We rijden het grote, kille gebouw in. Alles ruikt naar bloed. Naar angst. Naar dood. De vrachtwagen stopt met een schok. De deur zwaait open. We willen er niet af. We drukken ons tegen elkaar aan, proberen weg te kruipen in een hoek. Misschien als we ons verstoppen, laten ze ons met rust.
Maar de stemmen van de mensen worden hard. Schel. Onmenselijk.
Ze schreeuwen, slaan met stokken, schoppen en trekken ons hardhandig aan onze oren van de vrachtwagen af. Hun laarzen bonken tegen het metaal. We hebben geen keuze. Ze drijven ons richting de ingang van de hel.
Overal ijzer
Mijn poten glijden uit op de vloer. Alles is nat en glibberig. We schuifelen verder, opgejaagd door nog meer schoppen. Sommigen van ons vallen. Die blijven liggen. Niemand stopt.
We komen in een gang. IJzeren wanden links en rechts. Alles maakt lawaai. Gekrijs, gezoem, gerammel. De lucht is dik van angst. Ik zie enkele dode varkens in de gangpaden liggen. Ik zou bijna willen zeggen dat ze “geluk” hebben. Zij maken de volgende grotere hel niet mee.
Wachtruimte
We staan opeengepakt in een wachtruimte. Er is geen water. Alleen hitte, herrie en paniek. We zien hoe de anderen verdwijnen achter deuren. Niemand komt terug.
Een metalen klep zwaait open. We worden in een liftkooi gejaagd. Alles trilt.
De vloer zakt. De lucht wordt benauwd. We worden bedwelmd, zeggen ze. Met CO2. Het zou niet pijnlijk zijn, maar mijn longen branden. Ik stik. Sommigen gillen, proberen nog te ontsnappen. Anderen vallen om. Sommigen blijven bij bewustzijn. Zoals ik.
We gaan weer omhoog. Alles draait. Mijn hoofd bonkt. Mijn poten doen het niet meer. De deur opent. En we worden op een transportband gelegd. Handen grijpen mijn achterpoten. Ze trekken me omhoog, ondersteboven. Mijn hoofd bungelt naar de vloer.
Dan komt het mes
Een stekende, snijdende pijn. Mijn keel wordt doorgesneden. Mijn bloed spuit op de grond. Ik kan niet schreeuwen. Maar ik schreeuw vanbinnen.
Voor velen start hier eindelijk de stilte. Niet voor mij.
En dan…
Ik ben nog bij bewustzijn. Blijkbaar hebben ze de snede niet goed gedaan. Mijn hart klopt nog en ik kan de ruimte waar ik ben zien.
We worden verder getakeld naar een bad vol heet water. Dit water moet onze haren makkelijk los laten komen. Langzaam verdwijnen we onder water. Wat doet dit ongelooflijk veel pijn aan mijn huid. Mijn mooie, roze huid.
Uiteindelijk verbrand ik levend in dit gloeiendhete bad. En dan – eindelijk – wordt het stil.
Ik ben Rosa. En ik heb 6 maanden geleefd.
Vecht nu voor Rosa’s familie!
Het bedrag waarmee Rosa’s familie geholpen kan worden is bijna behaald, maar de tijd dringt! Rosa is een statistiek geworden in de harteloze vee-industrie. Haar familie hoeft dit niet te worden. Vecht nu voor duizenden dieren die dagelijks sterven. Met jouw bijdrage kan je dierenleed stoppen! Zorg er voor dat dieren geen nummer meer zijn. Maak het verschil tussen stilte en gerechtigheid en draag bij aan een toekomst voor de dieren. Draag nu bij.
Op 6 mei 2025 kondigde de provincie Gelderland aan een vergunning te verlenen voor het afschieten van een wolf die in het park Hoge Veluwe (NPHV) een hardloopster zou hebben gebeten. Animal Rights maakt (vanzelfsprekend) bezwaar tegen deze vergunning.
Hoe weerzinwekkend deze actie van de provincie ook is, ze komt niet als een verrassing na de jarenlange hetze van de Gelderse BBB-bestuurders en park Hoge Veluwe tegen de teruggekeerde wolf.
Animal Rights vroeg bij het college van gedeputeerde staten van Gelderland via een informatieverzoek om “alle publieke informatie te verstrekken ten aanzien van het bijtincident op 13 april 2025 van wolf GW4655m ofwel “Hubertus” en de daaraan voorafgaande of navolgende adviezen en plannen om deze en/of andere wolven in Nationaal Park de Hoge Veluwe negatief te conditioneren, zenderen en/of doden.”1
Uit opgevraagde documenten blijkt dat er onduidelijkheid is over de herkomst van het DNA van de vader van Hubertus en dat Gelderland Hubertus wilde afmaken zonder het vergunningentraject te doorlopen. De stukken maken ook duidelijk dat er nooit een andere aanpak dan afschot is overwogen.
Onduidelijkheid over de herkomst van het DNA van de vader van Hubertus
Op 25 april 2025 bevestigt het Belgische INBO dat het DNA afkomstig van de beet/broek van de hardloopster op de Veluwe afkomstig is van een wolf.
Op 19 april meldt het INBO aan de provincie Gelderland: ”We hebben een volledig genotype dat matcht als een nakomeling van GW2087m, een mannetje dat we al langer kennen van de Hoge Veluwe (uit een staal van een uitwerpsel) en dat geregistreerd staat als het gevestigd mannetje van de Hoge Veluwe. Het heeft een nieuwe code gekregen in de CEWolf databank, GW4655m.”
Op 7 mei 2025, 09:00 spreekt het hoofdbedrijfsvoering van het Nationaal Park Hoge Veluwe hier zijn verbazing over uit: “In de rapportage is opgenomen dat ‘Dit individu wordt toegewezen als een nakomeling van GW2087m (Hoge Veluwe) en een onbekend (niet eerder gegenotypeerd) wijfje’. Ik ben enorm nieuwsgierig hoe men tot die conclusie is gekomen. Wij werken, zolang er geen totale transparantie is ten aanzien van de achtergronden van uitslagen, vanaf het moment dat er wolven in het Park zijn immers niet mee aan het in opdracht van de provincies door Bij12 uitgevoerde DNA onderzoeken welke in de CE-wolf database terechtkomen. Dat betekent dat er geen DNA-gegevens van het Park bekend kunnen zijn. Wij doen ons eigen DNA-onderzoek. Daarnaast is het middels onze toegangsregels verboden iets mee te nemen van het Park waardoor het schier onmogelijk is om de conclusie te trekken zoals het INBO dat doet. Hoe duiden jullie als opdrachtgever de uitspraak ‘Dit individu wordt toegewezen als een nakomeling van GW2087m (Hoge Veluwe) en een onbekend (niet eerder gegenotypeerd) wijfje’? Op basis van welke gegevens is deze uitspraak gedaan?”
De projectleider faunabeheer en wolf van de provincie Gelderland antwoordt diezelfde dag om 12:07: “Via een (los van de discussie of het een legale of illegale) weg is er blijkbaar materiaal in de database over de vader van dit individu. Ongeacht de verkregen wijze is het voor dit verloop wel nuttige info.”
De provincie Gelderland neemt het dus duidelijk niet zo nauw met de legaliteit van het verkregen bewijs. En waar het DNA van de vader van Hubertus vandaan komt is volstrekt onduidelijk. Ja, uit een drol, maar door wie, waar en wanneer verzamelt? Dit werd bij de rechtszaak dan ook door de provincie verzwegen.
In het ‘deskundigerapport’ ging het over DNA afkomstig van een haar en een haarzakje gevonden aan het hekwerk van het park, het meest recente sample dateert van 2023. Volgens BIJ12 is GW2087m voor het eerst via DNA vastgesteld in Nederland in maart 2021. Dat moet dus een eerdere haar zijn?
Ook in de meest recente voortgangsreportage van BIJ12 van 16 juni 2025 zegt BIJ12: “In de afgelopen periode is daarbij geen DNA gevonden. Het is daarmee onduidelijk of de wolf die eerder in de gebieden grenzend aan de Hoge Veluwe via haarmonsters is vastgesteld (GW2087m) nog aanwezig is in dit gebied.” Bij12 weet dus blijkbaar niets van de drol van INBO.
