Eenden doodslaan voor dummies

“Bij het afleveren van de eenden zijn er altijd een aantal die niet geschikt zijn voor de slacht, deze worden volgens de regels gedood en in de ton gedaan.” Dat zei een eendenmester in 2020 toen een chauffeur van destructiebedrijf Rendac uit Son op zijn of haar ronde om kadavers op te halen bij de vee-industrie een aantal levende eenden in een kadaverton aantrof (Wob-besluit 20-0819). Dat “volgens de regels” kan dus met een korrel zout genomen worden, of de regels werken niet.

Lees ook: Levende eenden tussen de kadavers.

Animal Rights heeft sinds 2016 regelmatig het troosteloze bestaan van eenden die in slavernij gehouden worden voor hun vlees, vastgelegd in de schuren waar ze in 6 weken tijd worden vetgemest voor de slacht.

Ook heeft Animal Rights via undercover- en dronebeelden, in 2018 en 2024 respectievelijk, het weerzinwekkende proces van het vangen en laden van eenden voor transport in beeld gebracht.

Via informatieverzoeken onder de Wet open overheid documenteert de dierenrechtenorganisatie sinds 2017 ook de misstanden in het slachthuis en de mesterijen uit de inspectierapporten van de NVWA.

In 2018 filmde Animal Rights al undercover hoe ‘inferieur’-geachte eenden werden doodgeslagen tegen de wand van de schuur en hoe een medewerker trachtte een eend te pletten onder zijn werkschoen, waarna het dier spartelend in een emmer belandde.

Wat Animal Rights niet eerder in beeld bracht, en nu dus voor het eerst, is hoe dat “volgens de regels doden” er dan uitziet als de schuur helemaal leeg is, de Duck-To chauffeur en de vangploeg zijn vertrokken en de eendenmester alleen achterblijft met de uitgeselecteerde eenden, zijn laatste slachtoffers die dag.

De beelden

Animal Rights filmde een nachtelijke vangactie bij een eendenmester in Dronten in januari 2025. Als de stal leeg is en de stilte is neergedaald, begint de boer met het opruimen van de stal. Al die tijd hebben de uitgeselecteerde, hulpbehoevende eenden in een kruiwagen in een hoek van de stal gelegen.

Als de kipper – een bulk aanhangwagen die kiepend geleegd kan worden – de stal is ingereden om achtergebleven eendenmest en strooisel af te voeren, gooit de eendenmester eerst de in een hoek verzamelde dode eenden in de aanhangwagen, vervolgens pakt hij de nog levende eenden één voor één uit de kruiwagen en slaat ze met een stok dood.

Dierenridders

De beelden werden uitgezonden door het NPO programma Dierenridders op 30 juni 2025:

Dieren doden op een veebedrijf

Zolang geen sprake is van ondragelijk lijden zonder kans op herstel, en verzorging door een dierenarts de levens van deze eenden had kunnen redden, is hier geen sprake van euthanasie. Het vernietigen van deze eendenlevens is in de eerste plaats een economische afweging.

Een veeboer mag in principe een dier zelf afmaken op zijn bedrijf. Daarbij moet een veeboer zich wel aan regels houden. De ‘Europese Verordening inzake de bescherming van dieren bij het doden’ staat twee mechanisch methoden toe om pluimvee tot 5 kg te doden: het breken van de nek (cervicale dislocatie) en de percuterende slag op de kop. Al noemt de NVWA op haar website alleen het breken van de nek. 1

Een eend weegt zo’n 3 kg voor de slacht dus bedwelming vooraf is niet per se verplicht.

De ‘specifieke voorschriften’ bepalen dat deze methoden niet als routinemethode mogen worden gebruikt maar uitsluitend indien er geen andere bedwelmingsmethoden voorhanden zijn en dat niemand per dag meer dan zeventig dieren mag doden middels handmatige cervicale dislocatie of een percuterende slag op de kop.
Toch worden deze dodingsmethoden in de eendenindustrie na iedere vangactie routinematig uitgevoerd.

