Massaslachting van ganzen vermindert ook ‘schade’ in Groningen niet, toch wil men door

Fauna4Life en Animal Rights hebben een bezwaarschrift ingediend tegen de omgevingsvergunning die het college van gedeputeerde staten van Groningen op 11 juni 2025 heeft verleend voor het doden van grauwe ganzen met geweer en voor nestbehandeling. Deze vergunning is geldig tot en met 1 december 2029.

Het bezwaar richt zich op het feit dat de noodzaak voor deze vergunning en de effectiviteit van de vergunde ingrepen niet is aangetoond, zodat deze vergunning in strijd met de Omgevingswet is verleend.

Lees ook: NEDERLANDS GANZENBELEID IS FAILLIET MAAR FRIESLAND WIL DOORKNALLEN

Belangrijke schade

In de tekst van de vergunning staat dat is aangetoond dat er sprake is van ‘belangrijke schade’ aan gewassen door grauwe ganzen en dat voortzetting van het beheer van de populatie noodzakelijk is om gewasschade te voorkomen dan wel te beperken.

Een totaalcijfer per jaar voor de hele provincie zegt niets over de vraag of er daadwerkelijk ‘belangrijke’ schade is aangericht. Om dat te kunnen beoordelen moet het schadebedrag aan iets anders worden gerelateerd, bijvoorbeeld de opbrengst van het betreffende gewas. Daarvoor is het noodzakelijk om te kunnen zien hoe dit totaalbedrag is samengesteld. Daarbij is het essentieel dat bekend is om welke gewassen het ging, wat de oppervlakte van de percelen was en waar de schade is aangericht. Pas als al deze informatie beschikbaar is, kan worden bepaald of er sprake was van ‘belangrijke schade’. Deze informatie ontbreekt, waardoor niet is aangetoond dat (in de hele provincie) sprake is van belangrijke schade.

Andere bevredigende oplossing

Aangegeven wordt dat ganzen vaak snel wennen aan preventieve of verjagende middelen en dat het belangrijk is om middelen te combineren en af te wisselen. Dat is correct. Aangegeven wordt dat grondgebruikers diverse niet-dodelijke middelen en methoden hebben ingezet om ganzen te weren en verjagen, maar dat dit niet tot de gewenste beperking van de schade heeft geleid.

Het is echter niet duidelijk welke middelen, waar en op welke manier zijn toegepast. Dat blijkt ook uit het faunabeheerplan (FBP): ”Het registreren van deze maatregelen was niet verplicht. De onderstaande resultaten bieden daarom slechts een beknopt overzicht van de toepassing van diverse verjagingsmethoden in de periode van 2019 tot 2023.”

Op basis van de gegevens kan niet worden geconcludeerd dat de actieve en juiste inzet van alternatieven niet als bevredigende oplossing kan worden beschouwd.

Afschot is het doel, niet ter ondersteuning van verjaging

De vergunning is formeel verleend ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen. Uit de tekst van de vergunning blijkt echter dat het doel is ”om verdere toename van de populatie standganzen te voorkomen”. Het beperken van de aantallen van een beschermde diersoort is geen doel genoemd in de wet.

In het FBP wordt aangegeven dat om een significante reductie van de ganzenpopulatie te bereiken een substantieel deel van de populatie moet worden afgeschoten.
De vorige ontheffing en de onderhavige vergunning zijn duidelijk niet verleend voor ondersteunend afschot, maar ten behoeve van het schieten van zoveel mogelijk ganzen. Dat blijkt uit de aantallen die tijdens de vorige periode zijn geschoten. En dat blijkt ook uit de tekst van de onderhavige vergunning.

Afschot niet bevredigend

De schadebedragen nemen blijkbaar jaarlijks (fors) toe. De opmerking dat daarom het beheer (lees: afschot) moet worden ‘voortgezet’ is onbegrijpelijk. Dit geeft juist aan dat afschot niet helpt.

Met betrekking tot de alternatieve maatregelen wordt gesteld dat de inzet daarvan niet heeft geleid tot een beperking van de schade die nodig is om de doelstelling van het Ganzenakkoord te behalen. Datzelfde geldt voor het (afschot)beheer.

Uit het FBP blijkt dat gedurende de afgelopen periode elk jaar meer ganzen zijn gedood. Dit bewijst in feite dat het afschot van grote aantallen ganzen op geen enkele manier bijdraagt aan het verlagen van de schade. Integendeel, hoe meer ganzen er zijn geschoten, des te meer schade werd getaxeerd.

Op geen enkele manier wordt door Groningen aannemelijk gemaakt, laat staan aangetoond dat het gebruik van de onderhavige vergunning tot een bevredigend resultaat zal leiden. Dat betekent dat deze vergunning nooit had kunnen worden verleend.

Natura 2000-gebieden

De vergunning geeft toestemming om tot aan de grens van Natura 2000-gebieden te schieten, waardoor grote kans bestaat dat de soorten waarvoor deze gebieden zijn aangewezen, worden verstoord. De vergunning had om die reden niet zonder voorafgaande toetsing mogen worden verleend.