Gelderland wilde Hubertus onmiddellijk zonder vergunning vermoorden
Net als Utrecht eerder met Bram, wilde Gelderland Hubertus onmiddellijk doodschieten zonder op een vergunning te wachten. Op 14 april, 17:00, een dag na het bijtincident met de hardloopster, bericht de ‘Projectleider faunabeheer en wolf’ aan provinciesecretaris Johan Osinga: ”Ondanks juridische risico’s zetten we in op een noodmaatregel om de betreffende probleemwolf te doden. Juristen van het Rijk, provincie en gemeente hebben de opdracht gekregen om gezamenlijk aan de slag te gaan met het vormgeven van deze maatregel. Daarbij kijken ze of het in vorm van bijvoorbeeld een vergunning of een opdracht ingevuld kan worden, op basis waarvan de gekwalificeerde faunabeheerder geborgd uitvoering kan geven.”
Het benoemen van ‘juristen van het Rijk’ wekt opnieuw de indruk dat ook staatssecretaris Rummenie, net als bij Bram, bereid was om de grenzen van de Wet op te zoeken om zijn obsessie met het afschieten van wolven in daden om te zetten.
Ook op 15 april in de ochtend wordt die lijn nog aangehouden door de’projectleider’ bij het beantwoorden van een vraag van de Gelderse BBB over ‘Adequaat optreden wolf’ bij het vragenuur van Provinciale Staten: ”We zetten in op een noodmaatregel om de betreffende probleemwolf te doden. Juristen van het Rijk, provincie en gemeente werken daar nu met spoed aan en streven naar spoedig resultaat.”
Pas in de middag (15:00) wijst een jurist ‘Vergunningverlening en Handhaving’ er op dat dit zo niet werkt en dat de snelst mogelijke tijdlijn op twee weken uitkomt. Daar noemt de jurist ‘deskundigen advies’ bij, meervoud dus. Gelderland liet slechts één deskundige opdraven die mee wilde gaan in het afschotplan.
Meteen overgaan tot uitvoering na publicatie, hoewel formeel toegestaan, raad de jurist af: ”Maatschappelijke kritiek als de wolf al gedood is voordat een rechter in een vovo kan oordelen. Publieke weerstand en reputatieschade voor de provincie. Juridische kritiek, GS bood onvoldoende ruimte voor rechtsbescherming. Mogelijk schadeclaims van belangenorganisaties. Kan gezien worden als ondermijning beleid (interprovinciaal) en daarmee het wolvenbeleid schaden.”
Waarom is het park niet gesloten?
De opmerking van een vader die met zijn gezin op een fietstochtje door het park werd achtervolgd door een wolf is tekenend: “Ik woon zelf op de Utrechtste Heuvelrug waar landgoed Den Treek/Henschoten gedurende een lange tijd is ontsloten na een wolven aanval. Als u dat niet doet tegen beter weten in, aanvaardt u daarbij naar mijn mening verantwoordelijkheid voor wat er in het park gebeurt met mensen die alle regels gewoon volgen.”
Update 1
In de meest recente voortgangsreportage van BIJ12 van 16 juni 2025, over de periode van medio oktober 2024 tot eind februari 2025, staat over de Hoge Veluwe e.o.: ”Het is onduidelijk hoeveel wolven er momenteel op de Hoge Veluwe aanwezig zijn en welke individuen dit zijn. Dit komt doordat er geen veldmonitoring kan plaatsvinden door het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12. Het Wolvenmeldpunt valideert wel waarnemingen die door het publiek worden ingezonden vanuit de Hoge Veluwe. Daarnaast vindt er veldonderzoek plaats in de gebieden grenzend aan de Hoge Veluwe. In de afgelopen periode is daarbij geen DNA gevonden. Het is daarmee onduidelijk of de wolf die eerder in de gebieden grenzend aan de Hoge Veluwe via haarmonsters is vastgesteld (GW2087m) nog aanwezig is in dit gebied.”
Het is niet eens zeker dat de Hoge Veluwe het territorium van een specifieke roedel vormt, want in 2024 zijn er drie dode wolven gevonden op de Hoge Veluwe. Van twee van hen is bekend dat het roedelleden betreft van de Zuidwest-Veluwe-roedel (GW3012f en GW4005m). Het DNA van het andere individu wordt nog geanalyseerd.
In 2022 zijn er welpen aangetoond op de Hoge Veluwe. ”Of er ook in 2023 en 2024 welpen zijn geboren, is niet vanuit het Wolvenmeldpunt vastgesteld,” zegt BIJ12.
In de ‘Tabel gevestigde en zwervende wolven’ staat bij Hoge Veluwe e.o. als ouderpaar ‘Onbekend, mogelijk GW2087m (nakomeling NV)’ en ‘Partner vooralsnog onbekend’. GW2087m is voor het eerst via DNA vastgesteld in Nederland in maart 2021.
UPDATE 2
13 Augustus zegt Glenn Lelieveld in De Stentor: “… het is bijna niet te doen om deze wolf eruit te pikken. Onderscheidend van de andere wolven is hij nauwelijks.” De krant: “De tekening van Hubertus’ vacht vindt Lelieveld niet heel opvallend. Bovendien, hoe langer het afschieten duurt, hoe groter de kans dat die een beetje verandert, door verharing. En ook het gedrag vindt hij niet onderscheidend. „Daarom ben ik tegen het afschieten”, zegt Lelieveld. „De hardloopster draaide zich om en rende weg toen ze de wolf zag. Daar reageren roofdieren op, dat zou een herdershond ook doen. Dat gedrag is normaal en voorspelbaar.””2
Er zijn inmiddels 3 maanden verstreken sinds het doodvonnis werd bekrachtigd door een voorzieningenrechter. Hubertus is nog altijd niet afgeschoten. Ook zijn er geen incidenten meer geweest. De noodzaak van de vergunning is daarmee dan ook verdwenen. Dinsdag 19 augustus 2025 is de hoorzitting voor Hubertus bij de provincie. Schandalig laat, maar dat is de vertragingstactiek van het BBB-boevennest binnen de provincie Gelderland. Het zou fijn zijn als deze – in theorie – onafhankelijke commissie een intelligent en oprecht advies zou geven aan de provincie. Het besluit van Gelderland op het bezwaar van Animal Rights tegen de executie-vergunning zal ongetwijfeld afwijzend zijn. Vervolgens komen we opnieuw bij de rechter uit.
UPDATE 3 – HOORZITTING VOOR VELUWSE WOLF HUBERTUS DINSDAG 19 AUGUSTUS 2025
Zoals we al eerder meldden, was deze hoorzitting in de eerste plaats een formaliteit in de lopende bezwaarprocedure tegen het afschot van wolf Hubertus. De provincie heeft geen enkele intentie om een advies dat het doodvonnis van Hubertus zou opheffen te respecteren of the implementeren.
De provincie nam de zitting dan ook zo serieus dat ze hun ecoloog en advocaten maar thuis hadden gelaten. Ze werd wel vergezeld door de jagers van Stichting Wildaanrijdingen Nederland en de Faunabeheereenheid Gelderland en natuurlijk de opzichter van schiettent Nationaal Park Hoge Veluwe en zijn 2 advocaten.
De provincie en park kwamen met beweringen als Hubertus is 7 augustus nog gezien en er zijn 8 welpen, maar Hubertus is niet de vader, zonder daar enig bewijs voor te leveren.
De commissie was kritisch en had de zaak beter bestudeerd dan de voorzieningenrechter die het executie-bevel voor Hubertus in mei bekrachtigde. De commissie zal de provincie adviseren binnen een week of vier en die moeten dan besluit op bezwaar nemen. Vervolgens kunnen we in beroep weer naar de rechter.
