebruik van levende varkens niet meer van deze tijd en leidt het ‘spel’ tot overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren, doordat het inbreuk maakt op het welzijn van de varkens die voor de activiteit gebruikt worden. Animal Rights vraagt de NVWA om de overtredingen te voorkomen door het gebruik van varkens te verbieden en de situatie ter plekke te inspecteren.

Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren verbiedt onder andere om zonder redelijk doel het welzijn van het dier te benadelen. Artikel 1.3 van de Wet dieren schrijft onder andere voor dat bij het stellen van regels en nemen van besluiten ten volle rekening wordt gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor de intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen. Artikel 1.4 van de Wet dieren zegt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd. Het tweede lid van Artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren bepaald verder dat een dier voldoende ruimte wordt gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften.

Uit bovengenoemde wetsartikelen volgt het verbod om zonder redelijk doel het welzijn van een dier te benadelen en het gebod om handelen dat nadelig is voor dieren achterwege te laten voor zover dat redelijk is. Bij regels en besluiten die dieren aangaan dient ten volle rekening gehouden te worden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor de intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Zo dient een dier voldoende ruimte te hebben voor zijn fysiologische en ethologische behoeften en dient onnodige stress of onnodig lijden te worden voorkomen.

Bij de belangenafweging moet ten volle rekening gehouden worden met de intrinsieke waarde van het dier. In deze situatie betekent dat dat het welzijn van de varkens die gebruikt worden voor het zwijntje tikken afgewogen moet worden tegen, bijvoorbeeld, het belang van het behoud van cultureel immaterieel erfgoed.

Animal Rights acht deze belangenafweging eenvoudig. De activiteit kan immers ook plaatsvinden zonder het gebruik van een ‘echt’ varken, waardoor Animal Rights zich op het standpunt stelt dat er sprake is van een alternatief en het gebruik van een levend varken dus geen redelijk doel heeft.

Levende varkens die voor deze activiteit worden gebruikt, worden achtervolgd en hardhandig aangeraakt door geblinddoekte mensen – die veelal onder invloed zijn – en kunnen niet vluchten. Hierdoor zijn de varkens gedurende het evenement, en mogelijk ook daarvoor tijdens de ‘gewenningsfase’, onderhevig aan angst, stress, druk en lijden – en worden dus in hun welzijn aangetast – terwijl dat alles behalve nodig is en geen redelijk doel dient. Dit betreft handelen dat nadelig is voor de dieren en daarom achterwege dient te worden gelaten.

Eerder dit jaar oordeelde een rechter nog in een zaak over de ‘haan van Kallemooi’ dat de minister van LVVN beter moet motiveren waarom het belang van het behoud van cultureel immaterieel erfgoed zwaarder zou moeten wegen dan dierenwelzijn (ECLI:NL:CBB:2025:3).

Animal Rights is niet tegen tradities, maar de tijdsgeest en voortschrijdend inzicht vereisen dat tradities telkens opnieuw worden beoordeeld op recht- en wetmatigheid. Anno 2025 kan het gebruik van dieren voor activiteiten zoals ‘zwijntje tikken’ niet meer worden toegestaan wegens het verbod om dieren onnodige stress en lijden te berokkenen (1.3 en 1.4 Wd, 1.6 Bhd) en dierenwelzijn zonder redelijk doel aan te tasten (art. 2.1 Wd). Bovendien kan de traditie met een alternatief worden voortgezet, namelijk door levende varkens te vervangen door een ‘nepvarken’.

Update – handhaving van het dierenmishandelingsverbod en de algemene zorgplicht zijn geen prioriteit voor de NVWA

Op 21 augustus 2025 wijst de NVWA het handhavingsverzoek gericht tegen ‘zwientie tikken’ af. Sterker nog, de NVWA laat aan Animal Rights weten dat ‘kwelspelen’ geen prioriteit hebben en dat ze zelfs niet gaan kijken. Zo kennen we de NVWA natuurlijk ook: te lui om in actie te komen tegen onrecht dat dieren wordt aangedaan.


Even bellen met de organisatoren van het Dicky Woodstock festival ”en degene die de varkens levert en daarna afvoert naar de slacht” en de organisatie van het Luttenbergsfeest, noemt de NVWA een ”vooronderzoek”. En zolang deze varkensmisbruikers verzekeren dat er regels zijn en er een dierenarts aanwezig is (je moet je als dierenarts kapot schamen als je aan een dergelijk achterlijke activiteit meewerkt), is de NVWA bereid de conclusie te trekken dat ”geen sprake is van grote risico’s voor het dierenwelzijn” en ”dat de deelnemers de varkens niet fysiek pijn doen”.
Die kennis weet de NVWA allemaal per telefoon en/of email te vergaren.

Nog schokkender is de volgende verklaring van de NVWA: ”De artikelen waarop u zich beroept betreffen open normen. In de meerjarenagenda staat opgenomen dat de NVWA de komende jaren geen of minder prioriteit (meer) geeft aan toezicht op zaken waarvoor de wet- en regelgeving niet duidelijk genoeg is. Dit is het geval bij de open normen waarop u zich beroept.”

Animal Rights beroept zich op:
– Het dierenmishandelingsverbod van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren dat het opzettelijk veroorzaken van pijn of letsel bij een dier, of het benadelen van de gezondheid of het welzijn van een dier, zonder een redelijk doel, verbiedt.
– De erkenning van de intrinsieke waarde van het dier uit artikel 1.3 van de Wet dieren, wat betekent dat het dier een eigen, inherente waarde heeft als wezen met gevoel.
– De algemene zorgplicht uit artikel 1.4 van de Wet dieren, die inhoudt dat men handelingen achterwege moet laten of maatregelen moet nemen om nadelige gevolgen voor dieren te voorkomen of te beperken.
– En de eisen aan het houden van dieren uit artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren, met het eerste lid als doel de bewegingsvrijheid van een dier niet onnodig te beperken of letsel toe te brengen, en het tweede lid dat stelt dat een dier voldoende ruimte krijgt voor fysiologische en ethologische behoefte.


De NVWA beweert dus dat handhaving van het dierenmishandelingsverbod en de algemene zorgplicht geen prioriteit heeft. Wat Animal Rights betreft zou dat de enige prioriteit van de NVWA moeten zijn waar het dieren betreft. Deze volstrekt nutteloze organisatie kan opgeheven worden.


Het spreekt voor zich dat Animal Rights bezwaar zal maken tegen dit absurde besluit van de NVWA.

Update 2

Op 30 oktober 2025 dient Animal Rights haar gronden van bezwaar in tegen de weigering van de NVWA om op te treden tegen het misbruik van varkens bij ‘zwientie tikken’.


Wanneer iemand vraagt om handhavend op te treden wegens een vermeende overtreding, is de NVWA verplicht is om het verzoek inhoudelijk te behandelen. Het ‘onderzoek’ van de NVWA bestond er uit de organisatoren/varkensmisbruikers telefonisch of schriftelijk vragen te stellen. Dit betekent dat enkel op positieve verklaringen van de misbruikers – die niet onpartijdig en onafhankelijk zijn – wordt afgegaan en op basis daarvan het handhavingsverzoek is afgedaan. Animal Rights acht dit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.


De NVWA stelt op basis van dit ‘onderzoek’ dat er geen sprake is van grote risico’s voor het dierenwelzijn. Daarom is er geen sprake van risicogericht toezicht zoals voorgeschreven in het interventiebeleid. Ook stelt de NVWA dat er geen sprake is van een prioritair onderwerp. Om deze redenen doet de NVWA geen (nader) inhoudelijk onderzoek.


Er dient alsnog zorgvuldig inhoudelijk onderzoek plaats te vinden om te beoordelen of sprake is van overtredingen. Dat betekent een eigen inspectie of, vanwege de omstandigheid dat het volgende evenement pas plaatsvindt in de zomer van 2026, onafhankelijke deskundigen te vragen volledige videobeelden van eerdere evenementen te beoordelen.


Het is Animal Rights niet duidelijk waarom de NVWA meent dat het verbieden van “zwientie tikken” voor de betrokken partijen onevenredig is, met name doordat het belang van dierenwelzijn over het algemeen zwaarder weegt dan recreatief belang én er een prima alternatief is om de activiteit zonder levende dieren uit te voeren.


De NVWA stelt dat het handhavingsverzoek gebaseerd is op vermeende overtredingen van open normen die onvoldoende duidelijk zijn (en geen prioriteit hebben). Animal Rights betwist dat de wetsartikelen waarop zij zich beroept, namelijk het dierenmishandelingsverbod van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren, de erkenning van de intrinsieke waarde van het dier uit artikel 1.3 van de Wet dieren, de algemene zorgplicht van artikel 1.4 van de Wet dieren en de eisen aan het houden van dieren uit artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren onvoldoende duidelijk zijn. Animal Rights heeft dit onderbouwd in het handhavingsverzoek met verwijzingen naar zowel jurisprudentie als kamerstukken waarin de wetsartikelen worden geduid.

Animal Rights vindt het besluit van de NVWA onzorgvuldig, onvoldoende gemotiveerd en daarom onrechtmatig!

Update 3

In hoeverre de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) bereid is op te treden tegen de uitbuiting en mishandeling van dieren is af te lezen uit haar houding ten opzichte van een volstrekt zin- en nodeloos volksvermaak als ‘zwijntje tikken’.

De NVWA weigerde te gaan kijken bij en te handhaven tegen het kwelspel en verklaarde Animal Rights’ bezwaar daartegen op 18 maart 2026 ongegrond. Hoewel de toezichthoudend dierenarts van de NVWA aan de hand van beschikbare beelden beschrijft “dat de varkens op aanraking reageren met vluchtgedrag” en toelicht “dat de varkens dit vluchtgedrag vertonen, omdat ze niet aangeraakt willen worden omdat dit hen kwetsbaar maakt en zij hierbij stress ervaren”, weigert de NVWA te erkennen dat de varkens zonder redelijk doel worden benadeeld. 

Dit is het zoveelste voorbeeld van de luiheid en desinteresse van de NVWA waar het welzijnsaantastingen van dieren betreft. De NVWA acht het doorgang vinden van een achterlijk spelletje belangrijker dan het  beschermen van dieren tegen deze vorm van uitbuiting.

Er zijn alternatieven; zo kan het ook:

Waarom huiskatten niet vrij mogen rondzwerven

“Als ik naar buiten loop, een handvol stenen opraap en begin met het doodgooien van vogeltjes, word ik daar bijna zeker woedend op aangesproken en bestaat de kans dat ik een boete krijg,” zegt Animal Rights adviseur Erwin Vermeulen, “maar als ik mijn adoptie-katten vrij buiten laat rondrennen en zij doden diezelfde vogeltjes, dan vinden veel mensen dat ‘nu eenmaal de natuur’. Daar klopt iets niet.”

Edward H. Forbush kwam in 1916 al tot die conclusie in zijn ‘The Domestic Cat: Bird Killer, Mouser and Destroyer of Wild Life, Means of Utilizing and Controlling It’ en sindsdien is er nauwelijks iets aan die absurditeit veranderd:

“We now legislate to protect birds, but place no limit on the increase and activities of their most destructive . . . enemy. A man is liable to a fine if he kills a bird, but he may with impunity keep any number of cats to kill birds . . .”

Het is algemeen geaccepteerd dat de combinatie van biodiversiteitsverlies en klimaatverandering de grootste bedreigingen vormt voor de planeet en het leven – in zijn huidige vorm – daarop.

Eind 2019 publiceerden juristen Arie Trouwborst en Han Somsen van Tilburg Universiteit hun wetenschappelijke artikel ‘Domestic Cats (Felis catus) and European Nature Conservation Law—Applying the EU Birds and Habitats Directives to a Significant but Neglected Threat to Wildlife’.
Enkele maanden later, in februari 2020, verscheen het artikel ‘Domestic cats and their impacts on biodiversity: A blind spot in the application of nature conservation law’ van Arie Trouwborst, Phillipa C. McCormack en Elvira Martínez Camacho.
In beide documenten wordt de (enorme) impact van katten op de natuur in beeld gebracht en getoetst aan internationale natuurbeschermingswetgeving. Conclusie van beide wetenschappelijke artikelen: de aanpak van predatie door huiskatten is in veel landen een juridische blinde vlek in de natuurwetgeving.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op deze rapporten:

Domestic cats and their impacts on biodiversity: A blind spot in the application of nature conservation law, Arie Trouwborst, Phillipa C. McCormack, Elvira Martínez Camacho Trouwborst A, McCormack PC, Martínez Camacho E. Domestic cats and their impacts on biodiversity: A blind spot in the application of nature conservation law. People Nat. 2020;2:235–250. 1

Domestic Cats (Felis catus) and European Nature Conservation Law—Applying the EU Birds and Habitats Directives to a Significant but Neglected Threat to Wildlife – Arie Trouwborst and Han Somsen, Journal of Environmental Law, 2019, 0, 1–25 2

De strekking is niet alleen dat vaststaat dat rondzwervende huiskatten een significante bedreiging vormen voor de (Europese) biodiversiteit, maar dat deze dreiging relatief eenvoudig en goedkoop te verhelpen is in vergelijking met andere biodiversiteitsbedreigingen en dat de uitkomst van een analyse van de EU natuurbeschermingswetgeving is dat dit ook geeist wordt van de lidstaten.
Het vrij laten rondzwerven van huiskatten resulteert er in dat kleinere, wilde dieren eindigen als prooi en moet daarom gezien worden als het opzettelijk doden van (beschermde) wilde dieren en dat is verboden volgens het Europees, en dus ook Nederlands, recht.

Het gaat in Europa juridisch dan met name om verplichtingen met betrekking tot Natura 2000 gebieden en de algemene bescherming van vogels en andere soorten die zijn vastgelegd in ‘Directive 2009/147/EC on the conservation of wild birds’ (Vogelrichtlijn) en ‘Directive 92/43/EEC on the conservation of natural habitats and of wild fauna and flora’ (Habitatrichtlijn), samen bekend als de ‘Nature Directives’, of Natuurrichtlijnen.

Daarnaast bestaat er nog veel meer internationale wet- en regelgeving die relevant (kunnen) zijn in de zaak van vrij rondzwervende huiskatten en hun bedreiging voor inheemse fauna:

  • Regulation 1143/2014 on the prevention and management of the introduction and spread of invasive alien species (IAS Regulation);
  • The 1979 Convention on the Conservation of European Wildlife and Natural Habitats (Bern Convention);
  • The 1992 Convention on Biological Diversity (CBD);
  • The 1995 Agreement on the Conservation of African-Eurasian Migratory Waterbirds (AEWA);
  • The 2001 Agreement on the Conservation of Albatrosses and Petrels (ACAP).

Artikel 8(h) van de CBD geeft de verplichting om de introductie te voorkomen van niet-inheemse soorten die ecosystemen, habitats of soorten bedreigen. Ook de AEWA heeft een vergelijkbare clausule.

Ook het moeten voldoen aan internationale overeenkomsten als Ramsar, UNESCO en EUROBATS kan gezien worden als een verplichting om katten binnen te houden.

Eveneens van belang, hoewel niet bindend, zijn de ‘sustainable development goals’ (SDGs), vooral SDG 15 over het tegengaan van biodiversiteitsverlies (United Nations, 2015).

Dit naast algemene nationale en Europese wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld volksgezondheid en dierenwelzijn.

Een objectieve interpretatie van al die wet- en regelgeving vereist dat zwervende en verwilderde huiskatten gevangen worden waar ze een bedreiging vormen voor beschermde diersoorten en gebieden en eist van de lidstaten dat ze verbieden dat huiskatten vrij rondzwerven en dit ook effectief tegengaan.

Gezien de gevaren van het buitenleven – plat gereden worden, oplopen van ziektes, gepakt worden door een hond, kwaadaardige mensen (vergiftiging, geweren) – is het binnenhouden van een kat ook in het belang van de kat zelf.

Tienduizenden katten belanden jaarlijks in het asiel of verdwijnen, duizenden worden aangereden. Het vrij laten rondzwerven van huiskatten lijkt daarmee ook in strijd met de zorgplicht van de eigenaren. 3 4

Katten kunnen ook overlast en schade veroorzaken voor mensen. Denk aan poepen, urineren en omspitten van een tuin, het bekrassen van bezittingen en het janken van katten op liefdespad. Veel mensen genieten van de vogels rondom hun huis en willen het leed niet zien van de individuen die gepakt worden door de kat van de buren. Vooral toxoplasmose is een ziekte die via katten een gevaar kan vormen voor ongeboren kinderen en mensen met een verminderde weerstand.
Juridisch gezien komt hier de kwestie van aansprakelijkheid om de hoek kijken.

De huiskat als bedreiging van de biodiversiteit

De huiskat (Felis catus) stamt af van de wilde kat (Felis silvestris) en werd waarschijnlijk zo’n 10.000 jaar geleden gedomesticeerd in het gebied van de vruchtbare halvemaan toen jager-verzamelaars overstapten op akkerbouw.

Huiskatten passen zich eenvoudig aan aan het beschikbare voedsel, klimaat en habitat. Ze kunnen zich voortplanten vanaf een leeftijd tussen de 7 en 12 maanden en tot drie nestjes per jaar krijgen.