Conclusie

Op grond van bovenstaande komen Fauna4Life en Animal Rights tot de conclusie dat de vergunning onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet voldoet aan de eisen van de wet. Wij verzoeken de provincie Groningen dan ook deze vergunning zo spoedig mogelijk in te trekken.

Stalverstikkingen – de stand van zaken

Donderdagochtend 26 februari 2026 kwam er op een melkveebedrijf aan de Nijlan in het Friese Ingwierrum een koe (pink) om het leven tijdens werkzaamheden in de stal. De boer was begonnen met het mixen van mest, meldt NoorderNieuws, toen het dier dood werd aangetroffen op de roosters nabij het mixgat. “Brandweerlieden voerden met ademlucht metingen uit. Aanvankelijk werden geen verhoogde waarden gemeten. Toen opnieuw werd gemixt, sloeg de meetapparatuur binnen enkele seconden in alarm vanwege een zeer hoge concentratie gas.” 1 2

Op, vooral, melkveebedrijven wordt de drijfmest in de mestkelder omgeroerd om zo een homogene massa te verkrijgen die eenvoudiger kan worden afgepompt en uitgereden over het land. Het is algemeen bekend dat bij dit mixproces gevaarlijke gassen vrijkomen, zoals waterstofsulfide en methaan, die zich snel kunnen ophopen in een ruimte waarin de ventilatie niet optimaal is.

Omdat veeboeren dit moeten weten, is het uitvoeren van dergelijke werkzaamheden met dieren in de stal, in de opinie van Animal Rights, nalatigheid. Animal Rights heeft een melding gedaan bij de NVWA.

Op zaterdag 4 oktober 2025 – hoera, Werelddierendag! – komen tussen de 400 en 500 varkens om in een stal in het Limburgse Ospel, waarschijnlijk door een verhoogde waarde waterstofsulfide, aldus de veiligheidsregio. Dat is een giftig gas dat kan vrijkomen uit mestputten. Er zaten 2400 varkens in de stal. Mogelijk is er sprake van falende ventilatie. Animal Rights zal de onderzoeksresultaten opnieuw opvragen.

Op 7 april 2026 krijgt Animal Rights als terugkoppeling dit bericht: “U meldde het volgende bij ons: honderden gestikte varkens aangetroffen. Naar aanleiding van uw melding heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een onderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is het door u gemelde waargenomen. Daarom heeft de NVWA opgetreden tegen de beklaagde/het bedrijf. Vanwege wetgeving, onder andere over privacy, worden details over het uitgevoerde onderzoek en de genomen maatregelen niet gedeeld.” Het zou voor iedereen eenvoudiger zijn als de NVWA aan actieve openbaarmaking deed – dat wil zeggen: uit zichzelf dit soort informatie verstrekte – in plaats van dat Animal Rights hiervoor een informatieverzoek moet indienen. Het wordt dat laatste.

In mei 2025 kwamen zeven koeien om het leven in hun stal aan de Hennisdijk in Buren (Gelderland) doordat ze giftige gassen inademden die vrijkwamen bij het mengen van mest. 3“Toen wij aankwamen zagen we zeven koeien dood op de roosters liggen. We hebben dermate hoge concentraties zwavelwaterstof gemeten dat we de koeien moesten verplaatsen,” zegt een brandweerman ter plaatse tegen De Gelderlander.
Lees ook: Nalatigheid: runderen komen om bij mengen van mest

In juli 2024 vond een boer een hok vol dode varkens – hij wil niet zeggen hoeveel – in een van zijn stallen aan de Gendringseweg in Aalten (Gelderland). 4 De brandweer voerde metingen uit, maar over de uitslagen werd niets bekend gemaakt. Daarom vroeg Animal Rights via de Wet open overheid (Woo) om de onderzoeksrapporten.
Lees ook; Tientallen biggen sterven door nitrietvergiftiging uit luchtwasser

De wreedheid in de vee-industrie gaat zover dat veel van de dieren er letterlijk boven hun eigen stront en urine moeten leven waaruit giftige dampen opstijgen. Zeker dieren die afhankelijk zijn van elektrisch aangedreven mechanische ventilatie zijn de klos als die ventilatie uitvalt, zeker in combinatie met zomerhitte.