De eendenmester in de beelden gaat voor de ‘percuterende slag’. In bijlage I bij de Verordening wordt de ‘percuterende slag op de kop’ gedefinieerd als: Krachtige en nauwkeurige slag op de kop met ernstig hersenletsel tot gevolg, ‘slag’ in enkelvoud.
Toch gebruikt de eendenmester bij iedere eend drie slagen; de vierde eend slaat hij tweemaal, verplaatst het nog bewegende dier vervolgens en slaat het nog tweemaal.

Bij geen van de eenden controleert de eendenmester of het dier ook daadwerkelijk dood is, bijvoorbeeld via de ooglidreflex.

Kadavers aanbieden ter destructie

Dat is niet het enige wat naar illegaliteit riekt in de beelden. Er gelden strikte regels voor het verwijderen en verwerken van kadavers van landbouwhuisdieren. Een kadaver moet worden aangemeld bij destructiebedrijf Rendac.
“Kadavers van pluimvee zoals kippen en eenden mag u maximaal 4 weken bewaren. U moet de dieren gekoeld bewaren, bij een temperatuur van maximaal 5 ºC. U kunt deze kadavers in speciale tonnen aanbieden aan de ophaaldienst van Rendac.” 2

In de beelden gooit de eendenmester de dode eenden in de ‘kipper’ die de zojuist leeg-gevangen stal wordt ingereden om achtergebleven eendenmest en strooisel uit de stal af te voeren. De eendenkadavers worden dus hoogstwaarschijnlijk afgevoerd met mest en strooisel in plaats van aangeboden aan het destructiebedrijf.

Eenden optillen aan de poten

Ook het optillen en verplaatsen van levende eenden aan de poten is illegaal. Hoofdstuk III van Bijlage I van de Transportverordening vermeldt onder 1.8 in de aanhef en onder d) “Het is verboden: […] de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken, of ze zodanig te behandelen dat het hun onnodige pijn of onnodig lijden berokkent”. 3

Wat de eendenmester in de beelden doet mag niet. Eenden mogen niet aan de poten worden opgepakt en verplaatst en al helemaal niet aan één poot.

Conclusie

We wisten al dat de eendenhouderij in al haar facetten een misselijkmakende, dierenmishandelende industrie is. Iedere keer als Animal Rights een stukje verder kijkt, komen nieuwe vreselijke praktijken boven drijven. Ieder facet, ieder onderzoek, iedere undercovervideo zou in een fatsoenlijker, rechtvaardiger maatschappij onmiddellijk leiden tot het intrekken van de vergunningen en een einde van deze sector.

We leven helaas nog niet in een rechtvaardige wereld, maar Animal Rights strijdt voor die toekomst.

Animal Rights heeft de beelden aan de NVWA ter beschikking gesteld en deze geeft aan te zullen handhaven.

Update

Een jaar later (6 augustus 2026) blijkt uit terugkoppeling door de NVWA ,dat de NVWA helemaal niet wil handhaven: “Inspectie heeft aangegeven dat de authenticiteit van de beelden niet kon worden vastgesteld. Het onderzoek is daarom stilgelegd en zal niet worden vervolgd.” De ‘inspectie’ van de NVWA heeft Animal Rights in ieder geval niet om verdere ‘authenticatie’ gevraagd.


Dat zou ook helemaal niet nodig moeten zijn, want uit de beelden blijkt overduidelijk waar gefilmd is. Het rolluik van de stal, de geplaatste borden voor de ingang, de grote stapel stro, de twee eenden op de gevel zijn allemaal gefilmd door diverse camera’s (drone, telelens en verborgen camera (en GoogleMaps)). Daarnaast heeft Animal Rights de NVWA voorzien van de datum (20 januari 2025) waarop de beelden zijn gemaakt, de naam van het bedrijf (Maatschap M en L Vollebregt), het adres (Lisdoddepad 2 te Dronten), de kentekens van de eendenvrachtwagens en aanhangers en zelfs de initialen van de chauffeurs.
De verplaatsing van eenden van een mesterij naar het slachthuis wordt bovendien geadministreerd door het slachthuis, de NVWA-inspecteurs aldaar en Avined.