Vrij rondzwervende huiskatten, van katten met een eigenaar tot volledig onafhankelijke, verwilderde katten, hebben invloed op de biodiversiteit via predatie, verstoring/angsteffecten, competitie, ziektetransmissie en hybridisering.

Als gedomesticeerde soort hebben huiskatten geen natuurlijk leefgebied en zijn ze overal een niet-inheemse soort. Een niet-inheemse soort is, volgens de CBD Conference of the Parties (COP), een soort die direct of indirect door mensen is geïntroduceerd in een gebied dat niet zijn of haar natuurlijke leefgebied is. Wanneer een niet-inheemse soort de natuurlijke biodiversiteit bedreigt, geldt ze daarnaast als een ‘invasieve’ soort. De IAS Regulation hanteert vergelijkbare definities. De wijdverbreide en significante negatieve invloed van zwervende huiskatten op inheemse wilde soorten maakt de kat tot een van ’s werelds meest bedreigende invasieve exoot, naast de rat en de schimmel die amfibieën decimeert.

Die realisatie is niet nieuw. De laatste tien à vijftien jaar is er heel veel gepubliceerd in de wetenschappelijke literatuur over de invloed van katten op de natuur en biodiversiteit.

Iedere vrij rondzwervende huiskat met thuis en eigenaar is in potentie een toekomstige verwilderde kat, omdat de eigenaar de controle heeft opgegeven en het dier vrij is al dan niet naar huis terug te keren.

Gesubsidieerd leven

Zwervende huiskatten kunnen in veel grotere dichtheden voorkomen dan wilde carnivoren van hetzelfde formaat, omdat ze een ‘gesubsidieerd’ leven leiden. Dieren met eigenaren eten meestal ook thuis en vullen dat aan met wat ze in het wild vangen en ook zwerfkatten zonder thuis worden vaak bijgevoerd.

Huiskatten ontsnappen aan weerextremen door terug te keren naar hun thuis en ook voor verwilderde katten worden vaak huisjes neergezet. Thuis ontvangen huiskatten meestal veterinaire zorg, bijvoorbeeld in de vorm van vaccinaties. Ook verwilderde katten krijgen vaak vaccinaties en medicatie, zoals ontworming, bij TNR-acties.

Dit is een vorm van competitievervalsing. Het bijvoeren maakt deze huiskatten minder afhankelijk van een beperkt voedselaanbod in het wild en minder gevoelig voor competitie met andere roofdieren. De veterinaire zorg maakt ze minder vatbaar voor ziekten dan de wilde dieren waarmee ze concurreren.

Predatie

Alle verwilderde katten jagen, dat is hoe ze onafhankelijk van de mens overleven, en 50-80% van katten met eigenaren die vrij kunnen rondzwerven. Predatie is de meest directe manier waarop huiskatten invloed uitoefenen op wildleven. Het jachtinstinct kan zelfs in weldoorvoede katten sterk aanwezig zijn. Katten zijn wat betreft prooi opportunistisch. Ze jagen op vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden.

Grote aantallen zwervende huiskatten doden grote aantallen wilde dieren. Maar zelfs een klein aantal slachtoffers kan desastreus zijn voor kleine populaties of kwetsbare ecosystemen.

Verstoring/angsteffecten

Niet alleen predatie, maar ook verstoring en angst- of intimidatie-effecten vormen een probleem. Enkel de aanwezigheid of geur van katten beïnvloedt voedselvergaring, defensief gedrag en het stressniveau in wilde prooien en daarmee de energie inname en uiteindelijk de lichamelijke gezondheid van inheemse dieren. Dit beïnvloedt weer hun voortplantingssucces en kwetsbaarheid voor andere roofdieren en daarmee hun populatie.

Competitie

Zwervende huiskatten concurreren met inheemse soorten voor leefruimte, schuilplaatsen en voedsel. Iedere muis gevangen door een huiskat is niet beschikbaar voor een hermelijn of valk. De miljoenen dieren die door huiskatten worden gevangen, zijn niet beschikbaar voor inheemse carnivoren en omnivoren.

Ziekte

Zwervende huiskatten kunnen ook ziektes overdragen op inheemse diersoorten, zoals toxoplasmose, hondsdolheid en kattenleukemie. Die laatste ziekte kostte bijvoorbeeld vijf zeldzame Florida panters het leven en was terug te herleiden naar één kat.

Hybridisatie

In maart 2025 nog berichtte Omroep Brabant dat hoewel de wilde kat al 10 jaar niet is gezien in Brabant, de loper uitligt. In Limburg werd de wilde kat voor het eerst in 2002 weer gezien. Inmiddels leven er enkele tientallen. Het artikel eindigt met een positieve noot: “Het lijkt een kwestie van tijd tot de wilde kat weer op Brabantse grond komt.” 5 En laten we hopen dat de verspreiding zich van daaruit voortzet.

Verwilderde katten vormen een bedreiging voor de wilde kat. Het voortbestaan van deze soort wordt in Europa ernstig in gevaar gebracht door hybridisering in gebieden waar de dichtheid van de wilde kat laag is, zoals in Schotland en Hongarije.
‘Genetic swamping’ houdt in dat, in dit geval, de genen van de inheemse wilde kat zodanig worden vermengd met de genen van huiskatten dat geen enkel individu binnen een populatie nog is aan te duiden als een ‘echte’ wilde kat. Daarmee kunnen de dieren hun beschermde status verliezen.

Cumulatief

De invloeden die vrij rondzwervende huiskatten uitoefenen op wilde dieren komen vaak in combinatie voor. Bijvoorbeeld: naast het gevaar van hybridisatie concurreren zwervende huiskatten ook met wilde katten voor voedsel en kunnen ze ziektes op hen overbrengen.

Predatie en verstoring gaan ook vaak hand in hand, want bijna iedere onsuccesvolle jachtpartij zal leiden tot verstoring.

Op Schiermonnikoog toonde een studie uit 2013 aan dat zo’n 50 huiskatten verantwoordelijk waren voor de dood van een geschatte 6.000 vogels per jaar, waaronder een kwart van de totale broedpopulatie van het eiland. Er was daarnaast bewijs voor directe voedselcompetitie met roofvogels en uilen, en mogelijk een indirecte impact op de kwaliteit van het leefgebied door predatie van konijnen.

Cijfers

Een technisch rapport schat dat in Nederland jaarlijks 141 miljoen dieren door katten gedood worden, waarvan huiskatten met eigenaar verantwoordelijk zijn voor bijna tweederde daarvan (Wim Knol, Verwilderde Huiskatten: Effecten op de Natuur in Nederland, KNJV Report Nr 15-01).

In Canada worden huiskatten verantwoordelijk geacht voor de jaarlijkse dood van 100-350 miljoen vogels (Peter P Blancher, ‘Estimated Number of Birds Killed by House Cats (Felis catus) in Canada’ (2013) & Anna M Calvert and others, ‘A Synthesis of Human-Related Avian Mortality in Canada’ (2013)).

In Australië wordt geschat dat huiskatten jaarlijks 377 miljoen vogels en 649 miljoen reptielen doden (John CZ Woinarski and others, ‘How Many Birds Are Killed by Cats in Australia?’ (2017) & John CZ Woinarski and others, ‘How Many Reptiles Are Killed by Cats in Australia?’ (2018)).

Een studie gepubliceerd in april 2020 ‘We need to worry about Bella and Charlie: the impacts of pet cats on Australian wildlife’, schat het aantal door de 3,7 miljoen Australische huiskatten (dus niet de 2,1 miljoen verwilderde katten) gedode inheemse (dus niet de geïntroduceerde soorten) Australische reptielen, zoogdieren en vogels op 230 miljoen. Daarnaast komen nog ongeveer 150 miljoen geïntroduceerde dieren, vooral knaagdieren, om door predatie van huiskatten.

De schattingen voor de Verenigde Staten gaan over 95-299 miljoen amfibieën, 258-822 miljoen reptielen, 1,3-4,0 miljard vogels en 6,3-22,3 miljard zoogdieren. Een impact groter dan alle andere doodsoorzaken – vergif, pesticiden, botsingen met windmolens, hoogspanningsleidingen, gebouwen en voertuigen – gezamenlijk (Scott R Loss and Peter P Marra, ‘Population Impacts of Free-ranging Domestic Cats on Mainland Vertebrates’ (2017)).

In het Verenigd Koninkrijk, tijdens een vijf maanden durende onderzoeksperiode, brachten huiskatten een geschatte 57 miljoen zoogdieren, 27 miljoen vogels en 5 miljoen reptielen en amfibieën thuis, wat impliceert dat ze een veelvoud van deze aantallen doodden (Michael Woods, Robbie A McDonald and Stephen Harris, ‘Predation of Wildlife by Domestic Cats Felis catus in Great Britain’ (2003))

In Finland, waar veel minder mensen en katten leven, schatte een studie dat meer dan een miljoen prooidieren werden gevangen door zwervende huiskatten per maand, waarvan tenminste 144.000 vogels (Kaarina Kauhala, Kati Talvitie and Timo Vuorisalo, ‘Free-Ranging House Cats in Urban and Rural Areas in the North: Useful Rodent Killers or Harmful Bird Predators?’ (2015)).

Een Poolse studie van boerderijkatten schatte dat deze 136 miljoen vogels en 583 miljoen zoogdieren doden rondom Poolse boerderijen (Dagny Krauze-Gryz, Michał Z_mihorski and Jakub Gryz, ‘Annual Variation in Prey Composition of Domestic Cats in Rural and Urban Environment’ (2017)).

Wereldwijd worden katten genoemd als betrokken bij het uitsterven van tenminste twee soorten reptielen, 21 soorten zoogdieren en 40 soorten vogels, 26% van alle bekende uitstervingsgevallen in deze soortgroepen.

Op dit moment vormen katten een bedreiging voor minimaal 367 diersoorten op de rand van uitsterven (Tim S Doherty and others, ‘Invasive Predators and Global Biodiversity Loss’ (2016)).

In het rapport ‘The Impact of Invasive Alien Species on Native Threatened Species in Europe (ISPRA and ISSG 2015)’, geschreven voor de Europese Commissie staat de huiskat in de top drie van meest schadelijke exoten.

Natuurlijk gaat het om geschatte aantallen en zijn de werkelijke cijfers niet te achterhalen. Ook niet hoeveel van deze dieren toch gestorven zouden zijn aan bijvoorbeeld ziekten. De studies en de enorme aantallen suggereren echter duidelijk dat de impact van huiskatten op de populaties van gewervelde dieren algemeen zijn en van negatieve invloed op de populaties daarvan.

Aantal katten in Nederland

Volgens de Vogelbescherming ligt het aantal katten tussen de 3,6 en 4,7 miljoen. Dit zijn ruim 3 miljoen huiskatten, een half miljoen zwerfkatten en 135.000 tot 1,2 miljoen verwilderde katten in het buitengebied. 6
Die laatste getallen zijn verkregen via extrapolatie uit de literatuur (Neijenhuis en van Niekerk (2015), Als de kat van huis is … Zwerfkatten in Nederland: een inventarisatie, Wageningen Universiteit Researchcenter, Wetenschapswinkelrapport 316).

Natuurbescherming

Als een kat een vogel pakt dan is de eigenaar al strafbaar onder de huidige wetgeving. Er wordt alleen niet op gehandhaafd. Er is dus geen noodzaak voor het opstellen van nieuwe verdragen, regels, of wetgeving om de aanslag die vrij rondzwervende katten plegen op individuele dieren en de biodiversiteit in zijn algemeen aan te pakken. De al bestaande wetgeving op het gebied van natuurbescherming moet eenvoudigweg worden toegepast en gehandhaafd. Het gaat dan om het verwijderen van invasieve exoten, het beschermen van inheemse soorten en het beschermen van kwetsbare natuurgebieden.

De belangrijkst natuurbeschermingswetgeving binnen de EU zijn ‘Directive 2009/147/EC on the conservation of wild birds’ (Vogelrichtlijn) en ‘Directive 92/43/EEC on the conservation of natural habitats and of wild fauna and flora’ (Habitatrichtlijn), samen bekend als de ‘Nature Directives’, of natuurrichtlijnen.

Artikel 22(b) van de Habitatrichtlijn schrijft EU lidstaten voor dat, indien nodig, de introductie van niet-inheemse soorten moet worden voorkomen.

Artikel 6 van de Habitatrichtlijn eist met betrekking tot iedere Natura 2000 lokatie van de autoriteiten van de lidstaten dat de noodzakelijke beschermingsmaatregelen worden genomen die overeenkomen met de ecologische behoeften van de soorten en habitat types waarvoor de lokatie is aangewezen, en om ook de benodigde stappen te ondernemen om iedere significante verstoring te voorkomen.

De strikte bescherming van inheemse vogelsoorten, vastgelegd in Artikel 5 van de Vogelrichtlijn en die van de niet-vogel soorten uit Bijlage IV via Artikel 12(1) van de Habitatrichtlijn, beperken zich niet tot beschermde gebieden, maar gelden overal waar de soorten voorkomen. Dus ook in dorpen en steden! Onder de honderden soorten vastgelegd in Bijlage IV zijn er velen die kwetsbaar zijn voor de impact van huiskatten, waaronder knaagdieren, spitsmuizen, vleermuizen, kleinere carnivoren, hagedissen, slangen, kikkers, kevers, vlinders en libellen.

De verwoording in Artikel 5 van de Vogelrichtlijn en Artikel 12(1) van de Habitatrichtlijn maakt duidelijk dat de vereiste verboden gelden voor ieder individueel dier en ei van de beschermde soort en iedere individuele handeling van (opzettelijk) doden, vangen, wegnemen, of verstoren (met enkel uitgezonderd ‘verstoren’, onder de Vogelrichtlijn, wat alleen verboden is in zoverre de verstoring ‘significant’ is in het licht van vogelbescherming). Het maakt niet uit of de vogel zeldzaam of veelvoorkomend is en ongeacht het belang van de predatie door katten voor het voortbestaan van die soort.

Het Het Europese Hof van Justitie (Court of Justice of the EU (CJEU)) heeft herhaaldelijk uitgesproken dat het hierbij gaat om resultaatsverplichting, niet slechts om een inspanningsverplichting.
De handelingen moeten niet alleen verboden zijn via nationale wetgeving, maar ook in de praktijk niet voorkomen.
Ook oordeelde het Hof dat bovengenoemde Artikelen vereisen dat coherente en gecoördineerde maatregelen worden geadopteerd en geïmplementeerd ter bescherming van deze soorten.
Het is de duidelijke mogelijkheid van verstoring en doden, niet de zekerheid dat het zal plaatsvinden, die Artikel 12 toepasbaar maakt. Het aanvaarden van de mogelijkheid dat een handeling kan leiden tot verstoring of doden is voldoende voor het label ‘opzettelijk’. Ook als het gaat om verstoren en doden als ongewenst, maar te voorzien neveneffect van een handeling.

Dat houdt overduidelijk ook in dat er maatregelen genomen moeten worden om de dreiging die uitgaat van huiskatten tegen te gaan waar deze voorkomt. Het openzetten van een kattenluik leidt tot het ongewenste, maar aanvaarde neveneffect van het verstoren en doden van beschermde dieren.

De uitzonderingsmogelijkheden onder Artikel 9 van de Vogelrichtlijn en Artikel 16 van de Habitatrichtlijn lijken geen mogelijkheid te bieden om huiskatten alsnog vrij rond te laten zwerven.

De wilde kat is een van de soorten in Bijlage IV (en Appendix II van de Bern Convention). Het aanpakken van de beschreven dreiging (hybridisering, ziekteoverdracht, voedsel- en leefgebiedcompetitie) die zwervende huiskatten vormen voor de bescherming van de wilde kat lijkt dus een verplichting te zijn.
Het gaat dan niet alleen om waar de wilde kat nu voorkomt, maar ook tot waar het zijn of haar leefgebied zou kunnen uitbreiden onder gedegen bescherming.

Kamervragen en de wetgeving

Op 24 januari 2020 stuurden D66-Kamerleden Groothuizen en De Groot Kamervragen aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Justitie en Veiligheid over de Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en predatie door katten, naar aanleiding van de hierboven genoemde wetenschappelijke artikel. Minister Schouten gaf op 9 maart antwoord.

In woord gaf de minister aan dat predatie in toenemende mate een prioriteit is, maar in de praktijk leek de minister predatie door katten niet serieus te willen nemen en was ze niet van plan om extra maatregelen te nemen. Zoals met klimaat- en stikstofmaatregelen zal de Nederlandse overheid via de rechter moeten worden gedwongen om haar verplichtingen uit te voeren.

De minister zei niet te weten hoe groot het aantal slachtoffers van katten is: “Het is niet bekend hoeveel dieren in Nederland door katten worden gedood.”
Hoeveel (exact) is ook niet van belang; het gaat erom dat huiskatten (beschermde) wilde dieren vangen, doden en verstoren.

Vervolgens zei Schouten: “Er is geen één soort waarbij achteruitgang alleen aan predatie door katten kan worden toegeschreven.”
Ook dat is niet van belang. Nergens staat dat de beschermingsverplichtingen alleen gelden voor de hoofdoorzaak van achteruitgang of zelfs dat er sprake moet zijn van achteruitgang. Als, bijvoorbeeld, de wilde kat in aantal zou toenemen (vooruitgang) ontslaat dat de minister niet van de plicht om de soort (en de individuele dieren) te beschermen tegen negatieve invloeden van huiskatten.