Dit gebeurt met enige regelmaat. Hoe vaak weet niemand want het landbouwministerie houdt dit niet bij. Daarom doet Animal Rights dat:

Dossier staldrama’s

Op zaterdagochtend eerste kerstdag 25 december 2022 komt het nieuws naar buiten dat in een schuur aan de Sundertweg in Rhenen honderden varkens bewusteloos zijn geraakt nadat de ventilatie uitviel. Uit de documenten die Animal Rights opvroeg, bleek dat uiteindelijk 48 zwaardere varkens van de 700 aanwezige dieren het niet overleefden. Ook voor de overige varkens moet het bewusteloos raken door verstikking, zonder een mogelijkheid tot ontsnappen, verschrikkelijk zijn geweest.
Lees ook: 48 VARKENS STIKTEN IN RHENEN; OVERTREDINGEN WORDEN OPNIEUW NIET BESTRAFT

Dinsdag 24 augustus 2021 werden in een varkensstal aan de Broekhuizerdijk 53 in het Limburgse Melderslo honderden dode varkens gevonden. De luchtwasser van de stal was uitgevallen waardoor de dieren stikten. In de stal zaten 700 varkens waarvan volgens de brandweer 95% van de dieren het niet overleefden. Hoe dit kon gebeuren, werd nooit bekendgemaakt.
Lees ook: MELDERSLO: STALBRAND (2014), GESTIKTE VARKENS (2021) EN IN 2024 NOG ALTIJD SJOEMELEN MET LUCHTWASSERS en: 600 VARKENS STIKTEN IN MELDERSLO, NVWA WEIGERT INZAGE IN ONDERZOEK EN OM SEPONEERT DE ZAAK
Er loopt hier nog altijd een beroep tegen het weigeren van het verstrekken van informatie door de NVWA.

Op donderdag 25 juli 2019 komen in het Limburgse Neer zo’n 4.000 vleeskuikens om, doordat de temperatuur in de zeven stallen met in totaal 140.000 kippen stijgt tot boven de 34 graden. De ventilatie van Pluimveebedrijf Beenders B.V kan de zomerse hitte niet aan en de brandweer moet uitrukken om de stallen te koelen.
Lees ook: IN NEER CREPEERDEN 4.000 KUIKENS, MAAR DE NVWA NAM ALLEEN EEN VERKLARING OP

In de vroege ochtend van 24 juli 2019 zijn er “honderden” varkens omgekomen bij varkenshouder Van Genugten aan de Langeweg in Middelharnis. De dieren stikten door problemen met het ventilatiesysteem.
Lees ook: 946 VARKENS STIKTEN IN MIDDELHARNIS, HET ALARM WERKTE NIET, MAAR DE VARKENSBOER GING VRIJUIT

In de nacht van dinsdag 23 op woensdag 24 juli 2019 gaat er een alarm af op de telefoon van varkenshouder Peter van der Linden in Maarheze. Diezelfde nacht lieten zijn 2100 varkens op een verschrikkelijke manier het leven. Door een stroomstoring vielen de luchtwassers in zijn varkensstal uit, de lucht werd niet meer ververst en de varkens stikten in de ammoniakdampen die uit de roostervloeren omhoog walmden.
Lees ook: SCHULDIG AAN DE VERSTIKKINGSDOOD VAN 2100 VARKENS, MAAR GEEN STRAF

Donderdagochtend 20 juni 2019 vond de politie na een melding ruim 900 dode varkens op verschillende stapels buiten een schuur aan de Goorweg in Meddo, Winterswijk. Als blijkt dat de dieren hoogstwaarschijnlijk zijn gestikt als gevolg van het uitvallen van de luchtinstallatie in de stal trekt de politie zich terug en neemt de NVWA het onderzoek over. De dieren werden later die dag geruimd nog voordat de NVWA-inspecteur arriveerde.
Lees ook: ANIMAL RIGHTS EIST DAT BOER DIE 900 VARKENS LIET STIKKEN ALSNOG BESTRAFT WORDT

Op 18 juli 2018 kwamen aan de Kovelsweg 5 in Haaren zo’n 1.200 varkens om toen de ventilatie uitviel.
Lees ook: BIJ HET STIKKEN VAN 1200 VARKENS IN HAAREN FAALDEN ZOWEL DE VENTILATIE ALS DE BOER

Op dinsdag 10 oktober 2017 kopt het Brabants Dagblad: “Tientallen varkens stikken na ‘heel veel pech’ in Heeswijk-Dinther”. Het artikel is voorzien van een foto van opgestapelde varkenslijken naast het stallencomplex aan de Hazelbergsestraat 2B.
Lees ook: 70 VARKENS STIKKEN DOOR STROOMSTORING EN DE NVWA GAAT EEN WEEK LATER EENS KIJKEN

Progressie

Nog altijd wordt door de Nederlandse overheid niet geregistreerd hoe vaak dit voorkomt, laat staan dat er tegen nalatigheid van de boeren wordt opgetreden. In juni 2025 suggereert een antwoord van demissionair landbouwminister Wiersma op feitelijke vragen dat er toch een beetje beweging in dit dossier zit:
”Er is geen centrale registratie van dierlijke slachtoffers door uitval van ventilatiesystemen in stallen. Er is daarom geen betrouwbaar aantal bekend. Wel heeft mijn voorganger in 2021 veehouders opgeroepen om een melding te maken bij de NVWA als men duidelijke aanwijzingen heeft dat dieren door verstikking of door uitval van systemen om het leven zijn gekomen bij stallen die kunstmatige ventilatie gebruiken (Kamerstuk 28286, nr. 1210). Hier wordt ook aandacht voor gevraagd in het plan van aanpak hittestress (Kamerstuk 28286, nr. 1296). Momenteel inventariseert de NVWA hoeveel van deze meldingen de afgelopen jaren zijn gedaan bij de NVWA. Om systeemuitval zo veel mogelijk te voorkomen en snel actie te kunnen ondernemen wanneer het ventilatiesysteem onverhoopt uitvalt, zijn de open normen over nood- en alarmsystemen in stallen ingevuld (Kamerstuk 28286, nr. 1293). In stallen waarbij de gezondheid en het welzijn van het dier afhankelijk zijn van kunstmatige ventilatie is een alarmsysteem en alarmplan verplicht. Ook is sinds 1 juli 2024 een noodstroomaggregaat verplicht.”