Dat “de authenticiteit van de beelden niet kon worden vastgesteld”, is grote onzin. Dit riekt naar desinteresse en onwil. Animal Rights zal informatie over het ‘onderzoek’ bij de NVWA opvragen via de Woo en zich vervolgens op verdere stappen beraden.


  1. Doden van dieren op de veehouderij ↩︎
  2. Kadavers verwijderen van dode dieren ↩︎
  3. Transportverordening ↩︎

Het dogma van de schuwe wolf

Onlangs verscheen er op de website van Vroege Vogels/BNNVARA een artikel met de titel ‘Tamme wolf alleen te verklaren door verkeerd gedrag mens’. 1 Het klopt natuurlijk dat mens-wolfconflicten praktisch altijd voortkomen uit ons gedrag, maar het artikel bevat een aantal twijfelachtige beweringen.

Ecoloog Dries Kuijper legt zijn onderzoeksproject in Polen uit. Op verschillende plekken in het bos plaatsten hij en zijn team cameravallen met afspeelapparatuur. Kwam er een wolf voorbij, dan speelde hij het geluid van een mens, een hond of een vogel af. Met de cameraval kon de reactie van de wolf worden vastgesteld. En wat blijkt: Wolven verlieten de plekken twee keer sneller na het horen van mensen ten opzichte van het vogelgeluid.
Is dat opvallend? Als je geluid hoort zonder herkenbare bron zorgt dat er ook bij mensen voor dat je op je hoede bent en mogelijk afstand neemt. Vogelgeluiden, ook zonder de bron te zien, horen bij de natuurlijke omgeving, de babbelende mens wat minder.

Hier valt nog van alles over te twisten en het onderzoek is nog niet gepubliceerd, maar even verderop in het artikel staat het volgende: “Dat een wolf zijn angst voor mensen niet zomaar kwijt is, vindt Kuijper niet vreemd: “Ondanks dat veel Europese landen niet jagen op wolven, zijn mensen nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak. Denk aan verkeersaanrijdingen …”
Dit is dubieus, omdat een wolf een verkeersaanrijding waarschijnlijk helemaal niet met een mens kan associeren. Je zou dan juist verwachten dat wolven bang zijn voor auto’s en dat is vaak niet het geval. Voor de wolf als soort valt niets te leren van aanrijdingen, want over het algemeen zijn deze botsingen dodelijk. De slachtoffers zijn meestal jonge, eenzame zwervers op zoek naar een eigen territorium én partner dus er is meestal ook geen reisgezel die van de ervaring iets kan opsteken. Zeldzame overlevenden van aanrijdingen, zoals de Utrechtse Bram, dragen het ongeluk natuurlijk wel met zich mee.

Even verderop komt Dick Klees van Studio Wolverine aan het woord: “Angst voor de mens zit heel diep ingebakken in de wolf. Wij hebben ze duizenden jaren lang vervolgd. Alleen de meest schuwe en angstige wolven konden overleven.”
Die redenering klopt echter alleen als die aangeleerde angst en levensreddende voorzichtigheid ook genetisch overgedragen worden. Als die lering cultureel overgedragen wordt, dus van ouders op welpen via opvoeding in plaats van via DNA, is het binnen een generatie weer verdwenen na het opdoen van nieuwe, positievere ervaringen.
Dat laatste lijkt het geval te zijn met de wolven in het ‘drukke’ Nederland, zoals dat ook geldt voor de nauw-verwante coyotes in stedelijke gebieden in de Verenigde Staten, die ook een geschiedenis kennen van meedogenloze vervolging.