In artikel 22, sub b, van de Habitatrichtlijn is bepaald dat lidstaten er op toe zien dat de opzettelijke introductie in de vrije natuur van een niet-inheemse soort wordt gereguleerd om de inheemse fauna niet in gevaar te brengen en, waar nodig geacht, een dergelijke introductie te verbieden.
In artikel 3.34 van de Wet natuurbescherming is ter implementatie hiervan een algemeen verbod opgenomen om dieren uit te zetten.
Minister Schouten beweerde echter: “Huiskatten zijn gehouden dieren en leven niet in het wild/de vrije natuur. Het houden van huisdieren, en deze buiten laten lopen, is niet te scharen onder het opzettelijk introduceren of uitzetten in de vrije natuur.”
Dat is een aanvechtbare bewering. Wat Schouten hier zei is in tegenspraak met de definitie voor niet-inheemse, invasieve soorten, aangenomen door de Conference of the Parties tijdens de 1992 Convention on Biological Diversity.
In de wetenschap wordt de huiskat ook gezien als een van ’s werelds schadelijkste invasieve, niet-inheemse soorten.

Minister Schouten schoof vervolgens de verantwoordelijkheid af op de provincies: “Ter implementatie van deze bepalingen bepaalt artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dat de provincies tezamen zorgdragen voor het nemen van de nodige natuurmaatregelen, onder meer in de vorm van de realisatie van het Natura 2000-netwerk en het Natuurnetwerk Nederland en het voeren van actief soortenbeleid. Het is daarbij in beginsel aan provincies om – indien zij dat nodig achten – in hun beleid rekening te houden met het vangen en doden van dieren door katten.”

Schouten vervolgde: “De monitoring als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de Habitatrichtlijn ziet op dieren van beschermde soorten van communautair belang die bij toeval worden gedood. Als het bij toeval doden van dieren van deze soorten een significante weerslag heeft op de betrokken soort, kan dat aanleiding zijn om instandhoudingsmaatregelen te treffen. Het is niet mogelijk om vast te stellen dat het incidenteel doden van dieren door katten een significante weerslag heeft op beschermde soorten, waardoor er geen aanleiding is om maatregelen te treffen.”
De Habitatrichtlijn spreekt in deze zin niet van ‘significante weerslag’, maar alleen van ‘weerslag’, ’significant’ is door de minister toegevoegd.

Voorzorgsbeginsel

Zelfs als er onzekerheid heerst over het precieze aandeel van huiskatten in de achteruitgang van de biodiversiteit, dan nog eist het voorzorgsbeginsel, vastgelegd in de 2007 ‘Treaty on the Functioning of the European Union’ (TFEU), dat effectieve maatregelen niet worden uitgesteld.

Schouten negeerde dat voorzorgsprincipe. Juist, als het niet mogelijk is om vast te stellen dat het incidenteel doden van dieren door katten een ‘significante weerslag’ heeft op beschermde soorten, geldt het voorzorgsprincipe. Zeker ook in het licht van de hoeveelheid wetenschappelijke literatuur die aangeeft dat die ‘weerslag’ wel degelijk ‘significant’ is.

Het voorzorgsprincipe is er speciaal voor besluitvorming onder onzekerheid. Het is een fundamenteel onderdeel van internationale en nationale wetgeving ter bescherming van wilde dieren. Preventieve of herstellende maatregelen zijn noodzakelijk als er een redelijke grond is om aan te nemen dat het niet nemen van deze maatregelen leidt tot negatieve effecten, of, in de woorden van de COP: “[l]ack of scientific certainty about the various implications’ of an invasive alien species for biodiversity ‘should not be used as a reason for postponing or failing to take appropriate eradication, containment and control measures” (CBD COP Decision VI/23, 2002)”.

Dus, in het licht van de hoeveelheid bewijs die de afgelopen jaren verzameld is over de impact van huiskatten, mag de resterende onzekerheid over de details van die impact geen reden zijn om het probleem niet aan te pakken.

Individuele dieren, individuele handelingen

Artikel 5 van de Vogelrichtlijn en Artikel 12(1) van de Habitatrichtlijn vereisen van de lidstaten dat ze de volgende acties verbieden:
het opzettelijk vangen of doden
het opzettelijk verstoren
het opzettelijk vernielen of weghalen van eieren (en nest)
het aantasten of vernielen van voortplantings- en rustgebieden.

Minister Schouten zei: “Er zijn geen onderzoeken die aantonen dat (predatie door) loslopende huiskatten en verwilderde katten van invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van soorten die op grond van Habitat- en Vogelrichtlijn dienen te worden beschermd. Een verbod op het laten loslopen van huiskatten acht ik derhalve niet nodig.”

Maar de bewoording in de richtlijnen maakt duidelijk dat het in deze verboden gaat om ieder individueel dier of ieder individueel ei van de beschermde soort en iedere individuele actie van opzettelijk vangen, doden en verstoren. Alleen in het geval van ‘verstoren’ in de Vogelrichtlijn is er de stipulatie dat het moet gaan om een significante impact van de verstoring op het doel van vogelbescherming.
Minister Schouten’s antwoord liet dus vooral zien dat ze de richtlijnen niet begrijpt of wil begrijpen.

De CJEU heeft voor de lidstaten verduidelijkt dat deze daden – vangen, doden en verstoren – niet alleen verboden moeten worden, maar dat de lidstaten ook alle mogelijke maatregelen moeten nemen om er voor te zorgen dat deze maatregelen in de praktijk niet overtreden worden.

Een excuus is vaak dat dit niet te handhaven zou zijn. Het CJEU heeft echter al verklaard dat de verplichtingen met betrekking tot Natura 2000 gebieden niet gebaseerd zijn op inspanning maar op resultaat. Met andere woorden: (Hou op met zeuren), alles moet in het werk gesteld worden om te handhaven.

Opzet

Hoe het vrij laten rondzwerven van huiskatten binnen deze wetgeving wordt gezien, hangt ook af van hoe het woord ‘opzettelijk’ wordt geïnterpreteerd. Het CJEU gerechtshof lijkt ‘opzettelijk’ te interpreteren als het ‘bewust accepteren van consequenties’.

Schouten legde het in antwoord op de Kamervragen nog eens uit: “Het Europese Hof van Justitie heeft in zijn jurisprudentie bepaald dat aan de in artikel 12, lid 1, sub a, van de richtlijn voorkomende voorwaarde inzake opzet slechts is voldaan indien degene die de handeling heeft verricht de vangst of de dood van een specimen van een beschermde diersoort heeft gewild, althans de mogelijkheid van die vangst of dood heeft aanvaard. De Europese Commissie geeft op basis van die jurisprudentie van het Hof van Justitie de volgende definitie: “opzettelijke” handelingen zijn handelingen van een persoon die weet, in het licht van de relevante wetgeving dat van toepassing is op de betreffende soort, en de algemene informatie die de overheid geeft, dat zijn handeling hoogstwaarschijnlijk leidt tot een overtreding tegen een soort, en hij die overtreding heeft gewild, of, indien dat laatste niet het geval is, hij bewust de voorzienbare gevolgen van zijn handeling aanvaardt. In dit laatste geval is er sprake van voorwaardelijk opzet.”

Dat het doel van het loslaten van een kat niet het vangen, doden, verstoren van een dier of het vernietigen van een ei is, sluit ‘opzettelijkheid’ dus niet uit. Bij het vrij laten rondzwerven van huiskatten aanvaard de eigenaar de mogelijkheid van de vangst of de dood van een specimen van een beschermde diersoort. Hij of zij weet, of had moeten weten, dat dat het gevolg kan zijn. Hij of zij aanvaardt daarmee bewust de voorzienbare gevolgen van zijn of haar handeling, namelijk dat het loslaten van zijn of haar kat de vangst of dood kan betekenen van een beschermde inheemse diersoort. Er is dus sprake van voorwaardelijk opzet.

Op basis van de wetenschappelijke kennis en de bestaande wetgeving moet de conclusie zijn dat alle EU lidstaten de wettelijke verplichting hebben om huiskatteneigenaars te verbieden hun katten vrij te laten zwerven en dit actief moeten handhaven. Zover bekend, houdt geen enkele lidstaat zich hieraan.

Het (afgewogen) belang van de kat

Het is in geen geval zeker dat vrij rondzwerven in het belang van de kat is, gezien het risico op platgereden worden in het verkeer, gedood worden door grotere roofdieren (hond, wolf, goudjakhals), het oplopen van ziekten, vergiftigd of afgeschoten worden en de stress en verwondingen van gevechten met soortgenoten. Het vrij laten rondloipen van katten is het verzaken van de zorgplicht door de eigenaar(s).
Fryslân is de enige provincie in Nederland waar op dit moment (zwerf)katten worden afgeschoten. In 2023 werden officieel 328 katten doodgeschoten en een jaar later 225.

Maar zelfs al was het in het belang van de kat, dan nog kan dat niet opwegen tegen het belang van de prooidieren om in leven te blijven. Wie zijn ‘zieliger’, de katten die goed verzorgd binnen moet blijven of de dieren die anders door deze katten gedood worden? Als binnenshuis leven voor een kat zielig is dan moet de kat van de huisdierenlijst.

Ook de kippen, varkens en koeien uit de vee-industrie zouden graag hun vrijheid willen. Net als binnenshuis gehouden honden, parkieten en kinderen.

Dat jagen een natuurlijke neiging is voor de kat wil niet zeggen dat een jagende huiskat natuurlijk of wenselijk is.

De ‘European Convention on the Protection of Pet Animals (Pet Convention)’ ondersteunt de verplichting van EU lidstaten om het vrij rondzwerven van huiskatten te verbieden, doordat het van iedere huisdiereigenaar vereist dat deze alles (redelijkerwijs) in het werk stelt om te voorkomen dat een huisdier ontsnapt. Lichaamsbeweging moet dus plaatsvinden aan een riem of binnen een kat-bestendige omheining.

Oplossingen

De menselijke impact op de biodiversiteit door onze enorme aantallen en overconsumptie is via de vernietiging van leefgebieden en klimaatverandering nog vele malen groter dan dat van huiskatten. Maar het vrij rondzwerven van katten is natuurlijk ook een door mensen veroorzaakt probleem; de katten dragen geen schuld.

De cumulatieve impact van huiskatten op Europese wilde dieren moet op twee manieren aangepakt worden:

  • Verwilderde katten/zwerfkatten dienen gevangen te worden en gehuisvest.
  • Huiskatten moeten binnenshuis gehouden worden (met uitzondering van een beveiligde stadstuin, aan een lijn, of in een ‘catio’).

Maatregelen zoals een chip- en registratieplicht helpen bij het handhaven.
Een sterilisatieplicht helpt het fokken van katten in te perken.

Kattenbelletjes en andere anti-predatie apparaatjes werken nooit 100% tegen predatie, bijvoorbeeld van jonge vogels in het nest, en doen niets tegen verstoring en angsteffecten. Bovendien zijn ze alleen toepasbaar bij katten met een eigenaar.

Controversie

De vrijheidsbeperking van katten is een controversieel thema. Het vrij laten rondzwerven van huiskatten is sterk ingeburgerd en wordt als ‘normaal’ gezien, ondanks het feit dat geen enkel ander huisdier zonder ‘baasje’ naar buiten gaat. De uitzonderingspositie van de kat is eigenlijk heel absurd.

Er zijn geen goede redenen om een verbod hierop niet massaal toe te passen. Maar het is politiek onaantrekkelijk om er werk van te maken, want er zijn nogal wat kiezers die katten hebben.

Handhaafbaarheid

Het ontbreekt de Nederlandse overheid in het algemeen aan daadkracht bij het oplossen van overduidelijke problemen, neem bijvoorbeeld de negatieve gevolgen van de intensieve veehouderij op volksgezondheid, natuur en klimaat. Liever laten ministers vervolgonderzoek op vervolgonderzoek volgen en gaan ze om de tafel zitten om (sector)afspraken uit te onderhandelen, totdat hun term er opzit. Alles, behalve handhaven.

We hebben geen nieuwe onderzoeken nodig, geen nieuwe afspraken, geen onderhandelingen, maar het handhaven van de bestaande natuurbeschermingswetgeving!

Zoals eerder aangegeven, helpt een verplichting tot chippen en registreren bij handhaving.
Net als bij eerdere verboden op voorheen ingeburgerd gedrag (zoals roken in kroegen, restaurants, treinen, vliegtuigen en andere openbare ruimten) zal handhaving in eerste instantie mankracht en geld kosten, maar na verloop van tijd zal weerstand omslaan in gewenning en zal sociale controle de plaats innemen van handhavers.

Het verbieden van het buiten laten van huiskatten met eigenaar is veel eenvoudiger dan het vangen van alle verwilderde katten.
Het aanpakken van alle vrij rondzwervende katten, via een uitgaansverbod enerzijds en wegvangen en herplaatsen anderzijds, is weer relatief makkelijk en goedkoop vergeleken met de benodigde actie tegen andere biodiversiteitsbedreigingen als landbouw, visserij, ontbossing, mijnbouw en klimaatverandering.

Animal Rights

“Onze cliënten zijn in de allereerste plaats de dieren,” zegt Animal Rights directeur Susan Hartland. “Wij komen op voor hun rechten en belangen. De hierboven besproken maatregelen zullen miljoenen kleine vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen en insecten het leven redden en daarnaast ook duizenden katten.”

Animal Rights wil daarom dat huiskatten binnenshuis blijven, tenzij ze uitgelaten worden aan een riem, in een ‘catio’ zitten, of, binnen de bebouwde kom, in een tuin waar ze niet uit kunnen.

Animal Rights pleit naast het verbod om huiskatten te laten zwerven ook voor een chip- en registratieplicht voor katten en een verplichting tot sterilisatie. Het fokken van katten moet aan banden worden gelegd.

Update – Invoering van de chip- en registratieplicht voor katten

In juni 2025 meldt Minister Wiersma van LVVN: “De invoering van de chip- en registratieplicht voor katten heeft helaas vertraging opgelopen. De afstemming rondom de uitvoering van de chip- en registratieplicht door de RVO duurt langer dan verwacht. Hier wordt hard aan gewerkt. Zodra dit is afgerond kan de AMvB in consultatie gaan.”

Update – Cijfers afgeschoten katten

Alleen in de provincie Fryslân is via het faunabeheerplan aan de Faunabeheereenheid een vergunning afgegeven voor het doden van verwilderde katten. In 2023 en 2024 zijn in Friesland respectievelijk 328 en 225 verwilderde katten afgeschoten. Het aantal katten dat in 2025 en 2026 is afgeschoten, is nog niet door de Faunabeheereenheid bekend gemaakt.

Bron: Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XIV, nr. 6 39


  1. https://doi.org/10.1002/pan3.10073 ↩︎
  2. https://doi.org/10.1093/jel/eqz035 ↩︎
  3. Zwerfkatten ↩︎
  4. Aanrijdingen ↩︎
  5. Wilde kat ↩︎
  6. Huisdierenstandpunt ↩︎

Wolf Bram

Utrecht wil wolf Bram dood hebben en heeft de ‘usual suspects’ als ‘deskundigen’ ingehuurd om die moordwens te verdedigen. Naar de mening van Animal Rights slaagt men daar niet in. Dit is waarom:

Lees ook:

Op 11 juli 2025 verzocht Animal Rights de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland om het besluit van het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht van 8 juli (gepubliceerd op 11 juli) om een vergunning te verlenen voor het doden van wolf Bram/GW3237m, via een ordemaatregel te schorsen totdat het verzoek om een voorlopige voorziening op zitting is behandeld.

Het spoedeisend belang van dit verzoek is gelegen in het feit dat de vanaf dinsdag 15 of woensdag 16 juli te gebruiken vergunning onomkeerbare gevolgen zou hebben voor zowel de wolf als de van hem afhankelijke welpen (eenmaal gedood blijft dood). Dit belang dient zwaarder te wegen dan het belang van provincie en jagers om de vergunning op stel en sprong te kunnen gebruiken, des te meer doordat het college en andere betrokkenen kennelijk geen directe dreiging of gevaar zien. Zo is de vergunningverlening gebaseerd op een incident dat dateert van 19 mei, meer dan acht weken geleden en is het gebied in de tussentijd niet afgezet geweest en hebben er in al die weken geen andere incidenten plaatsgevonden.

GS stemde, zoals gebruikelijk, vervolgens in met uitstel tot de zitting die gepland werd op 23 juli.
Op 18 juli diende Animal Rights haar gronden in en vulde deze op 20 juli aan.

Noodzaak

De basis is dat het doden van Bram – en andere (strikt) beschermde dieren – noodzakelijk moet zijn, in dit geval om de openbare veiligheid te borgen. Animal Rights is het daar niet mee eens.

Recreëren in een gebied waar wilde dieren leven kan risico’s met zich meebrengen, vooral als er geen of onvoldoende preventieve maatregelen worden genomen zoals het informeren van recreanten en het instellen van rustgebieden voor wilde dieren. Dat een risico bestaat betekent niet vanzelfsprekend dat er sprake is van een gevaar voor de openbare veiligheid.
Hoewel Animal Rights het bijtincident betreurt, wenst zij wel op te merken dat dergelijke incidenten kunnen voorkomen bij het samenleven met (wilde) dieren en we een risico’s als samenleving ook veelal accepteren.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland overwoog hierover onlangs:
“De voorzieningenrechter wenst nog te benadrukken dat het voorgaande niet met zich meebrengt dat als een wolf een keer een mens heeft gebeten dit per definitie betekent dat er een noodzaak bestaat om tot afschot van de wolf over te gaan vanwege de openbare veiligheid. Dat hangt steeds af van de specifieke situatie en context, waarbij in elk geval voldoende aannemelijk moet zijn dat het gedrag van een wolf (ook bij een bijtincident) als afwijkend gedrag getypeerd kan worden.”