De NVWA weet van niks

Als Animal Rights in juni 2025 via een Woo-verzoek de onderzoeksrapporten opvraagt over de verstikking van varkens in Aalten blijkt de NVWA echter van niets te weten:
”In deze is een zoekslag verricht door mijn collega’s van directie Handhaven, Regie en Expertise en Programmering, wat geen documenten heeft opgeleverd. Zij hebben op het adres gezocht in SPIN, wat de inspectieresultaten vastlegt. Daarop heeft de coördinator van handhaven navraag gedaan bij de inspectie, die deze casus niet bekend is. De inspecteur werkzaam in dit gebied is niet betrokken geworden door brandweer of een andere instantie bij deze casus. Tenslotte hebben we je verzoek voorgelegd bij onze persvoorlichting, die vaak over dit soort incidenten vragen krijgen, bij voorbeeld vanuit de media, maar ook hen is deze casus onbekend. Zelf ben ik ook nog gaan zoeken en kom wel op internet tegen dat de brandweer van de regio onderzoek doet. De brandweer heeft ons in ieder geval niet betrokken.”

Nieuwe Woo-verzoeken

Tja, zo gaat dat op het landbouwministerie. Daarom heeft Animal Rights verzocht om de onderzoeksrapporten bij de hierboven genoemde verstikkingszaken uit mei 2025 in Buren en juli 2024 in Aalten.

Seponering & Artikel 12

Registratie en onderzoek halen niets uit als er niet ook vervolgd wordt voor nalatigheid. Uit een informatieverzoek via de Wet open overheid over de verstikkingsdood van 600+ varkens in het Limburgse Melderslo leerde Animal Rights dat deze zaak en nog vier andere vergelijkbare zaken, ergens tussen november 2022 en mei 2023 geseponeerd werden. Dit ondanks verhoren, processen verbaal en tenlasteleggingen.

Het eigen onderzoek gaf Animal Rights voldoende reden om via haar advocaat een Artikel 12 procedure op te starten. Artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering geeft belanghebbenden de mogelijkheid een klachtprocedure te starten om een zaak die is geseponeerd, of afgedaan met een transactie of strafbeschikking, alsnog voor de rechter te brengen.
Lees ook: ANIMAL RIGHTS WIL, VIA ARTIKEL 12, 5 GESEPONEERDE HITTESTRESS-VERSTIKKINGSZAKEN ALSNOG VOOR DE RECHTER BRENGEN

Ook hier geldt dat daar heel veel geduld voor nodig is.

Update

23 april 2026 antwoordde LVVN op de vraag “Hoeveel dieren kwamen om door uitvallen van de ventilatie in stallen in 2025/2026?”:
“In stallen waarbij de gezondheid en het welzijn van het dier afhankelijk zijn van kunstmatige ventilatie gelden sinds 1 juli 2023 aangescherpte regels voor alarmsystemen. Daarnaast is vanaf 1 juli 2024 een noodstroomaggregaat verplicht. Er bestaat momenteel geen meldingsplicht voor incidenten waarbij ventilatiesystemen in stallen uitvallen. Wel worden erop vrijwillige basis meldingen bij de NVWA gedaan over dergelijke incidenten. In de periode 1 januari 2024 tot en met 1 oktober 2025 zijn in totaal 6 (vrijwillige) meldingen gedaan bij de NVWA over de uitval van ventilatiesystemen in stallen. In die meldingen zat geen informatie over aantallen dieren die bij deze uitval zijn omgekomen. Er zijn sinds oktober 2025 geen meldingen bij de NVWA meer binnengekomen over uitval van ventilatie in stallen en sterfte van dieren dientengevolge.” 5

Het blijft absurd: er is geen meldingsplicht, maar veehouders kunnen op vrijwillige basis meldingen bij de NVWA doen over dergelijke incidenten. Wat voor een inzicht in de frequentie van dit soort staldrama’s gaat dat opleveren? Het is niet te bevatten dat men op het landbouwministerie liever de kop in het zand steekt dan inlichtingen vergaart over erkende problemen, zodat die problemen ook aangepakt kunnen worden.