Dat de wolf ‘van nature’ bang zou zijn voor mensen is hoogst onwaarschijnlijk. Als je kijkt naar de plekken op aarde waar de mens relatief laat arriveerde en er dus minder tijd was om angst voor Homo horribilis in te prenten – de poolgebieden, de oceanen – dan zie je juist dat grote predatoren als ijsbeer, zeeluipaard, zeeleeuw en orka nauwelijks angst kennen voor mensen; en waarom zouden ze ook?

De fout die onderzoekers/‘experts’, ook na jaren van Jane Goodalls wijze lessen, nog altijd maken, is om niet-menselijke dieren voornamelijk te benaderen als soort en uitspraken over hun gedrag te doen gebaseerd op wat van de soort verwacht wordt.
Alle dieren zijn echter in de eerste plaats individuen met hun eigen karakters. Dat vinden we vanzelfsprekend bij de honden en katten die ons huis en bed delen, maar dat spreekt ook voor zich voor mensen die thuis kippen opvangen.
Als je, zoals Animal Rights directeur Susan Hartland, leiding hebt gegeven aan een sanctuary waar ook tientallen wolven hun thuis hadden, leer je moeiteloos de verschillende karakters kennen en waarderen. Er zijn introverte en extroverte wolven, extreem schuwe dieren en nieuwsgierigen, avontuurlijke reizigers en honkvasten, wolven die specialiseren in schapen en individuen die enkel van ‘wild’ leven.

Dé wolf bestaat dus niet; hét wolvengedrag bestaat niet! Wolvengedrag is net als mensengedrag een zeer globale omschrijving van wat je van een individu van een soort zou mogen verwachten, gebaseerd op beperkt onderzoek en observaties van zijn of haar soortgenoten. En zoals je bij mensen uit verschillende culturen uiteenlopende gebruiken ziet, zo mag je van een wolf uit het onherbergzame noorden van Alaska ander gedrag verwachten dan van een wolf die opgroeit in het Nederlandse cultuurlandschap ‘vol’ met mensen en hun machinerieën, globaal dan!
Binnen de verschillende ‘culturen’ – van mensen, wolven en andere dieren – zijn er op het globaal omschreven te verwachten gedragspatroon vaak net zoveel uitzonderingen als individuen die het verwachtingspatroon bevestigen. En daarnaast zijn er enkelingen die alles wat je dacht te weten en te kunnen verwachten logenstraffen.

De wolf is wat in de (dierenrechten)filosofie een ‘moral patient’ wordt genoemd. De wolf maakt geen morele afwegingen, wolven zijn daarom per definitie ‘onschuldig’ en ‘ontoerekeningsvatbaar’.
Er is daarmee geen ‘verkeerd’ wolvengedrag, alleen gedrag dat ‘wij’ – weke, egoïstische mensen; de ‘moral agents’ – ongewenst vinden.
Als er sprake is van schuld bij een mens-wolfconflict dan ligt die bij ‘ons’ en is het aan ‘ons’ om het probleem, met inachtneming van de belangen van de wolf, op te lossen, óf er mee te leren leven.

De eindconclusie van het artikel over voedselhabituering is dan ook een geval van ‘Duh!’. Dom! Niet voeren! Paintball dat volk! En als dat inhoudt dat een heel natuurgebied/recreatiepark voor mensen moet worden afgesloten, so be it, met dank aan je medemens.

Wat fatsoenlijke mensen in een dergelijk geval zeker NIET doen, is een vergunning aanvragen om de wolf af te schieten.
Beschaafde mensen executeren geen onschuldigen/ontoerekeningsvatbaren, dat is iets voor immorele monsters!