UPDATE 4
De afschotvergunning dateert van 6 mei 2025, het bezwaar daar tegen van 8 mei. De hoorzitting bij de adviescommissie van de provincie was op 19 augustus. Normaal hebben die 4 weken nodig om tot een advies te komen. Daarna moet de provincie beslissen op de bezwaren. Pas op 2 december komt Gelderland met een besluit en persbericht.
In haar persbericht ‘Gelderland verlengt de toestemming om probleemwolf Hoge Veluwe uit de populatie te nemen’, negeert de provincie de kern van het advies. Het klopt dat Gelderland de intentie heeft om de heksenjacht op Hubertus te verlengen tot 1 juli 2026 en het gebied waarin ze hun bloedlust willen bevredigen uit te breiden met het terrein van de Vliegbasis Deelen.
De onafhankelijke commissie Rechtsbescherming adviseerde: “De Commissie komt tot de conclusie dat de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven vanwege de gewijzigde beschermingsstatus van de wolf in de Habitatrichtlijn en het hierop nog niet aangepaste nationale recht. De omgevingsvergunning zal moeten worden herroepen en de Commissie adviseert GS met inachtneming van de actuele stand van zaken in de nationale wetgeving en dit advies op de aanvraag te beslissen.”
Vandaar dat de provincie in plaats van een omgevingsvergunning haar toevlucht neemt tot een maatwerkvoorschrift. Volgens Animal Rights kan je met een maatwerkvoorschrift, echter, alleen invulling geven aan de zorgplicht – de enige bescherming die de wolf dankzij het gestuntel van staatssecretaris Rummenie nu geniet – en niet daar van afwijken. De zorgplicht is er om dieren te beschermen – en daar kan je invulling aan geven – niet om ze te vermoorden, want dat is afwijken van de zorgplicht.
Het advies van de commissie bevatte echter nog veel meer kritiek op Gelderland: “Nu GS slechts één wolvendeskundige hebben geraadpleegd voor de conclusie dat er geen alternatieve maatregelen mogelijk zijn en over de beheermaatregel van het doden van de wolf, wordt naar het oordeel van de Commissie in strijd gehandeld met het door GS vastgestelde beleid, zoals dat is verwoord op pagina 54 van het Faunabeheerplan. De Commissie constateert dat een afwijking van dit beleid niet is gemotiveerd in het bestreden besluit.”
“Afgezien van de vraag of GS op het moment van het primaire besluit de afweging hebben kunnen maken een omgevingsvergunning te verlenen, omdat op dát moment er geen bevredigende andere oplossing was en de noodzaak er was op basis van openbare veiligheid en direct gevaar voor herhaling, is de Commissie niet overtuigd van de noodzaak op basis van openbare veiligheid op dít moment.”
“Maar naar het oordeel van de Commissie, hebben GS tijdens de hoorzitting geen onderbouwing kunnen geven van de huidige noodzaak van afschot vanwege de openbare veiligheid en of er een gerede kans op herhaling op dít moment is.”
“Voor wat betreft classificatie (h) merkt de Commissie op dat GS in heroverweging, met inachtneming van twee wolvendeskundigen, zullen moeten motiveren dat geen sprake was van provocatie van de wolf als gevolg van het in eerste instantie wegrennen en vervolgens stilstaan van de hardloopster in relatie tot het aanvallen en bijten door de wolf.”
Animal Rights is van mening – en de commissie lijkt die te delen – dat er geen noodzaak (meer) is voor de vergunning, omdat er geen verdere incidenten hebben plaatsgevonden. De commissie lijkt er net als Animal Rights van overtuigd dat er helemaal geen sprake is van een ‘probleemwolf’, omdat er sprake is van ‘provocatie’ en natuurlijk gedrag. Verder is Animal Rights van mening dat de vergunning ook niet effectief is, omdat men er niet in is geslaagd de wolf in de afgelopen maanden te doden.
Dit nieuwe besluit geeft Animal Rights de mogelijkheid om onmiddellijk weer naar de (voorzieningen)rechter te stappen met het verzoek om dit besluit – en daarmee de jacht op Hubertus- te schorsen.
De argumenten hierboven geven ons vertrouwen dat er nu wel een rechtvaardig oordeel van de rechter zal volgen.
Update 5
Op 3 december 2025 hebben Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden een verzoek ingediend tot onmiddellijke schorsing (via een ordemaatregel) van het besluit om via een maatwerkvoorschrift toe te staan dat wolf Hubertus wordt doodgeschoten.
De stichtingen hebben tegelijkertijd pro forma bezwaar gemaakt tegen het besluit bij de provincie Gelderland. Het besluit werd op 4 december gepubliceerd. 3 Het betreft een nieuw besluit op een oude aanvraag om een omgevingsvergunning om wolf Hubertus te doden.
Op 22 september 2025 adviseerde de commissie rechtsbescherming dat de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven. Op 2 december 2025 besluit het college om het advies van de commissie te volgen, de bezwaren gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen.
De vergunning was maandenlang onrechtmatig.
Gelderland haalt vervolgens de ‘truc’ uit om de aanvraag voor deze omgevingsvergunning diezelfde dag nog (positief) te weigeren, omdat die niet nodig zou zijn en vervangt de vergunning door een maatwerkvoorschrift voor dezelfde aangevraagde flora- en fauna activiteit. Vanaf de dag van publicatie, 4 december 2025, staat het college het weer toe om wolf Hubertus dood te schieten. Zowel de periode als het uitvoeringsgebied zijn in het nieuwe besluit verruimd.
Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden achten ook dit besluit evident onrechtmatig en wenden zich, wegens het spoedeisend belang in deze zaak (de onomkeerbaarheid van de dood), wederom tot de voorzieningenrechter en verzoeken om het besluit per direct te schorsen totdat het verzoek op zitting wordt behandeld.
Voor dit verzoek is het van belang dat de voorzieningenrechter in de recente zaak over ‘springende wolf’ GW4003m heeft overwogen dat de beantwoording van de rechtsvraag of met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de specifieke zorgplicht te complex is voor een voorlopige voorzieningenprocedure. Het zou ook om die reden onzorgvuldig zijn als het onderhavige besluit niet direct wordt geschorst tot ten minste het moment dat het verzoek ter zitting wordt behandeld.
Dit is ook meteen de eerste belangrijke grond van het bezwaar: Gelderland wijkt met dit maatwerkvoorschrift af van de specifieke zorgplicht en dat is niet toegestaan. Bij het uitvoeren van een flora- en fauna-activiteit moet worden gehandeld inovereenstemming met de specifieke zorgplicht. Het opzettelijk doden van een wild dier is uiteraard niet verenigbaar met en van een geheel andere orde dan het voorkomen van een “nadelig gevolg” voor een wild dier of diens leefomgeving. De specifieke zorgplicht is voor dergelijke afwijkingen niet bedoeld.
Een andere belangrijke grond is dat er geen noodzaak is om wolf Hubertus te doden. De commissie zei hierover:
“Afgezien van de vraag of de besluitvorming op dát moment rechtmatig was, doet zich opdit moment (ex-nunc) de situatie voor dat er inmiddels meer dan vijf maanden zijnverstreken sinds het betreffende bijtincident. De commissie constateert dat er zich na hetbijtincident van 13 april 2025 en wolf-mens incidenten direct in de dagen erna, geen nieuweincidenten hebben voorgedaan in het NPDHV.”
Ook de voorzieningenrechter concludeerde in de uitspraak van 16 mei 2025 al dat haar oordeel “niet met zich meebrengt dat als een wolf een keer een mens heeft gebeten dit per definitie betekent dat er een noodzaak bestaat om tot afschot van de wolf over te gaan vanwege de openbare veiligheid. Dit hangt steeds af van de specifieke situatie en context (…)”
De terechte constatering van de commissie dateert van ruim tien weken geleden. Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden zijn niet bekend met nieuwe incidenten. Ook de inventarislijst bij het besluit geeft geen blijk van een duiding van nieuwe incidenten. Op basis hiervan concluderen de stichtingen dat er nooit een nieuw incident heeft plaatsgevonden. Die ervaring leert ook dat het niet aannemelijk is dat zich binnen afzienbare tijd wel een incident voordoet. Zeker niet als Gelderland en Park Hoge Veluwe in het vervolg wél voldoende ‘preventieve maatregelen’ nemen en optreden tegen mensen die wolven voeren, lokken en van dichtbij met camera benaderen, zoals de commissie hen in navolging van de voorzieningenrechter uitspraak meegeeft.
Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden concluderen dat het spoedeisend belang van het college én de noodzaak om het afschot uit te voeren ontbreken.
De rechtbank is voornemens de zitting te plannen op vrijdag 12 december.
Update 6
De jacht op Hubertus ligt tot de zitting bij de voorzieningenrechter op 12 december stil. Omdat de provincie Gelderland niet bereid was om dit besluit zelf te nemen (of de telefoon niet opnam), ging de rechter over tot een ordemaatregel: “Het college heeft met het besluit van 2 december 2025 een rnaatwerkvoorschrift gesteld voor het doden van wolf GW4655m. Dit besluit is na publicatie in het Provinciaal blad op 4 december 2025 in werking getreden. Een snelle beoordeling is daarom aangewezen. De voorzieningenrechter acht een onderzoek ter zitting noodzakelijk. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding het besluit van 2 december 2025 bij wijze van ordemaatregel te schorsen.”
Op de zitting zal worden beoordeeld of de schorsing moet worden gehandhaafd, opgeheven of gewijzigd.
Update 7
Op vrijdag 12 december 2025 was de zitting bij de voorzieningenrechter in Arnhem over het nieuwe maatwerkvoorschrift van de provincie Gelderland om wolf Hubertus te vermoorden.
Opvallend was dat de rechter aankondigde opnieuw geen uitspraak te zullen doen over de juridische zuiverheid van het met een maatwerkvoorschrift afwijken van de wettelijke zorgplicht, de huidige beschermde status van de wolf onder de Nederlandse wet.
Het ging verder vooral over de noodzaak. De rechter bracht zelf ook in dat het al 8 maanden geleden is sinds het laatste (en enige) incident met de wegrennende, schreeuwende hardloopster.
Er is sindsdien 8 lange maanden niets gebeurd. Kan het gedrag niet zijn uitgeblust? Hoe dan ook is er (nu) dus geen noodzaak om de wolf te doden. Natuurlijk is er altijd een kans op nieuwe incidenten, maar dat is een niet te onderbouwen aanname.
De rechter vond het net als Animal Rights vreemd dat Van Maanen/Econature, de schrijver van het eerste rapport ter onderbouwing van het doodvonnis voor Hubertus, niet is gevraagd om een update te geven.
De provincie leunt nu op een Italiaan, Boitani, door hem over email wat sturende vragen te stellen, zonder dat de man de locatie en local omstandigheden kent. Hij komt vervolgens met antwoorden die oppervlakkig en algemeen zijn.
De rechter zag ook in dat er wel degelijk buitenlandse voorbeelden zijn van succesvolle aversieve conditionering van zogenaamde ‘bold wolves’. Verwijzingen naar Bram liet de rechter niet toe.
Een door de rechter zelf voorgestelde mogelijkheid is dat ze de ‘vergunning’ schorst tot de beslissing op de bezwaren van de organisaties door de provincie en dat Gelderland kan vragen om intrekking van de schorsing als er nieuwe incidenten zouden plaatsvinden. Daar gaat de rechter over nadenken. Animal Rights gaat er vanuit dat dat ook haar eindoordeel zal zijn.
De hoorzitting bij de commissie rechtsbescherming in de bezwaarprocedure staat gepland voor 24 februari 2026, waarna enkele weken tot een maand zal worden uitgetrokken voor het leveren van hun advies aan de provincie. Voor april zal er dus ook geen besluit op bezwaar zijn.
Vrijdag 19 december zal de uitspraak volgen.Tot dan mag er niet op Hubertus geschoten worden.
Update 8 – Winst voor wolf Hubertus!
In haar uitspraak 4 van 19 december oordeelt de voorzieningenrechter dat het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland onvoldoende heeft onderbouwd dat het doden van wolf Hubertus 8 maanden later, zonder dat er nieuwe incidenten zijn geweest, nog steeds noodzakelijk is. Daarom handhaaft zij de schorsing van het besluit van 2 december.
“Een van de voorwaarden om toestemming te geven voor het doden van een wolf is dat het doden van de wolf ook echt noodzakelijk is en dat er geen andere mogelijkheden zijn. Voor de wolf waarover het in deze zaak gaat, geldt dat er sinds april 2025 geen incidenten meer zijn geweest waarbij deze wolf betrokken was. De wolf heeft geen mensen meer benaderd. Hij verblijft de laatste tijd overdag in een gebied waar weinig mensen (kunnen) komen en ’s nachts jaagt hij op de Hoge Veluwe.”
“De voorzieningenrechter kwam kort na de aanval op een hardloopster in april 2025 tot de conclusie dat het college de noodzaak om de wolf te doden voldoende aannemelijk had gemaakt. Het tijdverloop van 8 maanden nadien zonder enige toenadering tot mensen plaatst de voorzieningenrechter voor een dilemma. Om de gevolgen van dit tijdverloop in te schatten is de onderbouwing door deskundigen van het college in deze zaak van groot belang. Als toegelicht wordt door deskundigen dat, ondanks het tijdsverloop, het gevaar voor probleemgedrag niet geweken is, dan zou ook nu de noodzaak van afschot van deze wolf door het college voldoende onderbouwd kunnen worden. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat wat het college daarvoor heeft aangevoerd, onvoldoende is. Dat komt doordat de deskundigenadviezen die het college heeft ingebracht deels gedateerd en deels onvoldoende duidelijk en onderbouwd zijn. Daarom komt de voorzieningenrechter nu tot het oordeel dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat het doden van deze wolf acht maanden later nog steeds noodzakelijk is. Daarom handhaaft zij de schorsing van het besluit van 2 december 2025. Dat betekent dat de faunabeheereenheid de wolf niet mag (laten) doden.”
Animal Rights is blij voor wolf Hubertus die nu eindelijk, zij het nog steeds voorlopig, vrij is van vervolging. Dit is de enige rechtvaardige beslissing. Het zou de provincie sieren als ze haar ‘vergunning’ (maatwerkvoorschrift) nu gewoon intrekt.
De hoorzitting bij de Commissie Rechtsbescherming in de bezwaarprocedure staat gepland voor 24 februari 2026, waarna enkele weken tot een maand zal worden uitgetrokken voor het leveren van hun advies aan de provincie. Voor april zal er dus ook geen besluit op bezwaar zijn en in juli loopt het maatwerkvoorschrift weer af.
Update 9 – Meer uitstel
18 maart 2026 laat de Commissie Rechtsbescherming weten “dat de advisering inzake de bezwaarschriften van Stichting De Faunabescherming, Stichting Animal Rights, Stichting Werkgroep Wolf Leusden en Stichting Fauna4life tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van 2 december 2025 met zaaknummer 2025-013179, het stellen van een maatwerkvoorschrift voor afschot van een wolf, c.q. doden van een wolf op de Hoge Veluwe en Vliegbasis Deelen, langer duurt dan verwacht. De Commissie verwacht het advies mogelijk pas eind week 13 of begin week 14.”
Week 13 loopt van 23 maart t/m 29 maart 2026 en week 14 van 30 maart t/m 5 april 2026. Dit ‘maatwerkvoorschrift’ om Hubertus te vermoorden is geldig tot 1 juli 2026. Omdat de provincie Gelderland niet het fatsoen heeft deze ‘vergunning’ in te trekken, is ieder uitstel welkom voor Hubertus.
Update 10 – Winst voor Hubertus!
Op 1 juni 2026 stuurde Gelderland een persbericht 5 uit – zonder Animal Rights als belanghebbende partij te informeren – dat ze de toestemming om wolf Hubertus “uit de populatie te nemen” intrekken. Volgens Gelderland oordeelde de onafhankelijke commissie rechtsbescherming “dat het maatwerkvoorschrift op een aantal onderdelen moet worden aangescherpt”. Animal Rights heeft dat advies nog niet ontvangen, maar het zal er waarschijnlijk op neerkomen dat de argumenten van Gelderland om Hubertus te doden van tafel zijn geveegd.