  1. Koe bezwijkt tijdens mixen in stal in Ingwierrum ↩︎
  2. UPDATE | Koe overleden in stal, brandweer doet onderzoek ↩︎
  3. Zeven koeien dood door giftige meststoffen op boerderij, drie personen naar het ziekenhuis ↩︎
  4. Boer vindt dode varkens in stal in Aalten, brandweer verricht metingen ↩︎
  5. Wijziging begroting van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Diergezondheidsfonds voor 2026 (Voorjaarsnota), vraag 103 ↩︎

Zwarte kraai als zondebok voor neergang weidevogels: Zuid-Holland

Op 7 april 2025 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een vergunning voor het vangen en doden van zwarte kraaien om andere beschermde soorten – boerenlandvogels (weide- en akkervogels) – te beschermen.

Lees ook: VOS EN KRAAI ALS ZONDEBOK VOOR NEERGANG WEIDEVOGELS: DRENTHE

Animal Rights en Fauna4Life maakten bezwaar en stellen zich op het standpunt dat boerenlandvogels niet effectief en doeltreffend beschermd worden door het vangen en doden van zwarte kraaien. Het daadwerkelijke probleem dat het slecht gaat met boerenlandvogels is de intensivering van de landbouw. Voordat de biotoop voor boerenlandvogels geschikt is gemaakt (hoger waterpeil, later maaien, meer kruidenrijk grasland en meer plas-dras situaties) waardoor er onder andere meer voedsel ontstaat voor de ouders en kuikens, heeft het doden van mogelijke predatoren geen enkel nut.

Lees ook: KAUW EN KRAAI ALS ZONDEBOK VOOR NEERGANG WEIDEVOGELS IN WIERINGEN

Zolang de gebieden onvoldoende op orde zijn gemaakt, en boerenlandvogels dus onvoldoende worden beschermd, geldt dat het doden van zwarte kraaien als meer ingrijpende maatregel niet is toegestaan. Het college heeft met het onderhavige besluit niet aangetoond dat de gebieden geschikt zijn. Zo is het niet duidelijk of elk gebied voldoet aan de voor een geschikt gebied opgestelde criteria zoals opgenomen in het eigen beleid, namelijk het Natuurbeheerplan Zuid-Holland 2025:

  • Minimaal 1 ha plas dras per 100 ha gedurende het broedseizoen;
  • In minimaal 50% beheerd gebied hoog oppervlaktewaterpeil in broedseizoen: streefpeilen: veen 0-25 cm onder maaiveld, klei-op-veen 0-35 cm onder maaiveld, klei 0-40 cm onder maaiveld;
  • Op minimaal 50% van de percelen is een rustperiode tijdens het broedseizoen aanwezig;
  • Minimaal 50 % beheerd gebied bestaat uit kruidenrijk grasland;
  • Circa 20% van de percelen worden tijden het broedseizoen beweid met melkvee en/of jongvee;
  • Bemesting vaste mest en/of vaste fractie (max. 5-10 ton/ha) voor percelen met kruidenrijk grasland en uitgesteld maaibeheer. Geen kunstmest voor deze percelen;
  • Legselbeheer komt vanuit het Aanvalsplan grutto niet in aanmerking voor subsidie;
  • Mozaïek van samenhangend beheer; beheerpercelen niet verder dan 300 m uiteen;
  • Niet ’s nachts maaien;
  • Nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen, collectieven, natuurbeheerders, weidevogelbeschermers, WBE en overheden.

Lees ook: ZWARTE KRAAI ALS ZONDEBOK VOOR NEERGANG WEIDEVOGELS: GELDERLAND

Deze criteria zijn gedestilleerd uit het Aanvalsplan Grutto en nader toegelicht door Sovon. Het college dient aan het eigen beleid te toetsen en nauwkeurig te motiveren dat en hoe dat gebeurd is. Er vanuit gaande dat de gebieden (nog) niet op orde zijn, had de vergunning niet verleend mogen worden.

Lees ook: DE HEKSENJACHT OP STEENMARTERS IN FRIESLAND

Het vangen en doden van zwarte kraaien wordt toegestaan in een zeer ruim beheergebied (bufferzone van 5 kilometer rondom weidevogelgebieden) en een zeer ruime beheerperiode waarbinnen voor diverse maanden geldt dat er nog geen eieren of geen niet-vliegvlugge kuikens meer zijn. Voor grotere afstanden vanaf een weidevogelgebied en de eerste en laatste maanden van de vergunning geldt dat er geen causaal verband is tussen de aanwezigheid van zwarte kraaien en schade aan boerenlandvogel(legsel)s. In die gevallen is de vergunning noch effectief en doeltreffend, noch zo min als mogelijk ingrijpend, en dus niet toegestaan.

Lees ook: GRONINGEN GEDOOGT STROPERIJ VAN VOSSEN

Er geldt een wettelijke verplichting om aan een vergunning zoals de onderhavige een faunabeheerplan ten grondslag te leggen. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ook daarom is het besluit onrechtmatig.