  1. Tamme wolf alleen te verklaren door verkeerd gedrag mens ↩︎

Nederlands ganzenbeleid is failliet maar Friesland wil doorknallen

De Vogelbescherming concludeerde vorig jaar in haar blad ‘Vogels’ (Winter 05/2024) dat het ”Nederlands ganzenbeleid jammerlijk mislukt” is. Het afschieten van ganzen helpt niet, maar er is een structurele oplossing: “Een land krijgt de natuur die het verdient, dus als wij zo ontzettend veel eiwitrijk gras verbouwen met onze intensieve landbouw, dan passen daar ook grote aantallen ganzen bij. Alleen wanneer we onze landbouw structureel op een extensievere leest schoeien, komt er meer balans tussen cultuur en natuur.”

Maar ja, dan kom je aan de boeren. Dus blijven provincies steeds opnieuw vergunningen afgeven voor massaslachtingen onder ganzen, zoals ze al jaren doen, zonder dat het enig effect sorteert, behalve dan eindeloos lijden voor ganzen.

Eind April 2025 hebben Fauna4Life en Animal Rights bezwaar gemaakt tegen een door de provincie Friesland verleende omgevingsvergunning voor het afschot van grauwe ganzen.

Niet effectief

Het is walgelijk dat de provincie niet erkent dat het schieten van ganzen en het vernietigen van hun eieren gewoon weg niet effectief is. Deze maatregelen zijn de afgelopen jaren al ingezet en ook die inzet heeft niet geleid tot het gewenste resultaat. Op geen enkele manier wordt door Friesland aannemelijk gemaakt, laat staan aangetoond dat het gebruik van onderhavige vergunning wel tot een bevredigend resultaat zal leiden. Deze vergunning had nooit mogen worden verleend, omdat afschot en ‘legselbeperking’ geen bevredigende oplossing is. Op geen enkele manier is aannemelijk gemaakt dat het afschot en het vernietigen van eieren, zoals dat in het verleden ook al was vergund, de komende jaren wel tot een verlaging van de aantallen ganzen zal leiden.

Andere bevredigende oplossingen

Zoals gebruikelijk wordt in het algemeen aangegeven welke alternatieven maatregelen allemaal ingezet kunnen worden, maar op geen enkele manier is aannemelijk gemaakt dat deze alternatieven ook daadwerkelijk zijn ingezet, waar en hoe vaak dat is gebeurd en op welke manier. Een dergelijke algemene tekst is onvoldoende om vast te stellen dat er geen andere bevredigende oplossingen voorhanden zijn.

Belangrijke schade

Friesland heeft als beleidsdoel ten aanzien van zomerschade aan gewassen vastgesteld dat dit maximaal 500.000 euro mag zijn, waarbij geldt dat de schade boven dit bedrag is aan te merken als ‘belangrijke schade’.
Een totaalschadebedrag per jaar voor de hele provincie is onvoldoende om te beoordelen of er sprake is van ‘belangrijke schade’. Daarvoor moet het bedrag aan iets anders worden gerelateerd, bijvoorbeeld de opbrengst van het betreffende gewas. Om welke gewassen ging het? Wat was de oppervlakte van de percelen? Waar is de schade aangericht? Pas als al deze informatie beschikbaar is, kan worden bepaald of er sprake was van ‘belangrijke schade’.

Hagel

Afgezien van het voorgaande maken Fauna4Life en Animal Rights ook bezwaar tegen het feit dat met een hagelgeweer mag worden geschoten. De kans dat een vliegende gans met hagel direct dodelijk wordt getroffen, is klein. Veel ganzen leven door met een of meerdere hagelkorrels in hun lichaam. Het hagelgeweer zorgt vooral voor meer of minder zwaargewonde ganzen. Sommige ganzen creperen na een lange lijdensweg zonder te worden gevonden, anderen worden veroordeeld tot levenslange pijn en stress.

Update

In de eerste week van december leveren Fauna4Life en Animal Rights de gronden aan van het beroep tegen de beslissing op bezwaar van de gedeputeerde staten van Fryslân van 23 september 2025 om onze bezwaren van 24 april tegen het besluit van 25 maart ongegrond te verklaren.