Animal Rights ziet hierin de erkenning dat ze al die tijd gelijk had en de vergunning nooit verleend had mogen worden. Dat Hubertus nooit een gevaar was, blijkt ook uit de lange tijd die versteken is zonder incidenten. De hardloopster, hoe begrijpelijk ook, heeft een fout gemaakt door deze wolf de rug toe te keren en weg te rennen met lichte verwondingen tot gevolg. Het is kwalijk dat de BBB-kliek in Gelderland het incident heeft aangegrepen voor een hetze tegen deze specifieke wolf en de wolf in het algemeen. Ze hebben hetzelfde geprobeerd bij de springende wolf uit Voorthuizen; ook daar moest de provincie uiteindelijk bakzeil halen.
Hierin schuilt ook het gevaar van de plannen van staatssecretaris Erkens met betrekking tot ‘koepelvergunningen’, die vast op de plank klaar gelegd zouden moeten worden voor incidenten in de toekomst: de vervolging van deze wolven is niet op feitelijkheden gebaseerd maar wordt gestuurd door populistische, politieke motieven. De Raad van State heeft 20 mei dan ook niet voor niets geadviseerd om daar niet aan te beginnen.
Animal Rights is blij voor Hubertus. De wolf is al een aantal maanden niet meer waargenomen in het park of op het terrein van vliegbasis Deelen, waarvoor de geschorste afschot-toestemming gold. Het is mogelijk dat Hubertus de roedel op de Hoge Veluwe heeft verlaten, op zoek naar een nieuwe plek om zich te vestigen. Animal Rights wenst hem daarbij veel voorspoed en geluk!
Update 11 – Gelderland misleidt; al haar argumenten van tafel geveegd
Een dag na het persbericht van Gelderland waarin de provincie aankondigde het maatwerkvoorschrift om wolf Hubertus te vermoorden, in te trekken, krijgen ook de organisaties die dit bewerkstelligden de beslissing op bezwaar in de bus, vergezeld van het advies van de Commissie Rechtsbescherming.
Waar Gelderland in haar persbericht beweert dat de commissie oordeelde dat het maatwerkvoorschrift op een aantal onderdelen moest worden “aangescherpt”, komt het er in werkelijkheid op neer dat alle argumenten van de provincie door de commissie van tafel werden geveegd. Het maatwerkvoorschrift is niet houdbaar en zou een bodemprocedure bij de rechter niet overleven.
De beweringen die Gelderland over Hubertus in het persbericht doet, onder andere over het benaderen van andere bezoekers in het park, worden door de eigen, maar gelukkig onafhankelijke, Commissie Rechtsbescherming onbewezen geacht.
Gelderland doet het in het persbericht voorkomen, alsof ze slechts wacht op nieuwe wetgeving om een nieuwe vergunning af te geven. Maar zelfs in haar eigen, niet publieke, besluit op bezwaar slaat ze een andere toon aan: “Tegelijkertijd stellen wij vast dat sinds april 2025 geen nieuwe incidenten hebben voorgedaan waarbij interactie met mensen is vastgelegd. Gelet op dit tijdsverloop, de looptijd van het maatwerkvoorschrift en de vereisten van proportionaliteit is het in stand laten van het maatwerkvoorschrift op dit moment niet gerechtvaardigd.”
De Commissie oordeelt in de eerste plaats dat het executiebevel voor Hubertus in de vorm van een ‘maatwerkvoorschrift als invulling van de specifieke zorgplicht’ op juridisch drijfzand is gebaseerd, om niet te zeggen in strijd met de wet is: “Naar het oordeel van de Commissie biedt de specifieke zorgplicht op zichzelf géén zelfstandige grondslag om een beschermd dier te doden. Het doden van beschermde soorten is in beginsel verboden, tenzij er specifieke wettelijke uitzonderingen of ontheffingen gelden, bijvoorbeeld in verband met het handelen volgens een faunabeheerplan, de uitoefening van de jacht, populatiebeheer of schadebestrijding. In zoverre werkt de zorgplicht aanvullend; als het doden van een beschermd dier binnen de wettelijke kaders is toegestaan, bijvoorbeeld op basis van een ontheffing of vrijstelling, dan verplicht de zorgplicht dat dit op een zorgvuldige wijze gebeurt, waarbij onnodig lijden altijd moet worden voorkomen. […] De Commissie treft in het bestreden besluit geen onderbouwing aan op welke van de wettelijke uitzonderingen het besluit van GS is gebaseerd. {…] Gelet op artikel 11.31, tweede lid, van het Bal, is het niet toegestaan om met een maatwerkvoorschrift af te wijken van de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 van het Bal. Daarvoor is een expliciete bevoegdheid nodig. Afwijken van de zorgplicht is dus niet toegestaan. […] Nu uit het bestreden besluit niet duidelijk blijkt welke wettelijke uitzondering in dit geval van toepassing is, kan de Commissie ook niet beoordelen of met het maatwerkvoorschrift de specifieke zorgplicht wordt ingevuld of dat hiervan wordt afgeweken.”
De Commissie tikt de provincie ook op de vingers waar het gaat om de aannames, zoals ook in het persbericht van 1 juni geuit, over het benaderen van bezoekers door Hubertus: “Voor wat betreft het bijtincident is vastgesteld dat het om wolf GW4655m gaat. Voor wat betreft de overige wolf-mens interacties hebben GS aangegeven dat het aannemelijk dan wel hoogst waarschijnlijk is dat het om dezelfde wolf gaat. De Commissie kan gelet hierop de overweging van GS in het bestreden besluit (onder ‘motivering specifieke zorgplicht en noodzaak maatwerkvoorschrift’), dat ‘uit de beschikbare deskundigenrapportages en genetische onderzoeken blijkt dat het gaat om één individueel dier (GW4655m) dat structureel afwijkend en onvoorspelbaar gedrag jegens mensen vertoont en daadwerkelijk letsel heeft veroorzaakt’, niet volgen. Bij de overige benaderingen van mensen staat het niet vast dat het om de hier aan de orde zijnde wolf gaat en bovendien welke rol de mens hierin zelf heeft gespeeld. De Commissie wijst GS erop dat het oordeel over de feiten rondom het incident op 13 april 2025 met de hardloopster en de alternatieven niet als vaststaand aangenomen kunnen worden, nu hierover slechts een voorlopig oordeel in de uitspraken van de voorzieningenrechter is gegeven.”
Met betrekking tot ‘andere bevredigende oplossingen’ confronteert de Commissie de provincie in de eerste plaats met haar leugen over de mogelijkheid tot ‘paintballen’: “De Commissie stelt allereerst vast dat de opmerking ten overvloede: ‘de inzet van impactvolle projectielen is nooit mogelijk geworden door langdurige bezwaar- en beroepsprocedures’, voor wat betreft vroegtijdige aversieve conditionering, niet juist is. Na de uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2024 had van de aversieve conditionering met een paintball geweer gebruik kunnen worden gemaakt, maar GS hebben hier niet voor gekozen.”
Vervolgens wijst de commissie de provincie erop dat onvoldoende is onderbouwd dat er geen minder vergaande maatregelen mogelijk zijn: “Het afzetten van gebieden – in bijvoorbeeld het NPDHV – is volgens GS niet zinvol, gezien het grote gebied waarin de wolf opereert. De Commissie ziet echter geen onderbouwing van de vraag of een gedeeltelijk afsluiten van het NPDHV voor mensen, bijvoorbeeld locaties waar het bekend is dat zich wildwissels en kraamgebieden etc. bevinden zinvol is. Naar het oordeel van de Commissie moet, mede gelet op de huidige beschermingsstatus en staat van instandhouding, gekeken worden naar alles wat redelijkerwijs gedaan kan worden om de wolf tegen de mens te beschermen. Het doden van een beschermd dier zou echt een ultimum remedium moeten zijn. GS hebben niet aangetoond dat een pakket van maatregelen ter bescherming van de wolf tegen de mens is getroffen, maar niet afdoende werkt. Gelet op vorenstaande is de Commissie van oordeel dat in het bestreden besluit onvoldoende is onderbouwd dat er geen minder vergaande maatregelen mogelijk zijn.”