Slechts twee incidenten zijn te linken zijn aan GW3237m. Het gaat om een eerste incident op 31 juli 2024, waarbij DNA-sporen van GW3237m zijn aangetroffen op het shirt van een kind. Volgens de Zoogdiervereniging is het kind omvergelopen naar aanleiding van (natuurlijke) interesse in een naast het kind loslopende hond, waardoor het kind krassen op de rug kan hebben opgelopen (maar het kan ook van een bramenstruik zijn). EcoNatura stelt nu echter, veel later, dat het gaat om een bijtwond, want dat past beter in het verhaal.
Het tweede incident betreft het bijtincident op 19 mei 2025, waarbij DNA-sporen van GW3237m zijn aangetroffen op het broekje van een vrouw. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat DNA vanaf kleding indirect bewijs betreft en dat de “chain of custody” die tot dit bewijs heeft geleid, niet volledig is gedocumenteerd.

In dit verband merkt Animal Rights op dat voor geen van de door EcoNatura genoemde interacties en incidenten geldt dat is aangetoond dat Bram zonder provocatie een mens heeft aangevallen. Animal Rights betwist dan ook dat er sprake is van een ‘probleemwolf’ die valt onder situatie h) van de escalatieladder en daarom volgens de interventierichtlijnen uit de populatie verwijderd zou moeten worden.

Hugh Jansman, ecoloog werkzaam bij Wageningen Environmental Research, besprak het incident tijdens een lezing in Nijmegen op 10 juli 2025 1 en zei hierover het volgende:
“Dat dier [red. GW3237m] deed niets onnatuurlijks, maar zijn verdedigingsgedrag was vrijwel zeker net even iets te sterk afgesteld waardoor hij een wat wij noemen corrigerende tik uitdeelt. Alleen voor een wolf betekent dat even een snap met de bek; wel wat krassen, wel wat schrammen, maar als-ie echt had willen bijten, had het er heel anders uitgezien.”

Italiaanse hoogleraar Dierkunde Luigi Boitani bevestigt de constatering van Jansman op het internationale wolvencongres in Lunteren:
“Als een wolf echt een mens zou willen doden, zou dat tien seconden duren. Dan pakte het dier je bij de nek en je zou dood zijn voor je het doorhebt.” 2

In de basis is habituatie geen opmaat naar conflicten. Aangeboren vluchtafstanden nemen af door menselijke aanwezigheid, onze natuurgebieden zijn tenslotte ook plekken waar we recreëren. De mens wordt voor het wild een normaal deel van het landschap.
Als provocatie plaatsvindt is een reactie natuurlijk. De oorzaak van een eventuele reactie is geen predatie, maar verdedigingsgedrag dat wordt opgeroepen door de provocatie.

Lees ook:

Andere bevredigende oplossingen

Afwijken van het verbod op het doden van beschermde dieren kan alleen worden toegestaan als er geen andere bevredigende oplossing bestaat om het doel te bereiken. Iedere andere bevredigende oplossing die minder ingrijpend is dan afschot, dient eerst te worden uitgevoerd. Volgens Animal Rights is dat in het onderhavige geval niet gebeurd en daarom had de afwijking (afschot) niet toegestaan mogen worden.

Volgens Animal Rights zijn er diverse effectieve doeltreffende maatregelen te nemen die het risico op gevaarlijke interacties met Bram verkleinen. Een eerste geschikte en passende maatregel is het instellen van rustgebieden voor wilde dieren zoals de wolf, zodat zij zich kunnen terugtrekken. Buiten de rustgebieden blijft ruimte voor recreanten. In het geval dat een nestlocatie zich bevindt buiten een rustgebied, kan besloten worden om het gebied rondom de nestlocatie tijdelijk af te sluiten voor recreanten, zodat de ouders van de welpen niet getriggerd worden om hun welpen te beschermen.

Onderdeel van het maatregelenpakket dient uiteraard ook te zijn dat recreanten goed worden voorgelicht over passend gedrag ten aanzien van wilde dieren in hun leefgebied. De inmiddels geldende aanlijnplicht en de tijdelijke afsluiting van een gebied in 2024 hebben duidelijk tot verbetering geleid. De stichting betreurt het dat het gebied in het huidige seizoen niet tijdelijk afgesloten is geweest, zodat het incident van 19 mei 2025 voorkomen had kunnen worden.

Behalve deze preventieve maatregelen zijn er ook vele andere, meer ingrijpende maatregelen te nemen als die noodzakelijk zouden zijn, zoals aversieve conditionering. Deze maatregelen dienen uitgevoerd te zijn alvorens gegrepen kan worden naar het ultimum remedium van afschot. De stichting betwist nadrukkelijk de verwerpelijke bewering van EcoNatura dat de voornemens tot aversieve conditionering van Bram zijn gestaakt vanwege weerstand van dierenrechtenorganisaties. De werkelijke reden hiervoor is dat het college erachter kwam dat Bram, in tegenstelling tot eerdere beweringen van deskundigen, de vader van de welpen bleek te zijn waardoor het college besloot dat ingrijpen een te grote impact zou hebben op de staat van instandhouding van de soort (vanwege het risico dat de welpen niet zouden overleven als er iets met Bram zou gebeuren).
Deze beslissing volgde nadat de voorzieningenrechter al oordeelde dat het college de noodzaak om Bram negatief te conditioneren onvoldoende had onderbouwd. Het college heeft de gebreken nooit hersteld en vervolgens wel de onderhavige, meer ingrijpende vergunning verleend. De situatie is onveranderd: Bram is dit seizoen wederom vader van welpen en preventieve maatregelen zijn (ook) dit seizoen niet genomen.

Alternatieve maatregelen zijn in deze casus niet of slechts beperkt of tijdelijk toegepast. Zenderen van een wolf valt hierbuiten, aangezien dit geen methode is om aversieve conditionering te bereiken. Het tijdelijk afsluiten van een gebied is functioneel en kan confrontaties en problemen voorkomen. Een permanent hondenaanlijngebod of hondenverbod in wolvenkerngebied is onontbeerlijk om wolven bij honden en mensen weg te houden. Niet picknicken en liefst helemaal geen voedsel meenemen. Proactief reageren bij een ontmoeting met een wolf (in plaats van fluisteren en je klein maken voor die ene goede foto). Liefst niet rennen, fietsen en paardrijden in wolvenkerngebied.

Bij uitstek ligt de verantwoordelijkheid hiervoor en voor informatievoorziening hierover bij overheid en terreinbeheerders. Gebeuren deze preventieve maatregelen niet op serieuze wijze dan gaan ongetwijfeld vaker problematische situaties ontstaan. Het afschieten van ‘probleemwolven’ gaat potentiële conflicten niet voorkomen.

Staat van instandhouding

Een andere voorwaarde voor vergunningverlening is dat een afwijking van het verbod op het doden van beschermde dieren geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Aan deze verplichting kan met onderhavige vergunning niet worden voldaan, doordat het resulteert in het overlijden van Bram en waarschijnlijk ook zijn welpen.

De staat van instandhouding van een soort moet beoordeeld worden op het niveau van de lidstaat, ook als er sprake is van grensoverschrijdende populaties. Dit is bevestigd in diverse arresten van het Hof van Justitie van de EU.

Lees ook: HET EUROPESE HOF OVER DE STAAT VAN INSTANDHOUDING VAN DE WOLF

EcoNatura schat in dat de welpen een kans van 50% hebben om te overleven als Bram wordt doodgeschoten. Die conclusie lijkt mede te zijn gebaseerd op de veronderstelling dat een van de jaarlingen meehelpt met de zorg voor de welpen, omdat zij een aantal keren nabij de kraamplaats is waargenomen. Dit is noch bewijs noch een garantie voor de toekomst. Een aantal alinea’s verder erkent EcoNatura:
“Het gelijktijdige wegvallen van GW3237m én andere bijdragende roedelleden (die momenteel afwezig of afwezig dreigend zijn) kan leiden tot structurele destabilisatie van de roedel.” En sluit af met de conclusie:
“Het vroegtijdig verwijderen van de vaderwolf brengt echter een onzekere uitkomst met zich mee ten aanzien van het overleven van de nieuwe welpen en de stabiliteit van de roedel.”

Animal Rights acht het dan ook aannemelijk dat de afschotvergunning zal leiden tot meer dan één overlijdensgeval. Niet alleen Bram, maar ook (een deel van) zijn welpen zullen overlijden. Dit heeft een nog grotere impact op de al ongunstige staat van instandhouding van de soort.

Bovendien is het onzeker of de juiste wolf wordt gedood. Hoewel EcoNatura poogt te onderbouwen dat Bram op uiterlijke kenmerken goed herkenbaar is, is vorig jaar al gebleken dat daarvan geen sprake is. Na een uitspraak van uw voorzieningenrechter over het zenderen en negatief conditioneren van Bram besefte het college ineens dat Bram wel de vaderwolf van de roedel was, na er eerst zeker van te zijn dat het ging om een andere wolf, gebaseerd op uiterlijke kenmerken.

Daarnaast is het aannemelijk dat de welpen van dat jaar, nu jaarlingen, een grote uiterlijke gelijkenis met Bram vertonen. Met het rapport van EcoNatura wordt met één zeer onduidelijke foto van een aantal wolven het tegengestelde niet bewezen. Animal Rights stelt zich daarom op het standpunt dat het niet alleen onzeker is of de welpen van dit jaar een afschotvergunning overleven, maar ook de jaarlingen hun leven niet zeker zijn.

Ten slotte komt de onderhavige toestemming slechts enkele weken na de op grond van het advies van EcoNatura verleende toestemming om ook wolf Hubertus te doden, een wolf die ook vader zou kunnen zijn.

Animal Rights concludeert dat er ten minste onzekerheid bestaat over de vraag of met het doden van Bram ook meerdere andere wolven overlijden met als gevolg een groot negatief effect op de (al ongunstige) staat van instandhouding van de soort. Ook om die reden is de afwijking niet toegestaan, waardoor de vergunning niet verleend had mogen worden.

De ‘deskundigen’ van de provincie

Het college heeft verschillende deskundigen geraadpleegd van de Zoogdiervereniging en EcoNatura om een second opinion gevraagd. Allereerst stelt Animal Rights zich op het standpunt dat het advies van de Zoogdiervereniging zeer beperkt is. Bovendien overwoog het college een jaar geleden nog om geen maatregelen uit te voeren naar aanleiding van het toen geldende advies over Bram van de Zoogdiervereniging, omdat het college het advies van onvoldoende kwaliteit achtte:
”Een ander bestuurlijk gevoelig punt dat we onder de aandacht willen brengen is het volgende. Voor de uitvoering van het IPO-wolvenplan en addendum, baseren we ons op de advisering vanuit vooral de Zoogdiervereniging. Wij zijn van mening dat deze adviezen op dit moment niet van dusdanige kwaliteit zijn dat we u op basis daarvan goed genoeg kunnen adviseren.”

Ten aanzien van het advies van EcoNatura stelt Animal Rights zich op het standpunt dat de conclusie hiervan bij voorbaat al leek vast te staan, aangezien dezelfde deskundige toen net een eensluidend advies had uitgebracht in de zaak over wolf Hubertus in Gelderland. De vraag is of dit advies als onafhankelijk en onpartijdig kan worden gezien, ook vanwege de (monitorings)werkzaamheden van dhr. Van Maanen op het landgoed Den Treek, een landgoed waarvan de rentmeester zich herhaaldelijk negatief heeft uitgelaten over de aanwezigheid van wolven op het landgoed. Bovendien is het advies van EcoNatura op vele punten subjectief en suggestief.

Conclusie

Om alle bovengenoemde redenen acht Animal Rights het bestreden besluit onrechtmatig en verzoekt zij de rechtbank om het besluit, vanwege de onomkeerbaarheid daarvan, te schorsen tot zes weken nadat op het bezwaarschrift is besloten.

Update

De voorzieningenrechter deed anderhalf uur na de zitting onmiddellijk uitspraak. De weegschaal van Vrouwe Justitia is uit balans. De inbreng van de ‘deskundigen’ van de provincie nam de voorzieningenrechter goedkeurend tot zich, terwijl ze de inbreng vanuit natuurbeschermingsorganisaties Animal Rights en Faunabescherming naast zich neerwierp.

De voorzieningenrechter accepteerde zonder enig bewijs dat er geen provocatie aan het bijtincident vooraf ging, dat Bram eenvoudig te onderscheiden is van zijn zonen en dochter van vorig jaar en dat zijn welpen en roedel ook kunnen overleven zonder Bram. Daarmee is de lat wel heel erg laag gelegd om een doodvonnis uit te spreken.

De rechtspraak en de democratie in zijn algemeen hebben al geen legitimiteit zonder rechten en rechtspersoonlijkheid voor individuele dieren. Deze rechter benadrukte dat nogmaals door het leven van Bram genadeloos weg te strepen tegen het denkbeeldige gevaar voor de openbare veiligheid gebaseerd op bovenstaande aannames.

Het is een trieste dag.

Update 2

Dit zouden beelden zijn van wolf Bram en zijn 3 welpen van vrijdagochtend 25 juli.

Wat voor een harteloos, genadeloos tuig moet je zijn om een vaderwolf die voor zijn welpen zorgt af te willen maken? Je kan het vragen aan CDA-gedeputeerde Mirjam Sterk, ecologen Erwin van Maanen en Glenn Lelieveld, de Zoogdiervereniging of jagers Hans van Eijden en Gijs van Aardenne.

Animal Rights roept barmhartige mensen op naar Landgoed Den Treek te gaan en de jagers te filmen en fotograferen.


Update 3

Op 28 juli werd de uitspraak gepubliceerd.

De eindconclusie/belangenafweging: “… de voorzieningenrechter vindt het risico op al dan niet zwaar of lethaal letsel hij mensen veroorzaakt door wolf GW3237m zodanig ernstig is, dat het voorkomen hiervan zwaarder moet wegen dan het belang van verzoeksters bij het afwachten op de uitkomst van de bezwaarprocedure.” De gammele grammatica komt voor rekening van de rechter en haar griffier.

Merk vooral ook op dat de rechter alleen rekening kan houden met het belang van Animal Rights en de Faunabescherming – de verzoeksters – en niet met het belang van Bram; een wolf heeft, net als andere niet-menselijke dieren, immers geen rechten.

Deze uitspraak is het procedurele equivalent van een executie voltrekken en daarna pas het juridische traject doorlopen dat eventueel naar een doodvonnis zou kunnen leiden. Dat noemen we onrecht!

Het is voor antropocentrische rechters de makkelijke weg: bij de ’toverwoorden’ openbare veiligheid, volksgezondheid, verkeersveiligheid of vliegveiligheid kies je voor het doden van de ‘verantwoordelijke’ dieren. Er kan je vervolgens nooit verweten worden dat je te laks bent opgetreden en je ongelijk is onbewijsbaar, want de dood is immers onomkeerbaar.

Update 4

Op 27 juli dient de Partij voor de Dieren Provincie Utrecht schriftelijke vragen in: ‘Schrif­te­lijke vragen Uitvoering afschot­ver­gunning na vrij­ge­geven beelden van wolf GW3237m met welpen’: 3

Vrijdagochtend 25 juli 2025 is een wolf, vermoedelijk GW3237m, samen met welpen in Den Treek-Henschoten gezien door verschillende omstanders. Deze hebben ter plekke beeldopnames van de roedel gemaakt.

Deze foto’s en filmopnames zijn diezelfde dag door wolvenexpert Rick van Malssen beoordeeld, Hij heeft de vaderwolf geïdentificeerd als wolf GW3237m. Het beeldmateriaal is op zaterdagochtend 26 juli vrijgegeven en openbaar gemaakt op verschillende online platforms: Beelden wolf Bram met welpen

Heeft de gedeputeerde kennisgenomen van dit beeldmateriaal?
Zijn experts ingeschakeld om de beelden te beoordelen en verder onderzoek te doen naar de zorgrol van GW3237m in de roedel? Zo ja, leiden deze analyses tot een mogelijke heroverweging van de (uitvoering van de) afschotvergunning? Kan deze worden toegelicht?

Op de filmbeelden is te zien hoe wolf Bram met zijn welpen onderweg is en hen zorgzaam begeleidt: er lijkt sprake te zijn van hechting en een afhankelijkheidsrelatie tussen vaderwolf en welpen.