Lees ook: VERZOEK TOT HANDHAVEND OPTREDEN: TERSCHELLING POOGT ILLEGAAL STEENMARTERS TE VANGEN

Dierenpolitie treedt wel op waar NVWA verzaakt: levend dier ter destructie aangeboden

Een van de vele uitwassen van de harteloze en gewetenloze vee-industrie is het aanbieden van nog levende dieren ter destructie. Animal Rights vraagt al jaren de documenten op door informatieverzoeken via de Wet open overheid (Woo).

Uit de recentste documenten blijkt dat de dierenpolitie wel doet wat de NVWA al jaren weigert en waarvan het landbouwministerie beweert dat het niet kan, namelijk strafrechtelijk optreden tegen een veeboer die een levend dier langs de kant van de weg dumpt als afval ter destructie.

Animal Rights deed het eerste informatieverzoek nadat bleek dat Rendac een standaard, voorgedrukt formulier gebruikt om veeboeren er op te wijzen dat ze geen nog levende dieren tussen de kadavers mogen stoppen. ”Als je een dergelijk formulier standaard aan je chauffeurs moet meegeven, kan je op je vingers natellen dat deze misdaad met enige regelmaat voorkomt,” zei Animal Rights destijds.

Topje van de ijsberg

Sterker nog, Animal Rights gaat er van uit dat deze door de NVWA verstrekte meldingen slechts het topje van de ijsberg zijn. De Rendac chauffeurs houden natuurlijk geen uitgebreide controles. Ze keren de kadavertonnen met biggen, konijnen en pluimvee niet om om ieder individueel dier te inspecteren en zijn ook geen experts op dat gebied. Ook zal menig geval eenvoudigweg niet gemeld worden.

Het grote aandeel varkens en runderen in de meldingen vloeit logischerwijs voort uit het feit dat deze dieren individueel aangeboden worden en apart met een grijper geladen moeten worden. Dat dieren nog leven is dan eenvoudiger te constateren, terwijl de tonnen vol pluimvee, konijnen en biggen omgekeerd worden boven de laadbak zelf.

Daarnaast zullen ook nog veel dieren creperen tussen het tijdstip dat ze aan de weg worden gelegd – meestal de dag of avond er voor – en het tijdstip – vaak de volgende ochtend – dat Rendac ophaalt. 
Dit geldt zeker voor de dieren die levend onderin de tonnen terecht komen en stikken onder de lijken van hun soortgenoten. Tonnen worden pas aangemeld bij Rendac als ze vol zijn.

Geen bestraffing

Er werd, voor zover Animal Rights kan nagaan, nog nooit een boete uitgedeeld voor deze ernstige vorm van dierenmishandeling. Uit de gegevens die Animal Rights van 2016 t/m 2023 bezit, komt slechts één geval naar voren waarbij meer werd gedaan dan een waarschuwing geven. Op 4 maart 2019 maakte een opsporingsambtenaar van de NVWA een Proces Verbaal op voor het aanbieden van een levend kalf van 10 dagen oud ter destructie. Nergens komt uit naar voren dat dit ook tot een boete of een werk- of gevangenisstraf heeft geleid.

De ene na de andere veeboer trekt, na betrapt te zijn, in zijn of haar verklaring het boetekleed aan en de NVWA volstaat vervolgens met een schriftelijke waarschuwing met als motivering dat het tenslotte niet opzettelijk is gebeurd.

Dierenpolitie treedt wel op

Eind 2023 of in de eerste helft van 2024 – de datum en locatie zijn gelakt door de NVWA – gebeurde er iets bijzonders. Niet een chauffeur van Rendac vindt een levend ter destructie aangeboden dier, maar een toevallige voorbijganger ziet een dier bewegen onder een stuk met houten palen verzwaard zeil langs de kant van de weg.

Een Rendac chauffeur laat normaliter het dier aan zijn lot over, probeert de eigenaar te waarschuwen, maar belt anders zijn werkgever, die op haar beurt de NVWA weer informeert, die vervolgens enkele maanden later een obligate waarschuwing uitdeelt. De Rendac-chauffeur rijdt door naar de volgende klant.

In dit geval belde de voorbijganger de dierenpolitie en deze sprongen wel in actie. Zij informeerden vervolgens de NVWA met de boodschap: ” De zaak wordt sowieso strafrechtelijk opgepakt.”

De dierenpolitie maakt een proces verbaal op:
“Aldaar zou een voorbijganger een zijl hebben zien liggen buiten het weiland. Melder dacht dan gezien te hebben dat het vermoedelijk dier wat onder het zijl zou liggen nog zou ademen, omdat melder het zijl zag bewegen.”

“Ik keek naar het zijl en zag het zijl bewegen. Ik zag dat de bewegingen op en neer gingen, alsof er iets onder lag wat nog ademende.” [Schrijffouten zijn toe te schrijven aan de dierenpolitie.]