Opnieuw wordt Gelderland er op gewezen dat ze de noodzaak van het vermoorden van Hubertus niet heeft onderbouwd. Animal Rights ziet hierin de bevestiging dat het besluit tot executie van deze wolf een populistische, politieke zet was; Harold Zoet moest en zou een doodgeschoten wolf hebben, want dat heeft hij zijn BBB-achterban beloofd: “In het advies van de Commissie van 22 september 2025 over de afschotvergunning voor wolf GW4655m, heeft de Commissie overwogen van oordeel te zijn dat GS tijdens de hoorzitting van 19 augustus 2025 geen onderbouwing hebben kunnen geven van de noodzaak van afschot vanwege de openbare veiligheid en of er een gerede kans op herhaling is op dat moment. Als een wolf een keer een mens heeft gebeten, betekent dit niet per definitie dat een noodzaak bestaat om tot afschot over te gaan vanwege de openbare veiligheid. Dat hangt steeds van de specifieke situatie en context af.”
Gelderland shopte selectief voor advies onder zelfverklaarde ‘experts’ als Van Maanen, Mergeay en Boitani, die het afschot van een wolf geen probleem vinden om ‘maatschappelijk draagvlak’ op te bouwen. Het moge duidelijk zijn dat ‘maatschappelijk draagvlak’ geen wettelijk belang is om een wolf af te maken: “De voorzieningenrechter overweegt dat als toegelicht wordt door deskundigen dat, ondanks het tijdsverloop, het gevaar voor probleemgedrag niet is geweken, de noodzaak van afschot van deze wolf door GS voldoende onderbouwd zou kunnen worden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat wat GS daarvoor hebben aangevoerd onvoldoende is. Het rapport van EcoNatura is gemaakt ten tijde van het eerst bijtincident en geeft daarop geen antwoord en ook uit de Expert Opinion van Boitani van 7 oktober 2025, die GS aan het maatwerkvoorschrift ten grondslag hebben gelegd, blijkt niet dat het tijdsverloop is meegewogen. In de nadere reactie van Boitani overgelegd voor de voorlopige voorzieningenzitting wordt niet ingegaan op wat maakt dat verwacht moet worden dat het samenspel van variabelen bij GW4655m weer tot probleemgedrag zal leiden, in relatie tot de situatie van de afgelopen 8 maanden. Bovendien verwijst Boitani niet naar bronnen of in enigerlei mate vergelijkbare situaties waar hij zijn opvatting op baseert. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit advies niet voldoende is om op dit moment de noodzaak tot het doden van de wolf aan te kunnen nemen.”
De Commissie sluit zich daarbij aan: “De Commissie is het eens met deze overwegingen van de voorzieningenrechter en van oordeel dat het bestreden besluit gelet daarop niet ongewijzigd in stand kan blijven. De Commissie ziet zich voor de vraag gesteld of de rapportage ““Risico-inschatting op nieuwe incidenten door wolf GW4655m” opgesteld door Van Maanen van 30 januari 2026 en de reacties van de wolvendeskundigen Mergeay en Boitani, van de zijde van GS ingediend na de uitspraak van de voorzieningenrechter, afdoende zijn om op dit moment de noodzaak tot het doden van de wolf aan te kunnen nemen.”
Gelderland blijft Hubertus stug als ‘probleemwolf’ kwalificeren, maar de Commissie is het daar niet mee eens: “GS zien in de conclusie van de door haar geraadpleegde deskundigen bevestigd dat het risico dat de betreffende wolf opnieuw een mens aanvalt – met alle mogelijke gevolgen van dien – onacceptabel groot is. De Commissie stelt echter vast dat eigenlijk geen van de deskundigen met absolute zekerheid stelt dan wel kan stellen dat de wolf in herhaling zal vallen of niet. Er zijn diverse variabelen die een rol spelen bij de invulling van die vraag, maar op voorhand is niet in te vullen welk samenspel aan variabelen specifiek bij GW4655m tot probleemgedrag zal leiden. De Commissie stelt vast dat alle deskundigen vanuit hun expertise het gedrag van een wolf proberen te verklaren, maar het is en blijft een wild dier. Het is de vraag of de kans op herhaling nu zodanig groot is dat dit het doden van een beschermd dier rechtvaardigt en dit de enige oplossing is. Of op dit moment van een probleemwolf gesproken kan worden en de kans op herhaling zodanig groot is dat deze uit de populatie moet worden gehaald, moeten GS grondig motiveren, maar het blijft een vraag die niet in absolute zin te beantwoorden is.”
“Met wat er nu aan informatie ligt, komt de benadering van GS op de Commissie over als ‘eenmaal een probleemwolf vanwege één bijtincident, altijd een probleemwolf’. De Commissie ziet op dit moment nog onvoldoende onderbouwd waarom wolf GW4655m thans nog steeds kwalificeert als probleemwolf bij de interactie wolf-mens. Blijkens het verhandelde ter zitting willen GS niet het risico lopen dat de wolf het gebied levend verlaat en het in hun ogen onaangepaste gedrag buiten het gebied laat zien en wellicht overdraagt. Vorenstaande is onvoldoende onderbouwd in het bestreden besluit.”
Dan komt als laatste nog de staat van instandhouding van de wolf aan bod: “De Commissie merkt op dat, net als bij de noodzaak en alternatieven, ook voor wat betreft de staat van instandhouding het tijdsverloop tussen het incident en de huidige besluitvorming niet is betrokken. De Commissie is van oordeel dat zonder het betrekken van de recente staat van instandhouding, niet zonder meer gesteld kan worden dat de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de wolf in zijn natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.”
De conclusie van de Commissie is, gelet op het voorgaande, dan ook van oordeel dat de bezwaren van Animal Rights & Co. gegrond zijn en dat het bestreden besluit niet (ongewijzigd) in stand kan blijven. Gelderland kan niet anders dan het advies van de Commissie overnemen: “Wij verklaren het bezwaar gegrond en herroepen het besluit van 2 december 2025. Dit betekent dat wij het maatwerkvoorschrift intrekken.”
Het afgelopen weekend van 21 juni 2025 circuleerden nieuwe, schokkende foto’s van zwaar verbrande runderen in een weide in Gijverinkhove (Alveringem) op sociale media. Animal Rights kreeg de foto’s ook toegestuurd. Op de foto’s is onder meer te zien hoe het aangezicht van een rund volledig is verbrand en de rug en flanken één grote open wonde zijn. Intussen werd bevestigd door de burgemeester van Lo-Reninge Lieve Castryck (Dynamisch) dat het gaat om overlevenden van de stalbrand die plaatsvond in Alveringem in april van dit jaar.1
Animal Rights eist een onmiddellijke interventie van de Vlaamse Dienst Dierenwelzijn waarbij een door de overheid aangeduide, onafhankelijke dierenarts ter plaatse gaat om deze dieren te onderzoeken en te kijken welke zorg er nodig is voor deze dieren.
Daarnaast onderzoekt Animal Rights samen met haar advocaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen wegens verwaarlozing en nalatigheid.
Op de foto’s is te zien hoe het aangezicht van een rund volledig is verbrand. Ook de bovenkant van het lichaam – van kop tot achterhand inclusief de flank– vertoont ernstige brandwonden. Een ander rund ligt neer in het gras, de huid ligt volledig los op de rug. De rug is één grote open wonde. De lippen van het rund dat in het gras ligt lijken weggebrand te zijn. Het dier ligt in de blakende zon bij temperaturen boven de 30 graden Celsius in het weekend waarop de foto’s werden gemaakt. De verwondingen lijken op geen enkele manier professioneel behandeld. Dit roept vragen op over de aanwezigheid en inzet van een dierenarts.