Is de gedeputeerde op de hoogte van de Europese en nationale regels als het gaat om het afschieten van een wolf die een essentiële rol vervult in een roedel met jonge welpen?
Wat voor impact heeft mogelijke afschot op de roedel, de andere solitaire wolven in de Provincie Utrecht en de staat van instandhouding van wolven in zijn algemeenheid?
Hoe groot is de kans dat de welpen het zonder vader overleven, gezien de leeftijd en de zichtbare afhankelijkheid?
Hoe verhoudt de uitspraak van de heer Van Maanen, dat hij het bijvoeren van welpen overweegt, zich tot zijn eigen erkenning en die van andere deskundigen dat bijvoeren juist het risico op gewenning en probleemgedrag bij wolven vergroot?
Gaat de gedeputeerde op juridische gronden de vergunning voor afschot intrekken dan wel tot nadere orde opschorten?
Gaat de gedeputeerde op ethische gronden de afschotvergunning intrekken dan wel tot nadere orde opschorten?
Zo ja, vanaf wanneer gaat de intrekking in? Bij opschorting: wat is de verwachte termijn daarvan?
Zo nee, waarom niet? Zullen andere maatregelen genomen worden naar aanleiding van deze nieuwe inzichten met betrekking tot de uitvoering van de afschotvergunning?

Op het landgoed zijn vele wildcamera’s al lange tijd actief en worden de verschillende wolven gemonitord, deze beelden worden niet gedeeld of vrijgegeven.

Heeft de gedeputeerde voor het afschotbevel gebruik gemaakt van deze beelden om te zien of deze wolf een betrokken vaderrol heeft in het grootbrengen van zijn welpen? Zo ja, wat waren de conclusies op basis van deze beelden en kunnen deze met PS gedeeld worden? Zijn andere informatiebronnen betrokken bij deze analyse? Zo ja, kunnen deze met PS gedeeld worden? Zo nee, op welke manier heeft de gedeputeerde kunnen vaststellen welke rol GW3237m vervult in de roedel?

Wat zijn de juridische consequenties als afschot van GW3237m achteraf onrechtmatig blijkt? Kan door de rechter boetes of andere sancties/verplichte maatregelen worden opgelegd? Zo ja, kunnen deze toegelicht worden?
Wat zijn de juridische consequenties als niet GW3237m maar een andere wolf wordt doodgeschoten door foute identificatie? Kan naar aanleiding hiervan door de rechter boetes of andere sancties/verplichte maatregelen worden opgelegd? Kan de formele procedure bij foutieve afschot hier worden toegelicht?
Als een andere wolf wordt doodgeschoten, blijft de afschotvergunning gelden voor GW3237m? Hoeveel wolven mogen er foutief doodgeschoten worden gedurende de termijn van de afschotvergunning?

Het aangewezen afschotgebied voor wolf GW3237m omvat delen van het Defensieterrein Leusderheide. Voor het gebruik van dit terrein door derden is op grond van het Rijksvastgoedbeleid en het Beleidskader Gebruik Defensieterreinen formeel toestemming van Defensie vereist. Daarnaast zijn Gedeputeerde Staten op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht gehouden tot een zorgvuldige en uitvoerbare besluitvorming.

Kan GS bevestigen dat de vereiste toestemming van Defensie is verkregen? Zo ja, op welk moment is hier toestemming voor gegeven en is hier schriftelijk verslag van gemaakt.
Zo nee, acht GS het juridisch en bestuurlijk verantwoord om een omgevingsvergunning voor afschot af te geven zonder aantoonbare instemming van de terreinbeheerder, in dit geval Defensie?

Update 5

Er heeft op 30 juli 2025 mogelijk een incident plaatsgevonden bij Austerlitz waarbij (opnieuw mogelijk) een kind en wolf betrokken waren. Ook in 2024 was er daar een incident met een kind en wolf.

Animal Rights is afgelopen zondag nog in het gebied geweest. Het gebied is niet afgesloten. Mensen lopen nog steeds hard, mountainbiken, picknicken, laten honden los lopen en rijden paard in het territorium en kerngebied van een wolvenroedel met jonge welpen van ongeveer 3 maanden oud.

Veel bezoekers van het gebied zijn onverbeterlijk en willen zich niet aanpassen; de provincie en gemeentes sluiten de gebieden niet af, hoewel zelfs de ‘deskundige’ van de provincie aangaf dat het gedrag van wolf Bram seizoensgebonden is, verbonden aan het feit dat hij moet zorgen voor jonge welpen.

Bram is afgelopen vrijdag 25 juli nog met twee welpen gezien op de Houtlaan in Den Treek. De provincie grijpt graag naar het geweer maar heeft verder geen boodschap aan openbare veiligheid. Dit is het leefgebied van een roedel wolven. Het egoïsme van provincie en burgers in hun weigering om zich aan het ritme van de natuur en de beschermde dieren aan te passen is verbijsterend.

Of je accepteert de mogelijkheid van dit dit soort incidenten, of je sluit het gebied tijdelijk af.

Overigens valt Austerlitz buiten het ‘uitvoeringsgebied’ waarin Bram mag worden geëxecuteerd.

Update 6

Uit een DNA-spoedanalyse door Wageningen University & Research (WUR) blijkt op 15 augustus dat wolf Bram betrokken was bij het incident op 30 juli met een 6-jarig kind. 4 Dat verandert verder niets want al op 23 juli werd de bloedlust van de provincie Utrecht al gelegaliseerd door een voorzieningenrechter. Dat is bijna 4 weken geleden en Bram leeft nog steeds.

Ook Utrecht kent geen enkel fatsoen in juridische processen. Er is nog steeds geen datum vastgesteld voor een hoorzitting.

Update 7

Het is levensgevaarlijk op de Utrechtse Heuvelrug en daarom moet wolf Bram worden doodgeschoten, maar vanaf maandag 15 september mogen honden gewoon weer loslopen in de bossen rondom de Leusderheide. Staatsbosbeheer, Utrechts Landschap, gemeenten en de provincie Utrecht besluiten de aanlijnplicht niet te verlengen, terwijl er toch nog steeds een dringend advies geldt om het bosgebied tussen de A12 en A28 te mijden. 5 Honden los laten rondrennen in het territorium van een wolvenroedel is voor de provincie Utrecht blijkbaar volstrekt logisch.

Gedeputeerde Mirjam Sterk en trawanten sturen aan op nieuwe incidenten. De bezwaarprocedure loopt immers gewoon door, hoewel er door Utrecht nog steeds geen datum is vastgesteld voor een hoorzitting.

Update 8 – wolvin aangereden op de Doornseweg

Bij een aanrijding op de Doornseweg in Leusden is op de avond van 22 september 2025 een wolf doodgereden. 6 Volgens de provincie Utrecht gaat het om een wolvin. Dna-onderzoek moet uitwijzen of het dier een van de bekende wolvinnen in onze regio is. Op de Utrechtse Heuvelrug zijn drie vrouwelijke wolven regelmatig in beeld. Het gaat dan om de vrouw van Bram en de dochter van Bram van vorig jaar die mogelijk meehelpt met het (op)voeden van de huidige welpen. Daarnaast leeft er in het gebied nog een vermoedelijk solitaire wolvin.

Wanneer het om de vrouw van Bram gaat, is het volgens Animal Rights van groot belang om de jacht op Bram stil te leggen totdat daar uitsluitsel over is en ook niet te heropenen als Bram nu de enige overgebleven ouder is. Als Bram in dat geval wordt gedood betekent dat immers niet alleen de executie van Bram, maar waarschijnlijk ook van de vijf huidige welpen en daarmee de uitroeing van het hele roedel op de Utrechtse Heuvelrug. Gezien de ongunstige staat van instandhouding van de wolf in Nederland zou dat een vervolgbare misdaad zijn.

Animal Rights heeft inmiddels gedeputeerde staten van Utrecht gevraagd om de Faunabeheereenheid te vragen de vergunning niet te gebruiken totdat het DNA van de wolvin bekend is en, als het om de moeder van de welpen gaat, de gevolgen daarvan voor de welpen door deskundigen beoordeeld zijn – en Animal Rights daarvan op de hoogte is gesteld.

De Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben inmiddels Statenvragen gesteld: 7

Op maandagavond 22 september jl is een wolvin doodgereden op de Doornseweg in Leusden, vlakbij Landgoed Den Treek. Uit DNA-onderzoek moet blijken om welke wolf het gaat. Dit is inmiddels de 4e aanrijding van een wolf met dodelijke afloop op de Utrechtse Heuvelrug. Twee eerdere aanrijdingen vonden ook plaats op de Doornse weg, waarvan één dodelijk en bij de andere aanrijding raakte Bram, GW3237M, kreupel.

Mogelijk gaat het dit keer om de partner van GW3237M die moeder is van eenjarige welpen en van de nog jonge welpen die dit voorjaar zijn geboren. Met oog op de uitvoering van de afschotvergunning voor GW3237M maken de vragenstellende fracties zich ernstig zorgen om het het welzijn van deze jonge welpen en voortbestaan van de roedel als inderdaad blijkt dat het hier gaat om deze wolvin. De afschotvergunning is afgegeven met onder meer het argument dat de moederwolf in staat is de zorg- en voedingstaken over te nemen van GW3237M in het geval dat hij wordt afgeschoten. De Provincie heeft de wettelijke taak zorg te dragen voor de bescherming van de wolf en een goede instandhouding van de wolvenpopulatie:

Is het College voornemens om tot een spoed-identificatie over te gaan om te bepalen of de gedode wolf inderdaad de partner is van GW3237M en de uitslag snel publiek te maken? Zo ja, op welk termijn? Zo nee, waarom niet?

Is het College voornemens de uitvoering van de afschotvergunning tijdelijk stop te zetten in afwachting van deze uitslag? Zo nee, waarom niet?

Zal de afschotvergunning worden herzien/ingetrokken wanneer blijkt dat de gedode wolf de partner is van GW3237M en daarmee een belangrijke zorgtaak voor de welpen in de roedel? Zo nee, kan dit worden toegelicht?

Zal er ook per direct een tijdelijk verbod komen op andere beheer- en jachtactiviteiten zolang de identiteit van de gedode wolf onbekend is? Zo nee, waarom niet?

Zal het College onderzoek initieren naar de context en omstandigheden van de aanrijding, waarbij er o.a. gekeken wordt naar verstorende (jacht)activiteiten op en/of nabij het ecoduct Treeker Wissel en de effectiviteit van faunapassages en rasters langs deze provinciale weg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welk termijn is dit onderzoek voorzien en wanneer zal PS hiervan op de hoogte gesteld worden?

Dat is de redelijkheid. Van de zelfverklaarde ‘experts’ mogen we dat blijkbaar niet verwacht. Ze zijn nog steeds ‘pissed’ over het feit dat hun bekokstoofde zenderproject werd gedwarsboomd. Hamsterprofessor, en zeker géén wolvendeskundige, Maurice La Haye van de Zoogdiervereniging maakt zichzelf belachelijk door te beweren dat 5 tot 6 maanden oude welpen wel degelijk kunnen overleven. “Al zullen ze het wel moeilijk krijgen. De welpen zijn wel al groot genoeg om mee te kunnen jagen.” 8 Mee jagen met wie dan als er geen ouders meer zijn? Tot na hun aanstaande eerste winter hebben welpen hun ouders nodig. In de winter leren ze jagen.

Dramaqueen Glenn Lelieveld maakt het helemaal bont: “Er loopt een levensgevaarlijke wolf rond. En die wil Animal Rights op alle mogelijke manieren beschermen. De wolf moet nu weg. Hij is dusdanig gevaarlijk. Ongeacht wat er met de welpen gebeurt.” Lelieveld heeft al eerder laten zien dat hij geen boodschap heeft aan wet- en regelgeving, bijvoorbeeld aangaande de verplichting om de wolf te herstellen in een gunstige staat van instandhouding, en zijn opgeblazen ego zit compassie met de welpen in de weg.

Ondanks emails en telefoontjes blijft het stil vanuit Utrecht. Aan de hand van het gebit en tepels van de doodgereden wolvin zou het relatief gemakkelijk moeten zijn om iets te kunnen zeggen over haar leeftijd en of ze de afgelopen maanden gezoogd heeft. Het Utrechtse servicebureau, dat gaat over vergunningverlening, reageert wel, maar weet niets en/of mag niets zeggen. De verantwoordelijke behandelaar ontloopt echter zijn verantwoordelijkheid om de belanghebbende partijen in de zaak van het executiebevel voor Bram te woord te staan. Animal Rights heeft nu een mail gestuurd direct naar de Faunabeheereenheid Utrecht.

Donderdagavond volgt er dan toch nog een telefoontje: Er zijn ook technische vragen gesteld door PS. Antwoorden komen dinsdag in een memo. Die krijgt Animal Rights dan ook. Maar de vergunning wordt nog gebruikt.

Op 26 september meldt BIJ12 dat de wolvin niet op slag dood was, maar werd afgemaakt. De gretigheid waarmee provincies en jagers wolven willen doden, vereist dat er kritisch naar de necropsie van dit dier wordt gekeken.

Update 9

In de beantwoording van de schriftelijke Statenvragen van de PvdD en GroenLinks op 30 september betreffende de aanrijding van de wolvin op Doornseweg in Leusden zegt gedeputeerde Staten van Utrecht: “Op basis van visuele inspectie ter plaatse van de aanrijding en op basis van de verrichte sectie is door de onderzoekers bevestigd dat het niet gaat om een moederdier.”
Dat men dat niet op de dag van de aanrijding, 22 september, meldde, geeft vooral de bestuurlijke incompetentie en onwil in Utrecht weer.

Dat wordt nog eens benadrukt door dit antwoord: ”Op de Utrechtse Heuvelrug vindt met name afschot plaats van reeën. Deze worden gedood om zo de verkeersveiligheid te verhogen. Zolang uit tellingen blijkt dat de aantallen reeën hoger liggen dan wenselijk, vanuit verkeersveiligheid bezien, blijft het noodzakelijk om afschot te plegen. Vooralsnog is er geen dalend aantal reeën op de Utrechtse Heuvelrug waargenomen.”
De provincie Utrecht schiet dus prooidieren van de wolf af in het wolvenleefgebied en geeft ook nog eens toe dat dat niet effectief is, want er is geen dalende trend. Geen wonder dat er geen rustgebieden zijn aangewezen; in Utrecht moeten alle wilde dieren dood.

Er zal verder geen enkel onderzoek plaatsvinden naar de oorzaak en afhandeling van de aanrijding, want daar is Utrecht niet in geïnteresseerd.

Bijna terloops meldt de provincie nog: ”Het is niet toegestaan (overeenkomst Den Treek en Provincie Utrecht) binnen een straal van 250 meter vanuit het ecoduct dieren te doden, te verwonden, te vangen of te bemachtigen.”
Goed om te weten dat Bram daar in ieder geval veilig is.

Update 10

Uit in november geopenbaarde documenten blijkt dat Utrecht al op 24 september, twee dagen na de aanrijding en na sectie, wist dat het om een jaarling vrouwtje ging die nooit jongen heeft gehad. Men houdt informatie echter liever onder zich.

Update 11 – hoorzitting voor wolf Bram

Op dinsdag 28 oktober 2025 vond de hoorzitting plaats in het provinciehuis van Utrecht in de bezwaarprocedure tegen het afschot van wolf Bram. De commissie, die een niet-bindend advies moet uitbrengen aan de provincie, die vervolgens op het bezwaar moet beslissen, was kritisch naar de provincie toe.  

Onder andere over het ontbreken van een rapport over beweerde, nieuwe meldingen met betrekking tot Bram, het ontbreken van een rapport over een incident met een kind eind juli in Austerlitz, het ontbreken van het logboek over de klopjacht op Bram tot nu toe en het ontbreken van een document dat de beulen van Bram zou moeten helpen hem te onderscheiden van (onder andere) zijn welpen.

Animal Rights, Werkgroep Wolf Leusden en Faunabescherming brachten in dat er geen incidenten  meer zijn geweest, dat het gedrag van Bram seizoensgebonden is aan zijn rol als vader van een roedel met jonge welpen en dus een uiting is van natuurlijk in plaats van afwijkend gedrag en dat Bram dus geen ‘probleemwolf’ is.  

Dit houdt ook in dat het tijdelijk afsluiten van over-bezochte, toeristische ‘pretparken’ als Den Treek en de Pyramide van Austerlitz andere bevredigende oplossingen zijn die eerst moeten worden geprobeerd, naast eventueel ‘aversief conditioneren’.

De provincie, jagers en hun advocaten lieten duidelijk blijken alles in het werk te zullen stellen om het proces te vertragen en de provincie geen besluit op de bezwaren zal nemen voordat de vergunning afloopt op 1 januari 2026. Wordt vervolgd!

Update 12

Op 3 december 2025 laat gedeputeerde Mirjam Sterk vanuit de provincie een verklaring uitgaan dat er op de Utrechtse Heuvelrug een wolf doodgeschoten is: 9

“Recent zijn wij door de houder van de afschotvergunning voor de wolf GW3237m geïnformeerd dat op de Utrechtse Heuvelrug een wolf is gedood. Een spoedanalyse van DNA moet uitwijzen of het gaat om wolf GW3237m. Naar verwachting kunnen we de uitslag van de DNA-analyse op 12 december bekend maken. Over de uitslag zullen wij u direct informeren.”

Ieder afschot, van welk dier dan ook, is uiterst treurig en een schandvlek op het blazoen van de mensheid. De verantwoordelijken voor deze schanddaad horen niet in een fatsoenlijke maatschappij thuis, helaas leven we daar nog niet in. Organisaties als Animal Rights werken aan een maatschappij waarin wel respect bestaat voor andere levens.