Een glas melk kost ook zwanen in Noord-Brabant het leven

Het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant verleende op 6 juli 2023 een ontheffing voor ondersteunend afschot bij het verjagen van knobbelzwanen in de wildbeheereenheden Land van Altena, De Biesbosch, De Amerkant en Steenbergen en omstreken.

De zwanen worden afgemaakt vanwege ‘gewasschade’: ze eten van, vertrappen en poepen op gras dat bedoeld is voor koeien die in slavernij worden gehouden voor melkproductie.
Een glas melk kost niet alleen het leven van kalf en koe, maar ook dat van weidevogels die geen voedsel kunnen vinden in het ‘grasfalt’-landschap en de predatoren die vervolgens als zondebokken worden aangewezen voor hun achteruitgang, en aan vogels als ganzen en zwanen die komen grazen op het aangelegde buffet van Engels raaigas.

Animal Rights en Fauna4Life maakten bezwaar. Er is niet aannemelijk gemaakt dat er een noodzaak voor de ontheffing is, noch dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan.

In haar besluit op bezwaar heeft het college op 22 december 2023 de ontheffing in stand gelaten, maar er extra voorschriften aan verbonden.

De zaak werd op 21 mei 2024 op zitting behandeld. Vervolgens moesten de organisaties zeven maanden op een teleurstellende uitspraak wachten hetgeen zeer uitzonderlijk is. Het is een raadsel waarom het zolang heeft geduurd. De uitspraak van 16 december 2024 was kortzichtig en simplistisch.

Het beroep is ongegrond verklaard. De Richtsnoeren van de Europese Commissie worden feitelijk genegeerd. In deze Richtsnoeren zijn de teugels flink aangetrokken als het gaat om ontheffingsverlening, maar de rechtbank trekt zich daar niets van aan. Andere rechtbanken zijn als reactie op de Richtsnoeren wel strenger gaan beoordelen, en terecht.

De intentieverklaring tussen Ermelo en eendenslachter Duck-To was onzorgvuldig en onzuiver

Toen er eind 2023 een intentieovereenkomst werd gesloten tussen het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, en met name portefeuillehouder Hugo Weidema, enerzijds en eendenslachter Tomassen Duck-To anderzijds, was het onmiddellijk duidelijk dat de gemeente erg ver ging om Tomassen tegemoet te willen komen en dat de verantwoordelijke wethouder alle voorzichtigheid liet varen om met de eer te kunnen strijken het hoofdpijndossier ‘eendenslachthuis’ te hebben opgelost.

Daarom diende Animal Rights op 19 december 2023 een informatieverzoek in via de Wet open overheid (Woo) om te achterhalen hoe die ‘Letter of Intent’ (LOI) tot stand was gekomen. Dat verzoek werd geweigerd omdat de gemeenteraad van Ermelo had ingestemd met geheimhouding.

Weidema vertrok en zijn meer integere opvolger veegde het bekokstoofde plan van tafel. Op 22 januari 2025 hief de gemeenteraad de geheimhouding op en op 27 januari kreeg Animal Rights bericht dat de documenten nu weer onder de Woo vielen en het verzoek weer opgepakt werd. In maart kregen we de stukken in handen.

De kern van de LOI zat hierin: Tomassen past haar aanvraag aan (vraagt om minder eenden per jaar, 6,1 in plaats van 10 miljoen) en de gemeente gaat vervolgens erg haar best doen om die aanvraag vergund te krijgen én de gemeenteraad ervan te overtuigen dat zij een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) moeten afgeven.