Een overlever van de stalbrand, in staat van ontbering
Twee zwaar verbrande runderen van de stalbrand in april dit jaar in Gijverinkhove
Contact met lokale schepenen dierenwelzijn
Animal Rights kreeg meldingen binnen over de toestand van de dieren op twee verschillende adressen: in Alveringem en Lo-Reninge. Op zondag 22 juni nam Animal Rights telefonisch contact op met de schepen van dierenwelzijn in Lo-Reninge: Jacques Blanckaert en ook met de bevoegde schepen voor dierenwelzijn in Alveringem: Wout Cornette. We stelden hen op de hoogte en vroegen hen om onmiddellijk in te grijpen.
Reactie veehouder in de media
De veehouder beweerde al op zondag 22 juni in de media dat de dieren wel verzorgd zouden worden. De foto’s die ons werden toegestuurd en circuleren op sociale media, schetsen echter een heel ander beeld. Minstens één dier ziet er meer dood dan levend uit, met ernstige brandwonden die niet lijken te zijn behandeld. De lippen van het dier lijken weggebrand te zijn en de tanden zijn zichtbaar.
Opmerkelijk is dat HLN bericht dat de politie ter plaatse ging en de dieren van op de foto’s niet te zien kreeg bij de landbouwer. De politie zei daarover: “Maar we hebben geen koeien gezien zoals getoond op die foto’s. We kunnen dit dus niet hard maken. We volgen het verder op.” 2
Animal Rights vraagt zich af waar de dieren van op de foto’s nu zijn en waarom de politie die niet te zien kreeg. “Deze dieren hebben onmiddellijke medische zorg nodig. We verwachten van de bevoegde inspectiediensten dat er meteen wordt ingegrepen en dat de dieren worden gevonden.”
Update
Intussen bericht Focus WTV in de namiddag van maandag 23 juni dat de dieren geeuthanaseerd zouden zijn. 3
Animal Rights en Fauna4Life zullen ook deelnemen aan de hoger beroep procedure in de zaak tussen diverse jagersclubs en jagende individuen tegen de Staat der Nederlanden. Het gerechtshof Den Haag maakte dat via een arrest op 7 januari 2025 definitief.
Het gaat in deze zaak om het besluit van de Minister van Natuur en Stikstof om het jachtseizoen 2022/2023 op de haas in drie provincies en op het konijn in het hele land niet te openen. De jagers hebben de Staat op 12 december 2022 gedagvaard. Ze vinden dat de wijziging van de Regeling Natuurbescherming onrechtmatig is en willen dat het de Staat wordt verboden deze op hen toe te passen. Verder vinden ze dat de toepassing van de Habitatrichtlijnmethode voor de bepaling van de staat van instandhouding van de haas en het konijn onrechtmatig is en verboden moet worden.
Sinds 15 maart 2023 hebben Animal Rights en Fauna4Life zich aan de zijde van de Staat gevoegd.
De rechtbank Den Haag heeft op 11 oktober 2023 in haar uitspraak de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Federatie Particulier Grondbezit niet ontvankelijk verklaard en de vorderingen van Wildbeheereenheid Ameland en drie individuele jagers afgewezen.
Op 9 januari 2024 hebben jagersvereniging en c.s. hoger beroep ingesteld. Op 18 maart heeft hun advocaat maar liefst 80 pagina’s aan grieven ingeleverd. Animal rights en Fauna4Life zullen daar binnenkort op reageren en dan is het wachten op een zittingsdatum.
Op 3 februari 2025 hebben Animal Rights en Fauna4Life bezwaar gemaakt tegen het deelplan ‘wildsoorten’ van het nieuwe faunabeheerplan van de provincie Groningen. Tegen de andere deelplannen kan pas bezwaar gemaakt worden wanneer op grond van deze deelplannen vergunningen worden verleend.
Het deelplan wildsoorten gaat over de soorten op de wildlijst: houtduif, wilde eend, fazant, konijn en haas. Het gaat dus om de ‘plezierjacht’, maar dat mag niet meer zo heten; de indruk dat jagers dieren voor hun lol aan flarden schieten moet tegenwoordig vermeden worden. Het is nu ‘benuttingsjacht’ en vooral schadebestrijding.
In de Memorie van Toelichting van de Wet natuurbescherming werd door het toenmalige kabinet over de jacht het volgende overwogen:
“Het gaat bij de toegevoegde soorten om soorten die zich lenen voor benutting, die algemeen voorkomen en die bovendien de jachtdruk kunnen verdragen. Als aanvullend criterium is gehanteerd dat de jacht de bestrijding van schade door de betrokken soort en het voor de soort noodzakelijke populatiebeheer kan ondersteunen, welk criterium ook van belang is in het licht van het maatschappelijk draagvlak voor de uitoefening van de jacht. Naar het oordeel van het kabinet is de uitoefening van de jacht enkel als vorm van recreatie naar de huidige maatschappelijke opvattingen niet aanvaardbaar.”
De staat van instandhouding van deze ‘wildsoorten’ wordt zelfs door de jagers beoordeeld als ”matig ongunstig tot zeer ongunstig”, maar dat ligt natuurlijk niet aan hen. Ook de provincie Groningen trekt haar handen ervan af met de claim dat de beoordeling ten aanzien van staat van instandhouding in het geval van de jacht vooral ligt bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. ”De Minister besluit namelijk over het openen en sluiten van de jacht.”
De Minister heeft de afgelopen jaren – sinds 2022 – de jacht op hazen en konijnen in Groningen niet geopend.
Alhoewel het uitoefenen van de jacht nog altijd een benuttingscomponent heeft is het voorkomen van schade aan in de wet genoemde belangen het belangrijkste doel geworden. Het bestrijden van schade mag alleen plaatsvinden voor zover de staat van instandhouding van de betrokken wildsoort niet in gevaar komt.
Schade is er nauwelijks
Het besluit toont niet aan dat de jacht dient te worden toegestaan om te voorkomen dat de fazant, haas, houtduif, konijn en wilde eend onaanvaardbaar geachte schade toebrengen. In het bestreden besluit ontbreken voldoende kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over de slechts in algemene bewoordingen gestelde schade. Bij de fazant en haas staat dat geregistreerde gegevens over door fazanten en hazen veroorzaakte schade aan gewassen ontbreken. Bij de houtduif is slechts een “bijzonder kleine schade aan zomergraan” bekend. Deze schade kan het besluit uiteraard niet rechtvaardigen. Wat betreft de wilde eend overweegt het besluit dat sinds 2015 geen enkel schadegeval is getaxeerd.
Ten aanzien van de schade aan gewassen door het konijn noemt het besluit geen schadecijfers. Voorts stelt het besluit dat konijnen schade aan begraafplaatsen, sportvelden, wegen en dijklichamen en andere locaties kunnen veroorzaken. Wat in het besluit echter ontbreekt zijn schadecijfers. Het college heeft hier kennelijk geen onderzoek naar gedaan met als gevolg dat de motivering het besluit niet kan dragen.
Andere bevredigende oplossingen zijn niet toegepast
Het besluit bevat verder geen snipper informatie over daadwerkelijk door Groningse agrariërs concreet ingezette andere bevredigende oplossingen om schade aan gewassen te voorkomen, alleen wat algemene opmerkingen over wat allemaal mogelijk zou zijn volgens BIJ12 en de literatuur. Hetzelfde zien we bij de beweerdelijke schade aan diverse terreinen en andere eigendommen. Het college heeft dit duidelijk niet onderzocht en daardoor is het besluit volstrekt onvoldoende gemotiveerd.
Dat terwijl de provincie zelf verklaart:
”Daarbij hebben wij benadrukt dat dieren niet onnodig gedood moeten worden, dat schade zoveel mogelijk middels preventieve maatregelen moet worden voorkomen en dat afschot van dieren de laatste optie is om schade te beperken, waarbij de staat van instandhouding van de betreffende soort altijd gewaarborgd moet blijven.”