Het is (nog) niet zeker dat het om wolf Bram gaat. De verantwoordelijken voor het afschot zijn incompetent genoeg om in hun haast voor de naderende deadline van 1 januari 2026 de verkeerde wolf te schieten. Dat zal gegarandeerd juridische consequenties hebben.

Een dag eerder nog, 2 december, kwam provincie Gelderland tot de conclusie dat door een wijziging in de regelgeving, waarbij de wolf is verplaatst van  bijlage IV naar bijlage V van de Habitatrichtlijn, geen omgevingsvergunning voor de wolf kan worden verleend. 

Dit op advies van de onafhankelijke commissie Rechtsbescherming, die in september adviseerde: “De Commissie komt tot de conclusie dat de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven vanwege de gewijzigde beschermingsstatus van de wolf in de Habitatrichtlijn en het hierop nog niet aangepaste nationale recht. De omgevingsvergunning zal moeten worden herroepen en de Commissie adviseert GS met inachtneming van de actuele stand van zaken in de nationale wetgeving en dit advies op de aanvraag te beslissen.” 

Dit gaat dan ook op voor het doodvonnis voor wolf Bram. Animal Rights is dan ook van mening dat Utrecht illegaal gehandeld heeft.

Update 13

Op 12 december 2025 laat de provincie Utrecht weten dat DNA-onderzoek bevestigt dat het Bram was – wolf GW3237m – die vorige week werd vermoord. 10 Het is een treurige dag. Als men een lichtpuntje wil zien dan is dat dat de populistische heksenjacht hiermee dan in ieder geval ten einde is.

Animal Rights is nog altijd van mening dat er andere oplossingen waren, we dat ook aangetoond hebben en dat uiteindelijk in beroep ook een rechter duidelijk hadden weten te maken. De intolerantie van populistische politici, bureaucratische ambtenaren, dierhouders, jagers en het landgoed stonden een rationele afweging in de weg. Het superioriteitsdenken van een groot deel van de mensheid heeft Bram het leven gekost. Animal Rights zal in ieder geval blijven strijden voor ieder individueel leven.

Update 14

De resultaten van de sectie op Bram voegen niet veel toe. De kogel van het jagerstuig wist hem niet in het hart te raken, maar richtte verwoestende schade aan in Bram’s lichaam via doorboring van de ribwand, scheuringen en bloedingen in beide longen, bloedingen in borstholte, spieren en onderhuids bindweefsel, met breuken van ribben en wervelkolom.

Bij de sectie kwamen ook oude verwondingen ten gevolge van – vermoedelijk – een eerdere aanrijding naar voren, vooral afwijkingen van de eerste en tweede halswervel en de betrokken gewrichten.

Ondanks speculatie over restpijn en invloed daarvan op zijn gedrag, laat de sectie vooral zien dat Bram een normale, gezonde, weldoorvoede wolf was. Bram was een nieuwsgierige wolf die zijn welpen beschermden en daarvoor door de provincie Utrecht werd vermoord.

Bram’s overblijfselen zullen binnenkort worden tentoongesteld in Naturalis.

Update 15 – Wolf Bram vermoord in strijd met de vergunning

Uit de ‘Korte verslaglegging als separate bijlage bij verantwoording uitvoering’ van 15 december 2025 van Stichting Wildaanrijdingen Nederland (SWN) aan Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht, dat boven water kwam na een Woo-verzoek, blijkt uit de passage:

“Om 22:55 uur ontving team uitvoering op de locatie beelden vanuit actuele monitoring waarop duidelijk GW3237m in bijzijn van welpen kon worden beoordeeld en verificatie individu helder kon worden vastgesteld. Vanwege eerder genoemde ontwikkelingen en omstandigheden is na weging besloten het dier ondanks tijdstip uit de populatie te nemen.

Het team beschikt over zeer geavanceerde middelen om op veilige en zorgvuldige wijze uitvoering te kunnen geven.

Uitvoering heeft om 23:10 uur gestalte gekregen op de vaste route wolven in het verlengde van passage Treekerwissel met het daartoe geëigende wettelijk vereiste middel. Hierbij zijn de welpen niet in gevaar geweest en was sprake van een zogenaamde ‘clean kill’.”

,dat wolf Bram is doodgeschoten in strijd met de verleende vergunning. Uit de verklaring van SWN blijkt dat de ‘uitvoering’ om 23:10 uur heeft plaatsgevonden. Op 1 december 2025 ging de zon onder om 16:33 uur. ‘Uitvoering’ mocht volgens de voorschriften bij de vergunning plaatsvinden tot 1 uur na zonsondergang, dus uiterlijk tot 17:33. Dus na 17:33 hadden de jagers hun wapens moeten opbergen en naar huis gaan. Het afschot vond ruim vijf en een half uur buiten het toegestane tijdvenster plaats. Dit betekent een overtreding van voorschrift m van de vergunning. De uitvoerende jagersclub Stichting Wildaanrijdingen Nederland (SWN) overtrad de vergunning bewust. Het niet naleven van voorschrift m is een overtreding van artikel 5.5, eerste lid onder g van de Omgevingswet.

Uit de verklaring van SWN en het controlerapport van de RUD blijk dat men een bewuste keuze heeft gemaakt om buiten de tijden gesteld in de voorschriften te schieten. Dat valt SWN en met name het verantwoordelijke team bestaande uit 3 personen aangeduid als C, D en E aan te rekenen.

Stichtingen Werkgroep Wolf Leusden en Animal Rights vinden dat onacceptabel en vroegen om handhaving tegen de daders.

Volgens de RUD heeft SWN in de verklaring onderbouwd waarom de beslissing is genomen om op dit tijdstip tot ‘uitvoering’ over te gaan. Een onderbouwing is voor de stichtingen niet te lezen in desbetreffende verklaring. 

Wolf Bram is doodgeschoten tijdens een lopende juridische bezwaarprocedure. Op dinsdag 28 oktober 2025 vond de hoorzitting plaats in het provinciehuis van Utrecht in de bezwaarprocedure tegen het afschot van wolf Bram. De commissie, die een niet-bindend advies moest uitbrengen aan de provincie, die vervolgens op het bezwaar moest beslissen, was kritisch naar de provincie toe.  

Onder andere over het ontbreken van een rapport over beweerde, nieuwe meldingen met betrekking tot Bram, het ontbreken van een rapport over een incident met een kind eind juli in Austerlitz, het ontbreken van het logboek over de klopjacht op Bram tot dan toe en het ontbreken van een document dat de beulen van Bram zou moeten helpen hem te onderscheiden van (onder andere) zijn welpen.

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden brachten in dat er geen incidenten meer zijn geweest, dat het gedrag van Bram seizoensgebonden is aan zijn rol als vader van een roedel met jonge welpen en dus een uiting is van natuurlijk in plaats van afwijkend gedrag en dat Bram dus geen ‘probleemwolf’ is.  

Dit houdt ook in dat het tijdelijk afsluiten van over-bezochte, toeristische ‘pretparken’ als Den Treek en de Pyramide van Austerlitz andere bevredigende oplossingen zijn die eerst moeten worden uitgevoerd, naast eventueel ‘aversief conditioneren’.

De provincie, jagers en hun advocaten lieten duidelijk blijken alles in het werk te zullen stellen om het proces te vertragen en dat de provincie geen besluit op de bezwaren zal nemen voordat de vergunning afliep op 1 januari 2026. 

De commissie oordeelde uiteindelijk: “De commissie moet dan ook constateren dat er op dit moment geen grondslag in wet- of regelgeving is te vinden voor het besluit tot afschot van GW3237m. Zonder een wettelijke grondslag zal het bestreden besluiten moeten worden herroepen.”

Het ‘maatwerkvoorschrift als invulling van de specifieke zorgplicht’ dat GS van plan was na 1 januari 2026 te verlenen, werd in de afschotzaak van wolf Hubertus door de commissie in Gelderland beoordeeld als op juridisch drijfzand gebaseerd, om niet te zeggen in strijd met de wet: “Naar het oordeel van de Commissie biedt de specifieke zorgplicht op zichzelf géén zelfstandige grondslag om een beschermd dier te doden.”

SWN had dus wel degelijk een eigenbelang – grote haast vanwege het aflopen van de vergunning en de juridische onmogelijkheid van een nieuwe vergunning, en het voorkomen van gezichtsverlies (de wolf die ontkwam) – om de voorschriften van de vergunning te overtreden.

We verzoeken het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht daarom om afschrikwekkend bestraffend op te treden tegen de personen aangeduid met C, D en E en SWN als uitvoerder. Gedegen onderzoek door bijvoorbeeld de Omgevingsdienst Utrecht of het Openbaar Ministerie zal moeten uitwijzen wie op de hoogte was van deze voorgenomen overtreding, deze heeft goedgekeurd en/of de uitvoering ervan niet heeft verhinderd. Ook tegen deze personen en/of instanties is het handhavingsverzoek gericht.

Een onderzoek volgend op het handhavingsverzoek zal uitsluitsel moeten geven over de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de provincie Utrecht. Mirjam Sterk, inmiddels minister voor Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, was destijds als gedeputeerde in Utrecht politiek verantwoordelijk voor het natuurbeleid en verdedigde het afschotbeleid rond Bram publiekelijk. In een verklaring na het afschot verzweeg ze dat de vergunning was overtreden.

De zaak staat niet op zichzelf. Het recente rapport ‘Terug in het vizier – Wolvenstroperij in Nederland’, beschrijft een zorgwekkend patroon van illegale wolvenvervolging en verdwijnende wolven in Nederland. Ook de officiële jagers, met vergunning op zak, blijken nu in de praktijk gewoon ordinaire stropers te zijn.

Update 16 – Zo gaat dat in Utrecht

De provincie Utrecht bevestigde 26 juni 2026, wat inmiddels iedereen al wist, dat de jagers buiten het toegestane tijdvenster hebben geschoten. De Omgevingsdienst Utrecht, zoals dat werkt bij corrupte overheden, kwalificeerde de overtreding als ‘licht’ en voerde er een gesprek over met SWN. Er werd geen straf opgelegd en men stopte het bestaan van de overtreding in de doofpot, zoals dat dus werkt bij corrupte overheden.

Vergunningen zijn er niet voor niets en de voorschriften daarin dus ook niet. De jagers wisten in deze casus heel goed dat ze zich niet aan het ‘één-uur-na-zonsondergang’-voorschrift hielden toen ze Bram om 23.10 uur doodschoten. Daar komt bij dat die keuze doelbewust werd gemaakt in overleg met anderen. Daar moeten onder andere de Faunabeheereenheid en provincie Utrecht bij betrokken zijn geweest.

Wat had men wel moeten doen? De enige juiste weg was geweest om te concluderen dat het binnen de tijden uit de voorschriften niet lukte om de vergunning uit te voeren – om welke reden(en) dan ook; ongeacht welke smoesjes jagers en provincie willen aandragen – en vervolgens te vragen om een nieuwe vergunning te verlenen met ruimere jachttijden. Dat had waarschijnlijk voor nieuwe bezwaren en gerechtelijke procedures gezorgd, maar was juridisch de enige juiste route geweest voor wie belang hecht aan democratische principes. 
Utrechtse gedeputeerden en jagers hebben daar dus geen boodschap aan en geven daarmee aan dat voorschriften uit vergunningen er wat hen betreft niet toe doen. Dit betitelen als een ‘lichte’ overtreding maakt dat voorschriften in vergunningen al hun waarde verliezen.

Op 1 juli 2026 stelde D66 schriftelijke Statenvragen: ’Onregelmatigheden rond afschot wolf GW3237m’
Eind juni bereikte ons het bericht dat de Utrechtse ‘probleemwolf’ formeel niet had mogen worden afgeschoten op het tijdstip dat dat gebeurde, afgelopen 1 december. De vergunning reikte tot 17.30, een uur na zonsondergang; de wolf werd om 23.10 afgeschoten. Wij hebben hierover een aantal vragen: 
1 De Omgevingsdienst heeft destijds geoordeeld dat het om een lichte overtreding ging. Daarom is er niet op gehandhaafd en is er niet naar buiten toe over gecommuniceerd. Hoe kwam men tot dit oordeel? 
2 Waarom gold de vergunning tot een uur na zonsondergang, en niet langer? 
3 Animal Rights en de Werkgroep Wolf Leusden roepen op om alsnog handhavend op te treden. Volgens deze organisaties is de overtreding dus wel zwaar. Welke argumenten dragen ze hiervoor aan? 
4 Omgevingsdienst en wildbeheereenheid zijn van mening dat het afschot, ondanks het tijdstip, op een veilige manier kon gebeuren. Kunt u dit toelichten? 
5 Is het mogelijk om een feitenrelaas te leveren van het afschot en van wat er gebeurde in aanloop daarnaartoe, op 1 december j.l.? 
6 Ons bereikt spoedig een update van de gang van zaken in het lopende ‘wolvenseizoen’. Deze gebeurtenis maakt daar ongetwijfeld deel van uit. Kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten qua lessons learned rond het afschot van de probleemwolf? 
7 Wij zouden hier graag in LWM-verband nog een keer over van gedachten willen wisselen met het college. De eindevaluatie van de gehele periode/aanpak rond wolf GW3237m zou daarvoor een logische gelegenheid zijn. Wanneer denkt u die eindevaluatie klaar te hebben? 
8 Dient de vergunning die ten grondslag ligt aan het afschot als sjabloon voor als een vergelijkbare situatie zich onverhoopt weer voordoet? Of begint het proces dan weer opnieuw, en kan dat een vergunning opleveren die er totaal anders uitziet? 

Op 6 juli 2026 werden er door de Partij voor de Dieren ook Kamervragen gesteld: ‘Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over dat wolf Bram illegaal, 5 uur later dan volgens de vergunning was toegestaan, is gedood.’
1 Heeft u kennisgenomen van het bericht dat wolf Bram (GW3237) op 1 december 2025 om 23.10 uur is doodgeschoten, ruim 5 uur later dan volgens vergunning was toegestaan? 1)
2 Bent u op de hoogte van het feit dat uit de documenten die via een Woo-verzoek openbaar zijn gekomen, blijkt dat de vergunningsvoorschriften voor het afschot van wolf Bram bewust zijn overtreden?
3 Wat vindt u ervan dat uit documenten die via een Woo-verzoek openbaar zijn geworden, blijkt dat de vergunningsvoorschriften voor het afschot van wolf Bram bewust zijn overtreden? 
4 Weet u dat de toezichthouder in het controlerapport concludeerde dat het afschot van Bram een overtreding is van voorschrift m uit de vergunning en daarmee een overtreding van artikel 5.5. eerste lid onder g uit de Omgevingswet, maar desondanks besloot niet tot handhaving over te gaan? Wat vindt u daarvan? 
5 Vindt u dat de Omgevingswet moet worden gehandhaafd? Zo nee, waarom niet? In welke gevallen moet de Omgevingswet volgens u wel of niet worden gehandhaafd (kunt u daar heel specifiek in zijn)?
6 Op welk moment (tijdstip en datum) was u op de hoogte van het afschot van wolf Bram? 
7 Was u op de hoogte van het moment van de doding? Zo ja, wanneer heeft u die kennis gekregen?
8 Was u op de hoogte van de strikte vergunningsvoorschriften en in het bijzonder van het voorschrift dat uiterlijk tot 17.33 uur mocht worden gedood?
9 Deelt u de mening dat elke afwijking van de zeer strikte vergunningsvoorschriften, een overtreding is van voorschriften? Deelt u de mening dat het overtreden van de vergunningsvoorschriften ontoelaatbaar is? Zo ja, welke gevolgen heeft dat? Zo nee, waarom niet?
10 Deelt u de mening dat wolven waardevolle en beschermde diersoorten zijn en dus niet lichtzinnig moet worden omgegaan met overtredingen van vergunningsvoorschriften rondom bijvoorbeeld het doden van wolven? Zo nee, waarom niet?
11 Ziet u het gevaar van precedentwerking van het afwijken van vergunningsvoorschriften, zeker gezien er waarschijnlijk al regelmatig sprake is van stroperij en dus het illegaal doden van wolven? Zo nee, waarom niet?
12 Indien u een gevaar ziet in precedentwerking, welke stappen zal u daartegen zetten? Indien u daar niet toe bereid bent, waarom niet?
13 Bent u bereid een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar de doding van wolf Bram? Zo nee, waarom niet en wat gaat u dan doen?
14 Kunt u de vragen één voor één en voor 8 juli beantwoorden?

De Partij voor de Dieren Utrecht eiste vervolgens tekst en uitleg van de provincie Utrecht over het afschieten van Bram. De PvdD verwijt de provincie dat er niet is gehandhaafd en dat Provinciale Staten niet actief zijn geïnformeerd. Fractievoorzitter Jesseka Batteau betoogt dat het college van Gedeputeerde Staten meerdere keren heeft toegezegd om de partijen mee te nemen in ontwikkelingen in het wolvendossier, zodat ze niet verrast zouden worden. “Als je als overheid zelf de regels niet volgt, dan geef je in feite een signaal af dat je met wolven alles kunt doen,” zegt Batteau. “Eén stapje verder en we knijpen ook bij stroperij een oogje toe.”
Een zogeheten interpellatiedebat vond plaats op woensdag 8 juli 2026 over transparantie en verantwoording over de overtreding bij het afschot van wolf Bram (GW3237). Er komt niet veel meer uit dan dat de verantwoordelijke gedeputeerde, Has Bakker (D66), erkende dat het beter was geweest als Provinciale Staten hierover eerder waren geïnformeerd. Die leering is makkelijk te trekken als de doofpot inmiddels uiteen gebarsten is.