De politieagenten halen het zeil weg:
“Onder het zijl zag ik toen een schaap liggen. Ik zag dat het schaap op zijn zij lag. Ik zag dat het schaap nog leefde. Ik zag dat het schaap adem haalde en ik zag dat hij zijn ogen open deed en weer sloot. Ik zag dat het niet goed ging met het schaap. Ik hoorde de boerin zeggen: “Dit is blauw tong dit schaap is ziek.”. Ik zag dat de boerin het schaap aanraakte op zijn buik, ik zag dat het schaap hierop reageerde, ik zag dat hij zijn kop een beetje optilde van de grond af. Ik zag dat hij zijn ogen open deed. Ik zag dat de boerin de bek van het schaap open deed. Ik zag dat het schaap als reactie hierop met zijn kop bewoog, alsof hij het niet prettig vond wat er gebeurde. Ik hoorde de boerin zeggen: “Ja, dit schaap heeft blauwtong.””

“Wat ons opviel tijdens het wachten op betrokkene was dat als er een auto langs reed, het schaap hier op reageerde doormiddel van zijn kop iets bewegen. Ook zag ik dit als wij vlak langs het schaap liepen of als er ineens hard geluid was. Ik zag dat het schaap op geluiden reageerde.”

De reactie van de boer:
“Ik snap het niet vanmiddag was hij echt dood.”

Aanwijzingen over hoe het met deze zaak afgelopen is, zitten niet tussen de aangeleverde documenten; misschien loopt het nog. Wat frappant is aan deze zaak is dat de NVWA en de minister van LNV/LVVN beweren dat strafrechtelijke vervolging niet mogelijk is, terwijl de dierenpolitie van mening lijkt te zijn dat dit het enige logische traject is.

Animal Rights gaat dit bij de NVWA navragen.

Dwangsommen in plaats van waarschuwingen

Dit zei toenmalig landbouwminister Staghouwer erover in een verzamelbrief dierenwelzijn in april 2022: “Het OM heeft aangegeven dat de schriftelijke notificatie die de Rendac naar de dierhouder stuurt en de melding aan de NVWA onvoldoende basis biedt voor strafrechtelijke vervolging. Nu strafrechtelijke vervolging niet mogelijk blijkt, heeft de NVWA haar handhavingsstrategie aangepast. Vanaf dit najaar wordt bij een eerste melding van een levend aangetroffen dier door Rendac een last onder dwangsom opgelegd, omdat de houder het dier de nodige verzorging heeft onthouden.”

De conclusie van de minister is incorrect. Het OM zegt niet dat strafvervolging niet mogelijk is, maar dat de huidige documentatie van deze misdaden niet voldoet. De NVWA (en Rendac) moeten er dus voor zorgen dat ze hun zaken beter voor elkaar brengen.

In 2024 zien we dan de eerste lasten onder dwangsom die worden opgelegd. Op 14 juni 2024 wordt een last onder dwangsom definitief voor een pluimveebedrijf uit het Drentse Linde, omdat een in februari dat jaar ter destructie aangeboden kip niet dood was:
”Ik ben van mening dat gevaar voor herhaling van de overtreding voor de hand ligt. U bent een professioneel houder van dieren en het afvoeren van kadavers behoort tot uw normale bedrijfsvoering. Het aanbieden van een levend dier ter destructie is zeer onzorgvuldig. Ik concludeer daarom dat u niet in alle gevallen zorgvuldig controleert of een ter destructie aangeboden dier daadwerkelijk dood is, waardoor ik het aannemelijk acht dat de overtreding in de toekomst opnieuw wordt begaan.”

Diezelfde dag krijgt een varkensfokker uit het Overijsselse Notter hetzelfde bericht omdat in maart werd geconstateerd dat een ter destructie aangeboden big niet dood was.

In augustus krijgt een pluimveebedrijf uit het Drentse Grollo een last onder dwangsom opgelegd omdat een aangeboden kip niet dood was in april 2024. En op dezelfde dag een varkenshouderij uit het Gelderse Terwolde voor het aanbieden van een big dat niet dood was in juni.

Het gaat in alle gevallen om een dwangsom van €1.500,- die verbeurd wordt als in de toekomst blijkt dat het bedrijf nogmaals een dier ter destructie aanbiedt dat niet dood is. Het maximumbedrag aan dwangsommen dat op basis van deze last kan worden verbeurd is €4.500 en de NVWA gaat ervan uit dat het genoemde dwangsombedrag de bedrijven ertoe beweegt een herhaling van de overtreding te voorkomen. Aan de last is een geldigheidstermijn van een jaar verbonden.

Aan een last onder dwangsom kleeft hetzelfde bezwaar als aan een waarschuwing. De kans om opnieuw betrapt te worden, zeker binnen een jaar, is minimaal en er vindt geen bestraffing plaats voor het onvoorstelbare leed dat al is aangericht.

Landbouwminister Staghouwer zei in de eerder aangehaalde verzamelbrief al: ”Ook wanneer sprake is van onbewuste onbekwaamheid is hier sprake van het onthouden van de nodige zorg voor een dier, met ernstige welzijnsaantasting tot gevolg.”