In de eerste versies van de LoI wordt sterk de nadruk gelegd op het onder druk zetten van de raad om met de plannen in te stemmen. In de kantlijn worden diverse opmerkingen gemaakt dat dit niet zomaar kan:
”Uiteindelijk is de raad vrij om iets te vinden, mits dit maar gaat over de goede ruimtelijke ordening en dat besluit ook goed kan worden gemotiveerd. Om nu in de overeenkomst al te zeggen, dat de raad eigenlijk niet veel anders kan dan akkoord gaan, gaat me toch te ver. En mogelijk leidt dat ook tot opgewekt vertrouwen bij Tomassen.”

Ook bevat het de eerste versie het ‘dreigement’ dat als het in de LOI afgesprokene niet doorgaat, Tomassen zijn oude vergunningsaanvraag opnieuw indient, voor 10 miljoen eenden dus.

Vervolgens wil Tomassen eigenlijk geen omgevingsvergunning aanvragen voor de percelen FKLL 112 & 122 omdat ze vindt dat er sprake is van overgangsrecht.

Vooral het feit dat Weidema Tomassen wil toezeggen niet te zullen handhaven op de diverse overtredingen van de huidige vergunning(en), stuit op weerstand:
”Ik denk dat we op het handhavingsaspect nog wel eens last kunnen krijgen van de rechtbank. De rechtbank had vorige keer al aangegeven dat met name concreet zicht op legatie niet zo hard is , aangezien het proces (toen) al lang duurde. Inmiddels zijn we weer een jaartje of zo verder. In het kader van het verwachtingenmanagement is dit echt wel een risicopunt dat genoemd moet worden. Dat geldt ook voor de dwangsommen die hangende zijn ( denk aan de lod ten aanzien van de drie kruimelgevallen).”

Wie exact de kanttekeningen plaatsen is moeilijk te achterhalen omdat namen en bijbehorende e-mail adressen gelakt zijn, waarschijnlijk gaat het om zowel ambtenaren als juristen.

In de kantlijn van steeds weer marginaal nieuwe versies van de LOI met steeds dezelfde strekking, blijven ambtenaren/juristen waarschuwen over het handhavingsaspect:
“Let op de rechtspositie van de gemeente. De gemeente moet het algemeen belang dienen. Daar kan een verplaatsing van het bedrijf in vallen. De handhaving kan niet worden beperkt , zeker niet als derden daarom verzoeken en er een met de wet strijdige situatie is. Ook het hebben van concreet zicht op legalisatie betekent niet per se dat handhavend optreden om die grond moet worden afgewezen.”

En: ”Juridisch is dat mogelijk niet houdbaar, maar dat wordt wel de lijn.”

En: ”Omwonenden zullen dit niet tof vinden. Er gaat immers een hoop achter hun rug om.”

En: ”MI is een reden om niet hh op te treden concreet zicht (wat er dan niet is) of ondoelmatigheid. Maar dat is mi niet aan de orde. Je gaat hier dus de bietenbrug mee op.”

Eind november tracht de advocaat van Tomassen om het afzien van handhaving nog completer te maken, maar daar gaat men bij de gemeente niet mee akkoord:
”Ik ben het niet eens met de voorgestelde wijziging van [Scholten] dat de gemeente in zijn geheel wil afzien van handhaving. Hij stelt voor de bewoordingen ‘op dit punt’ in de LOI te wijzigen in ‘in het geheel’. Dit is een essentiële wijziging die wat mij betreft niet akkoord is!”

Ook een jurist van een ingehuurd advocatenkantoor wijst op dit gevaar:
”Ander punt is dat [Scholten] voorstelt dat er in het geheel niet meer wordt gehandhaafd. (zie punt 4) Dat gaat best ver en beperkt wellicht de publiekrechtelijke bevoegdheid (plicht?) van het college. Als er immers een strijdige situatie bestaat, dan geldt de beginselplicht tot handhaving. Alleen in bijzondere omstandigheden kan van handhavend optreden worden afgezien. De rechtbank heeft hier al van overwogen dat ook al is er sprake van concreet zicht op legalisatie, er nog steeds een handhavingsbevoegdheid bestaat. Zeker als het traject lang loopt. Ik denk dat het belangrijk is dat het college straks niet in een spagaat komt doordat de stichting DOEH een handhavingsverzoek indient en het college zich aan de andere kant heeft verbonden van handhavend optreden af te zien. Dat is ook al eerder gesignaleerd, alleen [Scholten] benadrukt het nu nog meer dat het college niet gaat handhaven.”