Na het debat wordt een ‘Motie van treurnis’ van de PvdD, UtrechtNu! en SP ingediend vanwege:
1) Het handelen van het College, de vergunninghouders en de toezichthouders bij de uitvoering van de afschotvergunning van wolf GW 3237m (Bram) waarbij de voorschriften zijn overtreden, er niet is gehandhaafd en de provincie heeft nagelaten hier sancties aan te verbinden; 
2) ‘De grootst mogelijke waardering’ die het College, ook naar doorvragen, blijft uitspreken voor iedereen die betrokken was bij de vergunningverlening en uitvoering, ondanks dat daarin een overtreding is begaan; 
3) Onvoldoende reflectie van het College op de ernst van deze overtreding en de verantwoordelijkheden van de provincie als bevoegd gezag. 
De motie werd verworpen. Aan de ene kant omdat ‘rechts’, inclusief D66, het allemaal wel prima vindt zoals het gegaan is, en aan de andere kant willen enkele partijen, zoals Volt en GroenLinks wachten op de evaluatie die een week later moet komen.

De verklaring van de provincie over de gang van zaken op die bewuste 1 december 2025 zou absurdistisch lachwekkend zijn als de uitkomst voor Bram niet zo verschrikkelijk was:
“Op de avond van de uitvoering bevonden zich nog anderen in het gebied die in de voorafgaande periode herhaaldelijk hadden geprobeerd de uitvoering van de vergunning te verstoren. Om confrontaties te voorkomen en hun privacy en veiligheid te waarborgen, heeft het uitvoeringsteam dekking genomen en zich buiten het zicht van aanwezigen gehouden. Gedurende enige tijd bleef onduidelijk of de anderen het gebied daadwerkelijk hadden verlaten, waardoor het team niet zonder meer uit de dekking kon komen zonder het risico op nieuwe confrontaties of verstoring van de uitvoering. 
Terwijl het team zich nog in dekking bevond, werden actuele monitoringsbeelden ontvangen waarop GW3237m met voldoende zekerheid kon worden geïdentificeerd. Gezien het zwaarwegende maatschappelijke belang is vervolgens besloten door het uitvoeringsteam de zich op dat moment voordoende mogelijkheid tot uitvoering te benutten, in plaats van het gebied te verlaten en op een later moment terug te keren.”
De provincie wil ons doen geloven dat de ‘stoere’ jagers, bij temperaturen richting vriespunt, 5 uur lang ‘in dekking’ hebben gelegen uit angst voor hun privacy en veiligheid en toen dachten: we zijn er toch, laten we die wolf nog even meenemen? 

Het evaluatierapport over de “uitname van de probleemwolf GW3237m” zou “een uitgebreide tijdslijn van gebeurtenissen (feitenrelaas) in aanloop naar 1 december 2025” moeten bevatten. De planning is dat deze 14 juli 2026 wordt vastgesteld en aan Provinciale Staten wordt toegestuurd. Wij willen vooral weten wie allemaal op de hoogte waren en toestemde in het overtreden van het vergunningvoorschrift.

Dat rapport, geschreven door CDA-er Koos Janssen, blijkt een volstrekt inhoudsloos document te zijn dat vooral tracht te benadrukken hoe moeilijk en zwaar de ambtenaren van de provincie Utrecht het wel niet hebben (gehad). 11 Janssen verzaakte, bijna vanzelfsprekend, om naast die Utrechtse ambtenaren, het landgoed, burgemeesters en jagers ook de organisaties te interviewen die verzet boden tegen de moordlust van de provincie, jagers en landgoed. Al even vanzelfsprekend, in deze door en door corrupte kringen, doet Janssen geen enkele poging om boven water te krijgen hoe de besluitvorming om Bram in strijd met het voorschrift over de jachttijden te vermoorden, plaatsvond en wie daar bij betrokken waren. Janssen levert een ‘Wij van WC-eend’-rapport af dat de benaming ‘evaluatie’ niet waard is.

Update 17 – Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden doen aangifte tegen schutter wolf Bram en overige verantwoordelijken

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden hebben aangifte gedaan tegen de persoon die op 1 december 2025 omstreeks 23.10 wolf Bram (GW3237m) illegaal doodschoot.

Er was weliswaar een vergunning om Bram te doden, maar de uitvoering mocht uitsluitend plaatsvinden tussen één uur vóór zonsopgang en één uur na zonsondergang. Op 1 december 2025 eindigde die toegestane uitvoeringsperiode om 17:33. Het fatale schot werd volgens het uitvoeringsverslag om 23:10 gelost, derhalve ruim 5,5 uur later dan mocht. 

Vergelijk het met het volgende: Een persoon in Nederland die in het bezit is van een jachtdiploma, jachtakte, jachtgelegenheid, jachtverzekering en een goedgekeurde wapenkluis is gerechtigd om te jagen, maar als hij buiten het jachtseizoen een dier doodschiet, maakt hij zich desondanks schuldig aan stroperij. Iets vergelijkbaars is hier het geval. Wolf Bram werd doodgeschoten buiten het vergunde tijdsframe. Dat is stroperij.
De maximale straf voor stroperij is drie jaar gevangenisstraf of een geldboete tot 22.500 euro. Daarnaast kan het jachtrecht en de wapenvergunning worden afgenomen.

Uit de beschikbare documenten blijkt dat drie personen gezamenlijk het uitvoeringsteam vormden dat op 1 december 2025 belast was met de uitvoering van de vergunning. Hun identiteit is bekend bij de Faunabeheereenheid Utrecht, Stichting Wildaanrijdingen Nederland en de betrokken ambtenaren van de provincie Utrecht en dus voor de politie eenvoudig te achterhalen.

Uit de stukken blijkt dat men zich bewust was van het feit dat de actie illegaal was. De beschikbare documenten maken niet duidelijk welke persoon het dodelijke schot heeft gelost, wie de beslissing heeft genomen de uitvoering voort te zetten nadat het toegestane tijdstip was verstreken, en wie welke rol bij dit alles heeft vervuld. Dat moet uit het politieonderzoek blijken.

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden hebben de politie verzocht om voor zover uit het opsporingsonderzoek mocht blijken dat ook andere personen opdracht hebben gegeven tot, leiding hebben gegeven aan, opzettelijk hebben bijgedragen aan, of ondanks voorkennis niet hebben verhinderd dat het afschot buiten de vergunningsvoorwaarden plaatsvond, tevens hun rol in het onderzoek te betrekken.

Een belangrijke reden voor deze aangifte, parallel aan het eerder ingediende handhavingsverzoek, is dat de provincie en omgevingsdienst Utrecht de daders de hand boven het hoofd houden. Deze vorm van bestuurlijke corruptie tast de integriteit van de overheid aan. Vandaar dat naast een bestuursrechtelijk traject ook strafrechtelijke vervolging op zijn plaats is.

Update 18 – Zo gaat dat in Utrecht 2

Een besluit op een Woo-verzoek van 19 augustus 2026 laat zien hoe minimaal het ‘onderzoek’ van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht was naar het illegaal afschieten van wolf Bram:
“Er heeft een telefonisch gesprek plaatsgevonden tussen de betrokken partijen, zijnde de
vergunninghouder en de uitvoerende organisatie van het afschot. Van dit gesprek zijn geen
documenten aangetroffen. Er is geen gespreksverslag beschikbaar. Er is uitsluitend een vermelding van dit gesprek opgenomen in het controlerapport van 13 maart 2026, waarin staat dat het gesprek zou plaatsvinden en vervolgens heeft plaatsgevonden.
[…]
Er heeft geen handhavingsgesprek plaatsgevonden tussen de ODU en de individuele uitvoerders
van het afschot. Er berusten hierover bij de ODU dan ook geen documenten. Deze personen zijn bij de ODU ook niet bekend. Contacten verlopen via de uitvoerende organisatie als partij en via de
vergunninghouder.
[…]
Naast de vermelding in het hiervoor genoemde controlerapport dat een gesprek heeft
plaatsgevonden, zijn geen verdere vastleggingen of documenten aangetroffen.”

Het ‘onderzoek’ van de RUD bestond dus uit het lezen van de verklaring van Stichting Wildaanrijdingen Nederland (SWN) en daarop baseerde de RUD dat met één telefoontje naar de SWN de zaak wel was afgedaan.

Per 1 januari 2026 is de RUD opgegaan in de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Deze instantie moest het handhavingsverzoek van de stichtingen Werkgroep Wolf Leusden en Animal Rights beoordelen. Wat daadkracht en competentie betreft is er weinig verschil met de RUD.

Op 19 augustus 2026 besluit de ODU om het handhavingsverzoek niet-ontvankelijk te verklaren en dus geen inhoudelijk besluit over het handhavingsverzoek te nemen. De ODU is van mening dat de stichtingen “geen actueel en reëel belang” bij het op 25 juni 2026 verzochte handhavingsbesluit hebben.

De ODU lijkt in de veronderstelling te verkeren dat ze enkel preventief handhavend en niet bestraffend kan optreden. Ze redeneert vervolgens dat het afschot van Bram “incidenteel van aard” was en dat er “geen concrete aanknopingspunten” zijn dat deze situatie zich zal herhalen. Daarom ziet de ODU het belang van Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden als “theoretisch, hypothetisch en toekomstig van aard” en “is dit onvoldoende voor het aannemen van belanghebbendheid bij een handhavingsverzoek.”

De stichtingen hebben, echter, helemaal niet gevraagd om handhavend op te treden tegen een “theoretisch, hypothetisch” incident in de toekomst. Het handhavingsverzoek verzoekt juist om afschrikwekkend bestraffend en norm-bevestigend, op te treden tegen de daders van het zeer reële, illegale afschot op 1 december 2025.

De ODU lijkt te denken dat ze enkel kan handhaven in de vorm van een last onder dwangsom om bestaande overtredingen op te heffen en toekomstige overtredingen te voorkomen. Echter, met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 kregen de provincies – en daarmee de omgevingsdiensten als uitvoerder – er in het handhavingsrecht een nieuwe bevoegdheid bij: de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete. De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie die het bestuursorgaan oplegt. Het besluit dat wordt genomen, heet de boetebeschikking.

Deze bevoegdheid van de ODU volgt ook uit de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) die wel wordt aanstipt in het controlerapport. In hoofdstuk 3 van het LHSO wordt naast ‘herstel’ ook uitgebreid ingegaan op ‘bestraffing’:
“In het kader van integrale handhaving moet steeds worden beoordeeld of er aanleiding is om de overtreder te bestraffen. Redenen voor bestraffing worden ontleend aan de feiten en omstandigheden rond de overtreding, de overtreder of een combinatie daarvan. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de overtreder al eerder in de fout is gegaan (recidive) of dat de overtreder de overtreding calculerend of welbewust heeft gepleegd. Ook de ernst van de overtreding, de wens om wederrechtelijk genoten economisch voordeel af te romen, het belang van ontmoediging, normbevestiging, individuele en algemene preventie etc. kunnen dergelijke redenen vormen.”

Overigens had de ODU ook zonder de Omgevingswet de zaak door kunnen verwijzen naar de strafrechter.

Het spreekt vanzelf dat de stichtingen bezwaar zullen maken tegen dit besluit. Dat bezwaarschrift werd op 27 augustus 2026 ingediend.

Update 19 – Beantwoording Kamervragen

In antwoord op Kamervragen van Tamara ten Hove – afvallig PVV-er, nu lid van het radicaal-rechtse De Nederlandse Alliantie / Groep-Markuszower – op 27 augustus 2026, zegt staatssecretaris Erkens, terwijl hij weet dat wolf Bram in strijd met de vergunning is doodgeschoten: “Ik heb dan ook waardering voor zowel de zorgvuldigheid die de provincie heeft getoond bij het tot stand komen van de afschotvergunning als voor de uitvoering hiervan.” 12
De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur spreekt zijn waardering uit voor het overtreden van een duidelijk voorschrift bij een vergunning, waardoor het afschot neerkomt op stroperij.

In de beantwoording van de vragen moet Erkens verder herhaaldelijk erkennen dat er geen enkel bewijs is voor het hinderen van de jagers door pro-wolf activisten, hoezeer Ten Hove hier ook om bedelt.
Antwoord op vraag 3:
“Het OM is niet bekend met aangiftes over het kapotmaken van wildcamera’s of van fysieke confrontaties.”
Op vraag 4:
“Het OM beschikt niet over gegevens over hoe vaak faunabeheerders worden bedreigd, omdat daarvan geen aangifte is gedaan.”
Op vraag 5:
“Het OM beschikt niet over gegevens over hoe vaak eigendommen van faunabeheerders worden vernield of weggenomen indien daarvan geen aangifte wordt gedaan. Daarnaast worden beschikbare registraties niet uitgesplitst naar de hoedanigheid van betrokkenen, zoals faunabeheerders of activisten. Om die redenen zijn hierover geen specifieke cijfers beschikbaar.”
We hebben dus niets anders dan beweringen, achteraf, na het doodschieten van Bram buiten de vergunning, om die overtreding te rechtvaardigen en een staatssecretaris die dat wel best vindt.


  1. Avond van de wolf ↩︎
  2. Italiaanse wolvenexperts waarschuwen: ‘Niet alleen in Nederland bijtincidenten’ ↩︎
  3. Schrif­te­lijke vragen Uitvoering afschot­ver­gunning na vrij­ge­geven beelden van wolf GW3237m met welpen ↩︎
  4. GW3237m betrokken bij incident Austerlitz ↩︎
  5. Honden mogen weer los, aanlijnplicht Utrechtse Heuvelrug verloopt ↩︎
  6. Wolvin doodgereden bij Leusden, dna-onderzoek moet uitwijzen welke ↩︎
  7. Schrif­te­lijke vragen – Spoed­vragen naar aanleiding van aanrijding wolvin op Doorn­seweg in Leusden ↩︎
  8. Dierenrechtenorganisatie vraagt te wachten met afschieten wolf na aanrijding wolvin ↩︎
  9. Memorandum Afschot wolff ↩︎
  10. DNA bevestigt dood ‘probleemwolf’: mijdadvies ingetrokken ↩︎
  11. Evaluatie uitname probleemwolf GW3237m, Analyse en reflectie op het proces en gezamenlijk handelingsvermogen, Koos Janssen, 01-07-2026, UTSP-1451650717-15600 ↩︎
  12. Antwoord op vragen van het lid Ten Hove over het bericht dat er cruciale informatie over de jacht op Wolf Bram pas maanden later boven tafel kwam ↩︎

De Salmonella-ruimingen

’Ruimingen’ – vervroegd, massaal slachten van ‘vee’ – vanwege vogelgriep, mond- en klauwzeer, of varkenspest zorgen meestal voor voorpaginanieuws. Er zijn echter ook ‘ruimingen’ die in alle stilte plaatsvinden, waarbij alleen de veeboer geïnformeerd wordt en de NVWA zonder toezicht van de pers of dierenrechtenactivisten te werk gaat.

In 2025 werden zo op 7 bedrijven 119.823 ouderdieren geruimd vanwege Zoöonotische Salmonella, 28.405 op één opfokbedrijf en 91.418 op 6 vermeerderingsbedrijven. In 2026 werden tot april 13.452 ouderdieren geruimd op één opfokbedrijf.
In 2025 werd ook één rotsduif gedood vanwege NewCastle Disease.

Op 14 februari 2024 werden 26.431 vleeskuikenouderdieren – de hennen die de eieren leggen waaruit de ‘plofkippen’ geboren worden en ~9% aan hanen – ‘geruimd vanwege Salmonella Enteritidis (SE); op 23 april 25.173, op 6 augustus 6.559 en op 6 januari 2025 28.405. 7 En 10 maart 2025 werden respectievelijk 19.882 en 20.562 vleeskuikenouderdieren ‘geruimd’ vanwege Salmonella Typhimurium (ST). Op 17 maart 2025 13.245 vleeskuikenouderdieren vanwege Salmonella Enteritidis. 1

In 2022 werden 157.744 vleeskuikenouderdieren en 35.773 leghengrootouderdieren geruimd vanwege zoönotische salmonella en nog eens 47.559 vleeskuikenouderdieren en 19.723 leghenouderdieren vanwege Mycoplasma gallisepticum.

In 2023 13.809 vleeskuikenouderdieren vanwege zoönotische salmonella en 34.050 vleeskuikenouderdieren voor Mycoplasma gallisepticum.

Deze dieren worden niet, zoals bij vogelgriep, vergast in de stallen, maar afgevoerd naar het slachthuis.

Salmonella

Salmonella is een bacterie waarvan meer dan 2.500 verschillende varianten – serotypes – bestaan. Salmonella Enteritidis is het meest voorkomend salmonella-serotype. Hiervoor geldt een verplichte vaccinatie bij leghennen en ouderdieren in vermeerderingsbedrijven, die bevruchte eieren produceren waaruit kuikens komen. In mindere mate komt ook het type Salmonella Typhimurium vaak voor. De vaccinatie hiervan is vrijblijvend. Bij beide types geldt een meldingsplicht en moeten er stappen gezet worden om ze te bestrijden.