Nalatigheid

Een goed voorbeeld hiervan is een zaak uit november 2023. Een veehouder uit het Gelderse Vragender denkt een 9 jaar oude roodbonte koe af te maken met een schietmasker – een stalen pen die in het voorhoofd schiet, aangedreven door 9mm munitie, uit een in de hand gehouden apparaat.
“Het betrof volgens de houder een behandelde koe die ernstig kreupel was. De behandeling van het dier had niet het gewenste resultaat en het dier ging snel achteruit. Hierop heeft de houder besloten het gewonde en het zieke dier te euthanaseren zodat het van verder ernstig lijden of ernstige pijn bespaard bleef.”

Hij legt de koe vervolgens aan de weg om opgehaald te worden door destructiebedrijf Rendac. De Rendac-chauffeur informeert de boer dat het dier niet dood is.
“De bevinding van de chauffeur was juist en het bleek dat de betreffende koe nog een zeer oppervlakkige ademhaling had. Houder heeft hierop het nogmaals de betreffende koe geschoten met het schietmasker waarop de dood vrij snel is ingetreden.”

Ook hier leidt de routinematige, achteloze houding van de veeboer tot een lange lijdensweg voor dit individuele dier. Hier MOET je je kwaad om maken!

Het is daarom onvoorstelbaar dat de NVWA-inspecteur op zijn rapport noteert:
“Niet kunnen aantonen dat hier sprake is van nalatigheid danwel opzet.”
Opzet? Nee! Dat moest er nog bijkomen. Maar dat er sprake is van nalatigheid spreekt voor zich. Er is immers een nog levend dier ter destructie aangeboden en langs de kant van de weg aan haar lot overgelaten!!!
De NVWA volstaat met het geven van een waarschuwing.

Nog meer zaken

Er zijn zeker nog twee zaken in het eerste deel van 2024 waarbij dieren bij aankomst van de Rendac-chauffeur nog leven. Eind juli in het Gelderse Lunteren blijkt bij een varkensfokker dat de aangeboden zeug niet dood was. En eind augustus is bij een eendenfokker in Hierden een aangeboden eend niet dood.

Verder zijn er nog een aantal veehouders die bezwaar hebben gemaakt tegen openbaring van de stukken. Dat is nog in behandeling.

Stichting Animal Rights België en Nederland is op zoek naar nieuwe bestuursleden!

Stichting Animal Rights is een groeiende organisatie die met onthullende undercoverbeelden, goed onderzoekswerk en levensreddende acties een krachtige stem vormt voor de allerzwaksten in onze maatschappij. De Stichting is actief in Nederland en België en zet zich 100% in voor dierenrechten. Animal Rights komt op voor in gevangenschap levende dieren, waaronder landbouwhuisdieren en proefdieren. Ook voeren wij campagne voor in het wild levende dieren en de kwaliteit van hun natuurlijke habitat.

Wij proberen onze doelen te bereiken door:

  • Het naar buiten brengen van het leed van het dier via reportages en campagnes;
  • Het creëren van bewustzijn voor de rechten van het dier via vreedzame acties, de rechtsgang, petities en (sociale) media;
  • Het toepassen van bestaande rechtsmiddelen en het verbeteren van de rechtspositie ter bescherming van het dier;
  • Het organiseren van evenementen, activiteiten en/of bijeenkomsten;

Het team van Animal Rights bestaat uit 8 medewerkers, verdeeld over Nederland en België. Het bestuur ondersteunt het beleid en de uitvoerende activiteiten van Animal Rights en neemt beslissingen in samenspraak met de directeur. Taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld over de verschillende bestuursleden. Ieder bestuurslid ondersteunt binnen zijn of haar eigen takenpakket het team bij het opstellen van de beleidsdoelen en de realisatie daarvan. Binnen het bestuur zijn we op zoek naar algemene bestuursleden en een bestuurssecretaris voor een inzet van ongeveer 2 uur per week.

Wie we zoeken

  • Iemand die intrinsiek gemotiveerd is om zich in te zetten voor de doelstellingen van de stichting en grote affiniteit heeft met dierenrechten;
  • Iemand met NGO-ervaring;
  • Iemand met juridische, HR- of financiële expertise;
  • Kennis van, ervaring in en/of aantoonbare affiniteit met het werkterrein van de stichting;
  • Iemand die veganistisch ‘denkt en leeft’;
  • Samen met de andere bestuursleden en de directeur ontwikkel en onderhoud je visie en je ziet toe op een goede toepassing van het bestuursreglement;
  • Je neemt deel aan online en offline bestuursvergaderingen en/of bijeenkomsten met het team, die ongeveer eens per 2 maanden plaatsvinden.

Wat we je bieden

We bieden je een kans om je in te zetten voor een ideële organisatie die zichzelf met vreedzame acties op de kaart heeft gezet en deze verder uit te bouwen. Een fantastische mogelijkheid om je passie voor dierenrechten en je organisatietalenten te uiten. Het betreft hier een vrijwilligersfunctie, maar uiteraard worden gemaakte onkosten zoals reiskosten vergoed.

Voor inhoudelijke vragen over de functie kun je contact opnemen met onze voorzitter Jeffrey Wijling: [email protected]