”De laatste opmerking die [Scholten] aangeeft (ook bij punt 8) lijkt erop dat bij [Scholten]/Tomassen de indruk bestaat dat wanneer de raad instemt met de intentieovereenkomst de aanvraag(vergunning?) niet stuk kan lopen omdat de onderdelen ruimtelijk aanvaardbaarheid en vanuit het milieuspoor niet acceptabel zou zijn. Met andere woorden er bestaat bij [Scholten] de indruk dat als de intentieovereenkomst is gesloten de raad een mogelijke vergunning/instemming niet meer kan weigering vanuit ruimtelijk oogpunt danwel milieu. Nog afgezien dat de raad geen partij is bij de overeenkomst, vraag ik me af waarom [Scholten] meent dat die conclusie juist is. De raad heeft altijd de bevoegdheid om vanuit ruimtelijk oogpunt een eigen standpunt in te nemen. Ook het milieuspoor kan een belemmering zijn. Als de aanvraag immers niet aan de milieuregels voldoet is dat een weigeringsgrond ook al vindt bijvoorbeeld de raad het plan ruimtelijk aanvaardbaar.”

Ook anderen geven aan dat de beloftes van het college niet kunnen omdat zij over een aantal zaken geen zeggenschap hebben:
”In het kader van water geeft het waterschap het college bindend advies. Dit kan dus een belemmering zijn bij het verlenen van de vergunning. De passage over onvoorziene omstandigheden dekt deze lading niet voldoende in mijn beleving. Daar gaat het immers om besluitvorming door andere overheden en daar is bij water geen sprake van. Overigens geldt dit ook voor het advies van de ODNV. Dat is strikt gezien niet bindend, maar zeer onverstandig om hiervan af te wijken.”

Ondanks bovenstaande kritiek, blijven de bestreden stukken over handhaving gewoon in de uiteindelijke tekst staan:
“Het college heeft in deze een inspanningsverplichting, met als gevolg dat het college zich maximaal inspant de benodigde vergunning(en) te verlenen. Als de raad positief staat tegenover de ruimtelijke aanvaardbaarheid van transport en opslagactiviteiten op de percelen Fokko Kortlanglaan 112 en 122, dan ziet het college op dit punt geen aanleiding tot voortzetting van het ingezette handhavingstraject, mits Tomassen ook een daartoe strekkende aanvraag ter legalisatie van opslag en transport indient. Tomassen past de lopende aanvraag revisievergunning d. d. 30 januari 2018 aan c.q. dient een vernieuwde aanvraag in op de verlaagde productiecapaciteit en neemt ook de transport- en opslagactiviteiten daarin dan mee”.

“Ten aanzien van de lopende handhavingsprocedure met betrekking tot de last onder dwangsom d.d. 4 mei 2022, kenmerk 02330000120409, stelt het college zich op het standpunt dat als de raad, via de nu gevraagde wensen en bedenkingen, de transport- en opslagactiviteiten ruimtelijk aanvaardbaar acht, er geen reden voor het college (meer) is tot voortzetting van het ingezette handhavingstraject op dit punt.“

De beschuldigingen van ‘onzorgvuldige besluitvorming’, ‘onzuivere bestuurscultuur’ en ‘rechtsverkrachting’ waren dus terecht.

Inmiddels is het plan van tafel en is er geen verklaring van geen bedenkingen en is de inzagetermijn voor de ontwerpweigeringsbesluiten voorbij en zijn de zienswijzen ingediend.