Beide kunnen worden overgedragen van dieren op mensen. Meestal gebeurt dit via voedingsmiddelen, bijvoorbeeld als vlees of eieren van een besmet dier onvoldoende verhit zijn. Er is dan sprake van zoönotische salmonella.

De dieren worden meestal niet ziek van salmonella. Bij mensen kan salmonella voedselvergiftiging veroorzaken. Mogelijke symptomen bij mensen zijn koorts, diarree en misselijkheid. Maar er zijn ook mensen die niets merken van een salmonella-infectie en helemaal geen symptomen hebben.

Uit het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV)-jaarverslag blijkt dat in 2024 negen collectieve voedselvergiftigingen te wijten waren aan een salmonella-bacterie. Daarbij werden 149 personen ziek en 20 mensen gehospitaliseerd. 2

In Nederland krijgen ongeveer 41.000 mensen per jaar een plotselinge maag-darminfectie door salmonella. Van deze mensen gaan er ongeveer zesduizend naar de huisarts vanwege deze klachten, en duizend naar het ziekenhuis. 3

Een zoönose is een infectie die van dieren kan overgaan op mensen, maar dus ook van mensen op dieren. Er is dus een risico dat veehouders hun eigen pluimvee besmetten. (Knaag)dieren, gebruiksmateriaal, kratten, of eiertrays kunnen besmet zijn waardoor salmonella de stal binnensluipt. Eens binnen kan de bacterie zich overal nestelen, in mest, voerresten en water.

Eieren kunnen vervolgens op twee manieren besmet worden. Geïnfecteerde legkippen kunnen de bacterie doorgeven aan het ei, voordat de schaal gevormd is. De besmetting kan daarnaast ook uitwendig via de eischaal plaatsvinden, door bijvoorbeeld in contact te komen met besmette mest of de cloaca van de kip.

Salmonella is lastig te herkennen bij pluimvee. Heel jonge kuikens – tot 10 dagen oud – kunnen eraan doodgaan. Maar oudere dieren worden meestal niet ziek. Dieren die toch ziek worden, kunnen last krijgen van buikvliesontsteking. De buik is dan warmer dan normaal en door opgehoopt vocht zit er een zwelling tussen de cloaca en de poten. 4

Monitoring

Alle EU-lidstaten zijn verplicht om pluimveebedrijven te monitoren op zoönotische salmonella. Deze monitoring is onderdeel van een bestrijdingsprogramma. Hiermee wil de EU voorkomen dat er producten met salmonella in de voedselketen komen. Het doel is om de voedselveiligheid en de volksgezondheid te beschermen, niet de dieren!
In Nederland is de NVWA verantwoordelijk voor de bestrijding van salmonella. 5

Wie een pluimveebedrijf runt, moet de dieren regelmatig testen op salmonella. Een besmetting met salmonella moet gemeld worden om te voorkomen dat meer dieren besmet raken of dat mensen ziek worden. De NVWA controleert of pluimveehouders zich aan deze maatregelen houden. Binnen het bestrijdingsprogramma wordt ook onderzocht of salmonella resistent wordt voor antibiotica. Ook dit is een Europese verplichting.

Bij een salmonellabesmetting van vleeskuiken- of leghenouderdieren werd tot 2020 altijd een tweede zogeheten bevestigingsonderzoek of verificatie onderzoek uitgevoerd om te checken of de dieren daadwerkelijk besmet waren. Pas wanneer uit dit onderzoek bleek dat de dieren met salmonella besmet waren, werden ze geruimd. De ervaring wijst uit dat er regelmatige vals positieve uitslagen waren.

“In 2016 waren er 24 stallen verdacht op 8 bedrijven. Bij het onderzoek door de NVWA is in 15 stallen op 7 bedrijven geen besmetting met salmonella aangetoond. In 2017 waren er 2 stallen op 2 bedrijven verdacht. In beide gevallen heeft de NVWA geen salmonella kunnen aantonen. In 2018 waren er 5 stallen op 5 bedrijven verdacht. In geen van deze stallen is salmonella aangetroffen door de NVWA. In 2019 waren er 16 stallen verdacht op 8 bedrijven. In 7 stallen op 4 bedrijven is geen salmonella aangetoond door de NVWA,” Blijkt uit antwoorden van toenmalig landbouwminister Schouten op Kamervragen in maart 2020.

Het rapport van Wageningen Bioveterinary Research, ’Evaluatie monitoringsresultaten Salmonella bij pluimvee’ van 23 februari 2020, laat een 50-60% afwijking zien. Een deel van de afwijking tussen het routine- en verificatieonderzoek kan mogelijk verklaard worden door de kwaliteit van de monstername door pluimveehouders.

In België waren 30% van de uitslagen de de drie jaar voor 2020 vals positief, volgens Landsbond Pluimvee.

EU ingrijpen

Vanaf 2020 werden Nederland en België door de Europese Commissie verplicht om gelijk tot vervroegde slachting over te gaan bij een eerste positieve test, ook als uit aanvullend onderzoek blijkt dat de kippen niet besmet zijn.

De Kamerbrief van 27 januari 2020 ‘Wijziging salmonellabestrijding pluimvee’ legt uit:
“De wijziging houdt in dat dieren van pluimveevermeerderingsbedrijven – dat zijn de bedrijven die uitsluitend broedeieren produceren – meteen worden afgevoerd en geslacht als de eerste controlemonsters besmet blijken te zijn met salmonella. Deze monsters worden door de veehouder zelf genomen in het kader van het Nationale Salmonella Controle en Bestrijdingsplan (SNCP) dat alle lidstaten verplicht uitvoeren op grond van EU-regelgeving. Tot dusverre deed de NVWA in dergelijke gevallen altijd een hertest ter bevestiging. Deze hertest blijft vanaf nu achterwege en zal nog slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegepast wanneer er gerede twijfel is aan de juistheid van de eerste testuitslag.”

”Deze wijziging is doorgevoerd onder druk van de Europese Commissie. Die dreigde de Europese co-financiering aan het Nederlandse salmonellaprogramma te stoppen. Een randvoorwaarde voor co-financiering is dat aan alle EU-voorschriften voor salmonella-bestrijding wordt voldaan. In concreto gaat het om de EU-verplichting om de dieren direct na de eerste positieve testuitslag af te voeren. De Nederlandse standaard hertest acht de Commissie in strijd met de Europese regelgeving. Die mag zoals ook hierboven gesteld, slechts in uitzonderlijke gevallen worden gedaan. De verwachte Europese co-financiering voor het SNCP in 2020 is in totaal € 2.400.000 waarvan € 400.000 voor de bestrijding op besmette vermeerderingsbedrijven.“

Het gaat dus om geld. Tienduizenden dieren gaan hiervoor onnodig vervroegd naar de slacht.

In antwoord op Kamervragen van september 2020 legt toenmalig Landbouwminister Schouten het verder uit:
”In de Europese verordeningen 2160/2003 en 200/2010 is opgenomen dat bij het aantonen van zoönotische salmonella bij vermeerderingskoppels direct maatregelen moeten worden genomen. Tot januari 2020 heeft de NVWA verificatie-onderzoek (herbemonstering) uitgevoerd bij positieve bevindingen uit het routineonderzoek door de pluimveehouder. Alleen op basis van de uitslagen van ambtelijk genomen monsters werden toen maatregelen genomen. De Europese Commissie heeft meerdere keren aangegeven dat dit niet de procedure is die de genoemde verordeningen voorschrijft en op basis daarvan heeft de NVWA haar werkwijze moeten aanpassen. De hertest blijft vanaf nu achterwege en zal nog slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegepast wanneer er gerede twijfel is aan de juistheid van de eerste testuitslag.“

”In de huidige situatie kan de autoriteit alleen in het geval van gerede twijfel besluiten om een verificatie onderzoek uit te voeren. Een eerdere positieve uitslag zonder dat daar problemen bij transport en/of in het laboratorium worden vermeld, is geen reden voor gerede twijfel. Een routinematige herhaling van de monstername op een dergelijke positieve uitslag is vergelijkbaar met hoe de NVWA dat eerder uitvoerde en dat is juist wat de Commissie niet accepteert. Een negatieve uitslag van zo’n herhaald onderzoek zegt onvoldoende, omdat salmonella intermitterend wordt uitgescheiden en het daarmee mogelijk is dat de bacterie niet in iedere monstername wordt aangetoond.”

In een van de casussen in 2020 – de vleeskuikenouderdieren van twee broers in Noord-Brabant – maakten de houders bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De rechter wees op 27 februari 2020 de voorlopige voorziening af en verklaarde de bezwaren ongegrond. De 27.000 dieren in drie van de vijf stallen moesten alsnog worden geruimd.

In 2020 kwamen de salmonellabesmettingen bij (groot)ouderdieren vervolgens boven de EU doelstelling van 1% uit (1,42%). Salmonella monstername voor regulier onderzoek moest vervolgens iedere twee weken plaatsvinden in plaats van iedere drie weken. 6

Blijkt uit monstername dat pluimvee is besmet met salmonella, dan neemt de NVWA maatregelen om verdere verspreiding van salmonella te voorkomen. De aanpak verschilt per bedrijfstype. 7

Leghenbedrijven

Blijkt uit het laboratoriumonderzoek dat de dieren geen bestrijdingsplichtige salmonella hebben dan wordt de verdenking opgeheven en gelden er geen maatregelen meer.

Blijkt uit laboratoriumonderzoek dat het wel om bestrijdingsplichtige salmonella gaat dan verklaart de NVWA het koppel – een groep dieren die samen een stal bevolken – en de eieren besmet. Eieren van een besmet koppel moeten rechtstreeks vanaf het legbedrijf naar de ei-verwerkende industrie waar de eieren een verhittingsbewerking krijgen. Ze mogen niet als tafel- of consumptie-ei afgezet worden. Dit geldt voor alle eieren die geproduceerd zijn vanaf de datum van de monstername.

Blijkt uit laboratoriumonderzoek dat het legpluimvee besmet is met SE of ST dan zijn er twee mogelijkheden: Het besmette koppel vervroegd slachten, of de leghennen maken hun legronde af. De eieren zijn dan niet meer geschikt voor consumptie, maar moeten naar de ei-verwerkende industrie voor verhitting.

De dieren worden ‘logistiek’ geslacht. Dit betekent dat ze zo geslacht worden dat het vlees van andere dieren niet besmet kan raken. Meestal gebeurt de slacht aan het eind van de dag, na de slacht van alle andere dieren. Het slachthuis kan de slachtlijn dan reinigen en desinfecteren voordat het weer verdergaat met de normale slachtingen.
Het slachthuis moet een protocol hebben voor de slacht van koppels met SE/ST-salmonella. Ook moet het vlees eerst een hittebehandeling ondergaan, voordat het de markt op mag. Bij exporteren voor de slacht moet de positieve salmonella-uitslag op het exportcertificaat vermeld worden.

Vermeerderingsdieren zijn de ouderdieren die voor de eieren zorgen waaruit vleeskuikens of leghennen komen. Bij vermeerderingsdieren is er geen verdenkingsfase. Besmette dieren worden afgevoerd naar de slacht. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) taxeert de dieren en de veeboer krijgt een vergoeding.
Ook hier gaat het om ‘logistieke’ slacht en vervolgens een hittebehandeling. Daarna wordt het pluimveevlees pas vrijgegeven voor consumptie.

Voor salmonella bij vleeskuikens en -kalkoenen is geen bestrijdingsplicht. Deze dieren moeten wel ‘logistiek’ worden geslacht en het vlees een hittebehandeling ondergaan. Bij export voor de slacht moet de positieve salmonella-uitslag op het exportcertificaat vermeld worden.

Mycoplasma gallisepticum is een kleine, bacterie-achtige ziektekiem die bij kippen en kalkoenen vooral ontstekingen van het respiratie-apparaat en bij oudere dieren ook legproblemen veroorzaakt.
Bij een uitbraak op een vermeerderingsbedrijf wordt het hele bedrijf door de NVWA besmet verklaard. Broedeieren kunnen niet meer buiten Nederland verhandeld worden. Omdat ook binnenlandse afzet zeer ongewenst is, kunnen besmette koppels vervroegd geslacht worden met daarbij een tegemoetkoming in de schade vanuit het Diergezondheidsfonds (DGF).

Niet waterdicht

Dat het systeem niet waterdicht is bewijzen zaken uit België en Nederland.

Eind juni 2025 werd de zaakvoerder van pluimveebedrijf ’t Hennehof in Geel gearresteerd door de Federale Gerechtelijke Politie. Dit gebeurde in het kader van een lopend gerechtelijk onderzoek naar mogelijk met salmonella besmette eieren die ondanks verkoopverboden toch op de markt zouden zijn beland. 8
Eind januari werd in een van de stallen van het bedrijf salmonella vastgesteld. Vermoedelijk omzeilde ’t Hennehof de opgelegde restricties. Het gebruik van nagemaakte of vervalste stempels en verkoop via een automaat aan huis worden onderzocht.

In mei 2023 oordeelde de rechtbank in Zwolle dat een pluimveebedrijf uit Lunteren de volksgezondheid in gevaar had gebracht door met salmonella besmette eieren toch te verkopen. 9 Zowel de bedrijfsleider als de eigenaar werden veroordeeld tot een halfjaar voorwaardelijke cel en tweehonderd uur taakstraf. Naast de straffen voor de bedrijfsleider en de directeur kreeg het pluimveebedrijf een boete van 80.000 euro.

De eigenaren van het laboratorium in Duiven dat in opdracht van de kippenboeren een positieve besmetting niet meldde aan de autoriteiten schikten met het OM en stonden daarom niet terecht.

De besmetting kwam aan het licht nadat acht van de elf collega’s van een Duits bedrijf bij een barbecue op 18 juni 2017 ziek werden. Een van hen, een 22-jarige werknemer, kwam in het ziekenhuis terecht en overleed tien dagen later. Meerdere organen in zijn lichaam faalden door een ernstige bloedvergiftiging. De salmonellabesmetting was zeer waarschijnlijk de oorzaak van die vergiftiging.

Update

Sinds juni 2023 is er in Nederland een Salmonella-uitbraak gaande, die grotendeels buiten het nieuws is gehouden. In januari 2024 waren er al 151 patiënten gemeld. 10 Het gaat om Salmonella Enteritidis (SE). In de afgelopen jaren is er een stijging bij mensen en pluimvee waargenomen, blijkt uit onderzoek op basis van cijfers van het RIVM en de NVWA dat werd gepubliceerd in Eurosurveillance. 11

De conclusie van het wetenschappelijke artikel is: “The ongoing rise in SE cases in humans and laying hen flocks in the Netherlands presents a significant public health risk.” En zou zich kunnen verspreiden naar omringende landen.

Animal Rights vindt het schandalig dat er uitgebreid wordt gewaarschuwd voor PFAS in eieren van hobbykippen, maar dat de gevaren van commerciële/industrie-eieren uit het zicht worden gehouden. Het ministerie van LVVN verzaakt.

Het jaarlijkse gemiddelde van 281 menselijke SE-gevallen tussen 2017 en 2019 is aanzienlijk gestegen. In 2023 werden 427 gevallen geregistreerd, gevolgd door 401 in 2024. De eerste zes maanden van 2025 lieten met 209 gevallen ook een stijging zien, vergeleken met de 180 in dezelfde periode in 2024. Het jaarlijkse gemiddelde in de eerste zes maanden van 2017 tot en met 2019 was 104. Het werkelijke aantal SE-gevallen ligt waarschijnlijk veel hoger. 12

De oorzaak wordt onder andere gezocht in het onvoldoende met hitte behandelen van eierschalen voordat ze werden vermalen en toegevoegd aan pluimveevoer,. Dit leidde volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) tot een wijdverspreide infectie in de leghennensector en vervolgens tot menselijke besmettingen door de consumptie van besmette eieren.

Het RIVM adviseert leghenkoppels vaker te testen. Zo wordt de periode dat er besmette eieren op de markt komen korter. Verder moeten positieve koppels sneller worden geruimd om de infectiedruk in de hele sector te verminderen. Verder wordt geadviseerd bij besmette koppels beter te kijken naar eventuele contacten. Dan kan de mogelijke bron van een besmetting worden achterhaald, om verdere verspreiding te voorkomen. Zoals altijd zijn de in slavernij gehouden dieren de klos. Eet geen eieren, zou het advies moeten zijn!


  1. Beantwoording Kamervragen bij Jaarverslag LNV 2024 ↩︎
  2. Een bacterie met een reputatie: Hoe de sector salmonella aanpakt ↩︎
  3. RIVM: Salmonella ↩︎
  4. Salmonella bij pluimvee ↩︎
  5. Mijn pluimveebedrijf monitoren op salmonella ↩︎
  6. Salmonella monstername bij ouderdieren moet voortaan tweewekelijks ↩︎
  7. Mijn pluimveebedrijf is verdacht of besmet ↩︎
  8. Zaakvoerder (31) van pluimveebedrijf uit Geel gearresteerd in onderzoek naar besmette eieren ↩︎
  9. Gelders bedrijf schuldig aan verzwijgen salmonella die Duitser leven kostte na barbecue ↩︎
  10. Besmette eierschalen oorzaak Salmonella uitbraak ↩︎
  11. Ongoing increase in autochthonous Salmonella Enteritidis infections, the Netherlands, June 2023 to June 2025 ↩︎
  12. Meer Salmonella enteritis bij mens en kip, meerdere factoren ↩︎