Staat van instandhouding is zeer ongunstig
Het faunabeheerplan bevat de volgende passages:
“De minister heeft voor het bepalen van de staat van instandhouding een methode voorgeschreven die ontleend is aan de in Europees verband ontwikkelde systematiek voor de soorten van de bijlagen van de Habitatrichtlijn. (…) De voorgeschreven systematiek leidt er onvermijdelijk toe dat alle vijf wildsoorten in Groningen beoordeeld worden als ‘ongunstig’ (zie §§ 3.1 van de hoofdstukken 2 t/m 6), hoewel de actuele aantalsontwikkeling van fazant, houtduif en haas in Groningen stabiel of licht toenemend is.”
Dat het jaarlijks afschieten van honderden fazanten, meer dan duizend hazen, houtduiven en eenden niet heeft bijgedragen aan deze zeer ongunstige staat van instandhouding is een niet serieus te nemen jagerssprookje. Het doet er ook niet toe. Het bestrijden van schade mag immers alleen plaatsvinden voor zover de staat van instandhouding van de betrokken wildsoort niet in gevaar komt. Nu de staat van instandhouding reeds in gevaar is, want ‘zeer ongunstig’, staat dit de goedkeuring van het faunabeheerplan in de weg.
Jurisprudentie
Op 19 april 2023 bepaalde de Afdeling (Raad van State) dat voor wat betreft de goedkeuring van een faunabeheerplan voor de landelijk vrijgestelde soorten gedeputeerde staten niet alleen af moeten gaan op wat de minister heeft bepaald (ECLI:NL:RVS:2023:1545). Een college dient ook een eigen provinciale onderbouwing te geven voor het doden van soorten al was het maar omdat een besluit van de minister jaren eerder kan zijn genomen, terwijl de staat van instandhouding inmiddels kan zijn verslechterd. Als een faunabeheerplan de noodzakelijke onderbouwing niet voldoende geeft, kan het faunabeheerplan niet worden goedgekeurd.
In een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 december 2024 over het ‘Faunabeheerplan deelplan jacht en vrijstellingssoorten 2023-2029’, overwoog de rechtbank ten aanzien van de jachtsoorten:
”Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het college bij de goedkeuring van het faunabeheerplan wat betreft de jachtsoorten moet beoordelen of de gestelde schade in voldoende mate is onderbouwd. Verder is in het faunabeheerplan bij alle jachtsoorten ook verwezen naar het waarborgen van een redelijke staat van instandhouding.”
Waarna de rechtbank ten aanzien van de fazant overweegt dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de schade zodanig is dat de fazant moet worden bejaagd. De rechtbank nam bovendien in aanmerking dat de staat van instandhouding van de fazant matig ongunstig is. De rechtbank acht vervolgens het standpunt dat de jacht geen invloed heeft op de staat van instandhouding onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de haas en wilde eend overweegt de rechtbank eveneens dat de schade onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank concludeert dan ook dat het beroep tegen het faunabeheerplan gegrond was en vernietigde het goedkeuringsbesluit.
Conclusie
Animal Rights en Fauna4Life menen dat aan dit Groningse ‘deelplan wildsoorten’ van het ‘faunabeheerplan 2024-2029’ dezelfde soort gebreken kleven. Aan het besluit ligt op tal van punten onvoldoende onderzoek ten grondslag en het gevolg daarvan is dat het besluit op al deze punten slecht is onderbouwd. Het bestreden besluit kan geen stand houden en dient te worden herroepen.
Update
Op het bezwaar was in juni nog altijd niet gereageerd; een hoorzitting op 20 juni werd uitgesteld. Op 12 juni stelde Fauna4Life en Animal Rights het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen in gebreke.
Op 13 juli dienen Animal Rights en Fauna4Life enkele klachten in: Groningen heeft nog steeds geen besluit genomen en de ontvangst van de ingebrekestelling nooit bevestigd. Groningen heeft het besluit voor een tweede keer verdaagd. Nader uitstel is echter alleen mogelijk wanneer de organisaties daarmee instemmen. Groningen heeft dit niet gevraagd en de stichtingen stemmen ook niet in. Groningen eist dat de stichtingen naar Groningen afreizen om de hoorzitting fysiek bij te wonen, terwijl er vast en zeker faciliteiten zijn om digitaal deel te nemen.
Update 2
Op 10 september 2025 gaven Animal Rights en Fauna4Life een schriftelijke reactie aan de Commissie Rechtsbescherming van het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen.
Het college stelt dat benutting het belangrijkste doel van de jacht is. Dat is niet zo. De overweging in de Memorie van Toelichting zegt:
“Naar het oordeel van het kabinet is de uitoefening van de jacht enkel als vorm van recreatie naar de huidige maatschappelijke opvattingen niet aanvaardbaar.
(…)
Mede naar aanleiding daarvan heeft het kabinet gekozen voor een meer planmatige en gebiedsgerichte invulling van de jacht in het onderhavige wetsvoorstel ter ondersteuning van schadebestrijding en beheer.”
Ook artikel 4.31 van de Omgevingswet bepaalt dat:
“1. De in artikel 4.3 bedoelde regels over de uitoefening van de jacht, activiteiten om populaties van in het wild levende dieren te beheren of schade door dieren te bestrijden, worden gesteld met het oog op:
a. de natuurbescherming,
b. goed jachthouderschap,
c. het voorkomen en bestrijden van schade door dieren,
d. het waarborgen van de veiligheid.”
Nu de meeste wildsoorten in een slechte staat van instandhouding verkeren, is het goedkeuren van een faunabeheerplan dat jacht toestaat in strijd met het doel van “natuurbescherming” en ook het “goed jachthouderschap”. De jacht mag immers niet leiden tot verdere achteruitgang van populaties en dat het doodschieten van grote aantallen dieren nadelig is voor de populaties wildsoorten is evident.
Groningen bestrijdt dat schadebestrijding alleen kan plaatsvinden voor zover de staat van instandhouding van de betrokken wildsoort niet in gevaar komt. Dat is echter wel wat de Memorie van Toelichting overweegt:
“Voorwaarden voor aanwijzing zijn dat dieren van de betreffende soort in delen van het land schade aanrichten en dat de soort niet in zijn voortbestaan wordt bedreigd of dat gevaar loopt. Bij een voorgenomen aanwijzing zal steeds moeten worden bezien of een soort de bestrijding kan verdragen.”
Groningen had bij de goedkeuring van het bestreden besluit moeten nagaan of (nog) aan deze voorwaarde werd voldaan (en dat is niet het geval).
Dat sprake zou zijn van een “redelijke wildstand” terwijl de staat van instandhouding van vijf wildsoorten zeer ongunstig is wordt door Animal Rights en Fauna4Life bestreden en ook niet aannemelijk gemaakt door Groningen.
Dat de minister de jacht “opent” en “sluit” doet niets af aan het feit dat alleen de goedkeuring van een faunabeheerplan het jagen mogelijk maakt.
Dat alleen de minister dient te controleren of de staat van instandhouding van een wildsoort in het geding is, klopt niet. Het is noodzakelijk dat ook provincies nagaan of (in hun provincie) nog steeds aan deze voorwaarde wordt voldaan.
De Faunabeheereenheid en het college lijken het merkwaardige standpunt in te nemen dat een faunabeheerplan weliswaar dient te worden goedgekeurd, maar dat dat er geen juridische gronden zijn om de goedkeuring te weigeren.
Dat de jachthouder zijn recht zonder goedgekeurd faunabeheerplan niet mag uitoefenen staat ook letterlijk in de samenvatting van faunabeheerplan zelf:
“Zonder een goedgekeurd en geldig faunabeheerplan kan de jacht niet worden uitgeoefend.”
Animal Rights en Fauna4Life menen, samengevat, dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid omdat allerlei informatie die nodig is om een deugdelijk en evenredig besluit te nemen ontbreekt en omdat de staat van instandhouding van verschillende wildsoorten (zeer) ongunstig is.
De staat van instandhouding van maar liefst vijf ‘jachtsoorten’ is ronduit belabberd. De jagers zullen ongetwijfeld betogen dat dit niet het gevolg is van de jacht, maar dat het massaal, nota bene voor de lol, doodschieten van dieren niet bijdraagt aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding is evident.